02 Bijlage Reactie Adviesraad sociaal domein
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein 7 november 2025 Landsmeer t.a.v. het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Landsmeer Betreft: Gevraagd advies over de Verordening jeugdhulp gemeente Landsmeer 2026
Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Hierbij ontvangt u het gevraagde advies van de Adviesraad Sociaal Domein ten aanzien van de nieuwe verordening Jeugd. Allereerst geven we een aantal algemene reflecties op de verordening. Vervolgens gaan we nader in op enkele thema’s die de ASD belangrijk vindt. Tot slot plaatsen we nog een aantal artikelsgewijze opmerkingen. Algemeen De ASD constateert allereerst dat de verordening, die gebaseerd is op de modelverordening van de VNG en is opgesteld voor de regio Zaanstreek-Waterland, nu is toegespitst op de lokale context van Landsmeer. Zo komt het Middelpunt als centraal loket nu wel terug in de verordening. Het is goed dat u deze vertaling naar de lokale situatie in Landsmeer heeft kunnen maken. Verder heeft de betrokken beleidsmedewerker de ASD in april van dit jaar uitgelegd dat de belangrijkste wijziging ten opzichte van de vorige verordening de aanpassing in artikel 4.6 betreft, waarin duidelijker de primaire verantwoordelijkheid van de ouders voor de opvoeding, ook onder moeilijke omstandigheden, beschreven staat. De ASD kan deze redenering volgen. Hierbij roepen we de gemeente wel op om, indien er geen individuele voorziening wordt verstrekt, toch zo goed mogelijk met ouders mee te denken en ze door te verwijzen naar andere instanties waar ze eventueel de hulp kunnen krijgen die ze zoeken.
Wij adviseren om goed in te schatten wat er nodig is om mensen de ondersteuning te bieden zodat de problemen op de juiste manier worden opgepakt. Wees dus als gemeente ook mild en behulpzaam voor mensen die niet in aanmerking komen voor hulp, is ons advies. Anders gezegd: de veerkracht van mensen is net zo belangrijk als hun eigen kracht, en daar kan de gemeente een rol in spelen. De ASD is de mening toegedaan dat er een verordening voorligt die de jeugdhulp voor kwetsbare kinderen en jongeren op een zo een verantwoord mogelijke manier inricht. De ASD is positief over de wijze waarop de verordening verbeterd is. Wij geven u graag de onderstaande punten nog mee. Eén aanspreekpunt De ASD acht het van belang dat er één aanspreekpunt is voor ouders, dat dan de verdere contacten met de andere partijen onderhoudt, om cliënten te ontzorgen en goed te ondersteunen. Wanneer door gemeente, Middelpunt en andere hulpinstanties niet goed wordt samengewerkt, staat dit namelijk de goede hulp en ondersteuning van de cliënt in de weg en kan dit leiden tot onzekerheid en frustratie. De ASD adviseert het College daarom ook om deze samenwerking tussen instanties goed te faciliteren en te waarborgen, door middel van één aanspreekpunt. Controle en toezicht De ASD begrijpt dat de gemeente maatregelen moet treffen om oneigenlijk gebruik van middelen en voorzieningen tegen te gaan.
Het toeslagenschandaal heeft echter laten zien wat er kan gebeuren als 1
de pendule te veel naar de fraudebestrijding doorslaat. De ASD spoort de gemeente aan om ervoor te zorgen dat het toezicht op de verordening ook allereerst mens- in plaats van proceduregericht is. Bezie het vanuit het perspectief van de gezinnen die gebruik maken van voorzieningen op basis van de verordening. Laat controle en toezicht voor hen niet nog een bron van stress en frustratie zijn. Het kan bovendien voorkomen dat inwoners naar eer en geweten handelen maar een fout maken. In dit licht willen we u wijzen op het initiatief dat inwoners van de gemeente Amsterdam het ‘recht op een fout’ heeft gegeven. Burgers hebben het recht om zich te vergissen en hun fout te herstellen, zonder dat daaraan meteen harde consequenties worden verbonden. De ASD raadt het College aan om te verkennen of dit goede initiatief ook in Landsmeer kan worden ingevoerd. Afstemming jeugdhulp en andere voorzieningen Hoofdstuk 8 van de verordening gaat over de afstemming van voorzieningen vanuit de verordening jeugdhulp met andere vormen van hulp en ondersteuning, zoals de wet kinderopvang en de wet maatschappelijke ondersteuning. Dit is belangrijk, aangezien verschillende overheids- en zorginstanties elkaar moeten kunnen versterken en aanvullen, in plaats van dubbel werk te doen of naar elkaar te wijzen zonder dat de noodzakelijke hulp geboden wordt.
Dit is bijvoorbeeld van belang wanneer een persoon 18 jaar wordt en dan niet meer onder de onderhavige verordening maar onder de wet maatschappelijke ondersteuning valt. Het helpt hierbij dat Landsmeer een kleine gemeente is, waarbij de verschillende instanties en betrokken medewerkers elkaar goed weten te vinden. De realiteit is echter dat de gemeente Landsmeer zal moeten fuseren met (een) omliggende gemeente(n) om haar taken te kunnen blijven uitvoeren. De ASD hecht er waarde aan om u nu al aan te sporen om te anticiperen op wat een gemeentelijke fusie zou kunnen betekenen voor de manier waarop verschillende zorg- en hulpinstanties met elkaar samenwerken. Ook dan moeten instanties elkaar immers goed kunnen blijven vinden. Toegankelijkheid van de voorzieningen Tijdens de vergadering van de ASD van 22 april jl. ging de betrokken beleidsmedewerker in op de vraag hoe de voorzieningen uit de verordening toegankelijk worden gemaakt voor mensen die er mogelijk gebruik van kunnen maken. De verordening en de bepalingen daarin zijn immers niet in eenvoudig Nederlands verwoord. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat mensen de voorzieningen weten te vinden en begrijpen wat deze inhouden? Het is goed dat inwoners hierbij cliëntondersteuning kunnen krijgen. En dat er blauwe vakken in de toelichting staan met een beschrijving van het betreffende artikel in eenvoudig Nederlands.
De ASD adviseert de gemeente verder goed te kijken naar de manieren waarop zij (informatie over) de voorzieningen toegankelijk maakt voor mogelijke gebruikers. Artikel 2.5: Veilig Thuis In artikel 2.5 van de verordening wordt gerefereerd aan het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Veilig Thuis Zaansteek-Waterland (Veilig Thuis). Het valt de ASD op dat in de omschrijving van de taken van Veilig Thuis alleen fysiek geweld expliciet wordt genoemd. De ASD mist in de beschrijving de opname van psychische mishandeling, die vooraf of hand in hand kan gaan met geweld. In die gevallen moet Veilig Thuis immers ook onderzoek kunnen doen en waar nodig handelen. Wat de ASD betreft moet dit nog worden aangevuld in de verordening. Artikel 2.10: Voorbeeld in de toelichting Zoals gezegd vindt de ASD het een goede zaak dat er in de toelichting op de verordening in de blauwe vakken ook in meer toegankelijke taal wordt beschreven wat er in de verschillende artikelen staat. In 2
de toelichting op artikel 2.10 staat in het blauwe vak een voorbeeld genoemd van een jongere die vanwege slaapproblemen hoog-specialistische hulp krijgt. De ASD zou aan het College willen meegeven om dit voorbeeld verder te verduidelijken, of hierbij een ander voorbeeld te gebruiken. Wat de ASD betreft verduidelijkt (de huidige formulering van) dit voorbeeld namelijk de werking en de reikwijdte van het artikel niet voldoende. Artikel 4.6: Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen De verordening neemt de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van ouders als uitgangspunt. Allereerst wordt van ouders verwacht dat zij alles op alles zetten om de verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en zorg van hun kind. Pas als het echt niet meer gaat, komen zij in aanmerking voor hulp en voorzieningen op basis van de verordening. Artikel 4.6 specificeert dat uit een onderzoek van het College moet blijken of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders toereikend zijn om zorg te dragen voor hun kind. De ASD kan echter uit de verordening niet duidelijk opmaken hoe dit onderzoek wordt uitgevoerd, door wie, en op basis van welke criteria.
Ook artikel 4.1 in de verordening, betreffende het onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van aanvragers, maakt niet duidelijk op welke gronden beoordeeld wordt of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) voldoende zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Van dit onderzoek hangt echter nogal wat af. Voor ouders betekent het het verschil tussen hulp krijgen of het zelf moeten uitzoeken. Dan zou de wijze waarop deze beoordeling tot stand komt volgens de ASD ook transparanter moeten zijn. De ASD vertrouwt er evenwel op dat de zorgregisseurs als professionals goed in staat zijn om met ouders te bepalen wat zij zelf kunnen doen en waar professionele ondersteuning nodig is. De ASD wil ook geenszins adviseren de ruimte voor de afwegingen in de uitvoering in te perken met protocollen. Wel zijn we van mening dat het afwegingskader, op basis waarvan deze belangrijke beslissingen worden genomen door de professionals, duidelijk en bekend moet zijn voor mogelijke gebruikers en de samenleving. De ASD raadt daarom aan om hierover meer duidelijkheid te geven in de toelichting op de verordening. Artikel 11.1: Hardheidsclausule De ASD hecht eraan expliciet te benadrukken dat zij het een goede zaak vindt dat de verordening een hardheidsclausule bevat.
Hardheidsclausules kunnen wetten en regelgeving minder hardvochtig maken, waardoor in schrijnende gevallen toch een goede oplossing kan worden gevonden. Het ontbreken van een dergelijke clausule in de fraudewetgeving is bijvoorbeeld een van de oorzaken van het toeslagenschandaal geweest, waarin ouders grote bedragen kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen. Het is goed dat het College de mogelijkheid heeft om onder onvoorziene en schrijnende omstandigheden, waarin de bestaande regelgeving tekort zou schieten, van de verordening kan afwijken. Om zo de regels voor en niet tegen de mensen in Landsmeer te laten werken. Zeker aangezien de verordening betrekking heeft op kwetsbare kinderen en gezinnen binnen onze gemeenschap, acht de ASD dit belangrijk. Artikel 11.2: Evaluatie Dit artikel stelt dat het College binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening een evaluatie zal uitvoeren. Op basis van welke indicatoren zal de gemeente deze evaluatie uitvoeren? In andere woorden, hoe gaat het College vaststellen of de doelstellingen van de verordening gehaald 3
zijn? Dit is essentieel, aangezien op basis van deze evaluatie de gemeenteraad kan beoordelen in hoeverre de verordening goed werkt in de praktijk. De ASD raadt het College dus aan om de indicatoren op basis waarvan de evaluatie vormgegeven zal worden, op te nemen in de toelichting op de verordening. Tevens raadt de ASD de gemeente aan om regelmatiger dan elke twee jaar over de voortgang te rapporteren, bijvoorbeeld door midden van tussenrapportages. Afsluiting Tot slot willen we u bedanken voor de gelegenheid om tijdig advies uit te kunnen brengen op deze verordening. Mocht u over dit advies nog vragen hebben, dan zijn we van harte bereid nadere toelichting te geven. We zien uw reactie op dit advies graag tegemoet. Hoogachtend, De Adviesraad Sociaal Domein
4