CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Concept ontwerp-Omgevingsvisie Landsmeer

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente landsmeerBij agendapunt: Concept Ontwerp Omgevingsvisie Landsmeer.14.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het Landsmeerderveld is een van de plekken waar naar gekeken wordt. ● De ondergrondse beschikbare ruimte is beperkt en moet worden herverdeeld om maatregelen te kunnen nemen. Wat willen we bereiken? ● Ruimte voor versterken en uitbreiden van het elektriciteitsnet, rekening houdend met mogelijkheden voor woningbouw. ● Alleen maatregelen die in te passen zijn in ons waardevolle landschap en die passen bij ons dorpse, landelijke en recreatieve karakter. Hoe willen we dat bereiken? • Uitgaan van een actieve rol van de gemeente in de gezamenlijke aanpak met de samenleving van verduurzaming en klimaatadaptatie. ● De CO2-uitstoot verminderen door energie te besparen, duurzaam op te wekken en alternatieve warmte te stimuleren. Ook inzetten op elektrische werken en werktuigen (vrachtwagens, trekkers, pompen et cetera) en streven naar een stijging van het peil in het veenweidegebied. ● In regionaal verband voorkomen van grote windturbines, grote zonnevelden en een groot transformatorstation. Geen nieuw hoogspanningstracé en -station laten landen in Landsmeer omdat dat niet past. Als het echt niet anders kan, dan moet de impact zo klein mogelijk worden en moeten de waarden worden gecompenseerd. ● Het gebruik van (kleinschalige) wind- en zonne-energie stimuleren. ● Meewerken aan regionale initiatieven middels de Regionale Energie Strategie (RES).

Langs de A10 is een zoekgebied aangewezen voor de opwek van zonne-energie, waaraan wij mee willen werken. ● Er moet meer gebeuren aan energietransitie en isoleren. Uitvoering van het nationaal isolatie programma blijft in volle gang. We ontwikkelen een omgevingsprogramma warmte waarbij voor het gehele grondgebied van de gemeente Landsmeer duidelijk wordt wat de voorkeursoplossing is en op welke termijn dit bereikt gaat worden. Uitvoering van de transitievisie warmte. Bestaande gebouwen isoleren en van het gas af. De mogelijkheden voor all-electric, individuele geothermie of (kleine) bronnetten per buurt onderzoeken. ● Inwoners stimuleren groener te denken (bijvoorbeeld isoleren, zonnepanelen, minder verharding in tuinen). De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie.

23/42

24/42

25/42

4. VISIE GEBIEDEN 4.1

Inleiding gebieden

De Omgevingsvisie geeft aan wat we willen bereiken. Het is een visie waarin onderscheid wordt gemaakt in thema’s die voor het hele grondgebied gelden (zie hoofdstuk 3) en in dit hoofdstuk voor deelgebieden, met ieder hun eigen kwaliteiten, kansen, ambities en opgaven, die weer leiden tot verschillende ontwikkelmogelijkheden. De kenmerken en activiteiten in een gebied zijn bepalend voor wat we in een gebied belangrijk vinden en wat we met een gebied willen in de toekomst. We beschrijven de hoofdlijnen van ons beleid voor de verschillende gebieden met verschillende functies en ambities. De gebieden en locaties komen overeen met de legenda van de visiekaart.

4.2

Dorpsgebied

Waar hebben we mee te maken? ● Een deel van de historische linten is uitgegroeid tot dorpen. ● De ontstaansgeschiedenis is leesbaar in de bebouwde en onbebouwde omgeving. ● De druk op de woningmarkt is groot en er zijn weinig mogelijkheden voor het toevoegen van woningen. ● Het dorpsgebied moet worden aangepast aan het veranderende klimaat en de energie- en warmtetransitie. Wat willen we bereiken? ● Versterken van een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving. ● Een levensloopbestendige klimaatadaptieve inrichting. ● Behoud van de vitaliteit en leefbaarheid. ● Behoud van het dorps karakter. ● Behoud van structureel groen. Hoe willen we dat bereiken? ● Ruimte voor wonen, werken, voorzieningen, sport(park) en cultuuraccommodaties op een dorpse schaal. ● Ruimte voor stedelijke ontwikkelingen, deels via herstructurering, transformatie en inbreiding, deels via uitbreiding. Binnen de dorpen willen we het dorpse karakter behouden. Dat betekent dat er maar beperkt verdichtingsmogelijkheden zijn. ● De woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief afstemmen op de behoeftes van de verschillende doelgroepen. ● Naar klimaatadaptieve gebouwen en inrichting met voldoende ruimte voor groen en water.

4.3

Bebouwingslint in veenpolderlandschap

Waar hebben we mee te maken? ● In de linten zijn diverse locaties waar de ruimtelijke kwaliteit te wensen overlaat. ● Er is veel vraag naar nieuwe woningen, ook in de linten. ● Transformatie naar wonen wordt beleidsmatig mogelijk als sprake is van kwaliteitsverbetering. ● Veel woningen toevoegen raakt ook de verkeersveiligheid op het lint. Wat willen we bereiken?

26/42

● ●

Behoud en versterking van het karakteristiek kleinschalig en gevarieerd dorpslint. Een aantrekkelijk en leefbaar lint.

Hoe willen we dat bereiken? ● Kwaliteitsverbetering in het lint. Mogelijkheden voor het toevoegen van woningen benutten als dit probleemlocaties kan oplossen door middel van “speldenknopingrepen”. Dit is altijd maatwerk. ● Een visie op het lint opstellen, gericht op behoud van het cultuurhistorisch waardevolle patroon, bebouwing, waardevolle doorzichten, de onregelmatige strookverkaveling, et cetera. Voorwaarden opnemen voor bouwmogelijkheden mits sprake is van kwaliteitsverbetering. Haaks op het lint of bouwen in de tweede lijn alleen op enkele plekken waar kwaliteitsverbetering mogelijk is. Geen parkeerterreinen in de eerste lijn in het lint. Doorzichten naar het groene landschap openlaten.

4.4

Centrum Landsmeer

Waar hebben we mee te maken? ● Het hebben van voldoende bereikbare voorzieningen is belangrijk voor de leefbaarheid in onze dorpen. ● Er is essentiële detailhandel en kleinschalige horeca in het centrum van Landsmeer. ● Inwoners van Purmerland zijn meer gericht op de voorzieningen in Purmerend. ● Door de digitalisering verschuift het accent van het dorpscentrum van place to buy naar place to be. De behoefte aan winkelruimte neemt af. De behoefte aan ontmoeting blijft. ● Buiten het centrum zijn vrijwel geen commerciële voorzieningen. Wat willen we bereiken? ● Een levendig en vitaal centrum. ● Behoud van een sterke centrumfunctie voor de hele gemeente. ● Behoud van basisvoorzieningen en de ontmoetingsfunctie in het centrum van de kern Landsmeer. ● Een aantrekkelijk verblijfsgebied. Hoe willen we dat bereiken? ● Onze gemeentelijke basisvoorzieningen op orde houden door verduurzaming, efficiënt ruimtegebruik, functiecombinaties en een goede bereikbaarheid. ● Ruimte voor de markt behouden. ● De aantrekkingskracht van het centrum behouden door gratis parkeren. ● Leegstand in het winkelcentrum tegengaan. Een compact centrumgebied. Ruimte voor voorzieningen behouden, in ieder geval in de plinten. Schuifruimte voor verplaatsing van voorzieningen naar het centrum. ● Draagvlak voor voorzieningen en verenigingsleven toevoegen door de bouw van woningen.

● Behoud en versterking van ontmoetingsruimte/kleinschalige horeca. Hiermee kan de huiskamerfunctie en de recreatieve functie versterken.

4.5

Woonzorg-servicegebied

Waar hebben we mee te maken? ● Door het beleid van zo lang mogelijk thuis wonen is het concept verzorgingstehuis verdwenen, maar er zijn nog onvoldoende nultredenwoningen met zorg en voorzieningen in de buurt en een voor senioren geschikte openbare ruimte. Er is behoefte aan collectieve woonvormen, waar mensen elkaar kunnen helpen en de kans op eenzaamheid vermindert. ● De bevolking vergrijst waardoor de behoefte aan zorg toeneemt. De groep mensen die minder mobiel is (vooral 75+ers) neemt toe. Er is een grotere vraag naar voorzieningen op loopafstand en zorg op afroep aan huis.

27/42

● ●

De noodzaak om de zorg zo efficiënt mogelijk in te richten omdat er minder mensen zijn die zorg verlenen. In de kern Landsmeer bevinden zich voorzieningen voor ouderen, waardoor het logisch is om hier woonzorgservicegebieden te creëren. In Purmerland en Den Ilp zijn geen voorzieningen voor ouderen. Wat willen we bereiken? ● Een grotere zelfredzaamheid en een samenleving die meer naar elkaar omziet. ● Goede zorg voor ouderen en andere aandachtsgroepen, zodat zij langer zelfstandig in hun woonomgeving kunnen blijven wonen. ● Zorgmogelijkheden die aan huis worden geleverd. ● Zo efficiënt mogelijke zorg voor iedereen. ● Zo optimaal mogelijk profiteren van voorzieningen zoals ontmoetingsplek en beweegruimte op loopafstand.

Hoe willen we dat bereiken? ● Het uitbouwen van gebieden in de kern Landsmeer rond bijvoorbeeld de M.L. Kingstraat, het Marktplein en Oude Keern waar specifieke zorg geconcentreerd wordt. ● Zorgen dat de doelgroep senioren met een zorgvraag zoveel mogelijk in de buurt van zorg-, welzijns- en detailhandelsvoorzieningen woont door daar in te zetten op levensloopgeschikte woningen. ● Mogelijkheden bieden voor collectieve woonvormen, zoals bijvoorbeeld een Knarrenhof concept dat inzet op het tegengaan van eenzaamheid en de gezondheid en het naar elkaar omzien bevordert. ● Een openbare ruimte die rollatortoegankelijk is voor senioren en uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, met voldoende groen. Dat bevordert de gezondheid en vergroot de leefbaarheid. ● Inzetten op dagactiviteiten tegen vereenzaming van ouderen.

4.6

Werklocatie

Waar hebben we mee te maken? ● Er is weinig fysieke ruimte voor bedrijven die niet goed te mengen zijn in een woonomgeving. Wat willen we bereiken? ● Behoud van ruimte voor bedrijven die niet goed te mengen zijn met de woonfunctie. ● Bereikbare werkgelegenheid, ook voor praktijkgeschoolden. ● Een gezonde, veilige, goed bereikbare en op termijn circulaire werklocatie met voldoende werkgelegenheid. Hoe willen we dat bereiken? ● Ruimte voor bedrijfsactiviteiten door het tegengaan van wonen op de werklocatie. ● Ruimte voor initiatieven die de werkgelegenheid en of circulariteit vergroten. ● Kansen benutten voor extra werklocaties in Entreegebied Landsmeer West.

4.7

Sportgebied – Zoekgebied intensivering

Waar hebben we mee te maken? ● De stedelijke sport-, en recreatiegebieden zijn van groot belang voor de leefbaarheid en de gezondheid van onze inwoners. ● Het sportpark in de kern Landsmeer wordt nu niet optimaal benut. Intensiever gebruik en het toevoegen van functies is wenselijk. ● Er is geen draagvlak voor verplaatsing van sportvelden in de kern Landsmeer ten behoeve van woningbouw. ● De huidige ijsbaan wordt weinig gebruikt en door klimaatverandering wordt dit alleen maar minder. ● De huidige locatie van de sporthal ICL is niet ideaal.

28/42

Wat willen we bereiken? ● Behoud van voldoende eigentijdse toegankelijke speel-, beweeg- en sportruimte, verenigingsleven, maatschappelijke voorzieningen. ● Zorgvuldig en intensief ruimtegebruik. De ruimte in de dorpen is immers beperkt. Optimaal benutten van sport- en recreatiegebieden door multifunctionele inzet en deelgebruik. Hoe willen we dat bereiken? ● Stimuleren en faciliteren intensiever ruimtegebruik door passende functiecombinaties of extra sport-, recreatie-, of maatschappelijke voorzieningen. ● Het is denkbaar om het sportpark in de kern Landsmeer intensiever te gebruiken door andere maatschappelijke-, sporten recreatievoorzieningen naar het sportpark te verplaatsen. Op de vrijkomende plekken in het dorp komt dan ruimte vrij voor woningen. ● Onderzoek naar het verplaatsen van sporthal ICL ten behoeve van woningbouw. Het is bijvoorbeeld denkbaar om de sporthal ICL naar de Entree van Landsmeer te verplaatsen. Op de vrijgekomen locatie kunnen dan woningen (appartementen) worden gerealiseerd. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met toegankelijkheid voor gymlessen voor de basisscholen. ● Onderzoek naar het verplaatsen van de ijsbaan ten behoeve van woningbouw of voorzieningen. Het is denkbaar om de ijsbaan te verplaatsen en de vrijkomende plek te benutten voor woningbouw of voorzieningen.

4.8

Herstructurerings- / inbreidingslocatie

Waar hebben we mee te maken? ● Op diverse locaties laat de ruimtelijke kwaliteit te wensen over, is sprake van een vrijkomende locatie of zijn er kansen voor een betere benutting. ● In de dorpen en linten is slechts beperkt ruimte voor het toevoegen van stedelijke functies. ● Van een aantal locaties is bekend dat deze in aanmerking komen voor herontwikkeling. Ook nieuwe locaties kunnen in beeld komen. Wat willen we bereiken? ● Zorgvuldig en intensief ruimtegebruik op herstructurerings- en inbreidingslocaties. ● Kwaliteit verbeteren. Hoe willen we dat bereiken? ● Zorgvuldig en intensief ruimtegebruik op herstructureringslocaties in de linten, zoals, bijvoorbeeld Noordeinde 8A (voormalig Wafelfabriek), Den Ilp 14-16 (Sneek Houthandel) of Den Ilp 187A. ● Inbreiding met wonen en voorzieningen door middel van herontwikkeling/verdichting. De nu bekende locaties zijn op de kaart aangegeven (o.a. M.L. Kingstraat, Marktplein, Oude Keern/Calkoenstraat, Breekoever fase 3, diverse locaties aan het Zuideinde (nrs. 34, 40-42, 63, 81A, 99), Brandweerkazerne, voormalig buurthuis De Burcht in Purmerland). ● Nieuwe kansen in het dorpsgebied en de linten benutten als de kansen voor kwaliteitsverbetering en beter ruimtegebruik zich voordoen.

4.9

Uitbreiding wonen - Violierweg

Waar hebben we mee te maken? ● De locatie Violierweg in de kern Landsmeer is nu tijdelijk in gebruik voor de opvang van vluchtelingen. ● Deze locatie is een van de weinige plekken waar permanente uitbreiding van de kern Landmeer nu al mogelijk is. ● De locatie is een voormalig gronddepot en is eigendom van de gemeente.

29/42

Wat willen we bereiken? ● Zorgen dat Landsmeerders in Landsmeer kunnen blijven wonen. ● Er is veel vraag naar betaalbare woningen voor starters, senioren en kleine gezinnen. Hoe willen we dat bereiken? ● Samen met een woningcorporatie ontwikkelen van een permanente woningbouwlocatie met betaalbare woningen. ● Optimaal ruimtegebruik ten behoeve van betaalbare woningen, goed landschappelijk ingepast.

4.10 Entreegebied Landsmeer Oost Waar hebben we mee te maken? ● De Entree van Landsmeer is een landelijk maar rommelig gebied. Het karakter is sterk onderscheidend ten opzichte van Amsterdam ten zuiden van de A10. ● In en rond het Zuideinde worden al diverse kansen benut voor herstructurering- en inbreiding. De nu bekende locaties zijn op de visiekaart aangegeven. ● Wij zien in dit gebied mogelijkheden om woningen in te passen, rekening houdend met alle beperkingen in het gebied (beleidsmatig, aandachtsgebied gezondheid). Wat willen we bereiken? ● Een aantrekkelijke entree van de gemeente. ● Behoud van het onderscheid met het stedelijk gebied ten zuiden van de A10. ● Vooral ruimte voor dorps wonen. Ook ruimte voor verkeersontsluiting, recreatieve routes en eventueel (sport-)voorzieningen. ● De verkeersveiligheid op het zuidelijk deel van het lint verbeteren. Hoe willen we dat bereiken? ● We gaan een Gebiedsvisie Entree opstellen: Onderzoek naar de mogelijkheden voor een gezonde woonomgeving, ook in relatie tot het aandachtsgebied gezondheid (verzwaring elektriciteitsnet, externe veiligheid, fijnstof en geluid A10). Locaties waar woningbouw niet mogelijk is, gebruiken voor andere functies en (sport-)voorzieningen die de lokale economie en het basisvoorzieningenniveau versterken.

Voorrang geven aan functies die verplaatst kunnen worden, waarbij de huidige locatie ruimte biedt voor woningbouw. Onderzoek naar een extra ontsluiting van de kern Landsmeer om het zuidelijk deel van het lint te ontlasten en een alternatief te bieden voor de gemeente bij calamiteiten en werkzaamheden op het Zuideinde. Contrast met de stad bewaken: groene dorpse buffer, ecologische waarden inpassen of compenseren. Onderzoek naar een betere benutting van openbaar vervoer en de mogelijkheid van een transferium.

4.11 Entreegebied Landsmeer West Waar hebben we mee te maken? ● De Entree van Landsmeer is een landelijk maar rommelig gebied. Het karakter is sterk onderscheidend ten opzichte van Amsterdam ten zuiden van de A10. ● Wij zien hier vooral mogelijkheden om werkfuncties en diverse voorzieningen in te passen; zoals bijvoorbeeld het geplande resort Breeck. Voor wonen is dit gebied nauwelijks geschikt vanwege de vele beperkingen. Wat willen we bereiken? ● Een aantrekkelijke entree van de gemeente. ● Behoud van het onderscheid met het stedelijk gebied ten zuiden van de A10.

30/42

●

Ruimte voor werkfuncties en sport- en recreatieve voorzieningen die de economie en het basisvoorzieningenniveau versterken. ● Ook ruimte voor verkeersontsluiting, recreatieve routes en groen. ● De verkeersveiligheid op het zuidelijk deel van het lint verbeteren. Hoe willen we dat bereiken? ● We gaan een Gebiedsvisie Entree opstellen: Onderzoek naar de mogelijkheden voor voorzieningen die de economie en het basisvoorzieningenniveau versterken. Voorrang geven aan functies die verplaatst kunnen worden, waarbij de huidige locatie ruimte biedt voor woningbouw. Contrast met de stad bewaken: groene dorpse buffer, ecologische waarden inpassen of compenseren. Onderzoek naar een betere benutting van openbaar vervoer en de mogelijkheid van een transferium. Onderzoek mogelijkheden gezonde leefomgeving. Rekening houden met ligging in aandachtsgebied gezondheid.

4.12 Studiegebied Purmerland Oost Waar hebben we mee te maken? ● Als in kleine kernen geen woningen worden gebouwd kunnen voorzieningen onder druk komen te staan door vergrijzing. ● De behoefte aan woningen is zo groot dat we dit niet alleen in de dorpen op kunnen lossen. Wat willen we bereiken? ● De leefbaarheid en vitaliteit in Purmerland verbeteren. ● Behoud van (sport)voorzieningen en verenigingsleven in Purmerland. Hoe willen we dat bereiken? ● Onderzoeken of we woningen mogelijk kunnen maken door een kleine uitbreiding aan de oostzijde van Purmerland. ● Onderzoek of het verschuiven/verplaatsen van het sportveld Purmerland kansen biedt voor woningbouw.

4.13 Uitbreiding voorzieningen - De Marsen Waar hebben we mee te maken? ● Een bestaande zorgboerderij in Het Twiske. ● Meer vraag naar huisvesting voor mensen met een beperking. Wat willen we bereiken? ● Voldoende ruimte en voorzieningen voor mensen met een beperking. Hoe willen we dat bereiken? ● Uitbouw van zorgboerderij De Marsen met woonzorgeenheden voor met name zorgbehoevenden in het kader van Wet langdurige zorg (Wlz).

4.14 Netwerk elektriciteitsvoorziening/ hoogspanningsverbinding Waar hebben we mee te maken? ● Binnen de gemeente zijn twee bestaande bovengrondse hoogspanningsverbindingen: direct ten noorden van de A10 en bij Purmerland.

31/42

●

●

Het huidige elektriciteitsnetwerk is onvoldoende om in de energievraag te kunnen voorzien. Alle ambities hebben een energievraag en er is nu geen ruimte op het elektriciteitsnet. Netverzwaring kost een aantal jaren. Veel straten moeten open voor de netverzwaring en alle middenspanning transformatorhuisjes moeten worden verdubbeld. Hier moet actief ruimte voor gemaakt worden en ruimte voor behouden worden, waar die keuze er nog is. Dit voorkomt dat transformatorhuisjes de ruimtelijke kwaliteit sterk beïnvloeden achteraf. Er wordt in Noord-Holland Noord gezocht naar een nieuwe route voor een 380kv-verbinding en een groot transformatorstation. Het Landsmeerderveld is een van de plekken waar naar gekeken wordt.

Wat willen we bereiken? ● Ontwikkelen van een duurzaam elektriciteitsnetwerk ten behoeve van de energietransitie, rekening houdend met mogelijkheden voor woningbouw. ● Noodzakelijke ingrepen die passen in ons waardevolle cultuurlandschap. Hoe willen we dat bereiken? ● Mogelijkheden voor lokale opwek en opslag van duurzame energie. ● Zonnepanelen en opslag bij gemeentelijk vastgoed. ● Onderzoek mogelijkheden voor zonnepanelen boven parkeerterreinen, zonnepanelen in het talud van de A10 (RES zoekgebied A10) en aardwarmte/aquathermie. ● Geen nieuwe hoogspanningsverbindingen.

4.15 Aandachtsgebied gezondheid (A10, hoogspanningsverbindingen) Waar hebben we mee te maken? ● Het gebied direct ten noorden van de A10 is aandachtsgebied voor geluid, fijnstof en externe veiligheid. ● De hoogspanningsverbindingen zijn aandachtsgebied in verband met magneetvelden. Wat willen we bereiken? ● Een gezonde woon- en leefomgeving. ● Ruimte voor woningen en voorzieningen. Hoe willen we dat bereiken? ● Bij nieuwe fysieke ontwikkelingen in deze zone eventuele negatieve gezondheidseffecten voorkomen.

4.16 Veenweidegebied Waar hebben we mee te maken? ● We hebben een prachtig oer-Hollands veenweidelandschap. ● Behoud van dit unieke landschap is niet vanzelfsprekend door bodemdaling (veenoxidatie). ● Behoud van het waardevolle landschap gaat niet altijd goed samen met de belangen van de agrarische sector. ● Het waterpeil wordt laag gehouden om agrarisch gebruik mogelijk te maken. Op de lange termijn is dit waarschijnlijk niet houdbaar.

Wat willen we bereiken? ● Behoud van een beleefbaar cultuurlandschap met natuurlijke veenwaterlopen, onregelmatige strookverkaveling, open ruimte en vergezichten, habitat voor weidevogels, met het langgerekte bebouwingslint als ruimtelijke drager. ● Behoud van een landbouwvorm die het landschap open houdt en extensieve recreatie.

32/42

Hoe willen we dat bereiken? ● Vergroten van het financieel draagvlak voor landschapsbeheer, door het toestaan van nevenfuncties die passen bij het gebied. ● Op termijn wordt het uitgangspunt: “functie volgt peil”. ● Faciliteren van experimenten met alternatieve landbouwvormen. ● Behouden en uitbouwen van de rustige recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente voor inwoners en bezoekers. ● Functiewijziging van vrijkomende agrarische bouwpercelen naar wonen en andere in het landschap passende functies faciliteren.

4.17 Hoofdgroenstructuur in de dorpen en linten (indicatief) Waar hebben we mee te maken? ● Groen is onderdeel van het dorpse en landelijke karakter in de wijken en linten. ● Er is nu vooral veel groen buiten de linten en kernen. ● Groen in de dorpen en linten is belangrijk voor de leefbaarheid en voor de gezondheid van onze inwoners. Groen nodigt uit om te bewegen en ontmoeten. ● Flora en faunabescherming zijn fundamenteel voor de leefomgeving. Het gaat niet goed met de biodiversiteit en dat raakt planten, dieren en mensen. We zijn onderdeel van het ecosysteem. Dit geldt ook voor alle stedelijke gebieden. Wat willen we bereiken? ● Behoud van structureel groen in de dorpen. Het structureel groen is opgenomen in het Beleidsplan Groenbeheer. De hoofdlijnen daarvan staan indicatief op de visiekaart. ● Vergroenen waar mogelijk. Hoe willen we dat bereiken? ● Bescherming en versterking van de hoofdgroenstructuur, zoals opgenomen in het Beleidsplan groenbeheer). ● Meer bomen planten. ● Bij het planten van bomen en de aanplant van groen rekening houden met de toekomst. Bomen krijgen optimale groeiplaatsen. Nieuw groen versterkt de biodiversiteit en past binnen het lokale ecosysteem. Rekening houden met reserveringen voor kabels en leidingen. ● Eventueel verlies aan hoofdgroenstructuur compenseren. ● Uitvoering van het SoortenManagementsPlan, ter bescherming van flora en fauna.

4.18 Natuurgebied / Natura 2000 Waar hebben we mee te maken? ● Het Twiske en Ilperveld maken onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het is een uniek laaggelegen veenweidegebied. Ook het Landsmeerderveld en het buitengebied van Purmerland zijn bijzondere natuurgebieden. ● Flora en faunabescherming zijn fundamenteel voor de leefomgeving. Het gaat niet goed met de biodiversiteit en dat raakt planten, dieren en mensen. We zijn onderdeel van het ecosysteem. ● Natuurgebieden hebben ook een belangrijke functie als recreatiegebied. Wat willen we bereiken? ● In stand houden van een beleefbaar open cultuur- en natuurlandschap. ● Een gezond en stabiel ecosysteem met een grote diversiteit aan flora en fauna. Hoe willen we dat bereiken? ● Kansen voor herstel en vergroten biodiversiteit benutten.

33/42

●

Zorgen dat ontwikkelingen in natuurgebieden en in de omgeving daarvan geen belangrijke negatieve effecten hebben op de natuur. Daarbij gaat het in het bijzonder om het voorkomen van de mogelijke gevolgen van de grotere gebiedsontwikkelingen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden.

4.19 Recreatie- en natuurgebied Het Twiske – intensief/extensief Waar hebben we mee te maken? ● Een gebied ingericht als regionaal recreatie- en natuurgebied met een zonering ten behoeve van intensieve recreatie, extensieve recreatie en natuur. ● Er is meer vraag naar recreatie en evenementen. ● Evenementen zijn onderdeel van onze regionale recreatieve rol en zijn ook nodig om het landschapsbeheer in Het Twiske te bekostigen. Wat willen we bereiken? ● Behoud van de regionale functie als recreatie- en natuurgebied. ● Een goede verdeling tussen rustige en drukkere plekken, ook als er meer recreanten naar het gebied komen. Hoe willen we dat bereiken? ● Recreatie als een middel om het beheer van het recreatie- en natuurgebied te bekostigen. ● Verbeteren van de bereikbaarheid per fiets en met het openbaar vervoer. ● Voorkomen van ontwikkelingen met belangrijke negatieve effecten voor de natuur. ● Iets meer evenementen toestaan in Het Twiske en de huidige mogelijkheden goed planologisch inrichten. Evenementen maken deel uit van onze regionale recreatieve functie en zijn essentieel voor het financieren van landschapsbeheer. De voorwaarden zijn dat ze passen bij ons karakter, niet te frequent zijn, buiten het broedseizoen plaatsvinden en geen overlast veroorzaken door teveel lawaai.

4.20 Vrijetijdsbesteding/recreatie Waar hebben we mee te maken? ● Steeds meer mensen recreëren in ons gebied, zowel onze eigen inwoners als bezoekers uit de regio. We spelen dan ook een belangrijke rol in de regionale dagrecreatie. ● Recreatie is een kans voor de lokale economie en werkgelegenheid. Wat willen we bereiken? ● Balans tussen rust en recreatie. ● Een aantrekkelijk recreatief gebied voor zowel onze inwoners als het groeiende aantal bezoekers. Hoe willen we dat bereiken? ● Behouden en uitbouwen van de rustige recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente voor inwoners en bezoekers. ● Behoud en versterking van de kleinschalige recreatieve voorzieningen en overnachtingsmogelijkheden. ● Kansen voor kleinschalige nieuwe verblijfsrecreatie en andere recreatieve voorzieningen benutten als reguliere woningen op die plek niet logisch zijn.

4.21 Recreatief netwerk Waar hebben we mee te maken? ● Het aantal fietsers en wandelaars in het gebied zal verder toenemen omdat het aantal inwoners in de Metropoolregio Amsterdam sterk toeneemt.

34/42

●

De recreatieve potentie van het gebied wordt niet optimaal benut, mede door belemmeringen in de bereikbaarheid, verkeersveiligheid, doorgankelijkheid en belemmeringen door te beschermen natuurwaarden.

Wat willen we bereiken? ● Vergroten van de recreatieve aantrekkelijkheid en toegankelijkheid en stimuleren van bewegen. ● Balans tussen rust en recreatie en tussen natuur en recreatie. Hoe willen we dat bereiken? ● Indeling van rustige en drukkere recreatiegebieden. In de delen die qua natuur meer reuring kunnen hebben, meer voorzieningen en een betere bereikbaarheid. In de rustige delen geen extra voorzieningen of bereikbaarheid. ● Ontbrekende verbindingen in het recreatief netwerk aanleggen en verbeteren bestaande verbindingen waar dit mogelijk is qua natuur, zoals de verbinding onder de A10 naar Het Twiske. ● Verbeteren van de bereikbaarheid van Het Twiske per fiets en met het openbaar vervoer.

4.22 Natuurverbinding Waar hebben we mee te maken? ● Natuurgebieden zijn versnipperd. ● De verbinding van natuurgebieden biedt kansen voor het vergroten van de biodiversiteit. Wat willen we bereiken? ● Kansen voor het vergroten van de biodiversiteit benutten. Hoe willen we dat bereiken? ● Behoud van bestaande natuurverbindingen. ● Faciliteren van de aanleg van nieuwe verbindingen tussen natuurgebieden en zo mogelijk meekoppelen met recreatieve ambities, zoals bijvoorbeeld wandelroutes.

4.23 Onderzoek extra ontsluiting Waar hebben we mee te maken? ● De gemeente heeft maar één hoofdontsluiting voor alle verkeer. Dit is onwenselijk omdat er geen alternatieven zijn bij calamiteiten of onderhoud. ● Er moet te veel verkeer over het lint en dit levert onveilige situaties op voor langzaam verkeer. Vooral het zuidelijk deel van het lint is erg druk. Dit heeft effect op de verkeersveiligheid, de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel voor fietsers en wandelaars. ● Een gebiedsontwikkeling in het entreegebied Landsmeer Oost biedt kansen voor het koppelen van nieuwe infrastructuur aan de bestaande kern Landsmeer. Wat willen we bereiken? ● Goede bereikbaarheid met alle vervoersvormen. ● Vergroten van de veiligheid. ● Vergroten van de verkeersveiligheid en verbeteren van de leefbaarheid. Hoe willen we dat bereiken? ● Onderzoek naar een extra/andere ontsluiting van de kern Landsmeer en een alternatieve route voor (recreatieve) fietsers waarmee het (auto)verkeer op het Zuideinde kan verminderen en de veiligheid voor de hele gemeente toeneemt.

35/42

4.24 Pontveren Waar hebben we mee te maken? ● Er zijn twee pontveren aan de oostzijde van de gemeente die het mogelijk maken om het Noordhollandsch Kanaal over te steken. Wat willen we bereiken? ● In stand houden van een goede oost-west verbinding; ook in het landelijk gebied. Hoe willen we dat bereiken? ● Pontveer Ilpendam & pontveer ’t Schouw behouden, zolang er geen oeververbindingen zijn.

4.25 Landmark/erfgoed Waar hebben we mee te maken? ● Erfgoed is onderdeel van het DNA van het gebied. ● We hebben diverse monumenten en andere beeldbepalende elementen. Wat willen we bereiken? ● Beschermen van het zichtbare en onzichtbare (cultureel) erfgoed dat onderdeel is van onze identiteit. Benutten van erfgoed voor versterking van de beleefbaarheid van het oer-Hollandse landschap voor inwoners en recreanten. Hoe willen we dat bereiken? ● Beleefbaar houden van beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle elementen en monumenten in het oer-Hollands landschap die onderdeel zijn van onze identiteit, door het herstellen, versterken en vergroten van de mogelijkheid om ervan te kunnen genieten. ● Passende duurzame (vervolg)functies die de erfgoedwaarden niet aantasten mogelijk maken om behoud te kunnen bekostigen.

36/42

5. UITVOERING 5.1

Inleiding

De Omgevingsvisie is zelfbindend. Dit betekent dat wij ons verbinden aan de ambities en opgaven die in deze Omgevingsvisie zijn beschreven. Het is belangrijk dat de beleidsambities ook worden uitgevoerd. Wij vervullen verschillende rollen en maken gebruik van diverse instrumenten om de ontwikkeling uit te voeren. We hebben de inzet van verschillende partijen nodig. Daarom besteden we aandacht aan de samenwerking met de regio en initiatiefnemers. We hebben spelregels voor initiatieven opgesteld en zullen het beleid monitoren om te kijken of het werkt, en waar nodig bijsturen.

5.2

Samen werken aan de uitvoering: rollen en instrumenten

Rollen Wij hebben verschillende rollen bij het uitvoeren van de visie. Welke rol we kiezen, hangt af van verschillende factoren. Dit kan bijvoorbeeld samenhangen met het uitvoeren van wettelijke taken, wie eigenaar is van de grond, de opgave in het gebied en de hoeveelheid invloed die we als gemeente hebben. We onderscheiden de volgende rollen: ● De regisserende gemeente: We vinden samenwerking met andere partijen belangrijk, maar houden wel de regie. ● De faciliterende gemeente: We maken ontwikkelingen mogelijk voor inwoners en bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld door het wijzigen van het omgevingsplan, het verstrekken van vergunningen, het geven van subsidies en het meedenken in de beginfase van projecten. ● De kaderstellende gemeente: We stellen regels en kaders op, bijvoorbeeld via het omgevingsplan of verordeningen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het beschermen van monumenten of bomen. ● De uitvoerende gemeente: We zorgen ervoor dat de basis in de openbare ruimte op orde is. Dit betekent het aanleggen, beheren en onderhouden van bijvoorbeeld groen, wegen, openbare ruimtes, parken en (fiets)parkeervoorzieningen. Instrumenten We maken gebruik van verschillende instrumenten om onze taken uit te voeren. Onder de Omgevingswet kunnen wij gebruik maken van omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen.

Instrumenten Omgevingswet: van visie naar uitvoering Omgevingsprogramma Het is mogelijk om voor een specifiek gebied of thema een omgevingsprogramma te maken. Een programma bevat concrete stappen die de gemeente neemt om haar doelen te bereiken. Het gaat om maatregelen, een planning en de

37/42

benodigde capaciteit. In de Omgevingswet is een aantal verplichte programma’s benoemd. Daarnaast mag de gemeente vrijwillige omgevingsprogramma’s vaststellen. Naast thematische programma’s, zoals bijvoorbeeld een programma voor de luchtkwaliteit of voorzieningen, kan de gemeente gebruik maken van gebiedsprogramma’s voor specifieke gebieden waar grotere ontwikkelingen worden verwacht, zoals bijvoorbeeld voor de Entree van Landsmeer. In deze programma’s zorgen we voor gebiedsgericht maatwerk, een integrale benadering en het verbinden van sociale en ruimtelijke opgaven. Bij het opstellen van programma’s worden de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie verder uitgewerkt. Het omgevingsprogramma is een instrument van het college van burgemeester en wethouders. Het opstellen van een programma is vormvrij. Omgevingsplan en omgevingsvergunning Andere instrumenten die we gebruiken zijn het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Deze instrumenten bevatten regels (het omgevingsplan) of officiële toestemming (de omgevingsvergunning) voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld voor het bouwen van een gebouw of het kappen van een boom. Het omgevingsplan is bindend voor iedereen. De omgevingsvergunning is de toestemming van de overheid voor de uitvoering van bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving.

5.3

Samenwerking in de regio

De regio wordt steeds belangrijker. Wij hechten waarde aan onze eigenheid, maar kijken ook naar de wereld om ons heen en we verhouden ons daarin. Binnen de verschillende samenwerkingen (zoals Zaanstreek-Waterland, Metropoolregio Amsterdam, provincie, Hoogheemraadschap, Gemeenschappelijke Regelingen en de buurgemeenten) zorgen wij er voor dat onze gemeente aangehaakt is op regionaal niveau, zodat we onze taken goed uit kunnen voeren en onze gebiedsoverschrijdende doelen samen kunnen halen.

5.4

Samenwerking met initiatiefnemers

De visie geeft duidelijkheid over de ontwikkelingen die wel of niet wenselijk zijn (waar beschermen, waar ontwikkelen) en de visie stuurt op hoofdlijnen. Hierbij betrekken we de instrumenten (regels in het omgevingsplan, uitvoering in projecten of programma’s) en de rol van initiatiefnemers. Algemene spelregels voor nieuwe ontwikkelingen: sturen op kwaliteit Behoud en versterken van de bijzondere kwaliteiten van onze gemeente staat centraal in deze Omgevingsvisie. Aan deze aspecten (kernkwaliteiten) mag geen afbreuk worden gedaan. Nieuwe initiatieven moeten bijdragen aan het behoud en de versterking van de relevante thematische doelen en doelen voor het deelgebied waarin het initiatief ligt. De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit, dat wil zeggen voor een leefomgeving die veilig, gezond en aantrekkelijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaat over gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Ruimtelijke kwaliteit krijgt betekenis door deze waarden te koppelen aan maatschappelijke belangen op het gebied van economie, ecologie, cultuur en sociale verhoudingen. Onze belangrijkste ruimtelijke kwaliteiten staan in hoofdstuk 2: “Groen”, “Waterrijk”, “Dorps en landelijk karakter” en “Een lint van dorpen”. Om onze ambities te bereiken, is het belangrijk de omgevingskwaliteiten die daar onder vallen te beschermen en te versterken.

Binnen de dorpen is de ruimte beperkt. Daarom gaan we slim, strategisch en zorgvuldig om met de ruimte die we hebben. Nieuwe initiatieven dragen, zowel boven de grond als eronder, bij aan de ambitie en opgaven van Landsmeer. In het omgevingsplan nemen we regels op die ervoor zorgen dat nieuwe initiatieven bijdragen aan de omgevingskwaliteiten.

38/42

We willen als gemeente zo vroeg mogelijk in het planproces duidelijkheid geven over de kans van slagen van een initiatief. We beoordelen tijdens de intake van een initiatief de wenselijkheid ervan. Dat is het geval als het initiatief past in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), of bijdraagt aan de doelen en ambities van de Omgevingsvisie en ander beleid. Een initiatief moet bijdragen aan het behoud en de versterking van de relevante thematische doelen en doelen voor het deelgebied waarin het initiatief ligt. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten in balans zijn met een groene en gezonde leefomgeving, die fysiek veilig, klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Voor elke ontwikkeling onderzoekt de initiatiefnemer welke thema’s en gebiedsaanduidingen relevant zijn en wordt aangegeven hoe hier in het initiatief mee wordt omgegaan. Per ruimtelijke ontwikkeling maken wij de integrale afweging tussen de doelen en de randvoorwaarden. Daarnaast beoordelen wij initiatieven op haalbaarheid. Een initiatiefnemer onderzoekt hiervoor of een ontwikkeling uitvoerbaar is voor wat betreft de omgevingsaspecten (zoals ruimtelijke kwaliteit en milieunormen) en de relevante instructieregels van andere overheden. Zo mag een nieuwe ontwikkeling bijvoorbeeld geen belangrijke negatieve effecten hebben op de natuur. Bij het beoordelen van een initiatief houden we met alle belangen rekening.

Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor de participatie met de omgeving. De participatie moet op de juiste manier hebben plaatsgevonden en de inbreng heeft zo mogelijk geleid tot een beter plan. We wegen het draagvlak af tegen het maatschappelijk belang van het initiatief. Een initiatief moet uiteraard ook financieel uitvoerbaar zijn. Het kostenverhaal en de eventuele vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling moeten geregeld zijn. Hoe groter het maatschappelijke belang, hoe groter de inzet van de gemeente. Wij stellen daarbij gelet op onze beperkte ambtelijke capaciteit prioriteiten en gaan graag de samenwerking met initiatiefnemers aan om samen de doelen te bereiken.

5.5

Beoordeling potentiële milieueffecten

Bij het voorbereiden van een Omgevingsvisie moet rekening worden gehouden met een mogelijke verplichting tot het doorlopen van een milieueffectrapportage (m.e.r.). De Omgevingsvisie is namelijk kaderstellend voor ruimtelijke ontwikkelingen die milieugevolgen met zich mee kunnen brengen. Gezien de aard en omvang van de mogelijke ontwikkelingen binnen onze gemeente is geen sprake van een directe m.e.r.plicht, maar moet worden beoordeeld of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven tot het doorlopen van een m.e.r.. Met de uitgangspunten die in onze Omgevingsvisie zijn vastgelegd voor toekomstige ontwikkelingen, kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten. Om die reden is het doorlopen van een m.e.r.procedure niet nodig. We hebben bij de beoordeling van de visie gekeken naar de aard en omvang van de mogelijke ontwikkelingen, de locaties en de potentiële effecten. Er zijn uiteraard aandachtspunten bij de verdere uitwerking van de plannen en de onderzoeksopgave in het kader van de benodigde vervolgbesluiten. Op dat moment is gedetailleerd onderzoek nodig. Daarbij gaat het in ons gebied het bijzonder om de mogelijke gevolgen van grotere gebiedsontwikkelingen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden.

39/42

5.6

Financiering

Het realiseren van de ambities en doelen uit deze Omgevingsvisie kost geld. Er zijn grote investeringen nodig van de gemeente, bedrijven, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars en ook van de inwoners zelf. Wij zijn als gemeente bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de inrichting van een veilige, duurzame en klimaatadaptieve openbare ruimte. Bij inwoners denken wij aan investeringen in en rondom het huis, zoals isoleren, het plaatsen van zonnepanelen en het groener en minder stenig maken van tuinen. De investeringen dragen bij aan verschillende opgaven op het gebied van klimaat, duurzame energie, duurzame bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, passend woningaanbod en voorzieningen. Het is niet mogelijk om bij het vaststellen van de Omgevingsvisie een compleet beeld te hebben van alle uitvoeringskosten die voortkomen uit de ambities en stedelijke opgaven. De financiering wordt vooral gekoppeld aan programma’s en projecten. Initiatiefnemers die bouwen in de gemeente en daarmee inkomsten verdienen, dragen op twee manieren bij aan de gemeenschap. Direct door via de ontwikkeling invulling te geven aan de opgaven en indirect via financiering van kwaliteitsimpulsen die de gemeente geeft aan onze leefomgeving. Hiervoor hebben we verschillende mogelijkheden.

Via (bouw)leges en anterieure overeenkomsten worden de kosten van het ambtelijk apparaat gedekt (dit wordt ‘kostenverhaal’ genoemd). Daarnaast wordt op deze manier bijgedragen aan het verbeteren van de kwaliteit van bijvoorbeeld de openbare ruimte in de directe omgeving van een project. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling worden afgesproken. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. Denk hierbij aan een bijdrage aan bijvoorbeeld het netwerk van wegen, groen, gezonde luchtkwaliteit en andere openbaar toegankelijke gemeentebrede voorzieningen. Dit zijn investeringen waar de hele gemeenschap voordeel van heeft en die nodig zijn om de leefomgeving leefbaar en gezond te houden. Zo sturen we op onze ruimtelijke en maatschappelijke doelstellingen en maken we maximaal gebruik van de instrumenten die beschikbaar zijn. Onze visie op het grondbeleid staat in de Nota grondbeleid. Wij voeren in het algemeen een passief en faciliterend grondbeleid waarbij de werkwijze aansluit op de Omgevingswet.

Het is niet uitgesloten dat we in specifieke gevallen actief gronden verwerven in het geval dit noodzakelijk is, om maatschappelijke doelstellingen te realiseren en/of de haalbaarheid van een ontwikkeling te bevorderen. Via ons vastgoedbeleid dragen we bij aan diverse opgaven en beleidsdoelen, zoals sportvoorzieningen, onderwijshuisvesting en gebouwen voor cultuur en welzijn.

40/42

5.7

Monitoring

We houden goed in de gaten hoe de gemeente zich ontwikkelt en monitoren de omgevingswaarden. Dit helpt ons om ervoor te zorgen dat we op de juiste koers blijven met onze plannen. De Omgevingsvisie biedt een stip op de horizon, maar is nooit helemaal af. We bekijken regelmatig of we nog op de juiste weg zitten en of aanpassingen in beleid op opgaven nodig zijn. Daarom plannen we minstens elke vijf jaar een herijking om te controleren of we onze ambities nog steeds kunnen halen of dat we ze moeten aanpassen. We gebruiken hiervoor de beleidscyclus van de Omgevingswet. Op deze manier zorgen we ervoor dat onze visie blijft aansluiten bij de behoeften en ontwikkelingen op ons afkomen.

Beleidscyclus Omgevingswet

41/42

BIJLAGE 1: PARTICIPATIEVERSLAG FOCUSDOCUMENT separaat

42/42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=177d5a9f-7ff2-4980-bfbf-4a9d031af564