CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Landelijke tarieven Gecertificeerde Instellingen Bijlage 1

Commissie Sociale & Algemene Zaken 24 april 2024, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen3.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergoeding bijzondere (pupil)kosten 2024 e.v. A. B. C. D. E.

Uitgangspunten Doelgroep Bijzondere kosten in kader van regievoering op de maatregel Kosten m.b.t. levensonderhoud Kosten m.b.t. onderwijs e.d.

A.

Uitgangspunten

In de uitwerking van deze notitie is rekening gehouden met de onderstaande uitgangspunten: • Gecertificeerde Instellingen ontvangen een toeslag op het tarief van enkele producten om daarmee de bijzondere kosten te financieren. Deze opslag is van toepassing op de producten: OTS korter dan een jaar (code 48A01), OTS langer dan een jaar (48A02), Voogdij (48A03) en Voorlopige Voogdij (48A07). De Gecertificeerde Instellingen bepalen zelf hoe ze deze middelen inzetten; deze middelen zijn niet gekoppeld aan een individuele jeugdige. • In 2023 bedraagt de opslag op het tarief €347,21 per jaar. Voor WSS is vanwege de doelgroep een hogere opslag van toepassing. Deze opslag bedraagt €442,-.1 In de contractuele afspraken met de regio’s is overeengekomen dat er wordt geïndexeerd op basis van 90% OVA en 10% PPC. • Deze regeling is bedoeld om jeugdigen in schrijnende situaties op een snelle en efficiënte wijze te kunnen helpen. De jeugdbeschermers van de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) kunnen op basis van deze uitwerking hun eigen professionele inschatting maken wat er in een specifieke situatie noodzakelijk is. Hierbij staat de behoefte van de jeugdige centraal, daarna volgt een financiële afweging. • Deze regeling is bedoeld als een leidraad voor de GI’s en gemeenten, maar moet niet worden gezien als een allesomvattend document.

Een GI kan dus bepalen, in het belang van de jeugdige, om gebruik te maken van deze regeling, ook wanneer een bepaalde kostenpost niet expliciet staat opgenomen in dit document. • Om te komen tot een goede oplossing moet de begeleiding en ontwikkeling van de jeugdige voorop staan, afstemming over financiële (rand)zaken mag niet buitenproportioneel veel tijd kosten. • Binnen de transformatie gedachte is het uitgangspunt dat de jeugdbeschermer samen optrekt met de gemeente. Dat wil zeggen de jeugdbeschermer voegt zich in als de maatregel start en weer uit als de maatregel eindigt. De gemeente blijft betrokken bij de jeugdige. Ook wordt met de doelen van de transformatie beoogd om de zorg en hulp zo dicht mogelijk bij het kind te organiseren, kinderbeschermingsmaatregelen zo kort mogelijk te laten duren. Prikkels in regelingen en afspraken tussen de GI’s en gemeenten dienen hierop afgestemd te zijn. De gemeenten stellen voor om zelf per gemeente een contactpersoon beschikbaar te stellen die meer kennis heeft over allerlei gemeentelijke regelingen die ondersteunend kunnen zijn aan de ouders en de jeugdigen. • Ouders blijven wettelijk verantwoordelijk voor het levensonderhoud van hun kind, ook als het kind niet meer bij hen kan wonen (uithuisplaatsing) en/of als er sprake is van gezagsbeëindiging (voogdij). Het stimuleren dat ouders deze rol (de uitzondering 1

De hoogte van deze opslag is vastgesteld in de werkgroep landelijke tarieven en dit betreft het prijspeil 2024. Mogelijk wijzigt

dit tarief nog enkele procenten vanwege afspraken over de indexering. 2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 1 van 8

•

•

• •

• •

• •

daargelaten) blijven nemen, is belangrijk voor de betrokkenheid van de ouder bij de jeugdige. Voor vergoeding van kosten dient allereerst een beroep gedaan te worden op de ouders. Voor financiële ondersteuning kunnen ouders zich wenden tot de gemeente. Daarna komt pas de vergoeding van kosten via deze notitie aan bod. De GI heeft een regierol, een ‘dwingende’ en toetsende taak ten aanzien van de uitvoering van het gezag door ouders in het kader van de wet op de ondertoezichtstelling. Dit geldt ook voor de uitvoering van het gezag als het gaat om de financiële verantwoordelijkheden (plichten) die bij deze gezaghebbende rol hoort. In plaats van deze verantwoordelijkheid over te nemen of beoordelen of ouders over de middelen beschikken om aan deze verantwoordelijkheid te kunnen voldoen is het aan de GI om de ouder met gezag te stimuleren (en indien nodig de aanwijzing te geven) om bronnen aan te wenden waarmee de ouder aan deze verantwoordelijkheid invulling kan geven. Momenteel doet Jeugdbescherming Brabant - incidenteel bij echte schrijnende gevallen - een beroep op het werven van bepaalde fondsen voor dekking van kosten m.b.t. levensonderhoud (ad. D) en onderwijs (ad. E). Het verwerven van aanvullende financiële middelen via fondsenwerving valt buiten de wettelijke taak van een GI en de voogdijmethodiek.

De kosten worden door de GI’s toegeschreven aan de jeugdigen op basis van het woonplaatsbeginsel. Vanuit normalisatie en gelijkheid is een jeugdige met een beschermingsmaatregel niet anders dan een jeugdige zonder maatregel. Het zou niet uit hoeven maken waar de jeugdige woont: thuis, bij pleegouders of in een woongroep, de primaire behoeften zijn hierin gelijkwaardig. Pleegouders krijgen een maandelijkse vergoeding voor de kosten van levensonderhoud voor het pleegkind, hiervoor is een separate regeling van kracht. Deze regeling maakt geen deel uit van deze notitie. Pleegzorg en jeugdreclassering kunnen doorlopen tot en met 23 jaar. De ondertoezichtstelling of voogdij eindigt wel met 18 jaar. Bij jeugdreclassering kan de cliënt zich, zoals iedere andere 18+ ingezetene zich wenden tot de gemeente voor ondersteuning. Bij pleegzorg 18+, loopt de pleegzorgvergoeding en pleegzorgbegeleiding door. De pleegzorgvergoeding valt buiten deze notitie en voor overige ondersteuning kan de cliënt zich als iedere 18+ ingezetene zich wenden tot de gemeente voor ondersteuning. De vergoeding inzake bijzondere (pupil)kosten betreft een vergoeding voor specifieke kosten die gemaakt worden voor (alleen) jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel (voogdij of ondertoezichtstelling, zie ook onderdeel B).

Nota van inlichtingen III, deel uitmakend van de contractafspraken met de GI’s en waar nader wordt ingegaan op de bijzondere kosten.

2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 2 van 8

B.

Doelgroep

Deze notitie is allereerst van toepassing op: Een jeugdige met een voogdijmaatregel. Let wel, een jeugdige met een voogdijmaatregel hoeft niet altijd uit huis geplaatst zijn. Soms woont de jeugdige wel bij een van de ouders, maar is de ouder niet in staat de regie te nemen in de opvoeding en verzorging van het kind, maar wel in staat op aanwijzing en met aanvullende hulp het uit te voeren. Bij deze jeugdige spelen soortgelijke financiële problemen. Aandachtspunt is nog dat er momenteel geen afspraken zijn vastgelegd over burgervoogdij en pleegoudervoogdij. Deze notitie betreft nog enkel voogdij uitgevoerd door een GI. Bij burgervoogdij zijn er geen aanvullende afspraken. Bij pleegoudervoogdij ontvangt de pleegvoogd alleen een pleegzorgvergoeding wanneer hieraan een pleegzorgcontract ten grondslag ligt, bij een uithuisplaatsing vervalt het contract en de vergoeding. Daarnaast zijn er omstandigheden waarop deze notitie ook van toepassing is: • Een crisissituatie waarbij de jeugdige onder voorlopige ondertoezichtstelling of voorlopige voogdij staat. Dit zijn acute situaties waarbij er een directe behoefte is aan diverse spullen en voorzieningen en er geen tijd is om te schakelen met de gemeenten voor eventuele vergoeding. • Een jeugdige (baby) die verwikkeld is (of kort daarvoor was) in een afstand ter adoptie procedure.

Gelukkig komt de procedure maar weinig voor (gemiddeld 2 keer jaar in Brabant). Een afstand ter adoptie procedure heeft veelal en individueel beloop en creëert andere behoeften aan spullen en voorzieningen (denk bv. aan vergoeding van kraamzorg voor pleegouders, voorzieningen voor de biologische moeder die besluit haar baby toch niet af te staan). • Een jeugdigen die onder toezicht staat of jeugdreclassering heeft, uit huis is geplaatst en bij wie (plotseling) sprake is van een schrijnende situatie. Een ondertoezichtstelling heeft tot doel de gezagsrelatie te herstellen, dit kan ook betekenen het doel om te proberen de opvoeding en verzorging van de jeugdige door de ouders weer te herstellen wanneer de jeugdige weer veilig is en zich kan ontwikkelen. In principe hoort het opvoedingsperspectief van de jeugdige binnen 2 jaar duidelijk te zijn. Met het weer opnemen van de opvoedingsrol door de ouder wordt ook bedoeld het ook zelf (eventueel op aanwijzing van de jeugdbeschermer) financiële ondersteuning/begeleiding zoeken bij de gemeente. Een Jeugdreclasseringsmaatregel kan gepaard gaan met een uithuisplaatsing. Met enkel een Jeugdreclasseringsmaatregel is er dan sprake van een zgn. vrijwillige plaatsing. Er is geen sprake van beperking van het gezag van de ouders. • Een jeugdige onder voogdij en bij wie sprake is van juridische kosten i.r.t.

het veilig stellen van het eigen vermogen van deze jeugdige. Jeugdigen onder voogdij hebben nauwelijks een echt substantieel vermogen. Echter, soms kan het voorkomen dat de jeugdige vermogen erft en dat buitenstaanders een appel doen op dit vermogen.

2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 3 van 8

C.

Bijzondere kosten in het kader van de uitvoering van de maatregel (Regievoering)

Een GI voert de regie uit over de jeugdhulp vanuit de opgelegde maatregel en beheert het vermogen van een voogdij jeugdige. In principe gaat het om kosten waarvoor een handtekening van de jeugdbeschermer nodig is. Dit zijn kosten die via de jeugdbeschermer bij de GI worden gedeclareerd. Nr. 1

Categorie Aanvullende zorgverzekering

Toelichting

2

Beslissingsdiagnostiek

Beslissingsdiagnostiek is vaak opgenomen in bepaalde trajecten. Dit betreft diagnostiek specifiek door de GI aangevraagd, meer bedoeld als second opinion. Vergoeding van de kosten voor forensisch psychologisch/psychiatrisch onderzoek ter voorbereiding van een strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing. Deze onderzoeken worden op verzoek van de GI aangevraagd en zijn voor de jeugdbeschermer nodig om een beslissing te nemen, die betrekking heeft op een kinderbeschermingsmaatregel of nodig is voor het besluit van de GI en waarvoor een verzoekschrift voor een machtiging bij de Kinderrechter ingediend moet worden.

3

Curatele, onderbewindstelling en mentorschap

Een GI heeft vrijstelling van griffierechten, alhoewel de rechtbank deze niet altijd geeft.

4

Identiteitsbewijs

Het vergoeden van de aanschaf van een identiteitsbewijs. Vanaf 1 januari 2005 geldt voor iedereen van 14 jaar of ouder een identificatieplicht. Je moet dan altijd een geldig identiteitsbewijs bij je dragen. Dat is een paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of vreemdelingendocument.

5

DNA onderzoek

Bij twijfel over wie de biologische ouder is van de jeugdige en een behoefte om dit te verifiëren.

6

Naamswijziging

Wijziging wordt alleen verzocht indien Jeugdbescherming Brabant dit

Vergoeding van de zorgkosten gemaakt door jeugdige. De basis zorgverzekering is voor alle minderjarigen in Nederland gratis. Jeugdigen maken ook kosten die niet vallen binnen het pakket van de basis zorgverzekering. Daarom vergoedt de GI ook de kosten van de aanvullende zorgverzekering. De kosten voor de aanvullende verzekering worden vergoed.

2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 4 van 8

noodzakelijk acht, als gevolg van een DNA onderzoek of traumaverwerking. Dit is echter niet van toepassing indien de jeugdige de naam van de pleegouders aanneemt. In dat geval zijn kosten geheel voor rekening van de pleegouders.

7

Verblijfsvergunning

Een betaling van leges voor een tijdelijke verblijfsvergunning, benodigd voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen. Het betreft hier een nota van het IND.

8

Uittreksel Bevolkingsregister Schooladvies

Bv. een geboorteakte.

10

Tolk – en vertaalkosten

Voor de effectiviteit van de maatregel is incidentele inzet van een tolk nodig volgens het interne beleid. In kader van het herstel van de rol als opvoeder wordt wel van de ouder verwacht zich meer vaardig te maken in de Nederlandse taal.

11

Begrafenis of crematie

Wanneer de jeugdige geen uitvaart verzekering heeft wordt gekeken hoe de kosten vergoed worden. Op basis van art. 21 van de Wet op de lijkbezorging heeft de gemeente de plicht om de uitvaart te verzorgen als er iemand binnen de gemeentegrenzen komt te overlijden van wie geen nabestaanden bekend zijn of waarvan de nabestaanden niet in staat zijn de uitvaart te betalen. Dit is de regel een zeer sobere uitvaart. De biologische ouder mag eventueel zelf de uitvaart regelen en kan om bijzondere bijstand vragen aan de gemeente. Wanneer de GI kosten vergoedt, gaat het om standaard uitvaart kosten die de gemeente niet vergoedt op basis van art. 21.

12

Aansprakelijkheidsverzekering particulieren (AVP) inclusief het eigen risico

Wanneer biologische/pleegouders verzekerd zijn voor aansprakelijkheid, kunnen zij de jeugdige meeverzekeren onder de polis. Het maakt niet of de jeugdige wel of niet bij zijn ouders woont. Primair wordt eerst een beroep

9

Wanneer de school van de jeugdige hierin onvoldoende aansluitend advies geeft en de jeugdbeschermer aanleiding ziet voor een aanvullend advies of een second opinion.

2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 5 van 8

gedaan op de verzekering van de biologische/pleegouders, secundair op de aansprakelijkheidsverzekering van de GI. In het beroep doen op de aansprakelijkheidsverzekering nemen we in de weging af dat de jeugdige ook een eigen verantwoordelijkheid heeft in terugbetalen van de door hem/haar zelf veroorzaakte schade. Schade door opzet (vandalisme, drugs- en drankgebruik) is vanaf 14 jaar en ouder niet meeverzekerd.

13

D.

Crisis of uitzonderlijke situaties

In crisis of uitzonderlijke situatie kan het nodig zijn om direct bepaalde kosten voor de jeugdige te dekken die niet onder het bovenstaande rijtje vallen. Deze situaties komen met name voor binnen de spoedeisende zorg, een (voormalig) afstand ter adoptie traject, bij het veilig stellen van het eigen vermogen van de voogdij jeugdige en bij medische kosten die niet gedekt worden door zorgverzekering. Bij forse kosten pleegt de GI overleg met de gemeente voor extra dekking van deze kosten op basis van de hardheidsclausule.

Kosten m.b.t. levensonderhoud

Dit zijn kosten die een jeugdige maakt om in kader van de dagelijkse verzorging en het regulier deelnemen aan de dagelijkse samenleving. De vergoeding van deze kosten loopt ook – zie de (aangepaste) uitgangspunten - via de GI, en niet via gemeente of aanbieder. Voor de beschrijving van de doelgroep wordt verwezen naar punt B. Deze kosten vallen onder de regeling (betaald door de GI uit de vergoeding). Dit zijn kosten voor o.a.: Dagelijkse verzorging 1. Dagvergoeding 2. Zak-, kleed- en wasgeld 3. Dagelijkse reguliere verzorgingsproducten (denk aan shampoo, douchegel, deodorant, maandverband/tampons en scheerbenodigdheden). Van belang is om afspraken te maken over de echte dagelijkse kosten wat jeugdigen afhankelijk van de leeftijd krijgen voor dagvergoeding en zak-, kleed- en wasgeld nodig hebben. Te overwegen is om een leeftijdsafhankelijke component er aan toe te voegen voor verzorgingsproducten of dit specifiek extra benoemen binnen de dagvergoeding. Dit heeft in het verleden voor m.n. jonge dames schrijnende situaties opgeleverd.

2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 6 van 8

Deelname samenleving 4. Kamerinrichting en uitzet

Afhankelijk van de afspraken tussen de gemeente en de ingekochte aanbieder, zijn kamers wel of niet gemeubileerd. De voorkeur geniet gemeubileerde kamers af te nemen. Jeugdigen hebben beperkte mogelijkheden zelf de hele inboedel te vergaren en deze vervolgens ook weer mee te verhuizen wanneer zij 18+ worden.

5. Babykamer en -uitzet In het belang van een goede start voor de baby kan de biologische ouder bij onvoldoende financiële middelen om ondersteuning vragen voor het vergaren van een babykamer en de babyuitzet. 6. Fiets (en evt. reparatiekosten) 7. Alle vormen van vervoer (zoals taxivervoer) i.v.m. omgangsregeling en behoud eigen netwerk In principe is deze vergoeding bedoeld voor de jeugdige zelf. Is de jeugdige (nog) niet in staat zelf te reizen of is bepaalt dat de omgang plaats in het gezinshuis/woonvoorziening, kan de aanbieder eventueel besluiten de vergoeding tijdelijk toe te kennen aan de ouder i.p.v. de jeugdige. In eerste instantie dient de ouder zelf regie te nemen i.r.t. de omgang en zich te wenden tot de eigen gemeente voor vergoeding van de reiskosten.

8. Lidmaatschap van een lokale (sport)vereniging en (sport)benodigdheden (i.v.m. behoud/vergroten netwerk) 9. Vakantiekampen

Met name voor jeugdigen met een beperking. Voor een evt. deelname aan een vakantiekamp worden vanwege de beperking extra kosten gemaakt.

Van belang is om afspraken te maken hoe wordt omgegaan met een evt. langdurig verblijf in een ziekenhuis of revalidatiecentrum. Een uitzondering hierin betreft de babykamer en -uitzet, dit is ook van toepassing bij de biologische ouder thuis, waarbij de biologische ouder (of diens voogd) contact opneemt met de contactpersoon van de gemeente.

2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 7 van 8

E.

Kosten m.b.t. onderwijs e.d.

Dit zijn kosten die de jeugdige maakt om deel te kunnen nemen aan het onderwijsprogramma. De vergoeding van deze kosten loopt niet via de GI. Dit zijn kosten waarvoor de jeugdbeschermer in samenwerking met de contactpersoon van de gemeente kijkt waar financiële ondersteuning nodig en mogelijk is voor de jeugdige om gelijkwaardig te kunnen participeren in het onderwijs zoals ieder andere jeugdige in de betreffende gemeente. Dit zijn kosten voor: 1. Vervoer naar school en stage; 2. Laptop en mobiele telefoon (nodig voor het volgen van Middelbaar Onderwijs en hoger); 3. Deelname aan activiteiten die georganiseerd worden door/voor school; 4. Benodigde lesmaterialen en werkkleding/schoenen. Het zou hierin niet uit hoeven maken of de jeugdige wel of niet uit huis is geplaatst. Bijvoorbeeld, het zou niet mogen zijn dat een jeugdige onder voogdij €800 vergoeding krijgt voor een laptop op school en dat een jeugdige zonder een maatregel €500 krijgt. Ad 1 De afgelopen periode is het diverse keren voorgekomen dat het moeilijk was om vervoer naar school te regelen voor een pupil. In de meeste gevallen zaten deze jeugdigen bij een jeugdhulpaanbieder buiten de regio, ver weg van school en familie/vrienden. Omdat er vaak sprake was van regulier onderwijs, is het lastig gebleken om hier afspraken over te maken in het kader van het leerlingenvervoer.

In een enkele situatie is het voorgekomen dat een jeugdige (tijdelijk) niet naar school ging omdat het vervoer niet was geregeld. De gemeenten in Brabant werken aan een regeling om dit knelpunt op te lossen. Kort gezegd komt het daarop neer dat de gemeente die de jeugdige bij de jeugdhulpaanbieder heeft geplaatst, ook de financiering regelt voor het leerlingenvervoer naar de school van herkomst. Deze regeling geldt voor alle vormen van onderwijs, dus ook voor regulier onderwijs. Deze regeling is wel beperkt tot uithuisplaatsingen in geval van crisis of uithuisplaatsingen welke anderszins van beperkte duur zijn. Als het vervoer ondanks deze nieuwe regeling, om wat voor reden dan ook niet tijdig van de grond komt, kan de GI de kosten voor het vervoer (tijdelijk) financieren via deze regeling bijzondere kosten. Dit vanuit het eerder genoemde oogpunt: het belang van de jeugdige staat voorop. Hierbij worden de gemeente de onderstaande aandachtspunten meegegeven: • Scholen mogen leerlingen niet uitsluiten van activiteiten wegens het uitblijven van een vrijwillige bijdrage en horen een passend alternatief te bieden. • Scholen bieden aan leerlingen begeleiding zonder extra vergoeding in rekening te brengen wanneer dit past binnen het ondersteuningsprofiel van de betreffende school.

In het ondersteuningsprofiel staat aangegeven welke voorzieningen de school heeft om zorgleerlingen op te vangen. Het totaal van ondersteuningsprofielen van alle scholen in het samenwerkingsverband waartoe de betreffende school behoort, moeten zorgen voor een dekkend aanbod van de onderwijszorg. Dit is vervolgens verwoord in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband waartoe de school behoort. Raadpleeg zo nodig de betreffende school c.q. samenwerkingsverband.

2024 Uitwerking bijzondere (pupil)kosten jeugdigen Brabant – Definitieve versie / Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=32ce4bdd-0c6f-4337-918d-c12f1c254303