RIB VTH jaarverslag bijlage Beoordelingsformulier 2024 systematisch toezicht IBT omgevingsrecht Gemeente Laarbeek
Tekst van het document
Beoordelingsformulier 2024 systematisch toezicht IBT-omgevingsrecht Gemeente Laarbeek
Procesinformatie Beoordeelde documenten: Uitvoerings- & handhavingsstrategie:
Beleidsplan VTH 2024-2027 en Uitvoeringsstrategie VTH 2024-2027
Uitvoeringsprogramma U&H 2024:
Uitvoeringsprogramma VTH 2024
Evaluatieverslag VTH 2023:
Jaarverslag VTH 2023
Reactie gevraagd:
Reactie ontvangen:
Reactie verwerkt:
24 mei 2024
N.v.t.
24 juli 2024
Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste documenten voor de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaak (hierna: U&H-documenten of ook wel VTHdocumenten) van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (Omgevingsbesluit met de zogeheten procescriteria U&H) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun U&H-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de U&H-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur. Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen.
Een tijdige en goede naleving van de procescriteria U&H is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de U&H-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele U&Hstructuur om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle U&Hdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria U&H. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De conceptbeoordelingsvragen met bijbehorende beoordelingscriteria zijn via de mail op 20 december 2023 bekend gemaakt aan de contactpersonen IBT Omgevingsrecht bij gemeenten en waterschappen met gelegenheid voor reactie. Er zijn een aantal reacties ontvangen. Het definitieve beoordelingsformulier samen met een overzicht van de ingekomen reacties en de reactie van IBT daarop is vervolgens op 1 februari 2024 gemaild aan de contactpersonen en ook geplaatst op de website IBT-omgevingsrecht in de SharePoint werkomgeving.
1
Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Vraag 1: Stelt de gemeenteraad regels over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden die in opdracht van B&W worden uitgevoerd om een goede kwaliteit van de uitoefening van die taken door de omgevingsdiensten te waarborgen? (Ow art. 18.23, lid 1, onder a (kwaliteit basistakenpakket omgevingsdiensten) Toelichting wetgever: Voor de invulling van deze verplichting is door de VNG en het IPO een Modelverordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht opgesteld, die voor gemeenten en provincies gelijkluidend is. Voorlopig oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: Met de inwerkingtreding van de omgevingswet op 1 januari 2024 is de juridisch grondslag voor de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Laarbeek, zoals is vastgesteld op 12 december 2019 komen te vervallen. De gemeenteraad heeft geen nieuwe regels vastgesteld over de uitoefening van de U&H-taken of daarmee samenhangende werkzaamheden die in opdracht van of namens B&W worden uitgevoerd. Op 13 december 2023 hebben wij in het kader van actief toezicht ambtelijk overleg met vertegenwoordigers van uw gemeente gehad. In dit overleg is aangegeven dat de raad naar verwachting uiterlijk 1 januari 2024 de nieuwe verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht zou vaststellen.
Onlangs hebben wij verzocht naar de stand van zaken waarbij u heeft aangegeven dat de raad de nieuwe verordening nog niet heeft vastgesteld. Verbeterpunten: Zorg dat de gemeenteraad regels stelt over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden die in opdracht van B&W worden uitgevoerd om een goede kwaliteit van de uitoefening van die taken door de omgevingsdiensten te waarborgen. Stel voor 1 oktober 2024 een plan van aanpak op waarin is uitgewerkt wanneer de nieuwe verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht wordt vastgesteld door uw raad en hoe u uitwerking geeft aan en implementatie van de kwaliteitscriteria (bijlage B Kritieke massa) inzake beschikbaarheid en de deskundigheid en de kwaliteitsdoelen ten aanzien van dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van diensten & producten en financiën, voor de eigen organisatie en omgevingsdienst. Reactie gemeente: Geen reactie ontvangen met desgevraagd de telefonische mededeling dat geen reactie volgt. Opmerking IBT: Gelet op de opgelopen vertraging bij de afronding van de beoordeling van de gemeente, verlengen we de termijn voor het indienen van een plan van aanpak tot 1 oktober 2024. Dit is verwerkt in de tekst van bovenstaand verbeterpunt. We zien het plan van aanpak graag tegemoet via ibt@brabant.nl . Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet niet.
2
Vraag 2.a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de actuele kwaliteitscriteria U&H voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? Vraag 2.b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening U&H omgevingsrecht art. 5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Over de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Omgevingsbesluit op te stellen documenten. Voorlopig oordeel: Voldoet niet De gemeente heeft de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Laarbeek, vastgesteld op 12 december 2019. In deze verordening is opgenomen dat de eigen organisatie dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria (bijlage B Kritieke massa) inzake beschikbaarheid en de deskundigheid en de kwaliteitsdoelen ten aanzien van dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van diensten & producten en financiën en dat de raad hierover jaarlijks wordt geïnformeerd.
Tekortkomingen: In het Jaarverslag VTH 2023 wordt niet ingegaan op de naleving van de kwaliteitscriteria en de kwaliteitsdoelen voor de eigen organisatie. Ook de verantwoording of de omgevingsdienst voldoet aan de kwaliteitscriteria ontbreekt. Verbeterpunten: Evalueer voor 1 augustus 2024 of de organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria (bijlage B Kritieke massa) inzake beschikbaarheid en de deskundigheid en de kwaliteitsdoelen ten aanzien van dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van diensten & producten en financiën en rapporteer uw raad hierover, zoals vastgelegd in uw verordening Reactie gemeente: Geen reactie ontvangen met desgevraagd de telefonische mededeling dat geen reactie volgt. Verwerking reactie: Gelet op de opgelopen vertraging bij de afronding van de beoordeling van de gemeente, verlengen we de termijn voor de betreffende evaluatie tot 1 oktober 2024. Dit is verwerkt in de tekst van bovenstaand verbeterpunt. We zien de uitkomsten van de evaluatie graag tegemoet via ibt@brabant.nl . Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet niet. Vraag 3.
Voldoen B&W aan deskundigheidsgebied 27 (Cultuurhistorie) van de actuele kwaliteitscriteria U&H? Toelichting wetgever: Deskundigheidsgebied 27 van de actuele kwaliteitscriteria 2.3 (deel B kritieke massa) bevat de eisen aan de U&H-medewerkers en aan de organisaties die de daar genoemde activiteiten op het gebied van cultuurhistorie uitvoeren. De criteria voor kritieke massa hebben geen relatie met de omvang van het werkaanbod. Ze geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit uit te kunnen voeren. 3
Voorlopig oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: In het Jaarverslag VTH 2023 wordt net ingegaan op de naleving van deskundigheidsgebied 27 van de actuele kwaliteitscriteria U&H. Verbeterpunten: Zie vraag 2. Reactie gemeente: Geen reactie ontvangen met desgevraagd de telefonische mededeling dat geen reactie volgt. Verwerking reactie: N.v.t. Definitief oordeel: Voldoet niet.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) Vraag 4: Stellen B&W een U&H-strategie vast in een of meer documenten waarin
gemotiveerd wordt aangegeven welke U&H-doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht? (Ob art. 13.5, lid 1 en Ob art. 13.6) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich een U&H-strategie vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk U&H-document of apart. U&H-strategie bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor uitvoering hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van uitvoering en handhaving is belangrijk. U&H-strategie wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijvoorbeeld omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden uitvoering en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. Definitief oordeel: Voldoet Op 30 januari 2024 is het Beleidsplan VTH 2024-2027 en de Uitvoeringsstrategie VTH 2024-2027 door het college vastgesteld. In het Beleidsplan VTH paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de doelen en activiteiten. De activiteiten worden verder uitgewerkt in de jaarlijkse uitvoeringprogramma’s.
Vraag 5: Wordt de handhavingsstrategie gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet? (Ob art. 13.5, lid 4) Toelichting wetgever: Er moet sprake zijn van door het bestuursorgaan schriftelijk vastgelegde handhavingsdoelstellingen. Deze moeten gebaseerd zijn op een probleemanalyse waarbij het bestuursorgaan in kaart heeft gebracht voor welke regelgeving (de Ow en het bij of krachtens de andere betrokken wetten bepaalde) het de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving is opgedragen, wat de kansen op overtredingen van die regelgeving zijn en wat de effecten van die overtredingen voor de fysieke leefomgeving zijn. Een goede probleem- of risicoanalyse is één van de belangrijkste factoren om een kwalitatief goede beleidscyclus te realiseren. Op basis van de probleemanalyse bepaalt het bestuursorgaan welke activiteiten nodig zijn om de in kaart gebrachte handhavingsdoelen te bereiken en welke prioriteiten het daarbij stelt. 4
Definitief oordeel: Voldoet In het Beleidsplan VTH 2024-2027 hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de werkwijze bij het opstellen van de omgevingsanalyse en de totstandkoming van de prioriteiten. De uitkomsten van de risicoanalyse is als afzonderlijk document toegevoegd. De Uitvoeringsstrategie VTH is mede gebaseerd op de probleemanalyse. Vraag 6: Gaan B&W in de U&H-strategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&Hstrategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Definitief oordeel: Voldoet In het Beleidsplan VTH 2024-2027 paragraaf 3.2 en bijlage Risicomodel Laarbeek wordt Erfgoed meegenomen in de risicoanalyse, waarbij aan verbouw in strijdig met vergunning of regels een lage prioriteit wordt toegekend.
Voor het toetsingskader en de werkwijze bij uitvoering en handhaving wordt in de Uitvoeringsstrategie VTH 2024-2027 paragraaf 3.9 en 3.11 de werkwijze verwoord. Vraag 7: Gaan B&W in de U&H-strategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&H-strategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet In het Beleidsplan VTH 2024-2027 paragraaf 3.2 en 3.3 en bijlage Risicomodel Laarbeek wordt ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving van de regels van het omgevingsplan, waarbij aan de verschillende activiteiten een lage en gemiddelde prioriteit wordt toegekend. Voor het toetsingskader en de werkwijze bij de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels wordt in de Uitvoeringsstrategie VTH paragraaf 4.3 en 5.6 nader toegelicht.
Uitvoeringsprogramma Vraag 8. Werken B&W jaarlijks de U&H-strategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met de geldende vastgestelde U&H-strategie. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met het bereiken van de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen. 5
Definitief oordeel: Voldoet Het college heeft op 30 januari 2024 het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 vastgesteld. In het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 hoofdstuk 4 en 5 met bijlage detailberekening wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd waarbij rekening gehouden wordt met gestelde doelen en gestelde prioriteiten. Vraag 9. Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma U&H ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 in de bijlage detailberekening wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd waarbij rekening gehouden wordt met gestelde doelen en gestelde prioriteiten en de beschikbare middelen.
Vraag 10: Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma U&H ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 hoofdstuk 4 en 5 met bijlage detailberekening wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd waarbij rekening gehouden wordt met gestelde doelen en gestelde prioriteiten en de beschikbare middelen. Vraag 11: Stellen B&W het uitvoeringsprogramma U&H jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt de U&H-strategie uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht.
Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Het college heeft op 30 januari 2024 het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 vastgesteld. Compliment voor de tijdige vaststelling.
Borging van middelen 6
Vraag 12: Dragen B&W er zorg voor dat: a. De voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn? (Ob art. 13.10) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van de U&H-strategie benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 hoofdstuk 4 en 5 i.c.m. bijlage detailberekening en het Werkprogramma van de ODZOB en VRBZO wordt ingegaan op de beschikbare financiële en personele middelen voor de komende beleidsperiode. De inzet van de middelen wordt jaarlijks toegelicht in het VTHuitvoeringsprogramma en de begroting geborgd.
In het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 worden de middelen inzichtelijk gemaakt, zowel voor de eigen organisatie als de samenwerkende partners (werkprogramma’s ODZOB en VRBZO).
Evaluatierapportage Vraag 13. Rapporteren B&W jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Ob art. 13.11, lid 1) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde U&H-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. Definitief oordeel: Voldoet In het Beleidsplan VTH paragraaf 3.5 wordt aangegeven dat de gemeente jaarlijks evalueert of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen.
Hiervoor zijn per doelstelling indicatoren opgesteld. In het Jaarverslag VTH 2023 hoofdstuk 3 ic.m. bijlage 3, 4 en 5 evalueert de gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Vraag 14. Wordt naar aanleiding van het evaluatierapport de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast? (Ob, art. 13.11, lid 2) Toelichting wetgever: 7
De U&H-strategie wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop de strategie betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of de vastgestelde strategie door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als strategie is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet In het beleidsplan VTH 2024-2027 paragraaf 3.5 wordt aangegeven dat in hoeverre resultaten bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen wordt gemonitord , geëvalueerd en verantwoord. In het Jaarverslag VTH 2023 hoofdstuk 3 i.c.m. bijlage 3, 4 en 5 evalueert de gemeente de strategie (werkwijze) en geeft aan of deze moeten worden aangepast. Vraag 15. Gaan B&W in het evaluatierapport ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.11) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat.
Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het evaluatierapport wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat.
Opmerking IBT: het evaluatierapport gaat over het uitvoeringsjaar 2023. In dat jaar was de Wabo nog van toepassing met verwijzing naar de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedwet (Wabo art. 5.1). Dwz dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering’. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Voorlopig oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: In het Jaarverslag VTH 2023 wordt niet ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Noch voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd door de eigen organisatie als voor de onderdelen die zijn belegd bij de omgevingsdienst. Verbeterpunten: Zorg voor een evaluatie over de uitoefening van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd door de eigen organisatie als voor de werkzaamheden die zijn belegd bij de omgevingsdienst en informeer uw raad hierover. Reactie gemeente: Geen reactie ontvangen met desgevraagd de telefonische mededeling dat geen reactie volgt. Verwerking reactie: N.v.t. Definitief oordeel: Voldoet niet.
Vraag 16: Gaan B&W in het evaluatierapport ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het bestemmingsplan (oud, vanaf 1-1-2024: omgevingsplan)? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.11) 8
Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het evaluatierapport ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel.
Opmerking IBT: het evaluatierapport gaat over het uitvoeringsjaar 2023. In dat jaar was de Wabo nog van toepassing met verwijzing naar de Wet ruimtelijke ordening (Wabo art. 5.1). Dwz dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro en de verlening van omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c en g, van de Wabo. De genoemde omgevingsvergunningen gaan over de Wabo activiteiten bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheerverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wro of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet en het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheerverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald.
Voorlopig oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: In het Jaarverslag VTH 2023 wordt niet ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving van de regels in het bestemmingsplan. Noch voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd door de eigen organisatie als voor de onderdelen die zijn belegd bij de omgevingsdienst. Verbeterpunten: Zorg voor een evaluatie over de uitoefening van de uitvoering en handhaving van de regels in het bestemmingsplan door de eigen organisatie als voor de werkzaamheden die zijn belegd bij de omgevingsdienst en informeer uw raad hierover. Reactie gemeente: Geen reactie ontvangen met desgevraagd de telefonische mededeling dat geen reactie volgt. Verwerking reactie: N.v.t. Definitief oordeel: Voldoet niet. Vraag 17. Stellen B&W het evaluatierapport jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen.
Definitief oordeel: Voldoet Op 30 april 2024 is het Jaarverslag VTH 2023 door het college vastgesteld. Compliment voor de tijdige vaststelling.
9
Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: voldoet gedeeltelijk Aantal
Punten
Toetsingsvragen
17
-
Score Voldoet (2 punten)
12
24
Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt)
0
0
Score Voldoet niet (0 punten)
5
0
Totaal aantal punten
-
Eindoordeel o.b.v. punten
24/34 x 100 = 70,59%
Toelichting eindoordeel:
≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet
10