CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Bijlage 8a Archeologisch rapport Den Ilp 187a en 188 te Den Ilp

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente landsmeerBij agendapunt: Ontwikkeling Den Ilp 187A & 188 (Z/2025/047842)5.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Den Ilp 187a en 188 te Den Ilp (Gemeente Landsmeer)

AM25032

RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Den Ilp 187a en 188 te Den Ilp (Gemeente Landsmeer) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum

: AM25032 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 29 juli 2025

Opdrachtgever

: Kragten Schoolstraat 8 6040 AA Roermond

Opsteller rapport Actorregistratienrs. Paraaf

: drs. D. Hagens : 26962666 :

Redactie Actorregistratienrs. Paraaf

: drs. H.L. De Langhe : 70954887 :

Vrijgave Actorregistratienr. Paraaf

: drs. H.L. De Langhe : 70954887 :

| L. Kruithof MSc. | 68991569

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

4002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM25032

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ......................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ............................................................................................................................. 5 1. INLEIDING ......................................................................................................................................................... 6 2. WERKWIJZE ...................................................................................................................................................... 9 2.1

3.

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................... 9

BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................ 10 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Landschappelijke situatie - geomorfologie .......................................................................................................................................... 10 Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 11 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 11 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 12 Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 13

4. VERWACHTINGSMODEL ........................................................................................................................... 16 5. AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................ 19 LITERATUURLIJST................................................................................................................................................... 20

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6

Topografische ligging onderzoeksgebied Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Landsmeer Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart

Pagina | 3

AM25032

SAMENVATTING In juli 2025 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Den Ilp 187a en 188 te Den Ilp (gemeente Lansmeer). Men is voornemens om meerdere woningen te realiseren achter de bestaande te handhaven woonhuizen huisnummers 187A en 188. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de Landsmeer (2011) in een lichtblauwe zone (westelijke deel) en een donkerblauwe zone (oostelijke deel). Binnen het bestemmingsplan Het Lint 2015 (vastgesteld 2015) geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek komt naar voren dat het plangebied deel uitmaakt van een dynamisch landschap. Ten tijde van de jager-verzamelaars maakte het plangebied deel uit van een zandgebied. Het Pleistocene landschap bevindt zich op een diepte vanaf 14,8 meter -mv. Er geldt een onbekende verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. In het neolithicum werd de omgeving van het plangebied als gevolg van de relatieve zeespiegelstijging omgevormd tot een waddenlandschap. Nederzettingsresten uit deze periode kunnen voorkomen op oeverwallen, maar opnieuw op grote diepte.

Rond 4.000 jaar geleden vond er immers op grote schaal veenvorming plaats. Er geldt een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Off-site verschijnselen kunnen echter niet uitgesloten worden. Het veengebied wordt vanaf de 11e en 12e eeuw ontgonnen. Direct ten noorden en oosten van het plangebied zijn twee laatmiddeleeuwse huisplaatsen bekend. Op basis van de ligging van meerdere huisterpen uit de periode late middeleeuwen geldt voor de periode volle en late middeleeuwen tot 1800 een hoge archeologische verwachting. Er geldt een lage archeologische verwachting voor de periode nieuwe tijd vanaf 1800. Uit archeologische onderzoeken in de nabije omgeving van het plangebied blijkt dat de top van de bodem vaak aangetast is als gevolg van de veenontginning en het bouwrijp maken van de grond en de bebouwing in de nieuwe tijd. Onder de bouwvoor worden veenafzettingen verwacht. In deze afzettingen kunnen archeologische resten tot de late middeleeuwen niet worden uitgesloten. Het kan ondanks de verstoringen als gevolg van de huidige bebouwing niet uitgesloten worden dat resten aanwezig kunnen zijn uit de periode volle en late middeleeuwen tot circa 1800. Om die reden wordt een vervolgonderzoek nodig geacht voor het plangebied.

Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem te bepalen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Landsmeer), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Pagina | 4

AM25032

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Administratieve gegevens onderzoekgebied Projectnaam

AM25032

OM-nummer

5814694001

Soort onderzoek

Bureauonderzoek

Provincie

Noord-Holland

Gemeente

Landsmeer

Plaats

Den Ilp

Adres

Den Ilp 187a en 188 te Den Ilp

Toponiem

Den Ilp 187a en 188

Kadastrale registratie

Landsmeer, sectie M, nummers 463 (gedeeltelijk) en 464

x, y-coördinaten

Centrum:

122.854; 497.772

NW:

122.772; 497.804

NO:

122.948; 497.798

ZW:

122.751; 497.759

ZO:

122.948; 497.749

Aanleiding onderzoek

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Oppervlakte plangebied

Circa 9.500 m²

Huidig grondgebruik

Deels bebouwd (woonhuizen, voormalige pluimveehouderij en bedrijfsloodsen), deels grasland en deels verhard (klinkers en gebroken asfalt)

Opdrachtgever

Kragten

Bevoegde overheid

Gemeente Landsmeer

Archeologisch adviseur Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering

Noordhoven

4

te

Roermond

tot

deponering

bij

provinciaal

depot

bodemvondsten Noord-Holland te Castricum/E-depot Juli 2025

Pagina | 5

AM25032

1. INLEIDING In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Den Ilp 187a en 188 te Den Ilp

Gemeente

: Landsmeer

Oppervlakte

: Circa 9.500 m2

Huidig gebruik van de locatie

: (her)ontwikkeling van de locatie

Toekomstig gebruik

: (her)ontwikkeling van de locatie

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002), versie 4.2. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie.

Aanleiding Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek betreft een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van de (her)ontwikkeling van de locatie. Men is voornemens om meerdere woningen te realiseren achter de bestaande te handhaven woonhuizen huisnummers 187A en 188. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. De bevoegde overheid, de gemeente Landsmeer, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de Landsmeer (2011) in een lichtblauwe zone (westelijke deel, ligging bewoningslint) en een donkerblauwe zone (oostelijke deel, ontgonnen veenvlakte). Voor de lichtblauwe zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 35 cm beneden maaiveld.

Voor de donkerblauwe zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 35 cm beneden maaiveld.12 Binnen het bestemmingsplan Het Lint 2015 (vastgesteld 2015) geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m 2 en een verstoringsdiepte vanaf 35 centimeter onder maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is.3

Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.

1 Beleidsnota Archeologie gemeente Landsmeer 2011. 2 Beleidsnota Archeologie gemeente Landsmeer 2011. 3 www.omgevingswet.overheid.nl

Pagina | 6

AM25032

Plangebied Het plangebied ligt aan Den Ilp, gelegen tussen de dorpskernen Den Ilp en Purmerland. De topografische ligging van het plangebied is aangegeven in Figuur 1 en 2. Momenteel is het plangebied deels bebouwd (twee woonhuizen, voormalig pluimveebedrijf en bedrijfsloodsen), deels grasland en deels verhard (klinkers en gebroken asfalt). In het noorden, westen en zuiden wordt het plangebied begrensd door een sloot, in het oosten door een weiland.

Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (bron: OpenTopo(Map5)).

Pagina | 7

AM25032

Figuur 2: Luchtfoto van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: PDOKviewer).

Pagina | 8

AM25032

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen •

Archeologische Monumentenkaart (AMK)

•

Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)

•

Archeologische Beleidskaart van de gemeente Landsmeer

•

Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten •

Bodemkaart (Alterra)

•

Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)

•

Paleogeografische kaarten (Vos, 2018)

•

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN5)

Historische kaarten •

Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)

•

Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)

•

Moderne topografische kaart (tot 2024)

De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. De Oudheidkundige Vereniging Landsmeer, is op 2 juli 2025 per e-mail gecontacteerd met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Er is geen aanvullende informatie bekend over het plangebied.4

4 Reactie H. van Breemen, secretaris Oudheidkundige Vereniging Landsmeer, d.d. 3 juli 2025.

Pagina | 9

AM25032

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Het plangebied ligt in het Hollands-Utrechts veengebied.5 Het ligt in een landschappelijk gebied dat tijdens het Holoceen (circa 11.700 jaar geleden tot nu) is gevormd en dat sterk samenhangt met de ontwikkeling van de Rijn-Maas delta. Tijdens het Weichselien (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) werd in West Nederland een dik pakket zand afgezet. Dit zand wordt dekzand genoemd. Dit niveau ligt op circa 15,60 tot 16,00 meter -NAP.6 Aan het einde van het Weichselien en in het Holoceen werd het klimaat warmer en vochtiger en smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen. Hierdoor steeg de relatieve zeespiegel snel. Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging en zeeinbraken in het Atlanticum (circa 8.000 – 5.000 jaar geleden), werden dikke pakketten afzettingen gevormd. Tijdens het Atlanticum bestond de kust van Nederland uit een uit een serie Waddeneilanden met ertussen zeegaten.7 De zeegaten bestonden uit zandbanken en -platen. Als gevolg van meerdere fases van snelle zeespiegelstijging werden deze banken en platen geleidelijk geërodeerd waardoor de kustbarrière steeds verder landinwaarts kwam te liggen. Vanaf 5.000 jaar geleden (Subboreaal) nam de relatieve zeespiegelstijging af en werden grote hoeveelheden zandige sedimenten aangevoerd vanuit de Noordzee en grotere rivieren. Hierdoor verzanden en sluiten de zeegaten en ontstond er een gesloten strandwalkust.

Achter de duinen verzoette het milieu en vond er op zeer grote schaal veenvorming plaats, zoals ten oosten van het plangebied. Dit veen wordt het Hollandveen Laagpakket genoemd en behoort tot de Nieuwkoop Formatie. Het gebied rondom Den Ilp bleef eeuwenlang een uitgestrekt gebied van veenmoerassen die werden doorsneden door meerdere veenrivieren zoals de Waterlandse Diep, de Prei en de Prumer Ea. Door ontwatering van het veengebied klonk het veen- en kleiop-veengebied sterk in. Hierdoor kwam het maaiveld steeds hoger te liggen en ontstonden er afwateringsproblemen. In de 11e eeuw werd het veen in de omgeving van het plangebied ontgonnen. Als gevolg hiervan kreeg de zee weer toegang tot het gebied en ontstonden er meerdere grote meren zoals het Purmer, Wormer en Buikslotemeer. In West-Nederland ontstond vooral rietveen in brakke omstandigheden op de overgang van klei naar het bovenliggende veen. Rietveen wordt gevormd op een waterdiepte van 0,5 tot 2 meter. Doordat rietveen veel afval produceert kan het milieu achter de strandwallen snel oligotroof worden waardoor mosveen ontstaat. In droogmakerijen is door afgraving de mosveenlaag verdwenen.

Het overgebleven veen is in de omgeving van het plangebied maximaal 3 meter dik.8 Volgens de geologische kaart wordt in het plangebied kustveen op oudere getijden- of komafzettingen (code vo*) verwacht.9 Het veen is onderdeel van het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop), de getijden- en komafzettingen zijn onderdeel van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) of de Formatie van Echteld. Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 4) ligt het plangebied op een uitgestrekt ontgonnen veenvlakte (code 2M81). Deze landschapsvorm is ontstaan door veenwinning.

5 Rensink 2019, 45. 6 www.dinoloket.nl 7 Stouthamer 2020, 254. 8 Rensink et al., 2019, 46. 9 Geologische overzichtskaart 2021.

Pagina | 10

AM25032

Het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN5, Bijlage 6) laat een duidelijk hoogteverschil zien tussen de ontgonnen veenvlakte en de hoger gelegen dijk. Op deze kaart is duidelijk te zien dat het plangebied ten oosten van de hoger gelegen Den Ilp ligt. De maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert tussen de 0,80 tot 1,30 meter -NAP. Het plangebied loopt globaal gezien in oostelijke richting af.

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Op de bodemkaart (Bijlage 5) worden in het plangebied vlierveengronden op veenmosveen (code Vs) verwacht. Vlierveengronden worden tot de rauwveengronden gerekend en worden in de omgeving van het plangebied meestal gekenmerkt door geen veraarde bovengrond, dus het bevat geen mineraal dek. Dit zijn gedeeltelijk gerijpte gronden die zeer slap zijn.10 De bovengrond van deze gronden bestaat uit een 40 centimeter dikke laag moerig materiaal (veen). Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld hoge grondwaterstand, te weten grondwatertrap I. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper dan 20 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt ondieper dan 50 centimeter beneden maaiveld. Deze hoge grondwaterstand zorgt voor goede bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Den Ilp. Het plangebied ligt aan de weg Den Ilp en maakt deel uit van het gelijknamige dorp Den Ilp. De weg Den Ilp gaat verder noordelijk over in de weg Purmerland en betreft het gelijknamige dorp Purmerland. Den Ilp en Purmerland maken deel uit van de streek Waterland. Het betreft een laaggelegen veenweidegebied nabij de droogmakerij De Purmer. De plaatsnaam Den Ilp wordt voor het eerst genoemd in 1347 als sprake is van Illip. De naam verwijst naar het water De Ilp. De naam is mogelijk van prehistorische oorsprong, gezien het water-aanduidende element apa. Het woord îlan heeft een Germaanse oorsprong en heeft de betekenis van ’snel voortbewegen’. Dus snel voortbewegend water.11 Den Ilp ontwikkelde zich als een straatdorp: als een langgerekt bewoningslint aan de gelijknamige weg. De regio Waterland kende rond het jaar 1000 meer bewoning. Het gebied maakt in die tijd deel uit van West-Friesland dat in de 8e eeuw als Westfrisia door de Franken werd gesticht. Het landschap is ontstaan uit de “grote ontginning” van het veengebied, dat vanaf de 11e eeuw geleidelijk plaatsvond. Langs waterlopen en veenstroompjes (en ook wel op veenbulten) werden nederzettingen gesticht.

Gedurende de 12e en 13e eeuw werden dijken aangelegd als bescherming tegen de vele overstromingen die grote delen van het gebied onder water zetten. Ook in latere eeuwen vonden nog overstromingen plaats als gevolg van dijkdoorbraken. Bij dergelijke dijkdoorbraken zijn de meren zoals de Purmer en de Wormer ontstaan. Deze meren stonden oorspronkelijk in open verbinding met de zee. De Purmer had een verbinding met de Zuiderzee en de Beemster. In 1622 werd de Purmer drooggelegd en in 1626 de Wormer.

10 Berendsen 2008, 100. 11 Van Berkel en Samplonius 2006, 219.

Pagina | 11

AM25032

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Landsmeer (2011) ligt het westelijke deel in een lichtblauwe zone en het oostelijke deel in een donkerblauwe zone.12 Voor het westelijke deel (lichtblauwe zone) geldt een hogere verwachting, hetgeen vermoedelijk is gebaseerd op de ligging in het bebouwingslint van Den Ilp. De donkerblauwe zone correspondeert met de ligging binnen een ontgonnen veenvlakte. In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) zijn volgens de gegevens uit Archis3 meerdere archeologisch monumenten en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 2 en Tabel 1).

Terreinnummer 5.940 Direct ten noorden van het plangebied ligt een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met sporen van twee laatmiddeleeuwse huisplaatsen, waarvan de overblijfselen zich vlak onder de grasmat bevinden. Deze bestaan onder meer uit oude funderingen, ophogingslagen en afgedankt huisraad. Omdat ze een bijdrage leveren aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied, wordt in principe behoud van dit terrein nagestreefd om in de toekomst door oudheidkundig bodemonderzoek verdere gegevens te verzamelen. Terreinnummer 5.939 Op circa 430 meter ten noord(oosten) van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met sporen van drie huisplaatsen. Een daarvan is zichtbaar in de vorm van enig reliëf. De overblijfselen, die zich direct onder de grasmat en op een diepte van 0,3 meter onder het maaiveld bevinden, bestaan onder meer uit oude funderingen, ophogingslagen en afgedankt huisraad. Omdat deze een bijdrage leveren aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied, wordt in principe behoud van dit terrein nagestreefd om in de toekomst door oudheidkundig bodemonderzoek verdere gegevens te verzamelen. Terreinnummer 6.128 Op circa 270 meter ten oosten van het plangebied ligt een archeologisch terrein Ilperveld. Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit 1300 - 1600.

Op grond van vondsten en vaag reliëf wordt verwacht dat zich hier of in de directe nabijheid (binnen een straal van 50 meter) archeologische sporen zullen bevinden.

Onderzoeken binnen het plangebied Meldingsnummer 2025375100 In 1985 is door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd in de plaats Pumerland en omgeving. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en Dans Data Station Archaeology. Meldingsnummer 2083914100 In 1987 is door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd in de plaats Den Ilp en omgeving. Tijdens dit onderzoek zijn meerdere vondsten keramiek en complexen uit de periode ijzertijd – nieuwe tijd aangetroffen. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en Dans Data Station Archaeology.

12 Beleidsnota Archeologie gemeente Landsmeer 2011.

Pagina | 12

AM25032

Onderzoeks- en vondstmelding in de omgeving van het plangebied Meldingsnummer 2079151100

Afstand Circa 160 m ten W

Soort onderzoek IVO-o door RAAP

Omschrijving Veldkartering en aanvullend booronderzoek binnen een groot gebied

van het plangebied

Archeologisch

Ilperveld daar waar werd vermoed dat bewoningssporen aanwezig

Adviesbureau in

zouden kunnen zijn. In het gebied werden in totaal 56 objectnummers

1985

(vondstlocaties) uitgeschreven. Binnen de betreffende deellocatie is geen vondst aanwezig.

2040910100

Circa 360 m ten NW

IVO-o door RAAP

Tijdens dit onderzoek zijn meerdere vondsten keramiek en complexen uit

van het plangebied

Archeologisch

de periode ijzertijd – nieuwe tijd aangetroffen. Er zijn geen verdere

Adviesbureau in

gegevens bekend in Archis en Dans Data Station Archaeology.

1986 2103694100

Circa 190 m ten N

IVO-o door RAAP

Op basis van geologische en historische gegevens gold bij aanvang van

van het plangebied

Archeologisch

het veldwerk een hoge archeologische verwachting voor archeologische

Adviesbureau in

resten vanaf de late middeleeuwen. Ook het bochtige slotenpatroon dat

2005

in het plangebied aanwezig is, zou een indicatie kunnen zijn voor bewoning in het verleden. In tegenstelling tot met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren in het plangebied aangetroffen die wijzen op bewoning of bewoningsresten vanaf de middeleeuwen. Er werd derhalve geen vervolgonderzoek nodig geacht.

5149108100

Circa 310 m ten N

IVO-o door Synthegra

Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied tot rond 80 – 90 cm

van het plangebied

BV in 2022

beneden het maaiveld verstoord door ploeg- en graafwerkzaamheden. In het noordwestelijke deel van het plangebied zijn moderne bouwpuin fragmenten aangetroffen, deze materialen zijn in de 20e eeuw aangevoerd. Rond 260-270 centimeter beneden maaiveld zitten natte lichtgrijze eerst zandige en hogere, vooral kleiige, wadafzettingen. Daarna is het gebied nog meer vernat en is er een veenpakket ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor een terplichaam of ophogingslagen. De kans op resten van archeologische waarde is hier dan niet aanwezig. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied.

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 3)13 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied ligt aan de al bestaande weg Den Ilp. Het staat vermeld als ‘De Ilp Westzeide’. Het plangebied en omgeving is onbebouwd en ligt binnen twee percelen die zijn omgeven door watergangen. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)14 behorende bij het minuutplan, zijn de percelen als weiland

13 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Ilpendam, sectie E, blad 1. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 14 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 13

AM25032

in gebruik. De watergangen staan als ‘water’ vermeld. Op de kaarten uit 1900 en 1935 (Figuur 4) is eveneens geen bebouwing aanwezig. Verder ten noorden van het plangebied staat sporadisch bebouwing ingetekend. Het bebouwingslint met een aaneengesloten bebouwing van Den Ilp ligt verder zuidelijk. Het bebouwingslint van Purmerland ligt verder noordelijk. Het plangebied en omgeving ligt in een onbebouwd tussengebied. Vanaf medio 20 e eeuw ontstaat er enige bebouwing in en rondom het plangebied. Op de kaart uit 1950 is dan ook een woonhuis te zien met meerdere bijgebouwen (stallen, schuren). Hetzelfde beeld laat de kaart uit 1980 zien, waarbij meerdere bijgebouwen het hele plangebied bestrijken. In de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw en later zijn enkele gebouwen ook gesloopt en nieuwbouw gerealiseerd.

Figuur 3. Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Pagina | 14

AM25032

Figuur 4. Uitsneden van historische kaarten uit de perioden 1900, 1935, 1950 en 1980. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: www.topotijdreis.nl).

Pagina | 15

AM25032

4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Ten tijde van de jager-verzamelaars maakte het plangebied deel uit van een zandgebied. In het neolithicum werd de omgeving van het plangebied als gevolg van de relatieve zeespiegelstijging dermate nat. Als gevolg hiervan vond er op grote schaal veenvorming plaats. Het Pleistocene landschap bevindt zich op grote diepte, circa 15,60 – 16,0 meter -NAP (14,8 tot 17,3 meter -mv). In de polder Purmerland waarin het plangebied ligt, is tot op heden dan ook geen archeologische vondst bekend uit deze perioden. Dit zal tevens te maken hebben met de grote diepteligging van eventueel aanwezige vondsten uit deze periode. Op basis hiervan kan er geen nader gespecificeerde verwachting gegeven worden voor de periode laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum tot mesolithicum worden in de oorspronkelijke bodem (dekzand) verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen.

Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf deze perioden heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Als gevolg van de zeespiegelstijging in het vroeg- en midden neolithicum vernatte de omgeving van het plangebied en lag de omgeving van het plangebied in een waddenlandschap. Dergelijke milieus zijn niet geschikt voor bewoning. Alleen op zandige oeverwallen van getijdengeulen kan sprake zijn geweest van gunstige bewoningsomstandigheden. Op basis hiervan geldt er een lage verwachting voor de periode vroeg- tot midden neolithicum. Na het sluiten van de kustbarrière rond 4.000 jaar geleden vond er op grote schaal veenvorming plaats als gevolg van de slechtere afwatering. De omgeving van het plangebied bestond tijdens het laat-neolithicum en de vroege middeleeuwen uit een veenlandschap. Dit landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Een hoger gelegen kreekrug (getij-inversierug) zal een aantrekkelijkere vestigingslocatie zijn geweest. Tot op heden zijn er relatief weinig vondsten bekend in de omgeving van het plangebied uit deze perioden.

Mogelijk heeft dit te maken met de weinig (recente) archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Om deze redenen geldt een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten. Het kan niet worden uitgesloten dat sporen en vondsten aanwezig kunnen zijn die samenhangen met nabijgelegen tijdelijke nederzettingen, off-site verschijnselen, of rituele deposities. Hiervoor geldt een lage verwachting. Het Hollands veengebied wordt vanaf de 11e en 12e eeuw ontgonnen. Deze vonden in eerste instantie plaats in de buurt van de grotere rivieren. In de wijde omgeving van het plangebied zijn veel vondsten bekend uit deze periode. Direct ten noorden en oosten van het plangebied zijn twee laatmiddeleeuwse huisplaatsen bekend. Noordelijk grenzend aan het plangebied ligt een monument van zeer hoge waarde waar een huisterp ligt met bewoningsresten van twee laatmiddeleeuwse huisplaatsen (monumentnummer 5.940). Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 onbebouwd was en in gebruik is als weiland. Sporadisch is bebouwing aanwezig aan de weg Den Ilp. Deze bebouwing ligt verder zuidelijk van het plangebied. De oude bebouwing van Purmerland bevindt zich verder noordelijk van het plangebied.

Op basis van de ligging van meerdere huisterpen uit de periode late middeleeuwen geldt voor de periode volle en late middeleeuwen tot 1800 een hoge archeologische verwachting. Pagina | 16

AM25032

Er geldt een lage archeologische verwachting voor de periode nieuwe tijd vanaf 1800. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht in een mogelijk aanwezige antropogene ophogingslaag verwacht en kunnen bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Het plangebied ligt in een dynamisch landschap. Uit archeologische onderzoeken in de nabije omgeving van het plangebied blijkt dat de top van de bodem vaak aangetast is als gevolg van de veenontginning en het bouwrijp maken van de grond en de bebouwing in de nieuwe tijd. Onder de bouwvoor worden veenzettingen verwacht. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is dit afhankelijk van hoe diep het grondwater zit. Bij vlierveengronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed. Door de hoge grondwaterstand (GWT I) kunnen organische resten goed bewaard zijn gebleven. In onderstaande tabel is voor het plangebied de archeologische verwachting per periode samengevat. Periode Laat-paleolithicum

Landschap Zandlandschap

Verwachting Onbekend

- mesolithicum

Verwachte kenmerken vindplaats Nederzettingsresten, fragmenten

Diepteligging sporen In de oorspronkelijke bodem,

aardewerk, natuursteen,

circa 15,60 - 16 meter -NAP

gebruiksvoorwerpen

Vroeg-neolithicum

Waddengebied

Laag

Nederzettingsresten, fragmenten

In de oorspronkelijke bodem, in

– midden-

aardewerk, natuursteen,

de top van het Laagpakket van

neolithicum

gebruiksvoorwerpen

Wormer (Formatie van Naaldwijk)

Laat-neolithicum –

Veenmoeras dat

Laag

Nederzettingsresten, fragmenten

vroege

wordt

aardewerk, natuursteen,

middeleeuwen

doorsneden door

gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld

rivieren en veenstroompjes

Laag

Off-site verschijnselen

Volle

Veen

Hoog

Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,

Vanaf het maaiveld en in een

middeleeuwen –

ontginningsbasis

fragmenten aardewerk,

verwachte antropogene

gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische

ophogingslaag

circa 1800

activiteiten, restanten paden, sloten

Vanaf circa 1800

Boerderijplaats

Laag

Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,

met

fragmenten aardewerk,

bijgebouwen

gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische

Vanaf het maaiveld

activiteiten, restanten paden, sloten

Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.

Pagina | 17

AM25032

Bodemverstoring Ter plaatse van de huidige bebouwing zal het plangebied tot zekere diepte zijn verstoord. Op basis van de gegevens uit het Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) stamt het woonhuis Den Ilp 187a uit 1968. Het woonhuis Den Ilp 188 stamt uit 1927. De achter de woonhuizen gelegen bijgebouwen hebben Als bouwjaar 1958, 1973, 1998 en 2003. 15 Uit de aangeleverde bouwgegevens blijkt dat de in 1968 gerealiseerde garage achter het woonhuis is voorzien van een fundering met een diepte van 0,65 meter -beneden maaiveld. Hierbij is ook gebruik gemaakt van heipalen. Ook bij de andere bouwwerkzaamheden zal veelvuldig sprake zijn geweest van het gebruik van heipalen. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 4 juni 2025) zijn binnen het westelijk deel van het plangebied meerdere kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd. In het overige deel van het plangebied zijn geen kabels/leidingen aanwezig (Figuur 5). Tijdens het milieukundig booronderzoek dat in juni 2025 door Aeres Milieu werd uitgevoerd, werden bij meerdere boringen sporen van beton, gebroken asfalt en baksteenresten aangetroffen. Boringen 3, 6, 10 en 16 werden gestaakt doordat werd gestuit op een ondoordringbare laag, in diepte variërend van 0,5 tot 1,0 meter beneden maaiveld. Dit wijst zeer waarschijnlijk op resten van de voormalige gesloopte bebouwing.

Het kan niet worden uitgesloten dat baksteenresten op de aanwezigheid van historische bebouwing kan wijzen.

Figuur 5. Klic-melding van het plangebied (Bron: www.kadaster.nl).

15 www.bagviewer.kadaster.nl.

Pagina | 18

AM25032

5. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek komt naar voren dat het plangebied deel uitmaakt van een dynamisch landschap. Ten tijde van de jager-verzamelaars maakte het plangebied deel uit van een zandgebied. Het Pleistocene landschap bevindt zich op een diepte vanaf 14,8 meter -mv. Er geldt een onbekende verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. In het neolithicum werd de omgeving van het plangebied als gevolg van de relatieve zeespiegelstijging omgevormd tot een waddenlandschap. Nederzettingsresten uit deze periode kunnen voorkomen op oeverwallen, maar opnieuw op grote diepte. Rond 4.000 jaar geleden vond er immers op grote schaal veenvorming plaats. Er geldt een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten vanaf het laat-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Off-site verschijnselen zijn niet uitgesloten. Het veengebied wordt vanaf de 11e en 12e eeuw ontgonnen. Direct ten noorden en oosten van het plangebied zijn twee laatmiddeleeuwse huisplaatsen bekend. Op basis van de ligging van meerdere huisterpen uit de periode late middeleeuwen geldt voor de periode volle en late middeleeuwen en nieuwe tijd (tot 1800) een hoge archeologische verwachting. Er geldt een lage archeologische verwachting voor de periode nieuwe tijd (vanaf 1800).

Uit archeologische onderzoeken in de nabije omgeving van het plangebied blijkt dat de top van de bodem vaak aangetast is als gevolg van de veenontginning en het bouwrijp maken van de grond en de bebouwing in de nieuwe tijd. Onder de bouwvoor en een mogelijke ophogingslaag worden veenafzettingen verwacht. In deze afzettingen kunnen archeologische resten tot de late middeleeuwen niet worden uitgesloten. Het kan ondanks de verstoringen als gevolg van de huidige bebouwing niet uitgesloten worden dat resten aanwezig zijn uit de periode volle en late middeleeuwen tot circa 1800. Om die reden wordt een vervolgonderzoek nodig geacht voor het plangebied. Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem te bepalen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Landsmeer), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief.

Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Pagina | 19

AM25032

LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: ‘De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio’s, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Groningen/Houten. Rensink, E./ H.J.T. Smeets/ M.

Kosian/ H. Feiken/ B.I. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 25 Oost-Amsterdam, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2021: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.

Pagina | 20

AM25032

Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl

RCE, Archis3 (zoeken & vinden)

www.bagviewer.kadaster.nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Kadastraal minuutplan

www.cultureelerfgoed.nl

Bronnen en kaarten

www.pdok.nl

Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster

www.ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan

www.topotijdreis.nl

Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland

www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart

Omgevingsloket

Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN4 en AHN5 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2024: Bodemkaart

van Nederland,

schaal 1:50.000,

blad 25 Oost,

Wageningen UR

(Geraadpleegd via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra

2024:

Geomorfologische

kaart

van

Nederland,

schaal

1:50.000,

Wageningen

UR

(Geraadpleegd

via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal

1:

1:50

000

(2019).

Wageningen,

Wageningen

Environmental

Research

(geraadpleegd

via

https://legendageomorfologie.wur.nl/).

Pagina | 21

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied

AM25032

aeres milieu

Bijlage 2 Archeologische gegevens cf. Archis 3

AM25032

aeres milieu

Bijlage 3 Archeologische beleidskaart gemeente Landsmeer

AM25032

aeres milieu

Bijlage 4 Overzicht geomorfologische kaart

AM25032

aeres milieu

Bijlage 5 Overzicht bodemkaart

AM25032

aeres milieu

Bijlage 6 Reliëfkaart

AM25032

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=ff074abb-b63a-4963-ad4e-7cafc548b753