CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

5490-2023 RIB - bijlage ondertekening Woondeal MRA

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: RAADSINFORMATIEBRIEVEN17.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang, zowel kwalitatief als kwantitatief. De overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken. Het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten

A. Monitoring en bespreking voortgang 10.1 De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie zorgt, in afstemming met provincies en gemeenten, dat hier overeenstemming over is. 10.2 Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de Woondeal MRA vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van BZK, de provincies en de regio. 10.3 De frequentie van het regulier Woondealoverleg over de voortgang van de Woondeal MRA wordt in onderling overleg tussen rijk en regio bepaald. Op ambtelijk niveau nemen hieraan BZK, de provincies en andere afgevaardigden vanuit de woondealregio deel.

Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers vanuit de MRA vindt minimaal drie keer per jaar plaats. Er vindt twee keer per jaar een Bestuurlijk Overleg Woondeal (BO Woondeal MRA) plaats tussen de minister voor VRO en een bestuurlijke afvaardiging vanuit de MRA. 10.4 De afspraken worden zo nodig jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte t/m 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast maken Rijk en provincies in 2023 eenmalig een tussenbalans op ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave zoals afgesproken in de Woningbouwafspraken tussen Rijk en provincies, op basis van de optelsom van alle Woondeals. Waar nodig wordt deze (landelijke) tussenbalans bestuurlijk besproken.

In 2025, en eerder indien nodig, maken Rijk en regio een tussenevaluatie van de voortgang en geboekte resultaten op de wederkerige afspraken over de volle breedte van de Woondeal MRA. Als deze evaluatie hier aanleiding toe geeft, kan actie worden ondernomen en kunnen de afspraken in deze Woondeal worden gewijzigd.

18

Def versie 26 februari 2023 10.5 Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen. 10.6 De Woondealtafel is een sectorale tafel en gaat primair over de woningbouw. Tegelijkertijd hangt de bouw van woningen samen met tal van andere (ruimtelijke en) sociaal-maatschappelijke opgaven. Knelpunten met betrekking tot deze andere opgaven die de woningbouw raken, zoals de betaalbaarheid en verduurzaming van de bestaande voorraad, kunnen agenderend worden ingebracht in de Woondeal-overleggen (zie bijlage 5). Rijk en regio wegen gezamenlijk af op welke tafel deze knelpunten en onderwerpen inhoudelijk het best besproken kunnen worden om gezamenlijk tot oplossingen te komen. Waar mogelijk gebeurt dit op een bestaande landelijke of regionale tafel (zoals bijvoorbeeld het overleg met de focusgebieden, als het gaat om leefbaarheid en veiligheid). In gezamenlijkheid wordt bepaald hoe de regionale context en betrokkenheid daarin worden meegenomen. Indien er geen bestaande tafel is, bepalen Rijk en regio gezamenlijk hoe en waar het knelpunt het beste besproken kan worden.

B. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen 10.7 Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: “los het op, of schaal het op’’. 10.8 Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. 10.9 Voor gebieds- of locatie-specifieke knelpunten wordt via de regionale versnellingstafel aan oplossingen gewerkt.

Alle partijen die in de keten zijn betrokken bij woningbouw zoals marktpartijen, corporaties, waterschappen, drinkwaterbedrijven, netbeheerders en zorgkantoren kunnen knelpunten agenderen en bespreken op de regionale versnellingstafel. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel of specifieke gebiedstafels (zie bijlage 5). De regionale versnellingstafel wordt twee keer per jaar op MRA-niveau georganiseerd. Daarnaast wordt ook op deelregionaal/ lokaal niveau voortgangsoverleg georganiseerd. De bouwambassadeur van beide provincies bereidt samen met het kernteam versnelling MRA deze gesprekken voor en zoekt aansluiting bij bestaande overleggen. 10.10 De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle bovenregionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en zoeken naar een oplossing. Via de regionale versnellingstafel worden problemen en oplossingen aangedragen voor de landelijke versnellingstafel, waarbij ook (een afvaardiging van) de betreffende woondealregio's wordt betrokken.

11. Kritische succesfactoren, randvoorwaarden en ondersteuning De MRA wil graag een grote bijdrage leveren aan de nationale woningbouwopgave, met de bouw van 171.200 woningen tot en met 2030. Of dit gaat lukken, hangt niet alleen af van gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen, de provincies en andere stakeholders af, maar ook van de kaderstellende, faciliterende, stimulerende en financierende rol die het Rijk kan nemen. Deze hoge productie is alleen haalbaar als tijdig in de kritische succesfactoren/randvoorwaarden – inclusief ‘wat de regio vraagt’ - wordt voorzien. Deze randvoorwaarden zijn behalve van deze 19

Def versie 26 februari 2023 Woondeal ook onderdeel van de provinciale afspraken tussen Rijk en de twee provincies. Dit vraagt wederkerige afspraken tussen Rijk en regio over onderstaande randvoorwaarden, het wegnemen van knelpunten en financiële ondersteuning van de MRA-opgave. Indien de randvoorwaarden niet of niet tijdig worden ingevuld en er geen alternatieve oplossingen voor het wegnemen van knelpunten worden gevonden, zal dit ertoe leiden dat we de woningbouwdoelstelling tot en met 2030 niet (tijdig) kunnen realiseren. Indien er binnen het Rijk al acties lopen om de juiste randvoorwaarden te creëren, is dit hieronder toegelicht. De minister voor VRO spant zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministeries de kritische succesfactoren in relatie tot woningbouw aan te pakken. In het geval het creëren van de juiste randvoorwaarden onder de verantwoordelijkheid van een ander Ministerie valt, geldt dat het ministerie van BZK fungeert als ‘toegangspoort’ naar het Rijk. We scheppen duidelijkheid, door het maken van afspraken en stellen van kaders. Het doel is om de voortgang op de woningbouw te behouden. Voor onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, zal het Rijk zich inspannen om deze weg te nemen. 11.1 Het realiseren van de opgave is complex.

Kritische succesfactoren8 zijn bepalend voor het kunnen realiseren van de woningbouwopgave. Hiervoor is zowel inzet vanuit het Rijk nodig als vanuit provincie en gemeenten. Onderstaand wordt aangegeven op welke wijze Rijk en provincies ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen locatie specifieke- en generieke ondersteuning. 11.2 Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de Woondeal MRA middels procesgeld. Dit bedrag kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de Woondeal MRA. Dit procesgeld wordt uitgekeerd via de provincies. De provincies zijn verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende Woondealregio’s. 11.3 Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Dit met oog voor een gezond, veilig en schoon leefmilieu voor nu en in de toekomst. Het gaat om knelpunten op het vlak van klimaatbestendig bouwen, natuur inclusief bouwen, verduurzaming, geluid, stikstof, een gezond, klimaatbestendig en veilig leefmilieu, luchtkwaliteit, energievoorziening en erfgoed. We scheppen duidelijkheid, door het maken van afspraken en het stellen van kaders.

Het streven is om onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen. 11.4 Daar waar het kan, worden de kritische succesfactoren zoveel mogelijk lokaal of regionaal opgelost en daar waar nodig, worden ze landelijk besproken. - De meeste van de belemmeringen kunnen gebiedsgericht worden opgelost. Hierbij kan er gebruik worden gemaakt van de landelijke regelingen die er zijn voor bijdragen aan de realisatie van woningbouw. Daar waar nodig kan de regionale versnellingstafel en/of het expertteam woningbouw worden ingezet. - De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle bovenregionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en te zoeken naar een oplossing. - Voor een aantal van de kritische succesfactoren is al een governance-structuur ingericht en wordt naar besluitvorming toegewerkt. Daarbij zal worden aangesloten. 11.5 Voor alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren geldt dat deze periodiek besproken zullen worden in de woondealoverleggen om de voortgang te monitoren. Het Rijk informeert de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld.

Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen.

8

Kritische succesfactoren zijn randvoorwaarden die invloed hebben op realisatie van de woningbouw, dit kan zowel op landelijke schaal als regio-specifiek zijn.

20

Def versie 26 februari 2023

Kritische succesfactoren: randvoorwaarden voor de woningbouwdoelstelling (A t/m G) A. Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren is er voldoende capaciteit op het energienetwerk nodig. Door congestie op het regionale energienetwerk is aansluiten van grootgebruikers in vrijwel de hele MRA lastig. Hierdoor kunnen op woningbouwlocaties geen commerciële en maatschappelijke functies met een grootverbruik aansluiting zoals een supermarkt, school of sporthal worden gerealiseerd. Ook snellaadpleinen voor elektrisch (openbaar) vervoer kunnen niet worden geplaatst. Dit heeft een maatschappelijke impact op de leefbaarheid in nieuwe woonwijken en het is bovendien de vraag of exploitatiebegrotingen rondkomen. Ook kunnen bedrijven van binnenstedelijke locaties niet verhuizen naar bedrijventerreinen, omdat zij daar niet worden aangesloten, waardoor woningbouwlocaties in transformatiegebieden niet vrijkomen. De regio constateert dat, om de woningbouwopgave (tijdig) te kunnen realiseren, de netcongestie aangepakt moet worden. Dit vergt een versnelde uitbreiding van het energienetwerk en het vergroten van de netcapaciteit.

Het Rijk heeft hiertoe de volgende acties uitgezet:  In samenspraak met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt door BZK gekeken of- en waar er in het energienetwerk moet worden geïnvesteerd, zodat woningbouw en voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen.  De P-MIEK-tafels9 worden benut om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK overleggen, dan wordt het geagendeerd bij het landelijke MIEK-overleg. Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio aan het Rijk specifiek aandacht voor: -

Tijdige realisatie van voldoende netcapaciteit in relatie tot het tempo van woningbouw en bijbehorende voorzieningen Voldoende capaciteit bij de rechtelijke macht en bij netbeheerders Experimenteerruimte in regelgeving Innovatie (smart grids, energieopslag) Verdere energiebesparing van de gebouwde omgeving

B. Stikstof Rijk en regio constateren dat, om de woningbouwopgave (tijdig) te kunnen realiseren, er voldoende stikstofruimte nodig is. De uitspraak over de bouwvrijstelling was een tegenslag voor de woningbouwopgave. Het betekent zeker niet dat het land ‘op slot gaat’. Grote projecten moesten vaak al deposities berekenen, beoordelen en compenseren. De stikstofdepositie in de gebruiksfase (bovenal door verkeersstromen) is daar immers ook groot. Kleinere projecten zullen veelal doorgang kunnen vinden. Hun stikstofdeposities zijn klein en kortstondig, en daarmee veelal niet vergunningplichtig. Wel moeten initiatiefnemers als gevolg van de uitspraak berekeningen uitvoeren en ecologisch beoordelen om vast te stellen of de activiteit vergunningplichtig is. Dit leidt tot vertraging en toename van kosten, wat wordt versterkt door capaciteitstekorten bij onderzoeksbureaus en overheden.

9

P-MIEK staat voor: (Provinciaal) Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat. Via het MIEK werkt de overheid samen met industrie, energieproducenten en netbeheerders om projecten voor de infrastructuur van energie en grondstoffen te versnellen.

21

Def versie 26 februari 2023 Het Rijk zet hiertoe de volgende acties uit: 

  

Het Rijk heeft op 25 november 2022 een stikstofbrief gepubliceerd. Er is een aanpak voor piekbelasters. Hierdoor kan de natuur herstellen en ontstaat op termijn ruimte voor vergunningverlening aan o.a. de woningbouw10. Het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) is en blijft een belangrijk instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Ook stimuleert het Rijk schoon en emissieloos bouwmaterieel met €400 mln. (bovenop de €500 mln. die al beschikbaar was). Op de korte termijn (beoogde oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen door middel van kengetallen/vuistregels. Dit met als doel om de administratieve lasten voor initiatiefnemers, die als gevolg van de extra onderzoeksplicht ontstaan, zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus kunnen worden aangepakt. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Stikstofknelpunten en vraagstukken bij de ontwikkeling van locaties kunnen worden geadresseerd aan de regionale en/of landelijke versnellingstafel.

Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio het Rijk om aanvullende maatregelen te treffen: 

  

Het meenemen van de industrie en daarmee maatwerkafspraken te maken. Dit vraagt een specifieke aanpak voor de industrie, zoals Tata Steel en Schiphol, via de betreffende NOVEXgebieden. Een ADC-toets11 voor de regionale woningbouwopgave. Rijk en provincies werken de mogelijkheden hiertoe samen uit. Spoedige duidelijkheid over doorrekening zonder de meetcorrectie (17%) en andere wijze van meten.12 Het vullen van de stikstofbank voor woningbouw, waarbij het Rijk via gerichte bronmaatregelen depositieruimte toevoegt zodat de Rijkstoezegging wordt ingevuld.13

C. Geluid Rijk en regio constateren dat geluidsproblematiek in de MRA niet los gezien kan worden van het realiseren van (een deel van) de woningbouwopgave. Rijk en regio werken daarom samen aan het volgende: 

Op locaties waar geluidsproblematiek woningbouw beïnvloedt, kan dit op de regionale versnellingstafel en/of woondealtafel aangekaart worden, zodat gezamenlijk naar een aanpak gezocht kan worden binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Zo is de ontwikkeling van Kronenburg belangrijk voor de leefbaarheid en woningbouwopgave. Rijk, provincie en gemeenten gaan zich gezamenlijk inzetten om verbeteringen te realiseren. De gemeente Amstelveen geeft

Zie Kamerbrief over voortgang integrale aanpak landelijk gebied en opvolging Porthos-uitspraak RvS | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 10

11

De ADC-toets is voor activiteiten met een negatief effect op de natuur, maar waarvoor geen alternatieven (A) zijn, en waarbij sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang (D). Als dit het geval is, kunnen de nodige compenserende maatregelen (C) worden genomen om ervoor te zorgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. 12 De “meetcorrectie” heeft betrekking op de bron van stikstof die voorheen werd aangeduid als 'ammoniak uit zee’. Omdat het bij de gevonden ammoniak in kustgebieden onduidelijk is waar het vandaan komt, is er een verschil tussen model en meting. Dit wordt nu aangeduid als ‘meetcorrectie’, RIVM doet onderzoek naar de bron. 13 Zie:

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/11/13/maatregelenpakket-voor-de-stikstofproblematiek-in-de-woningbouw--en-infrastructuursector-en-voor-de-pfas-problematiek https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/04/01/hoofdlijnen-van-de-gecombineerde-aanpak-van-natuur-water-enklimaat-in-het-landelijk-gebied-en-van-het-bredere-stikstofbeleid

22

Def versie 26 februari 2023

 

aan dat ze deze locatie nodig heeft om de benodigde aantallen sociale woningbouw te realiseren. Voor de regio Schiphol wordt de NOVEX-Schiphol tafel benut om het thema geluid en andere onderwerpen te adresseren. TU Delft en AMS Institute doen onderzoek naar de mogelijkheden voor geluidsadaptief bouwen vooral vanwege luchtvaartgeluid. Het Rijk draagt hieraan bij met een subsidie. De uitkomsten hiervan zullen worden gepubliceerd.

Om tijdige realisering van de woningbouw te bevorderen werken Rijk en regio samen aan: 

Op korte termijn: oplossingsrichtingen t.a.v. de geactualiseerde cumulatieregels geluid in de Omgevingswet die bijdragen aan tijdige realisatie van de woningbouwopgave in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Op langere termijn: een betere aansluiting tussen de Omgevingswet en de Wet luchtvaart.

D. Betaalbaarheid Rijk en regio constateren dat, om voldoende sociaal en betaalbaar aanbod te genereren voor de huishoudens die hierop zijn aangewezen, het nodig is dat het aandeel betaalbaar in de nieuwbouwplannen stijgt en daadwerkelijk wordt gerealiseerd en daarbij geborgd wordt dat deze woningen langdurig betaalbaar blijven. Dit vergt het nemen van verantwoordelijkheid en inzet van alle partijen. Hiertoe zijn in hoofdstuk 1 en 4 (proces)afspraken gemaakt over realisatie van de doelstelling van 2/3 betaalbaar in de nieuwbouw, de groei naar minimaal 30% sociale huur in de voorraad per gemeente en het huisvesten van aandachtsgroepen. Om dit mogelijk te maken zet het Rijk in op onderstaande maatregelen: 

 

Het Rijk geeft voorjaar 2023 duidelijkheid hoe de beschikbare middelen vanuit de Woningbouwimpuls zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet, inclusief ruimere mogelijkheden voor kleine gemeenten, zodat de woningbouw tijdens de economische tegenwind door kan gaan. Het Rijk, provincies en regio blijven in gesprek over de werkwijze van de WBI en eventuele aanpassingen hierin. Het Rijk biedt ondersteuning aan gemeenten in de voorbereiding van WBI-aanvragen door middel van de inzet van Impulskamers. Het Rijk heeft het voornemen om via de Wet versterking regie Volkshuisvesting het instrumentarium te versterken om in ruimtelijke plannen regels te kunnen stellen over de bouw van sociale huurwoningen. Daarnaast is in het wetsvoorstel de definitie van sociale huur aangescherpt, met als uitgangspunt dat deze langjarig betaalbaar blijft en de huisvesting van onder meer aandachtsgroepen waarborgt. Het Rijk werkt aan regulering van de middenhuur (Kamerbrief d.d. 9 december 2022). Gezamenlijk streven van Rijk en regio is om voldoende betaalbaar aanbod te realiseren en langdurig betaalbaar te houden. Gemeenten behouden de mogelijkheid om bij nieuwbouw via privaatrechtelijke afspraken (anterieure overeenkomsten, gronduitgifte of erfpachtuitgifte) aanvullende eisen te stellen.

Rijk en Regio gaan monitoren of de voorgestelde regulering in de MRA voldoende bijdraagt aan de betaalbaarheidsdoelstellingen van 2/3 betaalbare nieuwbouw en toegroeien naar minimaal 30% sociale huur in de voorraad. Het Rijk voorziet in een Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen gericht op het financieel helpen van starters bij het kopen van een woningen. Het Rijk onderzoekt of aanpassing van de huidige instrumenten (financieel en juridisch) gewenst is ten einde de effectiviteit van grondbeleid te vergroten. Daarbij is een van de aandachtspunten hoe het grondbeleid kan bijdragen aan versnelling van de woningbouw en het terugdringen van publieke tekorten bij gebiedsontwikkeling. Partijen zetten zich in om het bestaande instrumentarium ter voorkoming van vertraging van woningbouwplannen optimaal in

23

Def versie 26 februari 2023

te zetten. Een overzicht van de instrumenten is te vinden in de Handreiking Vertraging Voorkomen met Grondbeleid14. Het Rijk zal met haar grondposities en/of vastgoedbezit bijdragen aan het realiseren van de woningbouwopgave inclusief een reële bijdrage aan de betaalbaarheidsdoelstellingen.

Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio het Rijk daarnaast: 

De regio acht het noodzakelijk, om de afspraken voor betaalbare woningbouw te kunnen realiseren, dat er een nieuwe vorm van langjarige financiering komt (bijvoorbeeld door objectgebonden financiering, zoals de voormalige BLS subsidies). Uitgangspunten daarbij zouden moeten zijn: substantieel lagere administratieve last voor zowel Rijk als gemeenten, zekerheid aan de voorkant over de verwachte bijdrage, en gelijk profijt voor alle betaalbare bouwprojecten ongeacht omvang. Zo draagt dit direct bij aan versnelling van de bouw van de broodnodige betaalbare woningen in álle gemeenten, groot en klein. Daarmee is het direct ook voor iedere gemeente een stimulans om hun bijdrage te kunnen leveren aan de sociale woningbouwopgave en het huisvesten van aandachtsgroepen. De regio vraagt in dit kader ook aandacht voor de mogelijkheid van een financiële stimulans om bestaande afspraken en grondexploitaties van projecten waar al overeenkomsten zijn gesloten, en die op korte termijn tot uitvoering kunnen komen, open te breken om het aandeel betaalbare woningen te verhogen.

Voorwaarde zou daarbij moeten zijn dat dit binnen de bestaande ruimtelijke afspraken en participatie mogelijk is, zodat er geen vertraging ontstaat, dat de betrokken partijen (marktpartijen, corporaties en overheden) deze aanvraag gezamenlijk doen en dat zij zelf ook een financiële bijdrage aan de programma-omzetting leveren. De regio vraagt het Rijk om over bovenstaande maatregelen gezamenlijk gedachten te ontwikkelen en dit mee te nemen bij de eventuele aanpassing van bestaande of nieuwe vormen van financiering. Rijk en regio willen ervoor zorgen dat betaalbare woningen in de nieuwbouw van voldoende kwaliteit en oppervlakte zijn, met het oog op een divers aanbod (voor onder meer gezinnen die een grotere woning nodig hebben) en doorstroming. De regio vraagt het Rijk gezamenlijk te verkennen welke aanvullingen mogelijk zijn op het instrumentarium om hier eisen aan te kunnen stellen. De regio vraagt het Rijk om aandacht te hebben voor het beter in positie brengen van woningcorporaties bij nieuwbouw en dit goed te verankeren in de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Bijvoorbeeld door het aandeel sociale woningbouw te relateren aan toegelaten instellingen of partijen die ook aandachtsgroepen huisvesten. Dit speelt met name op de beoogde bouwlocaties waar gemeenten geen grondeigenaar zijn.

De regio vraagt aandacht voor de gestegen vennootschapsbelasting, stijgende kosten voor lonen, onderhoud, nieuwbouw en verduurzaming en stijgende rente en de gevolgen daarvan voor de financiële positie van corporaties. Realisatie van de in deze Woondeal benoemde aantallen sociale huur- en middenhuurwoningen door corporaties in de MRA zijn alleen haalbaar, als de financiële positie van corporaties niet verder onder druk komt te staan. In de Nationale Prestatieafspraken hebben Rijk, Aedes, VNG en de Woonbond ook (proces)afspraken gemaakt over monitoring van o.a. de fiscale lastendruk voor corporaties en de betaalbaarheidssituatie voor huurders in relatie tot de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven. Vanwege de sterk veranderende macro-economische omstandigheden wordt de geplande update over de financiële haalbaarheid een jaar naar voren gehaald en reeds in 2023 uitgevoerd. Daarin worden ook de fiscale aspecten meegenomen. De regio constateert dat de voorgestelde regulering van huurwoningen zorgt voor meer middenhuur, maar in de MRA als ongewenst effect heeft dat er minder huur tot de liberalisatiegrens (€808 prijspeil 2023) komt.

Gezien de hoge marktdruk in de MRA is de grens van 187 punten (€1.000 prijspeil 2022, naar verwachting €1.100 bij invoering) mogelijk niet hoog genoeg om voldoende betaalbaar aanbod in het middensegment te borgen, en is een hogere puntengrens voor onze regio meer passend. De regio en BZK gaan hierover in gesprek.

14

https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/publicaties/2022/04/01/handreiking_vertraging_voorkomen_met_grondbeleid) 24

Def versie 26 februari 2023 

Gelet op het Fonds betaalbare koop wijst de regio erop dat het realiseren van voldoende betaalbare koopwoningen die, ondanks de hoge marktdruk in de MRA, langdurig behouden blijven voor het betaalbare segment, lastig is. Een koopregeling kan hierbij helpen, maar voorkomen moet worden dat dergelijke regelingen leiden tot prijsopdrijvende effecten.

E. Mobiliteit Rijk en regio constateren dat de grote voorziene groei aan woningen en werkgelegenheid investeringen vergt in mobiliteit en het remmen van mobiliteitsgroei. Daarbij ligt de nadruk op mobiliteitstransitie. Die wordt gerealiseerd door een mix van investeringen in onder meer fiets en OV, beleidskeuzes gericht op beïnvloeding van gedrag, verstedelijking in de nabijheid van knooppunten en spreiding van werkgelegenheid. Rijk en regio werken in dit verband samen via onder andere Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, de Verstedelijkingsstrategie MRA, de aanpak Bereikbare Steden, Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040. Het toevoegen van 171.200 woningen t/m 2030 in de MRA - met een accent op grootschalige woningbouw rondom OV-Knooppunten- vergt een schaalsprong in het mobiliteitssysteem. Via de afspraken uit het BO MIRT worden door het Rijk, met cofinanciering van de regio, grote investeringen in de mobiliteitsopgave van de MRA gedaan. Bij het BO MIRT 2022 is daar een significante stap in gemaakt. Gezamenlijke invulling van de mobiliteitsopgave blijft echter nodig. Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio het rijk het volgende:  Voor de grotere mobiliteitsinvesteringen die nog niet gedekt zijn samen met de regio te zoeken naar een financiële oplossing.  Voortzetting van de WBI of een daarmee vergelijkbare vereenvoudigde regeling.

Hoewel die regeling niet primair bedoeld is voor mobiliteitsinvesteringen worden veel kleinere mobiliteitsprojecten via die regeling financieel haalbaar gemaakt.  Gezien de grote nadruk op het bouwen rondom OV-knooppunten, voortkomend uit de mobiliteitstransitie en bovengenoemde kaders van Rijk en regio samen, roept de regio op om samen met het rijk te voorkomen dat afschaling van trein-dienstregeling nadelige (bereikbaarheids-) effecten heeft op de beoogde woningbouwlocaties.  Samen te zoeken naar duurzame mobiliteitsoplossingen.

F. Focus op de uitvoering Rijk en regio constateren dat, om de hoge woningbouwdoelstellingen te kunnen halen, het belangrijk is om zo snel mogelijk over te gaan van denken naar doen -en daartoe te zorgen voor voldoende personele capaciteit bij alle betrokken partijen. Samenwerking, afstemming en vertrouwen tussen partijen onderling zijn noodzakelijk om tot voldoende versnelling van de woningbouw te komen. Dit vraagt inzet van alle betrokken partijen vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheden, en een sterkere regie vanuit de overheid. Door alle fasen en in alle onderzoeken wordt herkend dat de beschikbare personele capaciteit een belangrijke reden voor vertraging is in de woningbouwproductie. Het gaat daarbij niet alleen om een kwantitatief probleem (aantal mensen), maar ook om gebrek aan kennis en (proces)kunde. Rijk en regio nemen hiertoe de volgende acties:  Het Rijk brengt samen met medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen mogelijkheden in beeld om de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten, ondersteund door een gezamenlijk uit te voeren onderzoek.  Knelpunten als gevolg van gebrek aan capaciteit en expertise bij medeoverheden en Raad van State worden geagendeerd op de (deel-)regionale versnellingstafels. Desgewenst kan via de regionale versnellingstafel de landelijke versnellingstafel worden ingezet.

Om de woningbouwdoelstellingen tijdig te kunnen realiseren vraagt de regio aandacht voor:  Het verkorten van de doorlooptijd van planologische procedures, onder andere door een betere balans tussen de belangen van de woningzoekenden en die van de omwonenden.  Juridisch instrumentarium voor overheden om te sturen op (onder andere) een aandeel betaalbare woningbouw, via de wet Versterking regie op de Volkshuisvesting.

25

Def versie 26 februari 2023

G. Verduurzaming en kwaliteitsverbetering bestaande voorraad 

 

De regio vraagt het Rijk aandacht te hebben voor de samenhang van de nieuwbouwopgave met de opgaven in de verbetering en verduurzaming van de bestaande woningen en wijken, om te voorkomen dat de ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen verder toeneemt door toenemend verschil in kwaliteit en duurzaamheid van woning en woonomgeving. Aandacht voor verbetering van bestaande wijken kan het draagvlak voor nieuwbouw onder de huidige bewoners vergroten en bezwaar beperken. De huidige energiecrisis vraagt daarbij ook nog veel extra investeringen en inzet op met name energiebesparing in de bestaande en met name oudere woonwijken. Voldoende personele capaciteit is ook hier een cruciale factor (zie 11.6.6). De regio vraagt daarom aandacht voor het feit dat capaciteit en geld van overheden, corporaties en beleggers verdeeld moeten worden over bestaand woongebied en nieuwbouw. De regio vraagt ook aandacht voor de specifieke kenmerken van de woningvoorraad in onze regio (bijvoorbeeld veel VvE’s en monumenten) in relatie tot de Rijksmaatregelen en subsidieregelingen die door het Rijk worden ingezet vanuit het programma Verduurzaming gebouwde omgeving.

Kritische succesfactoren: ondersteuning locaties 11.6 Voor de locaties opgenomen in de tabel en op de kaart (PM) in bijlage 2 in deze Woondeal zijn de belangrijkste kritische succesfactoren en hun effecten geïdentificeerd. Een overzicht hiervan is weergegeven in de tabel met grootschalige bouwlocaties, in bijlage 2. 11.7 De in tabel met grootschalige bouwlocaties (bijlage 2) benoemde kritische succesfactoren zullen periodiek besproken worden in de reguliere woondeal-overleggen. Dit geldt ook indien nieuwe belemmeringen voor de woningbouw zich opwerpen. 11.8 In de tabel van bijlage 2 is opgenomen welke locaties onder de grootschalige NOVEX- woningbouwlocatie vallen. Voor deze gebiedsontwikkelingen geldt dat – naast uitdagingen rond het realiseren van bijvoorbeeld voldoende betaalbaar aanbod of de uitplaatsing van bedrijven – er omvangrijke ingrepen in de omliggende mobiliteitssystemen nodig zijn om de beoogde volumes te realiseren. Hiervoor maken betrokken overheden, woningcorporaties, marktpartijen en andere stakeholders. Langdurige samenwerkingsafspraken, gebaseerd op best practices vanuit de publiek/private gebiedsontwikkelingspraktijk. 11.9 In de tabel van bijlage 2 is tevens, in de laatste kolom, opgenomen welke projecten vanuit het Rijk subsidie hebben ontvangen vanuit de Woningbouwimpuls, BO MIRT, BO Leefomgeving of grootschalige (NOVEX-) woningbouwlocaties.

Deze tabel wordt na iedere tranche/nieuwe subsidieronde aangevuld en projecten die subsidie krijgen worden hieraan toegevoegd. In bijlage 4 (PM) is een overzicht opgenomen van de toegekende bedragen. 11.10 In de hele keten is een gebrek aan capaciteit. Om die reden hebben de provincies voor de MRA een flexibele schil ingericht. Gemeenten kunnen met cofinanciering van het Rijk en de provincies extra capaciteit en expertise inhuren. De gemeenten worden begeleid door Kernteam Versnelling, de bouwambassade en – in Noord-Holland – vanuit het Masterplan Wonen inzet van gebiedsontwikkelaars. De provincies Flevoland en Noord-Holland stellen hiervoor in de periode 2022-2024 cofinanciering beschikbaar vanuit de flexpoolmiddelen voor de regio. 11.11 Het Kernteam Versnelling Woningbouw en de bouwambassade voeren regelmatig overleg en stemmen af met de verschillende taskforces die door het Rijk kunnen worden ingezet, zoals de Taskforce Sociale Woningbouw, de Taskforce WBI en het Expertteam Woningbouw (RVO). De samenwerking is gericht op een efficiënte inzet van externe capaciteit om gesignaleerde knelpunten te helpen oplossen. 11.12 Naast de locatie specifieke ondersteuning, ondersteunen Rijk en provincie ook via generieke (financiële) regelingen. Een overzicht van deze regelingen is opgenomen in bijlage 3.

Rijk en provincie informeren gemeenten wanneer er nieuwe regelingen opengesteld worden en dienen als eerste vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden.

26

Def versie 26 februari 2023

Handtekeningen Provincies  

Noord-Holland Flevoland

Gemeenten                             

Aalsmeer Almere Amstelveen Amsterdam Beverwijk Blaricum Bloemendaal Diemen Edam-Volendam Gooise Meren Haarlem Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Hilversum Huizen Landsmeer Laren Lelystad Oostzaan Ouder-Amstel Purmerend Uithoorn Velsen Waterland Wijdemeren Wormerland Zaanstad Zandvoort

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

27

Def versie 26 februari 2023

Bijlage 1. Woningbouwafspraken per gemeente Uitwerking afspraak 1.2 en 4.4. Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave, verbindt zich aan de opgave om te zorgen voor voldoende betaalbare woningen en streeft er daarom naar om via een reëel tijdpad toe te groeien naar twee derde betaalbaar segment in de programmering, rekening houdend met het huidige aandeel betaalbaar en middensegment in de bestaande voorraad. De bestaande voorraad is van invloed op de verdeling binnen het betaalbare segment (sociaal en/of middensegment) in het nieuwbouwprogramma. Hieronder is een overzicht opgenomen welk aandeel elke gemeente en/of regio neemt in het totaal van de MRA-bouwopgave. De doelstelling om twee derde van de programmering in het betaalbare segment (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) te realiseren is in dit overzicht vooralsnog alleen indicatief bepaald (ook voor Amsterdam en Haarlem, waar vanuit het lokale beleid wordt ingezet op de hogere doelstelling van 40% sociaal en 40% middensegment). De precieze inzet per gemeente vraagt daarom nadere uitwerking in 2023, met daarbij de volgende aandachtspunten:  In de uitwerking wordt rekening gehouden met de omvang van de voorraad in het sociale huur- en middensegment. In het overzicht is opgenomen welke gemeenten nog geen ‘fair share’ aan sociale huur in de voorraad hebben.

De afspraak is dat deze gemeenten in de nadere uitwerking van hun programmering in 2023 betekenisvolle stappen zetten om op een aanvaardbare termijn naar een fair share in de voorraad toe te groeien. Indien het toegroeien naar 30% in de voorraad evident niet logisch of haalbaar is, kan hierop via het bestuurlijk woondealoverleg tussen Rijk en regio een uitzondering worden gemaakt.  Bij de nadere uitwerking van de programmering wordt ook rekening gehouden met de woonzorgvisies die in 2023 worden opgesteld en met de lokale mogelijkheden voor huisvesting van aandachtsgroepen.  De mogelijkheden om in de programmering daadwerkelijk aan de richtinggevende betaalbaarheidsdoelstelling in het betaalbare segment te voldoen, worden beïnvloed door bestaande afspraken voor projecten, in anterieure overeenkomsten of anderszins. Om vertraging in de realisatie te voorkomen is daarbij het uitgangpunt dat deze contracten niet hoeven te worden opengebroken, waardoor er mogelijk pas op een later moment aan de doelstelling in de programmering kan worden voldaan.  Om duidelijk te maken welke bijdrage de corporaties kunnen leveren om het programma bij te stellen naar tot twee derde betaalbaarheid, is per gemeente in beeld gebracht hoeveel woningen corporaties kunnen en willen bouwen. Dit betreft zowel bestaande plannen als ambitie.

Duidelijk is dat de bestaande plannen nog onvoldoende zijn om de MRA-doelstelling te behalen en voldoende woningen in het betaalbare segment te kunnen realiseren. Gemeenten werken daarom samen met corporaties aan de hand van de opgave per gemeente en de ambities van de corporaties uit in welke projecten (waarin het programma nog niet is vastgelegd in overeenkomsten) een aanvullend aandeel in het betaalbare segment wordt gerealiseerd. Waarbij inzet is om aan de gezamenlijke MRA-doelstelling te voldoen, toe te groeien naar twee derde betaalbaar in de productie en – op een reële termijn - een fair share in de voorraad.  De genoemde ‘ambitie’ aantallen van de corporaties kunnen in overleg tussen gemeenten en corporaties binnen deelregio’s anders worden ingezet, rekening houdend met de locatie- en bouwmogelijkheden en (fair share in) de bestaande voorraad.  De corporaties kunnen en willen ook een bijdrage leveren aan ontwikkeling van huurwoningen in het middensegment, maar hebben hiervoor – net als voor het totaal van de plannen en ambities in het sociale huursegment- nog onvoldoende locaties. Hier worden nadere afspraken over gemaakt in de lokale prestatieafspraken tussen gemeenten, corporaties en huurders.

28

Def versie 26 februari 2023 voorraad

Woningbouwopgave 2022-2030

Corporatieplannen 2023-2030*

biedingen provincies/reality check

plannen corporaties vanaf 2023 (2022 niet meegenomen)

% corporatiehuur datawonen.nl dVI Gemeente

sociale huur corpo's 2020 Almere/Lelystad Almere Lelystad AM regio Aalsmeer Amstelveen Diemen Haarlemmermeer Ouder-Amstel Uithoorn Amsterdam Weesp G&V Blaricum Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren ZaWa Edam-Volendam Landsmeer Oostzaan Purmerend Waterland Wormerland Zaanstad ZK/IJ Beverwijk Bloemendaal Haarlem Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort

24% 28% 18% 24% 21% 19% 26% 27% 35% 30% 19% 19% 25% 30% 15% 19% 17% 22% 26% 30% 24% 28% 33% 33% 16% 27% 29% 18% 32% 24%

plancapaplancapaciteit citeit middenmiddensociale huur; sociaal segment segment totaal Beschikbare Richting(let op: richting(let op: totale beschikbare plancapiteit gevende t/m 2029, gevende t/m 2029, bouwopgave plancapiteit tov opgave opgave nog opgave nog (reality check (let op: t/m (let op: t/m (obv 30% v.h. zonder ( obv 36% zonder /provinciaal 2029, nog 2029: nog totaal) 2030) v.h. totaal) 2030) bod) zonder 2030) zonder 2030) 9.420 9.196 11.304 4.492 31.400 40.818 130% 6.360 7.853 7.632 4.095 21.200 34.830 164% 3.060 1.343 3.672 397 10.200 9.845 97% 9.165 11.091 10.998 6.444 30.550 40.359 132% 600 653 720 553 2.000 3.062 153% 1800 2624 2160 871 6.000 9.128 152% 1020 1094 1224 645 3.400 3.387 100% 4020 4982 4824 3659 13.400 18.135 135% 1350 1588 1620 497 4.500 5.031 112% 375 150 450 219 1.250 1.616 129% 20.250 27.778 24.300 23.069 67.500 86.938 129% 23069 2.070 1.480 2.484 1.416 6.900 8.265 120% 105 3 126 1 350 367 105% 750 435 900 134 2.500 2.639 106% 960 587 1152 756 3.200 2.756 86% 90 159 108 23 300 651 217% 18 27 22 0 60 170 283% 150 269 180 502 500 1.152 230% 4.950 8.696 5.940 4.459 16.500 28.403 172% 180 249 216 280 600 910 152% 45 0 54 39 150 305 203% 45 50 54 65 150 330 220% 1440 2.302 1728 864 4.800 6.580 137% 0 44 0 203 0 150 182 180 513 500 1.100 220% 150 525 180 91 500 1.421 284% 2940 4.455 3528 2.404 9.800 17.344 177% 5.505 9.614 6.606 4.456 18.350 26.798 146%

840 1325 1008 563 2.800 3.635 130% 150 162 180 41 500 660 132% 3120 5350 3744 3500 10.400 16.097 155% 285 612 342 229 950 1.176 124% 30 0 36 0 100 93 93% 900 2009 1200 0 3.000 4.348 145% 180 157 216 122 600 789 132%

Nieuwbouw Nieuwbouw nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw middenmiddenmiddensociale huur sociale huur nieuwbouw segment in segment segment in projecten ambitie sociaal totaal projecten ambitie totaal 3411 8305 11716 159 519 678 3088 6420 9508 129 309 438 323 1885 2208 30 210 240 2261 6793 9054 183 461 644 265 51 316 0 0 0 234 1850 2084 67 0 67 250 100 350 0 0 0 1001 3714 4715 0 313 313 467 999 1466 49 148 197 44 79 123 67 0 67 15750 11418 27168 2501 1434 3935 1142 13 311 403 315 15 85 5027 157 0 0 1372

4275 60 1561 2325 178 67 84 5958 666 0 50 2459

52 352 3094 2793 238 11 1811 519 0 104 110

201 214 2368 4853 160 137 2471 125 71 1856 33

5417 73 1872 2728 493 82 169 10985 823 0 50 3831 0 253 566 5462 7646 398 148 4282 644 71 1960 143

45 0 27 0 18 0 0 303 80 0 34 0

278 0 23 230 0 0 25 944 20 0 0 191

4 28 157 91 0 0 51 0 0 0 40

0 0 733 107 0 0 107 0 0 0 0

323 0 50 230 18 0 25 1247 100 0 34 191 0 4 28 890 198 0 0 158 0 0 0 40

29

Def versie 26 februari 2023 Aandachtspunten bij bovenstaande tabel: 

 

De plancapaciteit per jaar is nu nog tot en met 2029 in beeld, waardoor het jaar 2030 niet is meegenomen en de plancapaciteit schijnbaar lager is dan deze in werkelijkheid is. Dit wordt in 2023 aangepast in de monitor plancapaciteit, waarna ook de plancapaciteit van 2030 wordt toegevoegd. In de cijfers van de woningcorporaties is het jaar 2022 niet meegenomen. Het bruto totaal van Noord-Holland telt nog niet op tot het aantal van 143.600 woningen uit de provinciale woningbouwafspraken, maar ten opzichte van de reality check is het bruto aantal wel opgehoogd van ruim 135.000 naar bijna 140.000. Bovendien worden er op basis van de uitwerking in de Woondeal netto wel meer woningen toegevoegd dan voorzien, namelijk 130.000 in plaats van iets minder dan 125.000. Er is bruto aanzienlijk meer plancapaciteit beschikbaar, in de verdere regionale uitwerking (in 2023) wordt nog bekeken of en zo ja, waar, de bruto doelstellingen kunnen worden aangevuld tot 143.600 waarmee in het bod van de provincie rekening is gehouden. In de regio Gooi & Vechtstreek is geen 130% plancapaciteit ten opzichte van de programmering. Doordat er in deze (MRA deel-)regio minder mogelijkheden zijn om te bouwen, zijn er minder ‘reservelocaties’. Vanwege de hoge marktvraag, is de slaagkans wel groot en wordt de beoogde jaarproductie wel steeds gehaald.

De opgenomen productiecijfers zijn in lijn met de (MRA deel-)regionale afspraken over de lijst van projecten met meer dan 50 woningen, waarover in het Woonakkoord van de Gooi & Vechtstreek afspraken over zijn gemaakt. De opgenomen aantallen zijn afhankelijk van de mate waarin voldaan wordt aan de randvoorwaarden van het bod. Zolang deze randvoorwaarden (nog) niet – of niet geheel - zijn ingevuld, zal de productie per gemeente en/of regio lager uitvallen.

Mogelijke aanvulling aandeel sociaal per gemeente: particulier beheerde sociale voorraad Sociale huur particulieren op basis van WiMRA Almere/Lelystad ZaWa Almere 2% Edam-Volendam Lelystad 4% Landsmeer AM regio Oostzaan Aalsmeer 6% Purmerend Amstelveen 4% Waterland Diemen 9% Wormerland Haarlemmermeer 4% Zaanstad Ouder-Amstel 6% Uithoorn 1% Amsterdam 11% Weesp 3% ZK/IJ G&V Beverwijk Blaricum 0% Bloemendaal Gooise Meren 4% Haarlem Hilversum 5% Heemskerk Huizen 3% Heemstede Laren 3% Velsen Wijdemeren 6% Zandvoort

2% 2% 2% 2% 2% 3%

In de bovenstaande tabel is bij de sociale voorraad alleen de door woningcorporaties beheerde voorraad meegeteld. Onder voorwaarden kan in aanvulling hierop ook de particuliere sociale huurvoorraad (deels) worden meegeteld. Dit is afhankelijk van de afspraak dat een woning aantoonbaar minstens 25 jaar –ook bij mutatie- met een huur onder de liberalisatiegrens wordt verhuurd. Daarnaast moeten de betreffende woningen onder de huisvestingsverordening moeten vallen om te verzekeren dat sociale huur bij de doelgroep terecht komt. Voordat sociale huur van particuliere verhuurders kan worden meegeteld voor het ‘fair share’ in de voorraad, dient dit te worden aangetoond. In de tabel hiernaast is, op basis van het WiMRA, opgenomen om welk aandeel het hierbij in potentie gaat, afhankelijk van bovengenoemde voorwaarden.

5% 2% 6% 4% 3% 4% 6%

30

Def versie 26 februari 2023

Bijlage 2: MRA Grotere gebiedsontwikkelingen In onderstaande lijst zijn de volgende grotere gebiedsontwikkelingen opgenomen:   

Grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties (zoals vastgesteld tijdens het BO Leefomgeving voorjaar 2022/BO MIRT najaar 2022: MRA West, MRA Oost, Havenstad) Regionaal significante locaties, die cruciaal zijn om de regionale opgave tot en met 2030 te kunnen realiseren. Voor de MRA wordt hierbij uitgegaan van gebiedsontwikkelingen vanaf 2.000 woningen. Woningbouwprojecten die een financiële bijdrage hebben ontvangen van Rijk (bijvoorbeeld Woningbouwimpuls).

De lijst is niet statisch maar wordt jaarlijks voor het BO Woondeal geagendeerd en zo nodig geüpdatet. Aangezien er in de MRA ruim 2.000 projecten zijn die bijdragen aan het behalen van de productie, kunnen niet alle locaties in onderstaand overzicht worden opgenomen. Terwijl ook de kleinere projecten belangrijk zijn om de woningbouwopgave te kunnen realiseren. De voortgang van alle projecten samen worden gevolgd via de monitor plancapaciteit, Primavera en projectenlijst. Bij het bespreken van de voortgang en jaarproductie, kunnen ook specifieke knelpunten bij kleinere projecten aan de orde worden gesteld en wordt informatie hierover voor de kleinere projecten aan de hand van deze bestaande monitoring in beeld gebracht.

Projectkenmerken

Kritische succesfactoren c.q. randvoorwaarden voor tijdige realisatie Mobiliteit

Stikstof

Geluid

Energie-congestie

Programmering (2/3e aandeel betaalbaar nog niet geregeld en/of andere afspraken gemaakt)

Kennis en capaciteit

Toekomstbestendig (klimaat, duurzaamheid, circulair)

!

!

!

Ruimtelijke regel-geving

Subsidie Rijk (WBI / BO MIRT /anders)

Gemeente

Locatie

Plancapa-citeit t/m 2030

1

Almere

2

Almere

Bereikbare steden: Centrum Noord-West Centrum Noord-Oost Centrum Zuid Oosterwold

6.380 1.134 1.942 3.304 2.500

3

Almere

5.500

Grootschalige Woningbouwlocaties

4

Almere

Poort (Kustzone, Olympiakwartier, Europakwartier) Nobelhorst

4.000

Grootschalige Woningbouwlocaties

5

Amstelveen

Kronenburg

2.500

6

Amstelveen

Legmeer

2.150

7

Amstelveen

Bereikbare steden

1.000

8

Amsterdam

Projectgebied Noord NDSM

2.290

!

BO-Leefomgeving

BO-Leefomgeving

! ! !

!

!

!

!

!

!

!

! WBI

! !

! BO-Leefomgeving

31

Def versie 26 februari 2023 Projectkenmerken

Kritische succesfactoren c.q. randvoorwaarden voor tijdige realisatie

Gemeente

Locatie

Plancapa-citeit t/m 2030

9

Amsterdam

3.640

10

Amsterdam

11

Amsterdam

Projectgebied Ringzone West - Diversen Ringzone West Projectgebied Zuidoost - Arenapoort Projectgebied Zuidoost - Amstel III

12

Amsterdam

Projectgebied Noord Buiksloterham

2.500

!

13

Amsterdam

Projectgebied Noord Hamerkwartier

2.700

!

14

Amsterdam

Projectgebied Nieuw West - Diversen Nieuw West

6.080

15

Amsterdam

Projectgebied Oost Sluisbuurt/Baaibuurten

4.600

!

!

16

Amsterdam

5.750

!

!

!

17

Amsterdam

3.000

!

!

!

18

Amsterdam

Projectgebied Havenstad - Sloterdijk Centrum en Zuid Projectgebied Schinkelkwartier - Diversen Schinkelkwartier Projectgebied Oost - IJburg fase II &

5.160

!

Mobiliteit

Stikstof

Geluid

Energie-congestie

Programmering (2/3e aandeel betaalbaar nog niet geregeld en/of andere afspraken gemaakt)

!

Kennis en capaciteit

Toekomstbestendig (klimaat, duurzaamheid, circulair)

Grootschalige Woningbouwlocaties BO Leefomgeving

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Amsterdam

Weespersluis / Bloemendaler-polder

2.380

WBI (SD-zuid)

! !

20

Beverwijk

900

21

Beverwijk

Spoorzone-West (stationsgebied) Kuenenplein-buurt

22

Diemen

Holland Park

2.970

23

Haarlem

Bereikbare steden Europaweg/ Nieuw-zuid Oostpoort

10.573 6.167 1.009

!

BO-Leefomgeving

WBI (Roëlbuurten)

BO-Leefomgeving, WBI (fase II) Grootschalige Woningbouwlocaties (fase III)

Fase III 19

Subsidie Rijk (WBI / BO MIRT /anders)

!

4.130 5.360

Ruimtelijke regel-geving

!

! WBI

500

! !

!

! !

! !

WBI, BO-leefomgeving, BO-MIRT

32

Def versie 26 februari 2023 Projectkenmerken Gemeente

24

Haarlem

25

Haarlemmermeer

26

Kritische succesfactoren c.q. randvoorwaarden voor tijdige realisatie

Locatie

Plancapa-citeit t/m 2030

Centrum / binnenstad

3.397

Ontwikkelzone ZuidWest (incl. Plaza west) Bereikbare steden: Centrumontwikkelingen

Mobiliteit

Stikstof

2.000

!

!

10.286 1.499

!

Kennis en capaciteit

!

!

!

WBI Grootschalige Woningbouwlocaties Grootschalige Woningbouwlocaties Grootschalige Woningbouwlocaties WBI

!

Cruquiushof – Zwaanshoek Lisserbroek

850

!

!

!

2.250

!

!

!

Bereikbare steden Stationsgebied Arenapark 1.221 Bereikbare steden: Stationsgebied-west

2.384 626 500 1.258 525

! !

!

!

Bereikbare steden: Campus midden / Zorgcampus Kustzone

1.500

!

!

!

1.200 1.700

! !

4.000

! ! !

33

Lelystad

34

Lelystad

35

Lelystad

Bereikbare steden Stadshart Warande

36

Ouder-Amstel

De Nieuwe Kern

1.800

37

Purmerend

4.171

38

Purmerend

Bereikbare steden: Ontwikkeling Stationsgebied, binnenstad/stadshart, Wheermolen-Oost Oostflank

39

Waterland

Galgeriet Monnickendam

3.000 – 5.000 700

WBI

!

!

Lelystad

Subsidie Rijk (WBI / BO MIRT /anders)

!

!

32

Ruimtelijke regel-geving

!

200

Lelystad

Toekomstbestendig (klimaat, duurzaamheid, circulair)

!

Nieuw-Vennep west

31

29

Programmering (2/3e aandeel betaalbaar nog niet geregeld en/of andere afspraken gemaakt)

8.787 1.200

30

28

Energie-congestie

Van Heuven Goedhartlaan Pionier-Bols terrein

Haarlemmermeer Haarlemmermeer Haarlemmermeer Haarlemmermeer Hilversum

27

Geluid

!

!

!

BO-Leefomgeving, Grootschalige Woningbouwlocaties

! !

!

!

! !

!

! !

!

! !

! !

! BOL (voor 482 woningen)

! WBI

!

BO-MIRT, WBI

! !

WBI

33

Def versie 26 februari 2023 Projectkenmerken

Kritische succesfactoren c.q. randvoorwaarden voor tijdige realisatie

Gemeente

Locatie

Plancapa-citeit t/m 2030

40

Zaanstad

775

41

Zaanstad

Bereikbare Steden: Kogerveld Kogerveld

42

Zaanstad

1.200

43

Zaanstad

714

44

Zaanstad

45

Zaanstad

Bereikbare Steden: Zuiderhout Noord Knooppunt Zaanse Schans (Guisweg) Zaandam Centrum, inclusief Bereikbare Steden Centrum Oost Maak.Noord

46

Zaanstad

Mobiliteit

Stikstof

Geluid

!

Energie-congestie

Programmering (2/3e aandeel betaalbaar nog niet geregeld en/of andere afspraken gemaakt)

Kennis en capaciteit

Toekomstbestendig (klimaat, duurzaamheid, circulair)

!

!

!

*2

BO MIRT

Grootschalige woningbouwlocatie Achtersluispolder Noordelijk deel Totaal van grotere gebiedsontwikkelingen

*2

WBI

!

*1

!

!

! !

!

!

!

!

!

!

*2

Mobiliteits-fonds

!

!

!

*2

WBI

! !

! !

!

*2

WBI

Aandeel t.o.v. totale opgave *1 *2

!

4.274

750

Subsidie Rijk (WBI / BO MIRT /anders)

*1

1.733

1.900

Ruimtelijke regel-geving

! !

*1

*1

*1

!

*2

!

-

Grootschalige Woningbouw-locaties

135.675 79% Nog niet overal bekend afhankelijk van individuele projectberekeningen, moet voldoen aan geldende wet- en regelgeving Financiële haalbaarheid speelt hier in combinatie met allerlei andere eisen die gerealiseerd moeten in projecten zoals een betaalbaar programma

34

Def versie 26 februari 2023

Kaart 1. Verstedelijkingsconcept MRA met bouwlocaties Woondeal en geüpdatete plancapaciteit.

35

Def versie 26 februari 2023

Bijlage 3: Generieke ondersteuning woningbouw Het Rijk ondersteunt door:  Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken. Het Rijk informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen.  Procesgeld Woondeals  Woningbouwimpuls  Regeling flexpools  Regeling huisvesting aandachtsgroepen  Volkshuisvestingsfonds  Transformatie faciliteit  Regeling tijdelijke huisvesting  Subsidieregeling VWS ten behoeve van geclusterde woonvormen, intergenerationeel wonen en de bouw van ontmoetingsruimtes. Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan om concrete- als generieke vragen.  Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw)  Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties  Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting  Landelijke versnellingstafels  Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave en de huisvesting van aandachtsgroepen. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereid.

 BZK coördineert de opgave die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste aanspreekpunt richting andere departementen. De minister voor VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren als stikstof, geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen aan te pakken.  Het Expertteam Woningbouw van RVO heeft een loketfunctie waar gemeenten, provincies en woningcorporaties terecht kunnen met vragen over ondersteuning (woningbouw@rvo.nl). Dit Expertteam beschikt over (o.a. juridische) experts die medeoverheden en woningcorporaties kunnen bijstaan met onafhankelijk advies en praktische ondersteuning. Deze experts kunnen in een periode van 6 tot maximaal 12 maanden meerdere malen kortstondig worden ingezet om een concreet woningbouwproject te versnellen. We onderzoeken hoe we de loketfunctie kunnen versterken, zodat gemeenten, provincies en woningcorporaties het Expertteam Woningbouw beter weten te vinden met hun vragen.  Door middel van de flexpoolregeling kunnen provincies aan de slag met het opstellen van een regionale of provinciale pool van professionals die voor langere tijd kunnen worden ingezet. Provincies en gemeenten kunnen de bijdrage besteden aan capaciteit in de voorfase van woningbouw- en herstructureringsprojecten en het opstellen van integrale woon-zorgvisies.

Zo kunnen zij bijvoorbeeld projectleiders, stedenbouwkundigen of planeconomen inhuren en deze ter beschikking stellen aan gemeenten waar een tekort aan ambtelijke capaciteit een knelpunt vormt. Zowel in 2022 als in 2024 stelt BZK hiervoor €40 miljoen beschikbaar, de tranche beschikkingen van 2022 wordt op dit moment uitgevoerd. De komende periode gaan we aan de slag om deze flexpoolfunctie samen met de provincies te versterken.  Er is voor vier jaar extra budget van €3 miljoen voor uitbreiding van de capaciteit van de Afdeling bestuursrechtspraak (voor de Omgevingskamer) beschikbaar gesteld. De provincie ondersteunt door: Noord-Holland:  Inzet van de bouwambassadeur en kernteam versnelling.  Cofinanciering van extra inhuur via de flexibele schil (een regeling voor de kleinere gemeenten en de Flexibele schil MRA).  Inzet OV-fonds (Aanpak OV-Knooppunten).  Een knelpuntenbudget voor kleinere projecten (vanuit Masterplan Wonen, via bouwambassade).

36

Def versie 26 februari 2023  

Subsidie voor uitvoering van de Woonakkoorden en uitwerking van de woningbouwopgave in 2023, voor de Woondeal. De provincie ondersteunt verder door de regelingen die te vinden zijn via https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Bouwen_Wonen (Zie o.a. ‘Voor samenwerkende partijen’, ‘voldoende woningen’, ‘advies voor energiezuinige woningen’, ‘duurzaam bouwen en wonen’).

Flevoland:  Inzet van de bouwambassadeur en kernteam versnelling.  Cofinanciering van extra inhuur via de flexibele schil (een regeling voor de gemeenten in Flevoland).  Inzet OV-fonds (Aanpak OV-Knooppunten)  Subsidie voor uitvoering van de Woonagenda en uitwerking van de woningbouwopgave in 2023, voor de Woondeal.  De provincie ondersteunt verder door de regelingen die te vinden zijn via https://www.flevoland.nl/loket.

37

Def versie 26 februari 2023

Bijlage 4: Overzicht rijkssubsidies Rijksbijdragen BO MIRT 2022 aan MRA Toegekend voor Zuidas en schaalsprong metro: € 4,1 mrd   

Totaal investeringsbedrag € 5,4 mrd 75% voor rekening Rijk (€ 4,1 mrd) 25% voor rekening regio (€ 1,3 mrd)

Zuidas + flanken:    

-Realiseren van Zuidasdok -Aanpassing verkeersknopen Amstel en Nieuwe Meer -Realiseren van 3e perron/5e en 6e spoor (intern. OV-terminal) -Aanpak Rozenoordbrug

Schaalsprong metro:      

-Doortrekken Noord/Zuidlijn via Schiphol naar Hoofddorp -100% bekostiging gewenste voorkeursvariant -Start MIRT-Verkenning -Sluiten Ringlijn -1e fase t/m Hemknoop Haven Stad - 100% bekostiging -Start MIRT-Verkenning Isolatorweg- Amsterdam CS

Toegekend voor versnelling woningbouw MRA: € 1,3 mrd   

Versnelling woningbouw t/m 2026 in twee tranches: € 158 mln toegekend door Rijk (en 35% cofinanciering gevraagd van regio) Grootschalige woningbouw t/m 2030: € 594 mln toegekend door Rijk (en ca 50% cofinanciering gevraagd van regio) Rijksinfrastructuur t/m 2030: € 503 mln van Rijk (en 0% cofinanciering gevraagd van regio)

38

Def versie 26 februari 2023 Grootschalige woningbouwgebieden MRA

39

Def versie 26 februari 2023

Bijlage 5: Schematische weergave governance woningbouw

40

Def versie 26 februari 2023

Bijlage 6. Totalen per provincie Aantallen Regio MRA, Noord-Hollandse deel Bron: A

B

Bruto nieuwJaartal bouw (te realiseren woningen)

B

Beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

A

C

Betaalbaarheid

Aantal woningen door woningcorporaties

Aantal woningen in harde plancapaciteit Sociale huurwoningen

Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen onder de €355.000

Sociale huurwoningen

Midden huur woningen

2022

14.000

26.135

13.034

4.200

3.849

1.285

2023

15.000

26.295

11.681

4.500

4.124

1.376

2024

15.000

29.927

10.800

4.500

4.124

1.376

Zie

2025

15.000

26.489

4.356

4.500

4.124

1.376

tabel

2026

15.500

25.697

3.394

4.650

4.261

1.422

cijfers

2027

15.500

19.312

3.281

4.650

4.261

1.422

per

2028

16.000

16.496

3.244

4.800

4.399

1.468

gemeente

2029

16.800

15.785

3.146

5.040

4.619

1.541

(1.2)

2030 Totaal

17.000

11.668

1.255

5.100

4.674

1.560

139.800

197.804

54.191

41.940

38.435

12.826

60.270

6.347

A) Gebaseerd op het bod van Noord-Holland & mogelijkheden gemeenten/deelregio's

A)

B) Gebaseerd op de monitor plancapaciteit. Peildatum:22 augustus 2022 C) Deze informatie is niet beschikbaar in jaarschijven, maar opgenomen in de tabel met programma per gemeente. Het totaal betreft de periode 2023 t/m 2030 en is dus exclusief 2022

B) C) D)

Van deze aantallen zijn er 26.485 sociale huurwoningen en 3.076 middenhuurwoningen al opgenomen in plannen. Voor respectievelijk 33.297 en 3.224 woningen gaat het om ambities/voornemens van de corporaties die nog niet in concrete plannen zijn opgenomen.

E)

41

Def versie 26 februari 2023

Aantallen Regio MRA, Flevolands deel Bron: A

B

Bruto nieuwJaartal bouw (te realiseren woningen)

B

Beschikbare netto plan-capaciteit (aantal woningen)

A

C

Betaalbaarheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=a4e71c19-fc17-4a1e-a03f-30e048fa7975