07 Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek Den Ilp 187a & 188
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Den Ilp 187a en 188 Den Ilp (Gemeente Landsmeer)
Verkennend bodemonderzoek Den Ilp 187a en 188 Den Ilp (Gemeente Landsmeer) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM25032 : Definitief (versie 1) : 21 juli 2025
Opdrachtgever
: Kragten Schoolstraat 8 6049 BN Herten
Opgesteld door
: BEd L. Koomen
Gecontroleerd door
: ing. J. Peters
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM25032
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 10
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Zaanstreek-Waterland ...................................................................................................................... 10
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 15 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15
5.2
Grond(meng)monsters .............................................................................................................................................................................. 15
5.3
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 19
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 19
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 20
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Omgevingsrapportage Omgevingsdienst IJmond
Pagina | 3
AM25032
1.
INLEIDING
In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Den Ilp 187a en 188 Den Ilp
Gemeente
: Landsmeer
Kadastrale registratie
: Landsmeer, sectie M, nummer 464 en 463 (gedeeltelijk)
Oppervlakte
: circa 9.500 m2
Huidig gebruik van de locatie
: agrarisch bedrijf met wonen
Toekomstig gebruik
: wonen met tuin
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit verkennend bodemonderzoek is een planvoornemen in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juni 2025. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM25032
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit de opdrachtgever, het kadaster, topotijdreis.nl, het dinoloket, het bodemloket, gemeente Landsmeer, omgevingsdienst Ijmond, provincie Noord-Holland, eigen archief en de terreininspectie. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt noordelijk van de kom van Den Ilp. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Landsmeer, sectie M, nummer 464 en 463 (gedeeltelijk). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 122.858 / Y = 497.774. Zie bijlage 1 voor een topografische kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKviewer)
Pagina | 5
AM25032
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit het kaartmateriaal is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot aan 1950 altijd onbebouwd is geweest. Op de kaart uit 1950 is voor het eerst bebouwing zichtbaar op de onderzoekslocatie. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateert de eerste bebouwing uit 1927. Op diverse kaarten is zichtbaar dat in de loop der jaren de bebouwing op en rondom de onderzoekslocatie toeneemt.
1893
1935
1962 1999 Afbeelding 2: Geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
1950
2018
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 29 april 2025 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Landsmeer. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwetof milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX.
Pagina | 6
AM25032
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Datum
Vergunning
Opmerkingen
29-11-1957
Vergunning voor het bouwen van
Dakbedekking rode asbest golfplaten
een berging
11-10-1958
Vergunning voor het maken van
Geen bijzonderheden wat betreft bodem
een eenden hok. 18-11-1965
Vergunning voor het bouwen van
. Geen bijzonderheden wat betreft bodem.
een brug 18-11-1965
Vergunning voor het bouwen van
. Dakbedekking eterniet golfplaten
een kippenhok
21-06-1967
Vergunning voor het verbouwen
Geen bijzonderheden wat betreft bodem
van een brug. 29-02-1968
Vergunning voor het bouwen van
. Zwarte golfplaten
een garage
Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Via de website van de omgevingsdienst Ijmond is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Uit de rapportage blijkt dat op de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken worden in tabel 2.2 samengevat. Bodemonderzoek
Samevatting resultaten
Den Ilp 190 ,
Gelegen noordwestelijk van de onderzoekslocatie aan den Ilp 190
Diverse bodemonderzoeken en
Ter plaatse van de Ilp 190 zijn diverse bodemonderzoeken (historisch, aanvullend en verkennend) en een
sanering
sanering uitgevoerd. Hierbij blijkt dat in de ophoog laag een interventiewaarde overschrijding aanwezig is
1992-2000
met eox, PAK en zware metalen. Verder zijn er plaatselijk interventiewaarde overschrijdingen met arseen en minerale olie aangetoond. In de puinlaag zijn eveneens zware metalen en PAK verhoogd in een gehalte boven de interventiewaarde. Ter plaatse van de tractorloods is de locatie verontreinigd met minerale olie. Pagina | 7
AM25032
Bodemonderzoek
Samevatting resultaten Uit de uitgevoerde sanering blijkt dat er circa 150 m2 gesaneerd is. De maximale diepte betreft 2,0 m-mv. en er is 270 ton verontreinigde grond afgevoerd.. Tevens zijn er nog diverse spots gesaneerd.
Purmerland 43-107 en
Gelegen aan de weg Purmerland en Den Ilp westelijk van de onderzoekslocatie
Den Ilp 173-202 Diverse
Ter plaatse van het wegtracé zijn diverse onderzoeken en saneringen uitgevoerd..
bodemonderzoeken en
In totaal is over een oppervlakte van circa 3.000 m2 tot een maximale diepte van 1,2 m-mv. sterk verontreinigde
een sanering
grond met PAK, lood, zink en koper gesaneerd.
2004-2024 In het voetpad langs de weg zijn geen bijzonderheden waargenomen. Den Ilp 189
Gelegen westelijk van de onderzoekslocatie aan den Ilp 189
Diverse bodemonderzoeken en
Ter plaatse van de Ilp 189 zijn diverse bodemonderzoeken (verkennend en aanvullend) en een sanering
sanering
uitgevoerd.
2015-2021 Hierbij blijkt dat in de bovengrond (0 – 0,5 m-mv.) interventiewaarde overschrijdingen met koper, zink, lood en PAK zijn aangetoond.
Uit de uitgevoerde sanering blijkt dat er circa 18 m2 gesaneerd is. De maximale diepte betreft 0,7 m-mv. en er is 13 m3 verontreinigde grond gesaneerd.
Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX anders dan landelijk voorkomend bij de klasse Landbouw/natuur. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de gemeente Landsmeer blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen, ontgrondingen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
Pagina | 8
AM25032
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De verwachte bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0 – 14,5
Holocene afzettingen
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
14,5 – 19,3
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
19,3 – 34,7
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
34,7 – 42,8
Eem formatie
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, grof en fijn zand, met weinig kleiig zand en een spoor klei en grind
Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 1,3 meter -NAP. De stroming van het freatisch grondwater niet eenduidig te zeggen en bevindt zich op een hoogte van circa 1,8 meter -NAP (overeenkomend met een
halve
meter
–maaiveld).
De
onderzoekslocatie
bevindt
zich
niet
binnen
de
grenzen
van
een
grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 11 juni 2025 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een voormalig pluimvee bedrijf met tweetal woonhuizen, schuren en bedrijfsloodsen. De verharding zuidelijk bestaat uit gebroken asfalt. Noordelijk is een klinkerverharde inrit aanwezig. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat er diverse daken aanwezig zijn met asbestverdachte dakbedekking. Een gedeelte van de daken zijn niet voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater. Zie bijlage 3 voor de situering van de asbestverdachte daken. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde door een sloot en agrarisch bouwland, aan de oostzijde begrensd door agrarisch bouwland, aan de zuidzijde door een sloot en Den Ilp 185 en agrarisch bouwland en aan de westzijde door de straat Den Ilp.
Pagina | 9
AM25032
2.7
Asbest
De asbestverdachte golfplatendaken zijn deels voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater (zie bijlage 3). Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. Dit gebeurt dan in de “druppelzone/druipzone” waar water met asbest op de bodem valt. Deze zone heeft de lengte van het asbest dak en een breedte van maximaal 1 meter. Het asbest wordt normaliter aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,2 meter. Ter plaatse van de locaties waar menggranulaat is toegepast is de locatie eveneens verdacht op asbest. Menggranulaat aangebracht voor 2005 is als verdacht te beschouwen op asbest.
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Zaanstreek-Waterland
Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Zaanstreek-Waterland blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘wonen en industrie’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen en overig’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten van voorgaande bodemonderzoeken in de directe omgeving worden verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK verwacht. De aanwezigheid van verhoogde gehalten aan asbest de druppelzone/druipzone ter plaatse van de opstallen met asbestverdachte dakplaten zonder gootconstructie kan niet worden uitgesloten (verdacht). Ter plaatse van locaties waar menggranulaat van onbekende kwaliteit is toegepast is de locatie eveneens verdacht op asbest.
Pagina | 10
AM25032
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE-NL’ (verdacht) uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE-NL' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 9.500
18
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 4 2
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater
4 verdachte laag
2
3 ondergrond Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “VED-HE-NL” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Legenda bij tabel 3.1 De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Op verzoek van de opdrachtgever is er geen verkennend asbest in bodemonderzoek uitgevoerd.
Pagina | 11
AM25032
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 11 juni 2025 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Assistentie is verleend door de heer J. Martens. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De boorpuntlocaties zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn twee boringen afgewerkt met een peilbuis, zie tabel 4.2. Deze zijn verspreidt op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van de boorpunten 01 en 02 De bovenkant van de peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd.
Pagina | 12
AM25032
Boring
Diepte boring (m -mv) 3,20
01
03
0,50
Traject (m -mv) 0,00 - 0,25
Grondsoort
0,25 - 0,50
gebroken asfalt
Waargenomen bijzonderheden
split
0,00 - 0,20
uiterst asfalt houdend, sporen baksteen, gebroken asfalt
0,20 - 0,50
-
uiterst betonhoudend, matig asfalt houdend, Gebroken beton, boring gestaakt op harde laag
04
2,00
0,00 - 0,20
gebroken asfalt
0,20 – 0,40
schelpengruis
05
2,00
0,00 – 0,20
menggranulaat
06
1,00
0,00 – 0,50
zand
Sporen beton
0,50 - 1,00
Veen
Sporen betom en baksteen boring gestaakt op harde laag
07
1,00
0,30 - 0,50
gebroken asfalt
08
1,00
0,00 - 0,50
Veen
sporen baksteen
10
0,80
0,00 - 0,50
Veen
matig baksteenhoudend, matig betonhoudend
0,50 - 0,80
Veen
sterk baksteenhoudend, matig betonhoudend, boring gestaakt op harde laag
12
0,70
0,00 - 0,20
-
gebroken asfalt
14
1,00
0,00 - 0,50
Veen
zwak baksteenhoudend,
16
0,25
0,00 - 0,25
Menggranulaat
boring gestaakt op harde laag
18
1,20
0,00 - 0,25
matig baksteenhoudend, gebroken asfalt
0,25 - 0,50
volledig baksteen
0,50 - 0,70
Zand
zwak baksteenhoudend, matige brandstofgeur, zwakke olie-water reactie
0,70 - 1,20
Veen
20
1,00
0,00 – 0,50
Menggranulaat
21
1,00
0,00 - 0,50
Veen
geen olie-water reactie
zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
De bij de boringen beschreven geuren zijn passief waargenomen bij het opboren, uitspreiden, bemonsteren en beschrijven het opgeboorde bodemmateriaal.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn op 18 juni 2025 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend veldwerker van Aeres Milieu. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch).
Pagina | 13
AM25032
De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 01
Filterdiepte (m-mv.) 2,20 - 3,20
Grondwaterstand (m-mv.) 0,50
pH (-)
Ec (µS/cm)
5,9
1330
Troebelheid (NTU) 51,7
02
1,30 - 2,30
0,50
6,0
1491
24,3
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten van de pH en Ec wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
Pagina | 14
AM25032
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monsters
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel 5.1. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster M1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters 08 (0,00 - 0,50)
Zintuiglijke waarnemingen Sporen baksteen
Analysepakket Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,00 - 0,50
10 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50)
Bijmengingen met baksteen en
Standaardpakket incl. lu/os
21 (0,00 - 0,50)
beton
05 (0,20 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50)
Geen bijzonderheden
Standaardpakket incl. lu/os
Geen bijzonderheden
Standaardpakket incl. lu/os
Geen bijzonderheden
Standaardpakket incl. lu/os
Zwak baksteenhouden, zwakke
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
0,00 - 0,70
12 (0,20 - 0,70) 15 (0,00 - 0,50) MM4
0,00 - 0,50
19 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50)
MM5
0,40 - 1,00
01 (0,50 - 1,00) 04 (0,40 - 0,90) 06 (0,50 - 1,00) 20 (0,50 - 1,00)
M6
0,50 - 0,70
18 (0,50 - 0,70)
olie-water reactie, matige brandstofgeur M7
0,50 - 0,80
10 (0,50 - 0,80)
Sterk baksteenhoudend, matig
Standaardpakket incl. lu/os
beton houdend Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket lu/os: lutum fractie en organische stofgehalte
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel 5.2 samengevat. Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens de tijdelijke kaders van de omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Tevens is indicatief getoetst aan de bodemkwaliteitsklasse bij toepassing van de grond op landbodem (T101). In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de tabel zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de klasse landbouw/natuur. Zie bijlage 6.1 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. Pagina | 15
AM25032
Monster
M1
MM2
MM3
MM4
MM5
M6
Traject
Zintuiglijke
Verhoogde component en berekende
Overschrijding
Indicatieve toetsing
(m -mv)
waarnemingen
concentratie [mg/kg d.s.]
interventiewaarde
kwaliteit
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
Kobalt
26
Ja
Sterk verontreinigd
Nikkel
75
Koper
410
Zink
809
Molybdeen
4
Cadmium
1
Kwik
0,2
Lood
247
PAK (10 VROM)
9,4
Bijmengingen met
Kobalt
22
Nee
Industrie
baksteen en beton
Nikkel
56
Koper
136
Zink
499
Molybdeen
1,6
Kwik
0,2
Lood
108
PAK (10 VROM)
3,96
Zink
166
Nee
Wonen
Molybdeen
4
Kwik
0,4
Lood
79
PAK (10 VROM)
4,8
Kobalt
16
Nee
Industrie
Nikkel
58
Koper
180
Zink
515
Molybdeen
2
Kwik
0,2
Lood
202
PAK (10 VROM)
2,0
Nikkel
40
Ja
Sterk verontreinigd
Koper
6371
Zink
318
Molybdeen
3
Kwik
0,3
Lood
171
PAK (10 VROM)
2,42
Zwak
Kobalt
23
Ja
Sterk verontreinigd
baksteenhouden,
Nikkel
102
Matig verontreinigd
zwakke olie-water
Koper
106
minerale olie
reactie, matige
Zink
165
brandstofgeur
Molybdeen
2
0,00 - 0,50
0,00 - 0,70
0,00 - 0,50
0,40 - 1,00
0,50 - 0,70
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
Pagina | 16
AM25032
Monster
M7
Traject
Zintuiglijke
Verhoogde component en berekende
Overschrijding
Indicatieve toetsing
(m -mv)
waarnemingen
concentratie [mg/kg d.s.]
interventiewaarde
kwaliteit
Nee
Industrie
0,50 - 0,80
Minerale olie
1512
Sterk
Nikkel
39
baksteenhoudend,
Koper
87
matig beton houdend
Zink
433
Cadmium
1
Kwik
0,2
Lood
138
PAK (10-VROM)
6,06
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond(meng)monsters M1, MM5 en M6 sterk verontreinigd zijn (overschrijding interventiewaarde) met koper, zink en nikkel. M6 is tevens matig verontreinigd met minerale olie. In de overige grondmengmonsters zijn geen overschrijdingen van de interventiewaarde aangetoond. Naar aanleiding van het aangetoonde verontreinigingen is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om de grondmengmonsters MM2, MM4 en MM5 uit te splitsen. Verder zijn er voor de verticale afperking de boringen 8-2 en 18-4 geanalyseerd. De analyseresultaten van de grondmonsters worden in de volgende tabel 5.3 samengevat. In de tabel zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de klasse landbouw/natuur. Zie bijlage 6.2 voor het analyserapport. Monster
Traject
Zintuiglijke
Verhoogde component en
Overschrijding
Indicatieve toetsing
/ boring
(m -mv)
waarnemingen
berekende concentratie [mg/kg d.s.]
interventiewaarde
kwaliteit
Matig baksteen- en
Koper
49
Nee
Wonen
beton houdend
Zink
170
Zwak baksteenhoudend
Koper
320
Ja
Sterk verontreinigd
Zink
450
Zwak baksteen- en
Koper
66
Nee
Industrie
beton houdend
Zink
180
Koper
130
Nee
Industrie
Zink
510
Koper
710
Ja
Sterk verontreinigd
Uitsplitsing MM2 op koper en zink 10-1
14-1
21-1
0 – 0,5
0 – 0,5
0 – 0,5
Uitsplitsing MM4 op koper en zink 19-1
0 – 0,5
Geen bijzonderheden
22-1
0 – 0,5
Geen bijzonderheden
Zink
1300
23-1
0 – 0,5
Geen bijzonderheden
Zink
190
Nee
Landbouw/natuur
24-1
0 – 0,5
Geen bijzonderheden
Koper
93
Nee
Industrie
Zink
290
Koper
170
Nee
Industrie
Uitsplitsing MM5 op koper 1-2
0,5 – 1,0
Geen bijzonderheden
Pagina | 17
AM25032
Monster
Traject
Zintuiglijke
Verhoogde component en
Overschrijding
Indicatieve toetsing
/ boring
(m -mv)
waarnemingen
berekende concentratie [mg/kg d.s.]
interventiewaarde
kwaliteit
4-3
0,4 – 0,9
Geen bijzonderheden
Koper
160
Nee
Industrie
6-2
0,5 – 1,0
Geen bijzonderheden
Koper
350
Ja
Sterk verontreinigd
20-2
0,5 – 1,0
Geen bijzonderheden
Koper
190
Nee
Industrie
Koper
80
Nee
Industrie
Zink
177
Molybdeen
2
Nikkel
54
Nee
Industrie
Minerale olie
258
Verticale afperking boring 8 op koper, molybdeen en zink 8-2
0,5 - 1,0
Geen bijzonderheden
Verticale afperking boring 18 op minerale olie 18-4
0,7 – 1,2
Geen bijzonderheden
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten uitsplitsing en verticale afperking
Uit de analyseresultaten van de uitsplitsing blijkt dat boringen 6 en 14 sterk verontreinigd (overschrijding interventiewaarde) zijn met koper. In boring 22 is een interventiewaarde overschrijding met koper en zink aangetoond. Uit de verticale afperking blijkt dat er geen interventiewaarde overschrijdingen met metalen en minerale olie aanwezig is in de ondergrond. De aangetoonde sterke verontreinigingen zijn waarschijnlijk te relateren aan de ophoging van de onderzoekslocatie en het langdurig menselijk gebruik van de locatie. Toelichting verontreinigingen Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaal bewerkende industrie.
De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).
Pagina | 18
AM25032
5.3
Grondwatermonsters
Door de vaststelling van de omgevingswet zijn voor grondwater nu instructieregels en omgevingswaarden opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (bkl, artikel 4.12a signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering). Hiervoor is nog geen nieuwe toetsingsservice beschikbaar. Er is handmatig getoetst aan de signaleringswaarde grondwaterkwaliteit uit de Bkl. Zie bijlage 7 voor het analyserapport en de toetsingstabellen. De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel 5.4 samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende voorkeurswaarde en signaleringswaarde.
Peilbuis Pb 1
Verhoogde component -
Gemeten concentratie [µg/l] -
Overschrijding signaleringswaarde Nee
Pb 2
-
-
Nee
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit de peilbuizen 1 en 2 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de signaleringswaarden van de Bkl.
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. Na uitsplitsing van de grondmengmonsters MM2, MM4 en MM5 en de separatie analyse van boringen 08 en 10 blijken er interventiewaarde overschrijdingen met koper en zink aanwezig te zijn in de bovengrond van boring 08, in de bovengrond van boring 18 is een interventiewaarde overschrijding met nikkel en een matige verontreiniging met minerale olie aanwezig. Ter plaatse van boring 14 wordt de interventiewaarde voor koper overschreden, in de ondergrond van boring 6 wordt eveneens de interventiewaarde voor koper overschreden. In de bovengrond van boring 22 is een interventiewaarde overschrijding koper en zink aangetoond. De verontreinigingen ter plaatse van boringen 08 en 18 zijn verticaal afgeperkt. De aangetoonde interventiewaarde-overschrijdingen met koper, zink en nikkel vormen bij een gevoeliger gebruik of grondroerende werkzaamheden een belemmering. Voorafgaand aan wijzigingen dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van deze verontreinigingen vast te stellen. De hypothese verdacht voor asbest blijft gehandhaafd daar er in onderhavig onderzoek geen asbest in bodemonderzoek is uitgevoerd.
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is, in het grondwater van de gehele locatie zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het uitvoeren van een aanvullend of nader grondwateronderzoek is niet noodzakelijk.
Pagina | 19
AM25032
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn verspreid over de locatie bijmengingen met baksteen en beton waargenomen. Ter plaatse van boring 18 is een zwakke olie-water reactie waargenomen. In de bovengrond van boringen 01, 03, 04, 07 en 12 is een asfalt houdende laag (gebroken asfalt) aangetroffen. In boringen 05, 16 en 20 is een laag menggranulaat waargenomen, In boring 18 bestaat de bovengrond volledig uit baksteen. Deze lagen betreffen geen bodem en zijn derhalve in onderhavig onderzoek niet onderzocht. Uit de analyseresultaten blijkt dat na uitsplitsing van de grondmengmonsters MM2, MM4 en MM5 en de separatie analyse van boringen 08 en 10 interventiewaarde overschrijdingen met koper en zink aanwezig te zijn in de bovengrond van boring 08, in de bovengrond van boring 18 met nikkel en een matige verontreiniging met minerale olie. In de bovengrond van boring 14 wordt de interventiewaarde voor koper overschreden. In de bovengrond van boring 22 is een interventiewaarde overschrijding koper en zink aangetoond. In de ondergrond van boring 06 wordt de interventiewaarde voor koper overschreden. De verontreinigingen ter plaatse van boringen 08 en 18 zijn verticaal afgeperkt.
In het freatisch grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De resultaten van dit bodemonderzoek vormen voor wat betreft de interventiewaarde overschrijdingen met koper, nikkel en zink ter plaatse van de boringen 06, 08, 10, 18 en 22 mogelijk een belemmerende factor bij herontwikkeling en/of grondroerende activiteiten. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan werkzaamheden ter plaatse van deze boringen een nader bodemonderzoek uit te voeren om de omvang van deze verontreinigingen vast te stellen. Vanwege de asbestverdachte dakbedekking welke deels voorzien is van goten en regenpijpen en de aangetroffen laag menggranulaat in boringen 05, 16 en 20 is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Geadviseerd wordt om na sloop van de bebouwing met asbestverdachte dakbedekking een asbest in bodem onderzoek conform de NEN 5707 uit te voeren. Dit onderzoek dient dan ter plaatse van de gesloopte bebouwing en de met menggranulaat verharde locaties uitgevoerd te worden. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast.
Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met de bodemvoorschriften bij milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan (met bodemkwaliteitskaart) van toepassing.
Pagina | 20
AM25032
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
AM25032
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s van de onderzoekslocatie
AM25032
AM25032
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM25032
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM25032
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM25032
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
AM25032
Foto 25
Foto 26
Foto 27
Foto 28
Foto 29
Foto 30
AM25032
Foto 31
Foto 32
Foto 33
Foto 34
Foto 35
Foto 36
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
AM25032
0,5 - 1,0 m-mv. > I, koper
0 - 0,5 m-mv. > I, koper en zink 0,5 - 0,7 m-mv. > I, nikkel en matig verontreinigd minerale olie
Legenda Plangebied
asbestverdachte dakplaten goot Foto's boringen boring tot 0,5 m-mv boring tot 1,0 m-mv boring tot 2,0 m-mv peilbuis
0 - 0,5 m-mv. > I, koper
0 - 0,5 m-mv. > I, koper en zink
Legenda Plangebied
asbestverdachte dakplaten goot Foto's
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen
AM25032
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring:
02
Datum: X: 122796,56
11-6-2025 Y: 497781,83
Datum: X: 122907,10
11-6-2025 Y: 497778,39
0
0
split
0
0
Graven, Split 25
1 Donker zwartbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt
1 50
50
braak Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig wortelhoudend, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor
50
50 Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
2
2
100
100
3
3
150
150
4
4
200
200
200 Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Zuigerboor handmatig 230
250
300 320
Boring:
03
Boring:
04
Datum: X: 122777,63
11-6-2025 Y: 497768,12
Datum: X: 122838,99
11-6-2025 Y: 497791,00
0
0
asfalt
20
Uiterst asfalthoudend, matig grindhoudend, sporen baksteen, sporen zand, grijsbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt
1
2 50
50
Uiterst betonhoudend, matig asfalthoudend, sporen grind, sporen zand, neutraalgrijs, Edelmanboor, Gebroken beton, boring gestaakt op harde laag
0
0 1
20
gazon Donker zwartbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt Lichtgrijs, Edelmanboor, Schelpengruis uiterst, sterk zandig
2 40
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
50 3
100
4
150
5
200
200
Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032
Opdrachtgever: Kragten
getekend volgens NEN 5104
Boring:
05
Boring:
06
Datum: X: 122848,17
11-6-2025 Y: 497773,74
Datum: X: 122908,53
11-6-2025 Y: 497761,50
0
0 1
20
puin
0
0
Sterk zandhoudend, sterk menggranulaat houdend, neutraal bruinbeige, Graven
braak Zand matig fijn, zwak siltig, sporen wortels, sporen grind, sporen beton, grijsbeige, Edelmanboor
1
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
2 50
50
50
50 Veen, sterk zandig, resten schelpen, donker zwartbruin, Edelmanboor
3
Veen, sterk zandig, sporen beton, sporen baksteen, sporen schelpen, donkerbruin, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
2
100
100
100
100 Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
4
150
5
200
200
Boring:
07
Boring:
08
Datum: X: 122792,52
11-6-2025 Y: 497800,20
Datum: X: 122778,55
11-6-2025 Y: 497788,23
0 5
0 1
30
2 50
50
klinker
0
0
Tegel Zand matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
gazon Veen, sterk zandig, sporen baksteen, sporen schelpen, donker zwartbruin, Edelmanboor
1
Sporen grind, neutraal, Edelmanboor, Gebroken asfalt
50
50 Veen, sterk zandig, Edelmanboor
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
3
2
100
100
100
100
Boring:
09
Boring:
10
Datum: X: 122767,19
11-6-2025 Y: 497778,47
Datum: X: 122765,37
11-6-2025 Y: 497761,16
0
0 1
20
gazon
0
0
Veen, sterk zandig, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
2 50
50
gazon Veen, sterk zandig, zwak wortelhoudend, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
50
50 2
80
Veen, sterk zandig, sterk baksteenhoudend, matig betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
Boring:
11
Boring:
12
Datum: X: 122808,13
11-6-2025 Y: 497801,58
Datum: X: 122821,86
11-6-2025 Y: 497787,62
0
0
gazon
0
0
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
1 20
1
50
gazon Donker zwartbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
50
50
2
70
Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032
Opdrachtgever: Kragten
getekend volgens NEN 5104
Boring:
13
Boring:
14
Datum: X: 122814,71
11-6-2025 Y: 497773,59
Datum: X: 122793,89
11-6-2025 Y: 497761,69
0
0
klinker
0
0
15
1 50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor
gazon Veen, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, resten schelpen, donker zwartbruin, Edelmanboor
8
1
50
50
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor 2
100
100
Boring:
15
Boring:
16
Datum: X: 122859,79
11-6-2025 Y: 497800,16
Datum: X: 122869,21
11-6-2025 Y: 497785,05
0
0
gazon
0
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor
0
puin
25
Uiterst menggranulaat houdend, sterk zandhoudend, grijsbruin, River, Boring gestaakt op harde laag
1
1
50
50
Boring:
17
Boring:
18
Datum: X: 122835,49
11-6-2025 Y: 497762,79
Datum: X: 122880,12
11-6-2025 Y: 497775,67
0 5 10
0
1 50
50
tegel
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
1
Klei, sterk zandig, matig schelphoudend, donkerbruin, Edelmanboor
2
asfalt Matig baksteenhoudend, donkergrijs, River, Gebroken asfalt
25
Volledig baksteen, River 50
50 3
70
Veen, sterk zandig, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
4
100
Zand matig fijn, matig siltig, zwak baksteenhoudend, zwakke olie-water reactie, matige brandstofgeur, donkergrijs, Edelmanboor
120
Boring:
19
Boring:
20
Datum: X: 122873,11
11-6-2025 Y: 497757,42
Datum: X: 122897,24
11-6-2025 Y: 497792,46
0
0
braak
0
0
Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor 1
50
1
50
puin Uiterst menggranulaat houdend, sterk zandhoudend, neutraal bruinbeige, River
50
50
Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor 2
100
100
Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032
Opdrachtgever: Kragten
getekend volgens NEN 5104
Boring:
21
Boring:
22
Datum: X: 122924,84
11-6-2025 Y: 497787,31
Datum: X: 122943,42
11-6-2025 Y: 497791,20
0
0
braak
0
0
Veen, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, sporen wortels, zwak betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
braak Veen, sterk zandig, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50 Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkerbruin, Edelmanboor
2
100
100
Boring:
23
Boring:
24
Datum: X: 122923,31
11-6-2025 Y: 497769,53
Datum: X: 122939,18
11-6-2025 Y: 497756,45
0
0
braak
0
0
Veen, sterk zandig, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor 1
50
braak Veen, sterk zandig, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
50
Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032
Opdrachtgever: Kragten
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM25032
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen.
Projectnummer
AM25032
Onderzoekslocatie
Den Ilp 187A en 188 Den Ilp
Opdrachtgever
Kragten
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Uitvoering werkzaamheden protocol 2001
11-06-2025 Dhr. H. van den Tillaar
Uitvoering werkzaamheden protocol 2002
18-06-2025 Dhr. H. van den Tillaar
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tilaar
aeres milieu
Bijlage 6 Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s)
AM25032
Inhoud Analysemonsters-conclusietabel............................................................................................................. 2 Overschrijdingstabel ................................................................................................................................ 2 Analysemonster toetsing tabellen .......................................................................................................... 4 Toetstabel analysemonster: M1.......................................................................................................... 4 Toetstabel analysemonster: MM2 ...................................................................................................... 6 Toetstabel analysemonster: MM3 ...................................................................................................... 8 Toetstabel analysemonster: MM4 .................................................................................................... 10 Toetstabel analysemonster: MM5 .................................................................................................... 12 Toetstabel analysemonster: M6........................................................................................................ 14 Toetstabel analysemonster: M7........................................................................................................
16 Legenda ................................................................................................................................................. 18 Normentabel T.101 / T.130 Kwal.Gr-Bgr + Beoord. IW ......................................................................... 19
Projectcode: AM25032
1
Analysemonsters-conclusietabel Analysemonster
Deelmonsters
M1
8 (0,00 - 0,50)
MM2
M6
21 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 0,50), 10 (0,00 - 0,50) 5 (0,20 - 0,50), 12 (0,20 0,70), 15 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 0,50), 19 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50) 6 (0,50 - 1,00), 20 (0,50 1,00), 4 (0,40 - 0,90), 1 (0,50 - 1,00) 18 (0,50 - 0,70)
M7
10 (0,50 - 0,80)
MM3
MM4
MM5
Beoordeling kwaliteit van grond Beoordeling aan de en bagger bij toepassing op of interventiewaarde in de bodem (T.101) bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Klasse sterk verontreinigd Overschrijding Interventiewaarde Klasse industrie Voldoet aan Interventiewaarde Klasse wonen Voldoet aan Interventiewaarde Klasse industrie
Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse sterk verontreinigd
Overschrijding Interventiewaarde
Klasse sterk verontreinigd
Overschrijding Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse industrie
Overschrijdingstabel Analysemonster M1
MM2
MM3
MM4
MM5
M6
M7
Legenda WO IND MV SV
Deelmonsters 8 (0,00 - 0,50)
WO (T.101) Kobalt [Co], Molybdeen [Mo], Cadmium [Cd], Kwik [Hg] 21 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50), 10 Kobalt [Co], (0,00 - 0,50) Molybdeen [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 5 (0,20 - 0,50), 12 (0,20 - 0,70), 15 Zink [Zn], (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50) Molybdeen [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 24 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50), 19 Kobalt [Co], (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50) Molybdeen [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 6 (0,50 - 1,00), 20 (0,50 - 1,00), 4 Molybdeen (0,40 - 0,90), 1 (0,50 - 1,00) [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 18 (0,50 - 0,70) Kobalt [Co], Zink [Zn], Molybdeen [Mo] 10 (0,50 - 0,80) Cadmium [Cd], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM
IND (T.101) MV (T.101) Nikkel [Ni], Lood [Pb], PAK 10 VROM
SV (T.101) Koper [Cu], Zink [Zn]
>IW (T.130) Koper [Cu], Zink [Zn]
Nikkel [Ni], Koper [Cu], Zink [Zn]
-
-
-
-
-
-
-
Nikkel [Ni], Koper [Cu], Zink [Zn]
-
-
-
Nikkel [Ni], Zink [Zn]
-
Koper [Cu]
Koper [Cu]
Koper [Cu]
Minerale olie C10 C40
Nikkel [Ni]
Nikkel [Ni]
Nikkel [Ni], Koper [Cu], Zink [Zn]
-
-
-
Klasse Wonen Klasse Industrie Klasse Matig Verontreinigd Klasse Sterk Verontreinigd
Projectcode: AM25032
2
> IW
Groter dan Interventie waarden
Projectcode: AM25032
3
Analysemonster toetsing tabellen Toetstabel analysemonster: M1 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing
M1 11-06-2025 8 0-50 20 9,1 T.101 Kwal. grond en bagger
Toetsdatum Monsterconclusie
24-06-2025 Klasse sterk verontreinigd Oordeel T.101
T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Overschrijding Interventiewaarde Oordeel T.130
Meetwaarden GSSD
Eenheid
Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
6,4 <1 <1 1,2 <1 <1 <1 1,7
3,2 <0 <0 1 <0 <0 <0 1
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<LN
<=IW
Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]
13 41 370 620 3,8 0,73 360 0,23 230
26 75 410 809 4 1 739 0 247
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
WO IND SV SV WO WO ---------- 6 WO IND
<=IW <=IW >IW >IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW
Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)
54,9 9,1 20
55
% ds % % ds
---------- 6
---------- 5
Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 11 25 26 60
2 6 13 13 30
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN
---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen
0,08 0,61 2,5 4,8 2 2,2 2,4
0 0 1 2 1 1 1
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
Projectcode: AM25032
4
Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
Projectcode: AM25032
1,1 1,5 1,6 18,79
1 1 1 9,40
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
IND
<=IW
5
Toetstabel analysemonster: MM2 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing
MM2 11-06-2025 21, 14, 10 0-50 13,4 5,6 T.101 Kwal. grond en bagger
Meetwaarden GSSD
Eenheid
Oordeel T.101
T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Voldoet aan Interventiewaarde Oordeel T.130
Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
9,2 <1 <1 <1 <1 2,4 2,7 1,3
6,9 <1 <1 <1 <1 2 2 1
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<LN
<=IW
Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]
8,7 25 100 310 1,6 0,45 110 0,2 88
22 56 136 499 2 0 294 0 108
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
WO IND IND IND WO <LN ---------- 6 WO WO
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW
Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)
56,5 5,6 13,4
57
% ds % % ds
---------- 6
---------- 5
Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 7 33 56 100
3 5 25 42 75
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN
---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen
0,01 0,22 0,64 1,4 0,61 0,63 0,68 0,32 0,39
0 0 0 1 0 0 1 0 0
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
Toetsdatum Monsterconclusie
Projectcode: AM25032
24-06-2025 Klasse industrie
6
Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
Projectcode: AM25032
0,41 5,31
0 3,96
mg/kg ds mg/kg ds
WO
<=IW
7
Toetstabel analysemonster: MM3 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing
MM3 11-06-2025 5, 12, 15, 11 0-70 63,7 36 T.101 Kwal. grond en bagger
Meetwaarden GSSD
Eenheid
Oordeel T.101
T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Voldoet aan Interventiewaarde Oordeel T.130
Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
10,42 < 1,2 < 1,4 1,3 1,4 1,6 2,2 2,1
3,47 0 0 0 0 1 1 1
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<LN
<=IW
41
41
41
41
Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]
7,9 22 65 300 3,8 1,2 91 0,38 140
6 17 31 166 4 0 67 0 79
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<LN <LN <LN WO WO <LN ---------- 6 WO WO
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW
Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)
28,9 36 63,7
29
% ds % % ds
---------- 6
---------- 5
Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 18 65 46 130
1 6 22 15 43
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN
---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen
< 0,02 0,34 1,8 6,3 1,4 1,1 1,2 0,7 0,83
<0 0 1 2 0 0 0 0 0
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
Toetsdatum Monsterconclusie
Projectcode: AM25032
24-06-2025 Klasse wonen
8
Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
Projectcode: AM25032
0,79 14,474
0 4,825
mg/kg ds mg/kg ds
WO
<=IW
9
Toetstabel analysemonster: MM4 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing
MM4 11-06-2025 24, 23, 19, 22 0-50 30 8,2 T.101 Kwal. grond en bagger
Meetwaarden GSSD
Eenheid
Oordeel T.101
T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Voldoet aan Interventiewaarde Oordeel T.130
Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
12,1 <1 <1 1,4 1,1 2,1 3,8 2,3
4,0 <0 <0 0 0 1 1 1
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
<LN
<=IW
Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]
7,8 30 190 440 2,3 0,72 300 0,18 210
16 58 180 515 2 1 655 0 202
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
WO IND IND IND WO <LN ---------- 6 WO WO
<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW
Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)
49,3 8,2 30
49
% ds % % ds
---------- 6
---------- 5
Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40
<5 6 30 33 70
1 2 10 11 23
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN
---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen