2020-81 RIB ontwikkelingen opvang van asielzoekers 2021
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Landsmeer Ter kennisneming Onderwerp:
Ontwikkelingen rond de opvang van asielzoekers
Datum b&w-vergadering:
11 december 2020
Portefeuillehouder:
Drs. D. D. Straat
Volgnummer: Aantal + naam bijlagen bij raadsinformatiebrief:
2020-81 1: Brief “Opgaven Huisvesting vergunninghouders en Opvang – Ministerie Justitie en Veiligheid”.
Raadsinformatiebrief
Aan de raad van Landsmeer, In deze brief wil ik u informeren over de ontwikkelingen rond de opvang van asielzoekers: onze opgave als afzonderlijke gemeente hierbij. Aanleiding Op landelijk niveau ligt een taakstelling voor de zorg voor voldoende opvang van asielzoekers, snelle huisvesting en integratie van vergunninghouders. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de commissarissen van de Koning en burgemeesters hierover recent geïnformeerd (brief van 30 oktober 2020) en aangegeven dat het realiseren van deze taakstelling alleen kans van slagen heeft wanneer de problematiek gezamenlijk wordt opgepakt (Zie bijlage I ‘’Opgaven Huisvesting vergunninghouders en Opvang – Ministerie Justitie en Veiligheid). Om in dit kader e.e.a. concreet vorm te kunnen geven, is binnen de provincie Noord-Holland begin dit jaar wederom een bestuurlijke provinciale regietafel (PRT) asielopvang opgestart onder voorzitterschap van de commissaris van de Koning. Deelnemers aan de PRT zijn een vijftal burgemeesters (één namens elke veiligheidsregio), een vertegenwoordiger van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie, de plaatsvervangend directeur Programma Flexibilisering Asielketen, de bestuursvoorzitter van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de vastgoedregisseur van het COA.
Zoals voornoemd vormt de directe aanleiding voor de brief van de Staatssecretaris de grote druk op het aantal beschikbare opvangplekken voor asielzoekers. Deze druk is terug te voeren op de achterstanden bij de IND: niet alle asielaanvragen worden binnen de vastgestelde termijnen afgehandeld, waardoor asielzoekers in afwachting van een besluit langer in de opvang blijven. Daarnaast speelt het niet tijdig huisvesten van vergunninghouders als gevolg van krapte op de woningmarkt een niet te verwaarlozen rol. In eerste instantie dienen op korte termijn in totaal 417 extra opvangplekken in Noord-Holland te worden gerealiseerd om situaties van massale noodopvang zoals in 2015/2016 te voorkomen. Deze opgave – concreet in te vullen door COA en gemeenten onder coördinatie van de commissaris van de Koning – is dit voorjaar uitgebreid met de uitwerking van de Uitvoeringsagenda Flexibele Opvang, met als oogmerk het realiseren van structurele opvangplekken. Deze Uitvoeringsagenda ziet op meer flexibiliteit in asielopvang teneinde fluctuaties in de asielinstroom op te kunnen vangen. Daarnaast heeft de Uitvoeringsagenda tot doel om de opvang meer evenredig over Nederland te verdelen en er voor te zorgen dat met name kansrijke asielzoekers en vergunninghouders dichter bij hun uiteindelijke woonplaats worden opgevangen. Teneinde de inburgering en integratie te verbeteren.
Dit (ook) met het oog op de Nieuwe Wet inburgering die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treedt. Daarnaast werkt het COA aan een zgn. routekaart wanneer voornoemde inzet onverhoopt niet toereikend blijkt. Het is goed om in dit verband op te merken dat de gebruikelijke mogelijkheden die het COA tot haar beschikking heeft, in deze tijd door COVID-19 enigszins worden beperkt. Door de RIVM-richtlijnen om verdere besmettingen met COVID-19 tegen te gaan kan bijvoorbeeld niet worden overgegaan tot noodopvang in evenementenhallen. Wel wordt nu onderzocht met betrokken partners hoe, binnen de RIVM-richtlijnen, gebruik kan worden gemaakt van crisisnoodopvang als uiterste redmiddel. Kortom, de urgentie om op korte termijn extra reguliere opvanglocaties te realiseren is toegenomen. Opdracht Het betreft hier dus een gecombineerde opgave voor de opvang van asielzoekers voor de korte en middellange termijn. Om deze opgave in te vullen, wordt ervan uitgegaan dat de verdeling plaatsvindt op basis van inwonertal te verdelen over de Veiligheidsregio’s.
In onderstaande overzichten wordt die onderverdeling gevisualiseerd:
NB. Het is goed om op te merken dat het hier gaat om de Veiligheidsregio als geografisch afgebakend gebied. En dus niet als bestuurlijk gremium. In een cijfermatig overzicht komt deze visualisatie er als volgt uit te zien: Benodigde opvangcapaciteit Noord-Holland Provincie/ Veiligheidsregio
Noord-Holland ZaanstreekWaterland
Korte termijn (2020) Extra benodigd na 1 feb 2020 (acuut) +417 +128
Middellange termijn (1 januari 2023) Regionale opvanglocaties (structureel) 1900-2100 225-248
De totale opgave voor de Provincie Noord-Holland is: • 417 acute opvangplekken (realisatie z.s.m. voor de duur van ca 1,5-2 jaar omdat de AZC’s nu aan maximale capaciteit zitten); • 1900-2100 structurele regionale opvangplekken i.v.m. verwachte toename van asielzoekers.
Realisatie Er is in dit kader afgesproken dat binnen het geografische gebied van iedere Veiligheidsregio een praktisch gericht overleg wordt georganiseerd om e.e.a. richting te kunnen geven; een regionale regietafel (RRT) zogezegd. Dit dient te worden gezien als een verlengstuk van de PRT, die als aanjager en coördinator voor de PRT kan functioneren. De vraag vanuit de PRT is dus om dit in iedere regio, dus ook in de regio Zaanstreek-Waterland, tot stand te brengen. Uiteraard heeft iedere regio de ruimte om zelf te komen tot een passende samenstelling van de eigen RRT en daarvoor aansluiting te zoeken bij bestaande overlegstructuren. Het zal een samenwerking worden tussen de burgemeesters en wethouders van de betrokken gemeenten. Op regionaal niveau heeft vervolgens de Commissaris van de Koning op 19 november 2020 gesproken met alle burgemeesters binnen Zaanstreek-Waterland en de urgentie van de problematiek voor het voetlicht gebracht. In de rapportages zal naast de voortgang van het proces ook worden gesproken over de eventuele belemmeringen die zich voordoen. Een bekende belemmering is bijvoorbeeld dat het voor kleinere gemeenten moeilijk blijkt om grootschaliger locaties te vinden. Gemeenten kunnen dit oplossen door elkaar financieel te compenseren of door het (eerder) opnemen van statushouders. Op deze manier kan elke gemeente toch evenredig bijdragen.
Mochten de gemeenten en de provincie er niet gezamenlijk uitkomen, dan dient met de mogelijkheid rekening te worden gehouden, dat de Staatssecretaris zelf invulling zal geven aan de verdeling. Concluderend, ligt er een opgave voor ons als regio en gemeenten om een bijdrage te leveren aan de opvang voor asielzoekers. Dit zal volgende jaar extra inzet vragen vanuit de gemeente. Ik hoop u tot zover voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer