02. Bijlage Rapportage Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
9-9-2024
QuickScan flora en fauna Perceel O 531, Landsmeer
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op en rondom de locatie: Perceel O 531, Landsmeer
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Projectlocatie:
Perceel O 531 1121 PC Landsmeer
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 23022.QFF 9-9-2024 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1
2.1.1
Bescherming van gebieden .............................................................5
2.1.2
Bescherming van soorten ...............................................................5
2.1.3
Bescherming van houtopstanden ......................................................5
2.2 3.
Wet natuurbescherming......................................................................5
Omgevingsverordening Noord-Holland 2022 ..............................................5
Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................7
3.2.1
Te ontwikkelen kavel ...................................................................8
3.2.2
Beplantingen in directe omgeving ....................................................9
3.2.3 4.
Vooronderzoek ............................................................................ 10
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1
Algemeen..................................................................................... 11
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11
4.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 11
4.2.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 11
4.2.3
Algemene broedvogels ................................................................ 11
4.2.4
Werken binnen het broedseizoen ................................................... 12
4.3
Soorten Habitatrichtlijn.................................................................... 12
4.3.1
Vleermuizen ............................................................................ 12
4.3.2
Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 13
4.4
Nationaal beschermde soorten............................................................ 13
4.4.1
Amfibieën en reptielen ............................................................... 13
4.4.2
Libellen ................................................................................. 13
4.4.3
Dagvlinders ............................................................................. 14
4.4.4
Vaatplanten ............................................................................ 14
4.4.5
Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 14
4.5 Aandachtspunten m.b.t. aanleg toegangsweg en plaatsen duiker. ..................... 14 5.1
Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 15
5.1.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 15
5.1.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 15
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2
Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 15
Pagina
5.
5.1.3 5.2
Algemene broedvogels ................................................................ 15
Soorten Habitatrichtlijn.................................................................... 16
5.2.1
Vleermuizen ............................................................................ 16
5.2.2
Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 16
5.3
Nationaal beschermde soorten............................................................ 16
5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 16
3
Conclusie .......................................................................................... 17
Pagina
6.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van de initiatiefnemer is op 14 februari 2023 een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Perceel O 531 te Landsmeer. De geplande ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw bedrijfspand op de kavel. Op de kavel zelf en in de aangrenzende bebouwingen en beplantingen kunnen beschermde flora en fauna voor komen, welke geïnventariseerd kunnen worden gedurende de quickscan flora en fauna. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2022
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast het ‘Natuurnetwerk Nederland’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Omgevingsverordening Noord-Holland 2022 is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten zuiden van Landsmeer, in de gemeente Landsmeer, liggende in de provincie Noord-Holland (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: De projectlocatie ten zuiden van Landsmeer, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 27-02-2023
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De geplande ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw bedrijfspand op de kavel. Op de kavel zelf en in de aangrenzende bebouwingen en beplantingen kunnen beschermde flora en fauna voor komen, welke geïnventariseerd kunnen worden gedurende de quickscan flora en fauna.
Pagina
7
Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. Het betreft een braakliggend kavel met overwegend rietvegetatie met enkele bomen. Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 2: De kavel met kavelnummer: 531 waarbinnen de ontwikkeling plaats gaat vinden, welke bezocht en onderzocht is op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen het rood kader. Bron: Kadviewer, datum: 27-02-2023
3.2.1 Te ontwikkelen kavel In het noordwesten wordt buiten het plangebied (zie afbeelding 3) een toegangsweg gerealiseerd. Voor het realiseren van de toegangsweg worden damwandpanelen geplaatst aan weerszijden van de weg met centraal een duiker (Inwendige afmeting 2.50 m (breed) x 2.00 m (hoog) met een vrije doorvaart hoogte van 1.10 m zoals vereist door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier).
Afbeelding 3: inrichtingstekening met in het noordwesten de nieuwe toegangsweg tot het plangebied. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
8
Op kavel 531 (zie afbeelding 4 t/m 7), waar de overige ontwikkeling gepland is, kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen zoals diverse beschermde soorten zoogdieren, vogels, vaatplanten, amfibieën en vissen en hun essentieel leefgebied. Maar ook andere soorten kunnen de kavel en direct aangrenzende omgeving gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen, of te verblijven en/ of foerageren.
Afbeelding 4 t/m 7: De te ontwikkelen kavel. Bron: BNL advies. Datum: 14-02-2023
3.2.2 Beplantingen in directe omgeving
Pagina
9
Aangrenzend en verspreid op de (aangrenzende) kavels zijn struweelhagen, heesters, landschapsbomen en diverse kruidachtige begroeiing aanwezig (zie afbeelding 8 en 9). Tijdens de rondgang dienen aangrenzende beplantingen en bomen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten, holtes en spleten, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 8 en 9: De aangrenzende bebouwingen en beplantingen. Bron: BNL advies. Datum: 14-02-2023
3.2.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen de kilometerhokken 122-493. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Pagina
10
Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op dinsdag 14 februari 2023 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het plangebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de aangrenzende bebouwing welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding van aangrenzende bebouwingen Beschermde plantsoorten binnen- en nabij het plangebied Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen binnen- en nabij het plangebied
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied zelf is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Te denken valt dan de huismus, gierzwaluw, steen- en kerkuil. Dit door de afwezigheid van bebouwingen. Ook vormt het plangebied geen essentieel leefgebied van deze soorten, gezien de aanwezige rietvegetatie en betere structuren in direct aangrenzende tuinen. Te denken valt dan aan foerageergebieden en schuilmogelijkheden in hagen en heesterbeplantingen. Overige soorten. In omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) De bebouwing aangrenzend aan het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, zoals spreeuw, zwarte roodstaart, koolmees en pimpelmees. Eventuele werkzaamheden aan- en direct nabij bebouwingen dienen buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) plaats te vinden, dan kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
11
4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. De oevers van de kavel, kruidachtige vegetatie, heesters en de bomen binnen- en nabij het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als meerkoet, wilde eend, halsbandparkiet, zanglijster, houtduif en merel. Eventuele werkzaamheden aan- en direct aangrenzend aan beplantingen (ook op buurpercelen) dienen buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) plaats te vinden, dan kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken (werkzaamheden uitvoeren op de kavel) binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dan dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen De aanwezige bebouwing op aangrenzende kavels is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat deze vleermuissoorten eerder gezien zijn in de directe omgeving van het plangebied. Aangrenzende woningen, bijgebouwen en bedrijfsbebouwingen. Gedurende de werkzaamheden en na ingebruikname van de nieuwe bebouwing is het belangrijk om eventuele (werk)verlichting van bestaande en nieuwe bebouwingen en bestaande groenstructuren af te wenden. Dit om een eventuele foerageer- / vliegroute van vleermuizen niet te hinderen. Beplantingen. Ook in de bomen in de directe omgeving van het plangebied zijn geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen, wat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Belangrijk is om (werk)verlichting van deze groenstructuren en bomen af te wenden, om nadelige effecten op mogelijke vaste rust-, voortplantings-, verblijf- en foerageerplaatsen niet nadelige te beïnvloeden. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Afbeelding 10 en 11: Spechtengat bewoond door de halsbandparkiet (foto silhouet). Bron: BNL advies. Datum: 14-02-2023
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
12
In de Salix babylonica (treurwilg), welke aanwezig is op de kavel is een spechtengat aanwezig. Deze is gemaakt door de groene specht, maar momenteel in gebruik door de halsbandparkiet (zie onderstaande afbeeldingen 10 en 11). Binnen het broedseizoen mag deze boom niet gekapt worden. Ook zal voor de kap een inspectie gedaan moeten worden of jonge vogels uitgevlogen zijn.
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is (momenteel) ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Te denken valt aan de kamsalamander en de rugstreeppad. Dit door de afwezigheid van geschikt voortplantingswater op de kavel en vergraafbare grond voor de rugstreeppad. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van een geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig. Bij aanvang van de werkzaamheden, het opspuiten van terrein met zand, ontstaat een goed habitat voor de rugstreeppad. Het vernietigen of verstoren van voortplantingsverblijfplaatsen of exemplaren van de streng beschermde rugstreeppad betreft een overtreding van de Wet natuurbescherming. Wanneer wordt voorkomen dat plassen ontstaan of rugstreeppad zich kan vestigen in het plangebied, wordt een overtreding voorkomen. Met een amfibieënscherm kan in veel gevallen verhinderd worden dat de rugstreeppad het plangebied binnenkomt. Ook is het mogelijk om het ontstaan van tijdelijke plassen te voorkomen of deze te dempen voordat de soort kans ziet om hierin eieren af te zetten.
4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Noord-Holland geen vrijstelling geldt zoals de wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter. Steenmarter: Sporen van de steenmarter in de vorm van uitwerpselen en prooidieren of mogelijke vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen zijn binnen het plangebied niet aangetroffen. Nader onderzoek naar de steenmarter wordt dan ook nodig geacht Wezel, hermelijn en bunzing: Aangrenzende beplantingen en de watergangen, hagen en houtsingels zijn mogelijk een geschikt habitat voor de wezel en bunzing. Tijdens de quickscan zijn op de kavel zelf geen mogelijke vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen van deze soorten aangetroffen (gezien de hoge waterstand). Aangezien aan beplantingsstroken en watergangen zelf geen werkzaamheden uitgevoerd gaan worden, wordt nader onderzoek naar negatieve effecten op marterachtigen niet nodig geacht.
4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied zelf is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Noord-Holland geen vrijstelling geldt, zoals de kleine watersalamander, meerkikker en gewone pad. Dit door de afwezigheid van een geschikt habitat op de te ontwikkelen kavel (ook voor winterverblijven is het te nat, hiervoor zoeken deze soorten de wat hoger gelegen gronden op, om onder bijvoorbeeld takken- en steenhopen en in holen te overwinteren. Nader onderzoek naar deze soortgroep wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
13
4.4.2 Libellen Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen. Het bronnen- en veldonderzoek hebben geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond, welke negatieve effecten zouden kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en veldonderzoek hebben geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond, welke negatieve effecten zouden kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig. Ook zijn er tijdens het veldbezoek geen aanwijzingen aangetroffen welke de aanwezigheid van beschermde soorten mogelijk zou maken en welke negatieve effecten zouden kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden.
4.4.5 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Holland een vrijstelling geldt: zoals bijvoorbeeld de waterspitsmuis. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
4.5 Aandachtspunten m.b.t. aanleg toegangsweg en plaatsen duiker.
Pagina
14
Belangrijk is om te zorgen dat gedurende de aanleg van de toegangsweg en het plaatsen van de duiker, dat er verbinding blijft bestaan tussen de twee waterdelen. Dit om migratie en vluchtroutes open te houden voor diverse soorten. Ook dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen (broedseizoen globaal van maart t/m augustus) aangezien water- en rietvogels de oevers en rietvegetatie graag gebruiken om te broeden.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te ontwikkelen kavel) is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil. Nader onderzoek naar deze soorten binnen het plangebied wordt niet nodig geacht. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat.
5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied (de aangrenzende bebouwing en aanwezige bomen) is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder grote bonte specht, groen specht, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).
Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt (werkzaamheden aan- en direct nabij bebouwing) dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig/ bewoond zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
5.1.3 Algemene broedvogels
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
15
Het plangebied (de bebouwing en beplantingen binnen- en nabij het plangebied) is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bijgebouwen en in de hagen, bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen- en nabij het plangebied.
5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkeling kan niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.
5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel is het belangrijk om m.b.t. de rugstreeppad maatregelen te nemen. Bij aanvang van de werkzaamheden, het opspuiten van terrein met zand, ontstaat er namelijk een goed habitat voor de rugstreeppad. Het vernietigen of verstoren van voortplantingsverblijfplaatsen of exemplaren van deze streng beschermde rugstreeppad betreft een overtreding van de Wet natuurbescherming. Wanneer wordt voorkomen dat plassen ontstaan of rugstreeppad zich kan vestigen in het plangebied, wordt een overtreding voorkomen. Met een amfibieënscherm kan in veel gevallen verhinderd worden dat de rugstreeppad het plangebied binnenkomt. Ook is het mogelijk om het ontstaan van tijdelijke plassen te voorkomen of deze te dempen voordat de soort kans ziet om hierin eieren af te zetten.
5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, door het ontbreken van een geschikt habitat binnen het deel van de te ontwikkelen kavel. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Holland een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen
Soort kasten: Vleermuiskast inbouw type: IB VL 06 (Vivarapro), Huismus inbouw type: NK MU 07 (Vivarapro) en Gierzwaluw inbouw type: GZP2 (Unitura) Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen, of ingebouwd worden in de gevel van de nieuwe bebouwing of tegen de bomen in de aangrenzende omgeving. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivarapro.nl / www.waveka.nl welke onderdak kunnen bieden aan de diverse soorten vleermuizen. De kasten welke mogelijk geplaatst kunnen worden:
16
Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor en na de bouw van de nieuwe bebouwing op de kavel. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe) soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen.
6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren ten behoeve van de geplande ontwikkeling. Wel is het belangrijk m.b.t. de rugstreeppad om de adviezen uit hoofdstuk 5.2.2 toe te passen om stagnatie / stillegging van het werk te voorkomen. Ook is werken (verwijderen vegetatie en bouwrijp maken kavel) buiten het broedseizoen verplicht. Men kan immers niet het totale gebied en omgeving goed controleren op aanwezige nesten van water- en struweelvogels. Tijdens werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.
Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Pagina
17
9-9-2024
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68