CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Land van de Peel bijlage Lysias Staatssteunanalyse - Land van de Peel

Commissie Sociale & Algemene Zaken 28 mei 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen10.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beschikt de betrokken onderneming over bijzondere of uitsluitende rechten die zijn verbonden aan andere activiteiten dan de dienst van algemeen economisch belang waarvoor de steun wordt verleend, welke een hogere winst opleveren dan een redelijke winst, of geniet zij andere door de staat toegekende voordelen, dan worden deze tot haar inkomsten gerekend, ongeacht de kwalificatie daarvan voor de toepassing van artikel 107 van het Verdrag. De betrokken lidstaat kan besluiten dat de winst die wordt behaald met andere activiteiten we lke buiten de dienst van algemeen economisch belang vallen, geheel of gedeeltelijk voor de financiering van de dienst van algemeen economisch belang moet worden bestemd. 5. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder "redelijke winst" verstaan het rendement op kapitaal dat zou worden verlangd door een gemiddelde onderneming die afweegt of zij de dienst van algemeen economisch belang al dan niet moet verrichten gedurende de hele periode waarvoor zij met het beheer van die dienst zou worden belast, rekening houdende met de omvang van het risico. Onder "rendement op kapitaal" wordt verstaan de interne opbrengstvoet die de onderneming gedurende de periode waarvoor zij met het beheer van de betrokken dienst is belast, op haar geïnvesteerde kapitaal behaalt.

De omvang van het risico is afhankelijk van de betrokken sector, het soort dienst en de kenmerken van de compensatie. 6. Om te bepalen wat een redelijke winst is, mogen de lidstaten stimulerende criteria invoeren met betrekking tot, met name, de kwaliteit van de dienstverlening en de winst op het punt van productie -efficiëntie. Efficiëntiewinsten gaan niet ten koste van de kwaliteit van de dienstverlening. Beloningen die zijn gekoppeld aan winst op het punt van productie -efficiëntie, worden op een zodanig niveau vastgesteld dat die winst evenwichtig wordt verdeeld tussen de onderneming en de lidstaat en/of de gebruikers. 7. Voor de toepassing van dit besluit wordt een rendement op kapitaal dat niet hoger ligt dan de relevante swaprente, met een opslag van 100 basispunten hoe dan ook als redelijk beschouwd. De relevante swaprente is de swaprente waarvan de looptijd en de valuta overeenstemmen met de looptijd en de valuta van het besluit waarbij de onderneming met het beheer van een dienst van algemeen economisch belang wordt belast.

Wanneer aan het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang geen substantieel zakelijk of contractueel risico is verbonden, met name wanneer de aan het beheer van de dienst van algemeen economisch belang verbonden netto kosten achteraf in wezen volledig worden gecompenseerd, mag de redelijke winst niet meer bedragen dan het relevante swaprentepercentage, met een opslag van 100 basispunten. 8. Wanneer het wegens bepaalde omstandigheden niet passend is het rendement op kapitaal te gebruiken, kunnen de lidstaten, voor het bepalen van wat als redelijke winst geldt, ook gebruikmaken van andere winstgevendheidsindicatoren, zoals het gemiddelde rendement op eigen vermogen, de return on capital employed, de return on assets of de return on sales. Onder "rendement" wordt verstaan het courante resultaat in dat jaar. Het gemiddelde rendement wordt berekend aan de hand van de disconteringsvoet tijdens de looptijd van het contract zoals die in de mededeling van de Commissie

20

over de herziening van de methode waarmee de referentie - en disconteringspercentages worden vastgesteld (PB C 14 van 19.1.2008, blz. 6.) is vermeld. Ongeacht de gekozen indicator, verstrekt de lidstaat de Commissie, op haar verzoek, het nodige bewijs dat de winst niet hoger ligt dan zou worden verlangd door een gemiddelde onderneming die afweegt of zij de dienst van algemeen economisch belang al dan niet moet verrichten, door bijvoorbeeld ter vergelijking het rendement te geven dat wordt behaald met vergelijkbare soorten contracten die onder concurrerende voorwaarden zijn toegewezen. 9. Wanneer een onderneming activiteiten verricht die zowel binnen als buiten de dienst van algemeen economisch belang vallen, worden in de interne boekhouding de met de dienst van algemeen economisch belang verband houdende kosten en inkomsten, en die van de andere diensten, gescheiden opgenomen, alsook de parameters voor de toerekening van die kosten en inkomsten (volgens de Transparantierichtlijn gescheiden boekhouding). De kosten die verband houden met activiteiten die buiten de dienst van algemeen econ omisch belang vallen, omvatten alle directe kosten, plus een passende bijdrage in de gemeenschappelijke vaste kosten en een passend rendement op kapitaal. Voor deze kosten wordt geen compensatie verleend. 10.

De lidstaten eisen van de betrokken onderneming dat deze alle ontvangen overcompensatie terugbetaalt.

Controle op overcompensatie (artikel 6) De lidstaten zorgen ervoor dat de compensatie ten behoeve van het beheer van de DAEB voldoet aan de in het DAEB-Vrijstellingsbesluit vastgestelde voorwaarden, en met name dat de onderneming geen compensatie ontvangt die het overeenkomstig artikel 5 bepaalde bedrag overschrijdt. Het nodige bewijsmateriaal moet op diens verzoek overlegd worden bij de Commissie. Het Besluit vereist ook dat er regelmatige controles ten minste om de drie jaar worden uitgevoerd. Wanneer een onderneming compensatie heeft ontvangen die het overeenkomstig artikel 5 bepaalde bedrag overschrijdt, eist de verantwoordelijke overheid van de betrokken onderneming dat deze de overcompensatie terugbetaalt. De parameters voor het berekenen van de compensatie worden voor de toekomst bijgewerkt. Wanneer het bedrag van de overcompensatie niet meer dan 10% van het bedrag van de gemiddelde jaarcompensatie bedraagt, mag deze overcompensatie naar de volgende periode worden overgedragen en op het voor die periode te betalen compensatiebedrag in mindering worden gebracht. Overige aandachtspunten DAEB-vrijstellingsbesluit Het DAEB-Vrijstellingsbesluit richt zich vooral op een verlicht toepassingsregime voor lokale en sociale DAEB's.

Ondernemingen die minder dan € 15 miljoen per jaar aan compensatie ontvangen, vallen onder het vrijstellingsbesluit en zijn vrijgesteld van melding bij de Europese Commissie als zij aan alle voorwaarden uit het besluit voldoen. Het plafond van € 15 miljoen geldt voor iedere specifieke DAEB waarmee een bepaalde onderneming wordt belast. Wordt een onderneming met drie verschillende DAEB's belast, dan geldt het plafond voor elk van deze DAEB's: de onderneming kan dus op grond van het besluit een totale compensatie van maximaal € 45 miljoen krijgen, mits de compensatie per DAEB maximaal € 15 miljoen bedraagt. Wanneer dezelfde DAEB wordt toegewezen aan vijf ondernemingen samen, dan geldt het plafond slechts één keer voor die specifieke DAEB-taak. Als de compensatie varieert over de periode waarin de onderneming met de DAEB is belast, wordt het gemiddelde jaarlijkse compensatiebedrag berekend. Als dit gemiddelde onder de € 15 miljoen per jaar ligt, valt de compensatie onder deze vrijstelling. Dit gaat allemaal zowel om toezeggingen (ex ante) als ontvangen gelden (ex post). Het gaat dus niet om projectkosten of subsidiabele kosten, het gaat om de compensatiebedragen.

Monitoring De betrokken overheid dient gedurende de uitvoering van het programma en ten minste tien jaar na afloop van deze periode, alle gegevens te bewaren die noodzakelijk zijn om vast te stellen of de verleende compensatie met het DAEB-Vrijstellingsbesluit verenigbaar is. Op een eventueel schriftelijk verzoek van de Commissie dient de overheid de nodige gegevens aangaande de compensatie te verstrekken (artikel 8 van het DAEBVrijstellingsbesluit). Verder dient Nederland (de lidstaat) om de twee jaar bij de Commissie een verslag in te

21

dienen over de uitvoering van het DAEB-Besluit. Het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) coördineert en begeleidt deze rapportage en verzoekt gemeenten en provincies t.z.t. om relevante gegevens aan te leveren. De aan te leveren informatie is overigens vrij eenvoudig en beknopt. Praktijkvoorbeelden DAEB-vrijstellingsbesluit Als een gemeente, provincie of ministerie een DAEB-maatregel wil nemen, lijkt dit op het eerste gezicht complex (met alle hierboven genoemde criteria). Toch valt dat in de praktijk wel mee en er zijn heel veel eenvoudige praktijkvoorbeelden. Een simpele zoektocht op “aanwijzingsbesluit DAEB” op Google levert al honderden hits op met praktijkvoorbeelden. Het Kenniscentrum Europa Decentraal heeft ook diverse praktijkvoorbeelden opgenomen in een handreiking: https://europadecentraal.nl/wp-content/uploads/2014/07/Handreiking-DAEB-2014.pdf Procedures Procedureel zit het DAEB-Vrijstellingsbesluit eenvoudiger in elkaar dan de AGVV. Een kennisgeving is niet nodig, de steun kan direct verstrekt worden zo lang de vormvoorwaarden netjes geborgd worden. Alleen achteraf moet op basis van de jaarrekeningen het definitieve steunbedrag bepaald worden en worden gerapporteerd via het Ministerie van BZK aan Brussel.6 Er zijn al veel praktijkvoorbeelden van DAEB’s beschikbaar.

6

Meer informatie: https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/procedures-staatssteun/rapportage/

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=b2589055-488b-40c7-92cd-345e82d71ea9