CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie herziening groen- en bomenbeheer versie 9-8-2022.docx

Raadsinformatiebijeenkomsten 30 augustus 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Presentatie beheer en onderhoud openbare ruimte (herzien groen- en bomenbeheer)7.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER Van ‘sober en doelmatig’ naar ‘biodivers en klimaatbestendig’.

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Inhoudsopgave DEEL 1: INLEIDING/AANLEIDING.

3

Bestuursakkoord ‘Samen aan zet’

4

Ontwikkelingen en ambitie

4

Relevante afspraken

4

Concretisering afspraken

5

DEEL 2: GROENVOORZIENINGEN

6

Huidige inrichting en beheer groenvoorzieningen

6

Onderhoudsniveaus huidig beheer

6

Zelfbeheer door inwoners

7

Onzekerheden

7

Kostenstijging

7

Ontwikkelingen Senzer

7

Teruggave zelfbeheer

7

Effecten extreme zomers.

8

Onkruidbestrijding op verharding

8

Scenario A

9

Onderzoeken mogelijkheid egalisatiereserve

9

Toekomstbestendige inrichting en beheer groenvoorzieningen Voorgestelde beleidswijzigingen

10 10

Nieuwe indeling in groentypen en onderhoudsniveaus

10

Belevingsgroen

11

Biodivers groen

11

Basisgroen

11

Natuurlijk groen

11

Omvorming groenvoorzieningen naar ‘basisgroen’ en ‘biodivers groen’

11

Omvormingskosten

13

Ambitie en politieke keuze

14

Scenario’s

15

Samenvatting consequenties alle scenario’s.

16

DEEL 3: BOMEN

18

Huidige situatie

18

Onzekerheden

19

Kostenstijgingen en inflatie

19

Bomen worden steeds groter

19

Bomen worden steeds kwetsbaarder

19

Toekomstbestendig bomenbeheer

21

Voorgestelde beleidswijzigingen

21

Onderscheid maken in boomklassen

22

Bomenvervangingsplan

22

BIJLAGEN

24

Bijlage 1: Beschikbare middelen tbv groenbeheer in begroting 2022

24

Bijlage 2: Theoretisch beschikbare middelen tbv groenbeheer in begroting 2023

24

Bijlage 3: Scenario’s mbt percentage en tempo omvorming groenvoorzieningen

25

2

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

DEEL 1: INLEIDING/AANLEIDING. De huidige beleidsplannen op het gebied van openbaar groen en bomen werden opgesteld in 2011 en 2013. Thema’s als klimaatverandering, duurzaamheid, bevorderen van biodiversiteit en burgerparticipatie speelden toen nog nauwelijks. Anno 2022 zijn deze aspecten belangrijke uitgangspunten voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in Laarbeek. Ook de nieuwe Omgevingswet vraagt om een andere benadering waarbij deze aspecten eveneens een belangrijke rol spelen. Juist om goed om te kunnen gaan met de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie) en de biodiversiteit te verhogen speelt groen een belangrijke rol. Groen is niet alleen meer een middel om een prettige leefomgeving te creëren, maar het is ook een belangrijk middel om doelen op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit te realiseren. Deze bredere benadering vraagt om een verankering in het groen- en bomenbeleid en om aanpassingen in het beheer. Daarnaast neemt het aantal klachten over het onderhoud van de openbare ruimte steeds meer toe. Zonder de illusie te hebben dat alle klachten te voorkomen zijn, is het wel een aspect om in de heroverweging mee te nemen. Hogere onderhoudsniveaus kunnen klachten immers verminderen, dus hier kunnen bestuurlijke keuzes in gemaakt worden.

Wanneer we beide vigerende beleidsplannen tegen het licht houden, zijn er echter ook nog steeds veel zaken die prima passen bij de huidige tijd en die geen aanpassing behoeven. Bijvoorbeeld de onderverdeling in hoofdgroenstructuur, wijkgroen en overig groen voldoet nog prima. Alleen de groenstructuurkaarten moeten geactualiseerd worden waarbij nieuwe uitbreidingsgebieden worden toegevoegd. Het ligt echter meer voor de hand om dit integraal mee te nemen in de voor de kernen op te stellen omgevingsvisie. We kiezen er daarom niet voor om een volledig nieuw groen- en bomenbeleid te schrijven. Wat voldoet, houden we zo. Waar verfijning of aanpassing nodig is, werken we dat verder uit. Voor wat betreft het groenbeheer treffen we op dit moment veel situaties aan die niet in overeenstemming zijn met de nieuwe uitgangspunten of ideeën. Ook kunnen we nog onvoldoende inspelen op de toenemende onvoorspelbaarheid van het weer (te nat, te droog, te heet). We willen graag meer groen en minder verharding. Onze beplantingen zijn op veel plaatsen nog monotoon en weinig biodivers. De gazons worden grotendeels nog strak gemaaid. Door aanpassingen te doen is hier zeker winst te behalen als het gaat om biodiversiteit en klimaatadaptatie. Daarvoor zijn omvormingen en aangepast beheer nodig. Vanzelfsprekend kunnen hierbij ook keuzes gemaakt worden in ambitieniveau en kosten.

In deze notitie wordt ingegaan op de mogelijkheden voor een herziening van het beleid en het beheer met betrekking tot openbaar groen en bomen in de dorpskernen en de (financiële) consequenties daarvan.

3

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ Ontwikkelingen en ambitie De gemeente Laarbeek heeft stevige ambities in het programma ‘Woon- en leefklimaat’. Er ligt een woningbouwopgave, maar dat levert spanning op met klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. In dit ‘gevecht om de schaarse ruimte’ moet de openbare ruimte groener worden. Daarom wordt terughoudend omgegaan met het bebouwen van open plekken. Er moet in de dorpen een goede balans worden gezocht tussen woningbouw, groenbehoud, groenbeleving, speelvoorzieningen en klimaatadaptatie (waaronder het vasthouden van water). We blijven daarom investeren in de ombouw naar en het onderhoud van een toekomstbestendige openbare ruimte. De nieuwe uitgangspunten dwingen ons om het onderhoudsniveau van het openbaar groen kritisch tegen het licht te houden en zo nodig te herzien. Vanuit het programma ‘Burger en Bestuur’ geldt de ambitie om bewoners te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijke plannen waarbij we open staan voor initiatieven uit de samenleving. Relevante afspraken De ontwikkelingen en ambities zijn in het bestuursakkoord vervolgens vertaald in afspraken. De voor de herziening van het groenbeleid en -beheer meest relevante zijn: •

Er wordt voor 1 januari 2025 een Omgevingsvisie voor de kernen opgesteld. Het centrale thema hierin is meer integrale aandacht voor wonen, klimaat, water en groen binnen de bebouwde kom.

•

Bij het streven om meer groen in de nabijheid van woningen te handhaven of te realiseren, geldt de 3-3-300 regel als denkrichting.

•

Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt natuur-inclusiviteit van bebouwing en openbare ruimte als norm gehanteerd.

•

Er worden onderhoudsplannen opgesteld voor het openbaar groen, waarbij groenbeleving, biodiversiteit en klimaatadaptatie leidende principes zijn.

•

Initiatieven uit de samenleving worden – waar nodig en mogelijk – door de gemeente ondersteund en gefaciliteerd.

4

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Concretisering afspraken De in het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ gemaakte afspraken vragen om een verdere concretisering om te komen tot concrete beleidsaanpassingen. Deze concretisering heeft tot de volgende uitgangspunten geleid: M.b.t. een duurzame openbare ruimte: •

Alleen verharden waar dat nodig en functioneel is.

•

Meer ruimte voor wateropvang in het groen (niet persé in de vorm van vijvers of waterbergingen, maar ook in de vorm van verlagingen en/of wadi’s).

• •

Er komt meer groen en minder verharding. Aanplant en behoud van bomen wordt belangrijker. Daar hoort een duurzame (bovengrondse én ondergrondse) groeiruimte bij. Boomspiegels worden waar mogelijk vergroot.

•

De groeninrichting wordt aangepast waardoor er meer variatie ontstaat en de biodiversiteit verhoogd wordt.

M.b.t. participatie in de openbare ruimte: •

We betrekken onze inwoners bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Daarbij stellen we vooraf wel duidelijke kaders zodat onze doelstellingen m.b.t. klimaatadaptatie en biodiversiteit overeind blijven én voor inwoners duidelijk is waar beïnvloedingsruimte zit. Niet alles is onderhandelbaar.

•

Met zelfbeheer door inwoners bespaart de gemeente onderhoudskosten. Dat betekent dat er

•

Vaak is in de bestaande openbare ruimte een ideale situatie niet te realiseren. We

in de inrichting meer mogelijk is. Uiteraard binnen de algemene doelstellingen/kaders. accepteren daarom compromissen en benoemen die.

5

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

DEEL 2: GROENVOORZIENINGEN Huidige inrichting en beheer groenvoorzieningen Het huidige beleid en de uitgangspunten met betrekking tot groenvoorzieningen en openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenbeleid- en -structuurplan dat op 13 september 2011 door de gemeenteraad werd vastgesteld. Er is toen gekozen voor een inrichting en beheer van het groen die te karakteriseren zijn als ‘sober en doelmatig’. Over het algemeen zijn standaard soorten in grotere eenheden toegepast. In de dorpskernen zijn de groenvoorzieningen onderverdeeld in een hoofdgroenstructuur, wijkgroen en overig groen. Deze onderverdeling geeft de status en het belang van het desbetreffende groen aan op het schaalniveau van het dorp. Daarnaast worden onderhoudsniveaus gehanteerd. Deels zijn die gekoppeld aan deze structuurindeling, deels staan ze er los van. Onderhoudsniveaus huidig beheer Op 1 maart 2022 beheerde de gemeente Laarbeek binnen de dorpskernen 727.257 m² openbaar groen, onderverdeeld in drie onderhoudsniveaus: •

De ‘intensief’ onderhouden groenvoorzieningen (152.272 m²) zijn in hoofdzaak gelegen langs hoofdwegen, bij dorpsentrees en in de dorpscentra.

•

De ‘standaard’ onderhouden groenvoorzieningen (529.147 m²) vinden we vooral in de

•

De ‘extensief’ onderhouden groenvoorzieningen (45.838 m²) betreffen hoofdzakelijk de

woonwijken binnen de kernen. grotere aaneengesloten groengebieden en bosplantsoenstroken, veelal gelegen aan de randen van de kernen. Binnen het gemeentelijk groenbeheer worden bovendien ook 1.079 boomspiegels en 4.998 m² zandondergrond (onder speeltoestellen) onderhouden. De onderhoudskosten voor dit areaal worden geraamd op ca. € 821.925 (prijspeil 1 januari 2022).

Huidige onderhoudskosten Hoofdgroenstructuur (intensief onderhoud) Woongebied (standaard onderhoud) Randgebied (extensief onderhoud) Bijkomend onderhoud Vaste onderhoudskosten

2022 € 290.540 € 491.932 € 14.086 € 25.367 € 821.925

Het totaal komt vrijwel overeen met het bedrag van € 826.489 dat in de gemeentelijke begroting structureel beschikbaar is voor het onderhouden van openbaar groen. Zie bijlage 1.

6

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Zelfbeheer door inwoners Er zijn diverse bewoners en buurten die een deel van het gemeentelijk groen onderhouden. Zij doen dat hoofdzakelijk om een hoger kwaliteitsniveau te krijgen dan de gemeente zou verzorgen. Op dit moment betreft dit 4.209 m² heesters en bodembedekkers, 250 m² hagen en ca. 100.000 m² in gebruik gemeentegrond die in gebruik werd gegeven of genomen. Aan het door inwoners beheerde groen heeft de gemeente op dit moment geen onderhoudskosten. Maar het is altijd mogelijk dat dit onderhoud wordt teruggegeven aan de gemeente. Onzekerheden Groenvoorzieningen zijn geen statische elementen. Er zijn diverse omgevingsinvloeden en onzekerheden. Bij gelijkblijvende onderhoudsniveaus zijn de onderhoudswerkzaamheden daarom niet in ieder jaar gelijk. Hetzelfde geldt voor de daarbij behorende kosten. Kostenstijging Op dit moment schatten we in dat de kosten van groenonderhoud op 1 januari 2023 ca. 5% hoger zullen liggen dan op 1 januari 20221. Al in het lopende begrotingsjaar 2022 moet daardoor rekening gehouden worden met een gemiddelde kostenstijging van 2,5%. Dit is een toename in de onderhoudskosten van € 20.548. Ontwikkelingen Senzer Een groot deel van het openbaar groen wordt onderhouden door medewerkers van werkbedrijf Senzer. De belangrijkste doelstelling van Senzer is het doorgeleiden van de medewerkers naar de reguliere arbeidsmarkt.

Men slaagt daar op dit moment zo goed in, dat het aantal beschikbare medewerkers voor groenonderhoud in de deelnemende gemeenten aanzienlijk terugloopt. Zo zal Senzer in 2023 het aantal medewerkers in het Laarbeekse groenonderhoud terugbrengen van 21 naar 19. Hierdoor moet vanaf 2023 9,5% van het door Senzer uitgevoerde groenonderhoud worden ondergebracht bij reguliere aannemers. Voor de volgende jaren voorziet Senzer een verdere een afbouw naar 15,5 medewerker in 2026. In 2022 worden de kosten van het door Senzer uitgevoerde onderhoud geraamd op € 550.325. Hiervan wordt in 2023 9,5% (= € 52.412) niet meer uitgevoerd door Senzer. De kosten van uitvoering door een reguliere aannemer zijn ca. 44% hoger (= € 22.979 op prijspeil 2022). Alleen dit al betekent in 2023 een toename van de onderhoudskosten groenvoorzieningen met 2,8%. Met een afname van het aantal medewerkers dat Senzer 2023 in kan zetten is nog geen rekening gehouden, omdat over de werkelijke aantallen een te onzekerheid over bestaat. Teruggave zelfbeheer De laatste tijd wordt jaarlijks gemiddeld 500 m² van het zelfbeheer teruggegeven aan de gemeente. Dit is ongeveer gelijk aan de oppervlakte die jaarlijks in zelfbeheer wordt genomen.

De consumentenprijsindex van het CBS laat tussen januari en juli 2002 een prijsstijging zien van 3,95%. De stijgingen vlakken de laatste maanden weer wat af. Aanname is een prijsstijging van 5% over heel 2002. 1

7

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Voor ongeveer de helft van het teruggeven oppervlak moet de beplanting vervangen worden door soorten die de gemeente toepast op openbaar terrein. De kosten hiervan bedragen € 10.446. Groen in zelfbeheer wordt vrijwel altijd intensiever onderhouden dan wanneer de gemeente het onderhoud uitvoert. Wanneer het zelfbeheer wordt teruggegeven kan dit mogelijk leiden tot klachten uit de omgeving, omdat men ervaart dat het onderhoudsniveau terugloopt. Effecten extreme zomers. We zien de laatste jaren met enige regelmaat zomers die extreem droog óf bijzonder nat zijn. In beide gevallen moeten er tot nu toe onvoorziene kosten gemaakt worden. Tijdens een droge zomer is het noodzakelijk een deel van de beplanting (inclusief recent aangeplante bomen) water te geven. Niet al die beplanting zal de droogte overleven en moet naderhand worden vervangen. In de zomer van 2020 waren de bijkomende kosten als gevolg van de zeer droge zomer ongeveer € 50.000. Tijdens een natte zomer worden extra kosten gemaakt voor onkruidbestrijding in plantsoenen. Hieraan werd in de zomer van 2021 ongeveer € 75.000 extra uitgegeven. Onkruidbestrijding op verharding De indruk van het onderhoudsniveau van de groenvoorzieningen wordt voor een deel bepaald door de hoeveelheid onkruid die groeit op trottoirs en overige verhardingen.

Indien 2022 een gemiddeld jaar wordt, ramen we de kosten van onkruidbestrijding op verhardingen op € 107.000. Wanneer we tijdens een natte zomer zo lang mogelijk het gewenste onderhoudsniveau willen vasthouden, kunnen de kosten van onkruidbestrijding op verharding naar schatting oplopen met 50% (= € 53.500). Hierbij moet worden opgemerkt dat de kosten van onkruidbestrijding op verharding ten laste komen van het budget ‘onderhoud verharde wegen’. Niet alle effecten van extreme zomers kunnen worden gecompenseerd. Op een gegeven moment houden de mogelijkheden daartoe op, omdat de omstandigheden té extreem zijn of omdat het niet mogelijk is aannemers te vinden om de werkzaamheden uit te voeren.

8

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Wanneer alle onzekerheden negatief uitvallen, moet in 2022 rekening worden gehouden met circa € 106.000 aan bijkomende kosten. In dat geval zien we een budgetoverschrijding van € 101.430.

Huidige onderhoudskosten Hoofdgroenstructuur (intensief onderhoud) Woongebied (standaard onderhoud) Randgebied (extensief onderhoud) Bijkomend onderhoud Vaste onderhoudskosten

2022 € 290.540 € 491.932 € 14.086 € 25.367 € 821.925 € 821.925

Onzekerheden Gem. kostenstijging in jaar Eénmalige kosten aanpassing teruggave zelfbeheer (ca 250 m²/jr) Effect natte/droge zomer Subtotaal onzekerheden Totaal onderhoudskosten Budget onderhoud groen 2022 Budgetoverschrijding indien alle onzekerheden negatief

€ 20.548 € 10.446 € 75.000 € 105.994 € 105.994 € 927.919 € 826.489 € 101.430

Niet ten laste van 'onderhoud groenvoorzieningen' Onzekerheid effect natte zomer op onkruidbestrijding op verhardingen.

€ 40.000

Scenario A 2023 € 313.202 € 530.303 € 15.184 € 27.346 € 886.034

Scenario A Vanaf bladzijde 15 worden diverse scenario’s beschreven met betrekking tot keuzes en ambities om te komen tot een nieuwe inrichting van het groenbeheer. Het is ook mogelijk het huidige groenbeheer voort te zetten. In dat geval blijven ook de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden gelijk. Alle scenario’s worden weergegeven in de te verwachten kosten per 1 januari 2023. Onderzoeken mogelijkheid egalisatiereserve Op korte termijn zal met de afdeling financiën worden nagegaan of er voor het groen- en bomenonderhoud een egalisatiereserve kan worden opgebouwd die kan dienen als buffer voor het opvangen van de pieken en dalen in de genoemde onzekerheden.

9

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Toekomstbestendige inrichting en beheer groenvoorzieningen Voorgestelde beleidswijzigingen Op hoofdlijnen is het in het Groenbeleids- en -structuurplan omschreven beleid nog steeds passend. Slechts op een aantal aspecten zijn er aanpassingen nodig om beter invulling te kunnen geven aan de afspraken uit het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’. Deze aanpassingen zijn vertaald in de volgende beleidswijzigingen: •

We handhaven de bestaande indeling in hoofdgroenstructuur, wijkgroen en overig groen waarbij m.b.t. de kaarten een actualisatieslag gemaakt wordt in het kader van de omgevingsvisie voor de kernen.

•

Meer variatie in het groen (en dus meer biodiversiteit) wordt de norm, ook in de hoofdgroenstructuur. We verlaten daarmee het uitgangspunt ‘eenduidigheid en herkenbaarheid’ binnen de hoofdgroenstructuur en het wijkgroen. De feitelijke keuze van de toe te passen soorten wordt overgelaten aan de kennis en kunde van de groenbeheerder en/of groenontwerper. De juiste plant op de juiste plaats blijft daarbij uitgangspunt.

•

In plaats van de huidige functiegebieden en onderhoudsniveaus, komt er een nieuwe indeling in groentypen met bijbehorende onderhoudsniveaus die beter aansluit bij de ambities op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid.

•

Er wordt weer geïnvesteerd in omvorming van groen en aanpassing van het groenonderhoud. Omvormingen zijn niet langer meer gericht op het realiseren van een besparing op de beheerkosten, maar hebben primair tot doel bij te dragen aan een verhoging van de biodiversiteit en leefbaarheid en het klimaatadaptatiever maken van de openbare ruimte.

•

Het beleid m.b.t. verkoop/verhuur van groenstroken wordt herzien. De aspecten klimaatadaptatie en biodiversiteit worden voortaan meegewogen bij de beoordeling van verzoeken. Groenstroken gelegen in ‘overig groen’ komen op grond van de huidige criteria snel in aanmerking voor verkoop/verhuur. Daarmee worden deze stroken onttrokken aan de openbare ruimte. Dit cumuleert en in praktijk worden steeds meer stukjes openbare ruimte vervreemd waardoor onze toch al beperkte speelruimte om te vergroenen nog verder beperkt wordt. Door klimaatadaptatie en biodiversiteit nadrukkelijker mee te wegen, kan dit in de hand gehouden worden.

•

Onkruidbestrijding op verhardingen wordt niet meer chemisch uitgevoerd. Dit doen we al

•

Het speelbeleid is inmiddels geactualiseerd en herzien. Daarmee is de omschrijving in het

enkele jaren zo, maar was nog niet in het groenbeleid verankerd. groenbeleidsplan achterhaald en vervallen. Nieuwe indeling in groentypen en onderhoudsniveaus We kiezen voor een nieuwe indeling om groentypen en het bijbehorende het onderhoudsniveau te categoriseren. Daarbij maken we niet langer gebruik van de huidige onderhoudsniveaus ‘intensief’, ‘standaard’ en ‘extensief’.

10

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

De nieuwe indeling bevat vier categorieën, waarmee we bepalen hoe het groen er uitziet en hoe het onderhouden wordt: •

Belevingsgroen

•

Biodivers groen

•

Basisgroen

•

Natuurlijk groen

Belevingsgroen ‘Belevingsgroen’ bevat hoofdzakelijk groenvoorzieningen in de hoofdgroenstructuur, centrumgebieden en dorpsentrees die op dit moment intensief onderhouden worden. Het hoge onderhoudsniveau blijft in de nieuwe opzet gelijk. Biodivers groen ‘Biodivers groen’ is een nieuwe categorie voor inrichting en onderhoud van groenvoorzieningen, hoofdzakelijk binnen woonwijken. Het vervangt een aanzienlijk deel van het groen dat volgens de huidige werkwijze op standaard-niveau wordt ingericht en onderhouden. Biodivers groen kent ten opzichte van de huidige inrichting een aanzienlijk grotere variatie door het toepassen van meer beheergroepen/plantensoorten in kleinere aaneengesloten oppervlakken. Deze variatie maakt het onderhoud duurder. Basisgroen ‘Basisgroen’ is een nieuwe benaming voor inrichting en onderhoud van groenvoorzieningen hoofdzakelijk binnen woonwijken - die niet omgevormd worden tot biodivers groen. De categorie basisgroen komt vrijwel overeen met het huidige ‘standaard’ onderhoudsniveau. Natuurlijk groen ‘Natuurlijk groen’ komt vooral voor in de grotere aaneengesloten groengebieden en bosplantsoenstroken in de randgebieden. Deze categorie komt nagenoeg overeen met het huidige onderhoudsniveau ‘extensief’. In de nieuwe situatie verandert er weinig voor het nieuwe belevingsgroen (was ‘intensief’ groen) en het nieuwe natuurlijk groen (was ‘extensief’ groen).

Inrichting en onderhoud blijven vergelijkbaar. Maar uiteraard zal bij toekomstige nieuwe aanleg of vervanging van plantmateriaal wel rekening gehouden worden met de algemene uitgangspunten als ‘variatie’ en ‘de juiste plant op de juiste plaats’. Omvorming groenvoorzieningen naar ‘basisgroen’ en ‘biodivers groen’ De verschillen tussen de bestaande en de nieuwe situatie vinden we vooral bij het huidige ‘standaard’ groen dat wordt omgevormd naar biodivers groen en basisgroen. In de basis betekent dit dat er een andere onderlinge verdeling komt tussen de beheergroepen die voor kunnen komen in deze twee groentypen. Groenvoorzieningen in een woonwijk zijn opgebouwd uit verschillende beheergroepen: aaneengesloten oppervlakken van dezelfde (of vergelijkbare) beplanting. Het beeld van een de

11

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

groenvoorziening in een straat wordt hoofdzakelijk bepaald door de aanwezige beheergroep(en), de variatie hierin en de grootte van de aaneengesloten oppervlakken. In onderstaande tabel is voor het huidige standaardgroen, het nieuwe biodivers groen en het nieuwe basisgroen de verdeling weergegeven tussen de toegepaste beheergroepen. Beheergroep

Huidig

Basis groen

Standaard

Biodivers groen

groen Bosplantsoen extensief

5,4%

5,4%

6,0%

Heesters basis

8,7%

8,7%

10,0%

Bodembedekkers basis

3,4%

3,4%

5,0%

Heesterrozen basis

0,2%

0,2%

1,0%

Hagen basis

2,1%

2,1%

2,0%

Blokhagen basis

0,8%

0,8%

1,0%

Hagen in bermen

0,1%

0,1%

0,0%

Gazon / gras intensief

47,0%

47,0%

25,0%

Bloemrijk gras intensief (Heem)

3,0%

3,0%

5,0%

Bloemrijkgras extensief/Ruigtevegetatie

28,6%

29,3%

40,0%

Vaste planten

0,7%

0,0%

5,0%

100,0%

100,0%

100,0%

De verschillen tussen het huidige ‘standaard’ groen en het nieuwe basisgroen zijn zeer beperkt. Bij basisgroen vinden we geen vaste planten meer, maar wel wat meer bloemrijk gras en ruigtevegetatie.

12

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Bij biodivers groen wordt het aandeel intensief onderhouden gras (gazons) vrijwel gehalveerd. Een strak gemaaid gazon heeft een lage biodiversiteitswaarde en vormt (zeker in grote oppervlakten) vaak ook een hitte-eiland. De keuze voor minder intensief onderhouden gras biedt ruimte voor meer variatie door het aandeel van vrijwel alle andere beheergroepen te vergroten. In vergelijking met de het huidige ‘standaard’ groen worden ook kleinere aaneengesloten oppervlaktes toegepast.

Omvormingskosten Omvorming naar de nieuwe categorieën betekent dat er eenmalig kosten gemaakt moeten worden voor de nieuwe inrichting. Gedurende het eerste jaar is bovendien extra onderhoud nodig in de vorm van bemesting en onkruidbestrijding. Structureel leidt de keuze voor ‘biodivers groen’ tot een toename van de onderhoudskosten omdat de toegepaste beheergroepen duurder zijn in onderhoud. Iedere omvorming vraagt bovendien capaciteit aan werkvoorbereiding en toezicht. Deze uren moeten worden ingevuld door de groenbeheerder óf door een extern adviesbureau. Elke situatie wordt ter plekke bekeken en naar aanleiding daarvan worden een beplantingsplan en een werkomschrijving gemaakt. Deze vormen de basis voor de aanbesteding en uiteindelijk de opdracht aan de aannemer. Voor een gemiddelde omvorming van 100 m² moet worden gerekend op een tijdsbesteding van 5 uur voor de werkvoorbereiding en 1,5 uur voor het toezicht op de uitvoering.

13

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Ambitie en politieke keuze In de vertaling van de afspraken uit het bestuursakkoord zijn nog allerlei keuzes te maken. De afspraken zijn niet te realiseren zonder de hiervoor omschreven koerswijziging (beleidswijziging). De keuzemogelijkheden zitten vooral in de hoeveelheid om te vormen groen én het tempo waarin we dat doen. Deze ambitie vertaalt zich dus in: •

Het percentage groen dat uiteindelijk wordt omgevormd naar biodivers groen.

•

Het aantal jaren waarin de volledige omvorming plaatsvindt.

Wanneer een omvormingspercentage en een omvormingstermijn worden gekozen, kan een indicatie gegeven worden van de eenmalige kosten, de benodigde uren voor werkvoorbereiding/toezicht én de nieuwe jaarlijkse onderhoudskosten. Op basis van deze gegevens kunnen bestuurlijke keuzes en politieke afwegingen worden gemaakt. De uiteindelijke jaarlijkse onderhoudskosten van de groenvoorzieningen zijn afhankelijk van het percentage van het huidige standaardgroen dat wordt omgevormd naar biodivers groen. Daaruit volgt automatisch de hoeveelheid standaardgroen die wordt omgevormd naar basisgroen. De jaarlijkse toename van onderhoudskosten gedurende de omvormingsperiode is afhankelijk van de duur van de omvormingsperiode. De gedurende de omvormingsperiode jaarlijks te maken eenmalige kosten van omvorming en de daarvoor benodigde capaciteit/tijdsbesteding worden bepaald door het percentage van het huidige standaardgroen dat wordt omgevormd naar biodivers groen én door de duur van de omvormingsperiode.

14

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Scenario’s Onderstaand worden een aantal scenario’s geschetst met verschillende omvormingspercentages en verschillende omvormingsperiodes. Van ieder scenario worden de belangrijkste financiële consequenties weergegeven. Toelichtingen en de volledige financiële onderbouwing vindt u in de bijlage. Alle bedragen zijn gebaseerd op: •

Het prijspeil 2023, dat naar verwachting 5% hoger ligt dan het prijspeil januari 2022.

•

Meerkosten van 2,8%, ter compensatie van de werkzaamheden die Senzer niet langer uitvoert.

Scenario A: Handhaven bestaande situatie In dit scenario zijn er geen wijzigingen ten opzichte van bestaande situatie Onderhoudskosten: € 886.034 per jaar. Zie ook bladzijde 9. Scenario B: 50% biodivers groen, omvormen in 10 jaar Jaarlijks, gedurende omvormingsperiode: •

Toename van de onderhoudskosten met € 16.981 per jaar.

•

Omvormingskosten: € 276.398 + 394 uur per jaar.

Na omvorming bedragen de onderhoudskosten € 1.055.849 per jaar. Scenario C1: 75% biodivers groen, omvormen in 5 jaar Jaarlijks, gedurende omvormingsperiode: •

Toename van de onderhoudskosten met € 56.610 per jaar.

•

Omvormingskosten: € 823.637 + 1.157 uur.

Onderhoudskosten na omvorming: € 1.169.086 per jaar Scenario C2: 75% biodivers groen, omvormen in 10 jaar Jaarlijks, gedurende omvormingsperiode: •

Toename van de onderhoudskosten met € 28.305 per jaar.

•

Omvormingskosten: € 411.818 + 579 uur.

Onderhoudskosten na omvorming: € 1.169.086 per jaar Scenario C3: 75% biodivers groen, omvormen in 15 jaar Jaarlijks, gedurende omvormingsperiode: •

Toename van de onderhoudskosten met € 18.870 per jaar.

•

Omvormingskosten: € 274.546 + 386 uur.

Onderhoudskosten na omvorming: € 1.169.086 per jaar Scenario D: 100% biodivers groen, omvormen in 10 jaar Jaarlijks, gedurende omvormingsperiode: •

Toename van de onderhoudskosten met € 39.629 per jaar.

•

Omvormingskosten: € 547.239 + 764 uur.

Onderhoudskosten na omvorming: € 1.282.323 per jaar

15

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Samenvatting consequenties alle scenario’s.

Verloop onderhoudskosten € 1.400.000

€ 1.300.000

€ 1.200.000

€ 1.100.000

€ 1.000.000

€ 900.000

€ 800.000

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 B: 50% biodivers groen, 10 jaar

C1: 75% biodivers groen, 5 jaar

C2: 75% biodivers groen, 10 jaar

C3: 75% biodivers groen, 15 jaar

D: 100% biodivers groen, 10 jaar

A: Handhaven bestaand beheer

Omvormingskosten € 900.000 € 800.000 € 700.000 € 600.000 € 500.000 € 400.000 € 300.000 € 200.000 € 100.000 €0

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

B: 50% biodivers groen, 10 jaar

C1: 75% biodivers groen, 5 jaar

C3: 75% biodivers groen, 15 jaar

D: 100% biodivers groen, 10 jaar

16

2032

2033

2034

2035

2036

C2: 75% biodivers groen, 10 jaar

2037

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Tijdsbesteding omvorming 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

B: 50% biodivers groen, 10 jaar

C1: 75% biodivers groen, 5 jaar

C3: 75% biodivers groen, 15 jaar

D: 100% biodivers groen, 10 jaar

17

2033

2034

2035

2036

C2: 75% biodivers groen, 10 jaar

2037

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

DEEL 3: BOMEN Huidige situatie Het huidige beleid en de uitgangspunten met betrekking tot bomen en bomenbeheer zijn vastgelegd in het Bomenbeleidsplan dat op 8 januari 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. Aanvullend is op 5 mei 2020 het bomenvervangingsplan vastgesteld. In lijn met de groenvoorzieningen is ook het bomenbeleid en -beheer te karakteriseren als ‘sober en doelmatig’. Zowel het beheer als de vervanging gaat uit van handhaven van de huidige situatie. Bijstellen van ambities passen bijna per definitie niet binnen de huidige financiële en beleidskaders. Het bomenbeleidsplan sluit aan op de onderverdeling in hoofdgroenstructuur, wijkgroen en overig groen uit het groenbeleids- en -structuurplan. Voor het bomenbeschermingsbeleid is de Groene Kaart van toepassing waarop de waardevolle bomen en groenstructuren zijn aangegeven. De Bomenverordening regelt het juridisch kader. Het noodzakelijke beheer en onderhoud volgt uit de jaarlijkse boomveiligheidscontroles. Bij het bomenbeheer is dus geen sprake van verschillende onderhoudsniveaus. Ook zijn lokale beleidskeuzes aan een ondergrens gebonden: bomen moeten te allen tijde veilig zijn en goed onderhouden worden. De kosten van het gemeentelijk bomenbeheer zijn onder te verdelen in drie categorieën: •

Algemene beheerkosten zoals beheerpakket, onderzoekskosten, boomfeestdag, e.d.;

•

Zuivere onderhoudskosten, voornamelijk snoeien van bomen;

•

Vervangingskosten, weghalen van bomen, nieuwe planten, groeiplaatsinrichting.

De algemene beheerkosten bedragen op jaarbasis ongeveer € 25.000. De zuivere onderhoudskosten voor de gemeentelijke bomen worden geraamd op ca. € 116.000. Dit bedrag is gebaseerd op de werkelijke onderhoudskosten van de afgelopen vier jaar.

Huidige onderhoudskosten Algemene beheerkosten Onderhoudskosten Vaste onderhoudskosten

2022 € 25.000 € 116.000 € 141.000

De middelen voor dit onderhoud (inclusief algemene beheerkosten en exclusief vervangingskosten) zijn gebaseerd op het prijspeil per 1 januari 2022. Volgens de gemeentelijke begroting is in 2022 € 117.440 beschikbaar. Dat betekent dus een tekort van € 23.560. Voor vervanging van bomen staat in 2022 € 105.560 in de begroting. Samen met de middelen die nog beschikbaar zijn uit het bomenfonds is dat in ieder geval voor de jaren 2022 en 2023 voldoende voor de voorziene vervangingsprojecten.

18

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Onzekerheden Evenals bij de groenvoorzieningen zijn er bij het bomenbeheer ook diverse omgevingsinvloeden en onzekerheden die er voor zorgen dat er ook in de onderhoudskosten variaties kunnen zitten. Kostenstijgingen en inflatie Op dit moment is de verwachting dat de kosten van het bomenonderhoud op 1 januari 2023 ca. 5% hoger zullen liggen dan op 1 januari 2022. Voor het lopende begrotingsjaar 2022 liggen de eenheidsprijzen vast en is geen extra kostenstijging te verwachten. Voor 2023 en 2024 liggen de eenheidsprijzen voor het aangenomen snoeiwerk ook vast. Vanaf 2025 is er een toename in de onderhoudskosten van € 15.411 te verwachten. Bomen worden steeds groter Bomen groeien. Hoe groter een boom wordt, des te hoger de kosten van snoeiwerk worden. Aan een grotere boom moet meer gesnoeid worden dan aan een kleinere boom, het snoeien kost per boom dus meer tijd en er komt meer takhout vrij. Daarnaast is er ander (duurder) materieel nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een grotere hoogwerker. De eenheidsprijs voor onderhoudssnoei aan een boom van 12 tot 18 meter hoogte is ongeveer € 15. Komen de bomen in de hoogteklasse 18 tot 24 meter, dan is deze eenheidsprijs ongeveer € 25. Bij de aanname dat elk jaar maximaal 500 bomen in een hogere hoogteklasse gaan vallen, betekent dat in het ongunstigste geval € 5.000 extra onderhoudskosten.

Bomen worden steeds kwetsbaarder De gevolgen van de klimaatverandering zien we steeds duidelijker terug in ons bomenbestand. Bij diverse boomsoorten zie je steeds meer verdrogingsverschijnselen als gevolg van opeenvolgende jaren met langere aaneengesloten droge periodes. Hetzelfde geldt voor de groeiplaatsen van bomen. Die zijn vaak beperkt waardoor een boom niet optimaal kan groeien en vaak meer aan het overleven is, dan aan het groeien. Als gevolg van de klimaatverandering en de beperkte groeiplaatsen vormen bomen meer dood hout. Dat moet er met grotere regelmaat uit gesnoeid worden. De snoeifrequentie gaat dus omhoog om de veiligheid te kunnen blijven garanderen. De extra kosten hiervoor worden ingeschat op maximaal € 10.000. Daarnaast vallen kwetsbare bomen eerder uit waardoor ook de kosten van vervanging/inboet toenemen. Wanneer alle onzekerheden negatief uitvallen, moet rekening worden gehouden met ruim € 30.000 aan bijkomende kosten. Zoals in deel II bij het groenbeheer al is aangegeven wordt in overleg met de afdeling Financiën bekeken of een egalisatiereserve kan worden opgebouwd die kan dienen als buffer voor het opvangen van de pieken en dalen in de genoemde onzekerheden.

19

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Huidige onderhoudskosten 2022 Algemene beheerkosten Onderhoudskosten Subtotaal vaste onderhoudskosten

€ 25.000 € 116.000 € 141.000

Onzekerheden Kostenstijgingen en inflatie Groter wordende bomen Kwetsbaardere bomen Subtotaal onzekerheden

€ 15.411 € 5.000 € 10.000 € 30.411

Totaal onderhoudskosten

€ 171.411

20

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Toekomstbestendig bomenbeheer Voorgestelde beleidswijzigingen Ten opzichte van het huidige bomenbeleid zijn er een aantal aanpassingen nodig om invulling te kunnen geven aan de afspraken uit het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’. Deze aanpassingen zijn vertaald in de volgende beleidswijzigingen: •

We kiezen voor meer variatie in boomsoorten en minder monotone bomenrijen, ook in hoofdgroenstructuren. Dit levert meer biodiversiteit op en is klimaat-robuuster. Het draagt bovendien bij aan een betere natuurlijke balans om ziekten en plagen zoals eikenprocessierups beter in de hand te houden. Het principe ‘de juiste boom op de juiste plaats’ houden we daarbij in ere.

•

Er komt een nieuwe indeling in boomklassen die niet alleen op groenstructuren is gebaseerd, maar ook meer op de waarde van bomen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid.

•

Om duurzaamheidsdoelstellingen (CO2-reductie, voorkomen hittestress, verhoging biodiversiteit) te behalen is (toekomstig) kroonvolume van bomen belangrijker dan aantallen bomen. Bomen vervullen pas na circa 30 jaar optimaal hun functie. Eén oude boom is dus veel waardevoller dan meerdere jonge bomen. Vervanging door een jonge boom kan dus nooit de waarde van een oudere boom compenseren. Terughoudendheid bij het kappen van oudere bomen is dus meer dan ooit geboden. Hierbij ontstaat ook meteen een nieuw dilemma. Grote bomen kunnen de opbrengst van zonnepanelen verminderen door een grotere schaduwwerking. Deze dilemma’s zijn niet altijd op te lossen. Het is immers geen keuze voor duurzaamheid door zonnepanelen óf duurzaamheid door bomen. We moeten beide doen en soms dus in een suboptimale combinatie. Weghalen van bomen voor zonnepanelen is net zomin aan de orde als geen zonnepanelen leggen omdat de opbrengst niet maximaal kan zijn.

•

Als denkrichting geldt conform het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ de 3-30-300 regel. Dat wil zeggen: vanaf elke woon-, werk- of schoollocatie zicht op minimaal 3 bomen, 30% van de ruimte is bedekt met boomkronen en binnen 300 meter vanaf elke woon-, werk- of schoollocatie is een groengebied of parkje bereikbaar. We realiseren ons dat dit (zeker in bestaande woonwijken) niet altijd haalbaar is, maar we handelen wel naar de geest van deze regel en voorkomen zoveel mogelijk dat de situatie verslechtert.

•

Grote bomen die al op redelijk duurzame plaatsen staan, laten we daar staan.

•

We herzien het uitgangspunt dat we ‘…alleen bomen planten waar ze oud kunnen worden…’. We hebben met heel veel bestaande situaties te maken waar volgens dat uitgangspunt geen bomen meer geplant kunnen worden. De consequentie zou zijn dat er steeds minder bomen in onze dorpen komen. Daarom accepteren we suboptimale groeiplaatssituaties. De consequentie is dat deze bomen niet écht oud kunnen worden en voortijdig vervangen moeten worden. We houden hier op voorhand rekening mee en passen het bomenvervangingsplan daar waar nodig op aan.

21

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Onderscheid maken in boomklassen Niet iedere boom is even belangrijk en draagt evenveel bij aan de drie in het bestuursakkoord benoemde doelen klimaatadaptatie, biodiversiteit en groenbeleving (leefbaarheid). In ons huidige bomenbeleid hebben, via de Groene Kaart, vooral waardevolle solitaire bomen en straatbomen langs wegen in de hoofdgroenstructuur een hogere status. Hierbij is dus geen rekening gehouden met de waarde van bomen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Juist op buurtniveau (dus buiten de hoofdgroenstructuur) zijn bomen hiervoor van groot belang (conform uitgangspunt 3-30-300 regel). Dit pleit er dus voor om breder te kijken naar de status van de bomen in Laarbeek, juist ook buiten de reeds benoemde groenstructuren. We willen daarom komen tot een nieuwe indeling in boomklassen die hier beter op aansluit. Bijkomend voordeel is dat een indeling in boomklassen ons ook zal helpen om bomen in de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan een goede plek te geven. Het huidige boombeschermingsbeleid (kapbeleid) zal immers ook vervallen en onderdeel moeten gaan worden van het omgevingsplan. De volgende indeling in boomklassen wordt voorgesteld: •

Klasse 1: (potentieel) Waardevolle boom (1e en 2e grootte)

•

Klasse 2: Structuurboom (1e en 2e grootte)

•

Klasse 3: Reguliere boom (1e, 2e en 3e grootte)

•

Klasse 4: Boom met verkorte omlooptijd (2e en 3e grootte)

•

Klasse 5: Vormboom

De bomen in klasse 1 en 2 zijn te kwalificeren als toekomstbomen. Ze hebben een lange beoogde levensduur (> 60 jaar) op een duurzame standplaats. We investeren in een goede inrichting van de groeiplaats en een maximaal te bereiken kroonvolume. De bomen hebben een hoge biodiversiteitswaarde en leveren een flinke bijdrage aan klimaatadaptatie en leefbaarheid. De bomen in klasse 3, 4 en 5 zijn te kwalificeren als sfeerbomen. Ze hebben een kortere beoogde levensduur (25 tot 30 jaar) omdat de beschikbare groeiruimte te beperkt is. Niettemin zijn de bomen wel waardevol voor de aankleding en het leefbaar houden van een buurt/straat. De waarde voor klimaatadaptatie en biodiversiteit is er wel, maar is beperkt. Omdat er sprake is van een verkorte omlooptijd worden de investeringen in de groeiplaats ook beperkt en afgestemd op de levensduur van 25 tot 30 jaar. Bomenvervangingsplan In het bomenvervangingsplan is op basis van een rekenmodel bepaald wanneer bomen vervangen moeten worden en hoeveel budget daarvoor nodig is. Het bomenvervangingsplan gaat uit van het huidige bomenbeleid en maakt dus geen onderscheid tussen toekomstbomen en sfeerbomen. Het spreekt voor zich dat een toekomstboom meer investeringen vraagt dan een sfeerboom. De financiële paragraaf in het bomenvervangingsplan is gebaseerd op een sobere, heel basic vervanging van bomen.

Er is geen ruimte voor kostbare extra’s zoals optimale groeiplaatsinrichting, een grotere maat bomen of verplanting van grote bestaande bomen. Globaal kan gesteld worden dat sec voor de vervanging van sfeerbomen voldoende budget uit het bomenvervangingsplan beschikbaar is. Dit wel met de kanttekening dat het vervangen van bomen zich veelal niet beperkt tot het vervangen van alleen de bomen die technisch gezien

22

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

vervangen moeten worden. De praktijk leert dat er als gevolg van de participatie met de inwoners bijna altijd meer bomen vervangen worden dan technisch gezien noodzakelijk is (en waarvoor budget is). Budgetoverschrijdingen liggen dan op de loer. Het aanwijzen van toekomstbomen vraagt aanvullende investeringen. De financiële consequenties zijn echter op dit moment nog niet in beeld te brengen omdat het aanwijzen van toekomstbomen zorgvuldig moet gebeuren. Dat vraagt het nodige voorbereidende werk en het is nu nog niet te zeggen hoeveel bomen daadwerkelijk als toekomstboom aangewezen kunnen worden. Dat maakt iedere aanname op dit moment arbitrair. Financieel gezien is er ook geen noodzaak toe om hier nu versneld besluiten over te nemen omdat er in 2022-2023 voldoende budget is voor de uitvoering van de voorziene projecten. We kiezen er daarom voor om een zorgvuldig proces te doorlopen om te bepalen welke bomen als toekomstboom aangewezen kunnen worden (of waar ze nieuw geplant kunnen worden). Zodra dat in beeld is, kan ook de bestuurlijke discussie gevoerd worden over het ambitieniveau en hoeveel toekomstbomen we daadwerkelijk aan willen wijzen.

23

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

BIJLAGEN Bijlage 1: Beschikbare middelen tbv groenbeheer in begroting 2022 De beschikbare budgetten ‘Openbaar groen’ (6.560.1000) en ‘Passantenhaven’ (6.560.2100) worden ingezet voor onderhoud van de groenvoorzieningen en voor aanleg van groenvoorzieningen. Daarnaast draagt ‘groen’ bij aan enkele algemene activiteiten ten behoeve van de gehele organisatie, zoals bijvoorbeeld aan de jaarlijkse kosten tbv cyclomedia en externe ondersteuning door adviesbureaus; deze kosten zijn omschreven als ‘Algemene beheerkosten’.

Omschrijving

Begroting

Onderhoud

Onderhoud hondenuitlaatplaatsen Omvormingen uit het Groenbeleidsplan

€ 62.353 € 46.574

€ 62.353

Aankoop beplanting ivm inboeten Materialen en werken door derden Onderhoud werken in bestek Verwerken bermveegsel/bladeren/plantsoenafval Passantenhaven

€ 55.972 € 63.798 € 723.520 € 22.502 € 4.670

€ 22.389 € 3.894 € 723.520 € 11.251 € 3.082

€ 33.583 € 49.520

€ 979.390 € 36.000 € 30.000

€ 826.489

€ 140.928 € 36.000 € 30.000

€ 11.972

€ 1.045.390

€ 826.489

€ 206.928

€ 11.972

Structureel budget openbaar groen Eenmalig bijkomend budget 'werken door derden' (raadsbesluit) Incidenteel budget (vervalt in 2023) Beschikbaar in 2022 tbv openbaar groen

Aanleg

Algemene beheerkosten

€ 46.574 € 10.384

€ 11.251 € 1.588

Bijlage 2: Theoretisch beschikbare middelen tbv groenbeheer in begroting 2023 Wanneer wordt uitgegaan van een standaard-indexering van 1,6% zouden in de begroting 2023 de volgende bedragen worden opgenomen tbv openbaar groen. De afdeling Financiën komt binnenkort met een aanvullende notitie over de gevolgen van de extreme prijsstijgingen in 2022.

Budget Openbaar groen 2023 (obv indexering met 1,6%) Begroting

Onderhoud

Aanleg

Algemene beheerkosten

Onderhoud hondenuitlaatplaatsen

€ 63.351

€ 63.351

€0

€0

Omvormingen uit het Groenbeleidsplan Aankoop beplanting ivm inboeten Materialen en werken door derden Onderhoud werken in bestek Verwerken bermveegsel/bladeren/plantsoenafval Passantenhaven

€ 47.319 € 56.868 € 64.819 € 735.096 € 22.862 € 4.745

€0 € 22.747 € 3.956 € 735.096 € 11.431 € 3.132

€ 47.319 € 34.121 € 50.312 €0 € 11.431 €0

€0 €0 € 10.550 €0 €0 € 1.613

€ 995.060

€ 839.713

€ 143.183

€ 12.163

Omschrijving

Budget 2023 tbv openbaar groen

24

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Bijlage 3: Scenario’s mbt percentage en tempo omvorming groenvoorzieningen Scenario A. In scenario A is er geen ambitie met betrekking tot het omvormen naar biodivers groen. Alles blijft bij het oude. Naast de algemene toename van de kosten als gevolg van prijsstijgingen en afname van het onderhoud door Senzer zijn er geen wijzigingen.

Onderhoudskosten (prijspeil 2023)

Hoofdgroenstructuur (intensief onderhoud) Woongebied (standaard onderhoud) Randgebied (extensief onderhoud) Bijkomend onderhoud Totaal

Was (structureel) € 313.202 € 530.303 € 15.184 € 27.346 € 886.034

Wordt (structureel) € 313.202 € 530.303 € 15.184 € 27.346 € 886.034

Scenario A € 1.000.000 € 900.000 € 800.000 € 700.000 € 600.000 € 500.000 € 400.000 € 300.000 € 200.000 € 100.000 €0

2022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362037 Verloop onderhoudskosten

25

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Scenario B In dit scenario is er een beperkte ambitie met betrekking tot het percentage dat wordt omgevormd naar biodivers groen: •

50% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar biodivers groen

•

50% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar basisgroen

•

De omvorming van het volledige areaal wordt gerealiseerd in een periode van 10 jaar

Dit scenario heeft de volgende consequenties: •

De onderhoudskosten nemen gedurende de omvormingsperiode jaarlijks toe met € 16.981 tot een eindbedrag van € 1.055.849

•

Gedurende de omvormingsperiode moet ieder jaar rekening gehouden worden met omvormingskosten van € 276.398 en een tijdsbesteding van 394 uur.

Onderhoudskosten volgens nieuwe indeling (prijspeil 2023)

Belevingsgroen (hoofdgroenstructuur) Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Natuurlijk groen Bijkomend onderhoud Totaal

Jaarlijkse Was (structureel) Wordt (structureel) toename € 313.202 € 313.202 €0 € 265.151 € 463.296 € 19.814 € 265.151 € 236.821 -€ 2.833 € 15.184 € 15.184 €0 € 27.346 € 27.346 €0 € 886.034 € 1.055.849 € 16.981

Jaarlijkse, eenmalige kosten/uren omvormingen (prijspeil 2023)

Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Totaal

Omvormingskosten per jaar € 273.620 € 2.778 € 276.398

26

Tijdsbesteding omvorming [uur per jaar] 382 12 394

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Scenario C1 Dit scenario is ambitieus met betrekking tot het percentage dat wordt omgevormd naar biodivers groen én zeer ambitieus in het tempo waarin de volledige omvorming wordt doorgevoerd. •

75% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar biodivers groen

•

25% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar basisgroen

•

De omvorming van het volledige areaal wordt gerealiseerd in een periode van 5 jaar

Dit scenario heeft de volgende consequenties: •

De onderhoudskosten nemen gedurende de omvormingsperiode jaarlijks toe met € 56.610 tot een eindbedrag van € 1.169.086

•

Gedurende de omvormingsperiode moet ieder jaar rekening gehouden worden met omvormingskosten van € 823.637 en een tijdsbesteding van 1.157 uur.

Onderhoudskosten volgens nieuwe indeling (prijspeil 2023)

Belevingsgroen (hoofdgroenstructuur) Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Natuurlijk groen Bijkomend onderhoud Totaal

Was (structureel) Wordt (structureel) € 313.202 € 313.202 € 397.727 € 694.943 € 132.576 € 118.411 € 15.184 € 15.184 € 27.346 € 27.346 € 886.034 € 1.169.086

Jaarlijkse, eenmalige kosten/uren omvormingen (prijspeil 2023)

Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Totaal

Omvormingskosten per jaar € 820.859 € 2.778 € 823.637

27

Tijdsbesteding omvorming [uur per jaar] 1.145 12 1.157

Jaarlijkse toename €0 € 59.443 -€ 2.833 €0 €0 € 56.610

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Scenario C2 Dit basisscenario is ambitieus met betrekking tot het percentage dat wordt omgevormd naar biodivers groen én in het tempo waarin de volledige omvorming wordt doorgevoerd. •

75% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar biodivers groen

•

25% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar basisgroen

•

De omvorming van het volledige areaal wordt gerealiseerd in een periode van 10 jaar

Dit scenario heeft de volgende consequenties: •

De onderhoudskosten nemen gedurende de omvormingsperiode jaarlijks toe met € 28.305 tot een eindbedrag van € 1.169.086

•

Gedurende de omvormingsperiode moet ieder jaar rekening gehouden worden met omvormingskosten van € 411.818 en een tijdsbesteding van 579 uur.

Onderhoudskosten volgens nieuwe indeling (prijspeil 2023)

Belevingsgroen (hoofdgroenstructuur) Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Natuurlijk groen Bijkomend onderhoud Totaal

Was (structureel) Wordt (structureel) € 313.202 € 313.202 € 397.727 € 694.943 € 132.576 € 118.411 € 15.184 € 15.184 € 27.346 € 27.346 € 886.034 € 1.169.086

Jaarlijkse, eenmalige kosten/uren omvormingen (prijspeil 2023)

Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Totaal

Omvormingskosten per jaar € 410.429 € 1.389

Tijdsbesteding omvorming [uur per jaar] 573 6

€ 411.818

579

28

Jaarlijkse toename €0 € 29.722 -€ 1.416 €0 € 28.305

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

29

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Scenario C3 Dit scenario is ambitieus met betrekking tot het percentage dat wordt omgevormd naar biodivers groen maar minder ambitieus in het tempo waarin de volledige omvorming wordt doorgevoerd. •

75% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar biodivers groen

•

25% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar basisgroen

•

De omvorming van het volledige areaal wordt gerealiseerd in een periode van 15 jaar

Dit scenario heeft de volgende consequenties: •

De onderhoudskosten nemen gedurende de omvormingsperiode jaarlijks toe met € 28.305 tot een eindbedrag van € 1.169.086

•

Gedurende de omvormingsperiode moet ieder jaar rekening gehouden worden met omvormingskosten van € 411.818 en een tijdsbesteding van 579 uur.

Onderhoudskosten volgens nieuwe indeling (prijspeil 2023)

Belevingsgroen (hoofdgroenstructuur) Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Natuurlijk groen Bijkomend onderhoud Totaal

Was (structureel) Wordt (structureel) € 313.202 € 313.202 € 397.727 € 694.943 € 132.576 € 118.411 € 15.184 € 15.184 € 27.346 € 27.346 € 886.034 € 1.169.086

Jaarlijkse, eenmalige kosten/uren omvormingen (prijspeil 2023)

Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Totaal

Omvormingskosten per jaar € 273.620 € 926 € 274.546

30

Tijdsbesteding omvorming [uur per jaar] 382 4 386

Jaarlijkse toename €0 € 19.814 -€ 944 €0 €0 € 18.870

HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

Scenario D Dit scenario heeft de hoogst mogelijk ambitie met betrekking tot het percentage dat wordt omgevormd naar biodivers groen: •

100% van het huidige standaardgroen wordt omgevormd naar biodivers groen

•

De omvorming van het volledige areaal wordt gerealiseerd in een periode van 10 jaar

Dit scenario heeft de volgende consequenties: •

De onderhoudskosten nemen gedurende de omvormingsperiode jaarlijks toe met € 39.629 tot een eindbedrag van € 1.282.323.

•

Gedurende de omvormingsperiode moet ieder jaar rekening gehouden worden met omvormingskosten van € 547.239 en een tijdsbesteding van 764 uur.

Onderhoudskosten volgens nieuwe indeling (prijspeil 2023)

Belevingsgroen (hoofdgroenstructuur) Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Natuurlijk groen Bijkomend onderhoud Totaal

Was (structureel) Wordt (structureel) € 313.202 € 313.202 € 530.303 € 926.591 €0 €0 € 15.184 € 15.184 € 27.346 € 27.346 € 886.034 € 1.282.323

Jaarlijkse, eenmalige kosten/uren omvormingen (prijspeil 2023)

Biodivers groen (woongebied) Basisgroen (woongebied) Totaal

Omvormingskosten per jaar € 547.239 €0 € 547.239

31

Tijdsbesteding omvorming [uur per jaar] 764 0 764

Jaarlijkse toename €0 € 39.629 €0 €0 €0 € 39.629

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=044fae13-753c-484a-bdde-656134ab762c