Anterieure Overeenkomst De Gouwe 17
Tekst van het document
ANTERIEURE OVEREENKOMST Gemeente Landsmeer – de heer S. Buter
Project
Het realiseren van een nieuwe woning ter vervanging van een bestaande woning op het perceel De Gouwe 17, te Landsmeer.
ANTERIEURE OVEREENKOMST (AO) GEMEENTE LANDSMEER – DE HEER S. BUTER Realiseren van een nieuwe woning ter vervanging van een bestaande woning op het perceel De Gouwe 17, te Landsmeer. DE ONDERGETEKENDEN:
1.
De publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente Landsmeer, te dezen ingevolge het bepaalde in artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester de heer L.A. (Léon) de Lange van de gemeente Landsmeer om hem in deze te vertegenwoordigen en handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van XXXXXX, hierna te noemen: “de gemeente”;
2.
De heer S. Buter, De Gouwe 17, 1121 GC Landsmeer handelend in zijn hoedanigheid van eigenaar, hierna te noemen: “de initiatiefnemer”; de gemeente en initiatiefnemer hierna ook gezamenlijk te noemen: “partijen”.
IN AANMERKING NEMENDE DAT: A. B. C.
D. E. F. G. H. I. J.
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer in principe medewerking wil verlenen aan het realiseren van een nieuwe woning ter vervanging van een bestaande woning op het perceel De Gouwe 17, te Landsmeer (hierna te noemen het Project); het Project in strijd is met het geldende bestemmingsplan “Landsmeer Oost 2012”’; de gemeente na eerste onderzoek geen doorslaggevend beletsel ziet om planologische medewerking te verlenen aan het Project door het verstrekken van een Omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) zoals bedoeld in artikel 3.10, lid 1, sub d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo); het Project een bouwplan is als genoemd in artikel 6.2.1.
van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro); de gemeenteraad op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) een exploitatieplan dient vast te stellen, tenzij het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het Project of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is; partijen in onderhandeling zijn getreden; deze onderhandelingen hebben geleid tot deze overeenkomst die kan worden aangemerkt als een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 Wro; initiatiefnemer het Project voor eigen rekening en risico wenst te realiseren; partijen afspraken hebben gemaakt over het Project, de uitvoering van de bouw en aan de gemeente te vergoeden kosten en de te verlenen bijdragen en deze afspraken in deze overeenkomst wensen vast te leggen; partijen met deze overeenkomst vastleggen op welke wijze de verdere ontwikkeling en de integrale realisatie van het hierna te definiëren Plangebied zal plaatsvinden en welke uitgangspunten en randvoorwaarden daarbij in acht dienen te worden genomen.
KOMEN OVEREEN ALS VOLGT:
Artikel 1 1.1
Definities In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
Overeenkomst:
de onderhavige anterieure overeenkomst.
Plangebied:
het gebied als aangegeven op de kaart die als Bijlage 1 bij de Overeenkomst is gevoegd.
Project:
het realiseren van een nieuwe woning ter vervanging van een bestaande woning op het perceel De Gouwe 17, te Landsmeer, kadastraal bekend gemeente Landsmeer, gemeentecode LMRO2, sectie B, Perceelnummer 1978.
1.2 Artikel 2
De definities van woorden in enkelvoud omvatten mede de meervoudsvormen daarvan en vice versa. Doel van de samenwerking en verantwoordelijkheden partijen op hoofdlijnen
2.1
De Overeenkomst heeft tot doel het vastleggen van afspraken over – onder meer – programmering, financiën, risicoverdeling, voortgang en organisatie bij de ontwikkeling van het Project.
2.2
Partijen verplichten zich om zich op basis van het in deze Overeenkomst bepaalde en voorts binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid tot het uiterste in te spannen om de doelstelling van de Overeenkomst, zoals verwoord in het eerste lid en de hiervoor in deze Overeenkomst vastgelegde afspraken, te realiseren respectievelijk na te komen.
2.3
De initiatiefnemer ontwikkelt en realiseert voor eigen rekening en risico het Project, onder de voorwaarden als opgenomen in deze overeenkomst.
Artikel 3 3.1
Uitgangspunten (bouw)planontwikkeling en realisatie Naast het bepaalde in de Overeenkomst dienen bij de verdere ontwikkeling en realisatie van het Project de volgende overeengekomen documenten in acht te worden genomen: 1. 2. 3.
Artikel 4
Plangebied (bijlage 1); Plangebied met daarin aangegeven het bouwplan (bijlage 2); Handleiding Overheidstarieven 2021
Planologie en vergunningen
4.1
Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Landsmeer Oost 2012’ is de realisatie van het Project niet mogelijk. De initiatiefnemer heeft op eigen initiatief en voor eigen rekening een Omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) aangevraagd. De gemeente zal zich, binnen de kaders van haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden (zie ook artikel 8.1), inspannen zodat alle in verband met de voor realisatie van het Project benodigde planologische procedures spoedig worden doorlopen en zal daarbij trachten te voorkomen dat vertraging optreedt bij deze procedures.
4.2
De initiatiefnemer zal alle voor de realisatie van het Project benodigde vergunningen, ontheffingen en overige publiekrechtelijke toestemmingen tijdig aanvragen.
Artikel 5
Financiële afspraken
Planschade en nadeelcompensatie 5.1
De initiatiefnemer heeft geen planschaderisico analyse laten uitvoeren en derhalve is de eventuele planschade nog niet bekend.
5.2
Indien als gevolg van een onherroepelijke planologische regimewijziging ten behoeve van het Project de gemeente een tegemoetkoming in de planschade ex artikel 6.1 van Wro dient te vergoeden aan (een) belanghebbende(n), komt de desbetreffende vergoeding, inclusief de ter zake verschuldigde wettelijke rente, geheel voor rekening van initiatiefnemer. Betaling door initiatiefnemer aan de gemeente dient te geschieden binnen twee maanden na het onherroepelijk worden van het bestreden besluit, waarbij door de gemeente aan een planologisch gelaedeerde een tegemoetkoming in de planschade is toegekend. Voorts komen alle kosten die de gemeente in het kader van verzoeken om tegemoetkoming in de planschade die verband houden met de planologische regimewijziging ten behoeve van het Project, zal maken voor adviezen als bedoeld in artikel 6.1.3.2 van het Bro, geheel voor rekening van initiatiefnemer. Betaling door initiatiefnemer aan de gemeente dient te geschieden binnen vier weken na verzending van de betreffende nota.
5.3
Indien als gevolg van de ontwikkeling van het Project de gemeente nadeelcompensatie dient te betalen aan (een) belanghebbende(n), komt de desbetreffende vergoeding, inclusief de ter zake verschuldigde wettelijke rente en de eventueel door de gemeente te betalen deskundigenkosten, geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Betaling door de initiatiefnemer aan de gemeente dient te geschieden binnen twee maanden na het onherroepelijk worden van het besluit, waarbij door de gemeente nadeelcompensatie is toegekend en uitbetaald.
5.4
Bij het verstrekken van gegevens van derden moet rekening gehouden worden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
5.5
De gemeente zal de initiatiefnemer tijdig een kopie verstrekken van bij haar ingediende verzoeken om tegemoetkoming in de planschade, ter zake uitgebrachte adviezen, ter zake ingediende bezwaarschriften, ter zake opgestelde verweerschriften, (hoger) beroepschriften, etc., haar anderszins in de betreffende procedure betrekken en ter zake overleg voeren, haar van het verdere verloop van de betreffende procedure(s) op de hoogte houden en haar in de gelegenheid stellen daarin te participeren, een en ander indien en voor zover dat redelijkerwijs van de gemeente verlangd kan worden en met inachtneming van de ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Landsmeer’.
5.6
Initiatiefnemer kan er voor kiezen om op basis van de uitkomsten van een uitgevoerde risicoanalyse een overeenkomst te sluiten met degene(n) die volgens deze analyse planschade zal/zullen lijden, waarin voor de geraamde schade compensatie wordt geboden onder de opschortende voorwaarde dat de planologische maatregel onherroepelijk wordt. In het geval een dergelijke overeenkomst wordt gesloten, dient daarin uitdrukkelijk opgenomen te worden dat de geboden compensatie dient ter compensatie van schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wro. De initiatiefnemer blijft verantwoordelijk.
Plankosten 5.7
Alle kosten die de initiatiefnemer maakt of reeds heeft gemaakt in het kader van de uitvoering van de overeenkomst, evenals de kosten verbonden aan de door de initiatiefnemer in te schakelen derden, komen voor rekening en risico van de initiatiefnemer.
5.8
Alle kosten die de gemeente maakt in het kader van de uitvoering van de overeenkomst, evenals de kosten verbonden aan de door de gemeente in te schakelen derden, komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tot deze kosten behoren in ieder geval de kosten van adviezen van externen en van alle ambtenarenuren die worden besteed aan het Project, waarbij voor wat betreft de ambtenareninzet een integraal uurtarief wordt gehanteerd conform de “Handleiding Overheidstarieven 2020” die als Bijlage 4 bij deze Overeenkomst is toegevoegd.
5.9
De gemeente zal aan het eind van het Project, aan de initiatiefnemer een overzicht verstrekken van de gemaakte kosten. Indien initiatiefnemer het niet eens is met het overzicht, dan dient hij dat binnen twee weken, na ontvangst van het overzicht, aan de gemeente schriftelijk kenbaar te maken. De initiatiefnemer dient binnen vier weken, na verzending van de factuur, de factuur te hebben voldaan op rekeningnummer NL08BNGH0285145096 onder vermelding van factuurnummer en projectnaam.
5.10
Indien een factuur niet tijdig wordt betaald, dan zal de procedure worden aangehouden totdat de factuur of het voorschot wel is betaald. Indien in zijn geheel niet wordt voldaan en hier ook geen legitieme reden toe is, zal de gemeente geen verdere werkzaamheden ten behoeve van het Project verrichten.
5.11
De leges voor vergunningen voor bouwactiviteiten of andere activiteiten moeten onverminderd betaald worden conform de legesverordening (waarbij wordt uitgegaan van de tarieven van het moment van het indienen van de aanvraag voor de betreffende activiteit).
Artikel 6 6.1
Planning Initiatiefnemer is verplicht de volgende planning na te komen: 1. 2.
binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van de voor het Project benodigde Omgevingsvergunning dient initiatiefnemer aan te vangen met de realisatie van het Project. Initiatiefnemer dient daarbij in één gestaag tempo door te bouwen; binnen 12 maanden na het onherroepelijk worden van de voor het Project benodigde Omgevingsvergunning dient het Project in zijn geheel te zijn voltooid, conform de verleende Omgevingsvergunning en onderhavige overeenkomst.
6.2
Indien duidelijk is dat een termijn als bedoeld in artikel 6.1 niet wordt gehaald, dient initiatiefnemer de gemeente daarvan onverwijld op de hoogte te stellen. Afwijken van de in artikel 6.1 genoemde termijnen is mogelijk, indien zich omstandigheden voordoen die niet aan initiatiefnemer te wijten zijn. Alsdan zal de gemeente zich in redelijkheid opstellen en zullen partijen in overleg komen tot een nieuwe tijdsplanning. Voorts is initiatiefnemer afhankelijk van de ontruiming van de huidige bebouwing. Indien het Project vertraging oploopt als gevolg van tegen de huidige gebruikers te voeren procedure(s), kan de gemeente geen aanspraak maken op de in artikel 6.3 en artikel 12 opgenomen mogelijke gevolgen.
6.3
Mocht initiatiefnemer een of meer van de in dit artikel genoemde termijnen niet nakomen en wanneer de gemeente deze overschrijding niet heeft goedgekeurd noch dat sprake is van een in artikel 6.2 genoemde situatie, dan kan de gemeente onmiddellijk tot ontbinding van de overeenkomst overgaan, verdere medewerking aan het Project weigeren en/of de voor het Project verleende Omgevingsvergunning intrekken, een en ander onverlet het recht van de gemeente op betaling van de kosten door initiatiefnemer als bedoeld in artikel 5.8.
Artikel 7 7.1
Artikel 8
Communicatie Partijen onderkennen het belang van een goede wederzijdse betrokkenheid en informatie-uitwisseling. Partijen zullen al hetgeen doen wat nodig is om elkaar over en weer in staat te stellen hun taken naar behoren te vervullen. De initiatiefnemer zal voorts, al dan niet in samenwerking met de gemeente, actief en tijdig omwonenden en andere betrokkenen informeren over de ontwikkeling en realisering van het Project. Initiatiefnemer zal op eerste verzoek van de gemeente bewijs overleggen waaruit blijkt dat omwonenden en andere betrokkenen afdoende over het Project zijn geïnformeerd. Rol gemeenteraad en positie Gemeente in de Overeenkomst
8.1
Initiatiefnemer erkent dat de gemeente in het kader van de uitvoering van de Overeenkomst vanuit haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor een goede ruimtelijke ordening en volkshuisvesting binnen haar territoir de uiteindelijke beslissing heeft omtrent de aanvaardbaarheid van de door, vanwege en/of tezamen met initiatiefnemer c.q. met haar verbonden partijen vervaardigde plannen, ontwerpen en overige voorstellen betreffende het Project. Tevens behoudt de gemeente haar volledige publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor de daaruit voortvloeiende procedures en besluitvorming ten aanzien van toekomstige publiekrechtelijke handelingen, uitspraken van de bestuursrechter over ruimtelijke maatregelen, een exploitatieplan en alle overige publiekrechtelijke besluiten. Dit houdt in dat er van de zijde van de gemeente geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming of verzuim, indien het handelen naar deze verantwoordelijkheid eist dat de gemeente publiekrechtelijke rechtshandelingen verricht of nalaat die niet in het voordeel zijn van de aard en de strekking van de overeenkomst zodat de initiatiefnemer niet het recht heeft om de gemeente aan te spreken tot vergoeding van enigerlei schade, kosten of interesten.
De gemeente is gerechtigd om indien externe omstandigheden, zoals bijvoorbeeld inspraakreacties, bezwaren, bedenkingen en/of zienswijzen van derden, een stellingname van andere overheidsinstanties, uitspraken van de bestuursrechter, gewijzigde regelgeving en/of beleid van andere instanties dan de gemeente, daartoe nopen, haar medewerking aan het Project te beëindigen zonder aansprakelijk te kunnen worden gesteld voor de schade die de initiatiefnemer hierdoor eventueel lijdt. De gemeente kan voorts niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van procedurele gebreken in de voor het Project benodigde procedures, tenzij deze het gevolg zijn van (grove) nalatigheid dan wel opzet aan de kant van de gemeente dan wel door haar ingeschakelde derden.
8.2
Met het sluiten van de overeenkomst beogen partijen een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.24 Wet ruimtelijke ordening te sluiten, door welke overeenkomst voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 6.12, lid 2 Wro zodat geen exploitatieplan behoeft te worden opgesteld.
8.3
Indien de gemeente alsnog een exploitatieplan moet vaststellen omdat zij van oordeel is dat in onvoldoende mate is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro, of omdat er nog gronden van derden binnen het Plangebied zijn gelegen die nog moeten worden verworven, en/of welke derden tot zelfrealisatie van onderdelen van het Project zouden kunnen overgaan, en het exploitatieplan belemmert, frustreert of vertraagt het beoogde resultaat van de overeenkomst, of zulks is het gevolg van rechtsmaatregelen van derden naar aanleiding van het vaststellen van het exploitatieplan, dan geeft dat op zich geen van partijen het recht om zijn wederpartij aan te spreken tot vergoeding van enigerlei schade, kosten of interesten.
8.4
Indien een door de gemeente vastgesteld exploitatieplan gehele of gedeeltelijke uitvoering van de overeenkomst in de weg staat, is er sprake van een publiekrechtelijke belemmering en is het bepaalde in artikel 11.2 sub c van toepassing.
Artikel 9 Aanbesteding en staatssteun 9.1
Partijen zijn van mening dat de werken, leveringen en diensten die in het kader van de realisatie van (onderdelen van) het Project worden verricht of aangelegd, geen werken, leveringen of diensten zijn waarvoor op grond van Europese, nationale of gemeentelijke regelgeving een openbare aanbestedingsplicht geldt.
9.2
Indien evenwel uit een rechterlijk vonnis of vastgestelde dan wel gewijzigde wet- of regelgeving zou blijken dat met betrekking tot de in het vorige lid bedoelde werken, leveringen en diensten wel enige aanbestedingsplicht bestaat, dan zullen partijen in overleg treden over de gevolgen van een dergelijk oordeel voor deze overeenkomst. Partijen zullen alsdan deze overeenkomst op de voor beide partijen minst bezwarende wijze wijzigen, zodanig dat gebleken gebreken worden hersteld én recht wordt gedaan aan de geest van deze overeenkomst.
9.3
Hoewel partijen aan alle regels en voorschriften hebben voldaan en er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun van de gemeente aan initiatiefnemer, zal, in het geval dat onomstotelijk in rechte is komen vast te staan dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun van de gemeente aan initiatiefnemer en initiatiefnemer deze ongeoorloofde staatsteun aan de gemeente zal moeten terugbetalen, dit geen invloed hebben op de wederzijdse verplichtingen voortvloeiende uit de Overeenkomst.
Artikel 10
Overdracht contractspositie
10.1
Initiatiefnemer is, behoudens voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de gemeente, niet gerechtigd om het geheel dan wel een gedeelte van de uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen aan derden over te dragen. De gemeente zal een dergelijke toestemming niet op onredelijk te achten gronden, die geen verband houden met het voldoende verzekerd zijn van het uitgevoerd worden van de over te dragen verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, weigeren.
10.2
Ten behoeve van de betreffende opvolger wordt in ieder geval gesteld dat deze kwalitatief minimaal gelijkwaardig is aan initiatiefnemer. De gemeente zal aan de goedkeuring, als bedoeld in het vorige lid, in ieder geval de voorwaarde verbinden dat initiatiefnemer tegenover de gemeente instaat voor de nakoming door de betreffende opvolger van de op deze overgegane verplichtingen.
10.3
Een door de gemeente toegestane overdracht zal, ondanks de daaraan voorafgaande goedkeuring, de gemeente pas binden nadat initiatiefnemer en degene aan wie zijn contractpositie is overgedragen in een gezamenlijk aangetekend schrijven hebben verklaard dat een dergelijke overdracht en zekerheidsstelling alsmede de overname van eventuele andere, door de gemeente op basis van de in de onderhavige overeenkomst gestelde voorwaarden wordt aanvaard.
Artikel 11
Duur, aanpassing, beëindiging en ontbinding van de Overeenkomst
11.1
De overeenkomst treedt in werking op het moment van ondertekening en duurt voort totdat partijen aan al hun verplichtingen voortvloeiende uit onderhavige overeenkomst hebben voldaan.
11.2
Partijen komen overeen dat tussentijdse aanpassing van de overeenkomst mogelijk moet zijn, maar slechts in de volgende gevallen: a. als partijen daarmee instemmen; b. bij wijziging van omstandigheden die naar objectieve maatstaven een verdere ongewijzigde uitvoering van de overeenkomst voor partijen of een van hen in redelijkheid niet langer verantwoord maakt; c. indien bezwaar of beroep in de publiekrechtelijke procedures c.q. andere rechtsmaatregelen van derden of andere publiekrechtelijke belemmeringen leiden tot vertraging en/of andere gevolgen die naar objectieve maatstaven een verdere ongewijzigde uitvoering van de overeenkomst voor partijen of een van hen in redelijkheid niet langer verantwoord maakt. De partij die zich beroept op het gestelde in artikel 11.2 sub b of c geeft daarbij aan volgens welke objectieve maatstaven een verdere ongewijzigde uitvoering van de overeenkomst in redelijkheid niet langer verantwoord is.
11.3
11.4
Partijen zullen een tussentijdse aanpassing van de overeenkomst schriftelijk vastleggen.
11.5
Indien een der partijen zich met recht beroept op het gestelde in artikel 11.2 sub b of c en indien partijen vervolgens binnen drie maanden, waarbij beide partijen de verplichting hebben tot het actief voeren van overleg, geen overeenstemming bereiken over aanpassing van de overeenkomst, dan kan de meest gerede partij de overeenkomst buitengerechtelijk ontbinden.
11.6
Partijen zullen vanwege de tussentijdse ontbinding van de overeenkomst zoals bedoeld in het vorige lid afspraken maken over alle (financiële) gevolgen van de ontbinding, maar spreken reeds nu voor alsdan af dat ontbinding nimmer het recht geeft op vergoeding van gederfde winst, behalve voor die gevallen waarin sprake is van ernstige verwijtbaarheid van de tekortschietende partij.
11.7
De overeenkomst kan door de gemeente worden ontbonden voor het niet reeds uitgevoerde gedeelte van de onderhavige overeenkomst indien de initiatiefnemer of één van haar aandeelhouders haar faillissement aanvraagt, dan wel in staat van faillissement wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt, wordt ontbonden of geliquideerd of op enige andere wijze in haar bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten wordt beperkt alsmede in het geval zij een onderhands akkoord voorbereidt aan haar crediteuren, zulks met ingang van de datum waarop zij haar faillissement aanvraagt respectievelijk waarop zij in staat van faillissement wordt verklaard respectievelijk waarop zij een aanvraag tot surseance van betaling bij de rechtbank heeft ingediend respectievelijk waarop een onderhands akkoord aan de crediteuren wordt aangeboden respectievelijk de dag waarop initiatiefnemer of één van haar aandeelhouders op last van de rechter wordt ontbonden of geliquideerd of op enige andere wijze in haar bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten wordt beperkt. Aan zodanige beëindiging kan de initiatiefnemer of kunnen haar aandeelhouders geen enkel recht ontlenen op vergoeding van schade, kosten of interesten, hoe dan ook genaamd.
Artikel 12 12.1
Boete
a: Indien initiatiefnemer zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 6.1 onder 1 van deze Overeenkomst niet nakomt, verbeurt hij aan de gemeente een boete ter hoogte van € 10.000,- ineens en van € 250,- voor elke dag dat de niet-nakoming voortduurt, tot een totale maximumboete van € 50.000,-; b: Indien initiatiefnemer zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 6.1 onder 2 van deze Overeenkomst niet nakomt, verbeurt hij aan de gemeente een boete ter hoogte van € 10.000,- ineens en van € 250,- voor elke dag dat de niet-nakoming voortduurt, tot een totale maximumboete van € 50.000,-; De in dit lid bedoelde boetes zijn zonder rechterlijke tussenkomst opeisbaar en worden verbeurd indien initiatiefnemer, na een schriftelijke en aangetekend verzonden aanmaning van de gemeente om binnen een nader te bepalen termijn alsnog voor nakoming van de betreffende verplichting zorg te dragen, de betreffende verplichting binnen die termijn niet nakomt. Het bepaalde in dit artikellid laat onverlet het recht van de gemeente om volledige vergoeding van de door haar geleden schade te vorderen en tegelijkertijd zowel de boetes als de vervangende en/of aanvullende schade te vorderen.
Artikel 13
Geschillen
13.1
Partijen verplichten zich om, indien er geschillen ontstaan omtrent de uitleg van de considerans of de bepalingen van de Overeenkomst, dan wel over de uitvoering van de Overeenkomst, met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten.
13.2
Geschillen die uit deze Overeenkomst voortvloeien en die niet in der minne beslecht kunnen worden, zullen aan de ter zake bevoegde rechter worden voorgelegd.
Artikel 14 14.1
De wijze van realisatie van het Project moet zodanig zijn dat de gemeente en/of derden geen nodeloze hinder ondervinden. De Initiatiefnemer is in verband met de realisatie van het Project verplicht om de aanwijzingen van de gemeente dan wel politie betreffende het plaatsen van tijdelijke verkeers- en waarschuwingsborden prompt op te volgen, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de initiatiefnemer dienaangaande. De Initiatiefnemer is aansprakelijk voor zowel letsel- als vermogensschade die de gemeente en/of derden mochten lijden, veroorzaakt wegens werkzaamheden in verband met de realisatie van het Project, uitgevoerd door de initiatiefnemer zelf dan wel door de door initiatiefnemer ingeschakelde derden. De Initiatiefnemer vrijwaart de gemeente voor aanspraken van derden als gevolg van genoemde schades, die bij de gemeente mochten worden ingediend. De initiatiefnemer zal ter zake een deugdelijke verzekering afsluiten.
Artikel 15 15.1 15.2 15.3
Locatie- en inrichtingseisen
De gemeente realiseert ten behoeve van het Project geen Voorzieningen van Openbaar Nut. Onvoorziene aanpassingen aan de openbare ruimte ten behoeve van het Project geschieden in opdracht en voor rekening van de initiatiefnemer. Alle aanpassingen in de openbare ruimte en (her)inrichting van de openbare ruimte dienen volledig te worden afgestemd met en goedgekeurd door de gemeente.
Artikel 16 16.1
Hinder en schade
Kennisgevingen
Alle kennisgevingen die uit hoofde van deze overeenkomst aan een partij worden gedaan, dienen aan de navolgende adressen te worden gericht:
Ten aanzien van de Gemeente Landsmeer:
Ten aanzien van de initiatiefnemer:
Gemeente Landsmeer Raadhuisstraat 1 1121 XC Landsmeer
de heer S. Buter De Gouwe 17 1121 GC Landsmeer
Artikel 17
Slotbepalingen
18.1
Aanvullende afspraken en wijzigingen ten opzichte van de overeenkomst worden vastgelegd in een schriftelijk document dat door beide partijen wordt ondertekend.
18.2
Waar in deze overeenkomst wordt gesproken over “de gemeente” wordt bedoeld: indien het de publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders aangaat: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer; indien het de publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van de gemeenteraad aangaat: de raad van de gemeente Landsmeer; indien het de privaatrechtelijke bevoegdheden van de gemeente Landsmeer aangaat: de publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente Landsmeer.
18.3
Waar in deze overeenkomst wordt gesproken over “de initiatiefnemer” wordt bedoeld: De heer S. Buter (hoofdelijk);
18.4
De volgende bijlagen maken deel uit van de Overeenkomst. Bij eventuele discrepantie tussen de bijlagen en de Overeenkomst, prevaleert de tekst van de Overeenkomst. Bij (vermeende) discrepantie tussen de bijlagen onderling prevaleert steeds de meest recente bijlage.
Bijlage 1: Plangebied Bijlage 2: Plangebied met daarin aangegeven het bouwplan Bijlage 3: Handleiding Overheidstarieven 2020 18.5 Indien één of meer bepalingen van deze Overeenkomst als niet rechtsgeldig aan te merken zijn, dan zal de Overeenkomst voor het overige van kracht blijven. Partijen zullen dan ten aanzien van de niet rechtsgeldig gebleken bepaling(en) een vervangende regeling treffen, die wél rechtsgeldig is en zoveel mogelijk aansluit bij de strekking van de te vervangen bepaling(en). 18.6
Op deze Overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing.
Aldus in tweevoud overeengekomen te Landsmeer op [datum]
Gemeente Landsmeer
De heer S. Buter
-----------------------------------Drs. L. de Lange (burgemeester)
-----------------------------------
Bijlage 1 Plangebied
Op de onderstaande kaart is het Plangebied met rode lijnen ingetekend. Het Plangebied betreft perceel De Gouwe 17. Kadastraal bekend gemeente Landsmeer, gemeentecode LMRO2, sectie B, Perceelnummer 1978.
Bijlage 2
Plangebied met daarin aangegeven het bouwplan
Bijlage 3
Handleiding Overheidstarieven 2020
Handleiding
Overheidstarieven 2021
|2|
Colofon Titel
Handleiding Overheidstarieven 2021
Auteur
Cherine Botros (BZK)
November 2020 Inlichtingen Cherine.Botros@minbzk.nl06 - 15 267 301
Directie Ambtenaar & Organisatie
Inhoudsopgave Colofon
2
1.
2.
Inleiding
4
1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
4 4 5 5 5
Toepassing Systematiek uurtarief Toepassing van het BTW-regime Wijzigingen ten opzichte van de HOT 2020 Leeswijzer
Tarieven 2021 en toelichting
6
2.1 2.2 2.3 2.4
Gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal CAO Rijk in 2021 Gemiddelde totale kosten per salarisschaal CAO Rijk in 2021 Toelichting gemiddelde directe loonkosten Toelichting overheadkosten
6 6 7 7
2.5
Productieve uren en contracturen
9
BIJLAGE: gebruik van de HOT bij interdepartementale overhevelingen binnen het Rijk
11
B.1 B.2
11 11
|3|
Correctie centraal bekostigde activiteiten in de overhead Link met het handboek departementale herschikkingen
1. Inleiding 1.1 Doel van de handleiding Het doel van de Handleiding Overheidstarieven (hierna: HOT) is om de kosten van het in dienst hebben van een medewerker inzichtelijk te maken. De handleiding is gebaseerd op gemiddelde tarieven op basis van de standaard kantooromgeving binnen de Rijksoverheid, maar kan breder binnen de overheidgebruikt worden.
1.2 Toepassing De handleiding kan gebruikt worden voor het in rekening brengen van kosten voor bijvoorbeeld werkzaam- heden, diensten, detacheringen of overhevelingen binnen de overheid. Dit kan gedaan worden door een integraal tarief per uur in rekening te brengen of door een budgetafspraak te maken die daarop is gebaseerd. Deze handleiding biedt voor elk van de ambtelijke salarisschalen een indicatief uurtarief. De HOT kan ook worden gebruikt ten behoeve van interne doorberekening, sturing en beheersing, benchmarking en subsidieverstrekking (in de vorm van referentietarieven voor de berekening of toetsingvan subsidiabele kosten). Maar per definitie zijn niet alle soorten kosten bij alle overheidsonderdelen en marktpartijen gelijk.1 Bij het gebruik van de HOT in het kader van werkzaamheden die samenhangen met het verrichten van economische activiteiten dienen de gedragsregels van de Wet Markt en Overheid in acht te worden genomen. |4|
Voor specifieke of buitengewone situaties binnen of buiten de Rijksoverheid zijn de tarieven in deze handleiding niet altijd geschikt. De gebruiker van de HOT doet er daarom goed aan om in deze specifieke situaties de toepasbaarheid kritisch te beoordelen en zo nodig de bedragen aan te passen aan de eigen situatie.
1.3 Systematiek uurtarief De HOT geeft gemiddelde uurtarieven per salarisschaal weer. De basis van de uurtarieven zijn de salarissen van medewerkers binnen de Rijksoverheid die vallen onder de CAO Rijk. Het uitgangspunt zijn de werkelijke gemiddelde loonkosten voor de Rijksoverheid per schaalniveau. Sinds de HOT 2018 wordt de overhead bepaald aan de hand van actuele centraal beschikbare informatie. Binnen de Rijksoverheid verlenen Shared Service Organisaties (SSO’s) namelijk veel van de bedrijfsvoeringstaken, die onderdeel zijn van de overhead. In de handleiding is daarom rekening gehouden met de (ontwikkeling) van de tarieven van de SSO’s van DGVBR van BZK.2 Daarnaast is er gekozen om naast een uurtarief op basis van productieve uren, ook een uurtarief op basis van contracturen te presenteren. Het uurtarief op basis van productieve uren kan gebruikt worden voor werkzaamheden waarbij uitsluitend de direct productieve uren worden afgerekend. Dit uurtarief kan echter niet gebruikt worden voor werkzaamheden waarbij ook improductieve uren worden afgerekend, bijvoor- beeld bij het detacheren van personeel. Om deze reden presenteert de HOT ook het uurtarief op basis van contracturen. In de paragrafen 2.3 t/m 2.5 wordt de systematiek nader toegelicht.
1 Over het algemeen zijn tarieven van marktpartijen hoger, bijvoorbeeld vanwege aanvullende componenten in de overhead en/of winstopslagen. 2 Bij de kosten voor kantoorautomatisering in de overhead is het gemiddelde van de tarieven van SSC-ICT en DICTU gehanteerd.
1.4 Toepassing van het BTW-regime Er hoeft geen BTW in rekening te worden gebracht bij dienstverlening tussen organisaties die binnen het publiekrechtelijk lichaam Rijk vallen. Tot het publiekrechtelijk lichaam Rijk worden gerekend: alle ministeries,dienstonderdelen, agentschappen, ZBO’s zonder eigen rechtspersoonlijkheid, Inspecties en Hoge Colleges van Staat. Bij het verrichten van werkzaamheden en het verlenen van diensten aan derden dient in beginsel wel BTW in rekening te worden gebracht. Ten opzichte van het Rijk wordt onder derden o.a. begrepen: ZBO’s met eigen rechtspersoonlijkheid, gemeenten, provincies en marktpartijen. Voor transacties tussen organisaties buiten het Rijk dient u zelf te beoordelen welk uurtarief van toepassing is.
1.5 Wijzigingen ten opzichte van de HOT 2020 Er zijn in deze versie van de handleiding geen grote inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd ten opzichtevan de HOT 2020. Waar nodig zijn de genoemde bedragen aangepast, bijvoorbeeld vanwege indexatie.
1.6 Leeswijzer In het navolgende hoofdstuk worden de tarieven voor 2021 gepresenteerd. In de eerste tabel worden de gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal weergegeven. De tweede tabel bevat gemiddelde integrale tarieven (inclusief overhead) per salarisschaal. In de navolgende paragrafen van hoofdstuk 2worden de uitgangspunten die zijn gehanteerd voor de tariefberekening nader verklaard. Tot slot is er een bijlage opgenomen voor interdepartementale overhevelingen binnen het Rijk.
|5|
2. Tarieven 2021 en toelichting 2.1 Gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal CAO Rijk in 2021
|6|
Schaal
Loonkostenper mensjaar
Uurtarief productieve uren, excl. btw
Uurtarief productieve Uurtarief contract uren, incl. btw uren, excl. btw
1
31.000
22
27
17
20
2
34.000
24
29
18
22
3
39.000
28
33
21
25
4
43.000
30
37
23
28
5
47.000
33
40
25
30
6
50.000
35
43
27
32
7
55.000
39
47
29
35
8
60.000
43
52
32
39
9
67.000
48
57
36
43
10
75.000
53
64
40
48
11
86.000
61
73
46
55
12
99.000
70
85
53
64
13
112.000
80
96
60
72
14
125.000
88
107
66
80
15
136.000
96
117
72
88
16
148.000
105
127
79
95
17
161.000
114
138
85
103
18
175.000
124
150
93
112
Uurtarief contract uren, incl. btw
Tabel 1: directe loonkosten per salarisschaal 2021 (loonkosten per mensjaar afgerond op € 1000). Bron: P-Direkt.
2.2 Gemiddelde totale kosten per salarisschaal CAO Rijk in 2021 Schaal Loonkosten per mensjaar
Overhead Totale kosten
Uurtarief productieve uren, excl. btw
Uurtarief Uurtarief productieve contracturen, uren, incl. btw excl. btw
Uurtarief contracturen, incl. btw
1
31.000
23.300
54.300
39
47
29
35
2
34.000
23.300
57.300
40
49
30
37
3
39.000
23.300
62.300
44
53
33
40
4
43.000
23.300
66.300
47
57
35
43
5
47.000
23.300
70.300
50
60
37
45
6
50.000
23.300
73.300
52
63
39
47
7
55.000
23.300
78.300
55
67
42
50
8
60.000
23.300
83.300
59
72
45
54
9
67.000
23.300
90.300
64
77
48
58
10
75.000
23.300
98.300
70
84
52
63
11
86.000
23.300
109.300
77
93
58
70
12
99.000
23.300
122.300
87
105
65
79
13
112.000
23.300
135.300
96
116
72
87
14
125.000
23.300
148.300
105
127
79
95
15
136.000
23.300
159.300
113
137
85
103
16
148.000
23.300
171.300
121
147
91
110
17
161.000
23.300
184.300
130
158
98
118
18
175.000
23.300
198.300
140
170
105
127
Tabel 2: integrale kosten per salarisschaal 2021 (loonkosten per mensjaar afgerond op €1000).
Bovenstaande tabel bevat naast de directe loonkosten per medewerker tevens een opslag voor overheadvan € 23.300 per fte. In de navolgende paragrafen wordt een toelichting gegeven bij de in de tabellen opgenomen tarieven.
2.3 Toelichting gemiddelde directe loonkosten In deze berekeningen worden tot de Rijksoverheid gerekend alle personen die volgens de CAO Rijk wordenbezoldigd. Voor iedere salarisschaal (schaal 1 tot en met 18) worden de gemiddelde loonkosten berekend en geraamdvoor het jaar 2021. Deze gemiddelde loonkosten per schaal zijn gebaseerd op een heel kalenderjaar voor een persoon met een volledige werktijd (36 uur per week). Het gaat hier om het werkelijke Rijksbrede gemiddelde per schaal. Bij de bepaling van de loonkosten, dat wil zeggen de kosten die het Rijk als werkgever maakt, wordende volgende kostencomponenten meegenomen: a. b. c. d.
brutosalaris; Individueel Keuzebudget (IKB); door de werkgever te betalen premies voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen, inkoop voorwaardelijk pensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen, WIA/WAO, UFO, en de bijdrage Zorgverzekeringswet; de loonsverhoging van 0,7% uit de CAO Rijk 2020.3
Hierin worden dus geen (functieafhankelijke) toeslagen, zoals bijvoorbeeld onregelmatigheidstoeslag, meegenomen. In het geval een CAO voor 2021 wordt afgesloten komend jaar zullen partijen in onderlingoverleg de loonsom hierop kunnen aanpassen.
2.4 Toelichting overheadkosten Overheadkosten zijn de indirecte kosten voor de ondersteuning (PIOFACH functies4) van medewerkers. Oftewel, indirecte kosten die moeten worden gemaakt voor het in dienst hebben van een medewerker. Onderstaande overhead is berekend aan de hand van de generieke dienstverlening van de SSO’s van DGVBR.5 Kosten voor eventuele specifieke dienstverlening (maatwerk) zijn hierin niet meegenomen.
Effecten COVID-19
Het is nog onduidelijk wat de (financiële) gevolgen zullen zijn van COVID-19 op de manier van werken in 2021. Daarom is er voor gekozen om voor de overheadkosten aan te sluiten bij de HOT 2020. Dit betekent onder andere dat het bedrag voor reiskosten niet is aangepast ten opzichte van de HOT 2020. Daarnaast is bij de overige componenten alleen rekening gehouden met tariefveranderingen en niet met (eventuele) aanpassing van de dienstverlening en De overhead in deze handleiding is bepaald op € 23.300 per fte. Om te benadrukken dat de overhead een schatting is van de kosten vanwege het (toegenomen) thuiswerken. bijkomende indirecte kosten binnen de (Rijks)overheid, wordt in de handleidinggewerkt met een afgerond bedrag.
3 De thuiswerkvergoeding uit de cao is bedoeld om het thuiswerken in 2020 te vergoeden en is daarom geen onderdeel van de loonkosten voor 2021. Mocht u deze vergoeding wel mee willen nemen: volgens berekeningen van het Nibud kost thuiswerken 43 euro per maand 4 Personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting. 5 Niet alle PIOFACH-functies zijn ondergebracht bij deze SSO’s. Communicatie en financiële administratie zijn daarom geen onderdeel van de overhead.
|7|
De uitsplitsing van de overhead is als volgt: 2020 (oud)
per fte
2021 (nieuw)
per fte
Huisvesting
€ 6.000
Huisvesting
Kantoorautomatisering
€ 5.700
Kantoorautomatisering
Overige overhead
€ 6.400 € 5.600
Overige overhead
Personeelsadministratie
€ 700
Personeelsadministratie
€ 700
Reiskosten
€ 1.300
Reiskosten
€ 1.300
Opleiding
€ 1.500
Opleiding
€ 1.500
Facilitair
€ 5.500
Facilitair
€ 5.600
HR-advies en bedrijfszorg
€ 500
HR-advies en bedrijfszorg
€ 500
Documentaire informatievoorziening
€ 1.400
Documentaire informatievoorziening
€ 1.400
IMOC (1,6%)6
€ 400
IMOC (1,5%)7
€ 300
Totaal
€ 23.000
Totaal
€ 23.300
Tabel 3: oude en nieuwe grondslag van de overhead in afgeronde getallen. De verschillen worden hieronder toegelicht.
2.4.1 Huisvesting |8|
De huisvestingskosten per fte zijn bepaald aan de hand van het m2 tarief van het Rijksvastgoedbedrijf(RVB) voor de Randstad (€ 290 per m2) en vermenigvuldigd met de ruimtenorm per werkplek (24,5 m2) en vastgestelde werkpleknorm van 0,9 fte per werkplek uit het besluit tot vaststellingvan het Rijkshuisvestingsstelsel voor kantoren van de Minister voor Wonen en Rijksdienst.8 Huisvestingskosten buiten de Randstad vallen gemiddeld lager uit per fte (€ 6.100). 2.4.2
Kantoorautomatisering
De kosten voor kantoorautomatisering per fte zijn bepaald aan de hand van de tarieven van SSC-ICTen DICTU en bevatten de kosten voor: ‘de digitale werkomgeving (inclusief Microsoft Office), fysieke infrastructuur, persoonlijke devices (beveiligde telefoon met aansluiting + beveiligde laptop), persoonlijke applicaties (Adobe, SPSS, IBABS, etc.), helpdeskondersteuning en Rijksbrede ICT-voorzieningen (Rijkspas, Rijksportaal, etc.).’ Let op, omdat de tarieven van SSC-ICT en DICTU van elkaar afwijken is het opgevoerde bedrag voor kantoorautomatisering een gemiddelde van deze tarieven bij vergelijkbare dienstverlening. Hoewel de tarieven zijn gestegen, zorgen lagere prijzen voor persoonlijke devices voor een lichte dalingvan de kosten t.o.v. de HOT 2020. 2.4.3 Personeelsadministratie (P-Direkt) Vanwegede Rijksbredeafnamevanpersoneelsadministratiebij P-Direktiservoorgekozenomdeadministratiekosten te bepalen aan de hand van de P-Direkt tarieven voor generieke dienstverlening. € 700 is het gemiddelde centrale budget per fte. Dit bedrag is door afronding niet veranderd. 2.4.4
Reiskosten
2.4.5
Opleiding
Er kan op het moment van publicatie (november 2020) nog geen nauwkeurige prognose worden gemaaktvan de reiskosten voor 2021. Daarom is dit bedrag niet veranderd t.o.v. de HOT 2020.
6 Netto materiële overheidsconsumptie index voor 2020 (Bron: MEV CPB, 2019). 7 Netto materiële overheidsconsumptie index voor 2021 (Bron: MEV CPB, 2020). 8 http://wetten.overheid.nl/BWBR0038279/2016-07-16. De werkpleknorm verschilt per gebouw.
Departementen hebben opleidingsbudgetten per werknemer. Het opleidingsbudget per fte is bepaald op basis van de informatie uit de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Hierbij is het gewogen gemiddeldeopleidingsbudget van de departementen over de afgelopen 5 jaar gebruikt. 2.4.6
Facilitair
De facilitaire kosten per fte zijn bepaald aan de hand van de gemiddelde kosten per werkplek voor de generieke dienstverlening van FMHaaglanden en vermenigvuldigt met de eerdergenoemde werkpleknorm van 0,9 fte per werkplek. In de Rijksbrede Producten en Dienstencatalogus (RPDC) van de facilitaire dienstverleners zijn de generiekeproducten en diensten te vinden die onder deze post vallen. De facilitaire kosten zijn vanwege hogere tarieven licht gestegen ten opzichte van de HOT 2020. 2.4.7
HR-advies en bedrijfszorg
De component ‘HR-advies en bedrijfszorg’ bevat de gemiddelde kosten per fte voor de generieke dienst-verlening van UBR|Personeel. In de PDC van UBR staat beschreven welke diensten onder de generieke dienstverlening vallen.9 Het bedrag is door afronding hetzelfde ongewijzigd t.o.v. de HOT 2020. 2.4.8 Documentaire informatievoorziening Het bedrag voor documentaire informatievoorziening is gebaseerd op de kosten per fte van de generiekedienstverlening van DocDirekt. De generieke dienstverlening bevat o.a. het beheer van een Document Management Systeem (DMS), documentenverkeer (stukkenstroom, afhandeling post) en scandiensten. Ook dit bedrag is door afronding niet veranderd t.o.v. de HOT 2020.
2.5 Productieve uren en contracturen In de HOT 2021 wordt gewerkt met tarieven op basis van productieve uren en contracturen.Hieronder volgt een toelichting. 2.5.1 Toelichting aantal productieve uren Het uurtarief op basis van productieve uren wordt bepaald door de kosten per arbeidsjaar10 te delen doorhet aantal productieve uren per ambtenaar per jaar. Voor de berekening van het aantal productieve uren is uitgegaan van vijf werkdagen per week en een werkweek van 36 uur. Het aantal werkdagen in een jaar is verminderd met het aantal feestdagen die op een werkdag vallen, verlofdagen en ziektedagen. Voor het jaar 2021 resulteert dit in de volgende opstelling: aantal werkdagen aantal feestdagen die op een werkdag vallen bruto productieve dagen
261
bruto productieve uren (255* 7,2) vakantie-uren ziekte-uren (5,6%)11 aanwezige uren
1.836 166 -/103 -/1.567
indirect productieve uren (10%)12 netto productieve uren
157 -/1.410
6 -/255
Het aantal productieve uren voor 2021 bedraagt 1.410 uren per jaar. 2.5.2
Toelichting aantal contracturen
9 Bedrijfsgeneeskundige zorg is hier bijvoorbeeld geen onderdeel van. 10 De hoeveelheid werk die een persoon in een jaar kan verzetten. 11 Ziekteverzuimpercentage bij het Rijk. Bron: Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2019. 12 Ongeveer 10% van de aanwezige uren. Denk hier bijvoorbeeld aan reistijd in werktijd, cursussen, afdelingsuitjes.
|9|
Het uurtarief op basis van contracturen wordt bepaald door de kosten per kalenderjaar te delen door het aantal contracturen per ambtenaar per jaar. De berekening van de tarieven op basis van contracturen is gebaseerd op 1.886 uren per kalenderjaarin 2021. Voor de berekening van het aantal contracturen is uitgegaan van vijf werkdagen per week en een werkweek van 36 uren. Voor het jaar 2021 resulteert dit in de volgende opstelling: aantal werkdagen 261 omvang arbeidsovereenkomst in uren (261* 7,2) 1.879aantal contracturen 1.879 Er is hier niet gecorrigeerd voor feestdagen die op een werkdag vallen, ziektedagen en verlofdagenomdat deze uren contractueel wel betaald worden. Het betreft verloonde uren. 2.5.3 Specifieke gevallen Onderdelen van de Rijksoverheid die deze tarievenhandleiding gebruiken, kunnen voor zichzelf perconcrete situatie nagaan of het aantal netto productieve uren van 1.410 of het aantal contracturen van 1.879 van toepassing is. Zo nodig kan voor de eigen situatie van een ander aantal uren worden uitgegaan.
| 10 |
BIJLAGE: gebruik van de HOT bij interdeparte-mentale overhevelingen binnen het Rijk Deze bijlage is primair bedoeld voor het overhevelingen van beleidsDG’s of onderdelen hiervan (zoals clusters, afdelingen of directies) op basis van nieuwe politieke afspraken. Uitvoerende diensten en inspecties kennen op de Rijksbegroting een integraal tarief gebaseerd op hun kostprijs. Bij overhevelingvan deze Rijksonderdelen van het ene naar het andere ministerie kan volstaan worden met het overhevelenvan een agentschapsbegroting of een artikel(onderdeel).13 In het handboek departementale herschikkingen (te downloaden op Rijksportaal) zijn al een aantal afspraken opgenomen met betrekking tot overheadkosten bij overhevelingen. Daarom wordt in deze bijlage de link gelegd tussen deze afspraken en de overhead in de HOT. Ook wordt de overhead uit paragraaf 2.4 gecorrigeerd voor centraal bekostigde activiteiten.
B.1 Correctie centraal bekostigde activiteiten in de overhead Bij het overhevelen van fte’s van het ene naar het andere departement hoeft er geen budget in rekening te worden gebracht voor de activiteiten van SSO’s die centraal bekostigd zijn. Het budget hiervoor is immers al ondergebracht bij de centraal opdrachtgever. Er zitten twee componenten in de overhead waarbij centrale bekostiging van de generieke dienstverleningplaatsvindt, namelijk personeelsadministratie (P-Direkt) en facilitaire dienstverlening (FMHaaglanden). | 11 |
Voor P-Direkt hebben alle departementen, met uitzondering van Defensie, het budget overgeheveld. Het corrigeren van de reguliere overhead voor de kosten voor P-Direkt resulteert in het volgende bedrag: overhead kosten voor personeelsadministratie (P-Direkt) reguliere overhead min P-Direkt
€ 23.300 € 700 -/€ 22.600
Voor FMHaaglanden hebben de volgende departementen het budget overgeheveld: BZK, BZ, IenW, SZW,VWS, JenV, OCW, EZK en LNV. Als zowel het latende als het ontvangende departement het budget voor FMHaaglanden heeft overgedragenaan BZK dan kan de volgende overhead gehanteerd worden: overhead min P-Direkt kosten voor facilitaire dienstverlening (FMHaaglanden) reguliere overhead min P-Direkt en FMHaaglanden
€ 22.600 € 5.600 -/€ 17.000
Zoals in paragraaf 2.4 is aangegeven, is er voor de overhead gekeken naar generieke dienstverlening.Specifieke dienstverlening (maatwerk) vanuit P-Direkt en FMHaaglanden is niet centraal bekostigd.
B.2 Link met het handboek departementale herschikkingen In paragraaf 3.4.3 van het handboek, genaamd ‘Algemene uitgangspunten vervolg vierde fase’, komen de afspraken terug die gerelateerd zijn aan de HOT. Afgesproken is om de overhead uit deze handleidingte hanteren. Afhankelijk van welke delen van de overhead centraal bekostigd zijn, kan hiervoor één van de bedragen uit paragraaf B.1 worden gehanteerd.
13 Als het gaat om het overhevelen van de vergoeding voor de overhead (zie ook paragraaf 2.4) dan dient eerst te worden nagegaan in hoeverre interne verrekenafspraken binnen een ministerie gelden. Immers het is voorstelbaar dat in het integrale tarief van een uitvoerende dienst de kosten voor deze overhead zijn opgenomen.
Daarnaast is voor het overhevelen van fte’s voor het primaire proces afgesproken dat over te hevelen vacatures of functies waarvoor de bezetting niet direct is toe te delen aan een persoon worden verrekendop basis van de loonkosten uit tabel 1 in paragraaf 2.1. B.2.1 Ondersteuning In de overhead zit geen component voor de stafdiensten en overige ondersteuning binnen het departement. In paragraaf 3.4.3 van het handboek zijn de volgende richtlijnen opgenomen voor het overhevelen van fte’s voor ondersteuning van het primaire proces: • Er wordt per geval bekeken hoeveel fte’s er binnen de zogenaamde dedicated functies overgeheveld moeten worden.14 • Voor de over te hevelen functies in de algemene bedrijfsvoering (PIOFACH) op het latende ministerie wordt een toeslag van 9% gehanteerd op de fte’s van het primaire proces en de dedicated functies. Onderstaande tabel geeft een voorbeeld van hoe het totaal aan fte’s eruit zou kunnen zien: Schaal
Fte
Loonkosten
Fte primair proces
9
3 (vacature 1 fte)
Daadwerkelijke loonkosten 2 fte plus loonkosten schaal 9 uit tabel 1 (paragraaf 2.1)
(36 fte totaal)
11
9
Daadwerkelijke loonkosten
12
13
Daadwerkelijke loonkosten
13
6 (vacature 1 fte)
Daadwerkelijke loonkosten 5 fteplus loonkosten schaal 13 uit tabel 1 (paragraaf 2.1)
15
4
Daadwerkelijke loonkosten
16
1
Daadwerkelijke loonkosten
Dedicated fte
11
1,5
Daadwerkelijke loonkosten
(4 fte totaal)
12
1,5
Daadwerkelijke loonkosten
13
1
Daadwerkelijke loonkosten
3,6
Daadwerkelijke loonkosten
| 12 |
Opslag PIOFACH (9% van 40 fte) Fte totaal
11
43,6
Tabel 5: voorbeeld over te hevelen fte’s.
Voor deze 43,6 fte wordt, naast het totaal aan loonkosten, per fte ook een overhead bedrag uit paragraaf B.1 overgedragen. B.2.2 Overige componenten Zoals genoemd wordt in paragraaf 3.4.3 van het handboek zijn, naast ondersteuning, ook de componenten externe inhuur en buitenlandse dienstreizen niet in de overhead opgenomen. Voor deze componenten kunnen de specifieke budgetten op de begroting worden overgedragen.15
14 Dedicated functies zijn de direct met de over te hevelen taak verbonden werkzaamheden, die voor meer dan 50% van de totale werktijd van de fte betreffen. In de praktijk betreffen dit vaak stafdiensten die niet onder de PIOFACH-noemer vallen, zoals wetgeving, internationale zaken en politiek-bestuurlijke advisering. 15 Zie de Rijksbrede Kostensoorten tabel van Financiën voor informatie over personeelskosten op de begroting.
Deze Handleiding is een uitgave van:
Rijksoverheid
Postbus 20011, 2500 EA Den Haag November 2020 | Publicatie-nr. 20406447