CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B15 TOE Bijlage 9 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: Het gewijzigd vaststellen van een bestemmingsplan voor de realisatie van 47 woningen aan Den Ilp 14-16, Den Ilp AANGENOMEN4.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Den Ilp 14-16

September 2020

Status: Definitief

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ‘DEN ILP 14-16’

Naam:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

Datum:

September 2020

Versie:

Definitief

Opsteller:

Dhr. L. Bechtel

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 5 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 8 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 13

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft betrekking op de houthandellocatie Sneek Hout, gelegen ten oosten van de woonpercelen Den Ilp 14 en 16. Het voornemen bestaat om de houthandellocatie te herontwikkelen naar een woonlocatie voor 47 woningen. Het gaat hierbij om een gevarieerd woningbouwprogramma met een mix van vrijstaande woningen, tweekappers, rijwoningen, rug aan rug woningen en appartementen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen “Bestemmingsplan Het Lint 2015” en “Partiële herziening bestemmingsplan Het Lint 2015”. Vanuit het ruimtelijke spoor is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Hierna wordt een nadere toelichting op de m.e.r.-beoordeling gegeven.

M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen dan voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De voorgenomen ontwikkeling is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden.

De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. 2.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

3.

In voorliggend geval wordt de drempelwaarde niet overschreden of benaderd. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin.

Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij de ontwikkeling zijn grondeigenaren, de ontwikkelende partij en de gemeente Landsmeer betrokken. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van de gemeente Landsmeer het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

HOOFDSTUK 2

KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, het projectgebied en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden.

Voorgenomen ontwikkeling Zoals beschreven in de inleiding is initiatiefnemer voornemens ter plaatse van het projectgebied de bestaande bebouwing te slopen om ter plaatse 47 woningen te realiseren. Concreet voorziet het voornemen in een gevarieerd woningbouwprogramma met 5 vrijstaande woningen, 18 tweekappers, 6 rijwoningen, 10 rug aan rug woningen en 8 appartementen. Het uitgangspunt is om de te realiseren kleinschalige woonbuurt te laten aansluiten op het bebouwingslint van de Den Ilp. Ten behoeve van de ontsluiting van de te realiseren woningen wordt er een ontsluitingsweg gerealiseerd. Het geheel zal groen worden ingericht met ruimte voor opgaande beplanting. Verder worden plaatselijk de bestaande waterlopen verbreed om zodoende aanlegplaatsen te realiseren voor bootjes (kleinschalig). De onderstaande afbeelding geeft een impressie van de beoogde invulling van het projectgebied.

Afbeelding 1

Indicatieve weergave beoogde situatie (Bron: ErfGoed landelijk bouwen)

De verschillende woningtypen hebben qua vorm een eenduidige opbouw, namelijk twee verdiepingen met een kap. Het appartementengebouw is kleinschalig en voorzien van maximaal drie bouwlagen, hierdoor past ook het appartementengebouw goed in het beoogde bebouwingsbeeld binnen het projectgebied.

Locatiekenmerken Het projectgebied is gelegen in het kenmerkende bebouwingslint van Den Ilp. De ruimtelijk-functionele structuur bestaat voornamelijk uit woonpercelen met hier en daar enkele andere functies zoals bedrijven, horecagelegenheden en maatschappelijke voorzieningen. Het bebouwingslint wordt aan de oost- en westzijde omsloten door waterlopen. Het projectgebied wordt aan de oostzijde begrensd door enkele woon- en bedrijfsbestemmingen en de weg Den Ilp. Aan alle overige zijden vormen waterlopen de begrenzing van het projectgebied. De ligging van het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

projectgebied (rode omlijning en rode ster) ten opzichte van de directe omgeving en de kern Landsmeer is indicatief weergegeven in afbeelding 2.

Afbeelding 2

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

Het projectgebied is in de huidige situatie grotendeels bebouwd ten behoeve van de ter plaatse geldende bestemmingen. Ter plaatse is bebouwing aanwezig ten behoeve van het aldaar gevestigde houthandelbedrijf. Verder is het projectgebied zo goed al geheel voorzien van terreinverharding. In afbeelding 3 en 4 is door middel van een lucht- en vogelvluchtfoto de huidige situatie van het projectgebied weergegeven.

Afbeelding 3

Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

Afbeelding 4

Huidige situatie projectgebied (Bron: ErfGoed landelijk bouwen)

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De nieuwe woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke/reguliere afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de beoogde woningen geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Zoals in hoofdstuk 3 en 4 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Het projectgebied krijgt een eigen ontsluitingsweg welke op de weg Den Ilp wordt aangesloten. Hiermee wordt een verkeersveilige situatie gecreëerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, geur, ecologie, externe veiligheid en water. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten is door diverse (externe) bureaus onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s.

Verkeer Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk (CBS statLine); Stedelijk gebied: rest bebouwde kom.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de verkeersgeneratie van de verschillende beoogde woningen. Functie

Koop, huis, vrijstaand Koop, huis twee-ondereen-kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur Koop, appartement, duur Totaal

Verkeersbewegingen per woningtype per weekdag (gemiddeld) 8,2 7,8

Aantal woningen

7,4 5,6 7,4

2 16 8

5 18

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 41 140,4 14,8 89,6 59,2 344,8

Op basis van het vorenstaande resulteert de voorgenomen ontwikkeling in afgerond 345 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Opgemerkt dient te worden dat ter plaatse van het projectgebied de op dit moment geldende bedrijfsbestemming en daarbij behorende verkeersbewegingen komen te vervallen. Om tot een representatief beeld te komen is het van belang om ook de huidige planologische situatie in ogenschouw te nemen. Voor de huidige planologisch situatie wordt uitgegaan van de functie ‘Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief’. Voor dergelijk functies geldt een verkeersgeneratie van gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m 2 bvo per weekdagetmaal. Voor het berekenen van het brutovloeroppervlak is uitgegaan van het oppervlak van de aanwezig bouwvlakken binnen de op te heffen bedrijfsbestemming. De bouwvlakken hebben gezamenlijk een oppervlakte van 7.740 m2. Het vorenstaande resulteert in de huidige planologische situatie in een verkeersgeneratie van (7.740/100*10=) 774 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Wanneer de huidige planologische situatie wordt vergeleken met de beoogde situatie is er per saldo sprake van een afname van gemiddeld 429 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie wordt ingeschaald op positief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat woningen in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden), hiervoor gelden echter geen normen. Gelet op het feit dat de geluidsbelasting afkomstig van de houthandel komt te vervallen, wordt het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de geluidsituatie ingeschaald op positief.

Luchtkwaliteit Het plan heeft zoals geconstateerd bij het onderdeel verkeer ten opzichte van de huidige situatie geen extra verkeersbewegingen tot gevolg. Wel is via een NIBM-tool berekening onderzocht of de verkeersbewegingen behorend bij de toekomstige woningen wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Net als bij de berekening van de vervoersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling is uitgegaan van afgerond 303 vervoersbewegingen behorend bij de toekomstige woningen. De berekening laat het volgende beeld zien.

Uit de berekening blijkt dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Omdat de voorgenomen ontwikkeling gepaard gaat met het opheffen van de ter plaatse aanwezige houthandel en de daar bijbehorende verkeersbewegingen, wordt het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van luchtkwaliteit wordt ingeschaald op positief.

Geur De beoogde woningen betreffen geen geurbelastende objecten zoals bedoeld in de Wgv. Het effect van de beoogde woningen ten aanzien van geur wordt ingeschaald op neutraal.

Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet Natuurbescherming.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

Gebiedsbescherming Natura 2000: Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Het projectgebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de 'Oostelijke Vechtplassen' is gelegen op circa 25 meter afstand van het projectgebied. Allereerst twee AERIUSberekeningen uitgevoerd. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase (realisatie voornemen) en een berekening voor de gebruiksfase (gebruik voornemen). Vervolgens is een berekening uitgevoerd in het kader van intern salderen. Hierna worden de resultaten toegelicht. Aanlegfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Echter blijkt dat als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit reeds sprake is van stikstofdepositie. Deze depositie vervalt, zoals eerder vermeld, permanent als gevolg van het voornemen.

In de volgende tabel is een vergelijking van de stikstofdepositiewaarden weergegeven als gevolg van de tijdelijke aanlegfase en als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit. Habitattype Fase H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) H91D0 Hoogveenbossen H4010B Vochtige heiden (laagveengebied) ZGH91D0 Hoogveenbossen H3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden ZGH7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

Depositie (mol/ha/jaar) Aanlegfase Aanwezige activiteit 0,30 0,88 0,11 0,34 0,01 0,04 0,00 0,01 0,00 0,01 0,00 0,01

Wanneer de (tijdelijke) depositie als gevolg van de aanlegfase tegenover de depositie als gevolg van de aanwezige activiteit wordt gezet (intern salderen) is per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarentegen per saldo sprake van een afname van de stikstofdepositie, waardoor als gevolg van de aanlegfase geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Gebruiksfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de toekomstige gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Echter blijkt, zoals eerder vermeld, dat als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit reeds sprake is van stikstofdepositie. Deze depositie vervalt, zoals eerder vermeld, permanent als gevolg van het voornemen. In de volgende tabel is een vergelijking van de stikstofdepositiewaarden weergegeven als gevolg van de gebruiksfase en als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit. Habitattype Fase H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) H91D0 Hoogveenbossen H4010B Vochtige heiden (laagveengebied) ZGH91D0 Hoogveenbossen H3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden ZGH7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

Depositie (mol/ha/jaar) Gebruiksfase Aanwezige activiteit 0,17 0,88 0,05 0,34 0,00 0,04 0,00 0,01 0,00 0,01 0,00 0,01

Wanneer de depositie als gevolg van de gebruiksfase tegenover de depositie als gevolg van de aanwezige activiteit wordt gezet (intern salderen) is per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarentegen per saldo sprake van een afname van de stikstofdepositie, waardoor geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

Conclusie stikstofdepositie Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van het voornemen per saldo geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Daarentegen is in beide fasen sprake van een permanente afname van de stikstofdepositie, hetgeen een positief effect heeft ten aanzien van de Natura 2000-gebieden. Aangezien binnen de berekening gebruik is gemaakt van een zogenaamde interne saldering, dient een Wet natuurbeschermingsvergunning te worden aangevraagd bij de provincie Noord-Holland. Natuurnetwerk Nederland: Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN, is gelegen op circa 15 meter afstand van het projectgebied. Gelet op de ligging buiten het NNN, in relatie met de aard en omvang van de voorgenomen activiteit, wordt uitgesloten dat sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN.

Soortenbescherming In voorliggend geval heeft Natuurbank Overijssel ter plaatse van het projectgebied een quickscan natuurwaardenonderzoek1 uitgevoerd. Het projectgebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het projectgebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels in het projectgebied, bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats en bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats. Er zijn in het projectgebied geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden die op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen in het projectgebied duiden. De bebouwing in het projectgebied wordt als een ongeschikte verblijfplaats voor vleermuizen beschouwd. In het projectgebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Werkzaamheden moeten daarom afgestemd worden op de voortplantingsperiode van vogels.

Voor de grondgebonden zoogdier- en/of amfibieënsoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het projectgebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’ (of de soort is niet beschermd). Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het projectgebied als foerageergebied voor vogels, amfibieën, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, niet aangetast. De waterpartij rondom het projectgebied en de Ringsloot ten westen van het projectgebied, wordt mogelijk door sommige vleermuissoorten benut als foerageergebied en vliegroute. Indien er geen direct kunstlicht op de waterpartij wordt geschenen tijdens de actieve periode van vleermuizen, hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect van de omgeving als foerageergebied en vliegroute.

Externe veiligheid Binnen het projectgebied wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het voornemen voorzien niet in het toevoegen van een risicovolle inrichting. Het effect van de voorgenomen ontwikkelingen aanzien van externe veiligheid is neutraal.

1

Quickscan natuurwaardenonderzoek Den Ilp 14-16 – Den Ilp (projectnr. 1781, versie 1.0, 2 februari 2019)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

Water Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de waterhuishouding wordt ingeschaald op positief, vanwege het feit dat het verharde vloeroppervlak af zal nemen. Het hemelwater wordt op een adequate wijze opgevangen, geïnfiltreerd dan wel vertraagd afgewaterd op het omliggende oppervlaktewater. Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel.

Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In voorliggend geval zal gedurende de sloop- en bouwwerkzaamheden enige hinder als gevolg van de sloop- en bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Het gaat dan hoofdzakelijk om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging is er geen noodzaak om verkeer tijdelijke om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Verder is via de stikstofberekening de stikstofdepositie in de aanlegfase onderzocht. Uit de berekening van de aanlegfase volgt dat bij de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Echter blijkt dat als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit reeds sprake is van stikstofdepositie. Deze depositie vervalt, zoals eerder vermeld, permanent als gevolg van het voornemen. Wanneer de (tijdelijke) depositie als gevolg van de aanlegfase tegenover de depositie als gevolg van de aanwezige activiteit wordt gezet (intern salderen) is per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.

Er is daarentegen per saldo sprake van een afname van de stikstofdepositie, waardoor als gevolg van de aanlegfase geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. Er zijn geen ontwikkelingen in direct omliggende gebieden bekend waarbij sprake is van vergelijkbare effecten die in dezelfde periode uitgevoerd zullen worden. Cumulatie is daarom niet aan de orde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

HOOFDSTUK 4

CONCLUSIE

Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft het slopen en saneren van de bestaande bedrijfsbebouwing en verhardingen en het realiseren van 47 woningen. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang De ontwikkeling is relatief gering van omvang. Het voornemen vormt een belangrijke bijdrage voor de woningbehoefte in de gemeente Landsmeer en de kern Nieuw Loosdrecht. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht blijft. Hinder Tijdens de uitvoering van het voornemen kunnen flora en fauna hinder ondervinden. Uit het ecologische onderzoek en de stikstofberekening is echter gebleken dat de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming leiden.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden in het kader van soortbescherming. Ten aanzien van gebiedsbescherming wordt ten aanzien van NNN geconcludeerd dat er geen hinder optreedt. Ten aanzien van Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van het voornemen per saldo geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Daarentegen is in beide fasen sprake van een permanente afname van de stikstofdepositie, hetgeen een positief effect heeft ten aanzien van de Natura 2000-gebieden. Vanwege toepassing van interne saldering dient wel een Wet natuurbeschermingsvergunning te worden aangevraagd bij de provincie Noord-Holland. Plaats van de activiteit Het projectgebied is geheel binnen grondgebied van de gemeente Landsmeer gelegen. Het gaat om een locatie die gelet op de reeds aanwezig functie (houthandel) en bebouwing onderdeel is van het bestaand bebouwd gebied. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur.

Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • •

Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Den Ilp 14-16’

•

De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.

Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, geur, water, bodem, ecologie (waaronder stikstof) geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen.

Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=83b30b7b-f1c6-4b7d-a455-63bb4e6c00fe