B2. APV gemeente Landsmeer 2024 (geconsolideerd)
Tekst van het document
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Artikel 5:31a Orde op het openbare water 1. Degene aan wie bij overlast, ordeverstoring of dreigende ordeverstoring op het openbare water door een bevoegd gezag / opsporingsambtenaar het bevel of vordering gegeven wordt zich te verwijderen, is verplicht aan dit bevel onmiddellijk te voldoen en wel langs de weg of in de richting door een bevoegd gezag / opsporingsambtenaar aangewezen. 2. De schipper of andere gebruiker van een vaartuig aan wie bij de overlast, ordeverstoring of dreigende ordeverstoring op het openbare water door de politie het bevel gegeven wordt zich te verwijderen, is verplicht aan dit bevel of vordering onmiddellijk te voldoen en wel langs de weg of in de richting door de politie aangewezen. 3. Onder openbaar water in de zin van dit artikel wordt verstaan: water dat, al dan niet met enige beperking, voor een ieder toegankelijk of bevaarbaar is. Artikel 5:31b Varen met motorvaartuigen 1.
Het is toegestaan op alle wateren van de gemeente Landsmeer die voor de scheepvaart open staan gebruik te maken van een motorvaartuig, waaronder ook begrepen worden vaartuigen met een buitenboordmotor welke volledig voldoet aan de eisen van het binnenvaart politiereglement, niet zijnde jetski’s, waterscooters of soortgelijke vaartuigen onder welke benaming ook. 2. Op de in het eerste lid genoemde wateren is het verboden sneller te varen dan 6 km per uur. Artikel 5:31c Vaartuigwrakken 1. Het is verboden een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud, in een kennelijke verwaarloosde toestand, deels gezonken of geheel gezonken is in de openbare wateren te laten liggen.
Algemene Plaatselijke Verordening Landsmeer 2024
41
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:31d Boten op de wal In de periode van 1 april t/m 31 oktober is het verboden boten op de walkant te plaatsen.
AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.
Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
Algemene Plaatselijke Verordening Landsmeer 2024
42
b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening 'stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. AFDELING 8. VUURVERBOD Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, als dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. AFDELING 9.
ASVERSTROOIING Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op andere plaatsen dan: a. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; b. Recreatieschap Het Twiske, voor zover dit het grondgebied van de gemeente Landsmeer betreft en het Algemeen Bestuur van Het Twiske de locatie als geschikt voor asverstrooiing heeft bestemd. 2. Het college kan een besluit nemen waarin de plaatsen genoemd in het eerste lid voor een bepaalde tijd worden onttrokken aan de mogelijkheid voor asverstrooiing. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Algemene Plaatselijke Verordening Landsmeer 2024
43
HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Behoudens het bepaalde in de Wet economische delicten wordt overtreding van de artikelen van deze verordening en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak. 2. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de handhavingsambtenaar alsmede de ambtenaren van de politie. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd onder artikel 18.7 Omgevingswet tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Landsmeer 2022 wordt ingetrokken op de dag waarop deze verordening in werking treedt. 2. Deze verordening treedt in werking op de 8ste dag na die waarop zij is bekend gemaakt. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Evaluatiebepaling Vervallen Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Landsmeer 2024 Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 december 2024. de raad van Landsmeer, de griffier
de burgemeester
Algemene Plaatselijke Verordening Landsmeer 2024
44