CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening in Laarbeek - 24.12.21.pdf

Vergadering commissie Sociaal Domein 11 januari 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Presentatie resultaten onderzoek Rekenkamercommissie naar schuldhulpverlening19.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening in de gemeente Laarbeek Rekenkamercommissie Gemert-Bakel - Laarbeek

Laarbeek, 24 december 2021

Inhoud Voorwoord Leeswijzer Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek 1.2 Doelstelling onderzoek 1.3 Uitvoering onderzoek 1.4 Hoor en wederhoor 1.5 Uitkomsten onderzoek Hoofdstuk 2 Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie college van B&W Nawoord Rekenkamercommissie Hoofdstuk 3 Onderzoeksverantwoording 3.1 Hoofd- en deelvragen 3.2 Onderzoeksmethoden Hoofdstuk 4 Schuldhulpverlening: een wettelijke taak met lokale uitvoering 4.1 Wettelijk kader 4.2 Uitvoering schuldhulpverlening: een gezamenlijke taak voor de Peelgemeenten 4.3 Schuldhulpverlening vraagt een integrale benadering 4.4 Coronacrisis kan leiden tot meer aanvragen van schuldhulpverlening Hoofdstuk 5 Beleid 5.1 Beleidskaders en doelen 5.2 Regionaal Beleidsplan 5.3 Lokaal beleid in Laarbeek 5.4 Relatie met andere beleidsterreinen 5.5 Rol Cliëntenraad 5.6 Betrokkenheid gemeenteraad Hoofdstuk 6 Organisatie en uitvoering 6.1 Schuldhulpverlening onderdeel Sociaal Team Laarbeek (STL) 6.2 Lokale toegang is essentieel 6.3 Taakverdeling tussen de gemeente Laarbeek, GR Peelgemeenten en andere uitvoerende partners 6.4 Taken GR Senzer 6.5 Samenwerking met ketenpartners Hoofdstuk 7 Resultaten 7.1 Aanmeldingen, trajecten en klanten die zich opnieuw melden voor een schuldregeling (recidive) 7.2 Klanttevredenheid 7.3 Bezwaren en klachten 7.4 Interviews met klanten Hoofdstuk 8 Evaluatie en verantwoording 8.1

Informatievoorziening 8.2 Informatie behandeling 8.3 Bijsturing door de raad Bijlage 1 Normenkader Bijlage 2 Bestudeerde documenten Bijlage 3 Lijst van gevoerde gesprekken Bijlage 4 Topiclijst interviews met klanten Colofon

1 2 4 4 4 5 5 5 6 9 12 14 14 15 17 17 17 18 18 19 19 20 20 22 23 23 24 26 26 27 31 32 34 35 37 38 38 42 42 43 45 46 48 50 51 52

Voorwoord De impact van het hebben van problematische schulden is groot. Bestaanszekerheid is voor mensen essentieel, maar door het hebben van (grote) schulden verliezen ze soms de basis onder hun bestaan. Het kan tot een tunnelvisie leiden, waarbij andere belangrijke elementen uit hun leven langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Vandaar het belang om schulden te voorkomen, en als mensen ze hebben: te zorgen dat deze opgelost worden, zodat ze niet in een neerwaartse spiraal terecht komen. Het belang van schuldhulpverlening wordt steeds meer onderkend - teneinde mensen regie te laten houden op hun leven. Ook de gemeente Laarbeek heeft dit gezien, en de afgelopen jaren daar meer in geïnvesteerd. In dit onderzoek is de Rekenkamercommissie nagegaan hoe de gemeente de schuldhulpverlening heeft georganiseerd, en of dit doelmatig en doeltreffend gebeurt. We constateren de nodige verbeteringen, zoals bij de vroegsignalering die op gang is gekomen, maar we zien ook nog diverse tekortkomingen in beleid en uitvoering. Wij danken eenieder die heeft bijgedragen aan ons onderzoeksrapport. Allereerst de portefeuillehouder en haar ambtenaren, die alle medewerking aan het onderzoek gaven. Maar ook de vele partners ‘in het veld’ van schuldhulpverlening, die ons informeerden over het wel en wee van hun cliënten en over de onderlinge samenwerking.

En de raadsleden die hun kijk gaven op de problematiek. En niet in de laatste plaats danken wij de klanten van schuldhulpverlening, die geïnterviewd zijn, voor hun openhartigheid. Wij hopen dat onze analyse en aanbevelingen kunnen helpen om het beleid en de uitvoering verder te verbeteren. De Rekenkamercommissie, Frits van Vugt, voorzitter Rob Malag, lid Jeroen Sanders, lid

| 1 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Leeswijzer Het onderzoek is opgebouwd uit twee delen. Deel I is te beschouwen als een zelfstandig leesbaar onderzoeksrapport. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: de aanleiding voor het onderzoek. ● de doelstelling van het onderzoek. ● de conclusies uit het onderzoek. ● de aanbevelingen en de lessen voor verbetering. ● de bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders. ● het nawoord van de Rekenkamercommissie. ● In Deel II is het integrale onderzoek opgenomen met daarin de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen. Ook wordt hierin kort uiteengezet wat schuldhulpverlening behelst, welke taken de gemeente toebedeeld heeft gekregen en waar de gemeenteraad een rol in kan spelen. In het onderzoek zijn ook klanten geïnterviewd. Van deze ervaringen zijn twee klantreizen gemaakt. Deze zijn separaat toegevoegd.

| 2 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

DEEL I Essentie van het onderzoek

| 3 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding onderzoek De Rekenkamercommissie heeft in 2020 bij de raadsfracties gevraagd naar onderzoeksonderwerpen voor een nieuw te starten onderzoek. Eén van de onderwerpen die werden genoemd was: schuldhulpverlening. Daarbij werden aandachtspunten meegegeven over het gebruik van de voorzieningen, het effect, de ervaringen van klanten en of er good practices in het land zijn om van te leren. Dat eind 2020 de schuldhulpverlening in de media was gekomen vanwege een datalek waarbij vertrouwelijke gegevens bij derden waren beland, bleek een extra aanleiding voor dit onderzoek. Schuldhulpverlening heeft ook landelijk de aandacht getrokken door de recente toeslagenaffaire. Uit landelijke cijfers blijkt dat één op de vijf huishoudens in Nederland risicovolle schulden heeft.1 Vaak lukt het hen niet om deze schulden op eigen kracht beheersbaar te houden en af te lossen. De schulden worden problematisch en het duurt te lang om ze af te lossen, ook omdat inwoners bijvoorbeeld door schaamte of uit onmacht geen hulp durven of kunnen vragen. Schulden zijn dan niet langer een tijdelijk, geïsoleerd probleem van één persoon. Het worden grote problemen met een enorme impact op het leven van een grote groep direct en indirect betrokken personen en instanties.

Daarom ligt hier een taak voor de overheid om inwoners met problematische schulden met raad en daad bij te staan: de schuldhulpverlening. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit 2012 heeft deze taak bij de gemeenten belegd. 1.2 Doelstelling onderzoek De behoefte van de gemeenteraad om inzicht te krijgen in de doelmatigheid en effectiviteit spelen een grote rol in de doelstelling van het onderzoek. De Rekenkamercommissie wil met dit onderzoek dan ook inzicht krijgen in hoeverre de doelen ten aanzien van de schuldhulpverlening worden bereikt en of dat op een efficiënte en effectieve manier gebeurt. De Rekenkamercommissie heeft op basis van deze doelstelling de volgende drie centrale onderzoeksvragen geformuleerd: 1. 2. 3.

Hoe is de schuldhulpverlening in de gemeente Laarbeek georganiseerd en ingericht? In welke mate is de schuldhulpverlening doelmatig en doeltreffend ingevolge de visie, aanpak en gestelde doelen uit het vastgestelde schuldhulpverleningsbeleid? Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd?

De onderzoeksvragen zijn verder geoperationaliseerd naar een serie deelvragen die gerangschikt zijn naar de beleidscyclus (zie onderstaande figuur). Deze deelvragen vindt u in bijlage 1.

https://www.divosa.nl/armoede-en-schulden-nederland | 4 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening 1

1.3 Uitvoering onderzoek De Rekenkamercommissie heeft, na een selectie, het bureau BMC gevraagd het onderzoek uit te voeren. Dit heeft in nauw overleg met de Rekenkamercommissie plaatsgevonden. Als onderzoekers traden op: Hans Slooijer, Tom Plat en Pauline de Jong. 1.4 Hoor en wederhoor Conform de regels heeft er ambtelijk wederhoor plaatsgevonden op de concept-Bevindingenrapportage. Dat heeft plaatsgevonden door een tweetal gesprekken te houden, met beleidsmedewerker Sociaal Domein (op 24 november 2021) en met gebiedsmanager Sociaal Domein (op 25 november 2021). Gemaakte opmerkingen/toevoegingen zijn in het rapport verwerkt. Bij brief van 1 december 2021 heeft de Rekenkamercommissie het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek uitgenodigd een bestuurlijke reactie te geven. Deze is ontvangen op 21 december 2021 en is integraal opgenomen. De Rekenkamercommissie Gemert-Bakel - Laarbeek voegt in de vorm van een nawoord zijn commentaar hieraan toe. 1.5 Uitkomsten onderzoek Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zijn conclusies getrokken en aanbevelingen geformuleerd. Deze zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk.

| 5 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Hoofdstuk 2

Conclusies en aanbevelingen

Op basis van de bevindingen, zoals beschreven in Deel II, zijn de volgende conclusies te trekken en aanbevelingen te doen. 1.

Het Regionaal Beleidsplan Schuldhulpverlening is doorvertaald in een lokale uitwerking met heldere ambities, doelen en indicatoren. Tot enkele jaren geleden waren de taken op het terrein van schuldhulpverlening ondergebracht bij de gemeente Helmond. Daarna heeft de gemeente Laarbeek een deel van de taken ondergebracht bij GR Peelgemeenten, die ook mede het beleid in samenwerking met de Peelgemeenten ontwikkelt. In zowel het regionale beleidsplan als in de lokale uitwerking zijn ambities, doelen en bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren veelal SMART geformuleerd. Deze doelen en bijbehorende indicatoren worden thans nog niet gemeten. ●

Aanbeveling aan de raad en het college: Buiten dat het nu noodzaak is om de ambities en doelen ook in de praktijk te verwezenlijken, worden ze ook nog niet gemeten. Het wordt tijd dat de monitoring van de doelen zo spoedig mogelijk start.

2.

Er zijn zowel in de preventieve sfeer als op het gebied van de schuldregeling veel (beleids)initiatieven genomen, maar samenhang en overzicht in de uitvoering ontbreken. Er zijn recent in de preventieve sfeer beleidsinitiatieven genomen om mensen die dreigen in de schulden te komen financieel te ondersteunen. Het armoede- en minimabeleid dat in 2021 nieuw is vastgesteld voorziet daarnaast in vele voorzieningen. Ook wordt via subsidie aan maatschappelijke organisaties specifieke hulp geboden aan mensen tot 110% van de bijstandsnorm. De verscheidenheid aan voorzieningen en betrokken ketenpartners in de schuldhulpverlening maken de uitvoering echter onoverzichtelijk voor inwoners en professionals en de samenhang ontbreekt. Door samenhang aan te brengen in de uitvoering ontstaat inzicht in mogelijke optimalisaties, zoals het vaker toepassen van schuldsanering, naar het voorbeeld van vele andere gemeenten (zoals de best practice Amsterdam laat zien). ●

●

Aanbeveling aan de raad en het college: Neem geen nieuwe beleidsinitiatieven op het gebied van schuldhulpverlening, maar richt de aandacht op het aanbrengen van samenhang en overzicht en integratie met andere aanpalende beleidsterreinen. Bijvoorbeeld door in kaart te brengen welke voorzieningen er bestaan op het gebied van schuldhulpverlening en -preventie, voor welke aandachtsgroepen deze bedoeld zijn en onder welke voorwaarden men hier toegang tot heeft. Aanbeveling aan het college: Vertaal de aanwezige voorzieningen en maatregelen naar de eerder in het regionale beleidsplan onderscheiden aandachtsgroepen en streef naar optimalisaties.

3. De toegang tot schuldhulpverlening is ‘versnipperd’ en onduidelijk. De gemeente hecht eraan dat de toegang en de toeleiding naar schuldhulpverlening lokaal en integraal zijn georganiseerd. In de praktijk blijkt de toegang echter ‘versnipperd’. Mensen kunnen zich bijvoorbeeld melden bij zowel de LEVgroep als bij de gemeentelijke schuldhulpverlener, maar ook bij het Sociaal Team Laarbeek. Toegang tot schuldhulpverlening is dus nog niet centraal georganiseerd.

| 6 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Wel zijn er plannen om de toegang – buiten de gemeentelijke organisatie – onder te brengen bij de LEVgroep. Dat de aanmelding nog niet optimaal functioneert, blijkt uit het feit dat klanten soms een aantal keren zijn doorverwezen, maar ook uit signalen van uitvoerende partijen die niet weten naar wie ze moeten doorverwijzen. Voorlichting over de toegang tot schuldhulpverlening is volgens professionele ketenpartners nog niet op orde. ●

Aanbeveling aan het college: Structureer de toegang tot schuldhulpverlening en verbeter de voorlichting hierover (bijvoorbeeld via een informatiecampagne), zodat er duidelijkheid ontstaat voor zowel de doelgroepen, als de betrokken vrijwilligers en professionals.

4.

De samenwerking met ketenpartners wordt niet optimaal benut, omdat de gemeente niet als regisseur van het veld optreedt. De samenwerking met ketenpartners vraagt meer aandacht van de gemeente en een andere rolopvatting. Doordat er tijdelijk geen netwerkbijeenkomsten zijn georganiseerd, zijn sommige partners niet van elkaar of elkaars taken/rol op de hoogte. Netwerkbijeenkomsten zijn bovendien een voorwaarde voor het sluiten van de keten en het warm kunnen overdragen en doorverwijzen van mensen. De Cliëntenraad pleit voor een convenant tussen ketenpartners en gemeenten voor vroegsignalering en informatie-uitwisseling (AVG-proof), maar er is nog geen structurele oplossing gevonden. ●

●

Aanbeveling aan het college: Benut de samenwerking tussen gemeente en ketenpartners beter, door aandacht te besteden aan het functioneren van de ketenpartners en door netwerkbijeenkomsten te organiseren om de keten sluitend te maken. Aanbeveling aan het college: Stel zo spoedig mogelijk een privacy-convenant op dat informatie-uitwisseling tussen ketenpartners en de gemeente AVG-proof maakt, zonder dat voor iedere informatie-uitwisseling toestemming gevraagd moet worden.

5.

De gemeente heeft geen zicht op resultaten en effecten van schuldhulpverlening, omdat een monitor of dashboard ontbreekt. Mede omdat de gemeente zich nog in de ontwikkelfase van de schuldhulpverlening bevindt, is geen prioriteit gegeven aan het systematisch verzamelen van data van de uitvoering. Dat betekent dat er nog geen analyses gemaakt worden van welke dienstverlening het meest effectief is. Signalen dat bijvoorbeeld in verhouding tot andere gemeenten schuldsanering weinig wordt toegepast, worden nu niet opgepakt. De organisatie is wel bezig om een Monitor Sociaal Domein in te richten waarin ook de schuldhulpverlening een plek krijgt. Of de monitor de geconstateerde omissies zal verhelpen, valt echter nog niet te zeggen. ●

Aanbeveling aan het college: Ontwikkel een module die management- en bestuursinformatie genereert, zodat er analyses van de werking en effectiviteit van de voorzieningen en maatregelen kunnen worden gedaan en er zo inzicht kan worden verschaft in de resultaten en effecten van schuldhulpverlening.

6.

De informatievoorziening aan de gemeenteraad is niet compleet, waardoor goede sturingsinformatie ontbreekt. Verantwoording over schuldhulpverlening gebeurt in de eerste plaats aan de hand van de reguliere P&C-stukken, jaarverslagen, begrotingen, et cetera. Ook de betrokken ketenpartners (GR Senzer, GR Peelgemeenten en de LEVgroep) leggen verantwoording af aan de gemeente, maar deze informatie is maar beperkt van waarde. De informatie vanuit de uitvoerende partijen komt op dit moment nog niet samen in een overzichtelijke rapportage of dashboard (zie conclusie 6). Andere indicatoren voor het monitoren van de voortgang zijn er maar beperkt. Zo zijn er nog nooit klanttevredenheidsonderzoeken uitgevoerd. De monitoring van de kwaliteit van de dienstverlening is daarmee niet geëvalueerd en geborgd.

| 7 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

●

●

Aanbeveling aan het college: Verbeter de informatievoorziening aan de gemeenteraad, door te sturen op de verantwoordingsinformatie van betrokken ketenpartners en uitvoerende partijen en deze informatie samen te brengen in een jaarlijkse rapportage of dashboard. Aanbeveling aan het college: Voer systematisch klanttevredenheidsonderzoeken uit waarin de ervaringen van klanten met de toegang, kwaliteit en effecten van schuldhulpverlening en gebruikte voorzieningen worden gemeten.

7.

De wijze waarop de raad wordt geïnformeerd, sluit nog niet aan op de behoefte. Ten aanzien van schuldhulpverlening zou de raad graag niet alleen meer inzicht willen in de cijfers, maar ook in de verhalen en duiding achter de cijfers. Mondelinge toelichting werkt in veel gevallen beter dan alles op papier delen. De raad wil weten wat inwoners meemaken en waarom er met bepaalde partijen wordt samengewerkt. Het gaat dus niet alleen om informeren van de raad an sich, maar ook om de manier waarop en houding waarmee dat gebeurt. ●

Aanbeveling aan het college: Biedt bij de cijfermatige informatievoorziening ook duiding, door middel van verhalen en mondelinge toelichting van zowel klanten, als ketenpartners en uitvoerende partijen. Bekijk hierbij de mogelijkheden van informele informatiedeling. Een interessant voorbeeld is bijvoorbeeld het Expertteam ISD Bollenstreek dat raadsleden in Lisse hebben ingericht om betrokken te blijven bij de uitvoering (zie kader onder paragraaf 8.2).

8.

De gemeenteraad geeft nog nauwelijks invulling aan zijn kaderstellende rol en is vooral controleur. De gemeenteraad heeft op het gebied van schuldhulpverlening de afgelopen jaren een motie ingediend en geen amendementen. Echter, deze ene motie is weer ingetrokken, omdat het zou worden meegenomen in het beleid. Raadsleden geven aan erg betrokken te zijn bij het thema, maar als gevolg van afstand tot de (op dit moment versnipperde) uitvoeringspraktijk, worden de controleen sturingsinstrumenten weinig ingezet. Er zijn de afgelopen jaren ook geen schriftelijke raadsvragen gesteld over (de uitvoering van) de schuldhulpverlening. De raad zit hierdoor vooral in de rol van controleur, maar voelt zich ook nog niet volledig geëquipeerd in die rol. ●

Aanbeveling aan het college: Verklein de afstand tussen de raad en de uitvoeringspraktijk, door de raad meer te betrekken. Kijk bijvoorbeeld eens hoe ze dat in Alkmaar doen bij het stellen van de zogenaamde doelenkaders voor ieder jaar en beter te voldoen in de informatiebehoefte van de raad (zie kader onder paragraaf 8.3).

●

Aanbeveling aan de raad: Maak vooral gebruik van de beschikbare controle- en sturingsinstrumenten, die worden nu nog weinig ingezet. Dit kan het gevolg zijn van te weinig kennis en expertise. Daarom is het tevens raadzaam om bijeenkomsten of kennissessies met stakeholders en onafhankelijke experts te organiseren voor de nieuwe raad, zodat de raad straks beter belezen zijn taak kan uitoefenen.

| 8 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Bestuurlijke reactie college van B&W

| 9 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

| 10 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

| 11 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Nawoord Rekenkamercommissie De Rekenkamercommissie dankt het college van burgemeester en wethouders voor zijn bestuurlijke reactie bij brief van 21 december 2021. Het college onderkent dat het op het gebied van schuldhulpverlening een ontwikkeling heeft doorgemaakt, stappen heeft gezet en verder wil zetten ter verbetering. Het onderzoeksrapport biedt hiertoe aanknopingspunten volgens het college, maar in de reactie wordt dit niet geconcretiseerd. De Rekenkamercommissie mist in de reactie met name dat het college ingaat op de aanbevelingen die zijn geformuleerd. Wel is het college ingegaan op de conclusies. Dat is aanleiding voor de Rekenkamercommissie voor het volgende commentaar, in de volgorde van de bestuurlijke reactie. 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8.

Het college onderkent de noodzaak om ambities en doelen te verwezenlijken en deze te meten. Het is de Rekenkamercommissie niet duidelijk geworden op welke punten deze zelfde aanbeveling niet geheel juist zou zijn. Op dit moment ontbreekt inzicht of en in hoeverre resultaten zijn bereikt. Het zou volgens de Rekenkamercommissie goed zijn prioriteit te geven aan het ontwikkelen van een meetinstrument, zoals een Monitor Sociaal Domein. Het college onderkent eveneens dat de aandacht wordt gericht op het creëren van overzicht en samenhang. Alleen de Stichting Leergeld toetst aan 130% van de bijstandsnorm (zie deel II, pagina 23, noot 4), wat volgens de Rekenkamercommissie aanleiding voor het college zou kunnen zijn harmonisatie aan te brengen door deze norm ook te hanteren voor andere voorzieningen. De Rekenkamercommissie is van mening dat het toegangsvraagstuk terecht door het college wordt opgepakt. Het college onderkent het belang van de netwerkbijeenkomsten, maar - naar de mening van de Rekenkamercommissie - zoekt het college onvoldoende actief naar online mogelijkheden om deze bijeenkomsten, ondanks de corona-beperkingen, toch doorgang te laten vinden. Dat geldt ook voor de beperkingen die de AVG-wetgeving oplegt. Er zijn mogelijkheden om met toestemming van inwoners casuïstiek te bespreken.

De Rekenkamercommissie acht het gewenst dat onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds informatie waarvoor de Monitor Sociaal Domein is bedoeld en die is gericht op het college en de raad en anderzijds uitvoeringsinformatie uit het klantvolgsysteem waarop analyses kunnen worden gedaan. Op beide terreinen is nadere concretisering gewenst ten aanzien van inhoud van de informatie en wanneer dit beschikbaar komt. De Rekenkamercommissie merkt ook hierbij op, onder verwijzing naar het vorige punt, dat niet duidelijk wordt gemaakt welke informatiebronnen het college wil gebruiken voor welk doel. Ten aanzien van het doen van klanttevredenheidsonderzoek waardeert de Rekenkamercommissie dat het college ‘op de koffie gaat’ als een kwalitatieve invulling, maar onderstreept dat dit niet een systematisch en representatief kwantitatief onderzoek onder de doelgroep kan vervangen. Het is onduidelijk wie het initiatief neemt, de raad of het college, die de dialoog aangaat over welke informatie, van welk niveau en kwaliteit wordt gewenst/verstrekt, op welke momenten in het jaar. De mening van de Rekenkamercommissie is dat de eerst verantwoordelijke het college is. Zie 7.

| 12 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

DEEL II Nota van bevindingen

| 13 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Hoofdstuk 3

Onderzoeksverantwoording

Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ● ● ● ● ● ●

Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 4: Schuldhulpverlening: een wettelijke taak met lokale uitvoering Hoofdstuk 5: Beleid Hoofdstuk 6: Organisatie en uitvoering Hoofdstuk 7: Resultaten Hoofdstuk 8: Evaluatie en verantwoording

In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd. 3.1 Hoofd- en deelvragen De Rekenkamercommissie heeft de volgende centrale hoofdvragen geformuleerd: 1. 2. 3.

Hoe is de schuldhulpverlening in de gemeente Laarbeek georganiseerd en ingericht? In welke mate is de schuldhulpverlening doelmatig en doeltreffend ingevolge de visie, aanpak en gestelde doelen uit het vastgestelde schuldhulpverleningsbeleid? Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd?

De centrale hoofdvragen vallen uiteen in vier thema’s waaronder de verschillende deelvragen vallen. Beleid 1. Welke kaders, richtlijnen en uitgangspunten hebben raad en college met elkaar afgesproken ten aanzien van een kwalitatief goede uitvoering van de schuldhulpverlening? En wat is de relatie van het beleid rond schuldhulpverlening met het gemeentelijk minima- en armoedebeleid? 2. Welke ambities, doelen, eisen (zoals ten aanzien van de in acht te nemen privacy) en bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren heeft de gemeente daarbij opgesteld en zijn deze SMART geformuleerd? Organisatie en uitvoering 3. Welke taken heeft de gemeente bij de GR Peelgemeenten belegd en welke afspraken zijn hierover gemaakt? 4. Hoe is de samenwerking met de LEVgroep, woningbouwcorporaties, energieleveranciers, zorgverzekeraars en andere lokale maatschappelijke en kerkelijke organisaties geregeld? 5. Hoe is de vroegsignalering/preventieve aanpak, de Voorziening Kleine Schulden, het Maatwerkbudget, één regisseur, financieel dienstverlener ingericht en geïmplementeerd? 6.

Is de (lokale en regionale) organisatie en aanpak rondom de schuldenproblematiek en schuldhulpverlening (inclusief de relatie tot de toegang en de relatie met de vrijwilligers) adequaat? En in hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking bij de uitvoering van de schuldhulpverlening in de keten van (voorliggende) voorzieningen en organisaties?

7.

Wat is de actuele situatie met betrekking tot: a. de schuldenproblematiek in de gemeente Laarbeek (aantallen, type problematiek, ernst)? b. het gebruik van de diverse vormen van schuldhulpverlening, door welke instanties?

| 14 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

8. 9.

Worden de uitgangspunten van de schuldhulpverlening door elk van de betrokken instanties (goed) toegepast? Welke instrumenten zet de gemeente in voor het doelgroepenbeleid? En worden de doelgroepen bediend?

Resultaten 10. Is de dienstverlening adequaat? 11. Worden de geformuleerde doelen en resultaten van de schuldhulpverlening behaald? 12. Wat is het percentage van mensen dat na een traject weer terugkomt? 13. Wat is de impact van het gevoerde beleid vanuit cliëntperspectief: is dit beleid volgens hen effectief? (Zijn ze goed geholpen?) Evaluatie en verantwoording 14. Hoe worden de taken die bij de GR Peelgemeenten en LEVgroep zijn belegd gemonitord, geëvalueerd en op welke wijze vindt hierover terugkoppeling plaats aan de raad? 15. Hoe vindt verantwoording aan de gemeenteraad plaats over de resultaten van het beleid (en is dit tijdig, juist en volledig)? 16. Wat zijn best practices op het gebied van schuldhulpverlening en zijn de gemeente en de betrokken organisaties ermee bekend? Scope van het onderzoek Dit onderzoek gaat om een beleidsevaluatie vanuit het perspectief van de gemeente Laarbeek en is dus geen evaluatie van de uitvoerende partijen (GR Peelgemeenten, GR Senzer en LEVgroep). De hoofd- en deelvragen betreffen het gehele proces van beleidsbepaling en uitvoering (wat is de maatschappelijke opgave, welke doelen en effecten willen we bereiken?) tot en met de evaluatie (zijn de gestelde doelen bereikt?).

Aangezien bij schuldhulpverlening diverse partijen zijn betrokken, mede vanwege de relatie met armoedebestrijding, is het onderzoek mede gericht op de samenwerking tussen de diverse organisaties en instanties in de keten van schuldhulpverlening. Voor het onderzoek is gekozen om in te zoomen op de huidige beleidspraktijk. De documentenstudie en ook de interviews hebben zich dan ook gefocust op de huidige raadsperiode van 2018 tot en met voorjaar 2021. 3.2 Onderzoeksmethoden Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Deskresearch Op basis van de documentenstudie zijn de topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. Interviews met sleutelfiguren Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn onder andere gesprekken gevoerd met medewerkers van de ambtelijke organisatie, de verantwoordelijk portefeuillehouder en de gemeenteraad van Laarbeek. Daarnaast is er ook gesproken met de uitvoerende partijen, te weten: GR Peelgemeenten, GR Senzer en LEVgroep. Ten slotte zijn er diverse partners vanuit de samenwerkingsketen geïnterviewd. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3.

Voorafgaand aan de interviews met intern en extern betrokkenen is een interviewprotocol toegestuurd met informatie over het doel van het onderzoek en de gespreksthema’s. Tijdens de gesprekken zijn verdiepende vragen gesteld aan de hand van een topiclijst. | 15 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Na afloop van het interview is aan de geïnterviewde(n) een kort verslag aangeboden voor eventueel commentaar. Van die mogelijkheid is in de meeste gevallen ook gebruikgemaakt. Diepte-interviews met klanten Daarnaast is de ervaring van inwoners inzichtelijk gemaakt middels telefonische interviews. Er zijn zeven interviews met klanten van schuldhulpverlening gehouden. Daarnaast is er gesproken met twee mensen die door Stichting Leergeld ondersteund worden. Hier is vooral gekeken naar de ervaring, beleving en tevredenheid over de uitvoering van het beleid in de praktijk. Met deze ervaring is een beeld geschetst van de ervaringen van inwoners met schuldhulpverlening en de route die ze hebben doorlopen. Het ‘waarom’ achterhalen is hier belangrijker dan het ‘wat’. De focus lag onder andere op de volgende onderwerpen: ● Toegang ● Informatievoorziening ● Dienstverlening ● Ondersteuning tijdens het traject ● Kwaliteitsnormen met betrekking tot schuldhulpverlening In bijlage 4 van dit rapport is de topiclijst opgenomen van de gesprekken met klanten. De resultaten uit de interviews zijn tevens uitgewerkt in twee klantreizen. Hierbij zijn via een aantal stappen/gebeurtenissen de ervaringen, wensen en verwachtingen van de klant in beeld gebracht.

De klantreis gaat met andere woorden dus in op de tevredenheid van de klant over de schuldhulpverlening, maar het geeft ook een beeld van hoe de uitvoeringsorganisaties en hun medewerkers werken vanuit klantperspectief. De resultaten uit de interviews, evenals de citaten, zijn zo opgeschreven dat ze niet te herleiden zijn naar een persoon.

| 16 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Hoofdstuk 4 Schuldhulpverlening: een wettelijke taak met lokale uitvoering In dit hoofdstuk zetten we beknopt uiteen wat schuldhulpverlening behelst, welke taken de gemeente toebedeeld heeft gekregen en hoe de gemeente Laarbeek deze heeft opgepakt. Ook noemen wij het recente onderzoek van het Nibud met gevolgen voor gemeenten. 4.1 Wettelijk kader Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening aan hun inwoners. Deze verplichting om inwoners met schulden te helpen is vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De wet, die vanaf 2012 geldt, geeft een ruim kader waarbinnen de gemeente de schuldhulpverlening zelf kan vormgeven. Wel moet de gemeenteraad telkens voor een periode van maximaal vier jaar een plan vaststellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. Dit plan moet in ieder geval voldoen aan artikel 2 (zie kader hieronder). ARTIKEL 2 Plan 1. De gemeenteraad stelt een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente. 2. De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaar vast. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden. 3. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. 4.

In het plan wordt in ieder geval aangegeven: a. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen; b. welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; c. het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode, en d. hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven. 5. In het plan kan de gemeenteraad aangeven onder welke voorwaarden het college de verzoeker verplicht te beschikken over een basisbetaalrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. 4.2 Uitvoering schuldhulpverlening: een gezamenlijke taak voor de Peelgemeenten GR Peelgemeenten De gemeente Laarbeek heeft tot enkele jaren geleden uitvoering gegeven aan de wettelijke verplichting door de schuldhulpverleningstaak onder te brengen bij de gemeente Helmond. In deze periode ontstond gaandeweg het inzicht dat de problematiek in een plattelandsgemeente afwijkt van de problematiek in een stedelijke omgeving. Daarop hebben de vijf Peelgemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren het initiatief genomen om de taken in het sociaal domein, waaronder de schuldhulpverlening, gezamenlijk op te pakken.

Daartoe is in december 2016 de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Peelgemeenten opgericht. Trajecten die waren gestart door Helmond zijn door de GR Peelgemeenten voortgezet. Aangezien de Peelgemeenten onderdeel uitmaken van de arbeidsmarktregio met Helmond, blijft er sprake van uitwisseling van kennis en ervaring. | 17 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Benchmark Armoede en Schulden Eén van de eerste initiatieven van GR Peelgemeenten was om deel te nemen aan de Benchmark Armoede en Schulden van Divosa. Door uitvoeringsgegevens aan te leveren en te vergelijken met ongeveer 150 andere deelnemende gemeenten, kunnen trends zichtbaar worden voor beleidsontwikkeling en indicatoren worden geïdentificeerd om de uitvoering te monitoren. Een belangrijke voorwaarde om deel te kunnen nemen aan de benchmark is dat er gegevens zijn om aan te leveren. Al snel bleek dat aan deze voorwaarde niet voldaan kon worden. De Peelgemeenten hanteerden van elkaar afwijkende definities en er was geen sprake van een systematische en eenduidige registratie. Ook lag aan deelname geen bestuurlijke opdracht ten grondslag en ambtelijk bleek er onvoldoende draagvlak te zijn. De GR Peelgemeenten heeft daarop besloten voortijdig te stoppen met de benchmark en prioriteit te geven aan harmonisatie van beleid en uitvoering. Er is nog geen besluit genomen of en wanneer opnieuw aan de benchmark deelgenomen zal worden. 4.3 Schuldhulpverlening vraagt een integrale benadering Schuldhulpverlening is een integraal vraagstuk waarbij er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen van de financiële problemen, maar ook voor de eventuele andere omstandigheden, zo is ook het beleid van de gemeente Laarbeek. Ketenpartners zijn dan ook onmisbaar in de uitvoering.

Het betrekken van maatschappelijke partners, zoals Stichting Leergeld, Super Sociaal en Kledingbank Laarbeek is van vitaal belang voor een integrale benadering. Datzelfde geldt voor betrokkenheid van andere maatschappelijke organisaties, zoals het verenigingsleven, het onderwijs en de gezondheidszorg die vindplaatsen vormen voor inwoners met schulden. Hoofdstuk 6 gaat nader in op de wijze waarop de schuldhulpverlening is georganiseerd, met welke ketenpartners de gemeente Laarbeek samenwerkt en hoe de samenwerking verloopt. 4.4 Coronacrisis kan leiden tot meer aanvragen van schuldhulpverlening Het Nibud publiceerde in november 2020 een onderzoek naar de effecten van de coronacrisis op de financiële situatie van inwoners. Er is met name gekeken of inwoners te maken hebben met een inkomensterugval, hoe hiermee wordt omgegaan en wat voor invloed dit heeft op de huishoudfinanciën. Conclusie uit dit onderzoek is dat de inkomensterugval als gevolg van de coronacrisis vooral zzp’ers en werknemers met flexibele contracten raakt. Een kwart van de inwoners geeft aan dat zij niet voldoende geld hebben om op terug te vallen bij een daling in het inkomen. Ongeveer 16,5% van de huishoudens geeft aan lastiger rond te kunnen komen sinds de start van de coronacrisis. Een derde van de respondenten geeft aan dat zij problemen ondervinden met het betalen van rekeningen.

25% van de respondenten kan inmiddels de huur of hypotheek niet meer betalen, of denkt hier spoedig problemen mee te krijgen2. De Nationale Ombudsman heeft in een recente publicatie gemeenten erop gewezen dat vermoedelijk meer aanvragen om schuldhulpverlening zijn te verwachten. De vraag is of dit onderzoek in dezelfde mate geldt voor inwoners van de gemeente Laarbeek. Uit de Burgerpeiling 20213 blijkt dat van de totale groep respondenten 7% aangeeft dat hun financiële situatie slechter is geworden (na corona) en bij 2% veel slechter. Daar staat tegenover dat 11% verklaart dat de financiële situatie juist beter is geworden (en bij 1% veel beter).

https://www.nibud.nl/beroepsmatig/weinig-mogelijkheden-om-inkomensterugval-op-te-vangen Rekenkamercommissie Gemert-Bakel en Laarbeek, Inwoners aan het woord, de gemeente Laarbeek aan zet, Burgerpeiling Laarbeek, juni 2021, pagina 48. | 18 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening 2 3

Hoofdstuk 5

Beleid

In dit hoofdstuk wordt beschreven welk beleid de gemeente Laarbeek in samenwerking met de andere Peelgemeenten heeft vastgesteld en welk beleid lokaal is. Aan de orde komt in hoeverre de gemeenteraad als kaderstellend orgaan bij de totstandkoming betrokken is geweest. Deelvraag 1.

Welke kaders en richtlijnen hebben raad en college met elkaar afgesproken ten aanzien van de schuldhulpverlening?

Normen ● ● ● ●

Het beleidskader is vastgesteld en actueel. De beoogde maatschappelijke effecten zijn expliciet benoemd. De raad heeft mee kunnen denken en beslissen in het kader van zijn kaderstellende rol. Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet benoemd en duidelijk gemaakt.

Antwoord ●

Waardering ● ● ●

●

Deelvraag 2.

Welke ambities, doelen en bijbehorende effecten prestatie-indicatoren heeft de gemeente daarbij opgesteld en zijn deze SMART geformuleerd?

Normen ● ●

De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd. Er is expliciet in kaart gebracht welke streefwaarden gerealiseerd dienen te worden.

De raad heeft het Regionaal Beleidsplan, de lokale uitwerking en schuldenregelingen vastgesteld. Het college voert de schuldhulpverlening uit. Dit betekent dat de uitvoering plaatsvindt binnen een democratisch vastgesteld beleidskader.

Het beleidskader is actueel, maar de vierjarige termijn loopt in 2022 af. Er is een duidelijk beeld van de beoogde effecten. Een deel van de raadsleden is van mening dat de betrokkenheid bij de beleidsvoorbereiding onvoldoende is geweest. In de uitvoering wordt de relatie gelegd met aanpalende beleidsterreinen, zoals deze zijn opgenomen in het beleidsplan Sociaal Domein.

Antwoord ●

In zowel het Regionaal Beleidsplan als in de lokale uitwerking zijn ambities, doelen en bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren benoemd in SMART-termen.

Waardering ● ●

De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd. De indicatoren voor de prestaties en effecten zijn benoemd, maar niet volledig voorzien van meetbare te bereiken streefwaarden.

5.1 Beleidskaders en doelen Een belangrijke doelstelling voor het huidig college van de gemeente Laarbeek is dat elke inwoner kan meedoen in en aan de samenleving. Dit is neergelegd in het vijfpartijenakkoord. Bij de uitwerking van dit uitgangspunt lag de prioriteit eerst vooral bij het beleid en de uitvoering van de zorgtaken door de gemeente en niet zozeer specifiek bij de schuldhulpverlening. Pas de laatste jaren door onder andere de samenwerking met de andere Peelgemeenten is hier verandering in gekomen en kreeg de schuldhulpverlening meer bestuurlijke en ambtelijke aandacht. Naast de beleidsimpuls die hiervan het gevolg is geweest, heeft dit tevens betekend dat de gemeente Laarbeek zich op onderdelen van de schuldhulpverlening nog in een ontwikkelfase bevindt. Vijfpartijenakkoord Een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijk beleid is neergelegd in het Vijfpartijenakkoord Raadsprogramma 2018-2022 Handen ineen. De gemeente wil maatwerk bieden, toegesneden op de individuele ondersteuningsbehoefte. | 19 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Dit uitgangspunt is een leidraad voor zowel het bestuur als de ambtelijke organisatie om in samenwerking met de andere Peelgemeenten regionaal beleid te ontwikkelen en tegelijk de lokale uitvoering zo klantgericht mogelijk te organiseren. Een voorbeeld van hoe het bestuur deze intentie uitwerkt, is dat wethouders in gesprek (‘op de koffie’) gaan met inwoners die gebruikmaken van een regeling of voorziening om te vragen naar hun ervaringen. Zij worden hierbij begeleid door een lid van de Cliëntenraad. 5.2 Regionaal Beleidsplan In samenwerking met de andere Peelgemeenten is het Regionaal Beleidsplan Schuldhulpverlening Peelgemeenten 2019-2022 vastgesteld. Onderdeel daarvan is het programma Bijzondere Bijstand, Minimabeleid en Schuldhulpverlening (BMS) met de volgende doelen: ● Schulden en financiële problemen worden blijvend opgelost. ● Schulden en financiële problemen worden waar mogelijk voorkomen. ● De gemeente staat er borg voor dat de informatie over de toegang vindbaar en duidelijk is. Deze doelen zijn zoveel mogelijk meetbaar gemaakt door concrete resultaten op te nemen. Daarbij zijn ook indicatoren benoemd. Daarnaast zijn specifieke aandachtsgroepen aangewezen met vaak een laag inkomen, omdat zij een groter risico op financiële problemen lopen.

Lokale uitwerking van het Regionaal Beleidsplan Een belangrijke afspraak die de Peelgemeenten hebben gemaakt, is dat de uitvoering van de schuldhulpverlening lokaal wordt aangestuurd. Binnen de kaders van het beleidsplan heeft elke gemeente daarom een eigen invulling gegeven aan de schuldhulpverlening. Voor de specifieke lokale uitwerking van het regionale beleidskader heeft de gemeente Laarbeek voor de periode 2019-2022 de volgende doelen vastgesteld: ● Schulden en financiële problemen worden zoveel mogelijk voorkomen. ● (Lokale) maatschappelijke partners, breed signaleren, elkaar weten te vinden en zorgen voor een warme overdracht. ● Alle inwoners weten waar zij terechtkunnen voor ondersteuning. ● De toegang naar ondersteuning is duidelijk en laagdrempelig. ● Het proces van signaleren tot aanbod van schuldhulpverlening is voor iedereen duidelijk. ● Optimale inzet van vrijwilligers van schuldhulpverlening. ● Het versterken van de eigen kracht van ervaringsdeskundigen. ● Het aantal inwoners met problematische schulden neemt af. Deze eigen lokale invulling van het regionale beleid door de individuele Peelgemeenten betekent enerzijds dat zoveel mogelijk maatwerk in de lokale situatie wordt nagestreefd, maar anderzijds heeft dit tot gevolg gehad dat er op onderdelen sprake is van diversiteit in de uitvoering van de schuldhulpverlening.

“Het beleid is geharmoniseerd, maar de uitvoering niet.” Dit maakt het voor de GR Peelgemeenten lastig om beleidsinformatie te genereren op basis waarvan de Peelgemeenten geadviseerd kunnen worden. 5.3 Lokaal beleid in Laarbeek De gemeente Laarbeek heeft aanvullend op het Regionaal Beleidsplan en de lokale uitwerking, beleid vastgesteld dat alleen geldt voor de inwoners van de gemeente Laarbeek. Dit is gebeurd vanuit het belang dat de gemeente Laarbeek eraan hecht dat elke inwoner kan meedoen in en aan de samenleving. Daarbij is onderkend dat vaak een belangrijke voorwaarde is dat men schuldenvrij is, dat armoede wordt voorkomen en men financieel zelfredzaam is. De gemeente Laarbeek zet daartoe de volgende beleidsinstrumenten in: ● een nieuw minima- en armoedebeleid; ● gerichte hulp aan mensen met kleine schulden; ● subsidieverlening aan maatschappelijke instellingen; ● voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid; ● vroegsignalering.

| 20 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Minima- en armoedebeleid Voor de periode 2021 tot en met 2024 is recent een nieuw minima- en armoedebeleid vastgesteld. Onder voorwaarden kunnen de huishoudens in aanmerking komen voor: ● individuele inkomenstoeslag; ● individuele studietoeslag; ● kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Daarnaast kent de gemeente Laarbeek: ● de bijdrageregeling welzijnsactiviteiten/maatschappelijke participatie; ● de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAV); ● de compensatieregeling eigen bijdrage Wmo; ● de maaltijdregeling. Doel hiervan is om maatschappelijke participatie mogelijk te maken door de inzet van gerichte ondersteuningsmogelijkheden. Tevens wil de gemeente Laarbeek voorkomen dat mensen in de schulden raken door hen financieel te ondersteunen bij dergelijke uitgaven. Er is een toegankelijke folder die de inwoners wijst op de diverse mogelijkheden. Hulp aan mensen met kleine schulden of mensen in financiële nood De gemeente Laarbeek onderscheidt zich van veel andere gemeenten met invoering vanaf 2021 van: ● de Voorziening Kleine Schulden (VKS), waarbij de gemeente kleine schulden overneemt, die worden afgelost tegen 0% rente in een periode van drie jaar. Een eventuele restschuld wordt daarna kwijtgescholden; ● het Maatwerkbudget, waarbij in noodsituaties financieel maatwerk kan worden geleverd.

Doel hiervan is om mensen die te maken hebben met een tijdelijke situatie waarbij er kleine schulden zijn ontstaan of mensen die te maken hebben met een incidentele financiële calamiteit, middels een maatwerkoplossing gericht en snel te helpen. Uit een evaluatie van de werking van de VKS blijkt dat het instrument in het afgelopen jaar tweemaal is ingezet, maar dat de verwachting is dat met name uit de vroegsignalering (zie hierna) inwoners naar voren komen waarvoor de VKS kan worden ingezet. Subsidie aan instellingen met een ideëel doel Via een subsidie ondersteunt de gemeente Laarbeek jaarlijks het werk van Stichting Leergeld en Super Sociaal. Inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm (en voor bepaalde voorzieningen met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm4) kunnen van de voorzieningen van deze instellingen gebruikmaken. Het gaat hierbij om: ● financiële ondersteuning voor kinderen van 4 tot 18 jaar op het gebied van sport, recreatie, zwemles, muziek, schoolactiviteiten en schoolspullen; ● gratis kleding voor kinderen; ● boodschappen doen met korting. Doel hiervan is dat mensen worden geholpen zonder dat de gemeente daaraan te pas hoeft te komen. Het zijn daarmee laagdrempelige en algemeen toegankelijke voorzieningen waarvan mensen gericht gebruik kunnen maken.

Voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid Sinds 2017 bestaat een samenwerkingsverband tussen LEVgroep, bibliotheek De Lage Beemden, ROC Ter AA, Stichting Lezen en Schrijven en de gemeente Laarbeek om onder de noemer Taalhuis activiteiten te ontplooien om laaggeletterdheid in Laarbeek aan te pakken. In 2020 heeft een evaluatie plaatsgevonden. Op basis van de uitkomsten is besloten dat vanaf 2022 LEVgroep de toeleiding zal verzorgen naar het Taalhuis. Het doel hiervan is mensen met laaggeletterdheid, dat als een mogelijke factor bij armoede en schulden wordt gezien, gericht te helpen. De gemeente Laarbeek ziet geletterdheid als een fundamentele voorwaarde voor zelfredzaamheid, sociale inclusie en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt voor haar inwoners.

De Stichting Leergeld toetst aan 130% van de bijstandsnorm. | 21 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening 4

Vroegsignalering Op 10 november 2020 is het landelijke convenant Vroegsignalering getekend en is er een nieuwe taak voor de gemeenten toegevoegd aan de schuldhulpverlening. In het convenant hebben woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars afgesproken dat zij betalingsachterstanden van hun klanten vroegtijdig en op dezelfde manier melden aan gemeenten. Doel hiervan is dat gemeenten inwoners met financiële problemen sneller in beeld krijgen en hulpverlening kunnen aanbieden om het ontstaan van problematische schulden te voorkomen. Op 1 januari 2021 is de Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening daadwerkelijk gewijzigd. De verwachting is dat deze wijziging leidt tot snellere en efficiëntere schuldhulpverlening. De gemeente Laarbeek heeft vroegsignalering als taak opgedragen aan de LEVgroep, aangezien deze taak goed past bij de inzet van de professionals en vrijwilligers van de LEVgroep om vroegtijdig hulp te bieden aan de inwoners. 5.4 Relatie met andere beleidsterreinen De relatie met andere beleidsterreinen komt tot stand doordat schuldhulpverlening als onderdeel is opgenomen in het beleidsplan Sociaal Domein. Dat betekent dat de gemeente Laarbeek ernaar streeft beleidsmatig en in de uitvoering integraal te werken. Zo zijn de beleidsplannen van Armoede en Schuldhulpverlening goed met elkaar verweven.

De beleidsadviseurs van het Sociaal Domein en de gebiedsmanager hebben wekelijks overleg over afstemming. Zowel bij de aanmelding als de intake worden de verschillende leefdomeinen met de betreffende inwoner(s) besproken om te bepalen op welk terrein interventies nodig zijn. Uitvoeringsplan jeugd 2021-2022 Een voorbeeld van een integrale benadering, waarbij schuldhulpverlening een onderdeel is, is het nieuwe uitvoeringsplan voor de aandachtsgroep jeugd. De gemeente Laarbeek heeft daarmee als doel aan maatschappelijke partijen context te bieden door in samenwerking in te zetten op preventie, zodat het ontstaan van schulden wordt voorkomen. Beoogd effect is dat de gemeente Laarbeek vroegtijdig(er) wordt betrokken, zodat jongeren eerder een passend hulpaanbod krijgen. Best Practice Een nieuw initiatief van de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam in samenwerking met de gemeente Amsterdam is het afkopen van schulden van jongeren middels een te verstrekken sociale lening over 36 maanden aan jongeren tussen de 18 en 27 jaar die te maken hebben met problematische schulden. De gemeente legt bij iedere deelnemer een éénmalig bedrag in van € 750. De lening heeft sterke overeenkomsten met een saneringskrediet, maar heeft belangrijke voordelen. Het aanbod van de schuldeisers is hoger door de éénmalige inleg van € 750, de hogere aflosruimte van de jongere en het lagere rentetarief.

Na toekenning van het krediet worden tussen de jongere en de jongerenbegeleider mijlpalen gedefinieerd en vastgelegd. De mijlpalen hebben in principe betrekking op de ontwikkeling van de jongere op het gebied van scholing en/of werk. Met het bereiken van de mijlpalen kan door de jongere tot 12 maanden kwijtschelding worden verdiend van het terug te betalen kredietbedrag. Zo kan de jongere bouwen aan zijn of haar toekomst. Het voordeel van een dergelijke lening is verder dat er geen registratie plaatsvindt bij het Bureau Krediet Registratie.

Preventieakkoord Het recent met maatschappelijke partijen gesloten preventieakkoord besteedt ook aandacht aan schulden en hoe deze te voorkomen. De afspraak is gemaakt om vanuit vroegsignalering daarop in te zetten.

| 22 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

5.5 Rol Cliëntenraad De Cliëntenraad heeft zowel over het Regionaal Beleidsplan als over de vroegsignalering met instemming geadviseerd. De Cliëntenraad uitte waardering voor de concrete en eenduidige formulering die goede mogelijkheden biedt voor procesevaluatie en doelgerichte monitoring van de uitvoering, sturing, bijstelling, terugkoppeling en evaluatie. Uit de gesprekken is naar voren gekomen dat de Cliëntenraad met name van de Vroegsignalering verwacht dat er een beter zicht komt op de groep mensen waaraan schuldhulpverlening kan worden aangeboden. 5.6 Betrokkenheid gemeenteraad De gemeenteraad is in besluitvormende zin steeds betrokken geweest bij de vaststelling van de beleidsstukken. Toch blijkt uit het gevoerde gesprek volgens een deel van de raadsleden dat dit als onvoldoende wordt ervaren. Zij missen concrete informatie over het bereik van de doelgroep, de ingezette beleidsinstrumenten en informatie over het effect daarvan. Zij wensen eerder betrokken te worden bij de start van de beleidsontwikkeling, bijvoorbeeld in de vorm van een startnotitie. Ook wordt volgens hen te weinig een relatie gelegd met aanpalend gemeentebeleid, zoals het woonbeleid. In hoofdstuk 8 gaan we verder in op de rol en opvatting van de raad.

| 23 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Hoofdstuk 6

Organisatie en uitvoering

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gemeente Laarbeek de taken op het gebied van schuldhulpverlening heeft georganiseerd, wat de taakverdeling is met de GR Peelgemeenten, welke rol de ketenpartners vervullen en hoe de samenwerking wordt ervaren. Of de inzet ook resultaat heeft, komt in het volgende hoofdstuk aan de orde. Deelvraag 3.

Welke taken heeft de gemeente bij de GR Peelgemeenten belegd en welke afspraken zijn hierover gemaakt?

Normen ●

●

Er is een convenant of een ander samenwerkingsdocument opgesteld waarin duidelijke afspraken zijn gemaakt tussen de gemeenten met betrekking tot het bieden van schuldhulpverlening. Indien de gemeente nog een rol heeft in bijvoorbeeld het doen van de intake of op het gebied van preventie van schulden, dan is voor beide partijen duidelijk wie welke rol belegd heeft.

Deelvraag 4.

Hoe is de samenwerking met de LEVgroep, woningbouwcorporaties, energieleveranciers, zorgverzekeraars en andere lokale maatschappelijke en kerkelijke organisaties geregeld?

Normen ●

Er zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen de gemeente en de verschillende ketenpartners. De samenwerking biedt meerwaarde voor de inwoners van de gemeente.

Deelvraag 5.

Hoe is de vroegsignalering/preventieve aanpak, de Voorziening Kleine Schulden, het Maatwerkbudget, één regisseur, financieel dienstverlener ingericht en geïmplementeerd?

Normen ● ●

Er is duidelijkheid over de inrichting van vroegsignalering. Alle betrokken partners zijn bekend bij de gemeente.

Antwoord ●

De taken die behoren tot fase 2 zijn bij GR Peelgemeenten belegd op basis van een Gemeenschappelijke Regeling.

Waardering ●

●

In de Gemeenschappelijke Regeling zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van GR Peelgemeenten vastgelegd. De verdeling van taken tussen de gemeente (fase 1) en die van GR Peelgemeenten (fase 2) is duidelijk vastgelegd in de afspraken die zijn gemaakt.

Antwoord ●

Er is sprake van samenwerking met vrijwilligersorganisaties en met professionele organisaties. Netwerkbijeenkomsten met alle betrokken organisaties zijn een geruime tijd niet gehouden, maar worden nu door de gemeente Laarbeek weer voorzichtig opgestart.

Waardering ●

Er zijn niet met alle vrijwilligersorganisaties afspraken gemaakt in de vorm van subsidiecontracten. Met de professionele organisaties zijn afspraken gemaakt in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling of Dienstverleningsovereenkomst of subsidievoorwaarden.

Antwoord ●

Belangrijke instrumenten voor schuldhulpverlening zijn vastgesteld en ingevoerd.

Waardering ●

●

Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over dat LEVgroep de vroegsignalering uitvoert. De meest effectieve wijze van werken wordt nog verder ontwikkeld. Met alle bij de vroegsignalering betrokken partijen zijn duidelijke afspraken gemaakt in de vorm van een convenant.

| 24 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Deelvraag 6.

Is de (lokale en regionale) organisatie en aanpak rondom de schuldenproblematiek en schuldhulpverlening (inclusief de relatie tot de toegang en de relatie met de vrijwilligers) adequaat? (En in hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking bij de uitvoering van de schuldhulpverlening in de keten van (voorliggende) voorzieningen en organisaties?)

Normen ●

●

Daar waar het speciale doelgroepen (zoals ondernemers) betreft, is duidelijk wat hiervoor de handelswijze is. Alle doelgroepen worden geholpen bij de aanvraag voor schuldhulpverlening dan wel geholpen of verwezen naar een andere oplossing/instantie.

Deelvraag 7.

Wat is de actuele situatie met betrekking tot: a. de schuldenproblematiek in Laarbeek (aantallen, type problematiek, ernst)? b. Het gebruik van de diverse vormen van schuldhulpverlening, door welke instanties?

Normen ●

Er is inzicht in het bereik van mensen met schulden en in de mate van gebruik van de voorzieningen.

Deelvraag 8.

Worden de uitgangspunten van de schuldhulpverlening door elk van de betrokken instanties (goed) toegepast?

Antwoord ●

●

Er is duidelijkheid over de taakverdeling tussen de gemeente Laarbeek (fase 1) en GR Peelgemeenten (fase 2). De organisatie van de lokale toegang is thans nog ‘versnipperd’. In de keten wordt niet systematisch samengewerkt, aangezien de gemeente Laarbeek hierop geen regie voert.

Waardering ● ●

Voor ondernemers heeft GR Senzer een toegespitst schuldhulpverleningsaanbod. De gemeente Laarbeek kent geen doelgroepen, maar wel aandachtsgroepen. Voor jeugd is een integrale aanpak vastgesteld.

Antwoord ●

●

Er is geen inzicht in het bereik van mensen met schulden. De verwachting is dat via vroegsignalering meer inzicht komt in het aantal mensen met problematische schulden. Middels kwartaalrapportages van GR Peelgemeenten en GR Senzer wordt informatie van de LEVgroep en uit het klantvolgsysteem Onview gerapporteerd over het gebruik van voorzieningen.

Waardering ●

Het inzicht in het bereik van mensen met schulden ontbreekt, evenals van het gebruik van de voorzieningen.

Antwoord ●

Het inzicht ontbreekt of en in hoeverre de uitgangspunten door elk van de betrokken instanties worden toegepast.

Normen

Waardering

De uitgangspunten zijn: ● Schuldhulp sluit aan bij de inwoner. ● Schuldhulp is integraal. ● Schuldhulp is maatwerk. ● De ondersteuner werkt resultaatgericht. ● De dienstverlening is bereikbaar en toegankelijk. ● Schuldhulp is vrijwillig maar niet vrijblijvend.

●

Deelvraag 9.

Welke instrumenten zet de gemeente in voor het doelgroepenbeleid? En worden de doelgroepen bediend?

Er is nog geen sluitende systematische rapportage over de uitvoering van de schuldhulpverlening en daarmee is nog onvoldoende bekend of en in hoeverre de uitgangspunten worden gerealiseerd.

Antwoord ●

De gemeente Laarbeek kent geen doelgroepenbeleid, maar aandachtsgroepen. Alleen voor de groep jeugd is een integraal plan vastgesteld.

| 25 | Rapport Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening

Normen ●

●

Indien er speciaal doelgroepenbeleid is gecreëerd, is ook duidelijk op welke manier (met welke instrumenten of specifieke trajecten) deze doelgroepen geholpen zijn. De gemaakte keuzes binnen het beleid zijn vastgelegd in documenten en herkenbaar voor de uitvoering en klanten.

Waardering ● ●

De gemeente Laarbeek kent geen doelgroepenbeleid. Er zijn geen keuzes gemaakt voor specifieke doelgroepen.

6.1 Schuldhulpverlening onderdeel Sociaal Team Laarbeek (STL) De gemeente Laarbeek kent een Sociaal Team Laarbeek (STL), dat functioneel wordt aangestuurd door de gebiedsmanager die in dienst is van de gemeente Laarbeek. Het STL is onderdeel van de afdeling Samenleving. Het STL bestaat uit consulenten van externe organisaties en de medewerker schuldhulpverlening. Deze parttime medewerker werd tot voor kort nog ingehuurd, in afwachting van de definitieve bemensing en organisatievorm van schuldhulpverlening. Inmiddels is besloten om de formatie uit te breiden met een tweede schuldhulpverlener voor 28 uur per week. De formatie komt daarmee op 1,56 fte. Op basis van ervaringen van andere gemeenten is deze inschatting gemaakt van de vereiste formatie. Daarnaast is de formatie inmiddels ondergebracht bij de GR Peelgemeenten om de werkgeversrol in te vullen. Daarmee wordt beoogd de professionaliteit te borgen en de kwetsbaarheid van de betrekkelijk kleine formatie te verminderen. Dat schuldhulpverlening onderdeel uitmaakt van het STL heeft als voordeel dat integraal kan worden gewerkt en dat die interventie aan mensen met schulden en met eventueel andere problematiek kan worden aangeboden die in de specifieke situatie is vereist. Deze wijze van werken waarborgt het bieden van maatwerk in de persoonlijke situatie.

6.2 Lokale toegang is essentieel Om mensen met schulden en/of met een financiële hulpvraag adequaat te helpen is het essentieel dat de toegang tot hulp goed georganiseerd is. De gemeente Laarbeek hecht er dan ook aan dat de toegang laagdrempelig en lokaal wordt aangeboden. Op dit moment kunnen mensen zich melden bij zowel het STL als de plaatselijke LEVgroep, maar ook komt het voor dat zij terechtkomen bij de GR Peelgemeenten, bij een particuliere bewindvoerder of bij een vrijwilligersorganisatie als Stichting Leergeld, Super Sociaal of Kledingbank Laarbeek en doorverwezen moeten worden. Het is bij de gemeente Laarbeek bekend dat de toegang nu nog ‘versnipperd’ is. Er zijn wel plannen om de toegang straks eenduidiger te organiseren. Het doel van de gemeente Laarbeek is dat de inwoner met een hulpvraag start bij de LEVgroep, die met de inzet van vrijwilligers de financiële situatie al zoveel mogelijk in kaart brengt en de eerste hulp kan bieden. Hier is ook het Sociaal Raadsliedenwerk en het maatschappelijk werk ondergebracht. Als blijkt dat er sprake is van niet direct oplosbare schulden, zogenaamde problematische schulden, dan vindt doorverwijzing plaats naar de gemeentelijke schuldhulpverlener.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=8226c25b-093d-448a-b72f-5827c15bf685