CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 2 Begrotingsscan - financieel perspectief bestuurlijke fusie WOL-gemeenten Necker

Raadsvergadering 15 oktober 2025, gemeente landsmeerBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Advies verkenner en Begrotingsscan financieel perspectief Bestuurlijke fusie WOL gemeenten16.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WERKGROEP WOL

Begrotingsscan financieel perspectief bestuurlijke fusie WOL

Onderzoeksteam Lennart Straver MSc Job van Meijeren MSc Definitief rapport 4-9-2025

1.

Colofon Versie: Definitief Datum: 4-9-2025 Opdrachtgever: Werkgroep WOL Onderzoekers: De heer L.G.W. (Lennart) Straver MSc lennart@necker.nl De heer Job (P.J.) van Meijeren MSc job@necker.nl

2.

Inhoudsopgave Colofon

2

Inhoudsopgave

3

Bestuurlijke samenvatting

4

Inleiding

6

Nota van bevindingen

8

1. Huidige financiële situatie

9

1.1 Huidige begroting en meerjarenperspectief 1.2 Huidige financiële positie 1.3 Huidige investeringsplanning 1.4 Huidige inkomsten vanuit Gemeentefonds 1.5 Huidige woonlasten van inwoners

9 13 17 21 22

2. Lasten en baten van een WOL-fusie

24

2.1 Frictiekosten bij een fusie van de WOL-gemeenten 2.2 Verbonden partijen van de WOL-gemeenten 2.3 Tegemoetkoming vanuit Gemeentefonds voor een bestuurlijke fusie 2.4 Inschatting incidentele lasten WOL-fusie

24 25 27 28

3. Financieel perspectief van WOL

29

3.1 Structurele financiële consequenties van WOL-fusie 3.2 Algemene uitkering voor WOL-fusievariant 3.3 Financieel perspectief 3.4 Ontwikkeling woonlasten bij een WOL-fusie

29 32 34 37

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording

39

Bijlage 2. Overzicht tabellen begrotingsscan

41

Bijlage 3. Omvang algemene uitkering

42

3.

Bestuurlijke samenvatting De gemeenten Wormerland, Oostzaan en Landsmeer hebben naar aanleiding van het rapport Krachtig en Robuust aan Necker de opdracht gegeven om een begrotingsscan voor een bestuurlijke fusie uit te voeren. De volgende centrale onderzoeksvraag is hiervoor geformuleerd: Wat is het financiële perspectief van de WOL-fusievariant en in hoeverre is dit toekomstbestendig? In de bestuurlijke samenvatting geven de onderzoekers antwoord op de bovenstaande vraag. Voor een volledig beeld van de bevindingen en onderzoeksresultaten verwijzen de onderzoekers naar de opgestelde nota van bevindingen. De begrotingsscan is gebaseerd op de meest actuele beschikbare cijfers vanuit de gemeenten. Het financiële perspectief van de bestuurlijke fusie van de gemeenten Wormerland, Oostzaan en Landsmeer valt in twee onderdelen uiteen. Enerzijds zijn dit de incidentele kosten die samenhangen met de herindeling op de korte termijn. Anderzijds geeft de meerjarenbegroting van de nieuwe WOL-gemeente inzicht in dit perspectief op de middellange termijn en de toekomstbestendigheid hiervan.

Kernboodschap De herindelingsvergoeding is naar verwachting ruim voldoende om de kosten voor een herindeling tussen de drie WOL-gemeenten te betalen. De kosten voor herindeling bestaan onder andere het opstellen van het herindelingsadvies, de inrichting van de nieuwe organisatie, harmonisatie van beleid en eventuele uittreding van verbonden partijen. Het Rijk stelt hiervoor vanuit het Gemeentefonds een vergoeding beschikbaar. In het geval van een WOL-fusie bedraagt deze vergoeding ruim €7,7 miljoen verdeeld over een periode van vijf jaar. De grootste kostenpost betreft de inrichting van de nieuwe organisatie (€2.000.000 - €4.000.000). De tegemoetkoming van het Rijk is naar verwachting ruim voldoende om de kosten voor herindeling te dekken. De structurele financiële situatie van een WOL-gemeente is kwetsbaar en niet toekomstbestendig. Het financieel meerjarenperspectief van de WOL-fusievariant daarentegen is negatief en zorgelijk. De som van het structurele begrotingssaldo voor de jaren 2028 en 2029 laten een tekort van bijna € 4,6 miljoen zien. Dit komt omdat de huidige financiële positie van alle drie de gemeenten al kwetsbaar is, in de optelsom hiervan neemt deze kwetsbaarheid vanzelfsprekend niet af. In financieel perspectief van een WOL-gemeente krijgt deze te maken met een structurele afname van circa € 2,6 miljoen van de algemene uitkering per jaar.

Er kan een jaarlijkse besparing van ongeveer € 715.000 op bestuurskosten worden bereikt. Het saldo hiervan is negatief. In het begrotingssaldo is dan nog geen rekening gehouden met noodzakelijke extra structurele uitgaven om de gemeente robuust te maken. Het gaat hierbij om loonkosten, kosten voor huisvesting en investeringen in ICT & dienstverlening, ook zullen investeringen nodig zijn voor de harmonisatie van het (financieel) beleid. De gemeenteraden kunnen keuzes maken om het financiële perspectief positief te beïnvloeden. De ruimte om met besparingen op de ambtelijke organisatie of door harmonisatievoordelen het financiële gat te dichten is beperkt. Het verhogen van de belastingen is beperkt mogelijk, gelet op de nu al (gemiddeld) hoge belastingdruk in de drie gemeenten. De ruimte zal daarna aanvullend gevonden moeten worden in forse besparingen op onderhoud en het maatschappelijke voorzieningenniveau.

4.

Op basis van de huidige financiële situatie, de noodzakelijke structureel hogere kosten om een robuuste organisatie te bouwen en de reeds stevige lokale lastendruk achten de onderzoekers de financiële situatie van een WOL-gemeente vanaf de start kwetsbaar en niet toekomstbestendig. Tot slot achten de onderzoekers het van belang om te benoemen dat het slagen van een bestuurlijke fusie niet alleen afhankelijk is van financiën. Draagvlak, bestuurskracht, interne en regionale samenhang, en nabijheid van bestuur zijn minstens zo belangrijk. In deze begrotingsscan is niet naar deze onderdelen gekeken.

5.

Inleiding Aanleiding en doelstelling De gemeenten Wormerland, Oostzaan en Landsmeer hebben een extern onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheid voor een toekomstbestendige samenwerking. Begin 2025 zijn de resultaten van dit onderzoek opgeleverd. Uit het onderzoek volgt dat een zelfstandig voortbestaan van de drie gemeenten niet langer houdbaar is, en dat zowel een ambtelijke als een bestuurlijke fusie niet (voldoende) krachtig en robuust is. De gemeenteraden hebben het rapport op 26 maart 2025 behandeld. Voor de verdere verkenning van de bestuurlijke toekomst is een bestuurlijke verkenner aangesteld. In het rapport Krachtig en Robuust staat dat er ‘een reëel risico bestaat dat een herindelingsscan uitwijst dat de nieuwe gemeente onvoldoende financieel toekomstbestendig is’. Dit onder meer omdat de destijds onderzochte begrotingen geen structureel sluitend beeld laten zien. De gemeenteraden zouden hier graag een uitgebreidere onderbouwing van zien op basis van de laatste begroting en begrotingswijzigingen. Daarom hebben de gemeenteraden opdracht gegeven om meer inzicht te verkrijgen in de financiële gevolgen op de korte en (middel)lange termijn van een bestuurlijke fusie. Dit als bouwsteen voor een verdere verkenning van de bestuurlijke toekomst. De uitkomsten van deze begrotingsscan willen de gemeenteraden gebruiken voor de verdere besluitvorming.

De doelstelling van de begrotingsscan is daarmee tweeledig: 1. Het in kaart brengen van de financiële positie, risico’s, kwetsbaarheden en kansen van de WOLfusievariant op de (middel)lange termijn op basis van de huidige financiële situatie; 2. Op basis van bovenstaande, uitspraak doen over de toekomstbestendigheid van deze financiële positie.

Vraagstelling De volgende centrale vraag staat centraal bij het uitvoeren van de begrotingsscan: Wat is het financiële perspectief van de WOL-fusievariant en in hoeverre is dit toekomstbestendig? Huidige situatie 1. Wat is de omvang van de huidige begroting (inclusief begrotingswijziging) van de drie gemeenten? 2. Wat is het financieel meerjarenperspectief van de drie gemeenten? 3. Hoe ziet de (huidige en toekomstige) financiële positie eruit van de drie gemeenten? 4. Wat is de investeringsplanning van de drie gemeenten? 5. Wat is de afhankelijkheidsratio van het Gemeentefonds en specifieke uitkeringen van de drie gemeenten? 6. Wat is de ontwikkeling van de woonlasten voor inwoners in de gemeenten geweest? Lasten en baten van een fusie 7. Welke kosten verwachten de drie gemeenten voor uittreding uit eventuele verbonden partijen? 8. Welke financiële consequenties en risico’s voorzien de drie gemeenten bij een fusie? 9. Wat bedraagt de verwachte vergoeding vanuit het Gemeentefonds op basis van de tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling voor elk van de fusiescenario’s?

6.

Financieel perspectief WOL-fusievariant 10. Welke lastenverminderingen zijn er op een hoofdlijn te voorzien bij een fusie? 11. Wat is het financiële perspectief voor de nieuwe gemeente in 2029 aan de hand van de financiële kengetallen? 12. Wat is de geschatte algemene uitkering van het Gemeentefonds voor de nieuwe gemeente? 13. Wat zijn de gevolgen van bestuurlijke fusie voor de woonlasten van inwoners van de drie gemeenten?

Leeswijzer Deze rapportage bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk richt zich op de huidige financiële situatie van de gemeenten Wormerland, Oostzaan en Landsmeer. Het tweede hoofdstuk gaat in op de verwachte baten en lasten van een bestuurlijke fusie. Tot slot legt het derde hoofdstuk de focus op het financieel perspectief van de WOL-fusievariant, waaronder de berekening van het effect op de algemene uitkering. De onderzoeksverantwoording is opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 bevat een overzicht van de tabellen die in dit rapport staan. In bijlage 3 staat een overzicht van de algemene uitkering van een WOL-fusie.

7.

Nota van bevindingen

8.

1. Huidige financiële situatie Het eerste hoofdstuk gaat in op de huidige financiële situatie van de drie afzonderlijke gemeenten en de afhankelijkheid van financiële middelen van het Rijk. Hierbij nemen we begrotingswijzigingen en de invloed van de meicirculaire mee in de cijfers. Verder kijken we naar de financiële positie aan de hand van de financiële kengetallen. Ook hebben we aandacht voor de investeringsplanning van de gemeenten en de ontwikkeling van de woonlasten voor inwoners. Daarmee beantwoorden we de onderstaande deelvragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Wat is de omvang van de huidige begroting (inclusief begrotingswijziging) van de drie gemeenten? Wat is het financieel meerjarenperspectief van de drie gemeenten? Hoe ziet de (huidige en toekomstige) financiële positie eruit van de drie gemeenten? Wat is de investeringsplanning van de drie gemeenten? Wat is de afhankelijkheidsratio van het Gemeentefonds en specifieke uitkeringen van de drie gemeenten? 6. Wat is de ontwikkeling van de woonlasten voor inwoners in de gemeenten geweest?

1.1 Huidige begroting en meerjarenperspectief Kernbevinding: De omvang van de begroting van de gemeenten Oostzaan en Landsmeer is in lasten per inwoner redelijk vergelijkbaar. Dit betreft respectievelijk € 3.022 en € 3.025 per inwoner. In de gemeente Wormerland bedraagt dit € 3.222 per inwoner. Dit verschil met de andere gemeenten komt voornamelijk voort uit de lasten voor het sociaal domein. Op dit moment beschikken alleen de gemeenten Wormerland en Landsmeer over een sluitende meerjarenbegroting. De gemeenten Wormerland en Oostzaan hebben het VNG-advies gevolgd en eventuele ombuigingen nog niet verwerkt in de meerjarenraming.

De gemeentelijke begroting en het meerjarenperspectief De begroting van een gemeente geeft inzicht in de doelstellingen en ambities van een gemeente, op welke manier de gemeente deze wil bereiken en wat dit mag kosten. Deze begrotingsscan richt zich voornamelijk op het laatste financiële aspect. De begroting dient structureel en reëel in evenwicht te zijn.1 Structureel houdt in dat alle structurele lasten ten minste gedekt zijn vanuit de structurele baten. In de praktijk moet de meerjarenraming in ieder geval in het laatste jaar (jaar + 3) structureel sluitend zijn. Reëel houdt in dat de cijfers van de begroting ook betrouwbaar en logisch zijn. De provincie houdt toezicht op dit evenwicht. Als een gemeente een structureel en reëel sluitende begroting heeft en de begroting en jaarstukken tijdig aanlevert, is er sprake van repressief toezicht door de provincie. Dit houdt in dat de gemeente de begroting en begrotingswijzigingen zonder tussenkomst van Gedeputeerde Staten kan uitvoeren. Indien een gemeente niet aan voorgaande criteria voldoet, is er sprake van preventief toezicht. In dat geval dienen Gedeputeerde Staten de begroting en begrotingswijzigingen goed te keuren.2 Wanneer de gemeenteraden besluiten om bestuurlijk met elkaar te fuseren, geldt vanuit de Wet algemene regels herindeling (arhi) preventief toezicht voor de gemeenten.

1 Gemeentewet. (2025). Artikel 189, lid 2. 2 Provincies Nederland (2020). Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader.

9.

Het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna: BBV) schrijft voor dat een begroting bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat uit de programma’s en paragrafen. Gemeenten hebben zelf de keuze in de programma-indeling die zij hanteren; voor de paragrafen is er een vanuit de BBV voorgeschreven indeling. De financiële begroting bevat een overzicht van de baten en lasten, een overzicht van de financiële positie (balans) en een overzicht van baten en lasten per taakveld.3

Omvang van de begrotingen van Wormerland, Oostzaan en Landsmeer De omvang van de begroting bepalen we aan de hand van de omvang van de lasten. De gemeenten Wormerland en Oostzaan hanteren dezelfde zes programma’s in hun begroting voor 2025. Landsmeer hanteert een andere programma-indeling met maar vijf programma’s. Om een vergelijking te maken tussen de omvang van de begrotingen (inclusief invloed van begrotingswijzigingen) is gekeken naar de verschillende taakvelden. De taakvelden zijn een voorgeschreven set van negen indicatoren voor de verschillende taken van de gemeenten. Een overzicht hiervan staat in de bijlage van de gemeentelijke begroting. De omvang van de lasten van de begroting (na begrotingswijziging) voor 2025 is te zien in tabel 1. De lasten per inwoner zijn in de gemeente Wormerland het hoogst en bedragen ongeveer € 200 meer dan in Oostzaan en Landsmeer. Dit verschil komt met name voort uit de lasten voor het sociaal domein in de gemeente Wormerland. Verder valt op dat de gemeente Landsmeer meer uitgeeft aan Economie dan de gemeenten Wormerland en Oostzaan samen. Dit is echter minder dan 1% van de begroting. Tabel 1 Omvang van lasten per taakveld begroting 2025 na begrotingswijziging

Taakveld

Wormerland

Oostzaan

Landsmeer

Bestuur en ondersteuning

€ 12.404.402

23,4%

€ 7.197.361

24,5%

€ 9.257.933

26,1%

Veiligheid

€ 2.752.665

5,2%

€ 1.600.054

5,4%

€ 1.789.032

5,0%

Verkeer, vervoer en waterstaat

€ 3.871.756

7,3%

€ 2.013.643

6,8%

€ 2.240.688

6,3%

Economie

€ 43.717

0,1%

€ 52.991

0,2%

€ 160.194

0,5%

Onderwijs

€ 1.594.746

3,0%

€ 873.473

3,0%

€ 1.145.223

3,2%

Sport, cultuur en recreatie

€ 3.459.823

6,5%

€ 2.518.993

8,6%

€ 2.224.599

6,3%

Sociaal domein

€ 18.055.635

34,1%

€ 8.940.934

30,4%

€ 11.357.822

32,0%

Volksgezondheid en milieu

€ 9.128.387

17,3%

€ 5.150.602

17,5%

€ 5.672.864

16,0%

Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing

€ 1.595.601

3,0%

€ 1.060.348

3,6%

€ 1.683.031

4,7%

Totaal lasten

€ 52.906.732

100%

€ 29.408.399

100%

€ 35.531.386

100%

Lasten per inwoner4

€ 3.222

€ 3.022

€3.025

3 Besluit Begroting en Verantwoording. (2025). Artikel 7. 4 Berekend op basis van aantal inwoners per 1 januari 2025.

10.

Huidige financieel meerjarenperspectief De drie initiële begrotingen van de drie gemeenten waren bij vaststelling in 2024 niet meerjarig sluitend (2025 – 2028). Het rapport Krachtig & Robuust5 benoemt dit als een zorgelijk structureel financieel beeld.6 Nadien zijn er verschillende begrotingswijzigingen geweest in de drie gemeenten en is de invloed van de meicirculaire meegenomen in het meerjarig perspectief. Deze saldi zijn verwerkt in de kader- of perspectiefnota voor de periode 2026 – 2029. De kadernota van de gemeenten Wormerland en Oostzaan heeft de invloed van de meicirculaire niet meegenomen. In een raadsmemo is de impact hiervan wel weergegeven. De tabellen 2, 3 en 4 geven de invloed van deze wijzigingen weer per gemeente. Onder de tabellen 2 en 3 staat een toelichting op de gemeenten Wormerland en Oostzaan en de OVER-organisatie7. Onder tabel 4 staat een toelichting voor de gemeente Landsmeer. De gemeenten Wormerland en Oostzaan gaan in hun kadernota 2026 – 2029 uit van een inflatiecorrectie van 2,4% en een interne loonkostenstijging van 2,0%. De gemeente Landsmeer heeft bij de perspectiefnota geen inflatiecorrectie en interne loonkostenstijging gehanteerd. Bij de begroting van 2026 hanteert de gemeente Landsmeer dit wel. Dit percentage zal rond de 2% bedragen. Tabel 2 Gemeente Wormerland - begrotingssaldi 2025 - 2029

Begrotingssaldo na 1e wijziging 2025

€

2026

-

Mutaties

Begrotingssaldo na meicirculaire (24-6-25)

€ -172.709

€ -172.709

€ -1.690.669

€ 1.867.978

€ 177.309

2027

€ -1.969.560

€ 2.151.971

€ 182.411

2028

€ -1.748.181

€ 1.388.784

€ -359.397

2029

€ -1.429.857

€ 1.565.898

€ 136.041

Meerjarig saldo

€ -36.345

Tabel 3 Gemeente Oostzaan - begrotingssaldi 2025 -2029

Begrotingssaldo na 1e wijziging 2025

€

2026

-

Mutaties

Begrotingssaldo na meicirculaire (24-6-25)

€ -600.967

€ -600.967

€ -1.018.166

€ 709.128

€ -309.038

2027

€ -1.219.395

€ 1.006.220

€ -213.175

2028

€

-513.090

€ 449.598

€ -63.492

2029

€

-380.133

€ 368.017

€ -12.116

Meerjarig saldo

€ -1.198.788

Gemeente Wormerland De gemeente Wormerland beschikt over een meerjarige sluitende begroting. Dit is het resultaat van het traject duurzaam begrotingsevenwicht. Het college is op verzoek van de gemeenteraad bezig met dit traject ‘duurzaam begrotingsevenwicht’. Het doel van dit traject is om een duurzaam meerjarig begrotingsevenwicht met een lage maatschappelijke impact te realiseren. Het college heeft de focus op een sluitende begroting in 2029.8 De verdere uitgangspunten van het college, voor het sluitend maken van de begroting, zijn: 5Van de Laar. (2025). Krachtig & Robuust 6 De gemeenten Wormerland en Oostzaan hebben voor hun begroting van 2025 het advies van de VNG gevolgd om

ombuigingen in het kader van het ravijnjaar nog niet in gang te zetten. 7 De OVER-gemeenten is de werkorganisatie van gemeenten Oostzaan en Wormerland. 8 Interviews.

11.

● ● ● ●

Focus op incidentele dekking in 2026, 2027 en 2028 Verlaging van kosten in plaats van verhoging opbrengsten Focus op materiële posten om balans te houden Geen kaasschaafmethode (bepaald % bezuinigen op alle onderdelen)

Alleen de jaren 2025 en 2028 laten een negatief saldo zien. Bij de vaststelling van de kadernota 2026 heeft de gemeenteraad besloten om voor periode 2026 – 2029 jaarlijks een surplus van €250.000 in te zetten als structurele dekking. Dit is onderdeel van het traject duurzaam begrotingsevenwicht. Daarnaast is de kostendekkenheid van het pontje bij Spijkerboor en het gemeentelijk vastgoed vanaf 2029 verhoogd. Dit leidt samen tot een voordeel van bijna €100.000.9 Gemeente Oostzaan De gemeente Oostzaan beschikt niet over een meerjarig sluitende begroting. De begrotingssaldi zijn voor de jaren 2025 tot en met 2029 negatief. Evenals in de gemeente Wormerland is het college van de gemeente Oostzaan bezig met het traject ‘duurzaam begrotingsevenwicht’. Het doel van dit traject is om een duurzaam meerjarig begrotingsevenwicht met een lage maatschappelijke impact te realiseren. Het college heeft de focus op een sluitende begroting in 2029. De verwachting is dat dit bij de begroting 2026 het geval is.10 Het college hanteert daarbij het uitgangspunt dat de focus ligt op het incidenteel dekken van de negatieve begrotingssaldi van 2026, 2027 en 2028. Gemeenten Wormerland en Oostzaan De gemeenten Wormerland en Oostzaan hebben het VNG-advies gevolgd en eventuele ombuigingen voor een sluitende meerjarenbegroting niet verwerkt in de meerjarenraming.

Om een duurzaam begrotingsevenwicht te realiseren, hebben beide gemeenten ook aandacht voor realistisch begroten en structurele onderuitputting van budgetten. De uitdaging van het realistisch begroten ligt volgens de gemeenten vooral in onzekerheden vanuit de Rijksbijdragen, economische ontwikkelingen en onvoorziene gebeurtenissen. Het effect van de meicirculaire 2025 komt voort uit de demping van de terugval, compensatie voor jeugdzorg en het accres en de loon- en prijsstijgingen. Verlaging personeelsbegroting OVER-gemeenten Op verzoek van de gemeenten Wormerland en Oostzaan en de OVER-organisatie is door de OVERorganisatie een analyse gemaakt van welke financiële middelen benodigd zijn om de ambities van zowel de gemeenten als de organisatie te realiseren. Hieruit volgde een benodigd budget van € 4,7 miljoen. Uiteindelijk is besloten om hiervoor € 2,7 miljoen beschikbaar te stellen. Daarnaast heeft OVER in het kader van het traject ‘duurzaam begrotingsevenwicht’ een analyse gemaakt van het verschil tussen het FTE-plafond en het beschikbare personeelsbudget. De analyse liet een overschot van € 881.159 voor 2026 zien. De OVER-organisatie heeft dit bedrag voorgesteld als structurele besparing (Wormerland: € 546.319; Oostzaan: € 334.840).

9 Gemeente Wormerland. (7 juli 2025). Duurzaam begrotingsevenwicht 10 Op basis van gevoerde interviews.

12.

Tabel 4 Gemeente Landsmeer - begrotingssaldi 2025 - 2029

Begrotingssaldo na 1e wijziging

Mutaties

€ -254.00011

2025

€ -196.000

€

2026

€ -1.460.000

€ 1.399.000

€ -61.000

2027

€ -1.299.000

€ 1.802.000

€ 503.000

2028

€ -1.586.000

€ 1.429.000

€ -157.000

2029

€ -1.586.000

€ 1.756.000

€ 170.000

Meerjarig saldo

-58.000

Begrotingssaldo na meicirculaire (10-6-25)

€ 201.000

Gemeente Landsmeer De gemeente Landsmeer is de enige van de drie gemeenten die op dit moment beschikt over een meerjarige sluitende begroting met een positief meerjarig saldo. Dit was nog niet het geval bij de begrotingssaldi na de eerste begrotingswijziging. Het effect van de meicirculaire verklaart een deel van deze ontwikkeling. In de perspectiefnota gaat de gemeente Landsmeer uit van € 360.000 structurele inkomsten vanuit een nog te ontwikkelen vakantieresort (resort Breeck). De gemeenteraad heeft echter besloten om de realisatie van het resort geen doorgang te laten vinden. Dit verschil betekent dat de begroting richting 2029 niet sluitend is. De verwachting van de gemeentelijke organisatie is dat mede door andere mutaties de begroting 2026 – 2029 uiteindelijk wel sluitend zal zijn. Wat verder opvalt is dat de gemeente Landsmeer de kapitaallasten voor investeringen vooruitschuift, omdat in de praktijk blijkt dat investeringen vaak later worden afgerond dan gepland. De kapitaallasten schuiven dan ook op in de tijd. Het college heeft besloten om 25% van dit voordeel mee te nemen in de exploitatie. Dit leidt in de periode 2026 – 2029 tot een netto voordeel van € 760.000. Belangrijk om hierbij te benoemen, is dat dit geen structureel voordeel is, omdat de investeringen alsnog doorgang zullen vinden.

1.2 Huidige financiële positie Kernbevindingen: De gemeenten Wormerland, Oostzaan en Landsmeer beschikken over voldoende weerstandscapaciteit om de in kaart gebrachte risico’s op te vangen. Voor de kengetallen geldt het volgende: • De solvabiliteit en de netto schuldquote van Wormerland nemen in de periode 2025 – 2028 af en hoewel de solvabiliteit afneemt, blijft deze aanvaardbaar. De structurele exploitatieruimte van Wormerland blijft negatief. • De netto schuldquote van de gemeente Oostzaan neemt flink toe, maar blijft tot 2028 net binnen de categorie gemiddeld risicovol. De solvabiliteit van Oostzaan toont een dalend en negatief verloop en valt onder de categorie meest risicovol. Vanaf 2026 heeft de gemeente Oostzaan een negatieve structurele exploitatieruimte. • De gemeenten Wormerland en Oostzaan voeren geen actief grondbeleid en het kengetal grondexploitatie is daarom gelijk aan 0%. • Voor de gemeente Landsmeer geldt dat de netto schuldquote met vijftig procentpunt toeneemt in de periode 2025 - 2028 en daarmee valt binnen de categorie meest risicovol. De solvabiliteit van de gemeente Landsmeer blijft in deze periode laag. Als enige gemeente laat Landsmeer een positief percentage zien bij de structurele exploitatie. • De belastingcapaciteit van de drie gemeenten laat zien dat alle gemeenten met hun woonlasten ruim boven het gemiddelde van Nederland zitten en blijven.

11 De impact van de Meicirculaire 2025 voor het begrotingsjaar 2025 wordt verwerkt in de 2e bestuursrapportage en zal naar

schatting ongeveer € 500.000 positief uitvallen. Dit betekent een positief saldo van ongeveer € 250.000.

13.

Weerstandscapaciteit van gemeenten De weerstandsratio laat zien in hoeverre gemeenten financieel in staat zijn om risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de algemene reserve en eventueel uit de onbenutte belastingcapaciteit, post onvoorzien en vrij te vallen bestemmingsreserves. De drie WOL-gemeenten zetten alleen de algemene reserve in als weerstandsvermogen. Een weerstandsratio tussen de 1.0 – 1.4 is voldoende. Tussen 1.4 – 2.0 is ruim voldoende. Een ratio van meer dan 2.0 wordt als uitstekend gezien. Tabel 5 laat zien dat de drie gemeenten beschikken over ruim voldoende tot uitstekend weerstandsratio. Wel moet hierbij in ogenschouw genomen worden dat de meerjarenramingen van de gemeenten Wormerland en Oostzaan een tekort laten zien. Dit zal waarschijnlijk bij ongewijzigd beleid leiden tot een afname van de algemene reserve en daarmee ook de weerstandsratio. Tabel 5 Weerstandsratio van de drie WOL-gemeenten (vanuit jaarrekening 2024)

Algemene reserve

Geschatte risico’s

Ratio

Wormerland

€ 7.435.419

€ 2.528.227

2,94

Oostzaan13

€ 4.297.927

€ 1.853.387

2,32

Landsmeer

€ 3.509.000

€ 1.750.000

2,0

12

De gemeenten Wormerland en Oostzaan hanteren dezelfde wijze van risicomanagement en hebben grotendeels dezelfde risico’s in beeld gebracht. Beide gemeenten hebben als ambitie om dit risicomanagement verder door te ontwikkelen. Boven op de in kaart gebrachte risico’s hanteren de gemeenten een veiligheidsmarge van 2% van het begrotingstotaal. De accountant van de twee gemeenten beoordeeld het risicomanagement als goed. Het risicomanagement van de gemeente Landsmeer is meer globaal van aard en bevat geen veiligheidsmarge. De accountant van Landsmeer doet geen uitspraak over het risicomanagement. In de begrotingsscan is door de onderzoekers geen toets gedaan van de volledigheid en juistheid van de in kaart gebrachte risico’s door de gemeenten. Inzetten van surplus algemene reserve Gemeenten hebben sinds 2024 de mogelijkheid om maximaal 10% van het surplus (verschil tussen algemene reserve en geschatte risico’s) in te zetten voor het dekken van hun structurele lasten. Voorwaarde hierbij is dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk is en blijft aan 20%. De provincie, als toezichthouder, dient wel van oordeel te zijn dat de geschatte risico’s volledig en realistisch zijn.14 De gemeente Wormerland heeft dit surplus ingezet bij de begroting 2025 – 2028 en verwacht dit ook te doen bij de begroting 2026 – 2029.

De gemeenten Oostzaan en Landsmeer hebben deze mogelijkheid niet, omdat hun solvabiliteit hiervoor te laag is (voor Oostzaan vanaf 2026).

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat gemeenten in hun paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf financiële kengetallen opnemen.15 Aan de hand van de relatie tussen de kengetallen kan de financiële positie van een gemeente beoordeeld worden. De provincie Noord-Holland maakt, als financieel toezichthouder, bij de financiële kengetallen onderscheid tussen categorie A (minst risicovol), categorie B (gemiddeld risicovol) en categorie C (meest risicovol). De vijf kengetallen zijn:16 12 Ten tijde van de begrotingsscan is de jaarrekeningen van Wormerland en Oostzaan nog niet vastgesteld. Hiervoor is door de

gemeente uitstel aangevraagd bij de provincie. 13 De gemeenten Wormerland en Oostzaan hebben een positief resultaat over 2024. Dit resultaat is niet meegenomen in de berekening van de weerstandsratio. 14 Commissie BBV. (2024). Notitie structurele en incidentele baten en lasten 15 Besluit Begroting en Verantwoording. (2025). Artikel 11 lid 2. 16 Commissie BBV. (2020). Notitie meerjarig financieel inzicht BBV.

14.

●

● ● ● ●

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: geeft inzicht in de verhouding tussen de schulden (en schulden minus de verstrekte leningen) van de gemeente en de totale baten. Solvabiliteit: laat de verhouding zien tussen het eigen vermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves) ten opzichte van het totaal vermogen. Grondexploitatie: laat de verhouding tussen de waarde van de grond ten opzichte van de totale geraamde baten zien. Structurele exploitatieruimte: geeft weer in hoeverre een gemeente voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit: geeft inzicht in hoe de gemiddelde woonlasten van een gezin in de gemeente zich verhouden tot het landelijk gemiddelde.

Onderstaand staan de meest actuele beschikbare financiële kengetallen van de drie gemeenten weergegeven. De gemeenten hebben hierin het effect van de meicirculaire niet meegenomen. Dit volgt bij de begroting 2026 – 2029. De verwachting van de gemeente Landsmeer is dat de kengetallen in de begroting 2026 positiever uit zullen vallen. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De provincie Noord-Holland hanteert de volgende categorieën: A: <90% B: 90 – 130% en C: >130%. Tabel 6 laat zien dat Wormerland in vergelijking met de andere gemeenten aanzienlijk minder schulden heeft ten opzichte van de totale baten. De netto schuldquote neemt richting 2028 af met ongeveer vier procentpunt. Voor de gemeente Oostzaan geldt dat de netto schuldquote met bijna veertig procentpunt toeneemt. Die valt hiermee nog net binnen de categorie gemiddeld risicovol. De stijging komt door een toename van de vaste schulden van bijna € 6 miljoen in deze periode en ongeveer gelijkblijvende baten. In Landsmeer stijgt de netto schuldquote het meest, met ongeveer zestig procentpunt. De oorzaak hiervan ligt in de externe financiering van de investeringen van de gemeente. Tabel 6 Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen gemeenten Wormerland, Oostzaan en Landsmeer

Wormerland Oostzaan Landsmeer

2025

2026

2027

2028

43,0%

49,0%

45,0%

40,0%

48,0%

54,0%

49,0%

44,0%

81,9%

115,1%

107,6%

117,9%

86,0%

119,3%

111,7%

122,1%

76,9%

89,2%

113,6%

137,1%

76,0%

88,3%

112,6%

136,2%

Solvabiliteit De provincie Noord-Holland hanteert de volgende categorieën: A: >50%, B: 20 – 50% en C: <20%. In tabel 7 is te zien dat de gemeente Wormerland in de periode een gemiddeld risicovol solvabiliteitsratio heeft, maar dat dit wel afneemt. De solvabiliteitsratio van Oostzaan is in 2025 nog gemiddeld risicovol, maar vanaf 2026 is deze het meest risicovol een neemt af naar 16,9%. De daling in Wormerland en Oostzaan komt voornamelijk door de afname van het eigen vermogen. Het solvabiliteitsratio van de gemeente Landsmeer schommelt tussen de 10% en 20% in de periode 2025 – 2028 en valt ook onder de categorie meest risicovol. Het eigen vermogen van de gemeente Landsmeer neemt ten opzichte van 2025 toe, maar door een stijging van het totaal vermogen blijft de solvabiliteitsratio onder de 20%.

15.

Tabel 7 Solvabiliteitsratio voor de drie WOL-gemeenten

2025

2026

2027

2028

Wormerland

35,9%

30,8%

29,4%

27,6%

Oostzaan

22,9%

19,6%

18,4%

16,9%

Landsmeer

9,9%

15,1%

19,0%

11,9%

Grondexploitatie De provincie Noord-Holland hanteert de volgende categorieën: A: <20%, B: 20 – 35% en C: >35%. Tabel 8 geeft inzicht in het kengetal grondexploitatie van de drie gemeenten. De gemeenten Wormerland en Oostzaan hebben weinig tot geen grondexploitaties. Om die reden is het kengetal gelijk aan 0%. De grondposities in de gemeente Landsmeer hebben een waarde van ongeveer € 960.000. De gemeente verwacht niet meer gronden aan te kopen in de komende periode. Het kengetal blijft daarom redelijk stabiel en wordt geclassificeerd als minst risicovol. Tabel 8 Grondexploitatie van de drie WOL-gemeenten

2025

2026

2027

2028

Wormerland

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Oostzaan

0,1%

0,0%

0,0%

0,0%

Landsmeer

2,6%

2,8%

2,9%

3,0%

Structurele exploitatieruimte De provincie Noord-Holland hanteert de volgende categorieën: A: >0%, B: 0% en C: <0%. Tabel 9 geeft de structurele exploitatieruimte weer. Vanuit de meerjarenraming komt het beeld naar voren dat de gemeente Oostzaan de komende jaren een negatief begrotingssaldo heeft. Het kengetal bevestigt dit beeld en laat zien dat dit voor deze twee gemeenten als meest risicovol wordt beschouwd. Dit betekent dat er geen ruimte is om nieuwe structurele verplichtingen aan te gaan zonder ergens anders op te bezuinigen of de inkomsten te verhogen. Voor de gemeente Wormerland gold dit voor de meicirculaire ook. Bij de begroting 2026 zal dit getal waarschijnlijk positief zijn. De gemeente Landsmeer heeft in 2027 en 2029 een sluitende begroting. Tabel 9 Structurele exploitatieruimte van de drie WOL-gemeenten

2025

2026

2027

2028

Wormerland

0%

-4,0%

-4,0%

-4,0%

Oostzaan

4,4%

-1,9%

-2,5%

-0,6%

Landsmeer

-0,5%

5,8%

4,8%

6,2%

Belastingcapaciteit De provincie Noord-Holland hanteert de volgende categorieën: A: <95% B: 95-105% en C: >105% Tabel 10 laat de verwachte belastingcapaciteit van de drie gemeenten zien. De gemiddelde woonlasten bestaan uit de OZB, de afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een meerpersoonshuishouden. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk gaat verder in op de ontwikkeling van deze woonlasten in de drie gemeenten. Vanuit de kengetallen volgt het beeld dat alle drie de woonlasten van de drie gemeenten ruim boven het landelijk gemiddelde zitten. Dit wordt als meest risicovol geclassificeerd.

16.

Tabel 10 Belastingcapaciteit van de drie WOL-gemeenten

2025

2026

2027

2028

Wormerland

130,7%

129,9%

129,0%

128,1%

Oostzaan

141%

140%

139%

138%

Landsmeer

127%

122%

124%

126%

Overkoepelend beeld financiële positie • De gemeente Wormerland heeft een aanvaardbare schuldquote en solvabiliteitsratio. Er treedt geen significante verslechtering van de kengetallen op. De komende jaren is er weinig ruimte om extra inkomsten vanuit de belastingcapaciteit te genereren. De meerjarenraming is sluitend. • De gemeente Oostzaan heeft een financiële positie die in de periode 2025 - 2028 kwetsbaar blijft. Een toename van schulden en afname van eigen middelen is hiervan de grootste oorzaak. De prognose voor de komende jaren laat zien dat de structurele exploitatieruimte tussen 2026 – 2028 iets beter wordt, maar deze blijft negatief. Ook voor de gemeente Oostzaan is er weinig ruimte om extra inkomsten vanuit de belastingcapaciteit te genereren. De meerjarenraming is niet sluitend. • De gemeente Landsmeer heeft een sluitende meerjarenraming. De financiële kengetallen laten zien dat de financiële positie van de gemeente Landsmeer de komende jaren verder verslechtert. Net als bij de andere gemeenten is het voor Landsmeer lastig om extra inkomsten uit de belastingcapaciteit te genereren. De WOL-gemeenten hebben in de afgelopen jaren meestal een positief jaarrekeningresultaat laten zien. Gedeeltelijk komt dit door incidentele meevallers, maar ook onderbesteding van geplande uitgaven speelt hierbij een belangrijke rol.

Hierdoor is de reservepositie van de gemeenten deels aangevuld, maar zijn werkzaamheden (nog) niet of later uitgevoerd dan begroot.

1.3 Huidige investeringsplanning Kernbevinding: Tot aan 2029 investeert de gemeente Wormerland € 10,5 miljoen, Oostzaan € 22 miljoen en Landsmeer € 10 miljoen. De gemeente Wormerland heeft nu nog geen investeringen voor na 2029 in het meerjarenplan. De gemeente Oostzaan heeft vanaf 2029 nog voor € 29 miljoen aan investeringen in de planning. Voor de gemeente Landsmeer bedraagt dit iets meer dan € 16 miljoen. Vooraf Het BBV definieert investeringen als ‘het vastleggen in vermogen van objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt’.17 Deze objecten zijn materiële vaste activa, zoals bijvoorbeeld gebouwen, wegen en riolering. Dit heeft niet alleen betrekking op nieuwe activa, maar ook op bestaande activa. Het moet bij deze investering dan wel duidelijk zijn of de uitgave leidt tot kwaliteitsverbetering, levensduurverlenging of dat aanpassingen bijdragen aan het voldoen aan wet- en regelgeving. Het is voor gemeenten vaak een uitdaging om ook daadwerkelijk geplande investeringen te doen. Er is niet altijd operationele capaciteit beschikbaar of het budget is ontoereikend. Er zijn drie soorten investeringen: ● ●

Investeringen met een economisch nut: verhandelbaar en/of genereren financiële middelen, zoals bijvoorbeeld gebouwen en grond Investeringen met economisch nut, waarvoor ter dekking van de kosten een heffing kan worden geheven: riolering en afval

17 Commissie BBV. (2020). Notitie materiële vaste activa.

17.

●

Investeringen met maatschappelijk nut: genereren geen inkomsten, maar vervullen taak in openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld wegen en groen.

De investeringsplanning (of investeringsprogramma) geeft inzicht in de voorgenomen investeringen van een gemeente. Een investering leidt tot nieuwe kapitaallasten op de exploitatie. Kapitaallasten zijn de kosten voor afschrijving en rente. In de onderstaande paragrafen staat een overzicht van de investeringsplanning per gemeente voor de periode 2025 - 2029 en een overzicht van de gerealiseerde investeringen in de periode 2022 - 2025. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat investeringen die niet goed in kaart zijn gebracht de gemeenten nog hier bovenop kunnen ‘overkomen’. Hierdoor kan de hoogte van de benodigde investeringen groter zijn dan nu in beeld is. Een andere belangrijk aandachtspunt hierbij vormt de kwaliteit van de openbare ruimte. Daar waar achterstallig onderhoud niet in beeld is kunnen de kosten van het uitstel van dergelijk onderhoud naar de toekomst toe oplopen. Voor alle drie de gemeenten geldt dat in de afgelopen jaren niet alle geplande investeringen ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd, onder meer door gebrek aan middelen en/of capaciteit. Investeringen gemeente Wormerland Tabel 11 laat de investeringen van de gemeente Wormerland van de afgelopen jaren zien en het beschikbare budget voor de investeringen. In 2024 zijn door de gemeente Wormerland de grootste investeringen gerealiseerd in de openbare ruimte, namelijk voor ongeveer € 12 miljoen.

Dit is een enigszins vertekend beeld, wat komt door de afronding van de vervanging van de Zaanbrug (ruim € 8 miljoen) en de overname van wegen, bruggen en kunstwerken van het Hoogheemraadschap (bijna € 2 miljoen). Ongeveer € 1,8 miljoen is geïnvesteerd in de herinrichting van Torensloot en Wezenland (wegen, groen, riolering). In 2023 hangt de omvang van de investeringen voornamelijk samen met de plaatsing van units voor de opvang van Oekraïners. Dit bedroeg bijna € 2,7 miljoen. In 2022 vonden de investeringen met name plaats in de openbare ruimte. Tabel 11 Investeringen van de gemeente Wormerland in periode 2022 - 2024

2022

2023

2024

Investeringen met economisch nut Investeringen met economisch nut (heffing)

€ 55.499 €0

€ 2.816.788 € 285.758

€ 513.532 € 912.620

Investeringen met maatschappelijk nut Totale investeringen

€ 593.474 € 648.973

€ 383.730 € 3.486.276

€ 10.967.509 € 12.393.661

De gemeente Wormerland heeft voor de komende jaren een meerjarenplan met de voorgenomen investeringen. Tabel 12 geeft een overzicht van de investeringen en de bijbehorende kapitaallasten. In totaal investeert de gemeente tot en met 2029 bijna € 10,5 miljoen.18 De toekomstige investeringen betreffen voornamelijk vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte. Daarnaast investeert de gemeente Wormerland ongeveer € 1,5 miljoen in de tijdelijke uitbreiding voor de onderwijshuisvesting van De Balk en € 1,5 miljoen in de renovatie van het Heerenhuis. In de toelichting op het meerjarenplan valt op dat er voor de leefomgeving nog een aantal vervangingsinvesteringen van ongeveer € 3,5 miljoen uit de meerjarenplannen voor de periode 2021 – 2024 gerealiseerd moeten worden.19 Te zien is dat de kapitaallasten door deze investeringen toenemen met € 500.000 vanaf 2029.

18 De som van investeringen uit de tabel is een lager bedrag. Dit komt doordat de investeringen die gestart zijn voor 2025

hierin niet zijn meegenomen. De kapitaallasten zijn hierin wel meegenomen. 19 Gemeente Wormerland. (2025). VJB 2025 en Kadernota 2026 – 2029. p. 34

18.

Tabel 12 Investeringsplanning gemeente Wormerland voor de periode 2025 - 2029

2025

2026

2027

2028

2029

Investeringen

€ 1.653.640

€ 2.906.867

€ 3.280.000

€ 1.185.367

€0

Te verwachten kapitaallasten

€ 22.493

€ 126.593

€ 237.674

€ 439.259

€ 503.710

De gemeente Wormerland heeft voor de komende jaren tussen de 1 en 3,2 miljoen euro beschikbaar gesteld voor investeringen per jaar. Vanaf 2029 zijn geen nieuwe investeringen meer zijn gepland. De toename in kapitaallasten in 2029 komt alleen door afronding van eerder begonnen investeringen. In de afgelopen jaren zijn fors hogere investeringen gedaan dan in de komende jaren zijn voorzien. Zonder de opvang van Oekraïners, de Zaanbrug en de overname van activa van het Hoogheemraadschap, is het totaal aan daadwerkelijke investeringen van de gemeente per jaar kleiner dan in de komende jaren wordt voorzien. Aangezien er geen investeringsplanning is na 2029, moet rekening gehouden worden met toekomstige investeringen die nu nog niet zijn voorzien. Investeringen gemeente Oostzaan De investeringen van de afgelopen jaren van de gemeente Oostzaan zijn weergegeven in tabel 13. In 2023 hangt de omvang van de investeringen voornamelijk samen met de plaatsing van units voor de opvang van Oekraïners. Dit bedroeg bijna € 1,3 miljoen. In 2024 is de riolering in de Kerkstraat grotendeels afgerond, wat het bedrag voor investeringen met economisch nut (heffing) verklaart. Tabel 13 Investeringen van de gemeente Oostzaan in periode 2022 - 2024

2022

2023

2024

Investeringen met economisch nut Investeringen met economisch nut (heffing)

€ 33.020 € 317.750

€ 1.358.798 € 8.246

€ 320.368 € 1.894.576

Investeringen met maatschappelijk nut Totale investeringen

€ 1.633.667 € 1.984.437

€ 546.257 € 1.913.301

€ 779.193 € 2.994.137

Tabel 14 geeft de investeringsplanning van de gemeente Oostzaan weer. Het totaal van investeringen voor de komende jaren bedraagt bijna € 27 miljoen. Hiervan investeert de gemeente vanaf 2027 ongeveer € 8 miljoen in de realisatie van de nieuwbouw van school de Rietkraag. De overige investeringen zijn gericht op de openbare ruimte. De kapitaallasten nemen richting 2029 toe met € 426.368. De kapitaallasten zullen vanaf 2030 nog verder toenemen. Dit komt doordat de gemeente Oostzaan tot en met 2036 investeringen in de openbare ruimte in de meerjarenplanning heeft staan ter waarde van ruim € 23 miljoen.20 Tabel 14 Investeringsplanning gemeente Oostzaan voor de periode 2025 - 2029

2025

2026

2027

2028

2029

Investeringen

€ 2.450.800

€ 5.201.600

€ 8.280.500

€ 5.099.025

€ 5.898.465

Te verwachten kapitaallasten

€ 154.257

€ 270.627

€ 255.967

€ 368.581

€ 426.368

De gemeente Oostzaan heeft voor de komende jaren tussen de 2,5 en 8 miljoen euro beschikbaar gesteld voor investeringen. Na 2030 wordt dit naar verwachting niet minder. De afgelopen jaren heeft de gemeente Oostzaan gemiddeld ongeveer € 2 miljoen aan investeringen gerealiseerd.

20 Gemeente Oostzaan. (2025). VJB 2025 en Kadernota 2026 – 2029.

19.

Investeringen gemeente Landsmeer De investeringen van de afgelopen jaren van de gemeente Landsmeer zijn weergegeven in tabel 15. De gemeente Landsmeer heeft voornamelijk geïnvesteerd in de openbare ruimte en in riolering. Enkele jaren geleden heeft de gemeente Landsmeer besloten om stevig te investeren in de openbare ruimte, vanwege achterstallig onderhoud. Dit is in lijn met het verloop van de investeringen.21 Tabel 15 Investeringen van de gemeente Landsmeer in de periode 2022 - 2024

2022

2023

2024

Investeringen met economisch nut Investeringen met economisch nut (heffing)

€ 23.000 € 1.028.000

€ 58.000 € 658.000

€ 396.000 € 1.341.000

Investeringen met maatschappelijk nut Totale investeringen

€ 851.000 € 1.902.000

€ 3.996.000 € 4.712.000

€ 3.014.000 € 4.751.000

Het investeringsschema van de gemeente Landsmeer voor de komende jaren is weergegeven in tabel 16. In de periode 2025 – 2028 investeert de gemeente Landsmeer ongeveer € 10 miljoen. Vanaf 2029 investeert de gemeente Landsmeer nog bijna € 17 miljoen. Deze investeringen betreffen voornamelijk investeringen in de openbare ruimte. Vanaf 2029 zal de gemeente een bedrag van bijna € 8 miljoen investeren in de huisvesting van twee basisscholen: De Stap en Ds. J.L. Wagemaker. Op de totale kapitaallasten verwacht de gemeente een tijdelijk voordeel te behalen voor de komende jaren.22 Dit omdat is gebleken dat investeringen vaak later zijn afgerond dan gepland. In de onderstaande tabel is dit nog niet weergegeven. Tabel 16 Investeringsplanning gemeente Landsmeer voor de periode 2025 - 202923

2025

2026

2027

2028

202924

Investeringen

€ 48.000

€ 2.201.750

€ 4.073.930

€ 3.961.750

€ 16.959.570

Te verwachten kapitaallasten

€0

€ 10.959

€ 172.890

€ 411.485

€ 639.116

De gemeente Landsmeer heeft voor de komende jaren tussen de 2 en 4 miljoen euro beschikbaar gesteld voor investeringen. Dit is in lijn met de hoogte van de investeringen die de afgelopen twee jaar gedaan zijn. De verdeling over de jaren vanaf 2029 is nog niet inzichtelijk. Samenvattend • Voor de gemeente Wormerland is er een onzekerheid rondom de investeringen vanaf 2029, doordat nu geen zicht is op de meerjareninvesteringsplanning. • De gemeente Oostzaan beschikt wel over een doorkijk naar de investeringen na 2029. Er zijn voornamelijk investeringen voorzien in de openbare ruimte en in onderwijshuisvesting. De investeringen in de gemeente zijn hoger dan de afgelopen jaren is gerealiseerd. • De gemeente Landsmeer beschikt ook over een verdere doorkijk voor de investeringen na 2029. Dit betreft, net zoals Oostzaan, voornamelijk investeringen in de openbare ruimte en investeringen in onderwijshuisvesting. Landsmeer verwacht minder te investeren dan de afgelopen jaren is gerealiseerd, waardoor er ruimte in de exploitatie kan ontstaan.

21 Interview. 22 Gemeente Landsmeer. (2025). Perspectiefnota 2026. 23 Voor de te verwachten nieuwe kapitaallasten van Landsmeer is uitgegaan van de begroting 2025. Het voordeel vanuit PPN is

hierin (nog) niet verwerkt. 24 Dit bedrag geldt niet alleen voor 2029, maar ook voor de jaren daaropvolgend. Dit is nog niet uitgesplitst in een investeringsprogramma.

20.

De mate van achterstallig onderhoud en de hardheid van de investeringsplanning is door de onderzoekers niet vast te stellen. Er is uitgegaan van de (aangeleverde) en beschikbare cijfers. Hier zitten wel onzekerheden in. Deze zijn benoemd in de bovenstaande paragrafen.

1.4 Huidige inkomsten vanuit Gemeentefonds Kernbevinding: Landelijk liggen de afhankelijkheidsratio’s tussen de 35% en 90%. De afhankelijkheidsratio van de gemeente Wormerland bedraagt in 2025 80,9%. Dat maakt dat de gemeente Wormerland gevoelig is voor negatieve veranderingen in het Gemeentefonds en van de SPUK’s. Hetzelfde geldt voor de gemeente Oostzaan met een percentage van 84,9%. De gemeente Landsmeer heeft een afhankelijkheidsratio van 70,7%. Dit wordt gezien als een voldoende ratio. Gemeenten hebben twee inkomstenbronnen om de kosten voor het uitvoeren van de (wettelijke) taken en het realiseren van ambities te bekostigen. Dit zijn de centrale en lokale inkomstenbronnen. De centrale inkomstenbronnen komen van het Rijk. Dit zijn de uitkering uit het Gemeentefonds en specifieke uitkeringen van verschillende vakministeries. De uitkering uit het Gemeentefonds is de grootste inkomstenbron voor een gemeente. Sinds 2024 is de omvang van het Gemeentefonds afhankelijk van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product. In 2025 bevat het Gemeentefonds in totaliteit bijna € 33 miljard. De uitkering uit het Gemeentefonds bestaat uit drie onderdelen (algemene uitkering, integratie-uitkering en decentralisatie-uitkering). 25 ●

●

●

Algemene uitkering: dit is de grootste uitkering per gemeente. De hoogte van de algemene uitkering hangt af van de maatstaven uit de Financiële-verhoudingswet en de uitkeringsfactor. De gelden vanuit de algemene uitkering zijn vrij besteedbaar. Decentralisatie-uitkering: dit is een uitkering vanuit het Gemeentefonds met een specifiek doel. In tegenstelling tot een SPUK is de bestedingsrichting van een decentralisatie-uitkering vrij en hoeft hier geen verantwoording over te worden afgelegd aan het Rijk. Na een bepaalde periode maakt het Rijk een decentralisatie-uitkering onderdeel van de algemene uitkering. Integratie-uitkering: dit is een decentralisatie-uitkering, waarbij van tevoren een termijn is vastgesteld voor de overheveling naar de algemene uitkering.

De lokale bronnen uit publiekrechtelijke inkomsten en privaatrechtelijke inkomsten. Publiekrechtelijke inkomstenbronnen zijn bijvoorbeeld de belastingen en bij privaatrechtelijke inkomensbronnen kan gedacht worden aan dividenden of verhuurinkomsten. Tabel 17 geeft inzicht in de uitkering van het Gemeentefonds op basis van de stand van de meicirculaire. Tabel 18 bevat een overzicht van de geschatte totale inkomsten van de drie gemeenten na de meicirculaire. Tabel 17 Uitkering uit Gemeentefonds na meicirculaire 2025 en SPUKS

Algemene uitkering

Integratieuitkering

Decentralisatie -uitkering

Totaal Gemeentefonds

SPUKS

Wormerland

€ 32.994.242

€ 114.693

€ 505.878

€ 33.614.813

€ 8.661.880

Oostzaan

€ 17.241.708

€ 39.376

€ 333.147

€ 17.614.231

€ 7.146.554

Landsmeer

€ 21.149.915

€ 181.734

€ 394.960

€ 21.726.609

€ 3.774.000

25 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2025). Herziene versie meicirculaire 2025.

21.

Tabel 18 Schatting van totale inkomsten gemeenten na meicirculaire 2025 26

Totale inkomsten (excl. mutatie reserve)

Wormerland

Oostzaan

Landsmeer

€ 52.287.890

€ 29.235.833

€ 36.075.000

De afhankelijkheidsratio geeft inzicht in hoeverre gemeenten afhankelijk zijn van het Rijk voor hun inkomsten. De afhankelijkheidsratio’s liggen landelijk ver uiteen, namelijk tussen de 35% en 90%. De VNG heeft een houdbaarheidstest voor gemeentefinanciën ontwikkeld en geeft aan dat een afhankelijkheidsratio vanaf 75% matig is en vanaf 80% onvoldoende. Een negatieve verandering van de uitkeringen van het Rijk heeft dan een grote invloed op de uitvoering van taken en realisatie van ambities. De onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de afhankelijkheidsratio van de drie gemeenten sinds 2022. De afhankelijkheidsratio van de gemeente Wormerland is volgens de houdbaarheidstest onvoldoende. Voor de gemeente Oostzaan is dit in de afgelopen jaren tot nu ook toegenomen naar meer dan 80%. De gemeente Landsmeer heeft een constant afhankelijkheidsratio dat als voldoende beoordeeld wordt. Tabel 19 Afhankelijkheidsratio van het Gemeentefonds per gemeente

2022

2023

2024

2025

Wormerland

70,6%

80,7%

71,5%

80,9%

Oostzaan

64,1%

49,1%

60,4%

84,7%

Landsmeer

70,4%

71,4%

71,2%

70,7%

1.5 Huidige woonlasten van inwoners Kernbevinding: De gemeenten Wormerland (10), Oostzaan (8) en Landsmeer (5) staan in de top-10 gemeenten in Noord-Holland met de hoogste woonlasten. De woonlasten van een meerpersoonshuishouden met een eigen woning van € 500.000 zijn in Landsmeer € 1285,09 per jaar. In Oostzaan is dit € 1241,50 en in de gemeente Wormerland ligt dit het laagst op € 1200,10. De inkomsten voor de onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing vallen onder de lokale inkomstenbronnen van gemeenten. Deze belasting en heffingen vormen de (vaste) woonlasten voor inwoners. De gemeenteraad stelt deze tarieven jaarlijks vast. Gemeenten dienen de afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een vastgesteld doel te gebruiken. Om die reden mogen deze tarieven maximaal kostendekkend zijn. De tabellen 20, 21 en 22 laten de ontwikkeling van de woonlasten in de drie gemeenten zien. Tabel 20 OZB-tarieven in de periode 2022 - 2025 (bron: COELO) en totale opbrengt OZB voor woningen (bron: jaarstukken en begroting 2025)

2022

2023

2024

2025

Wormerland Totale opbrengst

0,1106%

0,0944%

0,0979%

0,1092%

€ 2.759.821

€ 2.822.411

€ 2.998.238

€ 3.511.000

Oostzaan Totale opbrengst

0,1075%

0,0950%

0,0974%

0,0908%

€ 1.844.805

€ 1.881.064

€ 1.989.857

€ 1.983.818

Landsmeer Totale opbrengst

0,0980%

0,0921%

0,1004%

0,1016%

€ 2.818.000

€ 3.102.000

€ 3.142.000

€ 3.398.000

26 De totale inkomsten zijn berekend op basis van de totale baten (exclusief mutatie reserve) en de mutaties vanuit de

meicirculaire zoals gerapporteerd door de gemeenten.

22.

Ten opzichte van 2022 is alleen het OZB-percentage in Landsmeer licht gestegen. Het percentage is in Wormerland nagenoeg gelijk gebleven en in Oostzaan licht gezakt. In dezelfde periode is de WOZwaarde in de drie gemeenten wel behoorlijk gestegen, waardoor de woonlasten voor de OZB in de drie gemeenten zijn gestegen. Dit is ook terug te zien in de stijging van de totale opbrengsten voor de OZB bij de woningen in de gemeente. Tabel 21 Hoogte van afvalstoffenheffing in de periode 2022 – 2025 (meerpersoonshuishouden)

2022

2023

2024

2025

Wormerland

€ 339,00

€ 335,62

€ 363,69

€ 365,95

Oostzaan

€ 334,66

€ 377,52

€ 406,60

€ 431,20

Landsmeer

€ 461,78

€ 485,33

€ 512,02

€ 512,02

De afvalstoffenheffing in Landsmeer is hoger dan in de buurgemeenten. In Oostzaan is de hoogste stijging doorgemaakt in de afgelopen jaren. Wormerland kenmerkt zich door de relatief laagtste afvalstoffenheffing en deze heffing is van de drie gemeenten ook het minst gestegen. Alle drie de gemeenten gaan bij hun begroting uit van 100% kostendekkendheid. Tabel 22 Hoogte van rioolheffing in de periode 2022 – 2025 (meerpersoonshuishouden)

2022

2023

2024

2025

Wormerland

€ 251,15

€ 261,80

€ 275,60

€ 288,15

Oostzaan

€ 329,55

€ 336,80

€ 347,60

€ 356,30

Landsmeer

€ 234,37

€ 246,32

€ 259,87

€ 265,07

Bij de rioolheffing in Wormerland, Oostzaan en Landsmeer voor meerpersoonshuishoudens valt op dat de kosten hiervoor in Landsmeer het laagst zijn en in Oostzaan het hoogst. De gemiddelde kostenstijging in de laatste vier jaar is gematigd voor alle drie de gemeenten, zeker in vergelijking tot de afvalstoffenheffing. Het COELO brengt jaarlijks een vergelijking van deze woonlasten per gemeente uit. De gemeenten Wormerland (10), Oostzaan (8) en Landsmeer (5) staan in de top-10 gemeenten in Noord-Holland met de hoogste woonlasten.27 Hiervoor hanteert het COELO28 de gemiddelde WOZ-waarde in een gemeente. Deze gemiddelde WOZ-waarde verschilt in de drie gemeenten. In Wormerland is dat in 2025 € 441.000, in Oostzaan € 522.000 en in Landsmeer € 594.000.29 In tabel 23 staat weergegeven wat de jaarlijkse woonlasten voor een gezin met koopwoning van € 500.000 per gemeente zijn. Tabel 23 Woonlasten meerspersoonshuishouden met koopwoning met WOZ-waarde van € 500.000

Gemeente

Woonlasten

Wormerland Oostzaan

€ 1.200,10 € 1.241,50

Landsmeer

€ 1.285,09

27 COELO. (2025). Gemiddelde gemeentelijke woonlasten 2025. Geraadpleegd op 14 juli 2025. 28 COELO = Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden. 29 CBS. (2025). Gemiddelde WOZ-waarde woningen 5 procent hoger. Geraadpleegd op 14 juli 2025.

23.

2. Lasten en baten van een WOL-fusie Een bestuurlijke fusie van de drie gemeenten tot één WOL-gemeente gaat samen met een fusie van de ambtelijke organisaties van Landsmeer en Oostzaan/Wormerland. Zowel aan de bestuurlijke fusie als aan de ambtelijke samenvoeging zijn incidentele baten en lasten verbonden. Dit hoofdstuk gaat hierop in, de structurele baten en lasten volgen in het volgende hoofdstuk. We brengen in beeld welke frictiekosten bij een bestuurlijke en ambtelijke fusie zijn te voorzien. Daarnaast zijn er mogelijk ontvlechtingen nodig van samenwerkingsverbanden. Ook dat brengen we in beeld. Voor fusiekosten stelt het Rijk een vergoeding beschikbaar vanuit het Gemeentefonds. In paragraaf 3 berekenen we de te verwachten omvang van deze vergoeding. Daarmee geeft dit hoofdstuk antwoord op de onderstaande deelvragen: 7. Welke kosten verwachten de drie gemeenten voor eventuele uittreding uit verbonden partijen? 8. Welke financiële consequenties en risico’s voorzien de drie gemeenten bij een fusie? 9. Wat bedraagt de verwachte vergoeding vanuit het Gemeentefonds op basis van de tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling voor een fusie?

2.1 Frictiekosten bij een fusie van de WOL-gemeenten Frictiekosten zijn de incidentele kosten als gevolg van het besluit tot herindeling. Te voorzien zijn de kosten voor het herindelingstraject, de ontvlechting van de oude organisatie(s), inrichting van een nieuwe ambtelijke organisatie en het harmoniseren van beleid. We schetsen de te verwachten kosten op basis van andere ervaringen en benoemen waarmee rekening gehouden dient te worden.

Kosten voor de totstandkoming van een herindeling Er hangen verschillende kosten samen met de totstandkoming van een herindelingsadvies. Er dient een herindelingsontwerp te worden opgesteld. Hierin moet aandacht zijn voor draagvlak, bestuurskracht, regionale samenhang, en interne samenhang en nabijheid van bestuur. Dit vergt de nodige inspanningen. Voor het doorlopen van dit proces moet een projectleider met een projectteam worden aangesteld en de nodige expertise ingekocht. Voor aanvullend onderzoek, het opstellen van de documenten en verdere afstemming is capaciteit, tijd en geld nodig. Voor het in beeld brengen van het draagvlak is een uitgebreid participatieproces nodig. Het geheel van het traject doorloopt enkele jaren. Ter indicatie: in de fuserende gemeenten Hilversum en Wijdemeren werd ongeveer € 400.000 begroot voor de kosten van dit traject. De gemeenten Purmerend en Beemster gingen uit van ongeveer € 450.000. Het ging hierbij om fusies van twee gemeenten. De WOL-gemeenten hebben tot op dit moment al enkele onderzoeken laten uitvoeren en hiervoor aanloopkosten gemaakt. Het opstellen van een daadwerkelijk herindelingsadvies en -ontwerp zal echter naar verwachting nog steeds het nodige vergen. De geschatte bandbreedte voor deze kosten zal liggen tussen de € 350.000 en € 550.000.

Inrichting nieuwe organisatie De drie gemeenten werken op dit moment in twee ambtelijke organisaties. Deze beide organisaties moeten bij een bestuurlijke fusie samenkomen in één nieuw in te richten organisatie. Hiervoor moeten principiële keuzes worden gemaakt over wat behouden blijft uit de bestaande organisaties en op welke leest een nieuwe organisatie wordt ingericht. Dat maakt een inschatting van de kosten onzeker. De kosten voor de samenvoeging van de organisaties van OVER-gemeenten en de gemeentelijke organisatie van Landsmeer vallen onder de frictiekosten. Het onderzoek Krachtig en Robuust schat de

24.

incidentele kosten voor de samenvoeging van de twee organisaties (bij een ambtelijke fusie) en inrichting van één nieuwe organisatie op tenminste € 1 miljoen.30 In gesprekken met vertegenwoordigers uit de ambtelijke organisatie is aangegeven dat rekening gehouden moet worden met fors hogere kosten. Ter indicatie: voor de gemeenten Heerhugowaard en Langedijk (tegenwoordig Dijk en Waard) is destijds een schatting gemaakt van de kosten voor de samenvoeging naar één ambtelijke organisatie. Deze kosten werden geschat op bijna € 4 miljoen. Dit betrof de kosten voor het maken van het opstellen van het bedrijfsplan, projectkosten en tijdelijk efficiencyverlies (opstartfase nieuwe organisatie).31 Indien gekozen wordt voor ontvlechting van beide ambtelijke organisaties en inrichting van één geheel nieuwe organisatie kunnen de kosten nog hoger zijn. In een evaluatierapport over de bestuurlijke herindeling van Maashorst wordt een inschatting van ontvlechtingskosten gemaakt ter hoogte van ongeveer € 2,7 miljoen.32 De kosten voor de ontvlechting van de ambtelijke UW-samenwerking (IJsselstein en Montfoort) bedroegen iets meer dan € 1 miljoen. In beide gevallen is er dan nog geen rekening gehouden met de inrichting van een geheel nieuwe organisatie.

De geschatte bandbreedte van incidentele kosten voor de samenvoeging van beide organisatie en de inrichting tot één nieuwe organisatie ligt naar onze verwachting tussen de € 2 miljoen en € 4 miljoen.

Harmonisatie van beleid Er zullen ook kosten gemaakt worden voor het harmoniseren van beleidsstukken en de actualisatie van de verschillende beheerplannen. In de praktijk betekent dit veelal dat tijdens de eerste bestuursperiode van een nieuwe gemeente veel tijd, aandacht, ambtelijke capaciteit en budgetten hiernaar uitgaat. De meeste kosten hiervan kunnen worden beperkt door het aanwenden van eigen ambtelijke capaciteit voor deze opgave. Vanwege de omvangrijke beleidsoperatie en vanwege het nieuwe schaalniveau zijn hiervoor ook kosten van externe inhuur te verwachten.

2.2 Verbonden partijen van de WOL-gemeenten Kernbevinding: De gemeenten Wormerland, Oostzaan en Landsmeer zijn veelal onderdeel van dezelfde verbonden partijen. Voor de verbonden partijen waar niet alle drie gemeenten onderdeel van zijn, dient in ieder geval een keuze gemaakt te worden tussen het Waterlands Archief (GR) en het Gemeentearchief Zaanstad. Voor wat betreft de VVI, Ombudsman metropoolregio en stichting RIJK is uittreding niet noodzakelijk, maar moeten wel keuzes worden gemaakt.33 Een bestuurlijke fusie heeft ook invloed op de verbonden partijen van de drie gemeenten. Er kan namelijk overlap zijn tussen de verschillende verbonden partijen. In tabel 24 staat een overzicht van de verbonden partijen van de drie gemeenten. De gemeenten zijn grotendeels onderdeel van dezelfde verbonden partijen. Een bestuurlijke fusie van de drie gemeenten leidt bij deze partijen niet tot uittreding en daaraan verbonden kosten. Het gaat wel om hernieuwde toetreding van een nieuwe gemeente, de kosten hiervan zijn beperkt. De voorwaarden voor gemeenschappelijke regelingen bij herindeling staan in de Wet ahri in artikel 41. Het eerste lid schrijft voor dat gemeenschappelijke regelingen waaraan uitsluitend wordt deelgenomen door gemeenten die opgaan in een nieuwe gemeente, vervallen met ingang van de herindeling. Dit is het 30 &Van de Laar. (2025). Krachtig & Robuust. p. 12 31 Berenschot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=9290be3c-fa6e-4fd4-bf91-7f035f4cdba0