CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B12. Milieu advies ODIJmond inzake hotel- en resort Breeck

Raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente landsmeerBij agendapunt: Het realiseren van een resort aan de Scheepsbouwersweg3.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beoordeling adviesaanvraag Gemeente

Gemeente Landsmeer

Adres

Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer

Casemanager gemeente

Enzio Bout e.a.

Casemanager ODIJ

Hans Bakker & Inez Hakkeling

Procedure

BOPA

Ontvangstdatum ODIJ

08-05-2025

Verzenddatum

20-05-2025

Zaaknummer ODIJ

ODIJ-Z-25-160947

Planomschrijving

Het betreft de ontwikkeling van een hotel- /resortcomplex, genaamd Breeck. De totale omvang van het complex is circa 7.000 m2 brutovloeroppervlakte (bvo) met 500 m2 aan aanvullende voorzieningen (bestaande uit een receptie, restaurant, spa, winkel / fietsverhuur / lokale ondernemers, conferentie- / feestzaal). In de huidige situatie is het plangebied hoofdzakelijk in gebruik ten behoeve van volkstuinen. De volkstuinen bevinden zich in het oostelijke deel van het projectgebied. Het westelijke deel is in de bestaande situatie in gebruik als agrarische grond.

Geluid

Advies: Positief Voldoet aan wettelijke eisen: Ja •

Het betreft een ontwikkeling zonder geluidgevoelige gebouwen

•

Echter ter plaatse is sprake van een hoge geluidbelasting

•

Geadviseerd wordt om ontwikkeling hier rekening mee te houden.

Bodemkwaliteit

Akkoord: Ja Akkoord met ruimtelijke onderbouwing.

Natuurbescherming:

Advies alleen positief als:

Flora- en Fauna-activiteit

-

er een ecologisch werkprotocol wordt opgesteld en nageleefd met een ecoloog ter plaatse. Lees de volledige Toelichting en motivering.

-

In 2021 is een natuurtoets uitgevoerd. Hieruit voortkomend is er een ontheffing van de verbodsartikelen van de Wnb voor kleine marterachtigen aangevraagd. Deze loopt dit jaar af, lees verder bij de Toelichting hoe hiermee om te gaan.

Natuurbescherming:

Advies: Op basis van alleen het begeleidend rapport kunnen we

Natura2000-activiteit

concluderen dat: een omgevingsvergunning Natura 2000activiteit aanvragen bij ODNHN nodig is. Volledig advies is te lezen bij de Toelichting. Nb. De Aerius stikstof berekeningen zijn niet als losse pdf bestanden aangeleverd. Dit is noodzakelijk om ze in te laden in het programma Aerius Calculator (vereiste bij ODNHN).

Milieubelastende

Akkoord: Ja, mits er wordt voldaan aan de melding- en/of

activiteit (MBA)

informatieplicht voor het starten van een milieubelastende activiteit

•

Er is sprake van een milieubelastende activiteit waarvoor een informatieplicht geldt vanuit het Omgevingsplan. De milieubelastende activiteit betreft het bereiden van voedingsmiddelen. Mogelijk is de informatieplicht voor het (muziek)geluid afkomstig van de feestzaal van toepassing. Vier weken voor het starten van deze activiteit moet er informatie worden aangeleverd over de activiteiten.

Milieuzonering en geur

Akkoord: Ja Recreatieve woningen zijn geen milieuhinder gevoelige gebouwen. Andersom ligt de planlocatie buiten de gestelde richtafstanden volgens de VNG-Handreiking Bedrijven en Milieuzonering ten opzichte van de reeds bestaande gevoelige gebouwen ten noorden van de planlocatie. Ondanks dat recreatiewoningen niet voor milieuhinder zijn beschermd, adviseert de ODIJmond de gemeente een afweging te maken over de wenselijkheid van deze ontwikkeling, gezien de mogelijkheid tot langdurig verblijf.

Omgevingsveiligheid

Aanvulling is nodig Toelichting: Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet voldoende dat personen in de gebouwen voldoende beschermd zijn tegen de effecten van een incident met gevaarlijke stoffen op de rijksweg A10 (explosie en gifwolk) En is niet voldoende gemotiveerd

waarom wordt afgezien van het aanwijzen van een explosievoorschriftengebied. De ruimtelijke onderbouwing moet aangevuld worden op de in de toelichting genoemde punten. Daarnaast moet de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen op de aspecten bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. De hoogspanningslijn ten noorden van het plangebied kan door de elektromagnetische straling een hogere kans op leukemie veroorzaken, specifiek bij kinderen. Voor de effecten kan advies ingewonnen worden bij de GGD. Conclusie

Voor de beoogde ontwikkeling heeft de ODIJ opmerkingen met betrekking tot ecologie en aanvullingen binnen de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsveiligheid. Daarnaast moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen, en kan de GGD betrokken worden m.b.t. de hoogspanningslijn.

Toelichting Geluid Algemeen Om te bepalen of geluid een belemmering vormt voor een geluidgevoelig gebouw liggen er aandachtgebieden rond wegen, spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Binnen een aandachtsgebied moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. Woningen, scholen, kinderdagverblijven, zieken- en verzorgingshuizen, woonwagenterreinen en aangewezen ligplaatsen voor woonschepen zijn volgens de Omgevingswet geluidgevoelige gebouwen. Als de geluidsbelasting op de gevel van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen de standaardwaarde van een geluidbron overschrijdt moet maatregelen onderzoek uitgevoerd worden. Een hogere waarde kan, onder voorwaarden, worden toegestaan op basis van het Omgevingsplan tot de plandrempel of grenswaarde voor de betreffende geluidbron. Planspecifiek De ontwikkeling van een hotel- /resortcomplex, genaamd Breeck zijn geen geluidgevoelige gebouwen. Omdat er sprake is van een hoog geluidsniveau vanwege de nabij gelegen A10 en het verblijf van mensen vaak langer is wordt aanbevolen om met de bouw hier rekening mee te houden.

Bodemkwaliteit De gemeente heeft regels voor het toelaten van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Daarmee moet worden voorkomen dat er onaanvaardbare risico’s ontstaan voor de gebruikers van het bouwwerk. De definitie van een bodemgevoelig gebouw staat in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving:

Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m 2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. De definitie van een bodemgevoelig locatie staat in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving:

Planspecifiek De aanvraag betreft een bodemgevoelig gebouw. Op grond van bijgevoegd bodemrapport (Historisch bodemonderzoek De Breeck te Landsmeer BK ingenieurs B.v, kenmerk ILWI/250259/1.0/HABR d.d. 17-3-2025. ) blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de huidige regelgeving geen bezwaar geeft voor de realisatie van het hotel/resort.

Natuurbescherming: Flora- en Fauna-activiteit> ecologisch werkprotocol noodzakelijk In 2021 is een natuurtoets uitgevoerd. Hieruit voortkomend is er een ontheffing van de verbodsartikelen van de Wnb voor kleine marterachtigen aangevraagd. Sinds 2021 is de wetgeving omtrent natuurbescherming veranderd en kan ook de situatie ter plaatse inmiddels anders zijn. Daarom is een nieuwe natuurtoets ter plaatse uitgevoerd, 6 maart 2025 . Hierop adviseert ODIJmond om een ecologisch werkprotocol op te stellen. Er zijn een flink aantal te treffen maatregelen die genomen moeten worden om schade en overtreding van de wet te voorkomen. Dat kan ondervangen worden met een werkprotocol dat per periode en locatie wordt uitgeschreven en vooral tijdig wordt gecommuniceerd met het uitvoerend personeel. Een toezichthouder is absoluut aan te raden (zoals een ecoloog ter plaatse voor inspectie vooraf gedurende het project). Hieronder onze volledige bevindingen die afkomstig zijn uit het ecologisch onderzoek en opgenomen moeten worden in het werkprotocol (A t/m F). A). De ontheffing (zaaknummer OD.349365) is verkregen voor de periode 1 oktober 2021 tot en met 1 oktober 2026. De werkzaamheden kunnen dan ook tot en met 1 oktober 2026 worden uitgevoerd zoals voorgeschreven in het bijbehorende activiteitenplan.

Is de planning om ná 1 oktober 2026 werkzaamheden uit te voeren , dan moet de ontheffing worden verlengt of zal een nieuwe vergunning voor een flora - en fauna- activiteit aangevraagd moeten worden. Dit is ter beoordeling aan het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Noord-Holland Noord). B). Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen daarnaast enkele verblijfplaatsen van algemene Zoogdiersoorten en algemene amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Voor deze soorten de zorgplichten van de Omgevingswet. Er worden maatregelen genomen om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen of verminderen. Onze vraag is: Hoe? Is dit opgenomen in een (ecologisch) werkprotocol en (hoe) wordt dit tijdig gecommuniceerd met de uitvoerende partijen? Grondwerkers zijn doorgaans niet op de hoogte hoe men ecologisch verantwoord te werk gaat en voldoet aan de zorgplicht. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om hier zorg voor te dragen. C). Net als het zorgdragen en vergraven van grond (met zaden, sporen en/of eieren) om insecten, (korst)mossen, schimmels en weekdieren het plangebied te houden. Door het maaien van vegetatie buiten de bloeiperiode en het in het gebied houden van gekapt hout. Ook dit zijn onderdelen om op te nemen in een ecologisch werkprotcol. D).

Om te voorkomen dat de Rugstreeppad(den) zich in het plangebied zal vestigen, wordt daarom geadviseerd om een amfibieënscherm om het werkterrein te plaatsen. Dit scherm wordt gemaakt

van stevig plastic of worteldoek van 50 cm hoog en is minimaal 10 cm ingegraven in de grond. Het scherm wordt verankerd met houten paaltjes die aan de binnenzijde van het scherm, dus aan de kant van de bouwplaats, worden bevestigd. E). Er kan een nest verloren gaan (niet jaarrond beschermd, maar wel beschermd). Dit kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli, maar ook in de periode half februari tot eind september kunnen broedgevallen voorkomen. De volgende wetten zijn altijd actief: de algemene zorgplicht (Artikel 1.6 van de Omgevingswet) en de specifieke zorgplicht omtrent Flora en Fauna (Artikel 11.27 van het bal) en vogels (Artikel 11.37 van het bal). Natuurbescherming: Natura2000-activiteit De Aerius stikstof berekeningen zijn niet als losse pdf bestanden aangeleverd. Dit is noodzakelijk om ze in te laden in het programma Aerius Calculator. Op basis van alleen het begeleidend rapport kunnen we concluderen dat: Het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie op de in het kader van de Omgevingswet beschermde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarom is voor dit plan een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit nodig.

ODIJmond heeft het begeleidend rapport doorgelezen en komen alleen op een punt uit waarbij we twijfelen of de vergunningverlenende OD hiermee akkoord gaat of niet: -

Dat de koude start voor zwaar verkeer niet wordt meegenomen onder het mom laden en lossen. Wellicht kunnen zij hier strikter op zijn.

-

In de inleiding wordt nog gesproken over intern en extern salderen, dat is verouderd.

Verder wordt er gerekend met kerngetallen en modellen, dat is ook een vereiste. Het advies is om dit dossier in te dienen bij ODNHN, Noord Holland Noord, omdat zij de vergunningverlenende OD zijn.

Milieubelastende activiteit (MBA) Uit de aanvraag blijkt dat er (mogelijk) een milieubelastende activiteit wordt uitgevoerd. Dit is in ieder geval het bereiden van voedingsmiddelen in het restaurant. Mogelijk is er een informatieplicht voor het (muziek)geluid afkomstig van de feestzaal. Vier weken voor het starten van een milieubelastende activiteit dient de aanvrager informatie aan te leveren. De informatieplicht geldt op grond van het Omgevingsplan. De aanvrager levert informatie aan via het DSO: https://omgevingswet.overheid.nl. Brieftekst om de aanvrager hierover te informeren: Uit de aanvraag blijkt dat er een milieubelastende activiteit wordt uitgevoerd. Dit betreft in ieder geval het bereiden van voedingsmiddelen. Vier weken voor het starten van een milieubelastende activiteit dient u informatie aan te leveren. Op grond van het Omgevingsplan geldt er mogelijk ook een plicht om informatie aan te leveren over het ten gehore brengen van muziek in de representatieve bedrijfssituatie. U moet informatie aanleveren voor het starten van een milieubelastende activiteit. U levert informatie aan via het DSO: https://omgevingswet.overheid.nl.

Milieuzonering Sterk bepalend voor de kwaliteit van de leefomgeving is een juiste afstemming tussen bedrijfsactiviteiten en gevoelige functies. Geur, geluid, gevaar en stof kunnen het wonen en recreëren negatief beïnvloeden. Met behulp van milieuzonering wordt een ruimtelijke scheiding aangehouden, waardoor de milieubelasting wordt beperkt. De Vereniging van Nederlandse Gemeente doet in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. In deze publicatie wordt een indicatie gegeven van een afstand (zie tabel 1) die in acht moet worden genomen tussen bedrijfsmatige activiteiten en gevoelige bestemmingen. De afstanden in de VNG- publicatie gaan uit van de afstand tussen de perceelgrens van het bedrijf (niet de bebouwingsgrens) en de gevel, welke middels vergunningsvrij bouwen mogelijk is, van de gevoelige bestemming. Reden hiervoor is dat hinder niet alleen optreedt vanuit de bedrijfsbebouwing, maar ook door bedrijfsmatige activiteiten op de bijbehorende onbebouwde gronden. Het is mogelijk om eventueel met aanvullende maatregelen overlast te beperken en daardoor af te wijken van de afstanden. In dat geval zal aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om de overlast te beperken.

Aan de hand hiervan kan beoordeeld worden of het afwijken van de standaard toegestaan kan worden. Het toetsen van het plan bestaat uit: • Het toetsen van de afstanden van de te bouwen woningen aan de reeds bestaande gevoelige objecten, en • Het toetsen van de afstanden van de bestaande bedrijven aan de te bouwen woningen Bij afwijken van de richtafstanden mag een goede ruimtelijke ordening niet in het geding zijn. Er dient sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden gehinderd. Tabel 1 Milieuzonering Milieucategorie

1

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2 5.3 6

700 m 1.000 m 1.500 m

500 m 700 m 1.000 m

Planspecifiek Er is een bedrijventerrein gelegen ten oosten van de beoogde ontwikkeling. Op dit terrein kan specifiek Adriaan Goede Holding b.v. (milieucategorie 4.2) te Scheepsbouwersweg 3, met een geurhinder richtafstand van 200 meter, en een geluidshinder richtafstand van 300 meter, zorgen voor hinder voor de beoogde ontwikkeling.

Omgevingsdienst IJmond is het eens met de onderbouwing in de GOFLOW, waarin de woningen ten oosten van dit bedrijf als maatgevend voor de geurhinder gesteld kunnen worden. De geurhinder wordt in het kader van milieuvergunningen al ingeperkt door deze aanwezige woningen, en kan hierdoor nu al niet zodanig zijn dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de woningen.

Afbeelding: GIS-viewer Omgevingsdienst IJmond

Omgevingsveiligheid (Externe veiligheid) Omgevingsveiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven (milieubelastende activiteiten), transportroutes, ondergrondse buisleidingen of windmolens. Hierop zijn het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl), Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) van toepassing. De instructieregels voor de beoordeling van het aspect omgevingsveiligheid bij ruimtelijke plannen staat in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. Dit betekent dat het bevoegd gezag (de gemeente) bij het opstellen van een omgevingsplan of een besluit (buitenplanse) omgevingsvergunning rekening moet houden met de risico’s van branden, rampen en crisis. De wijze waarop de gemeente hieraan invulling geeft is niet vastgelegd. Bij de beleidskeuze staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en groepsrisico (aandachtsgebieden). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon in de buitenlucht, als direct gevolg van een ongewoon voorval bij een risicovolle activiteit met gevaarlijke stoffen. Het PR geldt als een grenswaarde waarbinnen geen kwetsbare of

zeer kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties aanwezig mogen zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties geldt deze PR als een richtwaarde waar slechts in bepaalde gevallen van mag worden afgeweken. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval bij een risicovolle activiteit met gevaarlijke stoffen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een aandachtsgebied (brand, explosie, gifwolk) moet de gemeente motiveren op welke wijze mensen in gebouwen voldoende beschermd zijn tegen de gevaren van een brand, explosie en/of gifwolk (verantwoorden groepsrisico). Dit kan door maatregelen te nemen of voor te schrijven waardoor mensen binnen voldoende beschermd worden tegen de effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Zowel de planlocatie als de eventueel te treffen veiligheidsmaatregelen moeten worden overwogen. Bij voorkeur zijn dit maatregelen waarbij geen menselijk handelen vereist is, omdat die betrouwbaarder zijn. Daarnaast is er altijd sprake van een restrisico, hoe klein de kans op een ongewoon voorval ook is. Ook het accepteren van het restrisico is onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico.

Planspecifiek Met het plan worden 110 appartementen/hotelkamers/recreatiewoningen gerealiseerd. Dit komt overeen met 266 bedden. Appartementen, hotel en recreatiewoningen zijn kwetsbare gebouwen volgens Bijlage VI van het Bkl. Aan de hand van het Portaal Atlas Veiligheid (Atlas leefomgeving) zijn de relevante risicobronnen in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd. De volgende risicobron is relevant voor dit plan: Basisnetroute: Rijksweg A10, wegvak Nh16 In de volgende figuur zijn het plangebied, de risicobron en de aandachtsgebieden afgebeeld.

Toetsing aan normen externe veiligheid De ontwikkeling ligt binnen de aandachtsgebieden van (meerdere) risicobronnen. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de normen voor externe veiligheid: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risicocontour Het plangebied ligt niet binnen de plaatsgebonden risicocontour van de geïnventariseerde risicobronnen. Dit betekent dat wordt voldaan aan de grens-en richtwaarde van artikel 5.7 en 5.11 van het Bkl. Groepsrisico Het plangebied ligt binnen het explosie en gifwolkaandachtsgebied van de Rijksweg A10. Daarom moet het groepsrisico verantwoord worden. Dit staat in artikel 5.15 van het Bkl. Explosieaandachtsgebied en explosievoorschriftengebied Het plangebied ligt binnen het explosieaandachtsgebieden van de Rijksweg A10. In het plangebied worden kwetsbare gebouwen toegelaten. Daarom moet het explosieaandachtsgebied als explosievoorschriftengebied worden aangewezen. Dit staat in artikel 5.14 van het Bkl. In deze voorschriftengebieden gelden de bouwvoorschriften van artikel 4.90 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het bevoegd gezag (de gemeente) mag gemotiveerd afzien van de aanwijzing van een voorschriftengebied voor kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen. Ook kan slechts een deel van het aandachtsgebied worden aangewezen als voorschriftengebied. Verantwoording groepsrisico en motivatie van voorschriftengebied Voor het groepsrisico geldt geen grens- of richtwaarde maar moet verantwoord worden. Hierbij moeten zowel de planlocatie als de eventueel te treffen maatregelen worden overwogen vanuit het oogpunt van externe veiligheid.

Daarnaast is er altijd sprake van een restrisico., hoe klein de kans op een ongeval ook is. Dit restrisico betreft het optreden van een scenario met gevaarlijke stoffen waarbij een groep (10 of meer) personen komt te overlijden. Ook het accepteren van dit restrisico is onderdeel van de groepsrisicoverantwoording. Het plangebied ligt in het explosieaandachtsgebied van Rijksweg A10, wegvak Nh16. Dit betekent dat de personen in het gebouw bij het onbedoeld vrijkomen van gevaarlijke stoffen (ongewoon voorval) kunnen komen te overlijden als gevolg van het scenario explosie. Voor de verantwoording van het groepsrisico en de motivatie voor het al dan niet aanwijzen van een explosievoorschriftengebied moeten de volgende aspecten worden afgewogen: • Basisbescherming en waarderen van bestaande bescherming: o Voldoende afstand tot de risicobron o Aanwezige bestaande beschermende maatregelen in de omgeving o Bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en hulpverlening door hulpdiensten • Aanvullende bescherming nodig door: o Voldoende afstand plangebied in aandachtsgebied tot de risicobron o Aanvullende risicocommunicatie voorschrijven o Beperken van het aantal personen in het aandachtsgebied of de tijd dat zij aanwezig zijn o Mogelijkheden tot vluchten en/of schuilen o Zelfredzaamheid van de aanwezige personen o Aanvullende bouwkundige maatregelen (voorschriftengebied) In de aangeleverde concept

ruimtelijke onderbouwing “Hotel-/resortontwikkeling Breeck te Landsmeer” van adviesbureau Bügel-Hajema wordt in paragraaf 4.1 ingegaan op het aspect omgevingsveiligheid. Ad 1 Basisbescherming Hierin is vermeld dat het plangebied op 89 m van de rijksweg ligt. In de onderbouwing ontbreekt waarom 89 m als een voldoend grote afstand wordt beschouwd. Waar is dit op gebaseerd? Hiervoor kunnen bijvoorbeeld de scenarioboeken LPG-tankwagen - warme bleve – weg en LPGtankwagen – oude bleve - weg van het NIPV worden gebruikt. Hierin staat dat de overdruk op een afstand van 35 tot 130 meter de overdruk afneemt van 0,17 tot 0,03 bar (koude bleve) en voor een warme bleve is dit op een afstand van 50 – 190 m. Het geluidsscherm op de A10 ter hoogte van de planlocatie bestaat gedeeltelijk uit glaspanelen. In hoeverre is dit scherm bestand tegen een overdruk en is dit geschikt om de overdruk af te buigen/tegen te houden?

Voor de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en hulpverlening moet advies worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Zaanstreek – Waterland. Ad 2 In de ruimtelijke onderbouwing wordt summier ingegaan op personendichtheid, zelfredzaamheid, risicocommunicatie. De aspecten afstand creëren, onderzoeken of aanvullende bron- of omgevingsmaatregelen mogelijk zijn, en voldoende vlucht- of schuilmogelijkheden zijn niet uitgewerkt. Afstand: In figuur 3 van de ruimtelijke onderbouwing (pagina 10) wordt getoond dat de parkeerplaatsen aan de oostzijde van het plangebied ingetekend. Door de parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het plangebied te positioneren, kan er extra afstand tussen de risicobron en de kwetsbare gebouwen worden gecreëerd. Op grotere afstand zijn de effecten van een explosie kleiner, waardoor het risico voor personen in gebouwen kleiner wordt. Personendichtheid/zelfredzaamheid De gebouwen voor algemene voorzieningen (servicepoint en magazijn) zijn aan de noordzijde gepositioneerd. In deze gebouwen verblijven over het algemeen geen grote groepen mensen en er wordt niet overnacht. In de nachtperiode slapen mensen en zijn zij minder alert, waardoor zij in noodsituaties minder adequaat handelen. Gebouwen waar mensen overnachten kunnen daarom beter verder van de risicobron worden geplaatst dan een servicepoint of magazijn.

Overweeg of een andere indeling van het plangebied mogelijk is waardoor personen in een gebouw beter beschermd worden. Tenslotte zijn de risico's van het scenario gifwolk niet beschouwd in de ruimtelijke onderbouwing. Het gehele plangebied ligt in het gifwolkaandachtsgebied van de Rijksweg A10. Bij het onbedoeld vrijkomen van een giftige wolk, kunnen mensen het beste binnen schuilen ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie afschakelen. Door risicocommunicatie (NL-Alert) kunnen mensen geinformeerd worden hoe zij moeten handelen. Extra bouwkundige maatregelen zijn niet nodig, want voor nieuwbouw wordt aangenomen dat deze voldoende kierdicht zijn en geldt een verplichting voor afschakelbare mechanische ventilatie vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Conclusie Het plaatsgebonden risico van de relevante risicobronnen vormt geen belemmering. Het plangebied ligt in het explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied van rijksweg A10, wegvak Nh16. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet dat personen in de gebouwen voldoende beschermd zijn tegen de effecten van een incident met gevaarlijke stoffen op de rijksweg A10 (explosie en gifwolk) En is niet voldoende gemotiveerd waarom wordt afgezien van het aanwijzen van een explosievoorschriftengebied. De ruimtelijke onderbouwing moet aangevuld worden op de in de toelichting genoemde punten. Motivatie van voldoende afstand Effectiviteit geluidsscherm (glas) Beschrijf de vlucht of schuilmogelijkheden en mogelijkheden Bereikbaarheid, bestrijdbaarheid, hulpverlening (advies VRZW) Aanvullende bron- omgevingsmaatregelen overwegen Overweeg een andere indeling plangebied Gifwolkaandachtsgebied beschouwen Daarnaast moet de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen op de aspecten bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=7ef640d1-0be4-4b77-8989-b132461b21d9