8.1-M.1 Motie DorpsBelang Ontwerpbestemmingsplan Van Beekstraat 249 plus bjilage
Tekst van het document
Motie art. 58 RvO Versie d.d.1:
wo 26-11-2025 23:58
Naam indiener (fractie):
Debby Mulder Damme (DorpsBelang)
Raadsvergadering d.d.:
27 november 2025
Agendapunt:
7.1 Ontwerpbestemmingsplan Van Beekstraat 249 (Z/2025/046862)
Onderwerp:
Raadsvoorstel Portefeuillehouder: Wethouder N. Bonenkamp Datum 28 oktober 2025 B&W vergadering. Documentkenmerk: D/2025/166217 behorende bij zaak: Z/2025/046862 Aan de raad, Onderwerp: Ontwerpbestemmingsplan Van Beekstraat 249 Voorgesteld raadsbesluit/c.q. beslispunten 1. Kennis te nemen van de ingediende zienswijzen en de nota van beantwoording; 2. Te constateren dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met de Provinciale Omgevingsverordening NH2020; 3. Het bestemmingsplan “Van Beekstraat 249, Landsmeer” niet vast te stellen; 4. Het verzoek om herziening van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied 2009” ten behoeve van het perceel t.o. Van Beekstraat 249 te weigeren.
Titel motie:
Ontwerpbestemmingsplan Van Beekstraat 249
De gemeenteraad van Landsmeer, in vergadering bijeen op 27 november 2025, Constaterende dat ▪ De indiener in het kader van de beantwoording van de zienswijzen er opnieuw een toets is uitgevoerd, in dit geval aan de provinciale omgevingsverordening NH2020. ▪ Uit deze toets blijkt dat het plan in strijd is met in ieder geval artikel 6.46 uit provinciale omgevingsverordening NH2020 wat regelt onder welke voorwaarden ontwikkelingen binnen een Bijzonder Provinciaal Landschap zijn toegestaan. ▪ Het moet gaan om een ontwikkeling 1) van groot openbaar belang, 2) waarvoor er geen reële alternatieven zijn; en 3) waarvan de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en de aantasting wordt gecompenseerd. ▪ Met deze ontwikkeling er geen sprake van een ontwikkeling van groot openbaar belang is volgens de gemeente. Bij dergelijke plannen moet worden gedacht het realiseren van duurzame energieopwekking die zijn opgenomen in een Regionale Energiestrategie. ▪ Uit de toets is gebleken dat deze strijdigheid niet kan worden weggenomen. De beoogde ontwikkeling valt immers niet in lijn te brengen met de uitzonderingen van groot algemeen belang die in deze instructieregel benoemd zijn.
1
Moties aanleveren bij de griffie uiterlijk vóór 12:00 uur op de dinsdag voorafgaand aan de raadsvergadering.
Moties kunnen eventueel nog voorzien worden van handtekening(en) bij de griffier voorafgaand aan de raadsvergadering.
--- vervolg motie art. 58 RvO
Overwegende dat ▪ Medewerking verlenen aan het verzoek zou mogelijk zijn middels het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan voor het perceel. De raad is op grond van artikel 3.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. ▪ Door middel van onderhavig plan wordt een extra bouwvlak gecreëerd aan de overzijde van de Van Beekstraat 249; het bestaande bouwvlak aan de Van Beekstraat 249 wordt verkleind. Ter plaatse van het nieuwe bouwvlak kan een stal worden gebouwd waardoor de koeien voor de weidegang de weg niet meer hoeven over te steken. ▪ Behoud van agrarische bedrijven van belang zijn, voor het karakteristieke open veenweidegebied. ▪ Het belang van de aantasting van het landschap door de nieuwe bouwmogelijkheid dient te worden gewogen tegen het belang van de agrariër van een betere bedrijfsvoering (en mogelijk indirect het behoud van de agrariër). ▪ Initiatiefnemer vervolgens heeft aangegeven dat hij wil stoppen met dit plan en zich beraadt op een eventueel nieuw initiatief. Initiatiefnemer heeft echter aangegeven zijn verzoek voor dit bestemmingsplan niet schriftelijk te willen intrekken. Zonder intrekkingsverzoek is het aan de raad om te besluiten over het vervolg van deze procedure. ▪ Het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen is getoetst aan de op dat moment geldende wetgeving.
Gelet op Ow en IOw dient een bestemmingsplan dat na inwerkingtreding van de Ow nog moet worden vastgesteld, getoetst te worden aan het voor 112024 geldende recht en beleid. Dit betekent voor dit bestemmingsplan dat het niet voldoet aan de provinciale omgevingsverordening NH2020 die gold direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om deze reden kan het bestemmingsplan niet worden vastgesteld.
Spreekt uit dat ▪ Het landschapsbeheer door agrariërs van cruciaal en blijvend belang is voor de instandhouding van onze leefomgeving, waarbij zorgvuldig handelen en heldere randvoorwaarden vanzelfsprekend moeten zijn. De indiener beschikt over de relevante pachtcontracten en beheert een substantieel deel van ons gebied binnen onze grenzen, waarmee hij een schakel vormt in het behoud en de kwaliteit van ons weidelandschap.
Draagt het College op ▪ In overleg te treden met de provincie teneinde te bespreken op welke wijze agrariërs een structurele rol kunnen blijven vervullen in het landschapsbeheer, alsmede welke voorzieningen en randvoorwaarden hiervoor noodzakelijk zijn. ▪ In samenwerking met de provincie tot oplossingsrichtingen te komen die het, ondanks de huidige rigide beleidslijn, mogelijk maken om woningbouw binnen het aangewezen ‘Bijzonder Landschap’ te realiseren. Gelet op het aanzienlijke tekort aan betaalbare woningen kan uitsluitend inzetten op inbreidingslocaties dit probleem niet oplossen. De gemeente Landsmeer zal, mede vanwege de beperkte infrastructurele mogelijkheden, niet kunnen ontkomen aan uitbreidingslocaties in de omliggende weilanden (die in eigendom van de gemeente zijn). ▪ Te onderkennen dat de bestaande provinciale regels niet alleen de indiener, maar de gehele gemeenschap – en in het bijzonder woningzoekenden – belemmeren, en daarom actief maatregelen te nemen. Hoewel er reeds wel uitbreidingen plaatsvinden in Den Ilp, zijn er aanvullende locaties op gemeentelijke gronden beschikbaar! Het College wordt verzocht met spoed het gesprek hierover met de provincie aan te gaan en de benodigde stappen te zetten om verdere woningbouw mogelijk te maken.
Pagina 2 van 5
--- vervolg motie art. 58 RvO
En gaat over tot de orde van de dag.
Debby Mulder Damme (DorpsBelang)
Pagina 3 van 5
--- vervolg motie art. 58 RvO
Bijlage 1) Zienswijze van Beekstraat 249 1.2b Indiener geeft aan dat de kernwaarden uit de provinciale omgevingsverordening NH2020 door dit ontwerpplan worden aangetast. Zo wordt volgens indiener het open karakter van het veenpolderlandschap ingeperkt door de bouwplannen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden. Beantwoording gemeente Het plangebied valt binnen het Bijzonder provinciaal landschap Oostzaner- en Ilperveld’. Binnen dit landschap is het open karakter van het open weidegebied van grote waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot verdere verdichting zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. Dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot verdichting in de linten zijn eveneens een aantasting van deze kernkwaliteit. Dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot verdichting in de linten zijn eveneens een aantasting van deze kernkwaliteit. Indiener stelt terecht dat met deze ontwikkeling het open karakter van het gebied wordt ingeperkt door de mogelijkheden uit dit bestemmingsplan. De zienswijze is gegrond. Gevolgen: De zienswijze is gegrond, nu het bestemmingsplan niet ingaat op de inperking en aantasting van de kernkwaliteit.
1.2c Volgens indiener wordt het nieuwe bouwperceel helemaal volgebouwd, beginnend op ongeveer 75 m vanaf de openbare weg met een totale lengte van150 m het weiland in. Dit gaat volgens indiener ten koste van het open weiland achter het lint. Beantwoording gemeente Op pagina 25 van het ontwerpplan wordt gesteld dat het bebouwen van het nieuwe bouwvlak binnen de bufferzone weliswaar in strijd is met de destijds geldende POV (vastgesteld 7-7-2019), maar dat er geen alternatieven zijn en dat er door de verkleining van het bestaande bouwvlak compensatie plaatsvindt. Artikel 6.46 lid 8 van de provinciale omgevingsverordening NH2020 geeft echter nog een derde voorwaarde: er moet sprake zijn van een groot openbaar belang. Aan deze voorwaarde is in het ontwerpplan niet getoetst. Uit de artikelsgewijze toelichting bij artikel 6.46 van de provinciale omgevingsverordening kan echter worden geconcludeerd dat dit plan niet van groot openbaar belang is. Bij dergelijke plannen moet worden gedacht het realiseren van duurzame energieopwekking die zijn opgenomen in een Regionale Energiestrategie. Van een dergelijke ontwikkeling is geen sprake. Op basis hiervan moet worden geconcludeerd dat het plan in strijd is met artikel 6.46 van de provinciale omgevingsverordening NH2020.
Gelet op bovenstaande moet worden geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de strijdigheid van het bestemmingsplan met de POV NH2020 op te heffen. De zienswijze is gegrond. Gevolgen: De zienswijze is gegrond. Dit bestemmingsplan kan niet worden vastgesteld nu het in strijd is met de instructieregels uit de provinciale omgevings-verordening NH2020. Het doel van het bestemmingsplan is om een nieuw bouwperceel mogelijk. Dat betekent dat het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld. Gelet hierop behoeven de overige ingediende zienswijzen geen behandeling. Nu het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld, behoeven de overige ingediende zienswijzen geen behandeling meer.
Pagina 4 van 5
--- vervolg motie art. 58 RvO
3. CONCLUSIE Het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen is getoetst aan de op dat moment geldende wetgeving. Gelet op Ow en IOw dient een bestemmingsplan dat na inwerkingtreding van de Ow nog moet worden vastgesteld, getoetst te worden aan het voor 1-1-2024 geldende recht en beleid. Dit betekent voor dit bestemmingsplan dat het niet voldoet aan de provinciale omgevingsverordening NH2020 die gold direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om deze reden kan het bestemmingsplan niet worden vastgesteld. Deze situatie is ook van invloed op de beantwoording van de ingediende zienswijzen. Gelet op de beantwoording van de zienswijze van indiener 1, moet worden geconcludeerd dat het bestemmingsplan Van Beekstraat 249 niet kan worden vastgesteld nu het in strijd is met de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening NH2020. Het college van burgemeester en wethouders zal een raadsvoorstel aan de gemeenteraad toezenden waarin wordt verzocht om niet over te gaan tot vaststelling van dit bestemmingsplan. Gelet hierop behoeve de overige 8zienswijzen geen inhoudelijke behandeling. Alle indieners zullen hiervan op de hoogte worden gebracht.
Pagina 5 van 5