CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage Speelruimteplan 2026-3030

Commissievergadering (CV) 15 januari 2026, gemeente landsmeerBij agendapunt: Vaststellen Speelruimteplan 2026-2030 (Z/2025/047915)8.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Speelruimteplan 2026-2030

Leeswijzer

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doel en scope 1.3. Huidige speelruimte Landsmeer

5 5 5 5

Hoofdstuk 2 Evaluatie speelbeleid 2017-2025 2.1. Terugblik 2017-2020 2.2. Evaluatie 2021 2.3. Terugblik 2021-2025 2.4. Afwijkingen uitvoeringsplan 2021-2025 2.5. Actualisatie 2026-2030

7 7 7 8 10 10

Hoofdstuk 3 Speelbeleid 2026-2030 3.1. Visie 3.2. Beleidsthema’s 3.2.1. Thema 1 – Goede verdeling en variatie van speelruimte 3.2.1.1. Speelruimte op bereikbare afstanden 3.2.1.2. Een divers speellandschap 3.2.1.3. Toekomstgerichte voorzieningen 3.2.1.4. Kleine speelplekken voor nu tot acht jaar 3.2.1.5. Grote speelplekken voor 0 tot +/- 14 jaar 3.2.1.6. Ruimte voor spelen bij nieuwbouw 3.2.2. Thema 2 – Speel- en beweegaanbod voor alle inwoners 3.2.2.1. Inclusieve speel- en sportplekken 3.2.2.2. Beweegaanbod voor volwassenen en senioren 3.2.2.3. Ruimte voor jongeren 3.2.3. Thema 3 – Participatieaanpak en samenwerking met lokale organisaties 3.2.3.1. Participatieaanpak voor inrichting van speel- en/of sportplekken 3.2.3.2. Eigen speeltoestellen van bewoners in de openbare ruimte 3.2.3.3. Stimuleren openstelling schoolpleinen 3.2.3.4. Samenwerking met andere beleidsvelden en partners 3.3. Korte opsomming van bovenstaande actiepunten

11 11 11 12 12 12 12 13 13 14 14 14 15 15 16 16 16 17 17 18

Hoofdstuk 4 Financieel 4.1. Onderhoudskosten 4.2. Meerjaren investeringsprogramma

20 20 20

Hoofdstuk 5 Aanpak uitvoering speelruimteplan 5.1. Bijstellen vervangingsopgave 5.2. Stappenplan participatie bij inrichting speelplekken 5.2.1. Stappenplan 5.2.2. Plan van Eisen 5.3. Meldingen inwoners 5.4. Beheer en onderhoud 5.4.1. Wettelijk kader 5.4.2. Inspecties 5.4.3. Preventief onderhoud

21 21 21 22 22 23 23 23 23 24

5.4.4. 5.4.5. 5.4.6.

Operationeel onderhoud Levensduurverlengend onderhoud Niet-planbaar onderhoud, onvoorzien onderhoud/calamiteitenzorg

24 25 25

Hoofdstuk 6 Verwijzingen

26

Hoofdstuk 7 Bijlagen 7.1. Verbinding met andere beleidsvelden 7.2. Inclusietoolbox 7.3. Type locaties en inrichtingsrichtlijnen 7.3.1. Kleine speeltuin 7.3.2. Grote speeltuin 7.3.3. Grote wijkplek/park 7.3.4. Sportplekken 7.3.5. Omvormlocaties 7.4. Handhavingsproces particuliere toestellen 7.5. Meerjaren investeringsprogramma 7.6. Uitvoeringskaarten

27 28 31 33 33 33 34 34 34 36 37 38

Leeswijzer Het speelbeleid “Samen Beter Buiten Spelen 2017-2022” én bijbehorend uitvoeringsplan wordt in dit plan omgevormd tot een Speelruimteplan waarin zowel het beleid als de uitvoering samenkomen. Het plan is geactualiseerd voor de periode 2026-2030. Hoewel de basis van het eerdere beleid (2017-2025) op hoofdlijnen actueel blijft, waren er elementen verouderd en was het uitvoeringsprogramma toe aan actualisatie. • Integrale aansluiting bij ander beleid: Er is een actuele aansluiting gemaakt bij andere relevante beleidsvelden en stukken om de integraliteit te waarborgen. • Particuliere speeltoestellen: Het gedoogbeleid rondom particuliere speeltoestellen verdwijnt. De wetgeving is strikter geworden, en de spelregels zijn geactualiseerd. • Richtlijnen voor inrichting en inclusiviteit: Nieuwe kaders en richtlijnen met betrekking tot de inrichting en inclusieve speelplekken zijn opgenomen. • Vervangingsopgave: De vervangingsopgave voor de komende jaren is herzien. De opbouw van het Speelruimteplan: Hoofdstuk 1: Inleiding: Behandelt de aanleiding, het doel en de scope. Hoofdstuk 2: Evaluatie speelruimteplan 2017-2025: Dit hoofdstuk blikt terug op de gerealiseerde locaties en ontwikkelingen in de periodes 2017-2020 en 2021-2025. Ook worden aandachtspunten geïdentificeerd voor de actualisatie 2026-2030.

Hoofdstuk 3: Speelbeleid 2026-2030: De visie ('Speelruimte voor iedereen') en de drie leidende beleidsthema's worden uiteengezet: 1. Goede verdeling en variatie van speelruimte. 2. Speel- en beweegaanbod voor alle inwoners. 3. Heldere participatie-aanpak en samenwerking met lokale organisaties. Hoofdstuk 4: Financieel: Dit hoofdstuk betreft de financiële planning voor de speel- en sportplekken in de gemeente. Hoofdstuk 5: Aanpak uitvoering speelruimteplan: Dit hoofdstuk zet uiteen hoe uitvoering wordt gegeven aan de thema’s, actiepunten, vervangingsopgaven en het beheer van de speel- en/of sportplekken.

Hoofdstuk 1 Inleiding Dit speelruimteplan beschrijft de beleidsmatige en uitvoeringsgerichte koers voor de inrichting, het beheer en de ontwikkeling van de gemeentelijke speel- en sportlocaties in de openbare ruimte voor de periode 2026–2030. Het plan is een actualisatie van het eerdere beleid (2017–2025) en vormt de basis voor een toekomstbestendige, veilige en uitnodigende speel- en beweegomgeving voor alle inwoners van Landsmeer. Dit hoofdstuk bespreekt de aanleiding, het doel en de scope van dit geactualiseerde speelruimteplan voor de periode 2026-2030.

1.1. Aanleiding Dit is het geactualiseerde speelruimteplan van Landsmeer voor de periode 2026-2030. De basis van het beleid uit 2017-2025 is nog steeds actueel en blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Er zijn echter elementen die zijn verouderd en ook het uitvoeringsprogramma is toe aan actualisatie. Andere redenen tot actualisatie zijn: • Evaluatie 2021: In 2017 is het speelbeleid opgesteld voor de periode 2017-2022. In 2021 is het plan voor het laatst geëvalueerd en bijgesteld. • Aansluiting bij ander gemeentelijk beleid: In Landsmeer zijn er op verschillende vlakken beleidsmatige en uitvoeringsgerichte plannen opgesteld voor de leefomgeving/openbare ruimte en gezondheidsbevordering. Hierin zijn veel raakvlakken met speelbeleid te vinden. Het is belangrijk dat het speelbeleidsplan hierop aansluit. • Strengere wet- en regelgeving: In 2023 is het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (hierna WAS) vernieuwd. De regelgeving en eisen aan speeltoestellen in de openbare ruimte zijn aangescherpt en het toezicht hierop vanuit de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna NVWA) is toegenomen. 1.2. Doel en scope Met dit speelruimteplan geeft de gemeente richting aan hoe zij de komende jaren wil omgaan met de speel-en sportplekken in de gemeente Landsmeer. Het speelruimteplan bestaat uit beleid (visie en ambities) en een concreet uitvoeringsplan.

Het plan heeft betrekking op alle openbare speelen/of sportplekken in gemeentelijk beheer. 1.3. Huidige speelruimte Landsmeer Gemeente Landsmeer heeft in totaal dertig openbare speel- en/of sportplekken in beheer. Hiervan liggen: • Twee openbare speel- en/of sportplekken in Purmerland; • Eén openbare speelplek in Den Ilp en • 27 openbare speel- en/of sportplekken in Landsmeer. De locaties kunnen als volgt worden gecategoriseerd: • Zes grote speelplekken (waarvan één in Purmerland): met een uitgebreider aanbod van speeltoestellen en sport, voornamelijk voor kinderen tot +/- 14 jaar, (ter verduidelijking: dit is geen leeftijdsgrens) • Achttien kleine speelplekken, (waarvan één in Den Ilp): speelaanbod voor kinderen tot +/- 8 jaar • Elf locaties met sportfunctie (vaak gecombineerd met een speelplek): met voetbal of basketbal en calisthenics, waarvan drie locaties die ook voor de doelgroep 12 + zijn ingericht; Sportlaan, Wijkpark.

• Eén openbaar schoolplein, De Hoeksteen Naast deze formele locaties zijn diverse voorzieningen ook relevant in het kader van spelen en ontmoeten. Voorbeelden hiervan zijn: jongerenontmoetingsplekken, het mountainbike parcours, de speeltuinvereniging en niet-openbare schoolpleinen. Deze worden ter informatie op kaarten opgenomen maar vallen buiten de scope van dit beleidsplan.

Hoofdstuk 2 Evaluatie speelbeleid 2017-2025 Dit hoofdstuk blikt terug op de gerealiseerde locaties en ontwikkelingen in de periodes 2017-2020 en 2021-2025. Ook worden aandachtspunten geïdentificeerd voor de actualisatie 2026-2030. 2.1. Terugblik 2017-2020 In de periode 2017-2020 zijn acht locaties gerenoveerd en heeft de gemeente een Jongerenontmoetingsplek in het sportpark gerealiseerd. Ook heeft de gemeente samen met de Sportadviesraad, mountainbikeclub MTB Twiske en volleybalvereniging VC Waterland een pumptrack en beachvolleybalveld aangelegd. De drie locaties die in 2020 op de planning stonden binnen de wijkrenovatie van Havenzathe zijn opgeschoven naar 2021 (en uitgevoerd). 2.2. Evaluatie 2021 In 2021 is het speelbeleid geëvalueerd, onderstaande aanbevelingen kwamen daaruit voort: • Indexatie budgetten uitvoeringsprogramma door prijsstijgingen; • Incidenten met particuliere speeltoestellen leiden tot de aanbeveling om de spelregels aan te scherpen; • Aanbeveling tot het opstellen inrichtingskaders m.b.t. inclusie en klimaat.

2.3. Terugblik 2021-2025 In de periode 2021-2025 zijn vijf locaties gerenoveerd en heeft de gemeente de calisthenics locatie uitgebreid. Klimaatadaptatie en inclusiviteit zijn nadrukkelijker maar niet structureel toegepast bij renovaties. Tegelijkertijd zijn enkele geplande renovaties vertraagd door samenloop met gebiedsontwikkelingen. De aanbevelingen met betrekking tot het opstellen van richtlijnen en kaders voor particuliere speeltoestellen en inclusie zijn niet opgevolgd. De begroting bijbehorende bij het uitvoeringsprogramma is wel geïndexeerd en aangepast.

Voetbalkooi Langebreek Eind oktober 2025 is de voetbalkooi op de Langebreek verwijderd. De locatie bleek niet geschikt te zijn voor een voorziening met kooiconstructie. Akoestisch onderzoek bevestigt dit. De voorziening was erg in trek, er is geen alternatieve locatie voor een gelijke voorziening in de wijk gevonden. Andere mogelijkheden worden onderzocht.

Verwijdering particuliere speelobjecten De speelpek ter hoogte van de Optimist is in overleg door de bewoners verwijderd. Het gebied wordt gereed gemaakt voor de ontwikkeling van de laatste fase van de Breekoever. Daarnaast zijn veelal in overleg met de eigenaren diverse boomhutten, trampolines en andere objecten in onveilige staat verwijderd. Er is geconstateerd dat er nog steeds vaak toestellen door inwoners in de openbare ruimte worden geplaatst zoals trampolines, schommels en boomhutten. Deze toestellen zijn niet altijd veilig, voldoen niet aan de wet en bomen worden beschadigd.

Jongerenontmoetingsplek Sportpark verwijderd Na aanhoudende overlast is de jongerenontmoetingsplek in het Sportpark in december 2025 verwijderd. Door het sociaal domein wordt gezocht naar een alternatief.

Schetsontwerp park Luyendijk-Zuid Er ligt een schetsontwerp voor de inrichting van een klein park met speelvoorzieningen. In 2026 zal het proces worden vervolgd met de uitwerkingen naar voorlopig, definitief en uitvoeringsontwerp en realisatie.

Laagdrempelige activering openbare ruimte Ter ere van het 90-jarige jubileum van damclub “Ons genoegen” is een openbare damtafel geplaatst bij het dorpshuis de Wije Ilp. In samenwerking met het sociaal domein, SamenMeer en Vrij & Blij wordt ingezet op een laagdrempelige inclusieve manier om sociaal contact en bewegen te stimuleren. De jeu-deboulesbaan zal worden gerenoveerd, er wordt een zogeheten beweegbank geplaatst waarmee, naast erop zitten, een variëteit aan oefeningen kunnen worden gedaan. En op het plein (zomerterras) naast SamenMeer wordt een picknickbank voorzien van drie schaakborden geplaatst.

Spellentafels in de openbare ruimte stimuleren ontmoeting en sociale interactie doordat mensen op een laagdrempelige manier met elkaar in contact komen. Ze zijn inclusief en toegankelijk voor verschillende leeftijden en doelgroepen en dragen bij aan mentale activering en welzijn.

2.4. Afwijkingen uitvoeringsplan 2021-2025 Van de onderstaande locaties is de uitvoering gewijzigd t.o.v. de planning die in het vorige uitvoeringsplan stonden opgenomen: • • • • • • • •

023 - Drakenstein (van 2023 naar 2025) 027 - Radboud (van 2024 naar 2026) 028 - Nijenrode (van 2025 naar 2027) 030 - Assumburg (van 2025 naar 2027) 011 - De Hoeksteen (van 2025 naar 2027) 013 - Kaaskoper (van 2025 naar 2028) 025 - Ilpenstein (van 2025 naar 2029) 004 – Dorpshuis (Purmerland) (van 2021 naar verwijdering binnen projectontwikkeling)

Deze verschuivingen hebben plaatsgevonden om aansluiting te behouden bij renovaties en ontwikkelingen zoals bij Havenzathe. Ook is er gekeken naar de staat van speelplekken waardoor renovatie nog niet nodig was. 2.5. Actualisatie 2026-2030 Met het beleidsplan Samen Beter Buiten Spelen 2017-2025 is de juiste koers ingeslagen, wat ondermeer is bevestigd door de evaluatie 2021. Aan de meeste beleidsthema’s is een vorm van uitvoering gegeven. De afgelopen periode is echter gebleken dat concrete handvatten en tools vaak ontbreken wat een gemakkelijke inpassing bemoeilijkt. Deze actualisatie richt zich daarom niet zozeer op het wijzigen van de ingeslagen koers, maar vooral op het concretiseren en behapbaar maken van de opgaven en daarnaast aansluiting vinden bij de diverse nieuwe beleidsvelden en herziene wetgeving.

Hoofdstuk 3 Speelbeleid 2026-2030 Dit hoofdstuk presenteert de visie ('Speelruimte voor iedereen') en vertaalt deze naar drie leidende beleidsthema’s die de speelrichtlijnen voor Landsmeer vormen. 3.1. Visie

Speelruimte voor iedereen Gemeente Landsmeer wil dat al haar inwoners prettig buiten kunnen spelen, sporten en bewegen. De gemeentelijke speeltuinen en sportveldjes worden verspreid aangelegd over de gemeente. Zo heeft ieder een plek binnen vijf minuten loop- of fietsafstand. Een goede verdeling over de hele gemeente is leidend, niet enkel demografie. Kinderen spelen niet uitsluitend op hun geregistreerde woonadres, maar ook op andere locaties, zoals bij grootouders, gastouders of bij de ouder(s) bij wie zij op dat moment verblijven.

Aanbod en samenspel van jong tot oud Bij herinrichting of aanleg van een speel- en/of sportplaats wordt rekening gehouden met een gevarieerd en afwisselend aanbod tussen locaties. Op grote speel- en/of sportplaatsen wordt ingezet op een aantrekkelijk speel- en beweegaanbod voor een brede doelgroep van jong tot oud. Op alle speel- en sportplekken wordt een inrichting gericht op inclusie de norm.

Participatie met inwoners De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit en veiligheid van de openbare ruimte. De gemeente waardeert participerende bewoners en blijft daar ook graag ruimte aan geven. Betrokken bewoners kunnen immers maatwerk leveren en weten vaak wat er in hun woonomgeving gewenst is. 3.2. Beleidsthema’s De visie is vertaald naar drie concrete thema’s met uitgangspunten en acties die leidend zijn bij de uitvoering van het beleid. De thema’s samen vormen de speelrichtlijnen voor de gemeente Landsmeer, waar we bestaande ruimte op aan proberen te passen en nieuwbouw op toetsen. 1) Goede verdeling en variatie van speelruimte 2) Speel- en beweegaanbod voor alle inwoners 3) Heldere participatie-aanpak en samenwerking met lokale organisaties

3.2.1. Thema 1 – Goede verdeling en variatie van speelruimte

Een gevarieerd aanbod van speelplekken per barrièregebied1 of buurt voor kinderen van 0 tot +/- 14 jaar.

3.2.1.1. Speelruimte op bereikbare afstanden Elk kind moet kunnen spelen, ongeacht waar het kind opgroeit. De speelruimte moet voor jonge kinderen binnen vijf minuten lopend bereikbaar zijn, waarbij rekening wordt gehouden met duidelijke barrières zoals wegen en watergangen. De loopafstand die wordt gehanteerd is 200 meter tot een kleine speeltuin en 400 tot een grote speel-/sportplek. De afstand voor kinderen vanaf tien jaar mag groter zijn, binnen vijf minuten fietsafstand. Vanaf deze leeftijd spelen barrières minder een rol. Afhankelijk van factoren zoals bevolkingsdichtheid en beschikbare fysieke ruimte kan hiervan worden afgeweken. ACTIE: in buurten die nu niet aan de vijf minuten norm voldoen, worden mogelijkheden en wensen onderzocht om een speeltuin aan te leggen zodra bewoners aangeven wel behoefte te hebben aan speelruimte. Of het een grote, kleine of informele speelruimte wordt hangt af van de beschikbare ruimte en het aantal kinderen/woningen in de buurt en de afstand tot de volgende grote speel- en sportplek. 3.2.1.2. Een divers speellandschap Speeltuinen en sportveldjes worden gevarieerd en passend bij de buurt ingericht. Spelen gebeurt niet alleen op traditionele speelplekken.

Wij streven naar een speellandschap dat verweven is met de openbare ruimte; schoolpleinen die buiten schooltijd (op gezette tijden) opengesteld zijn, groene zones waar vrij gespeeld kan worden, en avontuurlijke plekken die uitdagen tot ontdekken en bewegen. ACTIE: Bij elke (her)inrichting van een speel- en/of sportplek wordt gekeken naar het bestaande aanbod in de nabije omgeving zodat de inrichting complementair is en niet te veel hetzelfde. 3.2.1.3. Toekomstgerichte voorzieningen De inrichtingen van onze speelplekken houden rekening met klimaatadaptatie, biodiversiteit en multifunctioneel gebruik van de openbare ruimte. Zo worden er ook speelplekken ingericht waar regenwater wordt opgevangen, waar schaduw is op hete dagen en waar de natuur dichtbij komt. ACTIE: Bij inrichting van een speel- en/of sportplek worden vooraf de beleidsmedewerkers van de diverse aanverwante domeinen van de gemeente betrokken bij het opstellen van de inrichtingskaders.

1

Zie bijlage 7.6. Barrières zijn drukke wegen die de route naar een speelplaats belemmeren zoals bijvoorbeeld Het Lint.

3.2.1.4. Kleine speelplekken voor nu tot acht jaar De inrichting van kleine speelplekken wordt gericht op een doelgroep tot +/- acht jaar. In bijlage 7.3.1 zijn basisrichtlijnen te vinden voor dit type speelplek. ACTIE: Bij vernieuwing of omvorming van kleine speelplekken worden de direct omwonenden betrokken. De basisrichtlijnen voor inrichting worden opgenomen in het inrichtingskader (hierna kader). Het kader worden getoetst aan alle uitgangspunten van het beleid. Vervolgens volgt participatie, zie aanpak bij thema 3: Participatieaanpak voor inrichting van speel- en/of sportplekken. 3.2.1.5. Grote speelplekken voor 0 tot +/- 14 jaar Speelbehoeften lopen uiteen, een peuter heeft andere wensen dan een tiener. Ouders met jonge kinderen zoeken veilige speelplekken en zitplekken in de buurt. Kinderen vanaf acht jaar gaan op zoek naar meer uitdaging. Een inrichting voor een brede doelgroep is vooral belangrijk op de grote speel- en/of sportplekken, zodat kinderen voldoende speluitdaging hebben. In bijlage 7.3.2 zijn basisrichtlijnen te vinden voor dit type speelplek. ACTIE: Bij vernieuwing op grote speelplekken wordt een brede doelgroep betrokken die verder gaat dan alleen de direct omwonenden van de plek. De basisrichtlijnen voor inrichting worden opgenomen in het inrichtingskader. Het kader wordt getoetst aan alle uitgangspunten van het beleid.

Vervolgens volgt participatie, zie aanpak bij thema 3: Participatieaanpak voor inrichting van speel- en/of sportplekken.

3.2.1.6. Ruimte voor spelen bij nieuwbouw Bij nieuwbouw moet er voldoende fysieke en financiële ruimte worden vrijgemaakt om speel- en/of sportplekken te realiseren. We streven naar 5% van de openbare ruimte voor spelen en sporten, en dat vanaf twintig woningen er tenminste één speelplek gerealiseerd wordt. Vervolgens wordt er per vijftig woningen extra ruimte gereserveerd voor sport- en/of sport (geconcentreerd op grotere locaties of verspreid over meerdere kleinere locaties). De 5% richtlijn kan ook (deels) ingericht zijn als informele speel- en sportruimte zoals bijvoorbeeld groen. Al in een vroeg stadium van de planvorming voor nieuwbouw wordt de beleidsmedewerker verantwoordelijk voor spelen van de gemeente aangehaakt om te zorgen dat de te realiseren voorziening past binnen het beleid van de gemeente. ACTIE: Bij nieuwbouw (vanaf twintig woningen) moeten richtlijnen vanuit het speelruimteplan worden meegenomen binnen de diverse fases van de ontwikkeling. Hierbij geldt de regel: Pas toe of leg uit. De verantwoordelijke beleidsmedewerker voor spelen wordt altijd zo vroeg mogelijk aangehaakt bij de ontwikkeling van nieuwbouwprojecten. 3.2.2. Thema 2 – Speel- en beweegaanbod voor alle inwoners

Zoveel mensen, zoveel manieren van spel en bewegen. Er zijn verschillende groepen die we ruimte willen bieden in de openbare ruimte. Inwoners met een beperking moeten volwaardig mee kunnen doen met spel- en sport. Ouders met jonge kinderen zoeken veilige speelplekken en zitplekken in de buurt. Tieners willen ruimte voor sport en vrije tijd. Werkenden zoeken routes en plekken voor recreatie en ontspanning, en ouderen hebben baat bij toegankelijke, overzichtelijke omgevingen met gelegenheid tot contact. Door hierop in te spelen bij de inrichting en verdeling van speel- en sportplekken, zorgen we voor een vriendelijke leefomgeving die rekening houdt met de mogelijkheden en wensen van iedereen.

3.2.2.1. Inclusieve speel- en sportplekken Iedereen moet de mogelijkheid hebben om buiten te spelen en bewegen, ook inwoners met een beperking. We omarmen de VNG richtlijn m.b.t. een inclusieve inrichting, dit houdt in: elke gemeentelijke speel- en sportplek wordt zo (her)ingericht dat iedereen hier 100% welkom is, ten minste 70% van de plek bereikbaar en 50% van de toestellen en speelaanleidingen bespeelbaar. Om hier concreet vorm aan te geven is in bijlage 7.2 een Inclusietoolbox. te vinden voor het toetsen en realiseren van inclusieve plekken. ACTIE: Bij elke (her)inrichting wordt de Inclusietoolbox gebruikt voor toetsing en zoveel mogelijk toegepast.

3.2.2.2. Beweegaanbod voor volwassenen en senioren Inwoners zoeken routes en plekken voor recreatie en ontspanning en ouderen hebben baat bij toegankelijke, overzichtelijke omgevingen met gelegenheid tot contact. Door hierop in te spelen bij de inrichting en verdeling van speel- en sportplekken, zorgen we voor leeftijdsvriendelijke leefomgeving. ACTIE: Waar mogelijk wordt op speelplekken een element toegevoegd waar oefeningen door bijvoorbeeld ouderen kunnen worden gedaan. Dit kan bijvoorbeeld een oefening zijn op een bankje, of een breder zitje op een schommel.

3.2.2.3. Ruimte voor jongeren Jongeren hebben een andere behoefte als het aankomt op het gebruik van de openbare ruimte. Binnen het speelruimteplan hebben we aandacht voor het aanbieden van een divers aanbod van openbare sportvoorzieningen voor deze doelgroep. Jongerenontmoetingsplekken (JOP’s) vallen buiten de scope van het speelruimteplan. ACTIE: Voor jongeren is er in Landsmeer een gevarieerd aanbod voor ontmoeting en sport. Veel jongeren wijken ook uit naar Amsterdam. Wanneer sportlocaties in de openbare ruimte worden vernieuwd worden jongeren betrokken, al dan niet via jongerenwerk.

3.2.3. Thema 3 – Participatieaanpak en samenwerking met lokale organisaties

De gemeente draagt zorg voor wat er in de openbare ruimte staat, maar wil bewoners betrekken bij de inrichting zodat zij invloed hebben op hoe hun leefomgeving eruitziet en hoe zij die gebruiken. Samenwerking met lokale partners zoals bijvoorbeeld sportverenigingen, scholen, welzijnsorganisaties en het jongerenwerk is daarnaast waardevol. Zij kennen de wijk en spreken de taal van de bewoners, zo kunnen we zorgen voor duurzame betrokkenheid.

3.2.3.1. Participatieaanpak voor inrichting van speel- en/of sportplekken Op het moment dat locaties (opnieuw) worden ingericht is zijn de inrichtingskaders het uitgangspunt en volgt de gemeente een participatieaanpak waarbij inwoners hun wensen kunnen aangeven. Inwoners worden in de basis altijd betrokken bij de realisatie van de openbare speelen/of sportplek. Inwoners krijgen binnen de kaders van het beleid keuzemogelijkheden over de inrichting van hun speel- en/of sportplek. ACTIE: Bij (her)inrichting wordt de participatieaanpak in hoofdstuk 5.2 gevolgd. 3.2.3.2. Eigen speeltoestellen van bewoners in de openbare ruimte De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid en leefbaarheid in de openbare ruimte. Dit betekent dat de gemeente moet zorgen voor deugdelijke, gekeurde en daarmee veilige speeltoestellen. Deze verantwoordelijkheid van de gemeente voor de openbare ruimte is niet over te dragen aan derden. Volgens het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) is het niet toegestaan om toestellen of bespeelbare objecten zonder door een AKI afgegeven veiligheidscertificaat in openbaar gebied te plaatsen. Speeltoestellen kunnen, wanneer ze niet goed ontworpen, geïnstalleerd of onderhouden zijn, leiden tot ernstige ongevallen zoals vallen, beknelling, of verwondingen.

Een veiligheidscertificaat conform het WAS geeft aan dat het toestel is getest en voldoet aan de wettelijke eisen voor veiligheid van deze toestellen in de openbare ruimte. Het WAS geldt voor alle speeltoestellen in de openbare ruimte, ook als ze door particulieren of andere organisaties zijn geplaatst. Speeltoestellen die voor huishoudelijk gebruik geschikt zijn, vallen onder de Warenwet Speelgoed. Dit zijn bijvoorbeeld trampolines, zwembaden, luchtkussens of speelhuisjes, die particulieren in hun eigen tuin kunnen plaatsen. Plaatst een bewoner dergelijk speeltoestel in de openbare ruimte, waarbij potentieel iedereen er gebruik van kan maken, dan vallen deze toestellen onder het WAS. Omdat deze toestellen niet voldoen aan de wettelijke eisen uit het WAS, zijn ze niet permanent toegestaan in de openbare ruimte. Bij een ongeval kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld. Private speeltoestellen in de openbare ruimte zullen daarom verwijderd moeten worden. ACTIE: De gemeente handhaaft hierop en geeft inwoners de kans om geplaatste objecten binnen een afgesproken tijd zelf te verwijderen alvorens dit als gemeente te doen. De aanpak is in de bijlage 7.4 te vinden.

3.2.3.3. Stimuleren openstelling schoolpleinen De gemeente stimuleert scholen om hun schoolplein (beperkt) open te stellen na schooltijd. Op deze manier hebben kinderen meer mogelijkheden om te spelen en vrienden te ontmoeten. 3.2.3.4. Samenwerking met andere beleidsvelden en partners Het speelruimteplan is integraal verbonden met diverse beleidsvelden binnen de gemeente. Vanuit een brede visie op gezondheid wordt samengewerkt met onder andere het beleidsvelden binnen het ruimtelijke domein, het sociaal domein, sport, groen en klimaatadaptatie. Door de inrichting van de openbare speel- en sportplekken goed af te stemmen dragen deze bij aan gezondheid, leefbaarheid, faciliteren van ontmoeting en de inclusiviteit. De beleidsmedewerker spelen zoekt actief de samenwerking met interne beleidsvelden en externe partners, zoals lokale organisaties en partners zoals SamenMeer, Vrij&Blij of het Sportakkoord. Een nadere uitwerking van de verbindingen met andere beleidsvelden is opgenomen in bijlage 7.1 Verbinding met andere beleidsvelden.

3.3. Korte opsomming van bovenstaande actiepunten

Thema: Goede verdeling en variatie van speelruimte Doel: Een divers en bereikbaar aanbod van speelruimte voor kinderen van 0 tot +/-14 jaar.

Actiepunten vijf-minuten-norm: In buurten die niet voldoen aan de vijf-minuten-norm (200 m tot kleine speeltuin / 400 m tot grote plek), onderzoekt de gemeente mogelijkheden voor nieuwe speelruimte zodra bewoners hier behoefte aan aangeven. Divers speellandschap: Bij elke (her)inrichting wordt gekeken naar het bestaande aanbod in de omgeving om variatie te waarborgen. Toekomstgerichte inrichting: Bij nieuwe ontwerpen worden collega’s van andere beleidsterreinen vroeg betrokken (klimaatadaptatie, biodiversiteit, multifunctioneel gebruik). Kleine speelplekken (0 tot 8 jaar): • Directe omwonenden worden betrokken. • Inrichtingskaders op basis van beleidsrichtlijnen. Grote speelplekken (0 tot +/-14 jaar): • Brede doelgroep betrekken (niet alleen omwonenden). • Kaders met richtlijnen en participatie volgens thema 3. Speelruimte bij nieuwbouw: • • • •

Vanaf 20 woningen: minimaal één speellocatie. Per 50 extra woningen: extra speel-/sportruimte. 5% van de inrichting openbare ruimte is geschikt voor sport en/of spel. Beleidsmedewerker spelen vroeg aanhaken bij projectontwikkeling.

Thema: Speel- en beweegaanbod voor alle inwoners Doel: Een leefomgeving waarin iedereen jong, oud en met/zonder beperking kan spelen, bewegen en ontmoeten.

Actiepunten Inclusieve speel- en sportplekken: • Bij elke (her)inrichting wordt de Inclusietoolbox (bijlage 7.2 Inclusietoolbox) gebruikt. • 100% welkom, 70% bereikbaar, 50% bespeelbaar. Beweegaanbod voor volwassenen/senioren: Waar mogelijk oefenelementen toevoegen (bankjes, brede schommels, enz.). Ruimte voor jongeren: Jongeren worden via het jongerenwerk betrokken bij vernieuwing van sportlocaties.

Thema: Participatie en samenwerking met lokale organisaties Doel: Bewoners en organisaties betrekken bij inrichting, gebruik en beheer van speelplekken. Actiepunten Participatieaanpak bij (her)inrichting: • Participatieaanpak uit hoofdstuk 5.2 volgen. • Inwoners krijgen keuzemogelijkheden binnen beleidskaders (bijv. via ontwerpstemmen). Eigen speeltoestellen in openbare ruimte: • Gemeente handhaaft op basis van het WAS. • Inwoners krijgen eerst de kans toestellen zelf te verwijderen; anders doet de gemeente dit.

Hoofdstuk 4 Financieel Dit hoofdstuk betreft de financiële planning voor de speel- en sportplekken in de gemeente. De planning is tweeledig, en bestaat uit structurele lasten m.b.t. het onderhoud en incidentele investeringen voor de vervangingen. 4.1. Onderhoudskosten Het huidige onderhoudsbudget is toereikend om de bestaande speelplaatsen mee te onderhouden en de veiligheid te borgen. Jaarlijks wordt dit budget verhoogt conform de CBI index. Op het moment dat er uitbreiding van het areaal plaatsvindt dient het onderhoudsbudget te worden verhoogd met 5,5% van de totale toestel- en ondergrondwaarde: • 3% ten behoeve van preventief en operationeel onderhoud • 1% ten behoeve van levensduur verlengend onderhoud • 1,5% ten behoeve van niet-planbaar onderhoud 4.2. Meerjaren investeringsprogramma De volledige vervangingsopgave is geactualiseerd. De prijsstijgingen van speeltoestellen waren hoger dan de index, daarbij bleken de eerder opgenomen bedragen niet compleet en daardoor niet toereikend t.b.v. gelijkwaardige vervanging. In deze actualisatie zijn de volledige kosten voor vervanging opgenomen, inclusief posten zoals risico, voorbereiding, administratie en uitvoeringskosten. Er zijn enkele verschuivingen aangebracht in de vervangingsjaren.

Deze zijn gebaseerd op de huidige staat van de speelplaatsen en op een zo evenwichtig mogelijke spreiding van investeringen in de tijd, om pieken zoveel mogelijk te beperken. Volledig voorkomen is niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld in jaren waarin grote locaties zoals het wijkpark aan vervanging toe zijn. Om de impact te beperken, worden in dergelijke jaren geen andere locaties ingepland. Indien andere projecten of gebiedsontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld Entree-Oost, een duidelijke planning kennen wordt daarbij aansluiting gezocht. In bijlage 7.5 is het meerjaren investeringsprogramma voor de speelplekken opgenomen. Tot en met 2029 zijn de te vervangen speelplekken al opgenomen in de MIP bijbehorende bij de begroting van de gemeente. Deze bedragen dienen te worden verhoogd conform de herberekening bij de eerste BERAP in 2026.

Hoofdstuk 5 Aanpak uitvoering speelruimteplan In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe uitvoering wordt gegeven aan de thema’s, actiepunten, vervangingsopgaven en het beheer vanuit het speelruimteplan. 5.1. Bijstellen vervangingsopgave Op basis van inspecties en de technische staat van de inrichting wordt jaarlijks de lijst bijgesteld van locaties die toe zijn aan een andere inrichting. Zo wordt voorkomen dat er toestellen worden vervangen die nog in prima staat zijn. Ook kan het zijn dat uit de constateringen van de inspectie blijkt dat herinrichting/vervanging eerder nodig is om hoge kosten voor onderhoud te voorkomen. Het vervangjaar van locaties kan daarnaast naar voren of naar achter geschoven worden door deze te koppelen aan bijvoorbeeld grote gebiedsrenovaties of meerdere plekken naast elkaar te clusteren. Deze aanpak is efficiënt voor zowel de kosten van uitvoering (grondwerkzaamheden, aantal participatiemomenten), maar geeft ook de mogelijkheid aan bewoners om mee te denken over de visie van een heel gebied. In het kader van duurzaamheid worden toestellen die bij vernieuwing van een speelplaats nog goed zijn hergebruikt in plaats van vernietigd. 5.2. Stappenplan participatie bij inrichting speelplekken In deze paragraaf worden de stappen uiteengezet welke worden gevolgd bij het inrichten van speelplekken.

5.2.1. Stappenplan • Kaders: De gemeente stelt kaders op. Deze kaders zijn in lijn met de uitgangspunten uit het speelruimteplan, de financiële planning en andere relevante beleidsvelden én afgestemd op de locatie en eventueel al aanwezige voorziening in de buurt. • Participatie kleine speelplek: De gemeente nodigt direct omwonenden uit om mee te denken over de inrichting van de plek. Dit kan fysiek als bijeenkomst of online via een online ontwerptool of enquête. • Participatie grote speelplek: De gemeente nodigt omwonenden uit een groter gebied uit om mee te denken over de inrichting van de plek. Situatie afhankelijk kunnen ook specifieke doelgroepen zoals jongeren of ouderen worden uitgenodigd. Dit kan fysiek als bijeenkomst of online via een online ontwerptool of enquête. • Wensen vanuit de participatie: De gemeente stelt naar aanleiding van de gestelde kaders én de wensen die voortkomen uit de participatie een PvE op en nodigt minimaal twee leveranciers en/of ontwerpbureaus uit een ontwerp te maken. • Keuze ontwerp: De gemeente legt de ontwerpen terug bij de bewoners voor een stemming. Op basis van deze stemming wordt het definitieve ontwerp gekozen. Meeste stemmen gelden. De gemeente communiceert naar de deelnemers van participatie welk ontwerp is gekozen.

• Uitvoering: De gemeente laat het gekozen ontwerp realiseren en houdt inwoners op de hoogte wanneer de werkzaamheden starten en hoe lang deze duren. Idealiter zit er niet meer dan twaalf maanden tussen participatie en realisatie. • Uitzonderingen: Het college is bevoegd om, indien de omstandigheden dit eisen, af te wijken van dit stappenplan.

Beleids- en financiele kaders

Participatie (ophalen wensen)

Opstellen PvE

Min. 2 ontwerpen laten maken

5.2.2. Plan van Eisen Onderstaande elementen zijn minimaal opgenomen in het PvE. • • • • • • • • • • •

Locatienaam & foto Beschikbaar budget Doelgroep(en) Planning Civiele en technische relevante zaken Huidige inrichting (bijv. hergebruik?) Afmetingen beschikbare ruimte Groen/bestrating Meubilair Beleidskaders Wensen vanuit participatie

Ontwerpen ter stemming voorleggen

Realisatie

5.3. Meldingen inwoners Meldingen over gebreken of vandalisme op speelplekken worden altijd zo snel mogelijk opgepakt, de veiligheid van een speelplaats heeft hoge prioriteit. Als er wensen of verzoeken van bewoners binnenkomen bij de gemeente om locaties te vernieuwen of veranderen dan beoordeelt de gemeente deze aan de hand van het speelruimteplan. 5.4. Beheer en onderhoud Het onderhouden van het speelareaal kent verschillende maatregelen. Het meeste werk is planbaar en van cyclische aard. De werkzaamheden hebben een preventief en operationeel karakter. Daarnaast onderscheiden we binnen het planbare onderhoud ook het levensduurverlengende onderhoud. Dit betreft vooral tussentijds verbeterwerk om toestelvervanging te rekken. Nietplanbaar onderhoud betreft met name maatregelen die niet waren te voorzien zoals vandalisme. 5.4.1. Wettelijk kader Het voorzien in formele speelplekken is bovenal een aanbeveling om buitenspelen te faciliteren en te stimuleren. Voor de inrichting van de formele speelplekken is specifieke wetgeving vastgesteld in de vorm van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Hierin komen de volgende zaken onder andere aan bod: • Taakverantwoordelijkheid: Iedereen die te maken heeft met de ontwikkeling, het beheer of de (veiligheid) inspecties van speelruimte en -toestellen moet zich aan het WAS houden.

• Veiligheidsverplichtingen: In het WAS staat dat speelplekken en de toestellen veilig moeten zijn, bij plaatsing en in beheer. • Normen: Er wordt verwezen naar de Europese normen voor speeltoestellen (o.a. EN 1176). Als een toestel voldoet aan de gestelde normen, wordt verondersteld dat het toestel veilig is. Een producent of beheerder kan ook op een andere wijze voldoen aan het vereiste veiligheidsniveau (bijvoorbeeld door een risicoanalyse uit te laten voeren). Dit dient dan wel te worden geregistreerd. • Periodieke inspectieplicht: Om tijdens de levensduur van een speelplek te voldoen aan het WAS moeten speeltoestellen aantoonbaar periodiek geïnspecteerd en goed onderhouden worden. • Registratieplicht: Van elke speelplek en elk speeltoestel moet een (digitale of fysieke) registratie bijgehouden worden van de inspecties en het onderhoud maar ook van bijvoorbeeld reparaties en ongevallen en bijbehorende documenten zoals certificering. Sinds de herziening van het WAS in 2023 controleert de NWVA vaker en meer gemeenten. Indien niet wordt voldaan dan volgt een waarschuwing en/of boete. In de komende jaren is de verwachting dat de controle-intensiteit verder toeneemt. 5.4.2. Inspecties Door vakkundig en regelmatig onderhoud, blijft de openbare speelruimte van goede kwaliteit. De speel- en sportplekken in de gemeente worden planmatig beheerd.

Dit houdt in dat er diverse inspectierondes op vaste momenten plaatsvinden en dat naar aanleiding van constateringen operationeel onderhoud wordt uitgevoerd om de veiligheid van de voorzieningen te waarborgen.

5.4.3. Preventief onderhoud Het preventieve onderhoud is gericht op het voorkomen van onveilige situaties en van belang voor de duurzaamheid van de speeltoestellen en valondergronden. Bij dit onderhoud gaat het bijvoorbeeld om het reinigen van speeltoestellen en ondergronden zodat slijtage door bijv. algenaanslag voorkomen wordt. Het preventieve onderhoud wordt op regelmatige basis uitgevoerd. 5.4.4. Operationeel onderhoud Het operationele onderhoud heeft betrekking op het onderhoud dat nodig is zodat de speeltoestellen goed functioneren. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan: controle en zo nodig het aandraaien van bouten/moeren, vervangen van scharnieren en verwijderen van splinters. Voor valondergronden betreft dit bijvoorbeeld het aanvullen van losse ondergronden zodat deze weer aan de veiligheidseisen voldoet of het herstarten van (schuine) tegels met kieren en het bezanden en opborstelen van kunstgras. Dit gebeurt gedurende het gehele jaar a.d.h.v. meldingen en de periodieke inspecties.

5.4.5. Levensduurverlengend onderhoud Met een ouder wordend speelareaal en het mogelijk uitstellen van toestelvervanging en/of het herinrichten van speelplekken zal er steeds meer rekening gehouden moeten worden met extra onderhoud. Levensverlengend onderhoud is noodzakelijk om toestellen in een goede en veilige conditie te houden als de levensduur van een toestel is verstreken. Het bestaat uit het preventief uitvoeren van extra onderhoud (bijvoorbeeld smeren van lagers) en het vervangen van grotere onderdelen, zoals staanders, bordessen en delen van een ondergrond. Hiermee kunnen kostbare ingrepen worden uitgesteld met enkele jaren. Aanbevolen wordt dit niet zonder grondige inspectie en risicoafweging toe te passen op oude speeltoestellen (ouder dan 15 jaar) i.v.m. veiligheidsrisico’s. 5.4.6. Niet-planbaar onderhoud, onvoorzien onderhoud/calamiteitenzorg Dit betreft onderhoud dat onverwachts nodig blijkt, bijvoorbeeld bij schade of een gevaarlijke situatie die direct of binnen korte tijd moet worden opgelost om de veiligheid te garanderen. Oorzaken hiervan kunnen zijn: vandalisme, stormschade, onverwacht snelle slijtage of andere externe factoren.

Hoofdstuk 6 Verwijzingen Gemeente Landsmeer. (2017). Samen Beter Buiten Spelen 2017-2022. Landsmeer. Gemeente Landsmeer. (2021). Schakelen naar toekomstbestendig groen, Beleidsplan groenbeheer. Landsmeer. Gemeente Landsmeer. (2021). Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2021-2024. Landsmeer. Gemeente Landsmeer. (2024). Sociaal en Vitaal Landsmeer, Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein 2024-2028. Landsmeer. Gemeente Landsmeer. (2024). Uitvoeringsprogramma SPUK GALA. Landsmeer. Gemeente Landsmeer. (2025). LandsMeer in beweging, het sportbeleid voor een actieve samenleving 2025-2029. Landsmeer. Gemeente Landsmeer. (2025). Omgevingsvisie Landsmeer. Landsmeer. Kernteam Sportakkoord Landsmeer. (2023). Sportakkoord 2.0, Sport versterkt 2023-2026. Landsmeer.

Hoofdstuk 7 Bijlagen

7.1. Verbinding met andere beleidsvelden Dit hoofdstuk licht de integrale aansluiting van het speelruimteplan toe bij diverse andere beleidsstukken van de gemeente. Vanuit de brede visie op gezondheid, krijgt het stimuleren van bewegen en gezonde keuzes in alle aspecten van het leven steeds meer aandacht. Niet alleen het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) maar ook de invoering van de Omgevingswet geeft aan dit denken een nieuwe stimulans. Als de fysieke inrichting en sociale structuren mensen verleiden om te bewegen en te spelen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten dan draagt dit bij aan de gezondheid. De fysieke en sociale leefomgeving vormen zo een instrument dat kan bijdragen aan de vermindering van bijvoorbeeld eenzaamheid, overgewicht en daaraan gerelateerde ziekten, zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Dit ligt in lijn met de invoering van de nieuwe omgevingswet, waarbij meer aandacht wordt gevraagd voor gezondheid in de openbare ruimte. Het speelruimteplan vindt aansluiting bij tal van beleid binnen de gemeente Landsmeer als het gaat om bijvoorbeeld groen, leefbaarheid en de gezondheid van de inwoners. Dit beleid doet uitspraken over het openbaar speel- en beweegaanbod, de inpassing van groen en heeft gedeelde doelstellingen met dit speelruimteplan. Waar er raakvlakken zijn, zijn onderdelen opgenomen in de thema’s en uitgangspunten.

Hieronder een overzicht: Thema

Beleid

Uitgangspunt

Goede verdeling en variatie van speelruimte

Omgevingsvisie, sportakkoord 2.0, beleidsplan groenbeheer, uitvoeringsagenda klimaatadaptatie, sport- en beweegnota

3.2.1.1 3.2.1.2 3.2.1.3 3.2.1.4 3.2.1.5 3.2.1.6

Speel- en beweegaanbod voor alle inwoners

Omgevingsvisie, meerjarenbeleidsplan sociaal domein, sportakkoord 2.0, beleidsplan groenbeheer, Sport- en beweegnota en uitvoeringsprogramma SPUK GALA.

3.2.2.1 3.2.2.2

Participatie-aanpak en samenwerking met lokale organisaties

Omgevingsvisie, sport- en beweegnota, uitvoeringsprogramma SPUK GALA,

3.2.3.1 3.2.3.2 3.2.3.4

Omgevingsvisie Landsmeer (2025) Het Speelruimteplan sluit aan bij verschillende thema’s uit de Omgevingsvisie Landsmeer (2025). Hieronder de thema’s en bijbehorende punten waar dit plan op aansluit: • Groen en natuur in de dorpen en linten. Groen nodigt uit om te bewegen en ontmoeten, we verbinden sport, spelen en bewegen in de (groene) openbare ruimte.

• Leefbaarheid bevorderen. “Behoud van voldoende (goed onderhouden) openbare voorzieningen m.b.t. onderwijs, zorg, groen, sporten en spelen, bewegen en ontspannen. Zorgen voor voldoende sport- en speelplaatsen” • Gezondheid bevorderen. “De fysieke inrichting en sociale structuren zodanig inrichten dat we daarmee mensen verleiden tot een gezonde leefstijl (ruimte om te bewegen en te spelen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten). … verbinden van sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte. We investeren in bijvoorbeeld het op orde houden van speelplaatsen, beweeg- en sportlocaties, veilige wandel- en fietsroutes en bankjes.” • Sportgebied – Zoekgebied intensivering. “Behoud van voldoende eigentijdse toegankelijke speel-, beweeg- en sportruimte, verenigingsleven en maatschappelijke voorzieningen. …. Optimaal benutten van sport- en recreatiegebieden door multifunctionele inzet en deelgebruik.”

Sociaal en vitaal Landsmeer, Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein 2024-2028 (2025) Het sociaal domein heeft als doel de algehele gezondheid van inwoners te verbeteren en geeft daarom ook adviezen voor de inrichting van de leefomgeving, waaronder de speelruimte (Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein, 2024): Leefomgeving. “Een prettige en gezonde leefomgeving nodigt uit tot bewegen, spelen, ontmoeten en recreëren...” Het sociaal domein adviseert waar en hoe in het ruimtelijk domein de inrichting van de openbare hand in hand gaat met verbetering van de algehele gezondheid. Als het gaat om gezondheid staan preventie en meedoen voorop. Dit vanuit het besef dat gezondheid meer is dan ziek of niet ziek zijn, maar ook beïnvloed wordt door andere factoren zoals sociale contacten, zingeving en fysieke omgeving. Het denken over gezondheid is de laatste jaren verschoven van aandacht voor het ziek-zijn, naar het voorkomen daarvan en het benadrukken van dat wat wel kan. Vanuit deze brede kijk op gezondheid is steeds meer aandacht voor positieve gezondheid: een visie waarin gezondheid niet alleen het fysieke, maar ook het sociale en mentale welzijn omvat. Preventie, maatwerk en differentiatie sluiten aan bij de regionale gezondheidsvisie van de GGD Zaanstreek-Waterland, die in samenspraak met de gemeenten is opgesteld.

De gemeenten en GGD in Zaanstreek-Waterland willen hun inwoners helpen zich positief gezond(er) te voelen en gezonde keuzes te maken, in een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag.

Sport versterkt, Sportakkoord 2.0 (2023) Het Sportakkoord 2.0 (2023) heeft als doel een leven lang plezier in bewegen te stimuleren door onder andere deelname laagdrempeliger te maken. Wat betreft de speelruimte hebben zij belang bij openbare voorzieningen die goed onderhouden zijn en waarbij inrichting uitdaagt tot beweging: • Het fundament op orde. “Wanneer accommodaties, speeltuinen en andere hardware op orde zijn en uitdagen om te bewegen dan maak je het makkelijker voor mensen om hier gebruik van te maken.” • Ruimte voor sport en bewegen. “…we streven naar een uitdagende omgeving waar mensen laagdrempelig kunnen bewegen. Bij het vormen van een omgevingsvisie is het efficiënt en

effectief om de omgeving beweegvriendelijk in te richten. Een beweegvriendelijke omgeving is een leefomgeving die mensen faciliteert, stimuleert en uitdaagt om te gaan bewegen.”

LandsMeer in beweging, het sportbeleid voor een actieve samenleving 20262029 (2025) Er is de sport- en beweegnota aandacht voor een beweegvriendelijke leefomgeving om met name jongeren en senioren te stimuleren om op een laagdrempelige manier te bewegen in de openbare ruimte: • Focus doelgroepen zijn de jeugd (12-16) en senioren (65+). Beiden doelgroepen hebben baat bij laagdrempelige flexibele voorzieningen in de openbare ruimte. • Veranderende sportvoorkeuren en opkomst van informele sport. Nieuwe trends vragen om een goede infrastructuur en voldoende laagdrempelige beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. • “Ambitie 3: Beweegvriendelijke sport- en beweegomgeving: • Multifunctionele buitenruimtes, waar spelen en sporten elkaar versterken. • Meer spontane en informele beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. • Beter toegankelijke sport- en beweegvoorzieningen, voor jong en oud. • Een logisch beweegnetwerk, waarin sportaccommodaties, beweegplekken en beweegroutes met elkaar verbonden zijn.

• Duurzame en toekomstbestendige sportinfrastructuur, waarbij accommodaties en openbare ruimten slim worden benut en onderhouden.” • “Ambitie 7: De jeugd en senioren zijn vaardig in bewegen: Om…-jongeren van 12-18 jaar-…betrokken te houden, zetten we in op laagdrempelige en flexibele sportmogelijkheden dicht bij huis… Door samen te werken aan een beweegvriendelijke omgeving en passend aanbod, zorgen we ervoor dat de jeugd én senioren vaardig blijven in bewegen. Zo bouwen we aan een vitaal Landsmeer, waarin iedereen mee kan doen.”

Schakelen naar toekomstbestendig groen, Beleidsplan groenbeheer (2021) In het Beleidsplan groenbeheer (2021) wordt de rol van het groen in Landsmeer om te beleven en het stimuleren van bewegen genoemd: • Uitgangspunt bij het vergroten van de beleveniswaarde is het uitbreiden en stimuleren van beweegmogelijkheden in het groen in de wijken (wandel- en fietsroutes en natuurlijke speelplekken). • Beleidslijn 13: “Groenvoorzieningen dragen bij aan het stimuleren van de beweegmogelijkheden voor vooral spelen, wandelen en fietsen”.

Uitvoeringsprogramma SPUK GALA (2024) Verbinding Brede SPUK en GALA onderdelen/doelen: • • • • • •

terugdringen gezondheidsachterstanden; een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; het versterken van (de verbinding met) de sociale basis; een gezonde leefstijl; versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid; vitaal ouder worden.

7.2. Inclusietoolbox Om de opbouw van een inclusieve speel- of sportplek duidelijk weer te kunnen geven, is de inclusiviteitspiramide ontwikkeld. De 100-70-50 richtlijn (VNG) vormt de basis van deze piramide: iedereen voelt zich 100% welkom op de plek, 70% van de plek is bereikbaar en toegankelijk voor iedereen, en 50% van de speelaanleidingen en toestellen moet bespeelbaar zijn voor ieder kind. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de piramide is opgebouwd en gebruikt kan worden bij het beoordelen en herinrichten van een speel- of sportplek.

Stap 1: de onderste laag – 100% welkom Zonder een stevige fundatie kan er niets gebouwd worden. De basis van een goede inclusieve speelof sportplek wordt gevormd door de 100% welkom richtlijn. Als een bewoner (jong of oud) zich niet welkom voelt op een locatie, zal hij/zij de locatie ook niet bezoeken. Een goede locatie is niet alleen fysiek goed bereikbaar maar ook de software is in orde. Wanneer een speel- of sportplek wordt beoordeeld of opnieuw wordt ingericht zijn de volgende vragen van belang: • Is de locatie bereikbaar? Het gaat hierbij om de fysieke inrichting van de omliggende openbare ruimte. Kan een bewoner met een beperking de locatie veilig en makkelijk bereiken? • Nodigt de locatie uit tot sport en spel? Hierbij is het gevoel belangrijk. Is de locatie schoon en veilig? Zijn er ook anderen aan het spelen/sport? Is er voldoende aantrekkelijk sport- en/of spelaanbod?

Stap 2: de middelste laag - 70% bereikbaar Als de onderste laag op orde is, is het aanpakken van de inrichting de volgende stap. De 70% bereikbaarheid-eis houdt in dat 70% van de locatie bereikbaar is voor een bewoner met een beperking. Dit kan een bewoner in een rolstoel zijn maar ook een kind met een visuele beperking of een jongere met een stoornis binnen het autisme spectrum. Iedere beperking vraagt om andere aanpassingen. De basisbenodigdheden zijn verharde paden en ondergronden, voldoende zitgelegenheid en een geschikte ingang. Verdere aanpassingen worden bepaald in overleg met de (toekomstige) gebruikers. Belangrijke vragen bij de beoordeling en/of herinrichting zijn: • Zijn de paden en ondergronden geschikt voor mindervaliden? Deze moeten niet alleen verhard zijn maar ook breed genoeg en vrij van obstakels. • Is de routing duidelijk? Lopen er geen paden dood? Is duidelijk welk pad genomen moet worden om ergens te komen? Is het verschil tussen pad en valondergrond duidelijk? • Zijn toestellen en zitmogelijkheden bereikbaar? Zijn er geen opstaande/verhoogde randen of andere obstakels? Is er een doorgaand pad tussen ingang, zitgelegenheid en speel-/sporttoestellen? • Is er voldoende overzicht? Kinderen met een beperking zullen vaak met een begeleider komen.

Voor beide is het belangrijk dat de locatie goed overzichtelijk is zodat kinderen op een veilige manier op ontdekking uit kunnen gaan. Ook voor bewoners met een geestelijke beperking is het prettig als een locatie overzichtelijk is en daarmee veilig aanvoelt.

Stap 3: de bovenste laag - 50% bespeelbaar Wanneer de onderliggende lagen op orde zijn, kan men gaan kijken naar de toestelkeuze. Dit hoeven niet allemaal speciaal ontworpen inclusieve speeltoestellen te zijn. Deze nodigen juist niet uit tot samenspel. Als we het hebben over de bespeelbaarheid van de locatie kijken we naar zowel de speel- en sporttoestellen als de speelaanleidingen. Bij deze laag zijn twee vragen belangrijk: • Zijn er mogelijkheden voor samenspel Samenspel tussen bewoners met en zonder handicap is het belangrijkste doel van een inclusieve speel of sportlocatie. Speeltoestellen moeten daarom uitdaging en plezier bieden aan alle kinderen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een mandschommel, een taludglijbaan of een combinatietoestel met een luie trap. Ook de materiaalkeuze is belangrijk. Zand en water wordt door alle kinderen leuk gevonden en een toegankelijke waterpomp of zandspeeltafel bieden daarom veel mogelijkheden tot samenspel. • Zijn er toegankelijke speel- en/of sporttoestellen? Er zijn verschillende inclusieve speeltoestellen op de markt die een belangrijke plek kunnen krijgen in een inclusieve speeltuin. Toch zijn deze niet altijd nodig of gewenst. Met behulp van participatie kan onderzocht worden welke speel- en sportbehoeften er zijn bij de (toekomstige) gebruikers van een locatie.

Wanneer dit duidelijk is kan gekeken worden welke bijpassende toestellen goed toegankelijk zijn. Houdt hierbij niet alleen rekening met rolstoelgebruikers maar ook met visueel beperkten en bewoners met een geestelijke beperking.

7.3. Type locaties en inrichtingsrichtlijnen Een overzicht van de type locaties die worden onderscheiden in dit plan. Deze richtlijnen kunnen worden gebruikt bij herinrichting en als inrichtingseisen bij het aanleggen van nieuwe plekken (nieuwbouw). De richtlijn is dat 10% van het totale oppervlakte van een buurt dient te worden gebruikt als speel- en beweegruimte, dit is inclusief informele speelruimte zoals gazons etc. 7.3.1. Kleine speeltuin • • • • • •

Bereik: Direct omwonenden Doelgroep: 0-8 jaar Locaties: 1 op maximaal 200 meter (5 minuten lopen) van iedere woning. Ruimte: tot ca. 500 m2 Functie: Spelen Inrichting: • Spelen: Toestellen geschikt voor 0–8 jaar; variatie binnen de buurt gewenst (afwisselend spelaanbod). • Ontmoeten: Beperkt; eventueel een zitbank voor ouders of begeleiders. • Inclusiviteit: Basisvoorzieningen (zachte ondergrond, goed toegankelijke toegang). • Richtbudget: € 40.000,-

7.3.2. Grote speeltuin • • • • • • •

Bereik: Gehele buurt Doelgroep: 0-14 jaar Locaties: 1 op maximaal 400 meter (5-10 minuten lopen) van iedere woning. Ruimte: Vanaf 750 tot ca. 1.000 m2 Functie: Spelen, bewegen en ontmoeten Spelen: Uitdagende toestellen voor 0 t/m 14 jaar gericht op samenspel Inrichting: • Spelen: Uitdagende toestellen voor 0–14 jaar, gericht op samenspel. • Bewegen: Minimaal één sportieve voorziening (bijv. trapveldje met mididoelen of 3x3 basketbalveld). • Ontmoeten: Zitgelegenheid in zon én schaduw. • Inclusiviteit: Brede ingangen, verharding, ondergronden geschikt voor rolstoelgebruikers, voldoende zitplekken. • Richtbudget: € 100.000,-

7.3.3. Grote wijkplek/park • • • • • • •

Bereik: Gehele kern of wijk Doelgroep: Alle leeftijden Locaties: 1 per kern Ruimte: Vanaf 2.000 tot ca. 5.000 m2 afhankelijk van inrichting Functie: Spelen, bewegen en ontmoeten Spelen: Uitdagende toestellen voor 0 t/m 14 jaar gericht op samenspel Inrichting: • Spelen: Uitdagend aanbod voor 0–14 jaar, gericht op samenspel. • Bewegen: Robuuste voorzieningen geschikt voor intensief gebruik en meerdere leeftijden. • Ontmoeten: Aantrekkelijke verblijfsruimte met voldoende zitgelegenheid en groen. • Inclusiviteit: Brede toegang, verharding, (deels) toegankelijke toestellen, voldoende zitgelegenheid. • Richtbudget: Ca. € 200.000,- (afhankelijk van inrichting) 7.3.4. Sportplekken • • • • • •

Bereik: Omliggende buurt Doelgroep: Alle leeftijden Locaties: Afhankelijk van sportaanbod in de speelbuurt of kern Ruimte: Afhankelijk van type sport en grootte van plek Functie: Sporten Inrichting: • Beweging: Sportvormen afstemmen met aanbod in de wijk en vraag vanuit bewoners • Inclusiviteit: Toegankelijk voor alle leeftijden • Richtbudget: Afhankelijk van type sport en omvang van plek

7.3.5. Omvormlocaties • • • • • •

Bereik: Direct omwonenden Doelgroep: 0-4 jaar Locaties: In speelbuurten met een hoge dichtheid aan speelplekken Ruimte: Wisselend Functie: Spelen en/of ontmoeten Inrichting: • Spelen: Een flexibele inrichting zonder speeltoestellen, eventueel met speelaanleidingen. • Ontmoeting: Een alternatieve inrichting is ook mogelijk. Bijvoorbeeld om ontmoeting te stimuleren (buurtmoestuin, groene ontmoetingsplek, etc.) • Richtbudget: € 20.000,• Overig: Deze locaties zijn ook geschikt voor adoptie door de buurt.

Overzicht type locaties Type locatie

Bereik

Doelgroep

Gemiddelde afstand

Gemiddelde grootte

Functie

Kleine speeltuin

Omwonenden

0 - 8 jaar

≤ 200 m

100-500 m²

Spelen

Grote speeltuin

Buurt

0 - 14 jaar

≤ 400 m

750-1.000 m²

Spelen, bewegen, ontmoeten

Grote wijkplek

Wijk/kern

Alle leeftijden

1 per kern

2.000-5.000 m²

Spelen, bewegen, ontmoeten

Sportplek

Buurt of kern

Alle leeftijden

Afhankelijk van Variabel aanbod

Sport, bewegen

Omvormlocatie

Omwonenden

0 - 4 jaar / buurt

Variabel

Spelen en/of ontmoeten

Wisselend

7.4. Handhavingsproces particuliere toestellen

7.5. Meerjaren investeringsprogramma

7.6. Uitvoeringskaarten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=2c66f39d-5df3-487e-a1e4-56ba92478d28