CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage Concept akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente landsmeerBij agendapunt: Bestuurlijke integratie Stichting Opspoor, Stichting Kinderopvang Purmerend (SKOP), Stichting Kinderen en Ouders (K&O) (Z/2025/047658)8.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SL/ML/203910924 Concept de dato 3 december 2025 VAN DOORNE N.V.

AKTE VAN OPRICHTING STICHTING O2 VOOR TOEKOMSTMAKERS

Op [DATUM], verschijnt voor mij, mr. Saskia Laseur-Eelman, notaris te Amsterdam: [MEDEWERKER VAN DOORNE], met kantooradres 1081 KM Amsterdam, Jachthavenweg 121, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde, blijkens de aan deze akte te hechten volmachten (Bijlagen), van: 1.

de stichting: Stichting Opspoor, statutair gevestigd te gemeente Purmerend, met adres: 1441 MP Purmerend, Waterlandlaan 30, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 37108920, hierna te noemen: "Opspoor"; en

2.

de stichting: Stichting Kinderopvang Purmerend, statutair gevestigd te gemeente Purmerend, met adres: 1441 MP Purmerend, Waterlandlaan 30, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 41235528, hierna te noemen: "Skop".

Opspoor en Skop tezamen te noemen: de "Oprichters". De verschenen persoon, handelend als vermeld, verklaart namens de Oprichters een stichting op te richten met de navolgende: STATUTEN Begripsbepalingen Artikel 1 1.

In deze statuten wordt verstaan onder: a.

raad van bestuur: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting, bestaande uit één of meer leden van het raad van bestuur;

b.

centrale raad: het medezeggenschapsorgaan van de stichting, bestaande uit afgevaardigden

van

de

gemeenschappelijke

medezeggenschapsraad,

de

ondernemingsraad en de (centrale) oudercommissie, met dien verstande dat zolang de centrale raad nog niet is ingesteld, de in deze statuten aan de centrale raad toegekende

rechten

worden

uitgeoefend

door

de

gemeenschappelijke

medezeggenschapsraad, de ondernemingsraad en/of de (centrale) oudercommissie al dan niet in gezamenlijkheid -, al naar gelang de betreffende bevoegdheid en de wettelijke grondslag van de betreffende bevoegdheid dat vereisen; c.

(centrale) oudercommissie(s): de (centrale) oudercommissie(s), gevormd door afgevaardigden uit de oudercommissies van de kinderopvangcentra in stand gehouden door Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders, bedoeld in de Wet Kinderopvang;

d.

Toekomstmakers Onderwijs: de stichting: Stichting Opspoor, na statutenwijziging genaamd Stichting Toekomstmakers onderwijs, statutair gevestigd te gemeente Purmerend, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 37108920 dan wel diens rechtsopvolger onder algemene titel;

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

1

e.

Toekomstmakers opvang: de stichting: Stichting Kinderopvang Purmerend, na statutenwijziging genaamd Stichting Toekomstmakers opvang, statutair gevestigd te gemeente Purmerend, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 41235528 dan wel diens rechtsopvolger onder algemene titel;

f.

Toekomstmakers kinderen en ouders: de stichting: Stichting Kinderen en Ouders, na statutenwijziging genaamd Stichting Toekomstmakers kinderen en ouders, statutair gevestigd te gemeente Purmerend, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 41234077 dan wel diens rechtsopvolger onder algemene titel

g.

gemeenten: de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland

en

Wormerland,

waarin

scholen

zijn

gevestigd

zoals

door

Toekomstmakers onderwijs in stand worden gehouden; h.

gemeenteraden: de gemeenteraden van de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland;

i.

gemeenschappelijke

medezeggenschapsraad:

de

gemeenschappelijke

medezeggenschapsra(a)d(en) verbonden aan Toekomstmakers onderwijs, die de bevoegdheden heeft/hebben als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen; j.

ondernemingsraad: de (centrale) ondernemingsraad van Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders, als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden;

k.

opvangvoorzieningen: de door Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders in stand gehouden voorzieningen voor (verschillende vormen van) kinderopvang;

l.

raad van toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht;

m.

school/scholen:

de

door

Toekomstmakers

onderwijs

in

stand

gehouden

school/scholen voor primair onderwijs op openbare grondslag; n.

schriftelijk: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld;

o.

stichting: deze stichting: Stichting O2 voor Toekomstmakers, waarvan de statuten zijn opgenomen in de onderhavige akte;

p.

Wet Kinderopvang: de Wet Kinderopvang, dan wel een daarvoor in de plaats tredende wettelijke regeling;

q.

Wpo: de Wet op het primair onderwijs, dan wel een daarvoor in de plaats tredende wettelijke regeling;

r.

Wec: de Wet op de expertisecentra, dan wel een daarvoor in de plaats komende tredende wettelijke regeling.

2.

Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.

3.

Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, houdt een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht of een andere gender(identiteit) in en omgekeerd.

Naam en zetel Artikel 2

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

2

1.

De stichting draagt de naam: Stichting O2 voor Toekomstmakers.

2.

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Purmerend.

3.

De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Doel Artikel 3 1.

De stichting heeft ten doel: a.

het (doen) geven van openbaar basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs in scholen en/of integrale kindcentra overeenkomstig artikel 46 Wpo en artikel 49 Wec;

b.

het (doen) exploiteren van kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en/of centra

c.

het (doen) in stand houden van één of meer integrale voorzieningen voor kinderen

voor de ontwikkeling van kinderen; van nul tot en met dertien jaar, waarbinnen educatie en opvang samenkomen; d.

het (doen) bevorderen van de bestuurlijke samenwerking en afstemming tussen rechtspersonen die zich richten op het verlenen van onderwijs en/of kinderopvang,

en al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. 2.

De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door: a.

het (doen) in stand houden van één of meer scholen voor openbaar basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en/of integrale kindcentra;

b.

het (doen) bevorderen en het (doen) oprichten en (doen) in stand houden van opvangvoorzieningen, gericht op het bieden van optimale ontplooiingskansen voor kinderen;

c.

het (doen) bijdragen aan de brede ontwikkeling van kinderen door het – al of niet tezamen met andere organisaties – opzetten van kindcentra waarin naast onderwijs ook andere ontwikkelmogelijkheden worden aangeboden, waaronder opvang voor kinderen tussen nul en dertien jaar oud;

d.

het voeren van een gemeenschappelijk bestuur en beheer over Toekomstmakers onderwijs, Toekomstmakers opvang, Toekomstmakers kinderen en ouders en de daaraan gelieerde rechtspersonen, alsmede eventuele overige rechtspersonen die scholen en/of opvangvoorzieningen in stand houden;

e.

het houden van toezicht op de door Toekomstmakers onderwijs in stand gehouden scholen (met een rechtmatig bestuur en beheer), alsmede op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door de raad van bestuur, zulks overeenkomstig inhoud en strekking van het bepaalde in de artikelen 17a tot en met 17c van de Wpo en/of artikel 28g tot en met 28i van de Wec, waarin wordt beschreven de vervulling van de functie intern toezicht, alsmede het houden van toezicht op de door Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders in stand gehouden opvangvoorzieningen;

f.

het (doen) verlenen van ondersteunende diensten aan de hiervoor onder sub c. bedoelde rechtspersonen en/of instellingen, alsmede aan andere rechtspersonen, voor zover dit bijdraagt aan de doelstelling zoals verwoord in lid 1 van dit artikel;

g.

het bevorderen van een samenhangend pedagogisch beleid, onder meer door het aansturen van de hiervoor bedoelde rechtspersonen en de door hen in stand gehouden integrale voorzieningen, alsmede het samenwerken met andere rechtspersonen

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

3

en/of instellingen; h. i.

het behartigen van de belangen van de met de stichting verbonden rechtspersonen; het (doen) oprichten, verwerven en exploiteren van, het deelnemen in, het samenwerken met, het voeren van de directie over, alsmede het (doen) financieren van andere instellingen en ondernemingen, in welke rechtsvorm ook, mits passend binnen het doel van de stichting;

j.

het (doen) opnemen van geldleningen en/of kredieten, alsmede het stellen van zekerheden (zoals garanties en hypotheken), voor zover dit bijdraagt aan de doelstelling;

k.

het (doen) huren, verhuren, vervaardigen, exploiteren, beheren en beschikken over onroerende zaken, voor zover dit bijdraagt aan de doelstelling,

en al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. Organen Artikel 4 1.

2.

De stichting kent als civielrechtelijke organen: a.

de raad van bestuur;

b.

de raad van toezicht.

Binnen de stichting kunnen één of meerdere (advies)commissies en/of (advies)raden worden ingesteld.

Raad van Bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 5 1.

De raad van bestuur bestaat uit ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen. Het aantal leden van de raad van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld.

2.

Alle leden van bestuur, waaronder de voorzitter, worden benoemd door de raad van toezicht, na verkregen advies van de centrale raad en voorts met inachtneming van het hierna bepaalde.

3.

In het geval van een besluit tot benoeming wordt door de raad van toezicht gestreefd naar een besluit genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn of het besluit niet met unanimiteit wordt genomen, zal binnen twee weken na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, welke vergadering niet later dan zes weken na de eerste vergadering zal plaatsvinden, waarin ongeacht het ter vergadering aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van de raad van toezicht met een twee derde meerderheid van de dan uitgebrachte stemmen rechtsgeldige besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen.

4.

Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van de raad van bestuur dienen te beschikken. Bij het ontstaan van een vacature gaat de raad van toezicht na of de algemene profielschets dan wel de individuele profielschets voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De centrale raad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en).

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

4

5.

De verdere procedure voor de benoeming van de leden van de raad van bestuur kan, met inachtneming van de relevante wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de centrale raad, worden geregeld in het reglement raad van toezicht.

6.

Ieder lid van de raad van bestuur is onafhankelijk ten opzichte van de overige leden van de raad van bestuur, de raad van toezicht en van de (deel)belangen van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert. Tot lid van de raad van bestuur kan niet worden benoemd:

a.

een lid van de raad van toezicht of een voormalig lid van de raad van toezicht voor een periode van vier jaar;

b.

een persoon die tevens de functie van intern toezichthouder vervult bij een andere onderwijsorganisatie binnen dezelfde sector als de stichting;

c.

een persoon die tevens de functie van intern toezichthouder vervult bij een onderwijsorganisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied.

7.

De voorzitter van de raad van bestuur wordt in functie benoemd. De raad van bestuur kan onderling vaststellen welk lid van de raad van bestuur met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. De onderlinge taakverdeling wordt door de raad van toezicht goedgekeurd. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de raad van bestuur onverlet.

8.

De leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst op basis waarvan de leden hun bestuurswerkzaamheden voor de (met de) stichting (verbonden rechtspersonen) verrichten, dan wel voor een andere door de raad van toezicht te bepalen periode. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van de raad van bestuur geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector(en) geldende normen. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in het jaarverslag verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van de raad van bestuur.

9.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de raad van bestuur zijn bevoegdheden.

Raad van bestuur; schorsing en ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 6 1.

Een lid van de raad van bestuur kan door de raad van toezicht worden geschorst en ontslagen in het geval van: a.

verwaarlozing van taak of onvoldoende functioneren in de organisatie;

b.

onverenigbaarheid van functies of belangen;

c.

situaties waarin het belang van de stichting dat vereist.

2.

Artikel 5 lid 3 is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot schorsing of ontslag van

3.

Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de centrale raad. In

een lid van de raad van bestuur. het reglement raad van toezicht wordt een nadere regeling getroffen voor de procedure tot schorsing en ontslag. 4.

Indien een lid van de raad van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

5

schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 5.

Een lid van de raad van bestuur dat is geschorst wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het betreffende lid van de raad van bestuur vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.

6.

Een lid van de raad van bestuur defungeert voorts: a.

door vrijwillig aftreden;

b.

doordat het betreffende lid van de raad van bestuur failliet wordt verklaard of aan het lid surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op het lid van toepassing wordt verklaard;

c.

indien titel 16 (ondercuratelestelling), titel 19 (onderbewindstelling) en/of titel 20

d.

door het verstrijken van de periode waarvoor het lid is benoemd, behoudens eventuele

e.

door het eindigen van arbeidsovereenkomst op basis waarvan het lid diens

(mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; herbenoeming; bestuurswerkzaamheden voor de (met de) stichting (verbonden rechtspersonen) verricht;

7.

f.

door ontslag door de rechtbank;

g.

door overlijden.

In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van de raad van bestuur. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van bestuur of het enige lid van de raad van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen. Leden van de raad van toezicht verrichten nimmer taken van het bestuur. Indien en voor zover een lid van de raad van toezicht optreedt als tijdelijk bestuurder, treedt die persoon voor die periode uit de raad van toezicht. Van belet is sprake als een lid van de raad van bestuur, anders dan bij wijze van verlof, gedurende een periode van ten minste tien aaneengesloten werkdagen diens taak niet heeft kunnen uitoefenen dan wel redelijkerwijs is te voorzien dat een lid van de raad van bestuur gedurende die periode diens taak, anders dan bij wijze van verlof, niet kan of mag uitoefenen. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van bestuur.

Raad van bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 7 1.

De raad van bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. De raad van bestuur is belast met de realisatie van de doelstelling van de stichting en van de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, de strategie en het beleid met de daaruit voortvloeiende resultatenontwikkeling. Aan de raad van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

2.

De raad van bestuur bindt zich aan de algemeen geldende code voor goed bestuur. De raad van bestuur hanteert een visie op de maatschappelijke positie van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, alsmede op de ontwikkeling van de kinderen aan wie onderwijs en/of kinderopvang wordt verleend als uitgangspunt voor het

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

6

beleid van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert en vertaalt die visie in een missie en beleidsdoelstellingen. De raad van bestuur neemt de relevante belangen van de belanghebbenden in acht. 3.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van bestuur zich naar het doel en het belang van de stichting, het belang van de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, het belang van de scholen en de opvangvoorzieningen, de kinderen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders en het belang van de samenleving en weegt deze belangen af.

4.

De raad van bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de raad van toezicht. De raad van bestuur rapporteert over de naleving van alle relevante wet- en regelgeving en bespreekt de interne risicobeheersings- en controlesystemen met de raad van toezicht. De raad van bestuur brengt aan de raad van toezicht periodiek verslag uit.

5.

De raad van bestuur is slechts met goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt (de rechtshandelingen als bedoeld in artikel 291 lid 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek). Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de raad van bestuur aan. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in de eerste volzin van dit lid, neemt de raad van bestuur respectievelijk de raad van toezicht de in de onderwijswetgeving ter zake opgenomen bepalingen in acht. Deze bepaling laat onverlet het bepaalde bij artikel 106 lid 2 Wpo en artikel 104 lid 2 Wec, waarbij er ten aanzien van de in die artikelleden beschreven gevallen sprake is van een nietige handeling indien de toestemming van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente(n) ontbreekt.

6.

De raad van bestuur behoeft voorts de goedkeuring van de raad van toezicht voor de navolgende bestuursbesluiten:

a.

het vaststellen van het (meerjaren)beleidsplan en de (meerjaren)begroting;

b.

de vaststelling van de jaarrekening en het bestuursverslag (jaarverslag), met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant;

c.

het aangaan van (financiële) verplichtingen en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en een bij reglement te bepalen bedrag te boven gaan;

d.

het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting en/of de met haar in een groep verbonden rechtspersonen;

e.

het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover de raad van bestuur daartoe bevoegd is;

f.

het teweegbrengen van een belangrijke wijziging in de organisatie;

g.

het aanvragen van faillissement en surseance van betaling;

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

7

h.

het stichten, alsmede (het aanvaarden van) een bestuursoverdracht, samenvoeging of splitsing van een school in stand gehouden door een rechtspersoon waar de stichting het bestuur over voert, alsmede het sluiten van een vestiging/locatie in stand gehouden door een rechtspersoon waar de stichting het bestuur over voert;

i.

het nemen van een besluit tot opheffing van een school in stand gehouden door een

j.

het aangaan van financieringen en het verstrekken van zekerheid, die niet zijn

rechtspersoon waar de stichting het bestuur over voert; voorzien in de begroting en die het bedrag gelijk aan een door de raad van toezicht vast te stellen percentage van de omzet te boven gaan;

k.

het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo;

l.

juridische fusie of juridische splitsing;

m.

het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden;

n.

het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd tenzij de verplichting daartoe voortvloeit uit een collectieve arbeidsovereenkomst;

o.

het vaststellen en wijzigen van reglementen als bedoeld in deze statuten, daaronder in

elk

geval

begrepen

gemeenschappelijke

het

bestuursreglement

medezeggenschapsraad,

de

en

van

de

managementstatuten

het

reglement

of

reglementen ten behoeve van de schoolleidingen en de vaststelling van de in de Wpo en Wec bedoelde klachtenregeling; en

p.

onderwerpen waarover een (potentieel) tegenstrijdig belang dan wel een verstrengeling van belangen bestaat ten aanzien van één of meer leden van de raad van bestuur.

7.

In aanvulling op het bepaalde in lid 5 en lid 6 behoeven besluiten van de raad van bestuur waarbij: (i)

de stichting als rechtspersoon - direct of indirect - enig bestuurder is van (een) andere rechtsperso(o)n(en), daaronder in ieder geval begrepen Toekomstmakers onderwijs, Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders; en

(ii)

deze rechtsperso(o)n(en) geen eigen toezichthoudend orgaan kennen,

tevens de goedkeuring van de raad van toezicht indien deze besluiten betrekking hebben op: a.

de besluiten als omschreven in lid 5 en lid 6 ten aanzien van deze rechtsperso(o)n(en);

b.

benoeming, schorsing of ontslag van bestuurders of leden van het toezichthoudend orgaan van een andere rechtspersoon;

c.

de uitoefening van in statuten van andere rechtspersonen toegekende benoemingsen/of goedkeuringsrechten en/of overige rechten aan de betreffende andere rechtspersoon;

d. 8.

de aanwijzing van de accountant voor deze rechtsperso(o)n(en).

De raad van toezicht kan besluiten dat indien het belang van een rechtshandeling als bedoeld in dit artikel beneden een door de raad van toezicht vast te stellen grens blijft, goedkeuring door de raad van toezicht niet is vereist. In het reglement van de raad van toezicht wordt de vast te stellen grens vastgelegd.

9.

De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten van de raad van bestuur dan in dit

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

8

artikel genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze andere besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan de raad van bestuur te worden medegedeeld. Raad van bestuur; vergadering en besluitvorming Artikel 8 1.

Ieder lid van de raad van bestuur heeft het recht op het uitbrengen van één stem. Besluiten van de raad van bestuur worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin meer dan de helft van het aantal leden van de raad van bestuur deelneemt aan de vergadering, tenzij deze statuten anders bepalen.

2.

Het is aan de voorzitter om zorg te dragen voor maximaal gedragen besluiten binnen de raad

3.

De raad van bestuur legt zijn besluiten schriftelijk vast en stelt deze op verzoek van een ieder

van bestuur. beschikbaar, tenzij het bepaalde in lid 4 onder a., b. of c. van toepassing is. 4.

De besluiten van de raad van bestuur zijn openbaar. De raad van bestuur kan besluiten tot het niet openbaar maken van de besluiten indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen:

a.

het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

b.

de economische of financiële belangen van de stichting;

c.

het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden.

De raad van bestuur zal in het bestuursreglement de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door de raad van bestuur te nemen besluiten tot stand komen, nader regelen. 5.

Een lid van de raad van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het betreffende lid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. De aanwezigheid van het betreffende lid van de raad van bestuur telt niet mee voor het bepalen van een quorum. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige leden van de raad van bestuur of het overblijvende lid van de raad van bestuur genomen. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.

6.

De raad van bestuur zal met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld.

Raad van bestuur; vertegenwoordiging Artikel 9 1.

De stichting wordt vertegenwoordigd door de raad van bestuur. Daarnaast wordt de stichting

2.

Krachtens besluit van de raad van bestuur kan aan één of meer leden van de raad van bestuur

vertegenwoordigd door elk lid van de raad van bestuur afzonderlijk. en/of één of meer andere personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Raad van toezicht; samenstelling en benoeming Artikel 10 1.

De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. Is het aantal leden minder dan vijf,

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

9

dan blijft de raad van toezicht bevoegd, onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van het ledental van de raad van toezicht te nemen. 2.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd als volgt: a.

indien de raad van toezicht uit vijf leden bestaat, worden drie leden van de raad van toezicht door de gemeenteraden benoemd;

b.

indien de raad van toezicht uit zes of zeven leden bestaat, worden vier leden van de raad van toezicht door de gemeenteraden benoemd;

c.

de overige leden worden door de raad van toezicht benoemd.

De benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van het navolgende:

a.

De oudergeleding van de centrale raad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor ten minste één derde gedeelte, doch geen meerderheid, van het aantal zetels in de raad van toezicht.

b.

De centrale raad wordt voorts in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht, waarbij geldt dat bij het opmaken van deze voordracht ten minste de meerderheid van de oudergeleding van de centrale raad met die voordracht dient in te stemmen.

c.

De voordrachten als vervat onder sub a. en sub b. mogen er tezamen niet toe leiden dat de meerderheid van de leden van de raad van toezicht op voordracht worden benoemd.

d.

Indien een voordrachtsrecht als hiervoor onder sub a. of sub b. genoemd niet is uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, komt het voordrachtsrecht toe aan de raad van toezicht, doch slechts voor één zittingsperiode.

3.

Artikel 5 lid 3 is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot benoeming door de raad van toezicht van een lid van de raad van toezicht.

4.

Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van de raad van toezicht dienen te beschikken.

5.

Bij het ontstaan van een vacature gaat de raad van toezicht na of de algemene profielschets dan wel de individuele profielschets voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De centrale raad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en).

6.

De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de leden van de raad van bestuur en welk deelbelang ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt uitgegaan van affiniteit met het onderwijs en de kinderopvang, waarbij ten minste één lid kennis van en ervaring heeft met onderwijs en ten minste één lid kennis van en ervaring heeft met opvang. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting betrokken deelbelangen. Geen persoon kan gelijktijdig lid zijn van het toezichthoudend orgaan, de raad van bestuur van de stichting en/of het bestuur en/of de dagelijkse of algemene leiding van de gemeenten waarbinnen de stichting(en) waar de stichting het bestuur over voert openbaar onderwijs verzorgt.

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

10

7.

De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. De raad van toezicht wijst uit zijn midden desgewenst een vicevoorzitter aan. De raad van toezicht kan onderling vaststellen welk lid van de raad van toezicht met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de raad van toezicht onverlet.

8.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Aftreden geschiedt met in achtneming van een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de raad van toezicht neemt op het rooster niet de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd; tenzij expliciet anders wordt bepaald. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn. Voor een herbenoeming is niet opnieuw een besluit van de gemeenteraden vereist omdat tot een herbenoeming door de raad van toezicht zelf wordt besloten.

9.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden.

10.

Leden van de raad van toezicht hebben recht op een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld. De hoogte hiervan wordt, na advies van de raad van bestuur,

door

de

raad

van

toezicht

vastgesteld.

Bij

de

vaststelling

van

de

(onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor intern toezichthouders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in het jaarverslag verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van de raad van toezicht. Raad van toezicht; schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 11 1.

Een lid van de raad van toezicht kan door de raad van toezicht en, indien het een lid betreft dat door de gemeenteraden is benoemd, door de gemeenteraden onder meer worden geschorst en ontslagen wegens: a.

verwaarlozing van taak of onvoldoende functioneren;

b.

onverenigbaarheid van functies of belangen;

c.

wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan handhaving als lid van de raad van toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de stichting.

Indien een lid van de raad van toezicht, dat is benoemd door de gemeenteraden, wordt geschorst en ontslagen door de raad van toezicht, deelt de voorzitter van de raad van toezicht dit per omgaande schriftelijk aan de gemeenteraden mee. 2.

Artikel 5 lid 3 is van overeenkomstige toepassing op een besluit door de raad van toezicht tot schorsing of ontslag van een lid van de raad van toezicht, met dien verstande dat het lid wiens schorsing of ontslag het betreft niet in de besluitvorming wordt betrokken; zijn aanwezigheid telt niet mee voor het te behalen quorum.

3.

Artikel 6 lid 3 en lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.

4.

Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. b.

door vrijwillig aftreden (bedanken); doordat het lid failliet wordt verklaard of aan het lid surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op het lid van toepassing wordt verklaard;

c.

indien titel 16 (ondercuratelestelling), titel 19 (onderbewindstelling) en/of titel 20

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

11

(mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op het lid van toepassing wordt; d.

door het verstrijken van de periode waarvoor het lid is benoemd, behoudens eventuele herbenoeming;

5.

e.

door ontslag door de rechtbank;

f.

door overlijden.

In geval van ontstentenis of belet van een lid van de raad van toezicht blijven de overige leden van de raad van toezicht volledig bevoegd. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht en het niet binnen drie maanden door de gemeenteraden benoemen van nieuwe leden van de raad van toezicht, kan door een (gedurende minimaal één jaar op grond lid 4 sub a of sub d) afgetreden lid van de raad van toezicht, al dan niet op verzoek van de raad van bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een tijdelijk lid van de raad van toezicht worden benoemd, die alsdan tijdelijk is belast met het toezicht. Deze persoon voorziet op diens beurt in de benoeming van de nieuwe leden van de raad van toezicht. Gaat een voormalig lid van de raad van toezicht hiertoe niet binnen een periode van drie maanden over, is de raad van bestuur bevoegd een andere (rechts)persoon aan te wijzen om alsdan een tijdelijk lid van de raad van toezicht te benoemen. Deze persoon voorziet op diens beurt in de benoeming van de nieuwe leden van de raad van toezicht.

Van belet is sprake als een lid van de raad van toezicht, anders dan bij wijze van verlof, gedurende een periode van ten minste tien aaneengesloten werkdagen diens taak niet heeft kunnen uitoefenen dan wel redelijkerwijs is te voorzien dat een lid van de raad van toezicht gedurende die periode diens taak, anders dan bij wijze van verlof, niet kan of mag uitoefenen. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van toezicht.

Raad van toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 12 1.

De raad van toezicht houdt integraal toezicht op de verwezenlijking van grondslagen en doelstellingen van de stichting en van de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, de algemene gang van zaken binnen de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, alsmede op het beleid en het functioneren van de raad van bestuur. De raad van toezicht staat de raad van bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De raad van toezicht kan de raad van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.

2.

De raad van toezicht is in het bijzonder belast met het houden van toezicht op Toekomstmakers onderwijs, Toekomstmakers opvang, Toekomstmakers kinderen en ouders, de door Toekomstmakers onderwijs in stand gehouden scholen en de door Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders in stand gehouden opvangvoorzieningen. De raad van toezicht houdt in elk geval toezicht op: a.

de besluiten van de raad van bestuur door middel van het uitoefenen van de goedkeuringsrechten

als

genoemd

in

deze

statuten

en

de

statuten

van

Toekomstmakers onderwijs, Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders; b.

de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van Toekomstmakers onderwijs, Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders, het bereiken van de gewenste doelen en resultaten en het belang van de samenleving;

c.

het functioneren van de raad van bestuur en de naleving door de raad van bestuur van

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

12

de wettelijke verplichtingen, de van toepassing zijnde governance code(s) en eventuele afwijkingen van die code(s) ten aanzien van Toekomstmakers onderwijs, Toekomstmakers opvang en Toekomstmakers kinderen en ouders; d.

de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming

e.

het namens de stichting fungeren als werkgever van de raad van bestuur;

f.

het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van

en aanwending van financiële middelen;

het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht. 3.

De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen.

4.

De raad van toezicht kan met inachtneming van deze statuten een reglement opstellen, waarin de verdeling van de taken van de raad van toezicht over de verschillende leden wordt geregeld. Ook overigens kan de raad van toezicht diens werkzaamheden en al wat het functioneren van de raad van toezicht betreft nader bij dit reglement regelen.

Raad van toezicht; vergadering en besluitvorming Artikel 13 1.

De raad van toezicht vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en). Vergaderingen van de raad van toezicht zijn in beginsel niet openbaar, tenzij de wet daartoe verplicht. De raad van toezicht kan alsdan besluiten tot een besloten vergadering op grond van het bepaalde in artikel 8 lid 4 onder a., b. of c

2.

De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de raad van toezicht en wordt verzonden door de raad van toezicht in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen.

3.

De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

4.

Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd

5.

De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn ontstentenis of

ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen. afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding. De voorzitter wijst een notulist aan. 6.

Ieder lid van de raad van toezicht heeft het recht op het uitbrengen van één stem. Geldige besluiten van de raad van toezicht kunnen slechts worden genomen indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen. Besluiten van de raad van toezicht worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering waarin meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is, tenzij deze statuten anders bepalen. Ingeval de stemmen staken, komt geen besluit tot stand. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

7.

Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt alsdan

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

13

genomen door de overige leden van de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen, wordt het besluit schriftelijk genomen door de raad van toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 8.

De raad van toezicht kan door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.

9.

De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van de raad van toezicht in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de leden van de raad van toezicht zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.

10.

De leden van de raad van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad van toezicht aangeeft zonder de leden van de raad van bestuur te willen vergaderen.

Boekjaar en jaarstukken Artikel 14 1.

Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

2.

In overeenstemming met de doelstelling en in verband met de continuïteit van de activiteiten van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, stelt

de

raad

van

bestuur

een

(strategisch)

meerjarenbeleidsplan

op

met

een

meerjarenbegroting. Tevens maakt de raad van bestuur jaarlijks voorafgaand aan het boekjaar een begroting op. De hiervoor bedoelde documenten worden door de raad van bestuur vastgesteld na goedkeuring van de raad van toezicht. 3.

De raad van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

4.

Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door de raad van bestuur een balans en een staat van baten en lasten met toelichting (jaarrekening) over het afgelopen boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. De raad van bestuur stelt tevens een bestuursverslag op over het afgelopen boekjaar. De jaarrekening en het bestuursverslag vormen tezamen het jaarverslag.

5.

De accountant wordt door de raad van toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan de raad van

6.

Indien en voor zover daartoe wettelijk of anderszins verplicht, brengt de raad van bestuur

bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen. jaarlijks aan de gemeenteraden van de gemeenten waar openbaar onderwijs wordt verleend, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. 7.

De jaarstukken als hiervoor in lid 4 bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door de raad van bestuur – na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht - vastgesteld en ten blijke daarvan door alle leden van de raad van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

14

daarvan onder opgave van reden melding gedaan. 8.

De raad van toezicht kan in een apart besluit de leden van de raad van bestuur decharge verlenen voor het gevoerde bestuur, nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de raad van toezicht.

9.

De raad van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren.

Statutenwijziging Artikel 15 1.

De raad van bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van deze statuten, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en met inachtneming van het bepaalde in artikel 48 Wpo en artikel 51 Wec (instemming van de gemeenteraden).

2.

Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van een voorafgaande goedkeuring is ten minste een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ten minste een twee derde meerderheid van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd dient te zijn. Tijdens deze tweede vergadering dient dan een twee derde meerderheid van het totaal aantal in functie zijnde leden van de raad van toezicht stem uit te brengen voor het betreffende voorstel om een rechtsgeldig besluit tot verlening van goedkeuring als hiervoor bedoeld te kunnen nemen.

3.

Bij de oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd.

4.

Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder lid van de raad van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.

4.

De raad van bestuur verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

5.

Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische splitsing.

Ontbinding en vereffening Artikel 16 1.

De raad van bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding van de stichting, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en met inachtneming van het bepaalde in artikel 48 Wpo en artikel 51 Wec.

2.

Het bepaalde in artikel 15 met betrekking tot de totstandkoming van de besluitvorming terzake statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op de besluitvorming tot ontbinding van de stichting.

3.

De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

4.

De vereffening geschiedt door de raad van bestuur, dan wel door een door de raad van

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

15

bestuur aan te wijzen (rechts)persoon. 5.

Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd aan een door de raad van bestuur, met goedkeuring van de raad van toezicht aan te wijzen doel, dat zoveel mogelijk overeen komst met het doel van de stichting.

6.

Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

Extern toezicht Artikel 17 1.

In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs zoals dat wordt verleend door de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, voorts dat de gemeenteraden bevoegd zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing door de raad van bestuur of het functioneren van de raad van bestuur in strijd met het bepaalde in de Wpo en Wec maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen.

2.

De gemeenteraden kunnen zich vanuit hun wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot de raad van bestuur van de stichting.

Onvoorziene gevallen Artikel 18 1.

In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd zijn met de wet, prevaleert de wet.

2.

In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de raad van bestuur.

Overgangsbepaling eerste boekjaar Artikel 19 Het eerste boekjaar van de stichting loopt van datum oprichting tot en met eenendertig december tweeduizend zesentwintig. Dit artikel vervalt tezamen met zijn opschrift na verloop van het eerste boekjaar. Overgangsbepaling eerste raad van toezicht Artikel 20 1.

Vanaf het moment van de oprichting, is het bepaalde in artikel 10 lid 1 ten aanzien van het maximaal aantal leden van de raad van toezicht niet van toepassing en geldt in afwijking daarvan dat de raad van toezicht uit meer dan zeven personen kan bestaan.

2.

Dit artikel tezamen met zijn opschrift vervallen zodra de raad van toezicht uit zeven leden bestaat.

Slotverklaring Ten slotte verklaart de verschenen persoon, handelend als vermeld, dat voor de eerste maal: a.

tot eerste leden van de raad van bestuur worden benoemd:

b.

tot eerste leden van de raad van toezicht worden benoemd:

(i) (i)

. .

Slot akte De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte wordt verleden te Amsterdam op de datum vermeld in de aanhef van deze akte. De inhoud van deze akte wordt door mij, notaris, zakelijk aan de verschenen persoon meegedeeld en

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

16

toegelicht, waarbij ik, notaris, de verschenen persoon wijs op de gevolgen die uit de inhoud van de akte voortvloeien. De verschenen persoon verklaart ten slotte tijdig van de inhoud van deze akte kennis te hebben genomen en met die inhoud en de beperkte voorlezing van de akte in te stemmen. Onmiddellijk na voorlezing van ten minste die gedeelten van de akte waarvan de wet voorlezing voorschrijft, wordt de akte door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.

203910924/17505336 Akte van oprichting Stichting O2 voor Toekomstmakers

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=473c1262-bf38-4f95-8fc2-f3b68ad9aeb6