01. Bijlage Ruimtelijke Onderbouwing Scheepsbouwersweg 1 Landsmeer38
Tekst van het document
Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt 32
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
(werkzaamheden aan- en direct nabij bebouwing) dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig/ bewoond zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen. Algemene broedvogels Het projectgebied (de bebouwing en beplantingen binnen- en nabij het plangebied) is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bijgebouwen en in de hagen, bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen- en nabij het plangebied. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen. De voorgenomen ontwikkeling kan niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 van de Wnb niet worden overtreden.
Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht. Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel is het belangrijk om m.b.t. de rugstreeppad maatregelen te nemen. Bij aanvang van de werkzaamheden, het opspuiten van terrein met zand, ontstaat er namelijk een goed habitat voor de rugstreeppad. Het vernietigen of verstoren van voortplantingsverblijfplaatsen of exemplaren van deze streng beschermde rugstreeppad betreft een overtreding van de Wet natuurbescherming. Wanneer wordt voorkomen dat plassen ontstaan of rugstreeppad zich kan vestigen in het plangebied, wordt een overtreding voorkomen. Met een amfibieënscherm kan in veel gevallen verhinderd worden dat de rugstreeppad het plangebied binnenkomt. Ook is het mogelijk om het ontstaan van tijdelijke plassen te voorkomen of deze te dempen voordat de soort kans ziet om hierin eieren af te zetten. Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, door het ontbreken van een geschikt habitat binnen het deel van de te ontwikkelen kavel.
Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Holland een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden
33
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Aandachtspunten met betrekking tot aanleg toegangsweg en plaatsen duiker Er is ook aandacht besteed aan de realisatie van de grondwal die dient als toegangsweg, waarin een duiker wordt gerealiseerd. Belangrijk is om te zorgen dat gedurende de aanleg van de toegangsweg en het plaatsen van de duiker, er verbinding blijft bestaan tussen de twee waterdelen. Dit om migratie en vluchtroutes open te houden voor diverse soorten. Ook dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen (broedseizoen globaal van maart t/m augustus) aangezien water- en rietvogels de oevers en rietvegetatie graag gebruiken om te broeden. Gebiedsbescherming Het gebied ligt op ruim 1 kilometer van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske, zodat op voorhand kan worden geconcludeerd dat er geen externe effecten zijn, zoals trilling of verstoring. Voor een eventuele toename van stikstofdepositie is dit geverifieerd met een stikstofberekening, waaruit blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied. Deze is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het plangebied ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Omdat de vertaling van dit netwerk in de provinciale verordening geen externe werking kent, leidt het beoogde plan niet tot effecten op deze gebieden. Ook is er geen sprake van Bijzonder Provinciaal Landschap. Conclusie Er vindt als gevolg van de werkzaamheden geen aantasting van belangrijke ecologische waarden plaats. Er zal gewerkt worden conform de aanwijzingen die zijn gegeven voor de werkzaamheden ten behoeve van de grondwal met duiker. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologische erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde ‘veroorzakerprincipe’. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Dit is vertaald in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Met name de Erfgoedwet is door de Wamz aangepast en gaat concreet in op de bescherming van archeologische waarden in bestemmingsplannen. 34
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
Beoordeling Er gelden dubbelbestemmingen voor Waarde-Archeologie 1,2 en 3. De verschillende categorieën staan voor verschillende verwachtingen op de vondst van archeologische relicten. In het geldende bestemmingsplan Luijendijk-Zuid komen geen archeologische dubbelbestemmingen voor. Er kan daarom gekeken worden naar archeologische verwachtingskaarten, maar die zijn ook niet beschikbaar. Wanneer gekeken wordt naar de omgeving, geldt vooral de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 (bestemmingsplan Het Lint). Deze is daarom opgenomen. In de naast gelegen bestemmingsplannen is een deel van een cirkel te zien met dubbelbestemming WaardeArcheologie 1. Wanneer deze cirkel afgemaakt wordt, valt een deel daarvan in het plangebied. Daarom is voor het deel dat binnen die fictieve cirkel valt een dubbelbestemming WaardeArcheologie
1
opgenomen.
De
bebouwing
wordt
grotendeels
gerealiseerd
binnen
de
dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3. Op deze gronden is geen onderzoek nodig indien minder gebouwd wordt dan 2.500 m2 . Daar is sprake van, de maximale bebouwing die wordt toegestaan, bedraagt 2.355 m2. Een deel valt op gronden met de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2, waar een ‘grens’ van 500 m2 geldt. Er wordt in dit deel echter niet meer gebouwd dan die grens. Tot slot geldt voor een klein deel de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1, waar een grens van 50 m2 geldt. In dit deel wordt echter niet gebouwd. De hoeveelheid water dat wordt gerealiseerd bedraagt minder dan de verstoringsgrenzen die ter plaatse gelden voor aanlegactiviteiten (2.500 m2 en 500 m2). De verhardingen die worden aangelegd bedragen minder dan 2.500 m2 en gaan niet dieper dan 0,35 meter en daarvoor is onderzoek derhalve ook niet nodig. Er is zodoende geen archeologisch onderzoek nodig. Wel geldt altijd de zorgplicht, zoals vastgelegd in de Erfgoedwet, ofwel ‘meldingsplicht’, zoals vastgelegd in Artikel 5.10. Cultuurhistorie In hoofdstuk 2 is reeds ingegaan op de geschiedenis; de cultuurhistorische waarden van de locatie worden niet aangetast. Conclusie Er vindt geen aantasting plaats van archeologische- of cultuurhistorische waarden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.8 Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit is van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. In voorliggend geval wordt het gebruik van de gronden gewijzigd van een agrarisch bouwperceel naar wonen. Onderzoek naar de milieuhygiënische bodemkwaliteit is daarom benodigd.
35
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
Beoordeling Om te beoordelen of de grond geschikt is voor het beoogde gebruik is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd dat is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit dit onderzoek komt het volgende naar voren: Aangezien op de locatie een sterke verontreiniging met asbest en zware metalen aanwezig is, zijn ten behoeve van de voorgenomen overdracht en bouwwerkzaamheden mogelijk financieel als procedureel belemmerende factoren aanwezig. Aanbevolen wordt: -
Een nader bodemonderzoek uit te voeren naar de verontreiniging met zware metalen op de onderzoekslocatie. Een dergelijk onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (meer dan 25 m³ grond boven de I-waarde).
-
Als men ter plaatse van de verontreiniging met asbest en mogelijk zware metalengraafwerkzaamheden en derhalve een sanerende actie zal gaan uitvoeren, een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen) op te stellen. De BUS-melding dient vervolgens ter goedkeuring overlegd te worden aan het bevoegd gezag. Indien de bodemverontreiniging in de toekomstige situatie "onaangetast" blijft, behoeft er formeel gezien (uitgaande van het ontstaan van de verontreiniging voor 1987) geen sanerende maatregel genomen te worden met als voorwaarde dat de verontreiniging niet als spoedeisend wordt beschouwd.
Dit nadere onderzoek heeft plaatsgevonden en is tevens toegevoegd als bijlage. Uit het nader bodemonderzoek is gebleken dat de bovengrond van de boringen maximaal licht verontreinigd zijn met zware metalen. In het voorgaande onderzoek was reeds aangetoond dat ter plaatse van de boringen 01, 05, 08, G17 en G18 sterke verontreinigingen met zware metalen aanwezig zijn. Op basis van ervaringsfeiten kunnen concentraties aan zware metalen op korte onderlinge afstand sterk variëren. De sterke verontreinigingen zijn aangetroffen in de oostelijke zone van het projectgebied, in grondstroken aangrenzend aan de watergang. Met onderhavig onderzoek is aangetoond dat de sterke verontreinigingen op een groot deel van het terrein niet worden aangetroffen. Ondanks dat de exacte omvang van de sterke verontreinigingen middels het onderzoek niet kan worden bepaald kan gesteld worden dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (> 25 m3 boven de Iwaarde). Tevens was reeds eerder vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De oorzaak van de aangetoonde verontreinigingen in de bodem is niet bekend. Mogelijk hangen de verontreinigingen samen met de voormalige bebouwing en gebruik van de locatie of opgebracht slib vanuit de aangrenzende watergang. Wanneer de verontreiniging is ontstaan is evenmin bekend.
Vooralsnog geldt als uitgangspunt dat dit voor 1987 is ontstaan en derhalve geen sprake is van een nieuw geval van bodemverontreiniging. Gezien het huidige gebruik (braakliggend) is naar verwachting geen sprake van humane of ecologische risico's. 36
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
Als men ter plaatse van de sterke verontreiniging met zware metalen en asbest graaf-, ophoog-, of afdekwerkzaamheden en derhalve een sanerende actie zal gaan uitvoeren, dient een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen) te worden gedaan. De BUS-melding dient ter goedkeuring overlegd te worden aan het bevoegd gezag. Indien de bodemverontreiniging in de toekomstige situatie "onaangetast" blijft, behoeft er formeel gezien (uitgaande van het ontstaan van de verontreiniging voor 1987) geen sanerende maatregel genomen te worden met als voorwaarde dat de verontreiniging niet als spoedeisend wordt beschouwd. Er wordt een BUS-melding gedaan. Voor de uitvoerbaarheid van het project vormt de milieuhygiënische bodemgesteldheid geen belemmering.
4.9 Waterhuishouding In onder andere de Europese 'Kaderrichtlijn water', het 'Nationaal Bestuursakkoord Water', het Deltaprogramma 2015: 'Nederland veilig en leefbaar in de 21e eeuw' en de adviezen van de 'Commissie Waterbeheer 21e eeuw' is het beleid met betrekking tot het water(-beheer) vastgelegd. Het beleid is gericht op het duurzaam behandelen van water. Dit betekent onder andere het waarborgen van voldoende veiligheid en het beperken van de kans op hinder vanwege water; dit ook in verhouding tot ontwikkelingen als de verandering van het klimaat, het dalen van de bodem en het stijgen van de zeespiegel. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen zijn er op (deel)stroomgebiedniveau plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheerplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027. Het NWP is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 –
2027.
Uitgangspunt
is schoon, veilig
en
voldoende water dat
klimaatadaptief
en
toekomstbestendig is. 37
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
Provinciaal beleid Op 31 januari 2022 heeft Provincie Noord-Holland het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 (Regionaal Waterprogramma) vastgesteld. In het Regionaal Waterprogramma geeft de provincie aan hoe zij zich inzet voor een goede waterkwaliteit, het op peil houden van de watervoorraad en de bescherming tegen overstromingen. Het Regionaal Waterprogramma is opgebouwd uit een drietal deelprogramma's. Voor de deelprogramma’s oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico’s is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen, dat samen met andere partijen wordt uitgevoerd. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met zijn partners zijn waterbeleid op lange termijn (Deltavisie 2012). De Deltavisie is vertaald in het Waterplan 2022-2027 (WBP6) voor de middellange termijn. Hierin presenteert het hoogheemraadschap zijn koers voor de periode 2022-2027 en de opgaven waar het hoogheemraadschap zelf en met anderen aan werkt.
Het hoogheemraadschap bouwt voort op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 20162021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023. Het Hoogheemraadschap beschikt over een Waterschapsverordening
die
sinds
1
januari
2024
in
werking
is
getreden.
De
Waterschapsverordening bevat de regels die het hoogheemraadschap hanteert om de watergangen, waterkeringen en wegen binnen het beheergebied te beschermen. Rond deze sloten, dijken en wegen zijn verschillende zones gedefinieerd en voor elke zone gelden weer andere regels. In het Omgevingsloket zijn deze regels in te zien onder het onderdeel "Regels op de kaart". Via de Vergunning check is op dezelfde website te controleren of er een vergunning of melding nodig is voor bepaalde activiteiten. Watertoets De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit (ruimte voor water) en waterkwantiteit en veiligheid (overstroming). Watercompensatie Dempingen dienen 1 op 1 gecompenseerd te worden. Voor de extra verhardingen is een compensatiepercentage van 8 % gehanteerd, conform een eerdere ontwikkeling om het terrein. In beginsel hanteert het HHNK een hogere compensatienorm van 12 %. Het HHNK geeft aan dat wanneer het kavel 1,0m boven waterpeil (NAP -1,56) komt te liggen, coulanter met watercompensatie kan worden omgegaan.
38
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
Het ophogen van het kavel is geotechnisch beoordeeld. De kruin van de Scheepsbouwersweg is t.h.v. het kavel ingemeten op -0,65 NAP. De bovenzijde straatwerk op het terrein is -0,65 NAP. Het peil van het te realiseren gebouw is -0,55 NAP. Hieruit volgt dat de buitenruimte van het kavel bijna 1 meter boven NAP komt te liggen en het gebouw 1 meter boven NAP. Toename verhardingen: -
Gebouw: 2.355 m2
-
Wegen: 1.093 m2
-
Parkeren graskeien 337 m2 x 50 %: 169 m2
Het totaal aan extra verharding bedraagt 3.617 m2. Voor de watercompensatie wordt nu dus uitgegaan van 8 %, vanwege de ophoging van het kavel. De watercompensatie bedraagt (8 % van 3.617 m2): 289 m2. Daarnaast wordt er 135 m2 gedempt. In totaal dient er daarom 424 m2 te worden gecompenseerd. De watercompensatie is gezocht in de oevers van het perceel en voor het resterende gedeelte in de oostelijke uitloper waar het grenst aan de woonbebouwing van het Zuideinde. Er is een watervergunning nodig op basis van de Keur. Deze watervergunning wordt verleenbaar geacht. Toepassing dam met duiker Het inpassen van een dam is in lijn met de waterverbindingen in de directe omgeving. Bij de omliggende wegen/kavels is verbinding van de waterloop ook met duikers gerealiseerd. In de te realiseren dam worden dan ook duikers (2 x 0,8m) toegepast. Financieel is een brug bovendien niet haalbaar. Waterkwaliteit In het plan is verder geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan als schoon worden beschouwd. Bovendien wordt met de duiker in de dam voorkomen dat er stilstaand water wordt gerealiseerd. Navolgende afbeelding toont een schetsweergave van hoe het oppervlaktewater rondom het kavel in verbinding staat. Het compensatiedeel wordt verbonden met de bestaande waterlopen aan de noord- en zuidkant.
Door de duiker staat alles met elkaar in verbinding. Dit ten gunste van de doorstroming, waterkwaliteit en bereikbaarheid.
39
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
Afbeelding: verbinding water in de directe omgeving
Waterkeringen Er is geen sprake van een (beschermingszone van een) waterkering binnen het projectgebied. Voorts wordt niet gebouwd in een beschermingszone van een waterkering. Daarmee werpt het aspect water geen belemmering op.
4.10 Duurzaamheid Op het gebied van duurzaamheid wordt voldaan aan de wettelijk vereiste zaken. Het dak biedt mogelijkheden voor de plaatsing van zonnepanelen.
4.11 Kabels en leidingen Er zijn geen kabels en leidingen die een belemmering vormen voor het project. Wel is een hoogspanningsverbinding aanwezig, die planologisch is beschermd (zie ook paragraaf 2.1). Met de leidingbeheerder
zal
afstemming
worden
gezocht
in
het
kader
van
de
procedure
omgevingsvergunning. De navolgende afbeelding toont de nieuwe situatie in relatie tot de belemmeringenstrook van de 380 kV hoogspanningsverbinding. Met Tennet wordt de bouwhoogte afgestemd ten opzichte van NAP, inclusief zaken bovenop het dak zoals ventilatorkokers, zonnepanelen en installaties. Het peil van het gebouw ligt op -0,55 NAP. Het gebouw komt daarmee op +7,45 NAP.
40
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
Afbeelding: nieuwe situatie in relatie tot 380 kV-leiding en belemmeringenstrook
4.12 Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt in MER-beoordelingsplichtige activiteiten en MER-plichtige activiteiten. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten waar op grond van het Besluit niet direct een MER-beoordelingsplicht of MER-plicht geldt, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Vooropgesteld wordt dat het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' ruimte voor interpretatie laat. Mede daardoor kan ook discussie ontstaan over de vraag wanneer sprake is van een wijziging van een dergelijk project. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen een rol. Het is in ieder geval niet relevant of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Beoordeling Het project voorziet in het realiseren van maximaal 2.890 m2 bvo bedrijvigheid. Het gaat om activiteiten die zijn genoemd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage: categorieën D 9 en D 11.2. De omvang van de ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarden die gelden voor beide categorieën.
Dit betekent dat er in dit geval geen m.e.r.- beoordeling, maar een vormvrije
41
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
m.e.r.-beoordeling uitgevoerd dient te worden. In de herziene m.e.r.-richtlijn die per 7 juli 2017 in werking is getreden betekent dit o.a. dat een MER-aanmeldingsnotitie dient te worden opgesteld. Bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing is een MER-aanmeldingsnotitie waarin wordt beoordeeld dat geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu aan de orde zijn en dat daarom geen m.e.r.-beoordeling benodigd is.
42
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid In afdeling 6.4 Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van de kosten van een grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. In voorliggend geval is er sprake van kosten van behandeling van de omgevingsvergunning en van het regelen van de eigendomspositie van de dam met duiker. De gemeente neemt de dam met duiker niet in eigendom in verband met beheer en onderhoudskosten. Er wordt daarom een recht van opstal gevestigd. Ook worden er afspraken vastgelegd over de compensatie van de parkeerplaatsen bij de aanlanding van de dam en de kosten die daaraan vast zitten. Daarom wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin deze zaken worden vastgelegd.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Een afwijking van het bestemmingsplan die onder de uitgebreide procedure valt, wordt voorbereid met een ter inzagelegging van het ontwerpbesluit conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende zes weken kan eenieder zienswijzen indienen. Tegen het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen staat vervolgens beroep en hoger beroep open. Op 6 september 2023 is een inloopavond georganiseerd om de omgeving te informeren over het initiatief. Bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing is de presentatie die tijdens deze avond is getoond en de vragen en antwoorden van deze avond.
43
Ruimtelijke onderbouwing Scheepsbouwersweg 1, Landsmeer
11 december 2024
6 Conclusie Het voorliggende initiatief is een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling. Voor het gevraagde kan een besluit tot afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 eerste lid sub a, onder 3°van de Wabo genomen worden. Het Rijks-, provinciale of gemeentelijke beleid werpen geen belemmeringen op en ook vanuit de omgevingsaspecten zijn geen belemmeringen te verwachten. Op diverse milieuaspecten is onderzoek uitgevoerd of is gemotiveerd waarom geen belemmeringen zijn te verwachten. Het initiatief is een ruimtelijk aanvaardbare ontwikkeling om de volgende redenen. Er is een behoefte aan gronden ten behoeve van bedrijvigheid. De realisatie op gronden binnen BSG die zijn gelegen tussen bestaande bedrijfsfuncties biedt hiervoor een stedenbouwkundige basis. Het bestaande groen heeft geen bijzondere landschappelijke functie. Er is geen sprake van een significante verslechtering van het woon- en leefklimaat bij omliggende gevoelige functies.
44