B11 TOE Bijlage 5 Effectbeoordeling Natura 2000.
Tekst van het document
Herontwikkeling terrein houthandel Sneek te Den Ilp Toetsing van mogelijke effecten van het voorgenomen plan op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming
Uitgevoerd door: Tuitert Natuuronderzoek i.s.m. Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever: Dekker Projectontwikkeling Contactpersoon: dhr. M. Dekker
Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 06-14435700
Projectnummer en versie: AT/2022/12.01 Versie D1 Auteur: D. Tuitert
Status: Definitief Rapportdatum: 12-01-2022
Inhoudsopgave
1
Inleiding ...................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 3 1.2 Doel ..................................................................................................................... 3 2 Wettelijk kader ............................................................................................................ 4 2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ................................................................ 4 3 Afbakening Natura 2000-gebieden ........................................................................... 5 3.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................................ 5 4 Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske ............... 6 4.1 Gebiedsbeschrijving ............................................................................................ 6 4.2 Begrenzing en oppervlakte ................................................................................. 6 4.3 Relevante instandhoudingsdoelen ...................................................................... 6 5 Effecten en toetsing...................................................................................................
9 5.1 Afbakening .......................................................................................................... 9 5.2 Mogelijke effecten op kwalificerende habitattypen............................................ 10 5.3 Mogelijke effecten op kwalificerende habitatsoorten ........................................ 10 5.4 Mogelijke effecten op kwalificerende broedvogels............................................ 11 5.5 Mogelijke effecten op kwalificerende niet-broedvogels .................................... 12 5.6 Cumulatie .......................................................................................................... 12 6 Conclusie .................................................................................................................. 13
2
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor de herontwikkeling van het terrein van houthandel Sneek in Den Ilp. Op het terrein is voorzien in de bouw van 47 nieuwe woningen. De planlocatie ligt op korte afstand van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske. Derhalve dient nader onderzocht te worden of het voorgenomen plan significante gevolgen kan hebben voor het betreffende Natura 2000-gebied.
Figuur 1: Globale begrenzing plangebied (rood omlijnd).
1.2 Doel Doel van voorliggende toetsing is om te bepalen of het voorgenomen project significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is voor het voorgenomen project een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming noodzakelijk. Wanneer uit de ecologische beoordeling blijkt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten, dan kan het voorgenomen project worden uitgevoerd zonder vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming.
3
2
Wettelijk kader
2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. De verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden staan in artikel 2.7, eerste en tweede lid, Wet natuurbescherming: Artikel 2.7 1.
Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid.
2. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significante gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.
4
3
Afbakening Natura 2000-gebieden
3.1 Natura 2000-gebieden De planlocatie ligt op korte afstand (enkele tientallen meters) van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske. In figuur 3.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 3.1: Begrenzing Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske ten opzichte van het plangebied (rood omcirkeld). Bron: Aerius Calculator.
Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 6,5 km) van het plangebied en gelet op de afstand en de afwezigheid van een ecologische relatie tussen het plangebied en deze gebieden, kunnen significante gevolgen voor deze gebieden op voorhand met zekerheid worden uitgesloten.
5
4
Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske
4.1 Gebiedsbeschrijving Het Ilperveld, Oostzanerveld en Varkensland vormen tesamen het grootste uitgeveende laagveencomplex ten noorden van Amsterdam. In het huidige karakter van het gebied wordt de langdurige invloed van brak water weerspiegeld, die echter in de laatste eeuw sterk verminderd is.De veenterreinen zijn van internationale betekenis vanwege het voorkomen van de prioritaire soort Noordse woelmuis, veenmosbegroeiingen met gewone dophei en een naar verhouding grote oppervlakte aan overgangs- en trilvenen. Daarnaast zijn de gebieden van belang voor voedselrijke, zoomvormende strooiselruigten en de soorten bittervoorn, grote modderkruiper, kleine modderkruiper, rivierdonderpad en meervleermuis. Belangrijk broedgebied voor broedvogels van rietmoerassen met veel waterriet en wat overjarig riet (roerdomp, bruine kiekendief, snor, rietzanger) en broedvogels van natte graslanden (kemphaan, watersnip) met kale, hoge, plekken langs oevers (visdief). 4.2 Begrenzing en oppervlakte Het Natura 2000-gebied bestaat uit het Vogelrichtlijngebied Ilperveld, Varkensland en Twiske, het Habitatrichtlijngebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en een gedeelte van het voormalige beschermd natuurmonument “Waterland”, onderdeel “Varkensland”. Het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske beslaat een oppervlakte van ongeveer 2.550 ha.
Daarvan wordt ongeveer 2.230 ha aangewezen onder de Vogelrichtlijn, en wordt ongeveer 1.900 ha aangewezen onder de Habitatrichtlijn. Het voormalige beschermde natuurmonument Varkensland, voor zover gelegen binnen het Natura 2000-gebied, heeft een oppervlakte van 295 ha.
Figuur 4.2: Begrenzing Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske.
4.3 Relevante instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske is aangewezen op grond van zowel de Habitatrichtlijn als de Vogelrichtlijn. Voor het gebied zijn daarom instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten.
6
7
8
5
Effecten en toetsing
5.1 Afbakening Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske. Van fysieke aantasting in de vorm van oppervlakteverlies is derhalve geen sprake. Tijdens de sloop van de huidige opstallen en de bouw van de nieuwe woningen kan sprake zijn van verstoring van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske door licht, geluid, trillingen of optische verstoring. De sloop van huidige opstallen, het saneren van het terrein en het bouwrijp maken van het terrein neemt ca. driekwart jaar in beslag. De bouwfase van het plan duurt ook ca. driekwart jaar. Het betreft dus een tijdelijke verstoring van in totaal ca. 1,5 jaar. Dergelijke storingseffecten bij reguliere sloop- en bouwwerkzaamheden hebben in de regel een reikwijdte van maximaal enkele honderden meters. Ten westen van het plangebied ligt het deelgebied ’t Twiske op ca. 50 meter afstand van het plangebied. Ten oosten van het plangebied ligt het deelgebied Ilperveld op ca. 130 meter afstand van het plangebied. Dat betekent dat, uitgaande van een verstoringsafstand van maximaal 500 meter, verstoring kan optreden in een heel klein deel van de randzones van de deelgebieden ’t Twiske (Vogelrichtlijngebied) en het Ilperveld (Vogel- en Habitatrichtlijngebied). Het overgrote deel van het totale Natura 2000-gebied blijft onverstoord.
De mogelijke effecten van verstoring door licht, geluid, trillingen en optische verstoring worden nader onderzocht in voorliggende toetsing.
Figuur 5.1: Ligging plangebied (rood omlijnd) en verstoringszone aanlegwerkzaamheden (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000 (geel, blauw, groen en bruine kleur).
In het plan is voorzien in ca. 20 aanlegplaatsen voor bootjes voor de bewoners. Van daaruit kunnen zij snel het deelgebied Ilperveld bereiken. Mogelijke effecten als gevolg van optische verstoring door vaarbewegingen worden in voorliggende toetsing meegenomen. Voor het aspect stikstofdepositie is een Aerius berekening uitgevoerd en is een separate rapportage opgesteld. Dit aspect wordt derhalve niet in voorliggende toetsing meegenomen. Verdroging of vernatting in het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske treedt niet op omdat geen sprake is van activiteiten die de grondwaterstanden in het nabijgelegen Natura 2000-gebied beïnvloeden. Van mechanische effecten door betreding, golfslag, luchtwervelingen en dergelijke, die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten is geen sprake. Andere dan bovengenoemde storingsaspecten zijn niet aan de orde.
9
5.2 Mogelijke effecten op kwalificerende habitattypen Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000 ligt, is geen sprake van oppervlakteverlies op kwalificerende habitattypen door ruimtebeslag. Habitattypen (vegetaties) zijn niet gevoelig voor verstoring door licht, geluid, trillingen of optische verstoring. Significante gevolgen voor kwalificerende habitattypen kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. 5.3 Mogelijke effecten op kwalificerende habitatsoorten Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000 ligt, is geen sprake van oppervlakteverlies op leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten door ruimtebeslag. Van de kwalificerende habitatsoorten zijn meervleermuis gevoelig voor verstoring door licht en zijn de vissoorten kleine modderkruiper, bittervoorn en rivierdonderpad gevoelig voor trillingen (onderwatergeluid). Voor kwalificerende habitatsoorten zijn die delen van het Natura 2000-gebied van belang die zijn aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn. Het deelgebied ’t Twiske dat op korte afstand van het plangebied ligt is alleen aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn. Hier gelden geen doelstellingen voor kwalificerende habitatsoorten. Het ten oosten van het plangebied gelegen deelgebied Ilperveld is wel aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn.
Hier gelden wel doelstellingen voor kwalificerende habitatsoorten. Tussen het plangebied en het deelgebied Ilperveld is bebouwing aanwezig aan weerszijden van de weg Nooreinde. Het betreft o.a. een autobedrijf en een saunacomplex, waar veel bedrijvigheid plaatsvindt. Het Natura 2000 ligt op ca. 130 meter afstand van het plangebied. Zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de gebruiksfase is geen sprake van directe lichtuitstraling vanuit het plangebied in het Ilperveld. De tussenliggende bebouwing zorgt voor afscherming van verlichting. Een significante verstoring van de kwalificerende habitatsoort meervleermuis door verlichting kan op voorhand worden uitgesloten. In het kader van soortenbescherming heeft vleermuisonderzoek plaatsgevonden, waaruit blijkt dat de aan het plangebied grenzende Ringvaart een foerageerroute voor de meervleermuis vormt. Deze watergang ligt buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske, maar vormt wel een verbinding tussen de deelgebieden Oostzanerveld en ’t Twiske en het Ilperveld en Varkensland. Ter plaatse van het plangebied is een dwarsverbinding van de Ringvaart naar het Ilperveld aanwezig. Uit de effectbeoordeling voor vleermuizen blijkt dat de functionaliteit daarvan als foerageer-/vliegroute niet wordt aangetast.
Bovendien zijn er elders in Den Ilp diverse andere dwarsverbindingen aanwezig van de Ringvaart naar het Ilperveld die door meervleermuizen als foerageer-/vliegrouteroute kunnen worden gebruikt. Het voorgenomen plan heeft dus geen invloed op de functionaliteit van het leefgebied van de meervleermuis binnen het Natura 2000-gebied. Significante gevolgen voor de kwalificerende habitatsoort meervleermuis zijn op voorhand met zekerheid uitgesloten. Voor de kwalificerende vissoorten kleine modderkruiper, bittervoorn en rivierdonderpad geldt dat tijdens de aanlegfase tijdelijk sprake kan zijn van verstoring van leefgebied in het Ilperveld door trillingen als gevolg van heiwerkzaamheden. Tussen het plangebied en het deelgebied Ilperveld is bebouwing aanwezig aan weerszijden van de weg Nooreinde en het Natura 2000-gebied ligt op enige afstand van het plangebied. Binnen het deelgebied Ilperveld is geen zodanige trillingshinder dat hierdoor sterfte van kwalificerende vissen door drukgolven in het water van het Ilperveld kan ontstaan. Dit kan vooral optreden binnen enkele tientallen meters (tot maximaal 50 meter) van de bron direct aangrenzend aan het water (Van Opzeeland et al, 2007). Het voorgenomen plan heeft dus geen invloed op de functionaliteit van het leefgebied van de kwalificerende vissoorten kleine modderkruiper, bittervoorn en rivierdonderpad binnen het Natura 2000-gebied.
Significante gevolgen voor kwalificerende vissoorten zijn op voorhand met zekerheid uitgesloten.
10
5.4 Mogelijke effecten op kwalificerende broedvogels Met name tijdens de aanlegfase kan door inzet van (bouw)materieel sprake zijn van verstoring van de omgeving door licht, geluid, trillingen en/of optische verstoring. Dergelijke storingseffecten bij sloop- en bouwwerkzaamheden hebben in de regel een reikwijdte van maximaal enkele honderden meters. Ten westen van het plangebied ligt het deelgebied ’t Twiske op ca. 50 meter afstand van het plangebied. Ten oosten van het plangebied ligt het deelgebied Ilperveld op ca. 130 meter afstand van het plangebied. De broedvogels waarvoor het natura 2000-gebied zich kwalificeert zijn roerdomp, bruine kiekendief, kemphaan, watersnip, visdief, snor en rietzanger. Roerdomp en bruine kiekendief broeden in uitgestrektere rietmoerassen die aanwezig zijn in het centrale deel van ’t Twiske rond de Stootersplas en langs de oevers van het Twiske en in het centrale en oostelijke deel van het Ilperveld. Geschikt broedbiotoop voor deze soorten ligt op > 1 km afstand van het plangebied. In de NDFF zijn er ook geen waarnemingen van territoria of van nestindicerend gedrag van roerdomp of bruine kiekendief op korte afstand van het plangebied, vanwege het ontbreken van geschikt broedbiotoop en/of aanwezigheid van verstoring vanuit bebouwing van Den Ilp op het westelijke deel van het Ilperveld.
Een significante verstoring van de kwalificerende broedvogels roerdomp en bruine kiekendief kan op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Het broedbiotoop van watersnip bestaat uit moerassig laagveen, hoogveen en natte heiden en zeer vochtige schrale graslanden op veengrond of in uiterwaarden en open beekdalen. De nestplaats is gelegen in de verlandingszone van moerasgebieden of in gemaaide rietvelden. De broedbiotoop van de kemphaan bestaat uit vochtige en schrale graslanden in open landschappen, voornamelijk in veenweide- en klei-op-veen-gebieden die minstens 5 ha groot zijn. De nestplaats is gelegen in schrale, eventueel licht beweide graslanden met een gevarieerde en ‘pollige’ vegetatiestructuur. Favoriet zijn daarbij graslanden die bovendien ’s winters onder water staan. Voor watersnip en kemphaan geschikt broedbiotoop is aanwezig in het centrale deel van ’t Twiske rond de Stootersplas en in het centrale en oostelijke deel van het Ilperveld, op > 1 km afstand van het plangebied. Hier zijn in de NDFF ook diverse waarnemingen van nestindicerend gedrag en/of vastgestelde territoria.
In de NDFF zijn geen waarnemingen van territoria of van nestindicerend gedrag aanwezig van watersnip of kemphaan op korte afstand van het plangebied, vanwege het ontbreken van geschikt broedbiotoop en/of aanwezigheid van verstoring vanuit bebouwing van Den Ilp op het westelijke deel van het Ilperveld. Een significante verstoring van de kwalificerende broedvogels watersnip en kemphaan door aanlegwerkzaamheden kan op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Broedbiotoop voor de visdief is aanwezig langs de noordzijde van de Stootersplas in ’t Twiske en in een plas langs de Batesloot in het oostelijke deel van het Ilperveld, op ruim > 1 km afstand van het plangebied. Hoewel jet instandhoudingsdoel voor de soort momenteel niet wordt gehaald, is er volgens het Natura 2000 beheerplan voldoende geschikt broedt- en leefgebied voor de visdief. Kolonies zijn waarschijnlijk verplaatst naar buiten het Natura 2000-gebied vanwege vossenpredatie. Op korte afstand van het plangebied is geen geschikt broedbiotoop voor de visdief aanwezig. Een significante verstoring van de kwalificerende broedvogelsoort visdief door de aanlegwerkzaamheden kan op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. De rietbroedvogels snor en rietzanger broeden verspreid over het Natura 2000-gebied in (water)rietzones.
Voor rietzanger geldt dat het instandhoudingsdoel (800 broedpaar) volgens het Natura 2000 beheerplan momenteel met 1.000 broedpaar ruim wordt gehaald. Het aantal broedpaar van de snor fluctueert aanzienlijk, het instandhoudingsdoel wordt veelal niet gehaald. Voor de snor geldt dat jonge stadia van verlanding nodig zijn. De soort broedt met name in verlandingsvegetaties van veenmosrietlanden. Beide soorten zijn volgens het Natura 2000 Profielendocument vanwege hun verborgen levenswijze in dichte rietvegetaties matig gevoelig voor verstoring. De verstoringsafstand
11
van beide soorten is < 100 meter. Binnen 100 meter afstand van het plangebied zijn geen rietvegetaties aanwezig waarin rietzanger of snor kunnen broeden. Voor snor geschikte verlandingsvegetaties met waterriet liggen op grote afstand (> 1000 meter) van het plangebied. Een significante verstoring van de kwalificerende broedvogelsoorten rietzanger en snor door de aanlegwerkzaamheden kan op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. In het voorgenomen plan is voorzien in aanlegplaatsen voor bootjes voor de bewoners. Van daaruit kunnen zij snel het deelgebied Ilperveld bereiken. De andere deelgebieden van het Natura 2000-gebied zijn niet gemakkelijk bereikbaar vanuit het plangebied. In het Ilperveld zijn slechts een aantal doorgaande vaarroutes aanwezig waar gevaren kan en mag worden. In het Natura 2000 beheerplan is aangegeven dat deze routes zodanig zijn gekozen dat daarvan geen hinder optreedt op kwalificerende broedvogels. Op paar extra vaarbewegingen vanuit bewoners op deze vaarroutes zullen niet leiden tot een significante verstoring van kwalificerende broedvogelsoorten. 5.5 Mogelijke effecten op kwalificerende niet-broedvogels Het Natura 2000-gebied is aangewezen als slaap- en rustplaats voor grutto en smient en als foerageergebied voor grauwe gans, smient, krakeend, slobeend en meerkoet. Slaapplaatsen van smient zijn grotere wateren in het gebied.
Deze liggen op grote afstand van het plangebied. Slaap- en rustplaatsen van de grutto zijn slikkige oevers en natte graslanden in het Ilperveld en het Oostzanerveld. Ook deze liggen op grote afstand van het plangebied. Foerageergebied voor grauwe gans, smient, krakeend, slobeend en meerkoet is verspreid over het Natura 2000-gebied aanwezig. In het Natura 2000 Beheerplan is aangegeven dat er momenteel geen knelpunten zijn voor kwalificerende nietbroedvogels en dat de omvang van het leefgebied voldoende is. Als gevolg van het voorgenomen plan kan tijdelijk tijdens aanlegwerkzaamheden sprake zijn van enige verstoring op de directe omgeving. In de randzones van de deelgebieden ’t Twiske en het Ilperveld kan tijdelijk sprake zijn van enige verstoring in een kleine deel van het Natura 2000gebied. In deze delen is momenteel al sprake van verstoring door aanwezigheid van bebouwing en wegen. Er is geen sprake van een zodanige verstoring dat daardoor de draagkracht van het gebied voor kwalificerende niet-broedvogels afneemt. De instandhoudingsdoelstellingen voor kwalificerende niet-broedvogels kunnen ondanks het voorgenomen project gehaald worden. Van een significante verstoring van kwalificerende niet-broedvogels is geen sprake.
5.6 Cumulatie Er zijn geen reeds vergunde maar nog niet uitgevoerde projecten bekend die gelijktijdig met de aanleg van het voorgenomen project worden uitgevoerd en die een overlap hebben qua beïnvloedingsgebied met het in omvang zeer beperkte beïnvloedingsgebied van het voorgenomen plan. Van een significant effect door cumulatie met eventuele andere reeds vergunde maar nog niet (volledig) gerealiseerde projecten is dan ook geen sprake.
12
6 Conclusie Het voorgenomen plan voor de bouw van woningen op het terrein van houthandel Sneek in Den Ilp leidt met zekerheid niet tot significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske of voor andere omliggende Natura 2000-gebieden. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. De Wet natuurbescherming staat voor wat betreft het aspect gebiedsbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg.
13
Literatuur ▪
Provincie Noord-Holland 2017. PAS-gebiedsanalyse Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske.
▪
Provincie Noord-Holland 2016. Natura 2000 beheerplan Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske 2016-2022.
▪
Van Opzeeland et. al 2007. Vissen en geluidsoverlast; Effect van geluidsbelasting onder water op zoetwatervissen. Universiteit Leiden.
▪
https://www.natura2000.nl/gebieden
▪
https://www.sovon.nl/nl/gebieden
14