210301 Transitievisie Warmte Landsmeer
Tekst van het document
Wonen in Landsmeer zonder aardgas Transitievisie Warmte Landsmeer
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
Colofon
Datum versie: 26 juni 2020 Deze transitievisie warmte is opgesteld door Over Morgen, in opdracht van de Gemeente Landsmeer en in samenwerking met netbeheerder Liander, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, woningcorporaties Rochdale, Eigen Haard, drinkwaterbedrijf PWN en warmtevrager -en mogelijke restwarmtebron Adriaan Goede B.V.
2
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
Inhoudsopgave
Voorwoord
Voorwoord3 Samenvatting 4 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Bijdrage van warmtetransitie aan CO₂-reductie 1.3 Waarom een transitievisie warmte? 1.4 Leeswijzer
5 5 5 5 5
2 Kaders en uitgangspunten 2.1 Klimaatwet en afspraken klimaatakkoord 2.2 Warmtetransitie op drie niveaus 2.3 Betrokkenen warmtetransitie Landsmeer 2.4 Doel, uitgangspunten en randvoorwaarden
6 6 6 7 7
3 De warmtetransitie in Landsmeer 3.1 Aansluiting TVW op duurzaamheidsambities Landsmeer 3.2 De opgave is groot
10 10 10
4 De technische kant van de warmtetransitie in Landsmeer 4.1 De warmtetransitie in drie stappen 4.2 Gebouwaanpassing 4.3 Infrastructuur 4.4 Warmteoplossingen -en bronnen
12 12 12 15 16
5 Wijkselectie 5.1 Wijze van analyse 5.2 Maatschappelijke kosten van infrastructurele- en gebouwaanpassingen 5.3 Criteria wijkselectie 5.4 Waar wordt gestart?
19 19 20 21 22
6 Financieringsopties 6.1 Huidige financierbaarheid maatregelen 6.2 Rijksbeleid 6.3 Huidige financieringsopties
28 28 28 29
7 Handreiking tot uitvoering: vervolgstappen en planning 7.1 Samenwerken in de warmtetransitie 7.2 Programmatisch werken in Landsmeer 7.3 Benodigde capaciteit
30 30 30 31
Bijlage A Bijlage B
32 35
Warmtetransitiemodel De Warmtekaart: technisch-financiële analyse van warmteopties per buurt
In 2050 zijn alle gemeenten in Nederland klimaatneutraal. We hebben afscheid genomen van onze vertrouwde gasfornuizen, gasgestookte CV-ketels en zijn overgestapt op duurzame warmtebronnen. Dat is afgesproken in het Nationale Klimaatakkoord van 2019. Voor veel mensen klinkt dit nog abstract en ver weg, maar om in 2050 zover te zijn, starten gemeenten nu al met het maken van een lange termijnplan. Zo ook de gemeente Landsmeer. Wat moet er worden aangepast aan onze woningen om op andere warmtebron over te kunnen stappen? Welke warmtebronnen zijn het meest voor de hand liggend? Wat zijn de kosten, wie gaat het betalen en wat wordt er van bewoners verwacht? In deze Transitievisie Warmte is een eerste aanzet gedaan voor de beantwoording van deze vragen. Hiervoor is samengewerkt met een groep professionele stakeholders en ambtenaren. Tevens is er in juni 2020 een bewonersbijeenkomst georganiseerd om input op te halen bij betrokken bewoners. Uit de bijeenkomsten is duidelijk geworden dat de overstap van aardgas naar een duurzame warmtebron niet zomaar gemaakt is. Er zijn nog veel vragen onbeantwoord. Met name over de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van alternatieven. Daarom gaat gemeente Landsmeer in 2021 samen met bewoners van een aantal wijken in gesprek om te kijken hoe woningen de komende 5 jaar aardgasvrij-gereed gemaakt kunnen worden.
Welke concrete stappen dienen hiervoor gezet te worden en wat is er nodig aan externe financiering? Dit wordt vastgelegd in de zogenaamde Wijkuitvoeringsplannen. Deze Transitievisie warmte is daarmee het startschot voor de warmtetransitie in Landsmeer. Komende jaren blijft de gemeente het gesprek voeren met externe stakeholders en bewoners om tot een betaalbare en gedragen warmtetransitie te komen. Mandy Elfferich Wethouder Duurzaamheid
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
3
1 Inleiding
Samenvatting In 2015 heeft Nederland in Parijs samen met 173 andere landen afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen, om zo klimaatverandering tegen te gaan. Landsmeer staat achter deze ambitie en sluit zich tevens aan bij de landelijke doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn. Ten eerste zal getracht worden de behoefte aan energie te reduceren en zoveel mogelijk energie te besparen. Ten tweede zal het gebruik van fossiele energie stapsgewijs worden vervangen door schonere, duurzamere vormen van energie.
In het Klimaatakkoord dat in 2019 door bijna 700 partijen in Nederland is ondertekend, is afgesproken dat de gebouwde omgeving van Nederland in 2050 niet meer wordt verwarmd met aardgas, maar met een fossielvrij en duurzaam alternatief. In deze transitievisie warmte zijn de alternatieven voor Landsmeer op een rij gezet en is gekeken waar vóór 2030 de eerste stappen richting dit aardgasvrije alternatief kunnen worden gezet. Uitgangspunten daarbij zijn dat er realistisch en goed onderbouwd tot keuzes gekomen wordt, zodat duidelijk is waar, hoe en wanneer concreet stappen kunnen worden gezet. Dit gebeurt met oog voor inwoners en organisaties van Landsmeer en met als doel om tot betaalbare aardgasvrije oplossingen te komen. Op die manier is duidelijk wat er wanneer gaat gebeuren en is iedereen in staat om mee te doen. Aardgasvrij zijn is niet van vandaag op morgen gerealiseerd, maar gaat stapsgewijs. Ten eerste dient het energieverbruik van de woningen, kantoren en bedrijven naar beneden te worden gebracht. Gebaseerd op criteria die zijn opgesteld in samenwerking met netbeheerder Liander, Hoogheemraadschap Hollands Noor-derkwartier, Woningcorporatie Rochdale, Woningcorporatie Eigen Haard, drinkwaterbedrijf PWN, Adriaan Goede B.V. en de gemeentelijke organisatie, schetst deze visie in welke gebieden de eerste stappen worden gezet. Er wordt gestart
4
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
in de buurten waar de oplossingen en kansen het meest duidelijk zijn, om daarna stap voor stap verder te ontwikkelen naar een aardgasvrij Landsmeer. Uit de analyse en de input van de professionele stakeholders blijken de volgende gebieden het meest kansrijk om te starten met de warmtetransitie: 1. Plan Centrum Noord: woningen aardgasvrij-gereed maken met woningcorporatie Eigen Haard als startmotor (20212030) 2. Luijendijk Zuid: Individuele all-electric aanpak (2021-2030) 3. Havenzathe: eerste stappen naar aardgasvrij-gereed (20212030) Starten met de warmtetransitie in deze gebieden betekent dat samen met bewoners en betrokken lokale stakeholders wijkuitvoeringsplannen opgesteld zullen worden. Daarin wordt met elkaar vastgesteld wat de rol is van de verschillende betrokken partijen en hoe bewoners willen bijdragen aan de participatie. Ook zal worden vastgelegd welke stappen er genomen dienen te worden om de uitvoerbaarheid en de kosten van verschillende duurzame warmtealternatieven beter in beeld te krijgen.
De reden dat niet wordt gestart in alle buurten van Landmeer, is dat gemeente Landsmeer de warmtetransitie zorgvuldig en stapsgewijs wil aanpakken. De gemeente hoeft niet al in 2030 een aardgasvrije gemeente te zijn. Er is tijd tot 2050 om heel Landsmeer op een alternatieve manier te verwarmen. De komende jaren worden de eerste stappen gezet in de hierboven genoemde buurten. Vervolgens wordt met de geleerde lessen uit deze eerste fase, van start te gaan in de overige gebieden. Verder geldt dat het isoleren van een woning een stap is die vandaag al genomen kan worden. Iedere bewoner en gebouweigenaar kan hier al mee aan de slag, ook als dat niet in één van de genoemde buurten is. Uitvoering geven aan de warmtetransitie vraagt veel. Het vraagt om investeringen van bewoners, woningcorporaties, andere gebouweigenaren en van de netbeheerder. In de wijkuitvoeringsplannen, die volgen op deze visie, zal een eerste stap worden gezet om helderheid en duidelijke investeringskaders te scheppen voor al die stakeholders. Gemeente Landsmeer zal in de komende jaren de rol van regisseur oppakken en steun bieden bij de wijkuitvoeringsplannen, mede door het organiseren van klankbordgroepen voor de buurten waar wordt gestart. Tevens wordt er een gemeentebrede aanpak ontwikkeld, gericht op het isoleren van alle gebouwen.
De warmtetransitie is een grote en complexe opgave waar we samen voor staan en elkaar voor nodig hebben.
1.1 Aanleiding
1.2 Bijdrage van warmtetransitie aan CO₂-reductie
Er is wereldwijd sprake van klimaatverandering. Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu. Het klimaat is altijd in beweging. Van de huidige klimaatverandering is echter bekend dat deze voor een belangrijk deel veroorzaakt door de toename van broeikasgassen in de lucht, waaronder CO2. De toename van CO2 in de lucht is te verklaren door het huidige gebruik van fossiele energie, zoals de verbranding van aardolie, aardgas en steenkool.
Er is brede maatschappelijke inzet nodig om de uitstoot van CO₂ te reduceren. Dit zal van invloed zijn op o.a. hoe mensen wonen, zich verplaatsen en wat ze eten. CO₂-uitstoot kan voor groot deel worden gereduceerd door het gebruik van fossiele energie te vervangen door schonere, duurzamere vormen van energie. In Nederland doen we dat onder andere door ons in te zetten voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Van alle woningen en andere gebouwen is op dit moment 95 procent nog afhankelijk van aardgas voor verwarming. Op dit moment zorgt de verwarming van de gebouwen in Nederland met aardgas voor meer dan tweederde van de CO₂-uitstoot van gebouwen in Nederland. In Landsmeer bestaat ruim 80% van de totale energievraag in de gebouwde omgeving uit het gebruik van aardgas.
Wanneer de uitstoot van broeikasgassen in hetzelfde tempo doorgaat, wordt het steeds warmer op aarde. Dit heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu; het weer wordt extremer: stortregens, zwaardere stormen of juist lange drogere en hete perioden. De combinatie van deze factoren zorgen voor een verhoogde kans op overstromingen. Het feit dat een aanzienlijk deel van Nederland onder de zeespiegel ligt, vormt een extra risico. Er kan een tekort aan drinkwater of voedsel ontstaan. Verhoogde temperatuur, luchtvochtigheid en neerslag zullen leiden tot een toename van infectieziekten. De veranderende atmosfeer zal leiden tot slechtere luchtkwaliteit en een toename van luchtwegproblemen. Bovendien zullen leefgebieden van dieren en planten drastisch veranderen waardoor steeds meer dier- en plantsoorten uitsterven Om deze negatieve gevolgen van klimaatverandering zo klein mogelijk te maken, heeft Nederland in het Klimaatakkoord van de Verenigde Naties in Parijs samen met 173 andere landen afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen. Het doel is 95% CO₂-reductie in 2050, met als tussendoel 49% CO₂-reductie in 2030.
Bovendien vormen de aardbevingen in Groningen en de wens om niet te afhankelijk te worden van aardgas uit het buitenland een extra impuls om over te stappen op duurzamere vormen van warmte.
1.3 Waarom een Transitievisie Warmte? In 2050 zullen wijken, buurten en gebouwen op verschillende manieren aardgasvrij worden verwarmd. Er is niet één duurzame warmteoplossing die voor alle woningen en gebouwen beschikbaar is, of als meest betaalbaar uit de bus komt. Duurzame warmte is maatwerk. Daarom heeft iedere gemeente vanuit het Rijk opdracht gekregen om met een coalitie van lokale stakeholders een Transitievisie Warmte op te stellen.
Landsmeer. Met deze visie als basis wordt gestart met het proces dat zal leiden tot aardgasvrije woningen in Landsmeer. Voor de kansrijke startbuurten geeft de TVW een doorkijk naar wat concrete vervolgstappen in die buurten zouden kunnen zijn. Ook zal gemeentebreed worden gekeken naar hoe de warmetransitie wordt georganiseerd. Elke 5 jaar zal deze Transitievisie Warmte opnieuw tegen het licht worden gehouden en aangepast op basis van tussentijdse ontwikkelingen. Daarnaast is ook de verwachting dat het Rijk gaat monitoren op de resultaten van de uitvoeringsplannen, gemeten in CO₂-reductie en het aantal aardgasvrije woningen.
1.4 Leeswijzer In deze Transitievisie Warmte wordt in hoofdstuk 2 het kader en de gezamenlijke uitgangspunten behandeld waarop deze visie gebaseerd is. Dit zijn de leidende principes die centraal hebben gestaan tijdens het opstellen van deze visie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de opgave voor Landsmeer toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt uiteengezet wat voor een analyses er zijn gedaan. In hoofdstuk 5 wordt er vooruitgeblikt op aardgasvrij Landsmeer in 2050 en wordt er ingezoomd op de wijken waar de wens is om de komende 10 jaar van start te gaan met de warmtetransitie. In hoofdstuk 6 wordt behandeld welke financiële middelen voor deze transitie worden ontwikkeld en welke middelen al beschikbaar zijn. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de organisatie van dit traject. Welke stappen zullen er in de komende tijd worden gezet om te komen tot een programmatische aanpak van de warmtetransitie in Landsmeer.
Deze Transitievisie Warmte geeft inzicht in de totale opgave van gemeente Landsmeer, kansrijke oplossingen en een logische volgorde en tempo voor het aardgasvrij maken van Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
5
2 Kaders en uitgangspunten
Regionale Energiestrategie (RES)
Regio
De warmtetransitie staat nog aan het begin. Zowel nationaal als regionaal en lokaal zijn er continu nieuwe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de warmtetransitie in Landsmeer. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de huidige ontwikkelingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau en geeft inzicht in de uitgangspunten die ten grondslag hebben gelegen in het opstellen van deze transitievisie warmte.
2.1 Klimaatwet en afspraken klimaatakkoord In december 2015 heeft Nederland in Parijs ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Het akkoord heeft als doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Om langdurige inzet ten aanzien van het klimaat te waarborgen, is de doelstelling uit het VN-klimaatakkoord in Nederland vastgelegd in de Klimaatwet. Het realiseren van de afspraken van het Parijs Klimaatakkoord vragen om een forse inspanning op energiebesparing en het gebruik van alternatieve energiebronnen. Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven dat ze de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent wil verminderen ten opzichte van 1990. Om dit doel te halen is het Nationale Klimaatakkoord opgesteld, waarin overheid, organisaties en bedrijven in Nederland concrete afspraken hebben gemaakt. Onderdeel van dit Klimaatakkoord is de doelstelling om in 2050 een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben en een vermindering van de CO₂-uitstoot met 95 procent ten opzichte van 1990. Om dat te behalen is het nodig dat een kwart van de woningen in Nederland in 2030 van het aardgas af is.
2.2 Warmtetransitie op drie niveaus In lijn met het door het kabinet gepresenteerde Klimaatakkoord wordt er op drie niveaus aan de warmtetransitie gewerkt:
6
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
1. Op Rijksniveau: het Rijk faciliteert de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving o.a. door aanpassingen in de huidige wet- en regelgeving. Een voorbeeld hiervan is de afschaffing van de aansluitplicht van aardgas voor netbeheerders, aannemers en gemeenten. Voor de nieuwbouw is aardgasvrij sinds 1 juli 2018 de norm geworden. Ook ontwikkelt het rijk financiële instrumenten en stimuleringsmaatregelen, welke in hoofdstuk 6 verder toegelicht zullen worden. 2. Op regionaal niveau werkt gemeente Landsmeer mee aan de Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Holland Zuid. In de RES worden de mogelijkheden voor duurzame energiebronnen in de regio in kaart gebracht en gekoppeld aan de vraag naar energie in alle gemeenten. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). Hierin wordt n.a.v. een optelling van de Transitievisies Warmte de regionale warmtevraag in kaart gebracht. Ook verschaft de RSW een overzicht van de beschikbare warmtebronnen (denk aan restwarmte, geothermie, biomassa, etc.), de benodigde infrastructuur en de bovenlokale kansen en uitdagingen op het gebied van de warmtetransitie. 3. Gemeentelijk niveau: Op gemeentelijk niveau wordt de Transitievisie Warmte (TVW) gemaakt. Deze beschrijft hoe de gemeente samen met stakeholders hun warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier kan gaan invullen.
De Transitievisie Warmte zal als input dienen voor de RES.
Warmtevraag, aanbod (bronnen) en afweging
î1
Regionale Structuur Warmte (RSW) Aanbod en toedeling regionale warmtebronnen
Warmtevraag en lokale afwegingen
Voor alle gebieden die in deze Transitievisie Warmte zijn geselecteerd als kansrijke gebieden om tussen nu en tien jaar aan de slag te gaan, wordt vervolgens een concreet plan van aanpak opgesteld, een zogenaamd wijkuitvoeringsplan. Deze plannen worden samen met bewoners, ondernemers en organisaties in de wijk vormgegeven. In deze plannen wordt duidelijk welke warmtealternatieven er zijn, welke kosten hiermee gepaard gaan en hoe een aardgasvrije wijk of buurt gerealiseerd kan gaan worden.
Gemeente
Tijdspad van wijken en voorkeursoplossing per wijk
Transitievisie Warmte (TVW)
Lessen planvorming en uitvoering
Wijk (gebied)
..
en -oplossingen
Keuze eerste aardgasvrije wijk(en)
•
.
Uitvoering(splan) en W1Jku1tvoer1ngsplan besluit wijkaardgasvrij infrastructuur
SAMENHANG REGIONALE STRUCTUUR WARMTE EN TRANSITIEVISIE WARMTE
Figuur 1: Samenhang RSW, TVW en wijkuitvoeringsplannen
In Figuur 1 is inzichtelijk gemaakt hoe de RSW, TVW en de wijkuitvoeringsplannen met elkaar samen hangen. De RSW geeft inzicht in de beschikbare warmtebronnen in de regio en schetst hoe deze ingezet zouden kunnen worden. Op basis van de warmtevraag en lokale afwegingen uit de gemeentelijke Transitievisies Warmte kan de Regionale Structuur Warmte vervolgens weer geactualiseerd worden. Zo ontstaat er een interactief en iteratief proces waarbij de mogelijkheden voor warmte steeds concreter worden. Omdat er op dit moment nog geen RSW ligt voor regio Noord Holland Zuid, is het moeilijk in te schatten of er regionale warmtebronnen zijn waar Landsmeer gebruik van zou kunnen maken. Om die reden worden er in hoofdstuk 4 bij de alinea “koppelkansen” enkele aannames gedaan t.a.v. de beschikbaarheid van warmtebronnen.
Bij de warmtetranisitie zijn veel partijen betrokken. Zowel woningeigenaren als externe partners spelen een rol in de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Voor de totstandkoming van deze TVW is er een projectgroep opgericht bestaande uit interne en externe betrokkenen. De partners die in een projectgroep hebben meegedacht en input hebben geleverd bij het maken van deze visie zijn: netbeheerder Liander, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Woningcorporatie Rochdale, Woningcorporatie Eigen Haard, drinkwaterbedrijf PWN en Adriaan Goede B.V. (grote warmtevrager – en mogelijke restwarmtebron).
2.3 Betrokkenen warmtetransitie Landsmeer
Daarnaast is een beroep gedaan op de interne specialisten van de gemeente Landsmeer op de onderwerpen wonen,
woningbouw, infrastructuur, riolering, projectuitvoering en de gebiedsregisseur, gespecialiseerd op het gebied van participatietrajecten. In vijf bijeenkomsten is onder begeleiding van adviesbureau Over Morgen input opgehaald bij de projectgroep. Tevens is er een digitale bewonersbijeenkomst georganiseerd om de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de te maken keuzes te toetsen. In afstemming met de bestuurders zijn er vervolgens gebieden aangewezen die als kansrijk worden gezien, inclusief bijbehorende aanpak. De projectgroep begeleidt de Transitievisie Warmte tot aan de vaststelling door het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad.
BEWONERS EN ANDERE VASTGOEDEIGENAREN De gemeente Landsmeer staat voor een grote opgave. Bewoners en andere vastgoedeigenaren spelen hierin een belangrijke, zo niet belangrijkste rol. Elke woning, gebouw, buurt of wijk vraagt om een maatwerk warmteoplossing, uitvoering en financieel plaatje. In deze fase van de warmtetransitie worden bewoners geïnformeerd over de opgave van de warmtetransitie en worden zij meegenomen in de eerste stappen die gezet gaan worden. Bewoners woonachtig in de startgebieden zullen worden betrokken in de totstandkoming van de wijkuitvoeringsplannen. In hoofdstuk 7 volgt een verdere toelichting op de participatie en communicatie van bewoners in de wijkuitvoeringsplannen.
2.4 Doel, uitgangspunten en randvoorwaarden Met de projectgroep is aan het begin van het traject vastgesteld wat het doel en de succesfactoren zijn voor de transitievisie warmte. Deze succesfactoren zijn omgezet naar een aantal gezamenlijke uitgangspunten en randvoorwaarden die aan de basis liggen van de totstandkoming van deze transitievisie warmte. DOEL TVW LANDSMEER Het doel van de Transitievisie Warmte is om samen met de projectgroep te komen tot een centraal kader en gezamenlijk beeld voor de aanpak van deze grote opgave in Landsmeer, met als eindresultaat een analyse en selectie van de meest kansrijke startgebieden en een uitvoeringsstrategie om te komen tot de wijkuitvoeringsplannen. GEZAMENLIJKE UITGANGSPUNTEN 1. Betaalbare en uitvoerbare oplossingen In de komende jaren zal met professionele stakeholders worden verkend welke aardgasvrije maatregelen uitvoerbaar en betaalbaar zijn in Landsmeer. Hierbij worden de laagst Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
7
maatschappelijke kosten en de laagste kosten voor huurders en gebouweigenaren als uitgangspunt genomen. Met de laagste maatschappelijke kosten wordt bedoeld: de kosten voor het aanpassen van de woningen, vervangen van infrastructuur en de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. Werkzaamheden worden geïnventarisseerd om in de vervolgstappen desinvesteringen te voorkomen. 2. Draagvlak bij bewoners, bedrijven en de gemeenteraad De warmtetransitie komt in de wijk en achter de voordeur. Bewoners, bedrijven en andere gebouweigenaren worden actief betrokken bij de wijkuitvoeringsplannen in hun wijk. De projectgroep hoopt dat bewoners en andere gebouweigenaren gedurende de warmtetransitie trotse ambassadeurs worden van de ontwikkelingen in hun wijk. De projectgroep streeft naar politiek draagvlak en informeert de gemeenteraad en het college van B&W gedurende het traject over de voortgang en biedt kansen input te leveren voor deze visie. 3. Goede stakeholdersamenwerking, gebaseerd op vertrouwen en open communicatie Een aardgasvrij Landsmeer in 2050 is een enorme opgave. De gemeente kan dit niet alleen en zal daarom nadrukkelijker de samenwerking zoeken met partners zoals woningcorporaties, lokale bedrijven, en bewonersgroepen.
Planningen worden daarbij zo veel mogelijk met elkaar afgestemd (om desinvesteren te voorkomen.) Een goede samenwerking met bewoners betekent ook dat er in duidelijke taal over het proces van de Transitievisie Warmte zal worden gecommuniceerd. Er zal duidelijk worden onderbouwd waar, wanneer en hoe maatregelen genomen worden (of in het geval van particuliere eigenaren; hoe maatregelen genomen kunnen worden).
Capaciteit en middelen bij zowel de gemeente als de stakeholders en uitvoerende partijen zijn nodig om na het vaststellen van deze Transitievisie Warmte tempo te kunnen maken. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid van betrokken stakeholders in de financiering van de warmtetransitie in Landsmeer Passend aanbod bronnen Een passend aanbod aan bronnen is nodig om de transitie naar een aardgasvrije en op termijn duurzame warmtevoorziening in de gebouwde omgeving mogelijk te maken. Hieraan wordt op regionaal niveau samengewerkt in de Regionale Structuur Warmte (RSW) voor de regio Noord Holland Zuid. In een aanscherping van de TVW over 5 jaar is de verwachting dat hier meer duidelijkheid over is. Geschiktheid van de bodem Kennis van de bodem is van belang voor het bepalen van de route van de warmtetransitie. In de fase van de wijkuitvoeringsplannen moet duidelijk worden of de bodem geschikt is voor de beoogde oplossingen. Bij voorkeur vinden afwegingen in een breder kader plaats en wordt daarbij ook gekeken naar kansen en belemmeringen vanuit klimaatadaptatie, ruimtelijke ordening en omgevingsplannen. Gemeente Landsmeer zal zo veel mogelijk naar deze brede afweging streven.
LOKALE RANDVOORWAARDEN Capaciteit en middelen
8
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
Op naar weg naar aardgasvrije gebouwdeomgeving omgeving Op weg een een aardgasvrije gebouwde
9
3 De warmtetransitie in Landsmeer In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opgave voor de warmtetransitie in gemeente Landsmeer. Eerst wordt er gekeken naar de duurzaamheidsambities van Landsmeer en hoe deze al rekening houden met de warmtetransitie. Vervolgens wordt er gekeken naar de opgave waar gemeente Landsmeer voor staat. Waar zit de uitdaging, wat wordt er nu al gedaan en welke stappen moeten nog worden doorlopen?
3.1 Aansluiting TVW op duurzaamheidsambities Landsmeer De gemeente Landsmeer ziet het tegengaan van klimaatverandering als een van de belangrijkste uitdagingen van deze tijd. Het gevoel van urgentie leeft bij zowel de gemeente als bij inwoners en ondernemers. Alleen samen kan deze uitdaging het hoofd worden geboden. De doelstelling van de gemeente is dan ook om in 2050 energiepositief te zijn. Dat wil zeggen dat er met hernieuwbare bronnen netto meer energie wordt opgewekt dan er wordt verbruikt. De gemeente committeert zich tevens aan de landelijke ambitie om in 2050 aardgasvrij te zijn. Landsmeer wil haar CO₂ uitstoot verminderen door energiebesparing en de opwekking van hernieuwbare energie te stimuleren en door afvalstromen te verminderen. Aangezien de verwarming van gebouwen een groot deel van de CO₂-uitstoot van Landsmeer vormt, zal de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving hier een belangrijke rol in gaan spelen.
10
het kader van de Wet Milieubeheer, een informatieplicht voor utiliteitsgebouwen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas verbruiken. Dit heeft ten doel om de CO₂-uitstoot in de utiliteitsbouw in 2030 met 1 Mton extra terug te brengen.
3.2 De opgave is groot
Het grootste deel van de woningen en gebouwen in Landsmeer zijn nog aangesloten op het gasnet. De gemeente Landsmeer heeft ruim 4.700 woningen, waarvan iets meer dan 4.000 eengezinswoningen. Ongeveer 25% procent van de woningen is in het bezit van woningcorporaties, voornamelijk Eigen Haard en Rochdale. Wanneer de afspraken uit het klimaatakkoord geprojecteerd worden op Landsmeer dan zou dat betekenen dat in 2030, 1.175 woningen in Landsmeer van het aardgas moeten zijn, oftewel 118 woningen per jaar. Daarnaast zijn er nog zo’n 166 utiliteitsgebouwen zoals bedrijven en sportzalen. De besparingen op de CO₂-uitstoot voor die gebouwen zullen nagestreefd worden door de handhaving op de Wet Milieubeheer.
Om de CO₂-reductiedoelstelling van 49% in 2030 te behalen, is in het klimaatakkoord afgesproken dat in 2030 een kwart van de woningen in Nederland van het aardgas af is of gereed om van het aardgas af te gaan. Vanaf 1 juli 2018 mogen nieuwe gebouwen al niet meer aangesloten worden op het aardgasnet. Toch betekent dat nog steeds dat ongeveer 1,5 miljoen bestaande woningen aardgasvrij gemaakt moeten worden. Voor utiliteitsgebouwen geldt daarnaast vanaf 1 juli 2019, in
In de praktijk wordt geen lineaire ontwikkeling verwacht in het aantal gebouwen dat jaarlijks van het aardgas wordt gehaald. De verwachting is dat door de toename van de betaalbaarheid en kennis van aardgasvrije oplossingen, de beschikbare financiële instrumenten en aangepaste wet- en regelgeving het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving zal versnellen en daarmee exponentieel zal toenemen.
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
VOORBEREIDING OP AARDGASVRIJ-GEREED VOOR HELE GEMEENTE Het zal uitdagend zijn om op korte termijn een groot aantal aardgasvrije woningen te realiseren in Landsmeer. Er zijn diverse bouwaanvragen gedaan na juli 2018 waarmee de nieuwbouwwoningen aardgasvrij gerealiseerd moeten worden. Voor bestaande bouw ligt dat anders. Op dit moment vraagt het aardgasvrij maken van bestaande bouw nog relatief hoge investeringen, zowel in gebouwmaatregelen zoals isolatie en aardgasvrije technieken. Ook in Landsmeer is dat het geval. Het woningbestand in Landsmeer is relatief oud, er is relatief weinig hoogbouw waardoor er weinig schaalgrootte te behalen is en er zijn relatief veel (soms vrijstaande) eengezinswoningen. Dat betekent niet dat er geen kansen zijn. Het vraagt om positiviteit, creativiteit, maatwerk en tijd om op betaalbare en uitvoerbare wijze, duurzaam te kunnen gaan verwarmen.
Energielabel A++ A+ A B C D E F G Niet bekend
% woningen 2% 0% 18% 10% 42% 5% 11% 5% 6% 1%
Tabel 1: woningvoorraad Landsmeer verdeeld naar energielabel
Hoewel het energielabel geen compleet beeld geeft van de duurzaamheid van een woning, kan uit basis van de gegevens in tabel 1 grofweg worden afgeleid dat 80% van de woningen in Landsmeer niet aardgasvrij-gereed is. De gemeente Landsmeer werkt al aan het stimuleren van isolatiemaatregelen bij huiseigenaren. Zo zijn er in 2019 in samenwerking met Duurzaam Bouwloket informatiebijeenkomsten georganiseerd over energiebesparing en zijn bewoners gestimuleerd om de eerste stappen naar aardgasvrij te nemen door inkoopinitiatieven voor kwalitatief hoogwaardig isolatiemateriaal. De komende jaren zullen dergelijke initiatieven opnieuw worden aangeboden.
UITVOERINGSPLANNEN VOOR 3-TAL GEBIEDEN Dat de kansen in Landsmeer niet voor het oprapen liggen, betekent niet dat er niet gestart gaat worden. In het komende jaar zal in drie gebieden worden opgestart met het maken van wijkuitvoeringsplannen en zullen de technische haalbaarheid en betaalbaarheid van een duurzame warmteoplossing worden onderzocht in afstemming met bewoners en andere lokale stakeholders in de wijk. In hoofdstuk 5 worden deze startgebieden verder toegelicht.
De randvoorwaarde voor de overstap naar een duurzame warmtebron is het aardgasvrij-gereed zijn van een woning. Een woning is aardgasvrij-gereed wanneer de warmtevraag en verwarmingstemperatuur is verlaagd, o.a. door het toepassen van isolatiemaatregelen. In hoofdstuk 4 wordt dit verder toegelicht. Ook in Landsmeer is de opgave groot. In tabel 1 is af te lezen hoe de woningvoorraad van Landsmeer eruit ziet verdeeld naar energielabel.
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
11
4 De technische kant van de warmtetransitie in Landsmeer In dit hoofdstuk wordt verder toegelicht welke aanpassingen er in de gebouwde omgeving nodig zullen zijn om van het aardgas af te kunnen. Er wordt ingegaan op de aanpassingen op gebouwniveau, op warmte-infrastructuur en de mogelijke warmteoplossingen.
1. Vraag beperken en temperatuur verlagen
3. Verduurzaming van de bron
2. infrastructuur en warmte-oplossing
4.1 De warmtetransitie in drie stappen
4.2 Gebouwaanpassing Het aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen kan met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. De ene techniek vraagt meer aanpassingen aan de gebouwen en de wijk dan de andere. Deze paragraaf beschrijft wat er nodig is om de gebouwde omgeving in Landsmeer klaar te maken voor de ontkoppeling van het aardgas.
Huidige situatie
Aardgasvrij-gereed
Aardgasvrij
Warmtenet - collectief afleverset in woning of gebouw
Gasnet hybride gasketel in woning of gebouw
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
Verzwaard elektriciteitsnet individueel warmtepomp in woning of gebouw
Hoogwaardige restwarmte: Biomassa
Het grootste deel van de woningvoorraad gebruikt nu voor de verwarming een cv-ketel. Een huishouden in Landsmeer verbruikt gemiddeld zo’n 1.500 m3 aardgas per jaar. Dat is 13% meer dan het gemiddelde Nederlands huishouden De cv-ketel verwarmt het water in de verwarmingsinstallatie tot ongeveer 90°C, dat vervolgens door de radiatoren stroomt en de huizen opwarmt. De cvinstallaties zijn zo ontworpen dat met deze temperatuur kunnen ook slecht geïsoleerde huizen verwarmd worden. Ongeveer 80% van het aardgas in een woning wordt gebruikt voor het verwarmen van de woning
• Isolatie van de vloer, gevel, glas en/of het dak; • Het dichten van kieren; • Elektrisch koken Daarnaast betekent isoleren van de woning dat ook zo efficiënt mogelijk geventileerd moet worden om de woningen leefbaar te houden. Tot slot zullen, afhankelijk van de warmteoplossing, in sommige gevallen ook de bestaande radiatoren of de gehele bestaande verwarmingsinstallatie vervangen moeten worden. 3%
15%
4%
8%
Bijna 20% wordt gebruikt voor warm water, met name douchen.
44%
gebruikt om mee te koken.
26%
Tabel 2: Gas, water en elektriciteitsgebruik in Landsmeer Geothermie Collectieve warmtepomp: • Restwarmte • Oppervlaktewater • Ondiepe geothermie • Retournet
1. Woningen met slechte of onvoldoende isolatie (80 kWh/m2 of hoger). Er is een hoge temperatuur van circa 90°C nodig om op de koudste dagen deze woningen comfortabel warm te stoken. De meeste woningen gebouwd vóór 1990 zitten op dit niveau. Ter indicatie gaat het hier om energielabels G, F, E en D. 2. Woningen die een minimumisolatieniveau hebben bereikt (65-80 kWh/m2). Bij het minimumniveau kunnen woningen comfortabel verwarmd worden met een maximumtemperatuur van 70°C (middentemperatuur). Isolatiemaatregelen die genomen moeten zijn voor een minimumisolatieniveau zijn kruipruimte isolatie (indien aanwezig), spouwmuurisolatie (indien aanwezig), minimaal HR++ of dubbelglas (afhankelijk van bouwjaar) en dakisolatie. Het kan voorkomen dat er een aantal radiatoren vervangen moet worden. Op het gebied van isolatie zitten alle woningen, gebouwd na 1990 en een deel gebouwd tussen 1975 en 1990, al vanaf het jaar dat ze gebouwd zijn op dit minimumniveau. Ter indicatie gaat het hier om energielabels D/C.
Iets minder dan 5% van het aardgasverbruik wordt
Het merendeel van het aardgas wordt dus gebruikt voor het verwarmen van een woning.
Biogas of waterstof Bodemlus, buitenlucht, zonthermie of bronnet/ WKO: Eventueel aangevuld met infraroodpanelen of biomassa
Figuur 3: Energie-infrastructuren met bronnen en benodigde systemen in de woning. De kolom rechts toont welke afgiftetemperaturen horen bij warmte-optie, die rechtstreeks is gekoppeld aan de isolatieopave (kolom links).
12
CO2-neutraal
Figuur 2: Warmtetransitie in een notendop
Isolatieopgave
Het verlagen van de warmtevraag (door isolatie) en het verlagen van de verwarmingstemperatuur (van hoge - naar midden- of lage temperatuur) in woningen is in veel gevallen een noodzakelijke stap om, ongeacht toekomstige energie-infrastructuur in de wijk, de woning voor te bereiden op een aardgasvrije warmteoplossing. Dit noemen we het aardgasvrij-gereed maken van een woning (zie figuur 2). De kosten kunnen worden beperkt door aan te sluiten bij natuurlijke momenten van onderhoud, verbouwing en verhuizing. Alleen op die manier komen zoveel mogelijk woningen in 10 tot 20 jaar op het niveau dat ze efficiënt, comfortabel en duurzaam kunnen worden verwarmd. Door een geschikte infrastructuur en warmtebron te kiezen wordt de woning aardgasvrij. Mocht de gekozen bron nog niet CO₂-neutraal zijn (bijvoorbeeld bij de inzet van restwarmte van afvalverbranding) dan kan er nog een stap worden gezet naar een CO₂-neutrale bron. De energietransitie stopt dus niet bij aardgasvrij.
ISOLEREN ALS EERSTE STAP Wat is er nodig om een woning aardgasvrij-gereed te maken? Onderstaande tabel geeft eerst een toelichting op het aardgasverbruik door de inwoners van Landsmeer.
<1920
Het verlagen van de warmtevraag en de verwarmingstemperatuur van woningen is een noodzakelijke stap om, ongeacht toekomstige energie-infrastructuur in de wijk, de gebouwde omgeving CO₂-neutraal te kunnen verwarmen. Dit noemen we het aardgasvrij-gereed maken van het vastgoed. Het aardgasvrij-gereed maken van woningen kan worden bereikt door een combinatie van de volgende maatregelen:
1920-1950
1950-1975
1975-1990
1990-2005
>2005>
Figuur 4: Bouwjaar woningen in Landsmeer
HET HUIDIGE ISOLATIENIVEAU VAN WONINGEN IN LANDSMEER De bestaande woningvoorraad in Landsmeer kan grofweg worden opgedeeld in vier niveaus van isolatie:
3. Woningen die een basisisolatieniveau hebben bereikt (50-65 kWh/m2). Bij een basisniveau kan de woning zowel comfortabel worden verwarmd met een maximumtemperatuur van 70°C (middentemperatuur) als met 40°C (laagtemperatuur). Isolatiemaatregelen behorende bij dit niveau zijn een geïsoleerde kruipruimte, gevelisolatie aan de binnenzijde, spouwmuurisolatie, minimaal HR-glas en dakisolatie. Voor laagtemperatuurverwarming zullen wel alle radiatoren vervangen moeten worden. De woning is daarmee toekomstbestendig omdat hij geschikt is voor meerdere alternatieve verwarmingstechnieken. De woning is dus aardgasvrij-gereed. Woningen die reeds op dit niveau zitten, zijn woningen gebouwd tussen 1990 en 2005. Ter indicatie gaat het hier om energielabels C/B. Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
13
De alternatieven voor aardgas verschillen in temperatuur waarmee de woning verwarmd kan worden. De vuistregel daarbij is: hoe lager de temperatuur van de warmte waarmee een huis wordt verwarmd, hoe meer de woning geïsoleerd moet worden. Het isoleren van de woning heeft voor bewoners als voordeel dat het comfort van de woning toeneemt en dat de kosten van de energierekening door de energiebesparing omlaag gaan.
4. Woningen met een hoog isolatieniveau en voorzien van een energiezuinig ventilatiesysteem (20-50 kWh/m2). Deze woningen zijn zeer geschikt om comfortabel te verwarmen met een maximumtemperatuur van 40°C (laagtemperatuur). Dit zijn recent gebouwde woningen na 2005 en woningen die nog gebouwd gaan worden de komende jaren. Bij aanpassing van de bestaande bouw tot dit niveau moeten vaak de radiatoren worden vervangen. Ter indicatie gaat het hier om energielabel A of beter.
PARTNER AAN HET WOORD: ROCHDALE
Figuur 5 geeft een overzicht van de energielabels van woningen in Landsmeer.
Woningstichting Rochdale verhuurt aan huishoudens met een laag inkomen in gemeenten Amsterdam, Diemen, Landsmeer, Purmerend en Zaanstad. Binnen deze doelgroep is Rochdale er voor iedereen, bijvoorbeeld voor gezinnen, ouderen, jongeren en kwetsbare groepen.
ISOLEREN VAN MONUMENTEN IN LANDSMEER Landsmeer kent verschillende monumentale panden en gebouwen met een beschermde of beeldbepalende status. Waar naoorlogse panden in de toekomst vergaand geïsoleerd kunnen worden (met bijvoorbeeld isolatie van de buitengevel of het dak), is dit voor monumentale panden een stuk uitdagender. Het in stand houden van een monument is al maatwerk. Op het moment dat een eigenaar zijn pand ook wil verduurzaming is goed advies essentieel. Hoewel er vaak wordt gedacht dat er een heleboel niet kan of mag bij het verduurzamen van een monument, zijn er in praktijk al verschillende voorbeelden van monumenten die in goed overleg met de gemeentes en/of rijksoverheid zijn verduurzaamd. Het Duurzaam Bouwloket (de adviseur vanuit de gemeente Landsmeer) kan eigenaren van monumentale panden vrijblijvend op weg helpen met advies, informatie omtrent het treffen van duurzaamheidsmaatregelen of doorverwijzen naar gespecialiseerde adviseurs en/of gecertificeerde uitvoerende bedrijven.
14
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
Rochdale zet zich in om mensen zo te huisvesten dat dat goed is voor de huurder en de buurt. Om dit te bereiken is Rochdale’s belangrijkste opgave te zorgen voor voldoende beschikbare en kwalitatief goede woningen die passen bij de behoeften en portemonnee van de doelgroep. Daarnaast streven zij naar wijken die voldoende gemengd zijn naar inkomensgroepen, omdat dat bijdraagt aan de leefbaarheid van de woonomgeving. Figuur 5: Energielabels woningen Landsmeer (april 2020).
Samenvattend kan het volgende gesteld worden over de isolatieniveaus van woningen: • Om een woning met 90°C (hoogtemperatuur) te kunnen verwarmen zijn geen aanpassingen nodig. • Om een woning comfortabel met 70°C (middentemperatuur) te kunnen verwarmen, moet het minimum- of basis isolatieniveau bereikt zijn (lager dan 80 kWh/m2) • Om een woning comfortabel met 40°C (laagtemperatuur) te kunnen verwarmen, moet een basis- of hoog isolatie niveau bereikt zijn (lager dan 65 kWh/m2).
Rochdale bezit in Landsmeer 323 zelfstandige woningen en 24 onzelfstandige wooneenheden. Daarmee bezit Rochdale 25% van de corporatiewoningen in Landsmeer. Het merendeel van de woningen is gelegen in de wijk Luijendijk. De woningen zijn gebouwd eind jaren ’70 en de jaren ’80 van de vorige eeuw. 80% van de zelfstandige woningen is grondgebonden. Van het bezit met een energielabel heeft 57% een A en B label, 38% een C-label en 5% een D-label.
ISOLEREN VAN WONINGEN OP NATUURLIJKE MOMENTEN Het isolatieniveau kan stapsgewijs worden verbeterd. Op een natuurlijk moment, zoals bij een verbouwing of verhuizing kan de minimumisolatie (65-80 kWh/m2) worden aangebracht. Bij een eengezinswoning zijn dan minimaal de vloer en de spouw geïsoleerd en zijn de kozijnen voorzien van dubbel glas. Op dit niveau kan de woningen in veel gevallen verwarmd worden met middentemperatuur warmte (wanneer deze warmte beschikbaar is in de betreffende gemeente) en is daarmee dus ‘70°C gereed’.
4.3 Infrastructuur Het bestaande gasnet, voor zover niet hergebruikt voor hernieuwbaar gas, zal in de komende drie decennia (voor een groot deel) vervangen gaan worden door een alternatieve energie-infrastructuur. Zo moet het elektriciteitsnet verzwaard worden en in verschillende plaatsen in Nederland zullen warmtenetten worden gerealiseerd. De keuze voor de infrastructuur is afhankelijk van veel factoren, zoals bouwjaar van het vastgoed, gebouwtype, gebouwfunctie, bebouwingsdichtheid, het eigendom, de schaal en de beschikbaarheid van bronnen. De keuze voor de infrastructuur in een wijk heeft invloed op: • De techniek in en aanpassingen aan de woning die nodig zijn om de woning comfortabel te kunnen verwarmen; • De energiebronnen, die kunnen worden ontsloten; • De (on)mogelijkheid om warmte op te slaan; • Het tempo om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Voor het verwarmen van de gebouwde omgeving zonder aardgas kennen we drie soorten warmte-infrastructuren: 1. Elektriciteitsnetten: hiermee kunnen woningen, vaak met behulp van een warmtepomp, elektrisch worden verwarmd, ook wel all-electric genoemd. Ook het elektriciteitsnet zal gevoed moeten worden met duurzame
BOOSTER VOOR WARM TAPWATER BIJ AANVOERTEMPERATUUR <60-70°C Naast warmte voor ruimteverwarming is er in een woning ook warm tapwater nodig. Warm tapwater heeft een energievraag tussen de 15 en 20 kWh/m2. Voor warm tapwater geldt dat voor het veilig kunnen gebruiken van warm tapwater er met de huidige stand van de techniek en regelgeving een temperatuur van minimaal 55°C bij het tappunt nodig is. Om deze temperatuur te kunnen garanderen moet het opweksysteem in praktijk een temperatuur van 60-70°C kunnen leveren. Als de aanvoertemperatuur onvoldoende hoog is, moet er dus een aanvullende voorziening komen in de woning voor het opwekken of het boosten van de warmte voor warm tapwater.
BETROKKENHEID VAN BEWONERS BIJ DE WARMTETRANSITIE In 2019 en 2020 zijn er in de wijk Havenzathe plannen gemaakt voor de herinrichting van de wijk. Bij de totstandkoming van deze plannen heeft participatie van bewoners een belangrijke rol gespeeld. Uit een van de bijeenkomsten is tevens gebleken dat een groep bewoners uit Havenzathe actief bezig is met de verduurzaming van hun woning en wil meedenken/meedoen in het traject van de warmtetransitie. Er zijn inmiddels twee bijeenkomsten geweest waarin ervaringen over isolatie van woningen zijn uitgewisseld en waarbij bewoners hebben aangegeven wat voor een rol ze zouden willen spelen in het proces. Volgens de bewoners zijn de volgende aspecten van belang voor een succesvolle warmtetransitie:
SAMENWERKING: om de woningen in Havenzathe op een efficiënte, voordelige en esthetische manier geschikt maken voor ontkoppeling van aardgas is samenwerking onontbeerlijk (bijv door isolatie van een heel woningblok). VERGROTEN KENNIS: er is behoefte aan adviezen die verder gaan en meer inzicht en zekerheid bieden dan de huidige besparings- en isolatieadviezen die via de gemeente worden gegeven. SOCIALE COMPONENT: wat kunnen we als buren organiseren om anderen mee te nemen in het bewustzijn en enthousiasme t.a.v. energiebesparing/isolatie? VERBETEREN COMMUNICATIE: hoe kunnen we bestaande platforms zoals Buurbook (soort facebook van deze specifieke buurt) geschikter maken voor uitwisseling van kennis en ideeën? GEMEENTE TAKEN: hoe gaat de gemeente om met vergunningverlening en de welstand, bijvoorbeeld wanneer woningen er door isolatie van de buitenwand er anders uit komen te zien? Hier moet één lijn in worden getrokken om “verrommeling” tegen te gaan. Ook kan dit een kans bieden om wijken er weer aantrekkelijker uit te laten zien. FINANCIËLE ONDERSTEUNING: financieel ondersteuning zou ervoor kunnen zorgen dat blokken zich in zijn geheel kunnen voorbereiden om van het aardgas af te gaan, zodat uitvoering niet blijft hangen op een of twee bewoners die om financiële redenen niet mee kunnen doen.
KANSEN BETER IN KAART/BEELD BRENGEN: bijvoorbeeld door het maken van modelwoningen (op papier) of door met een warmtecamera de warmtelekken van woningen in kaart te brengen.
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
15
bronnen. Bij de opwekking van elektriciteit gaat het met name over zon en wind. Een bronnet is een aanvulling op all-electric. Een collectief bronnet transporteert laagwaardige warmte naar meerdere woningen en gebouwen als bron voor een warmtepomp in de woning of het gebouw. Ook bij deze infrastructuur moet de capaciteit van het elektriciteitsnet in de wijk dus worden verhoogd. Aangezien een warmtepomp ook op woning- of gebouwniveau in veel gevallen een efficiënte bron kan hebben, zal een bronnet voor woningen in de meeste gevallen geen logische optie zijn. In wijken waar in hoge dichtheid gebouwd is, kan er mogelijk beperkt ruimte zijn voor potentiele bronnen, waardoor een bronnet een optie kan zijn. Echter is in dat geval vaak een warmtenet een logischere keuze. De verwachting is daarom dat een bronnet met name ingezet zal gaan worden als bron voor warmtepompen, die warmte leveren aan een warmtenet in een wijk of een bedrijventerrein. 2. Warmtenetten: netwerken van warmwaterleidingen waarmee gebouwen worden verwarmd. Het water in de warmtenetten wordt verwarmd door duurzame warmtebronnen zoals bijvoorbeeld geothermie en vormen van aquathermie zoals warmte uit oppervlaktewater. Ook restwarmte of biomassa kunnen gebruikt worden om warmtenetten mee te voeden.
Bestaande netten in Nederland in oudere wijken leveren een temperatuur van maximaal 90°C aan de woningen en gebouwen (hoogtemperatuur). Gebouwen in nieuwere wijken zijn beter geïsoleerd. De aanvoertemperatuur is daar dus lager, circa 70°C (middentemperatuur). Bij nieuw te bouwen wijken kan worden overwogen om de aanvoertemperatuur verder te verlagen naar 40°C (laagtemperatuur). Bij woningen moet dan wel een aanvullende boostervoorziening geplaats worden in de woning voor warm tapwater (55°C). In de praktijk zien we dat daarom bij nieuwbouwwoningen vaak wordt
16
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
gekozen voor een middentemperatuur warmtenet. Bij een warmtenet komt er per gebouw of cluster van eengezinswoningen of kleinere gebouwen een afleverstation. Hier kan de temperatuur worden geregeld. De temperatuur van het net kan dus lokaal worden verlaagd als een gebouw daarvoor geschikt is. 3. Gasnetten: via gasnetten kunnen duurzame, hernieuwbare gassen als biogas of waterstof worden vervoerd ( hoewel waterstof nu nog schaars is en van aardgas wordt gemaakt, zou in deze energiedrager na 2030 mogelijk inzetbaar kunnen zijn in oudere/monumentale panden zonder spouwmuur).
4.4 Warmteoplossingen -en bronnen Bij iedere infrastructuur hoort een andere energiedrager. Dit zijn respectievelijk gas (gasnet), elektriciteit (electriciteitsnet) en water (warmtenet). Bij de verschillende energiedragers horen verschillende bronnen. De meest geschikte bron en bijhorende warmte-infrastructuur zijn sterk afhankelijk van de
schaalgrootte die kan worden gerealiseerd. In elk scenario en bij elke infrastructuur is er voorlopig ook nog afhankelijkheid van fossiele bronnen. Eerst zullen steenkolen worden uitgefaseerd en daarna ook aardgas. Deze uitfasering kost tijd. Om afscheid te kunnen nemen van fossiele bronnen dienen alternatieven voldoende bewezen en beschikbaar te zijn. Daarnaast kunnen er in de toekomst ook innovaties op het gebied van warmtetechnieken worden ontwikkeld die op termijn zorgen voor nieuwe oplossingen. INDIVIDUELE EN COLLECTIEVE WARMTEOPLOSSINGEN Er wordt in de warmtetransitie onderscheid gemaakt in individuele oplossingen en collectieve warmteoplossingen. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Bij collectieve oplossingen is het een voorwaarde dat meer dan één woning, vaak meerdere gebouwen en soms een heel gebied, op een bepaalde technologie overstapt. Een voorbeeld van een individuele oplossing is elektrisch verwarmen door middel van een
PARTNER AAN HET WOORD: LIANDER Liander transporteert als netbeheerder in Landsmeer én in een groot deel van Nederland gas en stroom. Ofwel, we zorgen ervoor dat het licht brandt en de huizen warm zijn. We staan ervoor dat onze klanten blijvend toegang hebben tot betrouwbare, betaalbare (en duurzame) energie. In het kader van de warmtetransitie helpen we gemeenten wijkgericht inzicht te geven in gegevens die nodig zijn om invulling te kunnen geven aan alternatieve warmte oplossingen met de laagst maatschappelijke kosten. Dit zijn gegevens over eigen assets (ouderdom, afschrijving, capaciteit, etc.) maar ook wijkkarakteristieken zoals woningtype, eigendom en energie labels. Naast de warmtetransitie zien we vanuit Liander veel ontwikkelingen in de maatschappij die de toekomstige energievraag significant kan laten veranderen. We gaan steeds meer elektrisch rijden en de inpassing van zonne- en windenergie neemt in rap tempo toe. All-electric, warmtenetten, groengas, duurzame opwek etc. Het vraagt allemaal om wijk specifieke oplossingen waar Liander veelal een enorme hoeveelheid werk heeft te verzetten. Onze gezamenlijke rol is om deze (lokale) ontwikkelingen vroegtijdig te duiden, waarop Liander de infrastructuur efficiënt kan aanpassen.
warmtepomp in de woning. Hiervoor is het noodzakelijk dat de woning goed geïsoleerd is. Een warmtenet is een voorbeeld van een collectieve oplossing die gevoed kan worden door meerdere warmtebronnen. Bij de keuze voor een individuele all-electric oplossing zullen warmtepompen worden ingezet. In dat geval zullen de warmtepompen gebruik maken van bodemenergie, zonthermie of buitenlucht als bron. Bij de inzet van warmtepompen moet in het achterhoofd worden gehouden dat er een verhoogde elektriciteitsvraag ontstaat. Die verhoogde vraag wordt bij voorkeur CO₂-neutraal ingevuld met grootschalige zon -en windenergie (windenergie is geschikter dan zonne-energie i.v.m. het aanbod in het stookseizoen) In onderstaande tabel (3) worden verschillende warmtebronnen uiteengezet en aangegeven of ze individueel of collectief kunnen worden toegepast. HUIDIGE KENNIS BESCHIKBAARHEID WARMTEBRONNEN In april van dit jaar is de concept Regionale Energie Strategie
(RES) opgeleverd voor de regio Noord Holland Zuid waar ook Landsmeer toe behoort. In de RES is een Regionale Structuur Warmte (RSW) ontwikkelt. De RSW verschaft een overzicht van de beschikbare warmtebronnen, de benodigde infrastructuur en de bovenlokale kansen en uitdagingen op het gebied van de warmtetransitie. De RSW laat voor de directe omgeving van Landsmeer lage potentie zien voor restwarmtebronnen of geothermiepotentie zien. Wel geeft de RSW een redelijke hoeveelheid bronnen voor omgevingswarmte met name thermische energie uitoppervlaktewater. Voor Landsmeer kan bovendien onderzocht worden of aansluiting op het warmtenet van Vattenfall in Amsterdam een optie is. Dit sluit aan bij het Warmte Transitie Model van Landsmeer en bij andere onderzoeken (waaronder door DWA, Syntraal). In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de analyse van het Warmte Transitie Model. Op basis daarvan kan worden
Type bron
Warmtebron
Bodemenergie
Geothermie (>500m diep) (via warmtenet)
Individueel / Collectief blokgebonden X
Ondiepe bodemenergie (<500m diep) (gebouwgebonden of via warmtenet)
X
X
Omgevingswarmte
Lucht (via warmtepomp)
X
X
Aquathermie
Thermische energie uit oppervlakte-, en afvalwater (met warmtepomp of bronnet)
X
X
Zonne-energie
Zonnewarmte (gebouwgebonden of via warmtenet)
X
X
Biomassa
Via biomassacentrale (via warmtenet), bioketels (gebouwgebonden) Hout-, pelletkachels (gebouwgebonden)
Restwarmte
X X
Elektriciteits- en afvalverbrandingscentrale (via warmtenet)
X
Industriële restwarmte (via warmtenet)
X
gesteld dat de volgende warmtebronnen het meest kansrijk zullen zijn in Landsmeer: Aquathermie: Thermische energie uit oppervlaktewater- en afvalwater Met alle thermische energie uit oppervlaktewater- en afvalwater (TEO en TEA) kan in potentie een heel groot deel van de gebouwde omgeving in Gemeente Landsmeer verwarmd worden. Om deze bronnen te kunnen benutten zullen er wel warmtenetten ontwikkeld moeten worden in wijken met een aanvoertemperatuur van maximaal 70°C. Het voordeel is dat het op een kleinere schaal kan worden toegepast dan bij andere potentiele bronnen voor warmtenetten, zoals bij restwarmte en geothermie vaak het geval zal zijn. Door energie uit oppervlaktewater te onttrekken verbetert de waterkwaliteit. Voorbeelden van energie uit afvalwater zijn warmte uit het riool (riothermie) en uit het gezuiverde afvalwater (effluentwater) bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Warmtepompen maken onderdeel uit van dit systeem, wat
REGIONAAL ONDERZOEK NAAR WARMTE UIT OPPERVLAKTEWATER Omdat er in Zaanstreek-Waterland volop oppervlaktewater is, en elke gemeente aan de slag gaat met de Transitievisie Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen is er in de regio besloten om gezamenlijk de mogelijkheden van warmte uit oppervlaktewater in kaart te laten brengen. Bij goed geïsoleerde woningen en gebouwen zou warmte uit oppervlaktewater als warmtebron kunnen dienen. Het resultaat van de gezamenlijke analyse wordt in 2020 verwacht en zal in de vorm van een visueel inzichtelijke warmtekaart worden gepubliceerd. Gemeente Landsmeer zal deze resultaten meenemen in de gezamenlijke afwegingen binnen wijkuitvoeringsplannen.
Tabel 3: Type warmtebronnen collectief en individueel
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
17
Denemarken lijkt qua cultuur, type bevolking en klimaat op Nederland. Toch loopt men daar voor op Nederland wat betreft warmtenetwerken. Ongeveer 65 procent van de huizen in Denemarken is aangesloten op een wijkverwarming. In 2030 moet dat voor alle woningen gelden. Opmerkelijk, van de 430 collectieve systemen zijn er 340 in eigendom van een coöperatie en 90 zijn van gemeenten. De warmtewet in Denemarken staat het namelijk niet toe om winst te maken op de warmtevoorziening. De nieuwe warmtewet in Nederland moet een stap in de goede richting worden.
Restwarmte Restwarmte komt vrij bij een productieproces. Er zijn vele
RESTWARMTE ADRIAAN GOEDE B.V. Adriaan Goede B.V. heeft als eierverwerkingsfabriek een grote warmtevraag maar kan ook restwarmte leveren. Gedurende dit traject zijn de kansen voor inzet in de gebouwde omgeving verkend en is geconcludeerd dat de inzet van deze restwarmte in de gebouwde omgeving voor de langere termijn niet kansrijk is. Wel gaat Adriaan Goede B.V. verkennen wat de mogelijkheden zijn voor de levering aan andere bedrijven op het bedrijventerrein. verschillende soorten van restwarmte met ook verschillende temperaturen. Voor het warmtenet van Vattenfall in Amsterdam en andere bestaande warmtenetten is restwarmte de meest voorkomende bron. Een mogelijk nadeel van restwarmte is de beschikbaarheid. Er zijn maar een beperkt aantal locaties waar restwarmte benut kan worden voor het verwarmen van de gebouwde omgeving en het is in sommige gevallen onzeker hoe lang de warmte beschikbaar blijft. Omdat restwarmte een relatief goedkope bron is, moet het daar waar mogelijk worden benut voor de
ontwikkeling van warmtenetten. Het is dan wel van belang dat er een alternatieve duurzame warmtebron op locatie beschikbaar is, zodat de leveringszekerheid van warmte kan worden gegarandeerd voor een zeer lange tijd. Energie uit de bodem en diepere aardlagen Uit de bodem en uit diepere aardlagen kan warmte onttrokken worden. Een vuistregel is dat elke kilometer de temperatuur met circa 30°C toeneemt. Dus hoe dieper je boort, hoe hoger de temperatuur. Of je op een bepaalde diepte in Nederland deze warmte ook daadwerkelijk uit de aarde kan winnen, is sterk afhankelijk van de lokale eigenschappen van de aardlagen. Op dit moment wordt er in de regio onderzoek uitgevoerd naar de geschiktheid van de bodem voor geothermie.
ONDERZOEK IN DE REGIO NAAR BODEMGESCHIKTHEID SCAN onderzoekt waar de Nederlandse ondergrond, in de delen waarover nog weinig informatie beschikbaar is, geschikt zou kunnen zijn voor de winning van aardwarmte. Ze zijn dus eigenlijk de verkenningsploeg die ervoor zorgt dat er een beter en completer beeld komt van de ondergrond. Met die kennis kunnen de mogelijkheden van aardwarmte voor Nederland beter ingeschat worden en de kans op succesvolle projecten vergroten. In de komende drie jaar wordt ook in het gebied HaarlemNijmegen, waar Landsmeer binnen valt, gekeken of de bodem geschikt is voor aardwarmte.
18
Wonen in Landsmeer zonder aardgas - Transitievisie Warmte
5 Wijkselectie
WARMTETOEPASSINGEN IN BUITENLAND
dus wel elektriciteit vraagt en die moet duurzaam worden opgewekt. Echter de efficiëntie (COP) van dit systeem is al hoger dan verbranding met individuele aardgasketels.
WARMTE-INNOVATIES Deze visie gaat uit van de kennis en de technieken die op dit moment beschikbaar zijn. Het idee is om de visie elke paar jaar te herijken, want de techniek ontwikkelt zich razendsnel. Bovendien zullen er de komende jaren ook veel juridische veranderingen en maatregelen op het gebied van financiering plaatsvinden, die een grote impact hebben op de warmtetransitie. Er zijn diverse veelbelovende innovaties die in de toekomst een belangrijke rol kunnen gaan spelen in de warmtetransitie. Te denken valt aan de hoge temperatuur warmtepompen. Vanwege de hogere temperatuur is minder isolatie nodig om de woning comfortabel te verwarmen. Naast buitenlucht en bodemwarmte, kan ook zonthermie als bron voor warmtepompen ingezet worden. Ook zijn er nieuwe duurzame bronnen voor warmtenetten in opkomst. Thermische energie uit drinkwater en uit asfalt zijn hier voorbeelden van. En hoewel waterstof nu nog schaars is en van aardgas wordt gemaakt, zou deze energiedrager in de toekomst (naar verwachting na 2030) mogelijk inzetbaar kunnen zijn in oudere panden zonder spouwmuur of monumentale panden. Om te zorgen dat in de huidige versie van de Transitievisie Warmte geen keuzes worden gemaakt waar men later spijt van krijgt, worden keuzes gemaakt voor aanpassing van infrastructuur in de gebouwde omgeving in plaats van specifieke keuzes voor systemen en bronnen.
En bij de keuze voor all-electric wordt de vrijheid behouden om voor verschillende systemen te kiezen, zoals een luchtwarmtepomp op bodemwarmte of zonthermie. Wanneer een gemeente een warmtenet aanlegt kan deze later altijd nog met andere bronnen worden gevoed.
Dit hoofdstuk gaat dieper in op de kansrijke warmteoplossingen in Landsmeer, uitgesplitst naar buurtniveau. Vervolgens wordt toegelicht hoe de selectie van meest kansrijke gebieden om de warmtetransitie te starten tot stand is gekomen.
De data-analyse vanuit het Warmte Transitie Model is vergeleken met de resultaten van de start analyse. Deze analyse gaf geen andere inzichten. In bijlage B wordt de werking van het Warmte Transitie Model verder toegelicht en wordt uitgelegd hoe de warmtekaart tot stand is gekomen. In het Warmte Transitie Model wordt gebruik gemaakt van de volgende openbare bronnen:
5.1 Wijze van analyse
Bronhouder(s) CBS Kadaster
We kunnen niet heel gemeente Landsmeer in één keer aardgasvrij maken. Dat is ook niet nodig, want hiervoor is tot 2050 de tijd. Wel kan er met de kennis en technieken van nu in de meest kansrijke buurten de eerste stappen worden gezet met als einddoel een CO2-neutrale gebouwde omgeving in heel Landsmeer in 2050. In de wijken waar niet vóór 2030 gestart wordt, kunnen particuliere woningeigenaren, woningcorporaties en andere gebouweigenaren wel al aan de slag met het aardgasvrij-gereed maken van de woningen met o.a. isolatiemaatregelen. In de projectgroep is er op basis van verschillende informatiebronnen gekeken naar gemeente Landsmeer om te kunnen bepalen welke wijken kansrijk zijn om te starten. Hierbij is gebruik gemaakt van het Warmte Transitie Model van Over Morgen, die in een warmtekaart per buurt laat zien welke alternatieve warmteopties de laagst maatschappelijke kosten hebben. Daarnaast is gebruikt gemaakt van beschikbare lokale data die het mogelijk maakt om koppelkansen te identificeren, waaronder gepland onderhoud van Rochdale, Eigen Haard en geplande projecten van de gemeente Landsmeer. Tijdens dit traject heeft het Expertisecentrum Warmte (ECW) de Leidraad Transitievisie Warmte aan gemeenten beschikbaar gesteld. De Leidraad bestaat uit: 1. De Startanalyse. Een doorrekening van alle gemeentes met het Vesta MAIS model door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).