CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Vrouwen in leidinggevende posities, kabinetsmaatregelen voor de (semi)publieke sector

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: EXTERN3.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

t3u-o2 INGEKOMFN 7 5 MEI 2072 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Gemeente Landsmeer Ter attentie van de voorzitter van de raad van bestuur Ter attentie van de voorzitter van de raad van toezicht Postbus 1 1120AA Landsmeer

Emancipatie Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www. rijksoverheid .n I

!!llllWWl

32044199

Referenti e

Datum

16 mei 2022

Betreft

Vrouwen in leidinggevende posities, kabinetsmaatregelen voor de (semi)publieke sector

Bijlagen l. Brief aan Tweede Kamer

Geachte voorzitter, Met deze brief informeer ik u over de maatregelen van het kabinet voor meer vrouwen in leidinggevende posities, en over wat ze voor uw organisatie betekenen. Als bijlage vindt u de brief die het kabinet hierover aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin wordt de aanleiding en achtergrond beschreven voor de genomen maatregelen. Het doel van de maatregelen is een betere man-vrouwverhouding in de top van (semi)publieke organisaties. Daarmee wordt talent beter benut, worden vernieuwing en creativiteit gestimuleerd en wordt de sociale cohesie vergroot. Dit past bij een inclusieve arbeidsmarkt waarin iedereen gelijkwaardig is. Bovendien vindt dit kabinet het van groot belang dat (semi)publieke organisaties het goede voorbeeld geven. Wettelijk streefcijfer Als u een (semi)publieke organisatie vertegenwoordigt, wordt u verplicht zelf passende en ambitieuze streefcijfers voor man-vrouwverhouding in de top en subtop op te stellen. Hierbij geldt een minimum streefcijfer van 33% vrouwen. Dit is een belangrijke eerste stap, en tevens een startpunt. Het einddoel is om te komen tot een goede balans in de (sub)top (een 50/50-verdeling). Ook wordt u verplicht een plan op te stellen waarin staat welke acties u gaat ondernemen om deze streefcijfers te behalen. Deze maatregelen neemt het kabinet om versneld te komen tot een goede balans in de (sub)top.

Om dit ook wettelijk vast te leggen, is het kabinet bezig met de voorbereiding van een wetsvoorstel. Zo nodig wettelijk quotum Vijf jaar na invoering van de wettelijke verplichting om streefcijfers op te stellen zullen de resultaten worden geëvalueerd, met een tussenevaluatie na drie jaar. Als uit de tussenevaluatie (na drie jaar) blijkt dat de realisatie van het minimum streefcijfer van 33% onvoldoende oplevert, kan besloten worden om een wettelijk quotum te introduceren.1 Deze wetgeving kan worden ingevoerd als na de evaluatie

1

In specifieke gevallen kunnen sectoren hiervan worden uitgesloten. Pagina 1 van 2

(na vijf jaar) blijkt dat het wettelijk minimum streefcijfer van vrouwverhouding in de top en subtop inderdaad niet is gerealiseerd.

33%

man-

Onze referentie 32044199

Ondersteuning De Rijksoverheid deelt graag goede voorbeelden die ondersteunen bij het opstellen van streefcijfers en een plan van aanpak. Ter ondersteuning wordt er ender andere aan het eind van het jaar een bijeenkomst georganiseerd waarin best practices en aandachtspunten zullen worden gedeeld. Daarnaast wordt er een jaarlijkse monitor ontwikkeld om de voortgang in kaart te brengen. Wij gaan ervan uit dat u zieh de kernende periode met volle overtuiging inzet voor diversiteit en vertrouwen hierin op uw commitment.

Met vriendelijke greet, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Robbert Dijkgraaf

Pagina 2 van 2

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

De voorzitter van de Tweed e Ka mer der Staten-Genera al Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Emancipatie Rijnstraat50 Den Haag Postbus 16375 2 500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.ni

Onze referentie 31584482

Datum

25 februa ri 2022

Bet re ft

Kabinetsreactie advies Adviesgroep-Vinkenburg 'Stu ring en be leid voor evenredige man-vrouwvertegenwoordiging in de (semi)publieke top' en QuickScan 'Genderdiversiteit'

Naar aanleiding van het SER-advies 'Diversiteit in de top. Tijd voorversnelling' zijn afgelopen jaar de nodige stappen gezet voor meer vrouwen in de top van organisaties.1 Een belangrijke markering daarin is de wet voor meervrouwen in de top van het bedrijfsleven die 1 januari jongstleden in werking is getreden. Deze stappen zijn nodig om gelijke kansen én gelijke uitkomsten voor mannen én vrouwen op de arbeidsmarkt te realiseren. Oak in de (semi)publieke sector geldt dater in veel organisaties op dit moment nag geen sprake is vaneen evenredige man-vrouwvertegenwoordiging in de top.2 Het kabinet is daarom verheugd u te melden de komende periode stevig in te zetten om oak in deze sector het proces voor meer vrouwen in de top te versnellen. Representatie doetertoe en de (semi)publieke sector moet hierbij als voorbeeld fungeren. Als organisaties goed aan willen sluiten op wat de samenleving nodig heeft, dan is een evenredige representatie van mannen en vrouwen van groat belang. Met de huidige man-vrouwvertegenwoordiging van 50/50 binnen het kabinet, heeft het kabinet het goede voorbeeld willen geven, maar er is meer nodig. Het advies 'Genderdiversiteit in de (sub)top van de (semi)publieke sector', van de Adviesgroep-Vinkenburg? geeft het kabinet richting in de wijze waarop deze opgave kan worden aangepakt. Het kabinet is blij met dit advies.

In deze Kamerbrief reageer ik, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de minister van Binnenlandse Za ken en Koninkrijksrelaties, op het advies. Het kabinet hecht er aan te benadrukken dat diversiteit in de top van de (semi)publieke sector verder strekt dan gender a Ileen. Het is even zo belangrijk om bijvoorbeeld mensen met een cultureel diverse achtergrond, LHBTIQ+personen en mens en met een be perking door en in te laten stromen naar de top. Het kabinet wil naast meervrouwen in de (sub)top oak inzetten op een integrale

1 Kamerstuk 29544, nr. 999 ' In maar 25% van de (semi)publieke organisaties is op dit morne nt sprake vaneen evenredige vertegenwoordiging van mannen env rouwen in de top. Bron: SEO (2021) Q uickScan Genderdiversiteit, zie ook: https ://www.rijksoverheid .n I/bi naries/rijksoverheid/docume nten/rapporten/2021/10/15/quickscang end e rd iversite it/quicks can -gende rdiversiteit.pdf 30420, nr. 354

Pagina 1 van6

diversiteitsaanpak. Geiet op de inhoud van het advies ligt de focus in deze kabinetsreactie op genderdiversiteit.

Onze referentie 31584482

U ontvangt deze reactie een jaar na het verschijnen van hetadvies, omdat het kabinet in de tussenliggende periode demissionair was en het advies controversieel was verklaard. Naar aanleiding van de motie-Bergkamp zijn al wel voorbereidingen getroffen op de uitvoering van het advies, waaronder een QuickScan naar monitoring en governance-codes.5 Deze brief beg int met een samenvatting van het advies, gevolgd door een samenvatting van de QuickScan. Vervolgens kondigt het kabinet aan welke maatregelen zij nee mt naar aanleiding van deze rapporten. 1. Samenvatting advies van de Adviesgroep-Vinkenburg De adviesgroep stelt de volgende maatregelen voor om een evenredige manvrouwverhouding te bereiken. Streefcijfers Er dient een streefcijfer te worden opgelegd van tenminste 30% vrouwen, in de top van instellingen en gremia voor bestuur en toezicht. Instellingen moeten nadrukkelijk worden uitgenodigd te streven naar 50/50-verdeling in de top. Dit streven moet te rug te zien zijn in kandidaten- en kieslijsten.6 De adviesgroep advisee rt verder wettelijk vast te leg gen dat (semi)publieke organisaties een plan moeten hebben om het streefcijfer te halen. De verantwoordelijkheid daarvoor moet bij een team of persoon worden belegd. Evaluatie Om vrijblijvendheid van de streefcijfers te voorkomen, moet na vijf jaareen evaluatiemoment worden ingelast, met een tussenevaluatie na drie jaar.

Als het streefcijfer na vijf jaar niet is ge ha aid, adviseert de adviesgroep alsnog een quotum per sector op te leg gen, voor het bestuur en de raad van toezicht. Rapportage en monitoring Voorde handhaving adviseren de auteurs dat sectoren, koepelorganisaties en instellingen jaarlijks moeten rapporteren over de stand van zaken, plannen en beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. De verantwoording over deze rapportage ligt bij de bestuurder of de verantwoordelijke minister, het monitoren kan bij koepelorganisaties ofde overheid worden belegd. Om de administratieve last te beperken, kan worden aangesloten bij bestaande rapportages van de sector. Gebruik van codes en onderzoek (Semi)publieke sectoren dienen de bestaande governance-codes uit te breiden met richtlijnen en criteria voor profielschetsen en benoemingsprocedures. Over sectoren zonder code, of met een code die ontoereikend is, zou het kabinet een standpunt moeten innemen. ' 35628,nr.10 ·30420,nr. 360 en30420, nr. 365 ' Wa nneer instanties 30% vrouwen in de top hebben behaald, zouden instantes volgens Vinkenburg het diversiteitsbeleid moeten verb reden en ook moeten i nzetten op een be tere verte genwoordiging van mensen met een cultureel diverse achtergrond. Pagina2van6

Benoemingen door het kabinet Het kabinet moet het goede voorbeeld geven door zichzelf ook aan de 50/50vertegenwoordiging te houden, en door die te propageren. Waar het kabinet zelf verantwoordelijk is voor benoemingen en hier al wettelijke kaders zijn, wordt geadviseerd een standpunt in te nemen en zieh aan de richtlijn van 50/50vertegenwoording te houden.

Onze referentie 31584482

Draagvlak Tens lotte adviseert de adviesgroep draagvlak voor het onderwerp te creëren en te behouden, binnen de sectoren, instellingen en gremia. Het succes van de implementatie van dit advies is hier mede van afhankelijk 2. QuickScan genderdiversiteit Om inzicht te krijgen in welke be sta ande monitors en goverance-codes er al zijn, is in navolging van het adviesrapport een verkennend onderzoek uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek.7 Governance-codes Uit het onderzoek blijkt dat vrijwel alle (semi)publieke instellingen één of meer governance-codes hebben. Heia as bieden die maar beperkt mogelijkheden om de diversiteit te vergroten. Dat komt doordat ze een vorm zijn van zelfregulering, daardoor zijn ze ook vaak vrijblijvend. Ook blijkt uit het onderzoek dat (koepel)organisaties liever geen codes ondertekenen met concrete verplichtingen. Voorbeelden van zulke verplichtingen zijn het jaarlijks monitoren ofhet hanteren van quota voorde samenstelling van (top)organen. Monitoring Uit de monitoring wordt het niet duidelijk hoe het zit met de genderdiversiteit op (sub)sectorniveau. Oorzaak is een gebrek aan overkoepelende monitoring, waardoor het beeld gefragmenteerd is, met duizenden websites en jaarverslagen. Ook blijkt dat monitoring ontbreekt als benoemingen in de publieke sector verlo pen via democratische processen.

Voorde semipublieke sector ontbreekt monitoring op koepelverband, vooral als er al min of meer sprake is van evenredige vertegenwoordiging. De beperkte monitoring die erwel is, is verre van perfect. De (sub)top wordt vaak afgebakend aan de hand van sala ris, maar dit is geen goede indicator omdat dit niet altijd laat zien of iemand in een leidinggevende functie zit. Daarnaast gaat het vaak om gemiddelden en totalen, die niet altijd iets zeggen over de verdeling op instellingsniveau. Volge ns de onderzoekers komt dat doordat instellingen monitoring vaak zien als een manier van naming and shaming. Da a rom ma ken ze individue le gegevens maar beperkt openbaar. Aanbevelingen

'SEO (2021) QuickScan Genderdiversiteit, zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2021/10/15/quickscang end e rd ivers ite it/ quicks can -genderdiversitei t. pdf Pagina 3 van 6

De onderzoekers adviseren transparantieverplichtingen op te nemen in governance-codes. Om de administratieve lasten te beperken, moeten die verplichtingen aansluiten bij de bestaande verplichtingen. Verd er adviseren de onderzoeke rs om per sector en su bsector tools te ontw ikke len waarmee instellingen actuele, complete en vindbare informatie kunnen publiceren. Verder denken de onderzoekers dat duidelijke communicatie over het doel van de monitor de terughoudendheid van instellingen kan verminderen. Ten slotte helpt het volge ns de onderzoekers om bij de monitoring de kwantitatieve gegevens te combineren met kwalitatieve informatie.

Onze referentie 31584482

3. Reactie op het advies van adviesgroep Vinkenburg en de QuickScan Streefcijfers Het kabinet wilde stijgende trend richting een gelijke manvrouwvertegenwoordiging versnellen en nee mt daarom het advies van de Adviesgroep-Vinkenburg ten aanzien van de streefcijfers over. Door diversiteit in het werknemersbestand, zeker ook in de top, kunnen besluiten worden genomen die beter aansluiten bij water in de samenleving leeft en wat de samenleving nodig heeft. Boven dien heeft de overheid een voorbeeldfunctie richting de maatschappij. Da a rom nee mt het ka bin et de volgende maatregelen: l. Ministeries en hun uitvoeringsorganisaties gaan ernaar streven om binnen vijf jaar te kamen tot 45% tot 55% vrouwen in de (sub)top.8 De monitoring hiervan gebeurt per min isterie, omdat daarook de verantwoordelijkheid voor de realisatie ligt. Uit de cijfers van het ministerie van Binnenlandse Za ken en Koninkrijksrelaties blijkt dater ve el moet gebeuren om het streefcijfer te halen.9 2. Het kabinet legt zichzelf een streefcijfer op van 50% vrouwen in de top voor benoemingen van zelfstandige bestuursorganen (zbo's) en adviescolleges.'o Ook voor de Hoge Colleges van Staat zal het kabinet op bestuurlijk niveau het gesprek aangaan om ervoorte zorgen dat ook zij naar 50% vrouwen in topfuncties streven.

Wanneer u als Kamer zelf betrokken bent bij benoemingen, hopen wij ook dat u dit streefcijfer omarmt. De ambitie is het streefcijfervan 50% in de top van deze organisaties binnen vijf jaar te realiseren.'' Het zelfopgelegde streefcijfer wordt niet wettelijk vastgelegd. Om te voorkomen dat het zelfopgelegde streefcijfer een papieren tijger wordt, zal het kabinetjaarlijks over de voortgang aan de Tweede Kamerrapporteren (zie ook 'evaluatie' en 'monitoring' hieronder). 3. Het kabinet roe pt de gehele (semi)publieke sector op om toe te werken naar 50% vrouwen in de (sub)top. Daarom kamt er een wettelijke verplichting om een streefcijferte formuleren voorde (sub)top van overige (ambtelijke)

"De top is gedefiniee rd a Is sch aal 16 toten met sch aal 19. Des ubtop is gedefi nie erd als sch aal 15. Het gaat hierbij om zowel fune ties binnen als bui ten de A lgemene Bestuursdienst. • Binnen de Rijksdienstbestaan onderlinge verschillen tussen het aandeel vrouwen in de top (ens ubtop). Het pere entage vrouwen in de top (ens ubtop) uitgesplitst naa rde pa rtement is: AZ 25% in de top (67% in de subtop), BZK 33% (32%), BZ 31 % (37%), EZK25% (38%), FIN 27% (33%),1enw.27% (33%), JenV 32% (38%),LNV 44% (28%), ocw 44%(35%), SZW41 % {37%) en VWS43% (51%). De percentages betreffen alle fune ties bij hetRijk, zowel ABD, als niet-ABD-functies. De peildatum is Q4 2020. • pit zelfopgelegde streefcijfer is aanvullend op de Kaderwet A dviescolleges, waarin is vastgesteld dat wordt ges treefd naar een even redige man-vrouwvertege nwoordiging, en de eerdere maatrege len uit de kabinetsreactie bij het rapport "Diversiteit in vaste adviescolleges van de regering". In dit rapport concludeerde de Algemene Rekenkamer dat het percentage vrouwen in adviescolleges sinds 2 O 1 0 blijft hangen op 38%. 11 Bij een even a anta I I eden wordt gestreefd om zo dicht mogelijk bij de 50% uit te kamen.

Bij functies met maar 1 lid (burgemeesters, commissarissen van de Koning en dijkgraven) wordt gestreefd naar een divers samengestelde ka ndidatenlijst of voordracht, en op een be noemi ng die bijdraagt aan diversiteit van de groep als ge heel.

Pagina4 van6

organisaties binnen de (semi)publieke sector.12 Hierbij worden organisaties verplicht om zelf passende en ambitieuze streefcijfers op te stellen. Om te zorgen voor versnelling én vanwege de voorbeeldfunctie van de (semi)publieke sector wordt een minimum van 33% gehanteerd. Dit is een belangrijke eerste stap, en tevens een startpunt. Het einddoel is om te komen tot een goede balans in de (sub)top (een 50/50-verdeling). Ook worden de organisaties wettelijk verplicht een plan op te stellen hoe zij het streefcijfer willen behalen.

Onze referentie 31584482

Evalua tie Conform het advies van de Adviesgroep-Vinkenburg volgt vijfjaar na invoering van de wettelijke streefcijferregeling een beleidsevaluatie, met een tussenevaluatie na drie jaar. Als uit de tussenevaluatie blijkt dat de realisatie van het minimum streefcijfervan 33% onvoldoendevoortgang maakt, kan besloten worden om wetgeving voorte bereiden om de inspanningsverplichting alsnog te vervangen door een wettelijk quotum.13 Deze wetgeving kan vervolgens worden ingevoerd als na vijfjaar blijkt dat het wettelijk minimum van 33% inderdaad niet is gerealiseerd. Rapportage en monitoring In de grote sectoren die zelf nog niet aan monitoring doen, is het de bedoeling dat koepelorganisaties daar alsnog voor zorgen. Dat zorgt ervoor dat binnen alle grote sectoren dezelfde definities gehanteerd worden, waardoor de resultaten onderling vergelijkbaar zijn. De verantwoordelijke departementen zullen dit gezamenlijk met de koepelorganisaties oppakken. Daarnaast voe rt het kabinet de a an beveling uit om een infrastructuur voor monitoring op te zetten. Dit doet het kabinet door: l. Het jaarlijks laten uitvoeren van een overkoepelende monitoringsrapportage over de man-vrouwverhouding in de top van de gehe le (semi)publieke sector.14 Bij de uitvoering hiervan wordt aangesloten bij bestaande monitorings- en rapportagecycli. Dit om de administratieve lasten laag te houden.

Naast de nieuwste cijfers zal in de rapportage een kwalitatieve duiding worden gegeven van de voortgang. Dit zodat hie rover jaarlijks gerapporteerd kan worden aan de Kamer. 2. Aanvullend op de monitoringsrapportage zal het dashboard www.genderdiversiteitindeoverheid.nl jaarlijks worden geüpdatet. Dit helpt om toezicht te houden op de voortgang, om in- en uit te kunnen zoomen tussen sectoren, instellingen en gremia, en omte bepalen ofaanvullende acties nodig zijn.

Governa nee-codes Veel governance-codes in de (semi)publieke sector bieden beperkt handvatten voor het bevorderen van diversiteit. Omdat een uniforme aanpak voor de codes " privaatrechtelijke rechtspersonen met openbaar gezag en andere privaatrechte lijke rechtspersonen die op de een of andere manier met de publiekrechtelijke overheid zijn verbonden, aansluitend bij de criteria van de Wet normering topinkomens (WNT). Voorbeel den hiervan zijn woningcorporaties, en onderwijs- en zorginstell ingen. 13 Ins pecifieke ge vallen kunnen sectoren hiervan worden uitgesloten. " In de overkoepelende monitor wordt gerapporteerd o ver de man-vrouwverhouding van organisa ties die on der a Ile bovenstaande drie categorieën streefcijferregelingen vallen.

Pagina 5 van 6

niet past bij de diverse sector, gaat het kabinet in gesprek met de koepelorga nisaties. In dat gesprek w ilien we verkennen of het mogelijk is de codes aan te vullen en verderte specificeren. De Code Diversiteit en Inclusie van de cultuursector dient daarbij als goed voorbeeld.1s Daarnaast zal het kabinet de naleving van codes voor diversiteit periodiek op de agenda zetten, volge ns het principe 'pas toe of leg uit'. Dit om de druk op de ketel te houden.

Onze referentie 31584482

Draagvlak Om (semi)publieke sectoren te ondersteunen, organiseert het kabinet de kernende twee jaar minima al één bijeenkomst per jaar waar goede voorbeelden en evidence-based interventies worden gedeeld. Wanneer de behoefte groat is, kan dit worden opgeschaald na ar twee keer per jaar. Daarnaast loo pt een ambtelijk programma waarin alle departementen het onderwerp op de agenda houden, inzichten de len, de voortgang volgen en bijsturen als dat nodig is. Afsluiting Hoewel het aandeel vrouwen in de (semi)publieke sector hoger is dan in de private sector, wil het kabinet het aandeel van vrouwen in de top van de (semi)publieke organisaties versneld vergroten. Het kabinet wil dat de (semi)publieke sector een voorbeeld is voor de maatschappij. Da a rom neemt het kabinet de hierboven uiteengezette sturende, agenderende en ondersteunende rol. Hiermee wil het kabinet zergen voor meer verschillende perspectieven binnen de (semi)publieke sector, leidend tot een hagere kw alite it van beleid. Eind 2022 zal ik u informeren over de voortgang rond de maatregelen uit deze brief.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Robbert Dijkgraaf

" Zie: https://codedi.nl/wp-content/uploads/2021/12/Code-Diversiteit-en-Inclusie -NL.pdf Pagina6 van6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=a2b87701-e56b-4af3-841c-3bb4226fdca0