02 Bijlage 1 Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Beleidsindicatoren Indicator
Eenheid
Periode
Gemiddelde WOZwaarde
x €1.000
Nieuw gebouwde woningen
per 1.000 woningen
2025 CBS - Waarde onroerende zaken Basisregistraties adressen en 2024 gebouwen bewerking ABF Research CBS 2025 Bevolkingsstatistiek
Demografische druk Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuisho uden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuis houden
%
Bron
Waarde Landsmeer
Waarde Benchmark Benchmark
593
Nederland
398
7,9
Nederland
8,4
85,8
Nederland
70,7
€
2025
COELO - Atlas lokale lasten
1.349
Nederland
957
€
2025
COELO - Atlas lokale lasten
1477
Nederland
1050
67
Beleidsstukken Bij dit programma hoort het volgende beleidsstuk: •
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Landsmeer 2025
•
Verordening controle financiële beheer en organisatie gemeente Landsmeer 2025
•
Controle protocol 2025
•
Nota Activabeleid 2019
•
Treasury Statuut 2019
Verbonden partijen Bij dit programma horen de volgende verbonden partijen: •
BNG
•
Alliander N.V.
•
Cocensus
•
ROM InWest
Voor een uitgebreide toelichting op deze verbonden partijen, zie de paragraaf verbonden partijen.
68
Paragrafen
69
Lokale heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden als waarvan de besteding ongebonden is. De belangrijkste heffingen van de gemeente zijn onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De lokale heffingen, die gerekend worden tot de algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen), zijn de roerende en onroerendezaakbelastingen (OZB). Daarnaast zijn er heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen horen (gebonden heffingen). De belangrijkste daarvan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.
Gerealiseerde inkomsten Totaal programma
Begroting na wijziging 2.298
Rekening
Verschil
Afvalstoffenheffing
Begroting primair 2.298
2.401
103
Leges burgerzaken
182
182
300
119
Leges omgevingsvergunningen
236
276
188
-87
Marktgelden
10
10
10
0
3.707
3.734
3.720
-13
31
31
11
-20
1.403
1.403
1.396
-7
Roerende zaakbelasting
3
3
3
0
Toeristenbelasting
30
30
47
17
7.900
7.966
4.421
111
Onroerende zaakbelasting Precariobelasting Rioolheffing
Saldo
70
Kostendekkendheid Uitgangspunten tarievenbeleid Het streven is om tot 100% kostendekkendheid voor alle leges en heffingen te komen. Dit met uitzondering van de lijkbezorgingsrechten en marktgelden, waarbij de raad heeft aangegeven niet te streven naar 100% kostendekkendheid. Het uitgangspunt voor de overige heffingen is dat deze trendmatig worden opgehoogd.
Afvalstoffenheffing Opbrengsten
Primaire Begroting na Begroting wijziging
Rekening
Verschil
2.298
2.298
2.401
103
Onttrekking voorziening Uitgaven
150 1.786
150 1.656
1.567
-150 90
Storting voorziening Compensabele BTW Toegerekende overhead Dekkingspercentage excl. Storting/Onttrekking
326 344 94%
299 319 101%
235 283 317 111%
-235 16 2 -10%
Dekkingspercentage incl. Storting/Onttrekking
100%
108%
100%
8%
De opbrengsten uit de afvalstoffenheffing zijn € 103K hoger dan begroot. Dit heeft voornamelijk betrekking op: •
€ +65K gelden/vergoedingen ontvangen voor oud afval;
•
€ +5K vergoeding voor ophalen grofvuil;
•
€ +33K minder kwijtscheldingen/verminderingen;
Daarnaast zijn de uitgaven € 90K lager dan begroot. In begrotingsjaar 2025 is binnen het gesloten systeem afval per saldo € 235K in de voorziening gestort, terwijl in de begroting nog werd uitgegaan van een onttrekking van € 150K. In de begroting 2026 is een verlaging van de afvalstoffenheffing met 5% opgenomen, omdat de voorziening bij ongewijzigd beleid te hoog zou oplopen ten opzichte van de verwachte uitgaven in latere jaren.
71
Rioolheffing Opbrengsten
Primaire Begroting na Begroting wijziging 1.401 1.403
Onttrekking voorziening Uitgaven
Rekening
Verschil
1.396
-7
269 1.406
95 1.099
85 1.062
-10 37
Storting voorziening Compensabele BTW
245
209
203
7
Toegerekende overhead Dekkingspercentage excl. Storting/Onttrekking
20 84%
192 93%
215 94%
-23 -1%
Dekkingspercentage incl. Storting/Onttrekking
100%
100%
100%
0%
Eigenaren van woningen en bedrijfspanden betalen rioolheffing voor de aansluiting op het riool. De baten en lasten van de rioolheffing liggen in 2025 dicht bij de begroting en de afwijkingen blijven ruim binnen de verantwoordingsgrens van € 50K. Vanwege het karakter van het gesloten systeem is per saldo € 85K onttrokken aan de voorziening, waardoor het dekkingspercentage inclusief storting en onttrekking uitkomt op 100%.
Lijkbezorgingsrechten Opbrengsten Uitgaven Storting voorziening Toegerekende overhead Dekkingspercentage
Leges algemene dienstverlening Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead Dekkingspercentage
Dienstverlening vallend onder de fysieke leef/omgevingsvergunning Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead
Begroting na wijziging 153 153 160 158 2 2 31 32 79% 79%
Begroting
Begroting na wijziging 183 183 884 934 170 189 17% 16%
Begroting
Begroting na wijziging 291 331 1.162 1.162 224 235
Begroting
Dekkingspercentage
21%
72
24%
Rekening
Verschil
137 161 33 71%
-16 -3 2 -1 9%
Rekening
Verschil
300 1.011 204 25%
117 -77 -16 -8%
Rekening
Verschil
225 1.156 234
-106 6 1
16%
8%
Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead Dekkingspercentage
Begroting
Begroting na wijziging
Rekening
Verschil
3 12 2 21%
3 12 2 38%
2 12 2 14%
-1 0 24%
Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de Invorderingswet is voldaan.
Kwijtschelding Gemeentelijke belastingen
Begroting 58
73
Begroting na wijziging 58
Rekening
Verschil
53
5
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Het weerstandsvermogen geeft antwoord op de vraag in hoeverre een gemeente in staat is om niet afgedekte risico’s op te vangen met gereserveerde financiële middelen (weerstandscapaciteit). Voldoende weerstandsvermogen zorgt ervoor dat de uitvoering van taken en het voorzieningenniveau bij financiële tegenslagen gegarandeerd blijven. Voldoende weerstandsvermogen gaat over: • Welke risico’s lopen we? • Wat is de beschikbare weerstandscapaciteit? Risico’s In deze paragraaf richten we ons vooral op de risico’s met een financieel effect; hiervoor is immers een weerstandsvermogen nodig. Risico’s die een ‘bedreiging’ vormen voor het realiseren van beleidsdoelen of projecten, zijn primair onderdeel van de programma’s dan wel projecten. Verder geldt voor de beoordeling van de risico’s in deze paragraaf dat het moet gaan om onzekere gebeurtenissen, waarvan het (financieel) effect niet of nauwelijks is in te schatten. En die niet op een andere manier, bijvoorbeeld door te verzekeren, te verleggen zijn of door andere beheersmaatregelen kunnen worden afgedekt. De hoogte van een uiteindelijk gekozen investering is geen risico in het kader van deze paragraaf. Het gaat immers niet om een onzekere gebeurtenis, maar om een besluit waarop het College en de Raad zelf invloed hebben.
Eenmaal in uitvoering kan er wel sprake zijn van risico’s in de vorm van onzekere gebeurtenissen tijdens de uitvoering. Het is dan zaak dat deze kenbaar zijn voordat het besluit wordt genomen om deze zoveel mogelijk uit te sluiten dan wel bewust te aanvaarden. In die gevallen dat een risico vrij zeker is en ook het financieel effect redelijk te kwantificeren is, schrijft het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voor dat hiervoor een voorziening moet worden getroffen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij voorziene verliezen op grondexploitaties. Mocht dit bij de jaarlijkse actualisatie duidelijk worden, is dat meteen het moment om hiervoor een voorziening te treffen Risicoprofiel Er zijn meer methoden om een gekwantificeerd risicoprofiel op te stellen, uiteenlopend van meer wetenschappelijke methoden tot meer praktische modellen. Voor alle methoden geldt dat ze geen 100% garantie bieden op volledigheid, Covid-19 stond bijvoorbeeld in geen enkel risicoprofiel. Het gaat er vooral om risico’s zo goed mogelijk te benoemen waar nog niet op één of andere manier in is voorzien. De eigenschap van een risico is echter dat men niet weet wat, wanneer of hoe het zich aandient. Voor deze paragraaf kiezen we, vanaf deze jaarrekening 2024, voor een wat meer pragmatische aanpak waarbij de tabel die tot het risicoprofiel leidt transparanter te volgen is.
Vorige versies van het risicoprofiel waren gebaseerd op een meer wetenschappelijk model wat op basis van simulaties tot een risicoprofiel leidde. Basis voor het risicoprofiel is een inventarisatie van risico’s die tweemaal per jaar plaatsvindt (begroting en rekening). Deze hebben we zo goed mogelijk gekwantificeerd en voorzien van een risicoscore (kans x impact), op basis van de volgende tabellen.
74
Kans Gering (minder dan 1x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1x per jaar)
1 3 5
Impact Gering, < 1% van de omzet (320K) Gemiddeld, > 1% < 2,5% van de omzet (320K-800K) Hoog, > 2,5% van de omzet (800K)
1 3 5
Risicoscore Score ≥ 10 Score ≥ 5 en ≤ 10 Score ≤ 5
Hoog risico, voor 100% profiel in het profiel Beperkt risico, voor 50% in het profiel Gering risico, opvangen binnen de reguliere bedrijfsvoering
De risicoscore houdt ook rekening met het feit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen. Wanneer hiermee geen rekening wordt gehouden is de kans groot dat een behoorlijk deel van het vermogen (ofwel algemene reserve) onnodig geblokkeerd wordt. Structureel of incidenteel Van belang is onderscheid te maken tussen risico’s met structurele en incidentele effecten, in het profiel is dit onderscheid ook aangebracht. Risico’s met structurele effecten hangen meestal samen met de bedrijfsvoering zoals rente of hogere kosten vanwege een hoger aantal bijstandontvangers. Wanneer dit soort risico’s zich voordoen dienen ook structurele maatregelen genomen te worden door ze mee te nemen in het financieel meerjarig perspectief. Het kan zijn dat het perspectief hiervoor op korte termijn geen ruimte biedt en dat moet worden omgebogen binnen de begroting, dat kost tijd. Om die reden wordt het risicopercentage, waarmee in het profiel wordt gerekend, met een factor 3 vermenigvuldigd. Daarmee biedt het weerstandsvermogen vervolgens de mogelijkheid om die tijd te overbruggen. Wanneer zich een incidenteel risico (financieel nadeel) voordoet dient deze in principe ineens ten laste van de weerstandscapaciteit gebracht te worden. In de praktijk is een dergelijk financieel nadeel onderdeel van het totale rekeningresultaat.
Wanneer dit resultaat negatief is wordt het verrekend met de algemene reserve en daarmee indirect met de weerstandscapaciteit.
75
Risicoprofiel Onderwerp
WMO en Jeugd
Participatiewet
Risiso/oorzaak
Beheersmaatregel
Maximaal K I Score bedrag
%*
Profiel in €
9
150%
600.000
3
0%
0
1.000.000 1 5
5
50%
500.000
200.000 3 1
3
0%
0
500.000 1 3
3
0%
0
Risico's met een mogelijk structureel financieel effect Toenemende Binnen kaders zo 400.000 3 3 hulpvraag tov passend mogelijk vastgesteld budget zorg toewijzen terwijl het open einderegeling betreft
Toename aantal Voorkomen van bijstandsgerechtigden instroom en snelle waarbij landelijk te begeleiding naar verdelen budget werk ontoereikend is
250.000 3 1
Risico's met in principe een incidenteel financieel effect Informatieveiligheid Bij een eventuele Continue hack is een grote monitoring van inspanning nodig onze ITvoor herstel infrastructuur Loonkosten Vanwege de krappe Prioriteren in arbeidsmarkt blijven doelen we van inhuur afhankelijk die niet altijd wordt afgedekt door vacatureruimte
Schadeclaims
Gemeente kan om uiteenlopende redenen geconfronteerd worden met schadeclaims van inwoners en ondernemers
Gedegen besluitvorming
76
Jeugdzorg
Bijzonder complexe casus met hoge zorgkosten
Via preventie maar soms ook geen beheersmaatregel mogelijk
500.000 3 3
9
50%
250.000
Calamiteiten openbare ruimte
Schade door achterstallig onderhoud, storm, bodemsanering
Beheerplannen op orde
500.000 3 3
9
50%
250.000
Zorgleveranciers
Faillissement van een Geen maatregel cruciale om faillissement zorgleverancier af te wenden
500.000 1 3
3
0%
0
1.600.000
* wanneer zich een risico met een structureel financieel effect is het van belang daar in de begroting zo snel mogelijk op te anticiperen. Hier moet dan wel structureel ruimte voor zijn en wanneer dat niet het geval is in de tussentijd een beroep op het weerstandsvermogen worden gedaan, om die reden wordt het risico in het profiel voor 3 jaar meegenomen. Het profiel bevat risico's die algemeen gangbaar zijn voor gemeenten zoals Landsmeer. Bij de toelichting op de risicoscore onder het kopje algemeen is aangegeven dat hoewel het risico wel bestaat, niet voor alle risico's een bedrag in de berekening van het profiel wordt meegenomen. Het is slecht denkbaar dat alle risico's zich tegelijkertijd voordoen. Zouden we dus voor alle mogelijke risico's ook een bedrag opnemen wordt daarmee de inzet van de algemene reserve (weerstandscapaciteit) onnodig geblokkeerd. Er is geen aanleiding om het risicoprofiel ten opzichte van de begroting te herzien.
77
Weerstandscapaciteit + ratio Beschikbare weerstandscapaciteit Ook bij de weerstandscapaciteit kunnen we het onderscheid tussen structureel en incidenteel maken. Structureel In theorie wordt deze gevormd door een combinatie van ombuigingen, bezuinigingen en inkomstenverhogingen. Ombuigen en bezuinigen is een lastig proces en vraagt om veel flexibiliteit van de begroting. Dat laatste blijkt echter bijzonder lastig. Aan alle uitgaven liggen immers bewust gekozen beleid of wettelijke regels ten grondslag die we moeten uitvoeren, en waarvan een steeds groter deel een open-einde-karakter heeft. Dat laatste zien we de afgelopen jaren bij vrijwel alle gemeenten als het gaat om de Wmo en Jeugdzorg. Maar ook als het lukt om andere beleidsmatige keuzes te maken, zijn de (positieve) financiële effecten hiervan niet direct in te boeken. Vaak is er namelijk al sprake van meerjarige financiële ‘verplichtingen’ in de vorm van kapitaallasten of subsidies die, wettelijk voorschrift, niet van het ene op het andere moment mogen worden afgebouwd. In deze gevallen biedt de incidentele weerstandscapaciteit (algemene reserve) dus wel tijdelijk uitkomst om dit proces weloverwogen uit te voeren.
Veel van onze inkomsten (waar ook dienstverlening tegenover staat) zijn al gemaximeerd, omdat een kostendekking van 100% wordt gehanteerd of nagestreefd, zoals riool- en afvalstoffenheffing en leges voor vergunningen. Voor een inkomstenverhoging blijven dan feitelijk de algemene belastingen over, zoals de toeristenbelasting en de OZB. Deze belastingen zijn immers vrij besteedbaar. Voor de hoogte van (de tarieven voor) de toeristenbelasting geldt geen maximum. Het zijn belastingen die door verblijfsaanbieders in de gemeenten aan hun gasten worden doorberekend en aan de gemeente worden afgedragen. Bij een eventuele verhoging is het vooral van belang om te beoordelen of dit een (te) negatief effect heeft op de concurrentiepositie van de verblijfsaanbieders. Ten aanzien van de hoogte van de OZB gelden ook geen (wettelijke) maximumtarieven, de hoogte daarvan is altijd een politieke keuze. Voor deze paragraaf hanteren we daarvoor als norm het zogenaamde toelatingskaartje voor artikel 12. Op basis daarvan bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 1,4 miljoen. Incidenteel Feitelijk vormt de algemene reserve, naast de bestedingsfunctie die deze reserve heeft, onze incidentele weerstandscapaciteit.
Zolang er geen harde verplichtingen zijn aangegaan ten aanzien van bestemmingsreserves, kan de bestemming van die reserves in theorie worden heroverwogen en kan worden besloten deze toe te voegen aan de algemene reserve. Ditzelfde geldt voor eventuele stille reserves, bijvoorbeeld de verkoop van vastgoed. Weerstandsratio Hoewel de onbenutte belastingcapaciteit € 1,4 miljoen bedraagt is deze pas beschikbaar na een forse OZB-verhoging. Hetzelfde geldt voor eventuele stille reserves. Om die reden hanteren we voor deze paragraaf alleen de algemene reserve in combinatie met het laatste rekeningresultaat als weerstandscapaciteit. Door deze af te zetten tegen het risicoprofiel verkrijgen we de weerstandsratio, deze ziet er als volgt uit.
78
Weerstandsratio Algemene reserve Rekeningresultaat 2025
3.509.000 -377.000 3.132.000 1.600.000 2,0
Weerstandscapaciteit Risicoprofiel Weerstandsratio
De weerstandsratio is lager dan de meest recent gepresenteerde ratio in de begroting 2026. Dat komt vooral door een lagere algemene reserve, het risicoprofiel is ongewijzigd. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
< 0.6
ruim onvoldoende
79
Kengetallen Kengetallen
Rekening 2024 64% 64% 15% 0% 3% 145%
Netto schuldquote Netto schuldquote voor verstrekte leningen Solvabiliteit Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde)
Begroting 2025 77% 76% 11% 1% 3% 127%
Rekening 2025 50% 51% 13% 2,5% 3% 139%
Kengetallen geven vooral in onderlinge samenhang waardevolle informatie. Het is belangrijk om te kijken naar ontwikkelingen en trends over een langere periode, evenals naar het onderliggende risicoprofiel. Op basis van de cijfers uit het Jaarverslag 2025 kunnen we concluderen dat de gemeente Landsmeer in 2025 voldoet aan de gestelde normen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), met uitzondering van de solvabiliteitsratio.
Netto schuldquote De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) te delen door het begrotingstotaal. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. In de VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën wordt een schuld lager dan 100% van het begrotingstotaal als voldoende bestempeld en een schuld hoger dan 130% van het begrotingstotaal als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente Landsmeer voor 2025 is met 50% volgens de VNG-norm voldoende.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is een maatstaf voor kredietwaardigheid. De VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën bestempelt een solvabiliteitsratio hoger dan 30% als voldoende en lager dan 20% als onvoldoende. Met een ratio van 13% scoort de gemeente Landsmeer een onvoldoende op basis van de VNG-norm.
Structurele exploitatieruimte Een percentage waarmee beoordeeld kan worden welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Een negatief percentage betekent dat de structurele baten niet toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Grondexploitatie Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) en Bouwgronden in exploitatie (BIE) in verhouding tot de totale gemeentelijke baten. Er is geen VNG-norm voor de hoogte van deze ratio. In de regel geldt: hoe lager de ratio des te minder investeringen in grondexploitaties er hoeven te worden terugverdiend en daarmee hoe lager het financiële risico voor de gemeente. 80
Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde) De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze indicator geeft inzicht in de hoogte van de woonlasten. Ze kan zo vergeleken worden met eerdere jaren en andere gemeenten. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden (met eigen woning) in Landsmeer zijn met € 23 gestegen van € 1.440 in 2024 naar € 1.463 in 2025 (Bron : COELO). De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden (met een eigen woning) in Nederland zijn in 2025 ten opzichte van 2024 gestegen met € 59 van € 994 naar € 1.053 (Bron : COELO). Dit betekent dat we in 2025 circa 39% boven het landelijk gemiddelde zaten qua lastendruk, terwijl we op grond van deze cijfers in 2024 circa 45% boven het landelijk gemiddelde zaten. (N.B. : Dit kengetal (belastingcapaciteit) is dus niet te verwarren met de onbenutte belastingcapaciteit OZB, deze laatste geeft aan hoeveel een gemeente zijn inkomsten nog kan verhogen.)
81
Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf beschrijft het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen en de financiële gevolgen van het gevoerde beheerniveau. Dit volgens artikel 9 en 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Ook geven we aan of er sprake van achterstallig onderhoud is. Kapitaalgoederen vormen het gezicht van de gemeente. Het zijn goederen die regelmatig onderhoud nodig hebben. Met onderhoud bedoelen we: uitvoeren van preventieve of correctieve maatregelen om een object binnen de levensduur in goede staat te houden of te brengen. Die goede staat is een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Bij de onderhoudskosten onderscheiden we: • •
Klein onderhoud (ook wel dagelijks onderhoud genoemd); Groot onderhoud.
Bij klein onderhoud gaat het om nodige periodieke kosten om het object in goede staat te houden binnen een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden zijn reinigen van rioolstelsels en periodiek onderhoud aan elektrische installaties. Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object. Ze zijn vaak ingrijpend en gaan om een groot of belangrijk deel van het object. Ten behoeve van het onderhoud en vervanging van de verschillende soorten kapitaalgoederen gelden onderstaande beleidsnota’s: Periode Beleidsnota / beheersplan
Vastgesteld Actualisatie door de raad
Riolering Water, oevers & beschoeiingen
Gemeentelijk riool en waterzorgprogramma 2025-2028 Waterplan 2016-2026 Beheerplan oevers 2008-2018
3-10-24 21-12-16 30-09-08
2028 2026 2026
Openbare verlichting Groen
Beleidsplan openbare verlichting 2020-2028 Beleidsplan Groenbeheer Landsmeer 2021-2031
18-06-20 25-11-21
2028 2031
Kunstwerken Gebouwen
Beheerplan civiele kunstwerken 2025-2033 Onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2022-2025
19-03-15 17-02-22
2026 2025
Spelen Wegen
Speelruimteplan 2026-2030 Wegenbeheerplan gemeente Landsmeer 2025-2029
29-01-26 27-03-25
2026 2029
De gemeente Landsmeer beschikt over beheerprogramma’s voor het onderhoud van riolering, wegen, openbare verlichting, speelplaatsen, bomen, gemeentelijke gebouwen, kunstwerken, water, beschoeiingen en groen. Gegevensbestanden worden doorlopend bijgewerkt met de laatste revisies, inspectiegegevens, beoordelingen en maatregelen om tot goede planningen te komen. De ramingen voor het onderhoud in de begroting zijn verschillen op sommige posten aan de bedragen van de desbetreffende jaarschijf van de onderhoudsplannen. Daar waar meer is uitgegeven op bepaalde posten is aan de andere kant minder uitgegeven bij bepaalde posten, zodat we binnen de marges van de onderhoudsplanning zijn gebleven. 82
Riolering Eind 2024 is het “Gemeentelijk riool en waterzorgprogramma 2025-2028” voor een beleidsperiode van 4 jaar vastgesteld. In dit plan is beschreven wat rioolbeheer in de toekomst gaat betekenen voor Landsmeer en welke kosten te verwachten zijn bij de ambities die in het plan zijn vastgesteld. Extra aandacht is er ten opzichte van het oude GRP voor water. Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen evenals renovatie- en vervangingsinvesteringen zullen jaarlijks conform de kaders van het GRWP plaatsvinden. In het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP) worden bedragen opgenomen om het GRWP uit te voeren. Samen met de regio Zaanstreek is een regionale uitvoeringsagenda klimaat adaptie Zaanstreek Waterland opgesteld. Deze is samen met de lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie voor de gemeente Landsmeer in april 2021 door de raad vastgesteld. Maatregelen uit de uitvoeringsagenda zijn meegenomen bij de herinrichting van Havenzathe door het benutten van o.a. groen en verharding voor waterberging en het toepassen van drainagetransport-riolering. Ook is het convenant Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in MRA en NoordHolland in 2021 opgesteld en begin 2022 door Landsmeer ondertekend. Dat betekent dat voor alle plannen voor nieuwbouwwoningen een klimaatbestendige inrichting wordt meegenomen als criterium.
En dat deze woningen en hun omgeving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme hitte of wateroverlast, natuurinclusiviteit en biodiversiteit.
Water In december 2016 heeft de raad een nieuw Waterplan Landsmeer vastgesteld dat is opgesteld i.s.m. het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Dit plan is vastgesteld voor een uitvoeringsperiode van 10 jaar (tot en met 2026). De gemeente moet depotcapaciteit voor bagger beschikbaar stellen of tot nieuwe afspraken komen met het hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland voor de afzet van gemeentelijke bagger. De gemeente is op zoek naar een passende locatie. Op 2 september 2025 heeft de gemeente de overeenkomst ondertekend waarmee het onderhoud van het stedelijk water wordt overgedragen aan het HHNK.
Openbare verlichting Voor de openbare verlichting is het in 2020 vastgestelde beleidsplan Openbare verlichting het kader. Belangrijk onderdeel uit dit plan is het verledden. Afgelopen jaar zijn de voorbereidingen getroffen om in 2026 het verledden efficiënter op te pakken. De verwachting is dan ook dat het tempo waarin verled wordt in de toekomst gaat toenemen.
Groen In 2021 is het nieuwe Beleidsplan groenbeheer vastgesteld. Dit plan biedt een toekomstvisie op het openbaar groen van Landsmeer maar stelt ook kaders voor het huidige onderhoud van het groenareaal. Onderhoud en beheer van het groen is vastgelegd in dit groenbeleidsplan. Onderhoud en inspecties van bijvoorbeeld onze bomen worden planmatig uitgevoerd.
83
Kunstwerken In 2025 is een nieuw beleidsplan civiele kunstwerken vastgesteld. De kunstwerken worden conform het beheerplan kunstwerken onderhouden en beheerd. In dit plan zijn ook de kunstwerken opgenomen die overgedragen zijn bij de overgang van de wegen van het HHNK naar de gemeente.
Gebouwen In 2025 is het onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen voortgezet op basis van het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2022-2025 en de beschikbare onderhoudsbudgetten. Daarbij is nadrukkelijk gestuurd op veiligheid, bedrijfszekerheid en verduurzaming van installaties en gebouwgebonden voorzieningen. Gemeentehuis In het gemeentehuis is zowel functioneel als technisch onderhoud uitgevoerd om de gebruikskwaliteit, veiligheid en arbeidsomstandigheden te borgen. Zo is de sterk verouderde keuken inclusief apparatuur vervangen en zijn aanpassingen gerealiseerd waarmee de bodes hun werkzaamheden ARBO-technisch verantwoord kunnen uitvoeren. De plafondbekleding van de luifel boven de hoofdentree is met spoed vervangen, omdat de oude bekleding plaatselijk loskwam en daarmee een onveilige situatie veroorzaakte. Op de daken is permanente valbeveiliging aangebracht, zodat werkzaamheden op hoogte voldoen aan de wettelijke eisen en veilig kunnen plaatsvinden. Daarnaast is de brandmeldcentrale vervangen vanwege structurele storingen door defecten in de printplaten, waardoor de bedrijfszekerheid van de brandmeldinstallatie weer is geborgd. In de kelder is de versleten en vervuilde vloerbedekking vervangen om de gebruikskwaliteit te herstellen.
Op het plein is de elektrakast ten behoeve van ondernemers en evenementen vervangen en uitgebreid, omdat de oude kast niet meer voldeed aan NEN3140 en de capaciteit ontoereikend was voor de gegroeide vraag; de nieuwe kast voldoet weer aan de geldende veiligheidsnormen. Het inbraakalarmsysteem is volledig vernieuwd (centrale, sensoren en magneetcontacten) om de frequente storingen en valse meldingen van de oude installatie te beëindigen en de betrouwbaarheid te vergroten. Tot slot is in een groot deel van het gemeentehuis (kantoren, vergaderruimten en algemene ruimten) groot schilderonderhoud uitgevoerd. Sporthal Indoor Centrum Landsmeer Bij de sporthal Indoor Centrum Landsmeer is in 2025 onderhoud uitgevoerd dat zowel gericht is op veiligheid als op verlenging van de levensduur van installaties en de sportvloer. De noodverlichting is hersteld en waar nodig zijn verouderde armaturen vervangen, zodat de noodverlichtingsinstallatie weer bedrijfszeker functioneert. Drie defect geraakte dakventilatoren zijn vervangen door energiezuinigere exemplaren, wat bijdraagt aan zowel comfort als verduurzaming van de locatie. De houten sportvloer in de grote zaal is ingrijpend gerenoveerd: na het oplossen van een vochtprobleem onder de vloer is de vloer volledig vlak geschuurd, voorzien van nieuwe belijning en nieuwe laklagen, waardoor de vloer naar verwachting weer 20–30 jaar mee kan.
De in het MJOP voor 2032 geraamde vervanging van de vloer is hierdoor niet langer noodzakelijk, waardoor een kostenbesparing ten opzichte van volledige vervanging is gerealiseerd. Verder is de defect geraakte regelkast van de cv-installatie en warmwatervoorziening inclusief enkele appendages vervangen, waardoor de installaties weer goed functioneren en dankzij betere inregeling energie-efficiënter werken.
84
Zwembad De Breek Bij zwembad De Breek zijn in 2025 vooral werkzaamheden uitgevoerd aan het sportbad en de waterbehandelingsinstallatie, waarbij vertraging uit 2024 is ingelopen. De geplande renovatie van het sportbad, die vanwege slechte weersomstandigheden in het voorjaar 2024 was uitgesteld, is in 2025 alsnog uitgevoerd. Voorafgaand hieraan is, in verband met problemen in het leidingwerk en de omvang van de graafwerkzaamheden, een bodemonderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat de grond rondom het bad licht verontreinigd is, waardoor de werkzaamheden onder saneringsvoorwaarden zijn uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden zijn diverse delen van het leidingwerk en enkele afsluiters vervangen en is lekkage van grondwater langs de flenzen van het bad verholpen. De renovatie van het bassin zelf bestond uit het herstellen van kleine scheurtjes in de betonconstructie, herstel en plaatselijke vervanging van tegel- en voegwerk, het aanbrengen van een nieuwe coating op het bovenste deel van de zijwanden inclusief belijning en diepte-aanduidingen en het vervangen van de kitranden tussen vloer en zijwanden.
Daarnaast is het filtermateriaal van de filterinstallatie vervangen: het oude filters zand is vervangen door een nieuw materiaal op basis van glaskorrels, dat minder vaak vervangen hoeft te worden, minder waterverversing en minder chloorgebruik vraagt en daarmee ook het energieverbruik voor het op temperatuur houden van het zwemwater reduceert. Gemeentewerf Op de gemeentewerf is onderhoud uitgevoerd dat zowel de bedrijfsvoering als de duurzaamheid en veiligheid van het complex ondersteunt. In de werkplaats is een defect geraakte gasheater vervangen; volledige omschakeling naar gasloos verwarmen bleek, mede door beperkingen in de huidige elektriciteitsaansluiting, financieel en technisch niet haalbaar, waarna is gekozen voor een moderner en energiezuiniger gasgestookt toestel. Verder is de terreinverlichting van het complex vervangen door LED-verlichting, waardoor het terrein in de donkere maanden beter wordt verlicht en de verlichting op de hoge masten nu via bewegingssensoren ook ’s nachts inschakelt bij ongewenste aanwezigheid, wat de terreinbeveiliging en de energie-efficiëntie verbetert. Kinderdagverblijf Partou Zonnedauwstraat Bij kinderdagverblijf Partou aan de Zonnedauwstraat is in 2025 een maatregel genomen om structurele wateroverlast in de kelder en mogelijke gevolgschade aan de fundering te voorkomen.
Door een fors verhoogde grondwaterstand in de omgeving trad herhaaldelijk grondwater in de kelder op, variërend van enkele centimeters tot circa 1,5 meter water, wat ook bij andere nabijgelegen gebouwen en woningen tot problemen leidde. Na onderzoek is in de kelder een waterreservoir met pompinstallatie aangebracht, waardoor instromend grondwater gecontroleerd wordt weggepompt en de kelder droog blijft. Hiermee is het risico op constructieve schade aan het pand beperkt en blijft het gebouw geschikt voor de huidige gebruiksfunctie. Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) Ten aanzien van de gemeentelijke gebouwen gold een aantal jaren, vanwege een voorgenomen fusie en financiële positie, dat er alleen (ad hoc) hoogstnoodzakelijk onderhoud aan gemeentelijke gebouwen plaatsvond. Omdat er daardoor geen goed zicht (meer) bestond op het benodigde onderhoud voor de (middel)lange termijn is in 2024 een nieuw plan voor alle gemeentelijke gebouwen opgesteld met een inschatting van de onderhoudskosten voor twintig jaar op basis van de feitelijke technische staat (2024-2043). De indruk bestond dat er een beperkte verhoging van de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening nodig was. Tegelijk ontstond de wens om 85
gemeentelijk vastgoed af te stoten. Om die reden is pas eind 2025 gekeken naar gebouwen die van de lijst af kunnen en naar wat er vervolgens resteert aan eigendom en welke kosten die gebouwen dan met zich mee brengen. Uit deze 'technische' exercitie is gebleken dat voor het behoud van de resterende gebouwen en het noodzakelijke onderhoud daaraan voor de komende vijftien tot twintig jaar een aanzienlijke verhoging van de jaarlijkse dotatie nodig is. Dit vraagt om een afgewogen discussie over welke panden nog in welke mate onderhoud nodig hebben, zowel geredeneerd vanuit de functie van het gebouw (blijft deze functie behouden?) als vanuit de huidige staat van het gebouw (is het de moeite daarin nog te investeren? en als we investeren in welke mate kiezen we daarbij voor duurzaamheid?). Voor gebouwen die langdurig in eigendom blijven dient (via een dotatie vanuit de begroting) een voorziening van voldoende omvang aanwezig te voor een fatsoenlijke overdracht bij een fusie. Voor het onderhoud vanaf 26-35 dan wel 26-40 is jaarlijks 200K tot 250K extra nodig bij behoud van de gebouwen in de huidige staat voor die periode. De definitieve extra kosten zijn afhankelijk van de afweging die wordt gemaakt ten aanzien van functie en behoud van de betreffende gebouwen. Die afweging zal in de loop van 2026 door de gemeenteraad moeten worden gemaakt.
Spelen Met betrekking tot een planmatige aanpak van onderhoud en financiële planning van de speelvoorzieningen heeft de gemeente begin 2026 een nieuw speelruimte vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan de visie op spelen en de verdeling van (formele) speelruimte over de gemeente. Ook geeft het invulling aan het beheer en onderhoud van de speelruimte en de bijbehorende kosten. De vervanging van speeltoestellen loopt net zoals voorgaande jaren waar het kan samen met herinrichtingsprojecten.
Wegen Op 30 januari 2025 heeft de gemeenteraad besloten om de wegen van het HHNK buiten de bebouwde kom over te nemen. Op basis van dit nieuwe areaal is een nieuw wegenbeheerplan opgesteld. Afgelopen jaar is dit nieuwe beheerplan voor alle wegen vastgesteld. In dit nieuwe beheerplan is dus ook het areaal opgenomen dat in 2025 is overgenomen van het HHNK opgenomen. Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van dit nieuwe wegenbeheerplan.
86
Financiering Algemeen De treasuryfunctie van gemeente Landsmeer ondersteunt de uitvoering van de programma’s en betreft het aantrekken, beheren en uitzetten van financiële middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van gemeentelijke taken. Daarbij staat centraal dat de gemeente Landsmeer tijdig over voldoende liquide middelen beschikt en de financiële risico’s die samenhangen met financiering beheerst binnen de geldende wettelijke en lokale kaders. De uitvoering van de treasuryfunctie vindt plaats binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), het treasurystatuut en de financiële verordening van de gemeente Landsmeer. Deze kaders zijn erop gericht om publieke middelen prudent te beheren en speculatieve risico’s te vermijden. Uitzettingen vinden daarom uitsluitend plaats binnen de regels van schatkistbankieren en de geldende eisen ten aanzien van zekerheid en kredietwaardigheid. De treasuryfunctie heeft in hoofdzaak betrekking op het beheer van de liquiditeitspositie, de financiering van investeringen en het beheersen van rente- en financieringsrisico’s. Het verstrekken van leningen en garanties aan derden behoort niet tot de reguliere treasuryactiviteiten, maar wordt afzonderlijk beoordeeld binnen het betreffende beleidskader.
De renteontwikkelingen van de afgelopen jaren laten een duidelijk ander beeld zien dan in de periode tot en met 2021, toen sprake was van een historisch laag renteniveau. Na de renteverhogingen in 2022 en 2023 is het rentepeil in 2024 meer gestabiliseerd, op een niveau dat nog steeds hoger ligt dan in de jaren daarvoor. In 2025 bleef de rente per saldo relatief stabiel, maar wel op een structureel hoger niveau dan voorheen. Voor Landsmeer betekent dit dat bij financieringsbeslissingen blijvend rekening wordt gehouden met een voorzichtig rentebeeld en met het beperken van renterisico’s. De financiële kengetallen over 2025 bevestigen dit beeld. De netto schuldquote komt in de rekening 2025 uit op 50% en blijft daarmee ruim onder de door de VNG gehanteerde signaleringswaarde van 130%. De solvabiliteitsratio bedraagt 13% en blijft daarmee een aandachtspunt, omdat deze onder de gebruikelijke signaleringswaarde van 20% ligt.
87
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op de omvang van de kortlopende financiering met een looptijd korter dan één jaar. Samen met de renterisiconorm vormt de kasgeldlimiet een wettelijk instrument uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) om de renterisico’s en financieringsrisico’s van gemeenten te beheersen. Het doel hiervan is te voorkomen dat een gemeente voor haar financiering te afhankelijk wordt van kortlopende leningen en daardoor kwetsbaar wordt voor renteontwikkelingen op de geldmarkt. De kasgeldlimiet bedraagt voor gemeenten 8,5% van het begrotingstotaal. Voor Landsmeer komt de maximaal toegestane omvang van de kortlopende schuld in 2025 daarmee uit op € 2,991 miljoen. Uit de tabel blijkt dat de netto vlottende schuld gedurende alle kwartalen van 2025 ruim binnen deze norm is gebleven. Er is in 2025 geen kasgeld aangetrokken en de gemeente beschikte gedurende het jaar over voldoende liquide middelen om aan de kortlopende verplichtingen te voldoen. Per saldo was in alle kwartalen sprake van ruimte onder de kasgeldlimiet. Daarmee is in 2025 voldaan aan de wettelijke norm en is het risico op rentegevoeligheid vanuit kortlopende financiering beperkt gebleven. Kasgeldlimiet
1e kw 2025
Omvang begroting per 1 januari 1. Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In bedragen 2. Omvang vlottende schuld Schuld in rekening courant Totaal vlottende schuld 3. Vlottende middelen Omvang liquide middelen Tegoeden in rekening-courant Totaal liquide middelen Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1) 4. Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte (+) Opgenomen kasgeld Over (-)/onderschrijding (+) limiet
88
2e kw 2025
3e kw 2025
4e kw 2025
35.190
35.190
35.190
35.190
8,5% 2.991
8,5% 2.991
8,5% 2.991
8,5% 2.991
0 0
0 0
-18 -18
0 0
404 404
2.120 2.120
1.199 1.199
474 474
2.991 404
2.991 2.120
2.991 1.181
2.991 474
3.395
5.111
4.172
3.465
0
0
0
0
3.395
5.111
4.172
3.465
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft betrekking op de langlopende financiering en beoogt de risico’s van renteaanpassing en herfinanciering van leningen te beperken. Op grond van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) mag het renterisico niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Hiermee wordt beoogd dat de opbouw van de leningenportefeuille in de tijd evenwichtig is en de gemeente niet in één jaar in te sterke mate wordt geconfronteerd met renteherzieningen of herfinanciering tegen mogelijk ongunstige voorwaarden. Het renterisico wordt bepaald door de som van de renteherzieningen en de aflossingen op de bestaande langlopende leningen. Uit de tabel blijkt dat in 2025 geen sprake is van renteherzieningen en dat de aflossingen € 1,2 miljoen bedragen, waarmee het totale renterisico eveneens uitkomt op € 1,2 miljoen. De renterisiconorm bedraagt in 2025 € 7,993 miljoen, zijnde 20% van het begrotingstotaal van € 39,966 miljoen. Daarmee is de gemeente Landsmeer in 2025 ruimschoots binnen de renterisiconorm gebleven. De ruimte onder de norm bedraagt € 6,793 miljoen, waaruit blijkt dat de spreiding van de leningenportefeuille voldoende is en het renterisico op de langlopende schuld beheersbaar blijft.
Renterisiconorm 1. 2. 3. 4. 5a 5b
Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1+2) Renterisiconorm Ruimte onder risiconorm (als 4 > 3) Overschrijding renterisiconorm (als 3>4) Berekening Renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage Renterisiconorm
89
Rekening 2024 0 2.500 2.500 7.162 4.662 0
Begroting 2025 0 1.200 1.200 7.038 5.838 0
Rekening 2025 0 1.200 1.200 7.993 6.793 0
35.808 20% 7.162
35.190 20% 7.038
39.966 20% 7.993
Geldleningen Financieringsbehoefte en leningenportefeuille Dit overzicht geeft inzicht in de omvang en ontwikkeling van de leningenportefeuille van de gemeente Landsmeer. De portefeuille bestaat uit langlopende geldleningen die zijn aangetrokken ter financiering van investeringen en ter ondersteuning van de gemeentelijke financieringsbehoefte op de lange termijn. Gedurende 2025 is voor € 10,0 miljoen aan nieuwe leningen aangetrokken en is € 1,2 miljoen regulier afgelost. Van vervroegde aflossingen en renteaanpassingen is in 2025 geen sprake geweest. De stand van de opgenomen geldleningen bedraagt hierdoor per 31 december 2025 € 28,1 miljoen, tegenover € 19,3 miljoen per 1 januari 2025. Mutaties in leningenportefeuille
Bedrag
Gem. Rente
Stand per 1 januari 2025 Nieuwe leningen
19.300 10.000
Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen
-1.200 0
Renteaanpassingen (oud %) Renteaanpassingen (nieuw %) Stand per 31 december 2025
N.v.t. N.v.t. 28.100
2,07%
Financieringspositie Gemeentefinanciering heeft betrekking op de wijze waarop de gemeente haar vaste activa financiert met eigen en vreemd vermogen. Zodra de beschikbare financieringsmiddelen, bestaande uit reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen, lager zijn dan de boekwaarde van de vaste activa, ontstaat een aanvullende financieringsbehoefte. Uit de tabel blijkt dat de totale financieringsmiddelen in 2025 zijn toegenomen van € 23,972 miljoen naar € 33,598 miljoen. De vaste activa zijn in dezelfde periode afgenomen van € 28,341 miljoen naar € 27,960 miljoen. Hierdoor is het saldo financiering verbeterd van € 4,369 miljoen negatief per 1 januari 2025 naar € 5,638 miljoen positief per 31 december 2025. Inclusief de grondexploitatie verbetert het saldo van € 5,380 miljoen negatief naar € 4,383 miljoen positief. Deze ontwikkeling laat zien dat de financieringspositie van Landsmeer in 2025 is versterkt. Door de toename van de langlopende financieringsmiddelen beschikt de gemeente ultimo 2025 over voldoende dekking voor de vaste activa en de grondexploitatie. Saldo financiering
01-01-25
31-12-25
Bestemmingsreserve en resultaat Voorzieningen
1.117 3.555
1.911 3.587
Opgenomen geldleningen A. Totaal financieringsmiddelen
19.300 23.972
28.100 33.598
B. Vaste activa
28.341
27.960
Saldo financiering (A-B) C. Geïnvesteerd in Grondexploitatie Saldo financiering inclusief grondexploitatie
-4.369 1.011 -5.380
5.638 1.255 4.383
90
Renteomslag Het renteschema geeft inzicht in de externe rentelasten, de rentebaten en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitatie en taakvelden wordt toegerekend, conform de voorschriften van het BBV. De rentetoerekening vindt plaats via het taakveld Treasury, waarna de rente via de renteomslag aan de relevante taakvelden wordt toegerekend. In 2025 bedragen de externe rentelasten over de korte en lange financiering € 633.533. Daartegenover staan externe rentebaten van € 178.077, waardoor het saldo van rentelasten en rentebaten uitkomt op € 455.456. Aan de grondexploitatie, projectfinanciering en doorverstrekte leningen is in 2025 geen rente toegerekend. De rente over eigen vermogen en voorzieningen bedraagt eveneens nihil, zodat het totaal aan taakvelden toe te rekenen rente op deze onderdelen uitkomt op € 0. De aan de taakvelden toegerekende rente via de renteomslag bedraagt in 2025 € 579.735. Hierdoor ontstaat op het taakveld Treasury een renteresultaat van € 124.280 negatief. Dit renteresultaat is het verschil tussen de werkelijke externe rentelasten en rentebaten enerzijds en de aan de taakvelden toegerekende rente anderzijds. Daarmee geeft het renteschema inzicht in de wijze waarop de rentelasten binnen de gemeentelijke exploitatie zijn verdeeld. Renteomslag 2025 a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b.
De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend
€
0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet c2. worden toegerekend
€
0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken(= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld c3. moet worden toegerekend €
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld Treasury
91
€ €
633.533 -178.077
€
455.456
€
0
€ €
0 0
€
0
€ -579.735 € -124.280
Bedrijfsvoering Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering bevat die onderdelen van de organisatie die een algemeen karakter hebben en daarnaast randvoorwaardelijk zijn voor de voor de ondersteuning van de teams bij de realisatie van de programma's. Bij de begroting nemen we in deze paragraaf de beleidsvoornemens op en bij de jaarrekening geven we hiervan de ontwikkeling in het afgelopen jaar weer. Voor de rechtmatigheidsverantwoording geldt dat hiervoor geen bijzonder voornemen in de begroting staat, deze is alleen van toepassing bij het opstellen van de jaarrekening. De paragraaf Bedrijfsvoering bevat de volgende onderdelen: • • • • • •
ICT Informatiebeveiliging en privacy Personeel Betaaltermijn Openbaarheidsparagraaf Rechtmatigheidsverantwoording
ICT De invloed van Informatie- en communicatietechnologie (ICT) op de samenleving en de producten/diensten van onze gemeente is continue in ontwikkeling. In 2025 hebben we onderzoek gedaan naar de uitfasering van Citrix. Deze technische IT-omgeving die veel gemeenten gebruiken wordt uiteindelijk te kostbaar vanwege de beweging om, nagenoeg alle, IT-applicaties in de Cloud bij de leverancier te plaatsen. In dat kader hebben we in 2025 ook weer verschillende IT-onderdelen naar de Cloud verplaatst. Dat leidt vervolgens tot een heroverweging van het huidige hybride ICT-beheer. KPN zal hierdoor minder of andere taken voor ons gaan uitvoeren. Het doel, net als bij alle andere gemeenten, is uiteindelijk te transformeren naar de 'Moderne werkplek' met Microsoft 365. Dat heeft zowel veel technische impact als ook op de wijze van werken in de gehele organisatie. Hiervoor zijn in 2025 ook de nodige voorbereidingen getroffen. De 'ICT-winkel' blijft ondertussen gewoon open en vraagt ook om onderhoud. In dat kader zijn in 2025 alle KPN datalijnen vervangen, zijn netwerkonderdelen voor de gemeentewerf, het Middelpunt en het gemeentehuis vervangen en is veel voorbereiding nodig geweest om het datacenter van KPN te vervangen.
92
Informatiebeveiliging en privacy Resultaten informatiebeveiliging en privacy 2025 In 2025 heeft de gemeente Landsmeer verdere stappen gezet om de informatiebeveiliging en privacy binnen de organisatie te versterken. De gemeente geeft structureel uitvoering aan het strategisch informatiebeveiligingsbeleid dat is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO 2.0). Hierbij wordt gewerkt volgens een Information Security Management System (ISMS), waarbij informatiebeveiliging risicogebaseerd wordt ingericht en continu wordt gemonitord en verbeterd. Binnen de organisatie zijn de rollen op het gebied van informatiebeveiliging duidelijk belegd. De functies van Chief Information Security Officer (CISO), Information Security Officer (ISO) en Technical Information Security Officer (TISO) zorgen gezamenlijk voor de coördinatie, uitvoering en verdere ontwikkeling van het informatiebeveiligingsbeleid. De gemeente investeert blijvend in bewustwording bij medewerkers. Nieuwe medewerkers volgen verplichte trainingen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Daarnaast worden teammanagers periodiek geïnformeerd over de voortgang van maatregelen en de status van informatiebeveiliging binnen de organisatie. Ook wordt gewerkt aan een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP) waarin kritieke processen en herstelmaatregelen zijn vastgelegd.
Jaarlijks wordt op basis van actuele risico’s en dreigingen een actieplan opgesteld om de digitale weerbaarheid verder te versterken. Op het gebied van privacy is het register van verwerkingen voor zowel de Algemene Verordening Gegevensbescherming als de Wet politiegegevens actueel gehouden. Hiermee behoudt de gemeente inzicht in de verwerking van persoonsgegevens en wordt voldaan aan de geldende privacywetgeving. Interne audits op het gebied van privacy hebben enkele verbeterpunten opgeleverd die in de komende periode worden opgepakt. De gemeente heeft in 2025 het ENSIA-traject succesvol doorlopen, inclusief de jaarlijkse verantwoording en audits op voorzieningen zoals DigiD en Suwinet. Daarnaast bereidt de gemeente zich voor op nieuwe Europese regelgeving op het gebied van digitale weerbaarheid, zoals de NIS2richtlijn. In 2026 wordt samen met de Informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten (IBD) een GAPanalyse uitgevoerd om de aansluiting op BIO 2.0 en de NIS2-richtlijn verder te toetsen. De uitkomsten vormen de basis voor een meerjarenplan waarmee de gemeente Landsmeer structureel blijft werken aan het versterken van de informatiebeveiliging en digitale weerbaarheid.
93
Personeel Ontwikkeling Organisatie Het bleek ook in 2025 weer een uitdaging om de personele bezetting voor de gemeente Landsmeer structureel op orde te krijgen. In onderstaande tabel hebben we de kengetallen over de personeelsbezetting opgenomen. 2025 2024 Omvang formatie (fte) 98,3* 94,7 Omvang bezetting (fte) 91,6 88,3 Aantal medewerkers 103 97 % mannen 42% 39% % vrouwen 58% 61% Gemiddelde leeftijd 47,4 48,4 % groep < 35 jaar 18% 16% % groep 35-54 jaar 46% 45% % groep > 55 jaar 36% 39% Instroom 20 9 Uitstroom 14 16 Gemiddeld ziekteverzuimpercentage 9,4 7,9 Verzuimduur kort 0,8 0,8 Verzuimduur middellang 1,1 0,9 Verzuimduur lang 7,5** 6,2 * per 31-12 dit is inclusief griffie en de uitbreiding zoals gepresenteerd bij het realisatievermogen **dit betreft vooral verzuim met een medische oorzaak waarbij dat, door de geringe organisatieomvang, relatief zwaar op het gemiddelde cijfer drukt In 2025 lag de uitstoom ongeveer op hetzelfde nivo als in 2024 maar is de instroom verdubbeld waardoor de vaste bezetting ook hoger uitpakt. Doordat de bezetting van de HR-functie op orde was gekomen hebben we de werving daarvoor ook zelf opgepakt via een nieuwe website. De grootste zorg voor vaste invulling doet zich nog steeds voor de bij de financiële adviesfunctie, functies voor Informatiebeveiliging en privacy en de functies op het gebied van ruimtelijke ordening (onder meer projectleiders).
Met externe ondersteuning kunnen we invulling aan die taken geven maar wel tegen hogere kosten. Voor wat betreft de doorontwikkeling van de organisatie in brede zin hebben we in 2025 onder meer: -
de implementatie van HR-21 (de nieuwe gemeentelijke functiebeschrijvings- en waarderingssystematiek) afgerond; hybride werken verder vorm gegeven, gedeeltelijk thuis en gedeeltelijk op kantoor is uitgangspunt (maximaal 50% thuis) waarbij die verdeling per functie maatwerk is; opleidings- en ontwikkelplan voor onze medewerkers opgesteld en een begeleidingsplan voor nieuwe medewerkers;
94
-
-
-
een begin gemaakt een strategische personeelsplanning waarmee we beter de toekomst van het personeel en de behoefte aan personeel in kaart kunnen brengen en daamee kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. een Risicoinventarisatie & evaluatie (RI&E) uitgevoerd en de aanbevelingen en verplichtingen daaruit geimplementeerd (agressie-traingen, BHV opleidingen, omgaan met werkdruk, en aanverwante cursussen/opleidingen of workshops); de jaarlijkse week van de vitaliteit georganiseerd; een uiterst succesvolle personeelsdag georganiseerd.
Personeelslasten Onderstaande tabel toont het verloop van de personeelslasten voor onze organisatie. Budget inhuur en vast personeel € 9,14 miljoen
Kosten vast personeel € 7,47 miljoen
Kosten inhuur € 1,58 miljoen
Saldo € 0,10 miljoen
Hiervoor gaven we al aan welke functies momenteel lastig in te vullen zijn, daar is het grootste deel van de inhuurkosten aan besteed. We hebben een beperkt inhuurbudget maar in combinatie met het budget dat vrijvalt vanwege vacatures was dit in 2025 voldoende om dit af te dekken, per saldo is sprake van een overschot van 1%.
Betaaltermijn De gemeente Landsmeer streeft naar tijdige betaling van facturen en sluit daarbij aan bij de wettelijke betaaltermijn van 30 dagen voor overheden. Daarnaast wordt gestuurd op een hoog aandeel facturen dat binnen deze termijn wordt betaald. In 2025 is de betaalprestatie duidelijk verbeterd ten opzichte van 2024. Het percentage betalingen binnen 30 dagen is gestegen van 80,9% in 2024 naar 93,3% in 2025. Daarmee is de interne streefwaarde van 90% gerealiseerd. Het percentage betalingen buiten 30 dagen is in dezelfde periode gedaald van 19,1% naar 6,7%. Ook de gemiddelde betaaltermijn is verbeterd. Deze is gedaald van 27 dagen in 2024 naar 18 dagen in 2025. Hiermee betaalt de gemeente gemiddeld ruimschoots binnen de wettelijke termijn van 30 dagen. Deze ontwikkeling laat zien dat de inrichting en opvolging van het betalingsproces in 2025 verder is verbeterd. Daarmee levert de gemeente Landsmeer een betere dienstverlening aan leveranciers en wordt het risico op betalingsachterstanden en eventuele rente- of aanmaningskosten beperkt. 2024
2025
Percentage betalingen binnen 30 dagen
80,9%
93,3%
Percentage betalingen >30 dagen
19,1%
6,7%
Gemiddelde betaaltermijn in dagen
27
18
95
Openbaarheidsparagraaf De openbaarheidsparagraaf is een verplichting vanuit de Wet open overheid (hierna: Woo) artikel 3.5. Hierin wordt toegelicht hoe de gemeente voldoet of gaat voldoen aan de verplichting tot passieve en actieve openbaarmaking van informatie en hoe zij haar informatiehuishouding structureel verbetert. De focus van deze openbaarheidsparagraaf is de beschrijvende en kwalitatieve verantwoording op hoofdlijnen over de activiteiten die zijn uitgevoerd in 2025 op de thema’s: • basis informatiehuishouding op orde; • actieve openbaarmaking; • passieve openbaarmaking. De onderstaande toelichting is dan ook gerelateerd aan die thema's waarbij deze in de praktijk sterk met elkaar verweven zijn. Informatiehuishouding op orde Voor de verbetering van de informatiehuishouding zijn in 2025 de volgende activiteiten uitgevoerd: • Inrichten informatiebeheer aan de voorkant In 2025 is verdere vooruitgang geboekt in het verbeteren van het informatiebeheer binnen de informatiesystemen van Landsmeer. De nadruk lag op het beter ordenen, registreren en duurzaam toegankelijk maken en houden van informatie vanaf het moment van ontstaan. Hiermee wordt de basis gelegd voor een betrouwbare informatiehuishouding die voldoet aan wettelijke eisen en de organisatie ondersteunt in haar dagelijkse werkzaamheden.
• Kwaliteitsonderzoek informatie Bij alle afdelingen is in 2025 onderzoek geweest over de kwaliteit van informatie. Deze afspraken richten zich op volledigheid, juistheid, vindbaarheid en duurzame toegankelijkheid. Door deze kwaliteitsverbetering kan informatie beter worden beheerd conform wetgeving, waaronder de Woo en archiefwetgeving. Dit draagt bij aan een efficiëntere dienstverlening en een betere interne informatievoorziening. • Uitvoering Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) In 2025 is de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) volledig geïmplementeerd. Dit betekent dat inwoners en bedrijven op een uniforme en betrouwbare manier digitaal zaken kunnen doen met de gemeente. De implementatie heeft geleid tot verbeterde digitale toegankelijkheid en duidelijkere communicatiekanalen. • Verbeteringen gemeentelijke website De website van de gemeente is in 2025 verbeterd. Formulieren zijn geactualiseerd en gebruiksvriendelijker gemaakt, en diverse teksten zijn herschreven om begrijpelijkheid en toegankelijkheid te vergroten. Deze verbeteringen ondersteunen inwoners bij het vinden van informatie en het digitaal indienen van verzoeken. Actieve openbaarmaking Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die vanuit de overheid worden ondernomen om informatie uit eigen beweging openbaar te maken voor de samenleving en politiek.
• Verdere implementatie actieve openbaarmaking In 2024 zijn de eerste informatiecategorieën actief openbaar gemaakt in de Woo-index. In 2025 is voortgebouwd op deze basis. • Publicatieplatform (uitgestelde aanschaf)
96
De aanschaf van een publicatieplatform is in 2025 voorbereid, maar nog niet gerealiseerd. De
•
reden hiervoor is dat de landelijke Woo-index nog niet volledig beschikbaar is en tranche 2 van de actieve openbaarmakingsverplichtingen is uitgesteld. De gemeente heeft ervoor gekozen de aanschaf uit te stellen totdat duidelijkheid bestaat over de landelijke voorzieningen en de technische eisen. Aanschaf anonimiseringstool In 2025 is een anonimiseringstool aangeschaft ter ondersteuning van zowel actieve als passieve openbaarmaking. Deze tool helpt bij het zorgvuldig verwijderen van persoonsgegevens en andere gevoelige informatie, waardoor documenten sneller en veiliger kunnen worden gepubliceerd.
Passieve openbaarmaking Onder passieve openbaarmaking verstaan we het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek uit de samenleving, zoals de Woo-verzoeken. In dat kader zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: • Aanwijzen Woo-contactfunctionaris In 2025 zijn er twee Woo-contactfunctionarissen aangewezen. De ene functionaris speelt een centrale rol bij het registreren van Woo-verzoeken en informatieverzoeken en neemt ook informatieverzoeken in behandeling. De andere contactfunctionaris fungeert als aanspreekpunt voor inwoners en organisaties en behandelt Woo-verzoeken. • Analyse en optimalisatie proces Woo-verzoeken Hoewel het proces rondom de afhandeling van Woo-verzoeken al goed functioneerde, is in 2025 een analyse uitgevoerd om te bepalen waar verdere versnelling en efficiëntie mogelijk zijn. In 2025 zijn er 9 Woo-verzoeken ontvangen en behandeld.
97
Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad op 24 april 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 795.000.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 2,48 miljoen bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 795.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 2,32 miljoen acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken. Resteert een niet-acceptabele afwijking van € 0,16 miljoen die in deze paragraaf nader is toegelicht. Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025 en de vertaling hiervan naar de financiële verordening van 29 januari 2026. Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2.