CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

22647-2022 Bijlage 1 RIB verzoek grondgebruikersverklaring FBE

Raadsvergadering 22 december 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: RAADSINFORMATIEBRIEVEN1.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: AB van het Recreatieschap Twiske Waterland Postbus 2571 2002RB Haarlem

Datum Uw nummer Bijlagen

: 12 september 2022 : Verzoek grondgebruikersverklaring ‘t Twiske : Kaart van het gebied

Geacht bestuur van ’t Twiske, Graag verneem ik van u of u een grondgebruikersverklaring wilt afgeven voor het uitvoeren van het gecoördineerd beheer in ’t Twiske conform bijgevoegde kaart. Aanleiding Nederland is een ganzenland bij uitstek. Vooral de populatie broedende grauwe ganzen die hier het hele jaar verblijven zit in de lift. In Noord-Holland worden in de zomer meer dan 150.000 ganzen geteld, vier keer zoveel als rond de eeuwwisseling. Vanaf oktober komen daar de trekkende ganzen bij. Nederland is ideaal voor ganzen, een hotel met sterrenrestaurant. De ganzen eten eiwitrijk gras van agrarische graslanden, terwijl ze broeden in waterrijke natuurgebieden. Dit leidt tot maatschappelijk onaanvaardbare schade aan flora en fauna en landbouwgewassen. Doordat de graasdruk door ganzen steeds hoger wordt (bijvoorbeeld door toenemende groepsgrootte en langdurig verblijf) hebben ze directe effecten op hun (natuurlijke) leefomgeving. Zo zorgen grauwe ganzen door overbegrazing van riet voor een afname van de broedbiotopen van de grote karekiet, woudaap, roerdomp en purperreiger (Van der Kooij 2016; Van der Hut e.a. 2018) (van der Winden & Van Beusekom 2018) (Van der Winden & Dreef 2019). Verder zijn ganzen een bedreiging voor de broedende zwarte sterns Van der Winden (2010). De ecologische schade neemt door het cumulatieve effect van meerdere jaren hoge graasdruk alleen maar toe.

Daarnaast keerde de provincie Noord-Holland in 2021 bijna 10 miljoen euro schade uit aan agrariërs. De provincie Noord-Holland wil de schade aan de landbouw en de natuur fors reduceren. Alle betrokken partijen – overheden (ministerie LNV, Ministerie V&W en de Provincies), landbouw, grondeigenaren, natuurbescherming – zijn tot het akkoord gekomen dat extra maatregelen nodig zijn om ganzenschade te beperken. Voor deze partijen zoekt de Faunabeheereenheid Noord-Holland naar oplossingen. In 2021 verscheen daarvoor het Faunabeheerplan Ganzen 2021-2024.

Stichting FBE Noord-Holland Spaarne 17 ○ 2011 CD Haarlem ○ info@fbenoordholland.nl ○ 023-2100223 KvK-nummer: 341 867 97 ○ IBAN: NL41RABO 0389 4629 50

Mens-Dier conflict Eenvoudig is het mens-dier conflict niet. De provincie bepaalt de kaders en daarbinnen maakt de Faunabeheereenheid een beheerplan. Het faunabeheerplan voor de ganzen zet stevig in op preventieve maatregelen, zoals het verjagen van ganzen op agrarische gronden en het robuuster maken van natuurgebieden. Het huidige dilemma is echter dat de ganzenpopulatie nu zo groot is dat ze ergens moeten eten en de inzet van alleen preventieve maatregelen niet genoeg meer is om ze schadegevoelige gronden te weren. Populatiereductie, oftewel het doden van grote aantallen ganzen, is in ons dichtbevolkte land onontkoombaar om de hoge graasdruk te beperken. Deze aanpak geldt niet voor de trekganzen. Nederland heeft voor deze ganzen een internationale verantwoordelijkheid en verplichting. Een groot deel van de totale internationale trekganzenpopulatie overwintert immers in ons land. De provincie wijst voor deze ganzen speciale rust- en foerageergebieden aan waar geen beheer plaats vindt van oktober tot het voorjaar. In de afgelopen jaren heeft de populatiereductie ervoor gezorgd dat de ganzenpopulatie niet langer toeneemt, maar een verdere afname is nog altijd nodig. Ambitie: minder ingrijpen en toch een kleinere populatie – het gecoördineerd beheer De Faunabeheereenheid Noord-Holland wil de komende beheerperiode met minder ingrijpen de populatie laten afnemen.

Daarvoor laat de beheereenheid zich adviseren door ganzenwetenschappers, onder meer van Sovon Vogelonderzoek Nederland, Wageningen Universiteit en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Tot nu toe vindt populatiebeheer vooral plaats in de zomermaanden. Dat is vanuit het ecologie van het dier gezien eigenlijk te laat, ganzen hebben dan al halfvolwassen jongen hebben en met name jonge ganzen worden geschoten. Effectiever is om de volwassen ganzen eerder te doden, namelijk al in het vroege voorjaar voordat ze eieren leggen. Zo wordt de aanwas niet alleen beperkt maar worden ook de ganzen die voor de aanwas zorgen uit de populatie gehaald. Faunabeheereenheid Noord-Holland hoopt op deze manier te zorgen voor meer maatwerk waardoor uiteindelijk minder ganzen gedood hoeven te worden om hetzelfde doel te bereiken: afname van schade aan de natuur en de landbouw. Omdat ganzen met name broeden in de natuur- en waterrijke gebieden waar het rustig is ligt de focus in dit project vooral op deze gebieden. Beroepsuitvoerders worden ingezet en onder strikte voorwaarden wordt het beheer uitgevoerd. Terreinbeheerders als Staatsbosbeheer, Landschap Noord-Holland en Natuurmonumenten ondersteunen de methode en zetten hiervoor geregeld eigen mensen in. Wetenschappers volgen de pilot op de voet en zullen vaststellen of de aanpak het gewenste resultaat oplevert.

De monitoring vindt jaarlijks plaats doormiddel van de julitelling en eenmaal per drie jaar met een broedparentelling. Daarnaast wordt het afschot gedetailleerd geregistreerd. De resultaten worden nauwgezet gevolgd en worden weergegeven in rapportages. Alle rapportages worden gepubliceerd op de website van de Faunabeheereenheid Noord-Holland. Overigens wordt deze data niet alleen voor de provinciale monitoring gebruikt maar ook internationaal. De provincies, het

Stichting FBE Noord-Holland Spaarne 17 ○ 2011 CD Haarlem ○ info@fbenoordholland.nl ○ 023-2100223 KvK-nummer: 341 867 97 ○ IBAN: NL41RABO 0389 4629 50

ministerie van LNV en de Faunabeheereenheden maken onderdeel uit van de AEWA (African European Waterlife Association) en onze data draagt bij aan de monitoring van de trek- en standganzenpopulaties. Nestbehandeling niet effectief voor het terugdringen van de een populatie In het kader van diervriendelijk beheer wordt vaak nestbehandeling genoemd. Hoewel dit op grote schaal wordt toegepast is wetenschappelijk bewezen dat het geen effectieve methode is om een populatie terug te brengen. Bij nestbehandeling worden de eieren weggenomen of behandeld met olie, geschud of geprikt, waardoor het embryo niet langer levensvatbaar is. De effectiviteit van deze methode valt echter volledig in het niet bij de verwijdering van volwassen broedvogels. Bij beide nestbehandelingsmethodes is geconstateerd dat in praktijk een klein aantal eieren toch uitkomt (Van der Jeugd e.a. 2006). Meerdere studies tonen bovendien aan dat de effectiviteit voor populatiereductie zeer beperkt is (Van der Jeugd e.a. 2006; Kleijn e.a. 2012; van Manen & Voslamber 2013). Om hetzelfde effect te bereiken als het verwijderen van een volwassen broedvogel dienen alle eieren van een gans gedurende zijn hele leven (vier tot elf jaar) te worden behandeld (Van der Jeugd e.a. 2006).

Om een reducerend effect te hebben in aanwas van een ganzenpopulatie is een buitenproportionele inspanning vereist, waarbij minimaal 80% van alle bestaande nesten 100% wordt behandeld. Dit is praktisch niet haalbaar, onder anderen omdat nesten zich vaak in rietkragen bevinden. Hierdoor worden bij betreding ook andere natuurwaardes verstoord en vernield. In deze gebieden verstoor je de omgeving zonder enig effect te hebben op de populatie. Hoewel nestreductie de totale populatie standganzen niet reduceert, kan dit -mits goed uitgevoerd- wel lokaal (zoals in een park in een stadse omgeving) de toename van het aantal vogels beperken of zelfs reduceren. Juridisch Het toepassen van populatiebeheer is in de escalatieladder het laatste en zwaarste in te zetten middel. Eerst wordt preventie zonder dodelijk beheer ingezet. Als dat niet voldoende blijkt te zijn wordt preventief afschot toegepast. Dit houdt in dat er naast de preventieve middelen enkele dieren worden gedood waarbij de bedoeling is dat het dier de preventieve maatregel gaat associëren met gevaaren zodat deze niet meer terugkeert naar het schadeperceel. Wanneer de aantallen dusdanig groot zijn dat een gevaarprikkel onvoldoende is om ze van percelen te verjagen dan pas wordt er populatiebeheer toegepast. Grote groepen dieren worden dan gedood en uit de populatie gehaald.

De drie maatregelen kunnen naast elkaar worden toegepast maar ook los van elkaar. Zo is er in Noord-Holland in de winterperiode alleen ondersteunend afschot mogelijk op gewassen die nog geoogst moeten worden en kwetsbaar zijn voor begrazing zoals wintergraan en suikerbieten. Ondersteunend afschot wordt gedaan op basis van een provinciale vrijstelling. Populatiebeheer kan alleen op basis van een ontheffing van soortbescherming die onderbouwd en aangevraagd is door een Faunabeheereenheid. De ontheffingsaanvraag wordt namens de Provincie Noord-Holland beoordeeld en afgegeven door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.

Stichting FBE Noord-Holland Spaarne 17 ○ 2011 CD Haarlem ○ info@fbenoordholland.nl ○ 023-2100223 KvK-nummer: 341 867 97 ○ IBAN: NL41RABO 0389 4629 50

De vrijstelling en/of ontheffing kan alleen gebruikt worden als er een door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland goedgekeurd Faunabeheerplan is. De eisen aan een Faunabeheerplan staan in de Wet natuurbescherming en de Provinciale verordening. Aan de basis van een faunabeheerplan liggen verschillende onderzoeken die o.a. beschrijven wat het conflict is, hoe groot het conflict is, welke (preventieve) maatregelen toepasbaar zijn, of die voldoende werken / hebben gewerkt en wat een passende aanpak voor een volgende periode is. De provincie toetst of een Faunabeheerplan voldoet aan de wet. Als dit zo is geeft zij een goedkeuringsbesluit af. Zowel het goedkeuringsbesluit als de ontheffing voor populatiebeheer zijn onderhevig aan bezwaar en beroep. Er is geen bezwaar of beroep ingediend tegen het goedkeuringsbesluit van het Faunabeheerplan Ganzen 2021 – 2024 en ook niet tegen de daarbij behorende ontheffing. In de N2000-gebieden is naast een ontheffing soortbescherming ook een vergunning gebiedsbescherming nodig. Met deze vergunning wordt aangetoond dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden door het beheren van ganzen in desbetreffend natuurgebied. Aangewezen vogelsoorten in ’t Twiske zijn bruine kiekedief, kemphaan, rietzanger, roerdomp, snor, visdief, watersnip (broedvogels) en niet broedvogels grauwe gans, grutto, krakeend, meerkoet, slopeend en smient.

De vergunningsaanvraag wordt onderbouwd door aan analyse van een onafhankelijk ecologisch adviesbureau (passende beoordeling) waaruit blijkt dat met mitigerende maatregelen er geen significante effecten op de instant houdingsdoelen ontstaan. De vergunningsaanvraag wordt gedaan door de FBE Noord-Holland en wordt namens de Provincie Noord-Holland beoordeeld en afgegeven door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. In totaal zijn er dus drie toestemmingsbesluiten nodig om te kunnen beheren: 1) goedkeuringsbesluit op het faunabeheerplan, 2) een ontheffing soortbescherming, 3) een vergunning gebiedsbescherming. Naast deze toestemmingsbesluiten is er ook een grondgebruikersverklaring nodig. Dit is een verklaring waarbij de eigenaar of gebruiker van de grond aangeeft dat degene die het beheer uitvoert toestemming heeft gegeven voor het betreden van zijn grond voor dit doel. Dit verzoek gaat hierover. Communicatie De woordvoering wordt gedaan door de FBE Noord-Holland. Dit doen we door middel van onze website waar we algemene informatie geven over faunabeheer en ontsluiten we zo nodig het netwerk. Inzake het gecoördineerd beheer maken we afspraken met de eigenaren van de grond wat de inhoud is van de woordvoering bij specifieke vragen van bezoekers, bewoners en pers. Verzoek Recreatieschap ’t Twiske maakt onderdeel uit van regio Laag Holland.

De regio Laag Holland is de hotspot van Noord-Holland en ook Nederland met de aantallen ganzen en de geleden schade. De prioriteit van het gecoördineerd beheer bevindt zich dan ook in deze regio. Aan alle recreatie- en natuurorganisaties die eigendommen hebben in dit gebied vragen wij een grondgebruikersverklaring.

Stichting FBE Noord-Holland Spaarne 17 ○ 2011 CD Haarlem ○ info@fbenoordholland.nl ○ 023-2100223 KvK-nummer: 341 867 97 ○ IBAN: NL41RABO 0389 4629 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=b4baaace-c59a-4eb9-b33a-6f29bd89543e