CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek Den Ilp 187a & 188

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente landsmeerBij agendapunt: Ontwikkeling Den Ilp 187A & 188 (Z/2025/047842)19.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodemonderzoek Den Ilp 187a en 188 Den Ilp (Gemeente Landsmeer)

Verkennend bodemonderzoek Den Ilp 187a en 188 Den Ilp (Gemeente Landsmeer) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM25032 : Definitief (versie 1) : 21 juli 2025

Opdrachtgever

: Kragten Schoolstraat 8 6049 BN Herten

Opgesteld door

: BEd L. Koomen

Gecontroleerd door

: ing. J. Peters

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM25032

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4

2.

VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5

2.3

Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................9

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9

2.7

Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 10

2.8

Bodemkwaliteitskaart regio Zaanstreek-Waterland ...................................................................................................................... 10

2.9

Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 11 3.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 11

4.

VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 12 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13

5.

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 15 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15

5.2

Grond(meng)monsters .............................................................................................................................................................................. 15

5.3

Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 19

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 19

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 20

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Omgevingsrapportage Omgevingsdienst IJmond

Pagina | 3

AM25032

1.

INLEIDING

In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Den Ilp 187a en 188 Den Ilp

Gemeente

: Landsmeer

Kadastrale registratie

: Landsmeer, sectie M, nummer 464 en 463 (gedeeltelijk)

Oppervlakte

: circa 9.500 m2

Huidig gebruik van de locatie

: agrarisch bedrijf met wonen

Toekomstig gebruik

: wonen met tuin

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit verkennend bodemonderzoek is een planvoornemen in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juni 2025. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4

AM25032

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit de opdrachtgever, het kadaster, topotijdreis.nl, het dinoloket, het bodemloket, gemeente Landsmeer, omgevingsdienst Ijmond, provincie Noord-Holland, eigen archief en de terreininspectie. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt noordelijk van de kom van Den Ilp. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Landsmeer, sectie M, nummer 464 en 463 (gedeeltelijk). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 122.858 / Y = 497.774. Zie bijlage 1 voor een topografische kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKviewer)

Pagina | 5

AM25032

2.3

Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit het kaartmateriaal is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot aan 1950 altijd onbebouwd is geweest. Op de kaart uit 1950 is voor het eerst bebouwing zichtbaar op de onderzoekslocatie. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateert de eerste bebouwing uit 1927. Op diverse kaarten is zichtbaar dat in de loop der jaren de bebouwing op en rondom de onderzoekslocatie toeneemt.

1893

1935

1962 1999 Afbeelding 2: Geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.4

1950

2018

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 29 april 2025 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Landsmeer. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwetof milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX.

Pagina | 6

AM25032

Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Datum

Vergunning

Opmerkingen

29-11-1957

Vergunning voor het bouwen van

Dakbedekking rode asbest golfplaten

een berging

11-10-1958

Vergunning voor het maken van

Geen bijzonderheden wat betreft bodem

een eenden hok. 18-11-1965

Vergunning voor het bouwen van

. Geen bijzonderheden wat betreft bodem.

een brug 18-11-1965

Vergunning voor het bouwen van

. Dakbedekking eterniet golfplaten

een kippenhok

21-06-1967

Vergunning voor het verbouwen

Geen bijzonderheden wat betreft bodem

van een brug. 29-02-1968

Vergunning voor het bouwen van

. Zwarte golfplaten

een garage

Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen

Via de website van de omgevingsdienst Ijmond is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Uit de rapportage blijkt dat op de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken worden in tabel 2.2 samengevat. Bodemonderzoek

Samevatting resultaten

Den Ilp 190 ,

Gelegen noordwestelijk van de onderzoekslocatie aan den Ilp 190

Diverse bodemonderzoeken en

Ter plaatse van de Ilp 190 zijn diverse bodemonderzoeken (historisch, aanvullend en verkennend) en een

sanering

sanering uitgevoerd. Hierbij blijkt dat in de ophoog laag een interventiewaarde overschrijding aanwezig is

1992-2000

met eox, PAK en zware metalen. Verder zijn er plaatselijk interventiewaarde overschrijdingen met arseen en minerale olie aangetoond. In de puinlaag zijn eveneens zware metalen en PAK verhoogd in een gehalte boven de interventiewaarde. Ter plaatse van de tractorloods is de locatie verontreinigd met minerale olie. Pagina | 7

AM25032

Bodemonderzoek

Samevatting resultaten Uit de uitgevoerde sanering blijkt dat er circa 150 m2 gesaneerd is. De maximale diepte betreft 2,0 m-mv. en er is 270 ton verontreinigde grond afgevoerd.. Tevens zijn er nog diverse spots gesaneerd.

Purmerland 43-107 en

Gelegen aan de weg Purmerland en Den Ilp westelijk van de onderzoekslocatie

Den Ilp 173-202 Diverse

Ter plaatse van het wegtracé zijn diverse onderzoeken en saneringen uitgevoerd..

bodemonderzoeken en

In totaal is over een oppervlakte van circa 3.000 m2 tot een maximale diepte van 1,2 m-mv. sterk verontreinigde

een sanering

grond met PAK, lood, zink en koper gesaneerd.

2004-2024 In het voetpad langs de weg zijn geen bijzonderheden waargenomen. Den Ilp 189

Gelegen westelijk van de onderzoekslocatie aan den Ilp 189

Diverse bodemonderzoeken en

Ter plaatse van de Ilp 189 zijn diverse bodemonderzoeken (verkennend en aanvullend) en een sanering

sanering

uitgevoerd.

2015-2021 Hierbij blijkt dat in de bovengrond (0 – 0,5 m-mv.) interventiewaarde overschrijdingen met koper, zink, lood en PAK zijn aangetoond.

Uit de uitgevoerde sanering blijkt dat er circa 18 m2 gesaneerd is. De maximale diepte betreft 0,7 m-mv. en er is 13 m3 verontreinigde grond gesaneerd.

Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken

Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX anders dan landelijk voorkomend bij de klasse Landbouw/natuur. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de gemeente Landsmeer blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen, ontgrondingen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.

Pagina | 8

AM25032

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De verwachte bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0 – 14,5

Holocene afzettingen

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

14,5 – 19,3

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

19,3 – 34,7

Formatie van Kreftenheye

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

34,7 – 42,8

Eem formatie

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, grof en fijn zand, met weinig kleiig zand en een spoor klei en grind

Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 1,3 meter -NAP. De stroming van het freatisch grondwater niet eenduidig te zeggen en bevindt zich op een hoogte van circa 1,8 meter -NAP (overeenkomend met een

halve

meter

–maaiveld).

De

onderzoekslocatie

bevindt

zich

niet

binnen

de

grenzen

van

een

grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 11 juni 2025 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een voormalig pluimvee bedrijf met tweetal woonhuizen, schuren en bedrijfsloodsen. De verharding zuidelijk bestaat uit gebroken asfalt. Noordelijk is een klinkerverharde inrit aanwezig. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat er diverse daken aanwezig zijn met asbestverdachte dakbedekking. Een gedeelte van de daken zijn niet voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater. Zie bijlage 3 voor de situering van de asbestverdachte daken. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde door een sloot en agrarisch bouwland, aan de oostzijde begrensd door agrarisch bouwland, aan de zuidzijde door een sloot en Den Ilp 185 en agrarisch bouwland en aan de westzijde door de straat Den Ilp.

Pagina | 9

AM25032

2.7

Asbest

De asbestverdachte golfplatendaken zijn deels voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater (zie bijlage 3). Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. Dit gebeurt dan in de “druppelzone/druipzone” waar water met asbest op de bodem valt. Deze zone heeft de lengte van het asbest dak en een breedte van maximaal 1 meter. Het asbest wordt normaliter aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,2 meter. Ter plaatse van de locaties waar menggranulaat is toegepast is de locatie eveneens verdacht op asbest. Menggranulaat aangebracht voor 2005 is als verdacht te beschouwen op asbest.

2.8

Bodemkwaliteitskaart regio Zaanstreek-Waterland

Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Zaanstreek-Waterland blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘wonen en industrie’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen en overig’.

2.9

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten van voorgaande bodemonderzoeken in de directe omgeving worden verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK verwacht. De aanwezigheid van verhoogde gehalten aan asbest de druppelzone/druipzone ter plaatse van de opstallen met asbestverdachte dakplaten zonder gootconstructie kan niet worden uitgesloten (verdacht). Ter plaatse van locaties waar menggranulaat van onbekende kwaliteit is toegepast is de locatie eveneens verdacht op asbest.

Pagina | 10

AM25032

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE-NL’ (verdacht) uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE-NL' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 9.500

18

boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 4 2

Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater

4 verdachte laag

2

3 ondergrond Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “VED-HE-NL” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.

Legenda bij tabel 3.1 De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie

Op verzoek van de opdrachtgever is er geen verkennend asbest in bodemonderzoek uitgevoerd.

Pagina | 11

AM25032

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 11 juni 2025 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Assistentie is verleend door de heer J. Martens. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De boorpuntlocaties zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3.

Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn twee boringen afgewerkt met een peilbuis, zie tabel 4.2. Deze zijn verspreidt op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van de boorpunten 01 en 02 De bovenkant van de peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd.

Pagina | 12

AM25032

Boring

Diepte boring (m -mv) 3,20

01

03

0,50

Traject (m -mv) 0,00 - 0,25

Grondsoort

0,25 - 0,50

gebroken asfalt

Waargenomen bijzonderheden

split

0,00 - 0,20

uiterst asfalt houdend, sporen baksteen, gebroken asfalt

0,20 - 0,50

-

uiterst betonhoudend, matig asfalt houdend, Gebroken beton, boring gestaakt op harde laag

04

2,00

0,00 - 0,20

gebroken asfalt

0,20 – 0,40

schelpengruis

05

2,00

0,00 – 0,20

menggranulaat

06

1,00

0,00 – 0,50

zand

Sporen beton

0,50 - 1,00

Veen

Sporen betom en baksteen boring gestaakt op harde laag

07

1,00

0,30 - 0,50

gebroken asfalt

08

1,00

0,00 - 0,50

Veen

sporen baksteen

10

0,80

0,00 - 0,50

Veen

matig baksteenhoudend, matig betonhoudend

0,50 - 0,80

Veen

sterk baksteenhoudend, matig betonhoudend, boring gestaakt op harde laag

12

0,70

0,00 - 0,20

-

gebroken asfalt

14

1,00

0,00 - 0,50

Veen

zwak baksteenhoudend,

16

0,25

0,00 - 0,25

Menggranulaat

boring gestaakt op harde laag

18

1,20

0,00 - 0,25

matig baksteenhoudend, gebroken asfalt

0,25 - 0,50

volledig baksteen

0,50 - 0,70

Zand

zwak baksteenhoudend, matige brandstofgeur, zwakke olie-water reactie

0,70 - 1,20

Veen

20

1,00

0,00 – 0,50

Menggranulaat

21

1,00

0,00 - 0,50

Veen

geen olie-water reactie

zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend

Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

De bij de boringen beschreven geuren zijn passief waargenomen bij het opboren, uitspreiden, bemonsteren en beschrijven het opgeboorde bodemmateriaal.

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuizen zijn op 18 juni 2025 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend veldwerker van Aeres Milieu. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch).

Pagina | 13

AM25032

De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 01

Filterdiepte (m-mv.) 2,20 - 3,20

Grondwaterstand (m-mv.) 0,50

pH (-)

Ec (µS/cm)

5,9

1330

Troebelheid (NTU) 51,7

02

1,30 - 2,30

0,50

6,0

1491

24,3

Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten van de pH en Ec wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.

In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.

Pagina | 14

AM25032

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grond(meng)monsters

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel 5.1. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster M1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Deelmonsters 08 (0,00 - 0,50)

Zintuiglijke waarnemingen Sporen baksteen

Analysepakket Standaardpakket incl. lu/os

MM2

0,00 - 0,50

10 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50)

Bijmengingen met baksteen en

Standaardpakket incl. lu/os

21 (0,00 - 0,50)

beton

05 (0,20 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50)

Geen bijzonderheden

Standaardpakket incl. lu/os

Geen bijzonderheden

Standaardpakket incl. lu/os

Geen bijzonderheden

Standaardpakket incl. lu/os

Zwak baksteenhouden, zwakke

Standaardpakket incl. lu/os

MM3

0,00 - 0,70

12 (0,20 - 0,70) 15 (0,00 - 0,50) MM4

0,00 - 0,50

19 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50)

MM5

0,40 - 1,00

01 (0,50 - 1,00) 04 (0,40 - 0,90) 06 (0,50 - 1,00) 20 (0,50 - 1,00)

M6

0,50 - 0,70

18 (0,50 - 0,70)

olie-water reactie, matige brandstofgeur M7

0,50 - 0,80

10 (0,50 - 0,80)

Sterk baksteenhoudend, matig

Standaardpakket incl. lu/os

beton houdend Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket lu/os: lutum fractie en organische stofgehalte

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel 5.2 samengevat. Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens de tijdelijke kaders van de omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Tevens is indicatief getoetst aan de bodemkwaliteitsklasse bij toepassing van de grond op landbodem (T101). In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de tabel zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de klasse landbouw/natuur. Zie bijlage 6.1 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. Pagina | 15

AM25032

Monster

M1

MM2

MM3

MM4

MM5

M6

Traject

Zintuiglijke

Verhoogde component en berekende

Overschrijding

Indicatieve toetsing

(m -mv)

waarnemingen

concentratie [mg/kg d.s.]

interventiewaarde

kwaliteit

0,00 - 0,50

Sporen baksteen

Kobalt

26

Ja

Sterk verontreinigd

Nikkel

75

Koper

410

Zink

809

Molybdeen

4

Cadmium

1

Kwik

0,2

Lood

247

PAK (10 VROM)

9,4

Bijmengingen met

Kobalt

22

Nee

Industrie

baksteen en beton

Nikkel

56

Koper

136

Zink

499

Molybdeen

1,6

Kwik

0,2

Lood

108

PAK (10 VROM)

3,96

Zink

166

Nee

Wonen

Molybdeen

4

Kwik

0,4

Lood

79

PAK (10 VROM)

4,8

Kobalt

16

Nee

Industrie

Nikkel

58

Koper

180

Zink

515

Molybdeen

2

Kwik

0,2

Lood

202

PAK (10 VROM)

2,0

Nikkel

40

Ja

Sterk verontreinigd

Koper

6371

Zink

318

Molybdeen

3

Kwik

0,3

Lood

171

PAK (10 VROM)

2,42

Zwak

Kobalt

23

Ja

Sterk verontreinigd

baksteenhouden,

Nikkel

102

Matig verontreinigd

zwakke olie-water

Koper

106

minerale olie

reactie, matige

Zink

165

brandstofgeur

Molybdeen

2

0,00 - 0,50

0,00 - 0,70

0,00 - 0,50

0,40 - 1,00

0,50 - 0,70

Geen bijzonderheden

Geen bijzonderheden

Geen bijzonderheden

Pagina | 16

AM25032

Monster

M7

Traject

Zintuiglijke

Verhoogde component en berekende

Overschrijding

Indicatieve toetsing

(m -mv)

waarnemingen

concentratie [mg/kg d.s.]

interventiewaarde

kwaliteit

Nee

Industrie

0,50 - 0,80

Minerale olie

1512

Sterk

Nikkel

39

baksteenhoudend,

Koper

87

matig beton houdend

Zink

433

Cadmium

1

Kwik

0,2

Lood

138

PAK (10-VROM)

6,06

Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond(meng)monsters M1, MM5 en M6 sterk verontreinigd zijn (overschrijding interventiewaarde) met koper, zink en nikkel. M6 is tevens matig verontreinigd met minerale olie. In de overige grondmengmonsters zijn geen overschrijdingen van de interventiewaarde aangetoond. Naar aanleiding van het aangetoonde verontreinigingen is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om de grondmengmonsters MM2, MM4 en MM5 uit te splitsen. Verder zijn er voor de verticale afperking de boringen 8-2 en 18-4 geanalyseerd. De analyseresultaten van de grondmonsters worden in de volgende tabel 5.3 samengevat. In de tabel zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de klasse landbouw/natuur. Zie bijlage 6.2 voor het analyserapport. Monster

Traject

Zintuiglijke

Verhoogde component en

Overschrijding

Indicatieve toetsing

/ boring

(m -mv)

waarnemingen

berekende concentratie [mg/kg d.s.]

interventiewaarde

kwaliteit

Matig baksteen- en

Koper

49

Nee

Wonen

beton houdend

Zink

170

Zwak baksteenhoudend

Koper

320

Ja

Sterk verontreinigd

Zink

450

Zwak baksteen- en

Koper

66

Nee

Industrie

beton houdend

Zink

180

Koper

130

Nee

Industrie

Zink

510

Koper

710

Ja

Sterk verontreinigd

Uitsplitsing MM2 op koper en zink 10-1

14-1

21-1

0 – 0,5

0 – 0,5

0 – 0,5

Uitsplitsing MM4 op koper en zink 19-1

0 – 0,5

Geen bijzonderheden

22-1

0 – 0,5

Geen bijzonderheden

Zink

1300

23-1

0 – 0,5

Geen bijzonderheden

Zink

190

Nee

Landbouw/natuur

24-1

0 – 0,5

Geen bijzonderheden

Koper

93

Nee

Industrie

Zink

290

Koper

170

Nee

Industrie

Uitsplitsing MM5 op koper 1-2

0,5 – 1,0

Geen bijzonderheden

Pagina | 17

AM25032

Monster

Traject

Zintuiglijke

Verhoogde component en

Overschrijding

Indicatieve toetsing

/ boring

(m -mv)

waarnemingen

berekende concentratie [mg/kg d.s.]

interventiewaarde

kwaliteit

4-3

0,4 – 0,9

Geen bijzonderheden

Koper

160

Nee

Industrie

6-2

0,5 – 1,0

Geen bijzonderheden

Koper

350

Ja

Sterk verontreinigd

20-2

0,5 – 1,0

Geen bijzonderheden

Koper

190

Nee

Industrie

Koper

80

Nee

Industrie

Zink

177

Molybdeen

2

Nikkel

54

Nee

Industrie

Minerale olie

258

Verticale afperking boring 8 op koper, molybdeen en zink 8-2

0,5 - 1,0

Geen bijzonderheden

Verticale afperking boring 18 op minerale olie 18-4

0,7 – 1,2

Geen bijzonderheden

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten uitsplitsing en verticale afperking

Uit de analyseresultaten van de uitsplitsing blijkt dat boringen 6 en 14 sterk verontreinigd (overschrijding interventiewaarde) zijn met koper. In boring 22 is een interventiewaarde overschrijding met koper en zink aangetoond. Uit de verticale afperking blijkt dat er geen interventiewaarde overschrijdingen met metalen en minerale olie aanwezig is in de ondergrond. De aangetoonde sterke verontreinigingen zijn waarschijnlijk te relateren aan de ophoging van de onderzoekslocatie en het langdurig menselijk gebruik van de locatie. Toelichting verontreinigingen Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaal bewerkende industrie.

De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).

Pagina | 18

AM25032

5.3

Grondwatermonsters

Door de vaststelling van de omgevingswet zijn voor grondwater nu instructieregels en omgevingswaarden opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (bkl, artikel 4.12a signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering). Hiervoor is nog geen nieuwe toetsingsservice beschikbaar. Er is handmatig getoetst aan de signaleringswaarde grondwaterkwaliteit uit de Bkl. Zie bijlage 7 voor het analyserapport en de toetsingstabellen. De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel 5.4 samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende voorkeurswaarde en signaleringswaarde.

Peilbuis Pb 1

Verhoogde component -

Gemeten concentratie [µg/l] -

Overschrijding signaleringswaarde Nee

Pb 2

-

-

Nee

Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit de peilbuizen 1 en 2 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de signaleringswaarden van de Bkl.

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. Na uitsplitsing van de grondmengmonsters MM2, MM4 en MM5 en de separatie analyse van boringen 08 en 10 blijken er interventiewaarde overschrijdingen met koper en zink aanwezig te zijn in de bovengrond van boring 08, in de bovengrond van boring 18 is een interventiewaarde overschrijding met nikkel en een matige verontreiniging met minerale olie aanwezig. Ter plaatse van boring 14 wordt de interventiewaarde voor koper overschreden, in de ondergrond van boring 6 wordt eveneens de interventiewaarde voor koper overschreden. In de bovengrond van boring 22 is een interventiewaarde overschrijding koper en zink aangetoond. De verontreinigingen ter plaatse van boringen 08 en 18 zijn verticaal afgeperkt. De aangetoonde interventiewaarde-overschrijdingen met koper, zink en nikkel vormen bij een gevoeliger gebruik of grondroerende werkzaamheden een belemmering. Voorafgaand aan wijzigingen dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van deze verontreinigingen vast te stellen. De hypothese verdacht voor asbest blijft gehandhaafd daar er in onderhavig onderzoek geen asbest in bodemonderzoek is uitgevoerd.

Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is, in het grondwater van de gehele locatie zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het uitvoeren van een aanvullend of nader grondwateronderzoek is niet noodzakelijk.

Pagina | 19

AM25032

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn verspreid over de locatie bijmengingen met baksteen en beton waargenomen. Ter plaatse van boring 18 is een zwakke olie-water reactie waargenomen. In de bovengrond van boringen 01, 03, 04, 07 en 12 is een asfalt houdende laag (gebroken asfalt) aangetroffen. In boringen 05, 16 en 20 is een laag menggranulaat waargenomen, In boring 18 bestaat de bovengrond volledig uit baksteen. Deze lagen betreffen geen bodem en zijn derhalve in onderhavig onderzoek niet onderzocht. Uit de analyseresultaten blijkt dat na uitsplitsing van de grondmengmonsters MM2, MM4 en MM5 en de separatie analyse van boringen 08 en 10 interventiewaarde overschrijdingen met koper en zink aanwezig te zijn in de bovengrond van boring 08, in de bovengrond van boring 18 met nikkel en een matige verontreiniging met minerale olie. In de bovengrond van boring 14 wordt de interventiewaarde voor koper overschreden. In de bovengrond van boring 22 is een interventiewaarde overschrijding koper en zink aangetoond. In de ondergrond van boring 06 wordt de interventiewaarde voor koper overschreden. De verontreinigingen ter plaatse van boringen 08 en 18 zijn verticaal afgeperkt.

In het freatisch grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De resultaten van dit bodemonderzoek vormen voor wat betreft de interventiewaarde overschrijdingen met koper, nikkel en zink ter plaatse van de boringen 06, 08, 10, 18 en 22 mogelijk een belemmerende factor bij herontwikkeling en/of grondroerende activiteiten. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan werkzaamheden ter plaatse van deze boringen een nader bodemonderzoek uit te voeren om de omvang van deze verontreinigingen vast te stellen. Vanwege de asbestverdachte dakbedekking welke deels voorzien is van goten en regenpijpen en de aangetroffen laag menggranulaat in boringen 05, 16 en 20 is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Geadviseerd wordt om na sloop van de bebouwing met asbestverdachte dakbedekking een asbest in bodem onderzoek conform de NEN 5707 uit te voeren. Dit onderzoek dient dan ter plaatse van de gesloopte bebouwing en de met menggranulaat verharde locaties uitgevoerd te worden. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast.

Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met de bodemvoorschriften bij milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan (met bodemkwaliteitskaart) van toepassing.

Pagina | 20

AM25032

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische overzichtskaart

AM25032

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s van de onderzoekslocatie

AM25032

AM25032

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM25032

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

AM25032

Foto 13

Foto 14

Foto 15

Foto 16

Foto 17

Foto 18

AM25032

Foto 19

Foto 20

Foto 21

Foto 22

Foto 23

Foto 24

AM25032

Foto 25

Foto 26

Foto 27

Foto 28

Foto 29

Foto 30

AM25032

Foto 31

Foto 32

Foto 33

Foto 34

Foto 35

Foto 36

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten

AM25032

0,5 - 1,0 m-mv. > I, koper

0 - 0,5 m-mv. > I, koper en zink 0,5 - 0,7 m-mv. > I, nikkel en matig verontreinigd minerale olie

Legenda Plangebied

asbestverdachte dakplaten goot Foto's boringen boring tot 0,5 m-mv boring tot 1,0 m-mv boring tot 2,0 m-mv peilbuis

0 - 0,5 m-mv. > I, koper

0 - 0,5 m-mv. > I, koper en zink

Legenda Plangebied

asbestverdachte dakplaten goot Foto's

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen

AM25032

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring:

02

Datum: X: 122796,56

11-6-2025 Y: 497781,83

Datum: X: 122907,10

11-6-2025 Y: 497778,39

0

0

split

0

0

Graven, Split 25

1 Donker zwartbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt

1 50

50

braak Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig wortelhoudend, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

50

50 Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

2

2

100

100

3

3

150

150

4

4

200

200

200 Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Zuigerboor handmatig 230

250

300 320

Boring:

03

Boring:

04

Datum: X: 122777,63

11-6-2025 Y: 497768,12

Datum: X: 122838,99

11-6-2025 Y: 497791,00

0

0

asfalt

20

Uiterst asfalthoudend, matig grindhoudend, sporen baksteen, sporen zand, grijsbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt

1

2 50

50

Uiterst betonhoudend, matig asfalthoudend, sporen grind, sporen zand, neutraalgrijs, Edelmanboor, Gebroken beton, boring gestaakt op harde laag

0

0 1

20

gazon Donker zwartbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt Lichtgrijs, Edelmanboor, Schelpengruis uiterst, sterk zandig

2 40

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

50 3

100

4

150

5

200

200

Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032

Opdrachtgever: Kragten

getekend volgens NEN 5104

Boring:

05

Boring:

06

Datum: X: 122848,17

11-6-2025 Y: 497773,74

Datum: X: 122908,53

11-6-2025 Y: 497761,50

0

0 1

20

puin

0

0

Sterk zandhoudend, sterk menggranulaat houdend, neutraal bruinbeige, Graven

braak Zand matig fijn, zwak siltig, sporen wortels, sporen grind, sporen beton, grijsbeige, Edelmanboor

1

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

2 50

50

50

50 Veen, sterk zandig, resten schelpen, donker zwartbruin, Edelmanboor

3

Veen, sterk zandig, sporen beton, sporen baksteen, sporen schelpen, donkerbruin, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag

2

100

100

100

100 Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

4

150

5

200

200

Boring:

07

Boring:

08

Datum: X: 122792,52

11-6-2025 Y: 497800,20

Datum: X: 122778,55

11-6-2025 Y: 497788,23

0 5

0 1

30

2 50

50

klinker

0

0

Tegel Zand matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

gazon Veen, sterk zandig, sporen baksteen, sporen schelpen, donker zwartbruin, Edelmanboor

1

Sporen grind, neutraal, Edelmanboor, Gebroken asfalt

50

50 Veen, sterk zandig, Edelmanboor

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

3

2

100

100

100

100

Boring:

09

Boring:

10

Datum: X: 122767,19

11-6-2025 Y: 497778,47

Datum: X: 122765,37

11-6-2025 Y: 497761,16

0

0 1

20

gazon

0

0

Veen, sterk zandig, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

2 50

50

gazon Veen, sterk zandig, zwak wortelhoudend, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

50

50 2

80

Veen, sterk zandig, sterk baksteenhoudend, matig betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag

Boring:

11

Boring:

12

Datum: X: 122808,13

11-6-2025 Y: 497801,58

Datum: X: 122821,86

11-6-2025 Y: 497787,62

0

0

gazon

0

0

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 20

1

50

gazon Donker zwartbruin, Edelmanboor, Gebroken asfalt Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

50

50

2

70

Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032

Opdrachtgever: Kragten

getekend volgens NEN 5104

Boring:

13

Boring:

14

Datum: X: 122814,71

11-6-2025 Y: 497773,59

Datum: X: 122793,89

11-6-2025 Y: 497761,69

0

0

klinker

0

0

15

1 50

50

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

gazon Veen, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, resten schelpen, donker zwartbruin, Edelmanboor

8

1

50

50

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor 2

100

100

Boring:

15

Boring:

16

Datum: X: 122859,79

11-6-2025 Y: 497800,16

Datum: X: 122869,21

11-6-2025 Y: 497785,05

0

0

gazon

0

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor

0

puin

25

Uiterst menggranulaat houdend, sterk zandhoudend, grijsbruin, River, Boring gestaakt op harde laag

1

1

50

50

Boring:

17

Boring:

18

Datum: X: 122835,49

11-6-2025 Y: 497762,79

Datum: X: 122880,12

11-6-2025 Y: 497775,67

0 5 10

0

1 50

50

tegel

0

0

Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor

1

Klei, sterk zandig, matig schelphoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2

asfalt Matig baksteenhoudend, donkergrijs, River, Gebroken asfalt

25

Volledig baksteen, River 50

50 3

70

Veen, sterk zandig, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

4

100

Zand matig fijn, matig siltig, zwak baksteenhoudend, zwakke olie-water reactie, matige brandstofgeur, donkergrijs, Edelmanboor

120

Boring:

19

Boring:

20

Datum: X: 122873,11

11-6-2025 Y: 497757,42

Datum: X: 122897,24

11-6-2025 Y: 497792,46

0

0

braak

0

0

Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor 1

50

1

50

puin Uiterst menggranulaat houdend, sterk zandhoudend, neutraal bruinbeige, River

50

50

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor 2

100

100

Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032

Opdrachtgever: Kragten

getekend volgens NEN 5104

Boring:

21

Boring:

22

Datum: X: 122924,84

11-6-2025 Y: 497787,31

Datum: X: 122943,42

11-6-2025 Y: 497791,20

0

0

braak

0

0

Veen, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, sporen wortels, zwak betonhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50

braak Veen, sterk zandig, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50 Veen, sterk kleiïg, sporen schelpen, donkerbruin, Edelmanboor

2

100

100

Boring:

23

Boring:

24

Datum: X: 122923,31

11-6-2025 Y: 497769,53

Datum: X: 122939,18

11-6-2025 Y: 497756,45

0

0

braak

0

0

Veen, sterk zandig, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor 1

50

braak Veen, sterk zandig, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50

50

Projectnaam: Den Ilp 187A en 188, Landsmeer Projectcode: AM25032

Opdrachtgever: Kragten

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

aeres milieu

Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker

AM25032

VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen.

Projectnummer

AM25032

Onderzoekslocatie

Den Ilp 187A en 188 Den Ilp

Opdrachtgever

Kragten

Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)

Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven

Uitvoering werkzaamheden protocol 2001

11-06-2025 Dhr. H. van den Tillaar

Uitvoering werkzaamheden protocol 2002

18-06-2025 Dhr. H. van den Tillaar

Gecertificeerd monsternemer

H. van den Tilaar

aeres milieu

Bijlage 6 Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s)

AM25032

Inhoud Analysemonsters-conclusietabel............................................................................................................. 2 Overschrijdingstabel ................................................................................................................................ 2 Analysemonster toetsing tabellen .......................................................................................................... 4 Toetstabel analysemonster: M1.......................................................................................................... 4 Toetstabel analysemonster: MM2 ...................................................................................................... 6 Toetstabel analysemonster: MM3 ...................................................................................................... 8 Toetstabel analysemonster: MM4 .................................................................................................... 10 Toetstabel analysemonster: MM5 .................................................................................................... 12 Toetstabel analysemonster: M6........................................................................................................ 14 Toetstabel analysemonster: M7........................................................................................................

16 Legenda ................................................................................................................................................. 18 Normentabel T.101 / T.130 Kwal.Gr-Bgr + Beoord. IW ......................................................................... 19

Projectcode: AM25032

1

Analysemonsters-conclusietabel Analysemonster

Deelmonsters

M1

8 (0,00 - 0,50)

MM2

M6

21 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 0,50), 10 (0,00 - 0,50) 5 (0,20 - 0,50), 12 (0,20 0,70), 15 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 0,50), 19 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50) 6 (0,50 - 1,00), 20 (0,50 1,00), 4 (0,40 - 0,90), 1 (0,50 - 1,00) 18 (0,50 - 0,70)

M7

10 (0,50 - 0,80)

MM3

MM4

MM5

Beoordeling kwaliteit van grond Beoordeling aan de en bagger bij toepassing op of interventiewaarde in de bodem (T.101) bodemkwaliteit (landbodem) (T.130) Klasse sterk verontreinigd Overschrijding Interventiewaarde Klasse industrie Voldoet aan Interventiewaarde Klasse wonen Voldoet aan Interventiewaarde Klasse industrie

Voldoet aan Interventiewaarde

Klasse sterk verontreinigd

Overschrijding Interventiewaarde

Klasse sterk verontreinigd

Overschrijding Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde

Klasse industrie

Overschrijdingstabel Analysemonster M1

MM2

MM3

MM4

MM5

M6

M7

Legenda WO IND MV SV

Deelmonsters 8 (0,00 - 0,50)

WO (T.101) Kobalt [Co], Molybdeen [Mo], Cadmium [Cd], Kwik [Hg] 21 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50), 10 Kobalt [Co], (0,00 - 0,50) Molybdeen [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 5 (0,20 - 0,50), 12 (0,20 - 0,70), 15 Zink [Zn], (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50) Molybdeen [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 24 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50), 19 Kobalt [Co], (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50) Molybdeen [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 6 (0,50 - 1,00), 20 (0,50 - 1,00), 4 Molybdeen (0,40 - 0,90), 1 (0,50 - 1,00) [Mo], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM 18 (0,50 - 0,70) Kobalt [Co], Zink [Zn], Molybdeen [Mo] 10 (0,50 - 0,80) Cadmium [Cd], Kwik [Hg], Lood [Pb], PAK 10 VROM

IND (T.101) MV (T.101) Nikkel [Ni], Lood [Pb], PAK 10 VROM

SV (T.101) Koper [Cu], Zink [Zn]

>IW (T.130) Koper [Cu], Zink [Zn]

Nikkel [Ni], Koper [Cu], Zink [Zn]

-

-

-

-

-

-

-

Nikkel [Ni], Koper [Cu], Zink [Zn]

-

-

-

Nikkel [Ni], Zink [Zn]

-

Koper [Cu]

Koper [Cu]

Koper [Cu]

Minerale olie C10 C40

Nikkel [Ni]

Nikkel [Ni]

Nikkel [Ni], Koper [Cu], Zink [Zn]

-

-

-

Klasse Wonen Klasse Industrie Klasse Matig Verontreinigd Klasse Sterk Verontreinigd

Projectcode: AM25032

2

> IW

Groter dan Interventie waarden

Projectcode: AM25032

3

Analysemonster toetsing tabellen Toetstabel analysemonster: M1 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing

M1 11-06-2025 8 0-50 20 9,1 T.101 Kwal. grond en bagger

Toetsdatum Monsterconclusie

24-06-2025 Klasse sterk verontreinigd Oordeel T.101

T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Overschrijding Interventiewaarde Oordeel T.130

Meetwaarden GSSD

Eenheid

Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

6,4 <1 <1 1,2 <1 <1 <1 1,7

3,2 <0 <0 1 <0 <0 <0 1

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

<LN

<=IW

Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]

13 41 370 620 3,8 0,73 360 0,23 230

26 75 410 809 4 1 739 0 247

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

WO IND SV SV WO WO ---------- 6 WO IND

<=IW <=IW >IW >IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW

Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)

54,9 9,1 20

55

% ds % % ds

---------- 6

---------- 5

Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40

<5 11 25 26 60

2 6 13 13 30

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN

---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen

0,08 0,61 2,5 4,8 2 2,2 2,4

0 0 1 2 1 1 1

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Projectcode: AM25032

4

Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

Projectcode: AM25032

1,1 1,5 1,6 18,79

1 1 1 9,40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

IND

<=IW

5

Toetstabel analysemonster: MM2 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing

MM2 11-06-2025 21, 14, 10 0-50 13,4 5,6 T.101 Kwal. grond en bagger

Meetwaarden GSSD

Eenheid

Oordeel T.101

T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Voldoet aan Interventiewaarde Oordeel T.130

Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

9,2 <1 <1 <1 <1 2,4 2,7 1,3

6,9 <1 <1 <1 <1 2 2 1

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

<LN

<=IW

Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]

8,7 25 100 310 1,6 0,45 110 0,2 88

22 56 136 499 2 0 294 0 108

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

WO IND IND IND WO <LN ---------- 6 WO WO

<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW

Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)

56,5 5,6 13,4

57

% ds % % ds

---------- 6

---------- 5

Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40

<5 7 33 56 100

3 5 25 42 75

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN

---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

0,01 0,22 0,64 1,4 0,61 0,63 0,68 0,32 0,39

0 0 0 1 0 0 1 0 0

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Toetsdatum Monsterconclusie

Projectcode: AM25032

24-06-2025 Klasse industrie

6

Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

Projectcode: AM25032

0,41 5,31

0 3,96

mg/kg ds mg/kg ds

WO

<=IW

7

Toetstabel analysemonster: MM3 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing

MM3 11-06-2025 5, 12, 15, 11 0-70 63,7 36 T.101 Kwal. grond en bagger

Meetwaarden GSSD

Eenheid

Oordeel T.101

T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Voldoet aan Interventiewaarde Oordeel T.130

Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

10,42 < 1,2 < 1,4 1,3 1,4 1,6 2,2 2,1

3,47 0 0 0 0 1 1 1

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

<LN

<=IW

41

41

41

41

Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]

7,9 22 65 300 3,8 1,2 91 0,38 140

6 17 31 166 4 0 67 0 79

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<LN <LN <LN WO WO <LN ---------- 6 WO WO

<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW

Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)

28,9 36 63,7

29

% ds % % ds

---------- 6

---------- 5

Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40

<5 18 65 46 130

1 6 22 15 43

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN

---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

< 0,02 0,34 1,8 6,3 1,4 1,1 1,2 0,7 0,83

<0 0 1 2 0 0 0 0 0

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Toetsdatum Monsterconclusie

Projectcode: AM25032

24-06-2025 Klasse wonen

8

Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

Projectcode: AM25032

0,79 14,474

0 4,825

mg/kg ds mg/kg ds

WO

<=IW

9

Toetstabel analysemonster: MM4 Analysemonster Certificaatcode Datum monster Boring(en) Traject (cm-mv) Humus (% ds) Lutum (% ds) Toetsing

MM4 11-06-2025 24, 23, 19, 22 0-50 30 8,2 T.101 Kwal. grond en bagger

Meetwaarden GSSD

Eenheid

Oordeel T.101

T.130 Interventiewaarde bodemkwaliteit 24-06-2025 Voldoet aan Interventiewaarde Oordeel T.130

Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

12,1 <1 <1 1,4 1,1 2,1 3,8 2,3

4,0 <0 <0 0 0 1 1 1

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

<LN

<=IW

Metalen Kobalt [Co] Nikkel [Ni] Koper [Cu] Zink [Zn] Molybdeen [Mo] Cadmium [Cd] Barium [Ba] Kwik [Hg] Lood [Pb]

7,8 30 190 440 2,3 0,72 300 0,18 210

16 58 180 515 2 1 655 0 202

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

WO IND IND IND WO <LN ---------- 6 WO WO

<=IW <=IW <=IW <=IW <=IW <=IW ---------- 5 <=IW <=IW

Overig Droge stof Lutum Organische stof (humus)

49,3 8,2 30

49

% ds % % ds

---------- 6

---------- 5

Overige (organische) verbindingen Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C22 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C10 - C40

<5 6 30 33 70

1 2 10 11 23

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 ---------- 6 <LN

---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 ---------- 5 <=IW

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=b2a03694-9d4c-41ad-a4a4-2ea38c581542