CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Projectplan Transitievisie warmte

Raadsinformatiebijeenkomsten 11 februari 2021, gemeente Laarbeek5.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PROJECTPLAN TRANSITIEVISIE WARMTE LAARBEEK

VERSIE JUNI 2020 BESTUURLIJK OPDRACHTGEVER: COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS AMBTELIJK OPDRACHTGEVER: ANNETTE VERSCHUREN STELLER: MARIEKE OTEMAN EN MINOU DANEL

SAMENVATTING EN INHOUD Dit projectplan beschrijft hoe Laarbeek in 2020 en 2021 werkt aan het opstellen van een Transitievisie Warmte (TVW1) voor de gemeente. In de TVW wordt beschreven hoe Laarbeek de transitie naar aardgasvrije gemeente vormgeeft, met als doel het volledig aardgasvrij zijn in 2050. De TVW moet uiterlijk in december 2021 worden vastgesteld door de gemeenteraad. In dit projectplan komt aan bod waar we nu staan en welke kennis we al hebben, welke stappen gezet moeten worden om tot een TVW te komen, en welke bestuurlijke keuzes er in dit proces zullen volgen. Tevens geeft dit projectplan een overzicht van de capaciteit en middelen die nodig zijn om het TVW-proces het komende anderhalf jaar te kunnen uitvoeren. Het projectplan bestaat uit de volgende onderdelen: (1) een schets van de achtergrond van dit project, (2) een overzicht van het doel en de beoogde resultaten, (3) een overzicht van de processtappen om tot het doel te komen, (4) een overzicht van de voortgang tot nu toe, (5) een planning voor de komende anderhalf jaar, (6) een schets van de beoogde projectorganisatie, (7) een financieel overzicht.

1. AANLEIDING EN ACHTERGROND: WAAROM EEN TRANSITIEVISIE WARMTE Het opstellen van de Transitievisie Warmte Laarbeek is een bovengemeentelijke verplichting die is vastgelegd in het Klimaatakkoord: elke gemeente moet uiterlijk in december 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen. In een TVW omschrijft de gemeente per wijk hoe alle gebouwen in die wijk aardgasvrij worden. Het grootste deel van de energievraag van de gebouwde omgeving bestaat uit warmte, vandaar dat er wordt gesproken over de warmtetransitie. Feitelijk heeft ‘aardgasvrij wonen’ meer gevolgen dan alleen voor verwarming, omdat aardgas niet alleen voor verwarmen wordt gebruikt maar bijvoorbeeld ook voor koken. In de TVW wordt het tijdspad waarin alle wijken van het aardgas af gaan inzichtelijk gemaakt. Voor de wijken of buurten die vóór 2030 van het aardgas af gaan wordt beschreven welke alternatieve energiebron aardgas vervangt. Tevens wordt voor deze wijken een wijkuitvoeringsplan (WUP) vastgesteld, waarin het plan in meer detail wordt beschreven. Voor de wijken die tussen 2030 en 2050 van het gas af gaan hoeft er nog geen alternatieve warmtevoorziening en WUP te worden opgenomen. Het is verplicht om een prioritering aan te brengen tussen de wijken en om in 2030 de eerste aardgasvrije wijken te hebben gerealiseerd.

Het opstellen van een TVW is een complexe opgave: het plan vormt immers de basis voor alle activiteiten om van het aardgas af te gaan in de komende dertig jaar. Er moet veel informatie worden verzameld en er zijn veel (maatschappelijke) stakeholders betrokken. Het proces om te komen tot een tot een gedragen TVW is een relatief nieuwe opgave en is dan ook nog niet volledig belegd binnen de organisatie, al is hier een goede start mee gemaakt. Vanwege de complexiteit van de opgave is een projectmatige aanpak wenselijk en wordt de projectaanpak uiteengezet in dit projectplan. Dit projectplan is niet de eerste stap richting een aardgasvrij Laarbeek. In het kader van de energietransitie en ons duurzaamheidsprogramma zijn al enkele stappen gezet die bijdragen aan het opstellen van de TVW en/of het aardgasvrij maken van de gemeente. Hieronder valt bijvoorbeeld het verlenen van leningen voor aardgasvrije nieuwbouw, het uitvoeren van een aantal vooronderzoeken, en het aanvragen van een landelijke subsidie voor het aardgasvrij maken van Mariahout. Dit plan sluit aan op de gemaakte vorderingen en past in de Laarbeekse duurzaamheidsagenda. Daarnaast is de Regionale Structuur Warmte gebruikt als input voor dit plan. Deze structuur is als onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) gepresenteerd in mei 2020. Een overzicht van de vorderingen tot dusver is opgenomen in paragraaf 4.

1

Zie bijlage 3 voor een lijst met gebruikte afkortingen. 2

2. DOEL EN RESULTATEN: WAT GAAN WE OPLEVEREN Het eindproduct, de TVW, is een gedragen, interdisciplinair plan van aanpak voor de warmtetransitie in Laarbeek. Dit plan vormt de basis van de uitvoering voor de komende dertig jaar, en moet dus concreet, realistisch én bekend bij de inwoners zijn en een duidelijke fasering weergeven in de stappen die Laarbeek gaat zetten. Hiervoor is het van belang dat het plan zorgvuldig tot stand komt. De onderdelen van het plan staan hieronder weergegeven, een afwegingskader om te kiezen tussen de verschillende opties is kort beschreven in paragraaf 4 en opgenomen als bijlage 2. In 2050 moeten alle woningen aardgasvrij zijn. Met de TVW geven we sturing aan deze opgave. In de TVW wordt een tijdspad vastgelegd wanneer welke wijk wordt verduurzaamd. Voor de wijken die vóór 2030 van het aardgas af gaan moet een gedetailleerd plan liggen waarin we onderbouwen welke alternatieve warmteoplossing in de wijk wordt ingezet en hoe we deze transitie vorm willen geven. Voor de wijken die na 2030 aardgasvrij worden gemaakt hoeven we nog niet op te nemen welke alternatieve warmtevoorziening hiervoor wordt ingezet. Immers, dat ligt nog bijna dertig jaar voor ons. Later keuzes maken voor deze wijken biedt de mogelijkheid om in te spelen op technologische ontwikkelingen.

Voor de wijken die vóór 2030 aardgasvrij moeten worden, is een meer gedetailleerde invulling nodig. Per wijk wordt een WUP opgesteld waarin de concrete uitvoeringsstrategie wordt uitgewerkt. Hierin staat de technische uitwerking van het warmteconcept en worden concrete stappen benoemd voor het betrekken van inwoners en stakeholders. Inhoud Transitievisie Warmte Zoals genoemd wordt er een volgorde aangebracht waarin de wijken aardgasvrij zullen worden. Ook beschrijft de gemeente in de TVW hoe wij als gemeente tot de afweging zijn gekomen welke wijken vóór 2030 en welke wijken ná 2030 aardgasvrij worden gemaakt. Voor alle wijken moet de TVW daarom de volgende inhoudelijke onderdelen bevatten:  

  

Een tijdlijn tot 2050 waarin wordt geschetst welke wijken wanneer van het aardgas worden afgekoppeld. Deze afweging wordt gebaseerd op de reeds uitvoerde vooronderzoeken en de kenmerken per wijk. Een onderbouwde indeling van de gemeente in wijken. Indien nodig een indeling in subwijken (wanneer een cluster woningen van een ander type of bouwjaar binnen een wijk staat, past een andere warmteoplossing wellicht beter). Een analyse van de wijkgegevens (type woningen, energielabels, warmtevraag woningen, sociaalmaatschappelijke data, fysieke kenmerken van de wijk). Een identificatie van de belanghebbenden en hun rol in het TVW proces en bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen (WUP’s). Een afwegingskader voor het maken van een keuze tussen verschillende warmteoplossingen (scenario’s) om de wijk aardgasvrij te maken. De voorwaarden voor een succesvolle uitvoering van de voorgestelde wijkaanpak en hoe deze worden gewaarborgd tijdens het proces worden hierin benoemd. Een prioritering van de wijken. Hierin geven we aan met welke wijken we starten.

Voor de wijken waarvan is besloten om deze vóór 2030 van het aardgas af te koppelen wordt de werkwijze in meer detail uitgewerkt. Onderstaande onderdelen komen hierbij aan bod:    

Resultaten van de vooronderzoeken naar de technische mogelijkheden in de wijk. Een afweging van de mogelijke alternatieve warmtevoorziening per wijk. Een toelichting hoe het gekozen scenario per wijk zich verhoudt tot de RES. Een afweging met betrekking tot het draagvlak en de impact op bewoners. Hierin wordt benoemd wat er van inwoners wordt gevraagd en hoe ze hierin worden ondersteund (bijvoorbeeld door middel van compensatie of ontzorging). Een uiteenzetting van de financiële consequenties van de gekozen warmteoplossing. Hierin wordt benoemd wat de kosten zijn per wijk en wie deze kosten draagt. Ook de financieringsopties en financiële risico’s worden hier benoemd.

3

De risico’s van de voorgestelde wijkaanpak worden belicht. Hierbij wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet en wat de impact hiervan is. Ook wordt benoemd wie het risico loopt, en hoe het kan worden voorkomen of gemitigeerd. Wanneer er meekoppelkansen zijn in de wijk wordt benoemd hoe dit kan worden meegenomen in de WUP’s. Wanneer er bijvoorbeeld grootschalige werkzaamheden staan gepland wordt benoemd hoe hier samen kan worden opgetrokken. In de TVW wordt een participatie- en communicatieplan opgenomen. Dit plan schetst, op grote lijnen welke partijen, wanneer en op welke wijze worden betrokken. In de WUP die voor elke wijk wordt opgesteld wordt dit participatie- en communicatieplan verder uitgewerkt. Er wordt een tijdsplanning opgenomen waarin wordt opgenomen wanneer welke stappen worden ondernomen. Hierin wordt tevens opgenomen wanneer er besluitvorming plaatsvindt.

3. PROCESSTAPPEN: HOE GAAN WE TE WERK Om te komen tot een TVW met de inhoud zoals die in de voorgaande paragraaf is beschreven, is een aantal processtappen geïdentificeerd. We beginnen niet op nul: Laarbeek heeft de afgelopen twee jaar, sinds het verschijnen van het concept Klimaatakkoord, al de eerste stappen gezet in de energietransitie. Daaronder vallen ook activiteiten gericht op het verminderen van het gebruik van aardgas. In het proces van het opstellen van de TVW zijn de volgende stappen onderscheiden: 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inventariseren van de opgave: inzichtelijk maken wat de landelijke verplichtingen en regionale verwachtingen zijn rondom de TVW, inventarisatie van de wijkindeling in Laarbeek met verfijning in kleinere gebieden waar nodig, inventariseren warmtevraag en wijkdata (type huizen, energielabels, mogelijkheden besparing, sociaal-maatschappelijke data). Eerste inventarisatie aanwezigheid mogelijke duurzame warmtebronnen door middel van vooronderzoeken. Schetsen afwegingskader: Er wordt een voorlopig programma van eisen opgesteld waaraan een voorkeursoplossing moet voldoen en worden proceseisen vastgelegd, bijvoorbeeld rondom participatie, draagvlak, maatschappelijke kosten en kosten voor inwoners. Plan van aanpak met prioritering: op basis van de inventarisatie en het afwegingskader wordt een voorlopige keuze gemaakt welke wijken eerder in het proces voor vervolgonderzoeken in aanmerking komen en welke niet. Wijken die kansrijk lijken om voor 2030 van het gas af te gaan, en / of wijken waarbij zich een kans voordoet (zoals een subsidiemogelijkheid of mogelijkheid tot samenwerking met een waardevolle partner) worden hierbij hoger geprioriteerd. Per wijk: selecteren scenario: op basis van vooronderzoeken (technische haalbaarheid, mogelijkheden businesscase) worden enkele scenario’s geschetst die kansrijk lijken om verder uit te werken.

In overleg tussen de gemeente (raad / college / ambtelijk), inwoners en andere stakeholders (verenigingen, ondernemers, energieleveranciers, netbeheerder) wordt een keuze gemaakt welk scenario of welke scenario’s verder worden uitgewerkt. Hierbij wordt het afwegingskader uit stap 2 gebruikt om de wenselijkheid van de verschillende scenario’s in te schatten. Hieruit volgt een keuze voor een voorkeursscenario. Dit zal voor tenminste twee wijken worden uitgewerkt in de TVW, de andere wijken volgen later in het proces. Per wijk: concreet uitwerken voorkeursscenario: het scenario wordt uitgewerkt in een wijkuitvoeringsplan (WUP). Dit zal voor tenminste twee wijken worden uitgewerkt in de TVW, de andere wijken volgen later in het proces. Oplevering TVW: in de TVW zit een complete uitwerking van stap 1-3 en is voor tenminste twee wijken ook stap 4-5 uitgewerkt. Voor de andere wijken bevat het plan een tijdsplanning voor wanneer stap 4-5 zullen worden doorlopen.

Rol van de gemeente De gemeente kan bij de totstandkoming van de TVW kiezen voor verschillende rollen (zie bijlage 1). Veel gemeenten kiezen voor het aantrekken van een extern projectleider of het geheel uitbesteden van het schrijven van de TVW. Dit projectplan kiest daar niet voor en beoogt het schrijven van de TVW in eigen beheer. Op die manier wordt kennisverlies voorkomen en kunnen de plannen veel meer gedetailleerd worden uitgewerkt dan via het inschakelen van een extern bureau. Het schrijven in eigen beheer is daarnaast aanzienlijk goedkoper, waardoor er meer budget is voor het extern laten uitvoeren van technische vooronderzoeken. 4

De rol van de gemeente wordt gedefinieerd als procesregisseur, wat betekent dat er veel ruimte is voor interne samenwerking tussen verschillende disciplines (zoals gebouwenbeheer, omgevingsbeheer, ruimtelijke ordening, woningbeleid en communicatie) en voor externe participatie van stakeholders. Dit past bij de ‘Laarbeek-methode’ en levert daarnaast veel voordelen op richting de projectuitvoering, omdat de plannen bekend zijn en op draagvlak kunnen rekenen. De projectleider TVW geeft dit proces vorm en is verantwoordelijk voor het op een kwalitatief hoogstaande manier afronden van elk van de processtappen.

4. VOORTGANG: WAT IS ER AL GEDAAN Met het inventariseren van de opgave (processtap 1) is al begonnen, en een deel van de informatie die we nodig hebben voor de TVW is al beschikbaar. Het afgelopen jaar heeft de gemeente bijvoorbeeld de sociale data van wijken, energielabels van woningen, de warmtevraag van de woningen en woningtypen in kaart gebracht. Ook is gekeken naar een voorlopige wijkindeling. Op basis van de CBS-aanduidingen van de wijken in Laarbeek is gekozen om voorlopig elke kern als wijk aan te wijzen, en het buitengebied als één wijk te benoemen. Wanneer de plannen concreter worden zullen de kernen in kleinere delen worden verdeeld, op basis van de wijkgegevens en bijvoorbeeld een optimale hoeveelheid woningen voor een bepaalde technologie. In de CBS-indeling is Beek en Donk samen een wijk, maar het ligt voor de hand dat Beek en Donk in (tenminste) twee sub-wijken wordt gesplitst tijdens de uitwerking van concrete plannen. Hieronder staat een overzicht van vooronderzoeken die al zijn gedaan. Daarnaast is er een algemeen afwegingskader geformuleerd (processtap 2). Dit zal voor de TVW verder worden uitgewerkt. Op basis van twee kansen die voorbij kwamen is een voorlopige prioritering tussen de wijken gemaakt en voor twee wijken wordt een scenario uitgewerkt. Per processtap staat hieronder de voortgang beschreven. Voortgang processtap 1: inventarisatie van de opgave 

Het Rijk ondersteunt gemeenten met verschillende instrumenten om de TVW op te stellen. De Leidraad Warmtetransitie, opgesteld door het Expertise Centrum Warmte (ECW)is daar één van. De Leidraad bestaat uit twee onderdelen: de Startanalyse en de Handreiking voor lokale analyse. De startanalyse is een hulpmiddel waarmee op basis van landelijke data verschillende warmtestrategieën kunnen worden doorgerekend op buurtniveau. De startanalyse wordt uitgevoerd met behulp van het computermodel Vesta MAIS, dat op wijkniveau een overzicht biedt van de haalbaarheid en consequenties van de vijf warmtestrategieën. De ‘Handreiking voor lokale analyse’ is opgesteld als hulpmiddel om deze startanalyse te verrijken met lokale gegevens. Per wijk zijn met de Warmteprofielen Tool van De Warmte Transitie Makers (DWTM) zogenaamde ‘warmteprofielen’ opgesteld, die een beeld geven van de besparingsmogelijkheden, het benodigde temperatuurniveau voor de warmtevoorziening en de resterende warmtevraag in 2050. HetEnergieBureau voerde voor Laarbeek een Impactscan Aardgasloos Laarbeek uit, waarin de resultaten uit de startanalyse verder zijn verfijnd. Dit onderzoek schetst in grote lijnen waar bijvoorbeeld collectieve warmteoplossingen mogelijk zijn (warmtenetten) en waar individuele (woning-gebonden) oplossingen nodig zullen zijn. Ook de verwachte gevolgen in bijv.

elektriciteitsgebruik bij all-electric oplossingen is onderzocht. Op basis van deze analyse wijst de impactscan enkele wijken als kansrijk aan als startwijken. Pondera Consult voerde voor Laarbeek het onderzoek Energieverkenning Laarbeek uit, waarin de technische en ruimtelijke mogelijkheden zijn onderzocht voor grootschalige opwek van elektriciteit en warmte. Dit onderzoek heeft een aantal kansenkaarten opgeleverd met potentiële locaties voor opwekinstallaties. Het rapport was input voor de Laarbeekse Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek maar bevat ook veel informatie voor het plaatsen van grotere installaties ten behoeve van collectieve warmtevoorzieningen. Met de informatie uit bovenstaande onderzoeken en andere beschikbare data is begonnen met het uitschrijven van processtap 1. Hiervoor is op enkele punten nog aanvullend onderzoek nodig.

Voortgang processtap 2: schetsen afwegingskader Er is een voorlopig afwegingskader opgesteld dat gebruikt wordt bij het uitzetten en beoordelen van de eerste vooronderzoeken. Het kader bevat zowel procesvoorwaarden, zoals participatie en zorgvuldige besluitvorming, 5

als kwaliteitsvoorwaarden over de inhoud, zoals maatschappelijk draagvlak en financiële haalbaarheid. Dit afwegingskader moet verder worden ingevuld per concreet project en in dialoog met de stakeholders, maar dit algemene kader biedt houvast bij het vaststellen van de eerste prioriteiten en het interpreteren van de eerste data. Het afwegingskader is opgenomen als bijlage 2. In de Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek, door de gemeenteraad vastgesteld in 2019, wordt een afwegingskader geschetst voor grootschalige installaties voor duurzame elektriciteit en warmte. Het afwegingskader dat in die visie wordt gehanteerd vormt de basis van het kader in de bijlage. Voortgang processtap 3: plan van aanpak met prioritering Voor twee wijken is al begonnen met technisch vooronderzoek dat verder gaat dan de algemene beschrijvingen van de onderzoeken genoemd bij processtap 1. In beide gevallen had dit de praktische aanleiding dat zich een kans voordeed. Een derde onderzoek vindt landelijk plaats en daarvan komen de resultaten voor Laarbeek spoedig beschikbaar. 

Via de ‘werkgroep warmte’ van de Regionale Energie Strategie ontvingen wij een oproep voor deelname aan een pilot-onderzoek naar de mogelijkheden voor zonthermie in een kleine kern. Het onderzoek werd meegefinancierd door de provincie en andere deelnemende gemeente. Onze deelname leidde tot het rapport Warme Kernen: Mariahout. Uit het onderzoek is gebleken dat het haalbaar is om de woningen in Mariahout collectief te verwarmen. Op basis van het afwegingskader is de keuze gevallen op een warmtenet dat wordt gevoed door een zonthermie installatie. Op basis van het technische vooronderzoek is een Proeftuinaanvraag Aardgasvrije Wijken gedaan. We hebben aan het Rijk om een bijdrage van €5,1 miljoen gevraagd voor financiering van de onrendabele top van het plan. In oktober wordt bekend of Laarbeek deze subsidie toegekend heeft gekregen. Via onze samenwerking met waterschap Aa en Maas en buurgemeente Helmond is een onderzoek gestart naar het duurzaam verwarmen van Aarle-Rixtel en/of de Helmondse wijk De Eeuwsels, op basis van een warmteconcept met de restwarmte uit de rioolwaterzuivering (RWZI) in het Gulden Land. In juli 2020 wordt het RWZI-onderzoek afgerond en weten we of dit een mogelijke alternatieve warmtevoorziening is voor Aarle-Rixtel.

In de zomer van 2020 wordt door het landelijke SCAN programma een onderzoek in Laarbeek uitgevoerd naar de mogelijkheden van ultradiepe geothermie (UDG). Dit seismische onderzoek moet inzicht geven in de technische haalbaarheid van het verwarmen met UDG. Het SCAN programma richt zich vooral op de omgeving Lieshout. De veldonderzoeken worden in de zomer van 2020 uitgevoerd en de eerste analyses worden binnen enkele maanden daarna verwacht.

Een voorlopige prioritering van wijken in Laarbeek ziet er daarom als volgt uit: Wijk Mariahout

Prioritering Voor 2030

Mogelijk scenario Warmtenet op basis van zonthermie Individuele oplossing per woning of klein cluster, op basis van all electric

buitengebied

2020-2050

Aarle-Rixtel

Voor 2030

Warmtenet op basis van thermische energie uit afvalwater

Lieshout

2050

In onderzoek: mogelijkheden ultradiepe geothermie (UDG)

Beek en Donk

2050

Wellicht meerdere opties in combinatie, verschillende sub-wijken

Toelichting Afhankelijk van toekenning proeftuinsubsidie. Nader onderzoek nodig over haalbaarheid businesscase. Voor het buitengebied lijken nauwelijks collectieve oplossingen mogelijk. Het is daarom de ambitie om met een overzicht voor individuele oplossingen te komen en hiervoor tussen 2020 en 2050 structureel aandacht aan te besteden (communicatie, stimulering) Afhankelijk van resultaten RWZI-onderzoek en afspraken met waterschap en gemeente Helmond. Nader onderzoek nodig voor de financiële / maatschappelijke kant, huidig onderzoek is alleen technisch. Wellicht mogelijkheid ultradiepe geothermie, afhankelijk van uitkomsten SCAN-onderzoek. Nader onderzoek nodig voor technische uitvoerbaarheid (als SCAN positief is) en / of ontwikkeling alternatieve scenario’s. Vooronderzoek thermische energie uit oppervlaktewater nodig, nader onderzoek naar structuur Beek en Donk, logische indeling in blokken (zowel sociaal als 6

krijgen elk een eigen aanpak, wellicht zonthermie of thermische energie uit oppervlaktewater (kanalen)

technisch). Juist voor de kernen waar geen voor de hand liggende warmtebron is (Lieshout en Beek en Donk) zouden meerdere scenario’s (groot collectief, klein collectief, individueel) moeten worden doorgerekend om een keuze voor vervolgonderzoek te maken. Hiervoor moet ook rekening gehouden worden met eventuele interferentie door projecten van buurgemeenten, zoals Helmond.

5. PLANNING: WANNEER DOEN WE WAT De keuze voor de startwijk(en) moet nader worden onderbouwd door randvoorwaarden, een afwegingskader voor de startwijken en een bronnenstrategie waarin de ‘spelregels’ voor het gebruik van de bronnen worden weergegeven. Een aantal nadere analyses moet worden gemaakt. Kenmerk van deze analyses is om de beschikbare data te verfijnen waar nodig en mogelijk. Daarnaast moet een wijkaanpak worden uitgewerkt met daarin een participatie- en communicatieplan, zowel voor het schrijven van de TVW als voor het vervolgtraject per wijk. Als onderdeel van dit plan is de oprichting van een lokaal energieloket opgenomen. Hiervoor heeft het Rijk financiering beschikbaar gesteld. Tot en met eind 2020 neemt Laarbeek deel aan een regionaal energieloket, waarvan de meerwaarde zeer beperkt is. In de praktijk komen alle vragen toch bij de gemeente terecht. Met de uitrol van het TVW traject zullen deze vragen alleen maar toenemen. Daarom is in dit plan opgenomen dat er standaard antwoorden en overzichten met mogelijkheden worden ontwikkeld voor inwoners, die door de gemeente via het loket ter beschikking kunnen worden gesteld. Dit zal onderdeel gaan uitmaken van de communicatie- en participatiestrategie. De Transitievisie Warmte (TVW) moet uiterlijk in december 2021 vastgesteld door de gemeenteraad.

In deze fase is ook de visie van Laarbeek op haar regierol uitgewerkt en is helder wat er nodig is om Wijkuitvoeringsplannen (WUP) te gaan opstellen. De definitieve TVW beschrijft de opgave, analyse van vraag en aanbod, de warmtevisie 2050, de routekaart tot 2030 (waaronder de startwijk(-en) en de algemene besparingsopgave) en de governance (waaronder een beschrijving van de regierol van de Laarbeek, het instrumentarium en de samenwerking met belanghebbenden). De warmtevisie is getoetst op draagvlak bij de belangrijkste lokale betrokken partijen in Laarbeek. Onderstaande planning start in augustus 2020. Activiteit Uitschrijven processtap 1 en 2

Planning Aug-Okt 2020

Uitwerking gebouwgebonden opties buitengebied Lokaal energieloket operationeel, vooral voor vragen gebouwgebonden oplossingen Stakeholderbijeenkomsten kansrijke startwijken

Aug – sept 2020 Okt. 2020

Vervolgonderzoeken t.b.v. technische en economische haalbaarheid scenario’s Participatietraject in gang op basis van onderzoeksresultaten per wijk Formuleren plan van aanpak / planning per wijk samen met alle stakeholders WUP-traject bij twee kansrijke wijken Opstellen concept TVW, voorbespreken met stakeholders Concept TVW wordt aangeboden aan college Commissie gemeenteraad bespreekt TVW Gemeenteraad stelt TVW vast

Jan-April 2021

Okt-Dec 2020

Resultaat Overzicht kerngegevens per wijk Overzicht indeling sub-wijken Overzicht afwegingskader Overzicht gebouwgebonden opties Energieloket Eerste selectie scenario’s, opdrachtformulering vervolgonderzoeken

Mei-Juli 2021 Juli / aug 2021

Gedragen voorkeursscenario voor elke wijk

Juli – sept 2021 Okt 2021

WUP wordt in concept vastgesteld Conceptversie TVW incl. WUPs

Nov. 2021 Nov. 2021 Dec. 2021

Conceptversie TVW klaar

7

TVW vastgesteld

6. PROJECTORGANISATIE: WIE DOET WAT Ambtelijke capaciteit 

Capaciteit team duurzaamheid: Het opstellen van de TVW vraagt substantiële personele capaciteit, zeker als gekozen wordt voor een rol als procesregisseur, waardoor we kosten voor inhuur besparen. Voor 2020 heeft de duurzaamheidsagenda ruimte voor de benodigde capaciteit voor de TVW en de voorbereidingen daarvan (zoals het begeleiden van de lopende vooronderzoeken en het opstellen van dit plan). In 2020 bestaat team duurzaamheid uit drie parttime medewerkers en een fulltime trainee. Per 2021 rouleert de traineeplaats echter naar een ander deel van de organisatie. Om de verplichtingen van de TVW en de ambities van de duurzaamheidsagenda uit te kunnen voeren is het noodzakelijk dat het team haar huidige formatie behoudt. Daarom wordt voorgesteld om de traineeplaats te vervangen door een junior beleidsmedewerker duurzaamheid. Hierdoor wordt een senior medewerker gedeeltelijk vrijgespeeld voor de TVW, met ondersteuning van de juniormedewerker. Zo kunnen de langer lopende trajecten uit de TVW en de agenda worden geborgd en blijft het team op sterkte. In de begroting 2021 wordt deze juniorpositie opgenomen, de kosten hiervoor zijn ruwweg €60.000 per jaar. Hiervan wordt een deel aan de TVW besteed en een deel aan andere werkzaamheden binnen het duurzaamheidsprogramma.

Capaciteit andere disciplines: voor de TVW is samenwerking met andere disciplines binnen de gemeentelijke organisatie nodig. Zo wordt team Ruimtelijke Ontwikkeling betrokken voor de thema’s wonen en omgevingsbeleid. Voor aspecten met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimt (boven- en ondergronds), zoals de vervangingsmomenten van deze infrastructuur, wordt de afdeling Omgevingsbeheer betrokken. Voor het opstellen van het communicatie- en participatieplan wordt samengewerkt met team Communicatie. Ook wordt er voor de afstemming van communicatie en advies over het organiseren van participatie en inspraak met deze collega’s overlegd. Hierdoor kunnen mogelijk knelpunten ontstaan bij de uitvoering van andere taken van deze teams. Per concreet project, zoals een vooronderzoek of wijkaanpak, moet daarom goed worden overlegd met de betreffende teams en moet worden benoemd welke inspanningen nodig zijn en welke andere projecten daardoor eventueel vertraagd worden.

Externe expertise De gemeente kan voor het opstellen van de TVW gebruik maken van een aantal ‘hulplijnen’, zoals inhoudelijke en procesmatige ondersteuning door de adviseurs aardgasvrije wijken die de provincie Noord-Brabant in elke RESregio ter beschikking stelt om de warmtetransitie in de provincie te versnellen. Daarnaast wordt met de andere Peelgemeenten intensief samengewerkt, waardoor veel kennisoverdracht plaatsvindt. Op het gebied van communicatie en participatie kan het nodig zijn om externe adviezen in te winnen. Dit geldt met name bij meer complexe trajecten zoals de wijken waar al een WUP wordt opgesteld en bij toekenning van de proeftuinsubsidie. Ten slotte is het ontwerpen van een scenario voor het aardgasvrij maken van een wijk een zeer technische puzzel, waarvoor specialistische kennis en vooronderzoeken (zoals boringen, metingen) nodig zijn. Deze onderzoeken zijn veelal erg kostbaar en zullen door externe experts moeten worden uitgevoerd. De onderzoeken zijn essentieel voor het komen tot haalbare plannen en het schetsen van realistische verwachtingen bij de inwoners. Samenwerking met stakeholders De gemeente zoekt bewust in een vroeg stadium samenwerking met stakeholders, zoals inwoners, verenigingen, netbeheerders, buurgemeenten en ondernemers.

We zoeken naar een zinvolle dialoog op momenten dat er nog echt bijgestuurd kan worden, zodat naar de stakeholders wordt geluisterd. Hiervoor wordt een communicatie- en participatieplan opgesteld.

8

7. FINANCIËN: WAT KOST HET Kosteninschatting Door de projectleiding intern te beleggen sparen we veel kosten uit ten opzichte van buurgemeenten die dit uitbesteden. Vanwege de constructie met junior ondersteuning blijven de personele meerkosten van dit project beperkt: de junior wordt breed ingezet om de vaste medewerkers ruimte te geven voor de TVW. Daarnaast worden er kosten gemaakt voor participatie en communicatie en voor het extern laten uitvoeren van onderzoeken waarvoor externe expertise nodig is. Met name wanneer deze technisch of juridisch van aard zijn, is dit erg kostbaar. Bij de kosteninschatting is een onderscheid gemaakt tussen wijken die voor 2030 aardgasvrij worden en waarvoor in 2021 een gedetailleerd plan inclusief wijkaanpak moet zijn, en een aanpak voor de wijken die in 2050 aardgasvrij zijn, waarvoor globaler vooronderzoek volstaat. Een kosteninschatting voor 2020 – 2021 is als volgt: Activiteit Personele kosten Junior beleidsmedewerker*

Ambtelijke inzet andere disciplines

Participatie en communicatie Wijkaanpak: participatietraject in wijken met planning 2030**

Participatietraject in wijken met planning 2050

Opstarten energieloket Laarbeek

Inrichten voorbeeldwoningen, opleiden ‘wijkambassadeurs’ Externe onderzoeken Inventariserende onderzoeken voor de wijken die nog niet zijn geïnventariseerd Vervolgonderzoeken wijken met planning 2030***

Toelichting

Kosten

Dekkingsvoorstel

Deels om TVW taken uit te voeren en deels om taken van de vaste medewerkers over te nemen, waardoor ruimte ontstaat voor de TVW Er wordt geen ureninschatting gemaakt omdat dit sterk afhangt van de gekozen scenario’s per wijk. Per project of wijk worden werkafspraken tussen de afdelingen gemaakt.

€60.000

Formatie in begroting 2021

-

-

Intensief participatietraject gericht op vaststellen en deelnemen aan voorkeursscenario en uitwerken wijkuitvoeringsplan (2 wijken à €15.000)

€30.000

Energiecafés organiseren, informatiemateriaal beschikbaar maken, media-aandacht (digitaal en print), overlegstructuur opzetten stakeholders en inwoners (3 wijken à €5.000) Digitale en telefonische omgeving, beschikbaar stellen materialen, evt. inrichten spreekuur

€15.000

Rijksbijdrage Klimaatmiddelen Wijkaanpak €10.000 Duurzaamheidskrediet €18.000 Rijksbijdrage TVW €2.000 Rijksbijdrage TVW €15.000

Als onderdeel van de communicatiestrategie en voor het bewijzen van de technologie

€25.000

Vooronderzoek buitengebied, Beek en Donk en Lieshout (3 wijken à €20.000)

€60.000

Rijksbijdrage TVW €60.000

€100.000

Rijksbijdrage TVW €100.000

€ 255.000

€255.000

Technische, juridische, financiële en visuele vervolgonderzoeken, incl. mogelijkheden tot inspraak inwoners / stakeholders (2 wijken à €50.000) Totaal werkbudget (excl. personele kosten)

€25.000

Rijksbijdrage Klimaatmiddelen Energieloket €25.000 Rijksbijdrage TVW €25.000

* dit is alleen voor 2021, in 2020 ontstaat nog geen knelpunt vanwege de inzetbaarheid van de trainee. **eventuele meerkosten als de proeftuinaanvraag Mariahout wordt toegekend zijn niet meegenomen, omdat die kosten uit de subsidie worden gedekt. Bovenstaand schema geldt wanneer de subsidie niet wordt toegekend. *** in de meerjarenbegroting van het duurzaamheidsprogramma is nog eens €150.000 opgenomen voor deze vervolgonderzoeken voor de drie wijken die na 2030 op de planning staan.

9

Dekkingsvoorstel 

Projectbudget: Voorgesteld wordt om een projectbudget voor de TVW ter beschikking te stellen van €255.000, waardoor de onderzoeken en participatie- en communicatieactiviteiten kunnen worden uitgevoerd zonder dat de raad over elke stap geraadpleegd hoeft te worden. De raad wordt via RIBs op de hoogte gehouden van de voortgang. Voor het projectbudget worden de middelen aangewend die daar in de decembercirculaire 2019 voor zijn uitgekeerd en nu in de algemene reserve zijn opgenomen, aangevuld met €18.000 uit het huidige duurzaamheidskrediet. Aanvullingen: Daarnaast proberen we voor concrete projecten subsidies te verwerven en slimme samenwerking te zoeken. Zo heeft Laarbeek een ambitieuze subsidie-aanvraag gedaan van 5,1 miljoen euro voor het aardgasvrij maken van Mariahout. Daarnaast wordt een RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) subsidie van €20.660 aangevraagd voor externe adviezen bij de TVW en worden onderzoekskosten waar mogelijk gedeeld met partners, zoals het waterschap en buurgemeenten. Capaciteit: Ten slotte wordt voorgesteld om het team duurzaamheid na afloop van de traineepositie te versterken met een junior beleidsmedewerker, waardoor het team op sterkte blijft. Dit besluit wordt echter apart van dit projectplan genomen als onderdeel van de begrotingsbehandeling 2021.

Mocht de capaciteit niet worden toegekend, dan betekent dit dat ofwel de TVW ofwel andere activiteiten uit de duurzaamheidsagenda niet volgens de huidige planning doorgang kunnen vinden.

Rijksbijdrage In de decembercirculaire 2019 heeft Laarbeek van het Rijk €237.000 ontvangen, bedoeld om uit te geven aan het opstellen van de TVW, een wijkaanpak ter uitwerking van enkele wijken, en het inrichten van een energieloket gedurende 2020 en 2021. Dit bedrag ziet het Rijk als tegemoetkoming in de onvermijdelijke kosten voor de TVW, waarbij er overigens niet door het Rijk vanuit wordt gegaan dat deze bijdrage kostendekkend is. Ook bij buurgemeenten zien we dat naast inzet van de Rijksbijdrage aanvullende middelen worden aangewend voor de TVW. De Rijksbijdrage is door de gemeenteraad bij behandeling van de jaarrekening 2019 toegevoegd aan de algemene reserve, met daarbij de opmerking ‘deze middelen vormen onderdeel van het resultaat 2019 en zullen worden toegevoegd aan de algemene reserve. Op korte termijn zal een plan worden opgesteld waarin een beroep gedaan zal worden op (een gedeelte van) deze middelen.’ Dit is het plan dat nu voorligt. Daarom wordt voorgesteld om deze middelen te onttrekken aan de algemene reserve. De middelen zijn in de decentralisatie-uitkering bedoeld voor de volgende uitgaven:

Transitievisie warmte: € 202.101     

Uitvoeren technisch onderzoek toepasbaarheid aardgasvrije warmtesystemen (collectief of per gebouw); Opstellen technische, financiële en visuele onderbouwingen (advieskosten en inhuur experts); Verplichte participatietrajecten per wijk (inhuur, advies en uitvoeringskosten), ook noodzakelijk om vrijwillige deelname van woningeigenaren aan aardgasvrije alternatieven te stimuleren; Stimuleren en faciliteren van bewoners voor verduurzamen eigen woning, zoals isolatie; Starten met uitvoering van 1 tot 2 van de totaal acht wijkuitvoeringsplannen (projectkosten, advies, inhuur, stimuleringsmiddelen, onrendabele top).

Klimaatmiddelen wijkaanpak: € 9.997  

Opstellen van 1 tot 2 wijkuitvoeringsplannen aardgasvrij en bijbehorende participatietraject (projectkosten, advies, inhuur, logistieke kosten). Communicatiekosten: materialen, verspreiding en uren

Klimaatmiddelen energieloket: € 25.000  Klimaatakkoord vereist voor elke gemeente een energieloket. In 2020 stopt het huidige regionale energieloket. De middelen worden ingezet om een toekomstig loket vorm te geven (advieskosten, uitvoeringskosten). Bij voorkeur wordt het loket intern georganiseerd, waardoor het gemakkelijker is om informatie aan te bieden die specifiek voor Laarbeek of voor bepaalde wijken geldt. Voorgesteld wordt om een start te maken met het aanbieden van informatie voor het buitengebied.

10

BIJLAGE 1. MOGELIJKE REGIEROLLEN GEMEENTE BIJ TOTSTANDKOMING TVW

Rol

Toelichting

Opdrachtgever externe partij

TVW wordt opgesteld door extern bureau

Voor- en nadelen    

Relatief duur weinig ambtelijke capaciteit nodig minder kennisopbouw grotere afstand tot inwoners en ambtelijke organisatie relatief beleidsarm plan, werk wordt doorgeschoven naar de uitvoering relatief duur minder afstand tot inwoners en ambtelijke organisatie tempo, efficiënt kennis blijft in organisatie weinig integraal weinig participatie

Opdrachtgever interne partij

TVW wordt opgesteld door inhuur projectleider

 

Sturende regisseur (stuurder)

TVW wordt opgesteld door relatief autonome intern projectleider

 

Passieve regisseur (afwachter)

TVW wordt opgesteld op basis van voorbeelden / input omgeving en generieke informatie (landelijke leidraad)

Procesregisseur

TVW wordt geleid door projectleider die maximale participatie en samenhang met andere opgaven zoekt

 Goedkoopste optie  Weinig ambtelijke capaciteit nodig  Beleidsarm plan, werk wordt doorgeschoven naar de uitvoering  Minder kennisopbouw  Minder efficiënt  Integraal, meekoppelkansen  Kwalitatief hoogstaand plan  Veel ruimte voor participatie / draagvlak  Kennisopbouw intern en extern

 

11

Vormgeving externe samenwerking Georganiseerde inspraak inwoners en consultatie stakeholders

Voorwaarden budget

Georganiseerde en informele inspraak inwoners en consultatie stakeholders

budget

georganiseerde en beperkte inspraak, externe samenwerking staat in dienst van behalen van resultaten, meer informeren dan participeren. Beperkte betrokkenheid van de belangrijkste stakeholders, gericht op het verzamelen van data en het vaststellen van een Transitievisie Warmte. Meer informeren dan participeren. Uitgebreide georganiseerde en informele samenwerking met interne collega’s, inwoners en stakeholders. Meer participeren dan informeren.

Ambtelijke capaciteit Competenties projectleider: planmatig werken, sturen op resultaat, communiceren, eenpitter, aanpakker

Beperkte eisen, maar ook beperkte meerwaarde. Vraagt meer capaciteit / budget in uitvoerende fase.

Ambtelijke capaciteit Competenties projectleider: Omgevingsbewustzijn, oog voor participatie en realiteit, verbindende vaardigheden, staat dichtbij de samenleving, flexibel en innovatief, overzicht houden op complex proces.

BIJLAGE 2: VOORLOPIG AFWEGINGSKADER SCENARIO’S TVW Onderdeel van de TVW is een voorlopig programma van eisen waaraan een voorkeursoplossing voor elke wijk moet voldoen. Ook worden er proceseisen vastgelegd, bijvoorbeeld rondom participatie, draagvlak, maatschappelijke kosten en kosten voor inwoners. Onderstaande overzicht geeft een denkrichting weer van deze afwegingskaders. In het proces van het opstellen van de TVW zullen deze eisen verder worden aangescherpt en ingevuld, waar mogelijk in overleg met alle betrokkenen. Ook het relatieve gewicht dat aan elke eis wordt gesteld kan in samenspraak met de betrokken per wijkplan worden vastgesteld. Een minimale invulling van elke afweging is een randvoorwaarde voor het kiezen van een scenario. Kwaliteitsvoorwaarden 

technologische haalbaarheid: we hebben een voorkeur voor bewezen technologieën. Innovatie vinden we belangrijk maar we willen inwoners beschermen voor de risico’s van een nog niet bewezen technologie. Nieuwe technologieën testen we bij voorkeur op kleine schaal via pilot-projecten, zoals voorbeeldwoningen. maatschappelijk draagvlak: de gemeente kan en wil inwoners niet dwingen tot deelname aan een project. Het is daarom belangrijk dat een scenario kan rekenen op voldoende maatschappelijk draagvlak, en dat er een alternatief (opt-out) wordt geboden voor inwoners die niet aan het plan willen deelnemen. financiële haalbaarheid: de kosten voor inwoners en de maatschappelijke kosten van een scenario moeten reëel zijn. Er mogen geen mensen buiten de boot vallen omdat ze deelname niet kunnen betalen. Een relatief duurder scenario zal hiervoor een oplossing moeten bieden. ruimtelijke gevolgen: het scenario moet geen onevenredige nadelen opleveren voor de ruimtelijke kwaliteit en zo min mogelijk overlast veroorzaken, zoals geluidsoverlast of ingrijpende aanpassingen aan de woning. lange termijn perspectief: er wordt bij voorkeur een scenario gekozen dat voor langere tijd bruikbaar zal blijven.

Het betrekken van restwarmte van een bedrijf vormt bijvoorbeeld een risico, bij de uitwerking van het scenario moet dan een alternatief worden uitgewerkt zodat het systeem in de wijk bruikbaar blijft als het bedrijf wegvalt. Ook is een systeem bij voorkeur geschikt voor uitbreiding bij eventuele toekomstige woningbouw. passendheid bij andere projecten: er wordt bij voorkeur aansluiting gezocht bij andere ontwikkelingen in de wijk, zoals functieverandering van gebouwen in het buitengebied, graafwerkzaamheden in de wijk of andere projecten voor verduurzaming.

Procesvoorwaarden  transparantie: de besluitvorming vindt plaats in een transparant proces en op basis van een heldere afweging over één of meerdere scenario’s waarbij bovenstaande kwaliteitsafwegingen worden onderbouwd.  inspraak: er zijn voldoende inspraakmogelijkheden waarbij inwoners ook werkelijk invloed hebben op het proces, er moet iets te kiezen zijn. Hierbij moet oog zijn voor de belangen en meningen van zowel inwoners / gebruikers van utiliteitsbouw (private belangen) als de professionele belangen van ondernemers, agrariërs, industrie, woningcorporaties, netbeheerder e.d. (de Laarbeek methode).

12

BIJLAGE 3: LIJST VAN AFKORTINGEN

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

MRE

Metropoolregio Eindhoven

RES

Regionale EnergieStrategie

RIB

Raadsinformatiebrief

RSW

Regionale Structuur Warmte

RVO

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

RWZI

Rioolwater Zuiveringsinstallatie

SCAN

Seismische Campagne Aardwarmte Nederland

TEA

Thermische Energie uit Afvalwater

TEO

Thermische Energie uit Oppervlaktewater

TVW

Transitievisie Warmte

UDP

Ultradiepe Geothermie

Vesta MAIS

Vesta (ruimtelijk impactmodel) Multi Actor Impact Simulatie

WUP

Wijkuitvoeringsplan

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=319bf5e4-a45e-4ce0-b202-dcd2902162d2