16713-2022 RIB meicirculaire 2022
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Landsmeer Ter kennisneming Datum B&W vergadering
5 juli 2022
Portefeuillehouder
Burgemeester L. de Lange
Documentkenmerk
16713-2022:179565 behorende bij zaak: 16713-2022
Bijlage(n)
Er zijn geen bijlagen.
Onderwerp:
Resultaat meicirculaire 2022 gemeente Landsmeer
Aan de raad van Landsmeer,
Op basis van de meicirculaire 2022 is de algemene uitkering berekend voor de jaren 2022 tot en met 2026. Het hogere accres leidt in de jaren 2023 tot en met 2025 tot een forse groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De 3 belangrijkste oorzaken van de stijging zijn het hogere accres, het schrappen van de opschalingskorting en de herverdeling van het gemeentefonds. De berekening van de accressen heeft plaatsgevonden op basis van lopende prijzen. Dit is een belangrijk gegeven voor de interpretatie van de cijfers, omdat de effecten van de huidige en toekomstige inflatie nog niet verwerkt zijn in deze raadsinformatiebrief. Deze raadsinformatiebrief betreft de doorwerking van de mei circulaire 2022 in de begroting. Onderstaande tabel laat het verschil zien tussen de december circulaire 2021 en de mei circulaire 2022.
Dit verschil wordt verklaard door een groot aantal mutaties die hieronder worden uitgelegd.
Verklaring mutaties In onderstaande tabel 1 staan Doeluitkeringen (DU) en Integratie Uitkeringen (IU). Dit betreffen uitkeringen die een speciaal doel hebben (Doeluitkeringen) en uitkeringen die voorheen apart werden verstrekt (de Integratie Uitkeringen), deze vervallen en zijn thans opgenomen in de Algemene Uitkering. Vaak start het Rijk een nieuw beleidsinitiatief op met een doeluitkering waarmee de gemeente uitvoering moet geven aan Rijksbeleid. Deze doeluitkeringen zijn beklemd en specifiek bedoeld voor dat doel. Als een regeling regulier beleid wordt, laat het Rijk de doeluitkering vervallen en wordt het bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. Echter dit betekent vaak dat de kosten die gemoeid waren met de uitvoering van dit beleid nog steeds deel uitmaken van de begroting, zodat het vrij besteedbaar deel van de algemene uitkering in werkelijkheid beperkter is. Ditzelfde geldt voor de Integratie Uitkeringen.
Onderstaande tabel 1 laat onder punt 20 de mutatie zien van de algemene uitkering. In hoeverre deze mutatie vrij besteedbaar is leggen we later aan de hand van tabel 3 uit in deze brief. Tabel 1: verschil meicirculaire 2022 en decembercirculaire
1.
Inburgering leerbaarheidstoets
De leerbaarheidstoets is onderdeel van de brede intake in de Wet inburgering. De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. 2.
Inburgering (integratie-uitkering)
Dit betreft de mutatie op de al bestaande vergoeding. Vanuit het Rijk is het budget bij zowel de decembercirculaire als bij deze meicirculaire opgehoogd. Het bedrag wordt in 2022 opgehoogd met een extra bedrag van €4.000 tot een totaal €47.000. Hiermee kan uitvoering gegeven worden aan de beleidsnotitie Nieuwe Wet Inburgering die in februari 2022 in uw raad is vastgesteld. 3.
Brede impuls combinatiefunctionarissen/buurtsportcoaches (DU)
Bij de analyse van de septembercirculaire 2021 werd aangegeven, dat de gelden voor de combinatiefuncties/buurtcoaches tot en met 2022 zijn ondergebracht in een doeluitkering en met ingang van 2023 onderdeel is van de algemene uitkering. Deze gelden zijn echter nog steeds ondergebracht in een doeluitkering. Vandaar dat een bedrag van €55.256 in een aparte reeks toegevoegd is als doeluitkering. 4.
Energietoeslag
Op 15 maart 2022 is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet een eenmalig budget van € 854 miljoen beschikbaar gesteld.
Pagina 2 van 7
Zoals gemeld in de brief aan de Tweede Kamer van 15 maart jl. is het gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan. Landsmeer ontvangt hiervoor een bedrag van € 251.397. 5.
Jeugdhulp subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg
In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ met een looptijd tot eind december 2021. Aan het einde van de subsidieregeling vloeien deze financiële middelen weer terug in het gemeentefonds. 6.
Jeugdzorg (Coalitieakkoord Rijk)
Over de hogere kosten van de jeugdzorg is de afgelopen periode veel te doen geweest. Nog steeds is er geen definitieve duidelijkheid. Vorig jaar zomer kwam de arbitragecommissie met een uitspraak dat de gemeenten gecompenseerd moesten worden voor de hogere kosten van de jeugdzorg, maar daarnaast ook zelf een aantal maatregelen moesten treffen. Daardoor zou de compensatie in de jaren erna lager uitvallen. VNG, IPO en Rijk kwamen daarna overeen dat gemeenten, vooruitlopend op de uitkomsten van de kabinetsformatie, 75% van dit compensatiebedrag alvast in hun begrotingen mochten opnemen. Omdat de gemeente Landsmeer heeft de genoemde 75% al meerjarig in de begroting opgenomen moet dit gecorrigeerd worden. In deze brief wordt hier bij tabel 2 op in gegaan. 7.
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp
Het kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De beoogde datum van inwerkingtreding is op 1 januari 2025 gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen. 8.
Toezicht en handhaving voor EPBD II
De algemene uitkering wordt in 2022 met € 1,8 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningsystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2023 en verder volgt in een volgende circulaire. 9.
Prenataal huisbezoek
In 2021 is structureel vanaf 2022 in totaal € 5,3 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’. Daarbij was uitgegaan van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel per 1 januari 2022. Het wetsvoorstel is echter niet per 1 januari 2022 in werking getreden maar treedt per 1 juli 2022 in werking. De niet benodigde middelen voor het 1e halfjaar van 2022 worden teruggeboekt naar het ministerie van VWS.
Pagina 3 van 7
10.
Einde lening inburgeringsplicht
In 2022 ontvangen gemeenten € 2,6 miljoen voor de ondersteuning van ELIPs. Het betreft inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtige zijn. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. 11.
Uitvoeringskosten klimaatakkoord
Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van € 40 miljoen. Dat is onvoldoende om de al in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom wordt al vast € 74,3 miljoen naar 2022 verschoven via een verhoging van de doeluitkering. 12.
Extra capaciteit BOA’s
Er is structureel € 200 miljoen vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid om onder meer de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. 13.
Inkomstenderving 20 (Covid)
In de decembercirculaire 2021 is voor 282 gemeenten de compensatie over 2020 volledig afgerond. Voor 48 gemeenten was op dat moment sprake van gedeeltelijke compensatie. De compensatie van deze gemeenten, waaronder Landsmeer, vindt grotendeels nu plaats. 14.
Overige posten.
Het betreft een verzameling van kleine uitkeringen met weinig impact op de gemeentelijke begroting. Bijvoorbeeld een klein bedrag voor de bezwaarprocedure van het handhaven van de quarantaineplicht in 2022. De volgende punten worden vanwege hun samenhang in gezamenlijkheid toegelicht. 15.
Participatie
16.
Voogdij/18+
17.
Participatie loon- en prijsbijstelling 2022
18.
Voogdij/18+ loon- en prijsbijstelling 2022
19.
Vergoeding raadsleden kleine gemeenten.
De integratie-uitkeringen Raadsledenvergoeding kleine gemeenten, Participatie (onderdelen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk)), Voogdij/18+ en Inburgering worden met de ingang van het nieuwe verdeelmodel in 2023 toegevoegd aan de algemene uitkering. Vanaf 2023 zal de loon- en prijsbijstelling niet meer apart vergoed worden, maar gedekt moeten worden uit het accres. Dit betekent dat bij de posten 15 tot en met 19 (IU) een uitname plaatsvindt. De middelen worden m.i.v. 2023 in het vrije deel van de algemene uitkering gestopt. Het is dus geen extra geld. Het geld moet beschikbaar blijven voor de kosten die hier voor gemaakt moeten worden.
Pagina 4 van 7
20.
Mutatie algemene uitkering (vrij besteedbaar deel)
De mutatie algemene uitkering betreft het zogenaamde vrij besteedbaar gedeelte. Echter het is minder vrij besteedbaar dan wordt verondersteld, omdat de toename van het vrije deel voor een gedeelte wordt veroorzaakt door bedragen die eerst nog als doeluitkeringen (DU en IU) werden verstrekt. De omvangrijkste taakmutatie is de incidentele compensatie van € 1.445 miljoen voor de tekorten Jeugdzorg voor het jaar 2023. Daarnaast zijn er veertien andere taakmutaties, waarvan vier in verband met de overheveling vanaf 2023 naar de algemene uitkering vanuit vier integratie-uitkeringen: Participatie (Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding exclusief beschut werk), Voogdij/18+, Inburgering en Raadsledenvergoeding kleine gemeenten. Het gaat hier met name om de genoemde punten 15 tot en met 19. De mutaties jeugdzorg zijn initieel voor 75% meegenomen in de begroting 2022-2026, zoals die vorig jaar aan de gemeente geadviseerd zijn door de provincie. Echter in een tabel die bijgevoegd is aan de meicirculaire zijn deze bedragen als mogelijk “scenario” ook weer onder voorbehoud bijgesteld. Hierdoor neemt het vrij te besteden bedrag af. Met name voor 2026 wordt een stevige afname van de beschikbaar te stellen uitkering voorzien. Tabel 2: Bijgesteld budget jeugdzorg.
Budget jeugdzorg Scenario Opgenomen (elders) in begroting Compensatie jeugdzorg in begroting 2023-2025
2023 € 563.688 € 475.000 € 88.688
2024 € 399.360 € 445.000 -€ 45.640
2025 € 368.055 € 410.000 -€ 41.945
2026 € 253.660 € 410.000 -€ 156.340
Het overzicht van tabel 3 laat zien hoe de mutaties in totaal effect hebben op het vrij besteedbare bedrag in de begroting. Tabel 3: Vrij besteedbaar 2023-2026. Vrij besteedbaar Mutatie algemene uitkering Jeugdhulp subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg Overige posten kleine mutaties Participatie (IU) Voogdij/18+ (IU) Participatie: loon- en prijsbijstelling 2022 Voogdij/18+ : loon- en prijsbijstelling 2022 Vergoeding raadsleden (IU) Compensatie jeugdzorg in begroting 2023-2025 Vrij besteedbaar exclusief doorberekening inflatie
2022 613.449 -€ 4.672 € 199 -€ 13.737 € 9.695
€ 3.543 € 608.477
2023 2024 2025 2026 2.120.114 3.159.314 3.748.229 2.255.392 €0 €0 €0 €0 -€ 1.144 -€ 3.210 -€ 3.349 -€ 3.858 -€ 67.405 -€ 70.245 -€ 72.540 -€ 74.866 -€ 260.068 -€ 260.068 -€ 260.068 -€ 260.068 € 1.089 € 1.106 € 1.141 € 1.174 € 10.437 € 10.573 € 10.821 € 11.118 -€ 114.265 -€ 114.265 -€ 114.265 -€ 114.265 € 88.688 -€ 45.640 -€ 41.945 -€ 156.340 € 1.777.446 € 2.677.565 € 3.268.024 € 1.658.287
Pagina 5 van 7
Oorzaken groei accres De 3 belangrijkste oorzaken van de stijging zijn het hogere accres, het schrappen van de opschalingskorting en de herverdeling van het gemeentefonds. Hieronder geven we een nadere toelichting. -
Hoger accres (groei gemeentefonds): vanaf 2026 echter daling
Tot en met 2025 geldt voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stijgen, het gemeentefonds evenredig meegroeit. Omgekeerd geldt hetzelfde: dalen de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalt het gemeentefonds evenredig mee. Dit noemen we de trap-op-trap-af-systematiek. Omdat het kabinet Rutte IV in de jaren tot en met 2025 meer gaat uitgeven, stijgt ook het gemeentefonds evenredig mee. Gemeenten krijgen daardoor een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Voor 2022 tot en met 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek toegepast. Dat leidt ten opzichte van de decembercirculaire 2021 tot een forse toename, door zowel hogere inflatie als beleidsintensiveringen. Vanaf 2026 is sprake van een sterke afvlakking van deze groei. Voor 2026 heeft het Rijk het accres (de jaarlijkse stijging) gefixeerd op € 840 miljoen voor het gemeentefonds. Dit bedrag wordt jaarlijks alleen bijgesteld met de loon- en prijsbijstelling. -
Schrappen opschalingskorting: geen korting tot en met 2025, wel weer vanaf 2026
In 2012, bij de formatie van het kabinet Rutte II, werd ingezet op een opschaling van gemeenten. Deze zou moeten leiden tot besparingen door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. Daarnaast werd uitgegaan van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Hiertoe zou het gemeentefonds over een periode van 10 jaar met € 975 miljoen worden gekort. De beoogde opschaling is inmiddels van de baan, maar de korting is in stand gebleven. Tot nu toe is € 300 miljoen gekort. De verhoging van de korting is de laatste jaren tot en met 2022 incidenteel geschrapt. De komende jaren is er nog een aanvullende korting ingeboekt die oploopt tot € 675 miljoen. In het regeerakkoord is afgesproken dat deze korting in ieder geval tot en met 2025 komt te vervallen. -
Herverdeling gemeentefonds: Landsmeer is voordeelgemeente.
De Nederlandse gemeenten ontvangen ongeveer de helft van hun inkomsten uit het gemeentefonds. De totale omvang hiervan bedraagt ongeveer € 30 miljard. Een groot deel van dit bedrag wordt nu anders verdeeld. De totale omvang van de uitkering uit het gemeentefonds neemt niet toe of af. Maar dat neemt niet weg dat de nieuwe verdeling winnaars en verliezers kent. De verdeling van het gemeentefonds sluit door onder andere de decentralisaties in het sociaal domein niet meer aan bij de huidige tijd en is bovendien in de afgelopen twintig jaar ingewikkeld en ondoorzichtig geworden. Daarom wordt vanaf 1 januari 2023 een compleet herzien verdeelmodel gebruikt. Het doel van de herziene verdeling is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Landsmeer krijgt er door de herverdeling structureel geld bij, te weten € 239.000. Het eerste jaar (2023) wordt daar een bedrag van € 150.000 op in mindering gebracht als gevolg van het “ingroeipad”. Het ingroeipad wordt beperkt tot drie jaar.
Pagina 6 van 7
In het eerste jaar bedraagt het maximale effect € 7,50 per inwoner, en in de twee daarop volgende jaren nog eens aanvullend € 15 per inwoner. Daaruit is op te maken dat de provinciale toezichthouders ermee instemmen dat gemeenten in 2026 mogen rekenen met een maximaal effect van € 37,50 per inwoner en niet nu al hoeven te anticiperen op een groter effect. Het maximale positieve effect voor Landsmeer is in 2023 € 7,50 per inwoner en in 2024 en 2025 € 20,50 per inwoner.
Indicatief Begrotingssaldo na verwerking meicirculaire Hieronder treft u een tabel 4 aan om overzichtelijk te maken wat de invloed van de meicirculaire heeft op het begrotingssaldo. Wij wijzen er op dat dit een eerste doorrekening betreft. waarbij de gevolgen van de nog door te voeren indexatie niet meegerekend zijn. Tabel 4 : Doorrekening vrij besteedbaar bedrag in het meerjarig begrotingssaldo. Bedragen * € 1.000 Omschrijving Primaire begroting *
2022 1
2023 -126
2024 -143
2025 135
2026 135*
1e Berap 2022
19
14
11
7
7*
Totaal Mei circulaire 2022 (vrij besteedbare deel) Indicatief Begrotingssaldo na verwerking mei circulaire
20 608 628
-112 1778 1666
-133 2678 2545
142 3268 3410
142* 1658 1658
* deze bedragen zijn indicatief
Resumerend zijn de effecten De effecten van de meicirculaire voor de gemeente Landsmeer zijn op het eerste gezicht zeer positief. Zoals uit tabel 4 Indicatief Begrotingssaldo blijkt lijkt er voor de komende jaren begrotingsruimte te ontstaan. We moeten er echter voor waken om in de valkuil te stappen van het blindstaren op deze hogere saldi. Allereerst heeft het Rijk het accres vanaf 2026 gefixeerd, waardoor er vanaf dat jaar aanmerkelijk minder begrotingsruimte is. Hier moet bij het aangaan van meerjarige financiële verplichtingen nadrukkelijk rekening mee worden gehouden. Daarnaast is bij deze doorrekening nog geen rekening gehouden met de effecten van de huidige, hoge inflatie. We moeten er van uitgaan dat aannemers, gesubsidieerde instellingen en verbonden partijen de hogere inflatie zullen gaan doorberekenen aan de gemeente. De volledige doorwerking van de meicirculaire zult u terugzien in de Berap 2 en in de begroting 2023.
Met vriendelijke groet, burgemeester Landsmeer
Pagina 7 van 7