CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundeling beantwoording technische vragen Begroting 2025

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van de Begroting 2025 gemeente Laarbeek7.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen begroting 2025 Laarbeek De raad is in de gelegenheid gesteld om technische vragen te stellen over de begroting 2025. De behandeling van en besluitvorming over de begroting vindt plaats in de raadsvergadering van 7 november.

Vragen Fractie PNL Vragen vóór verstrekking begroting 2025 Vraag 1 We ontvangen graag een overzicht over de afgelopen 4 jaren, waarin het aantal fte’s per afdeling- en het totaal aantal fte’s is weergegeven (per jaar weergegeven dus). Hierbij willen we een uitsplitsing van eigen (vaste) medewerkers en het aantal mensen (fte’s) wat is ingeleend. Antwoord: In het hieronder staande overzicht is de organisatiestructuur in fte’s, totale loonsom, externe inhuurkosten in percentage van de totale loonsom en de inhuurkosten weergegeven. Onderstaande gegevens zijn ook terug te vinden in het Financieel portaal.

Toelichting bij de inhuurkosten: In de begrotingen staan geprognotiseerde inhuurbudgetten. In de jaarstukken worden álle werkelijke inhuurkosten verantwoord, dus ook de inhuurkosten die gedekt worden vanuit de beschikbare financiële vacatureruimte, projectgelden, investeringen, grondexploitaties en overige uitkeringen/budgetten. Vraag 2 Hoeveel vacatures staan er op dit moment open (dus nog niet ingevuld) en voor welke afdeling(en)?

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

1

Antwoord: Afd. Bedrijfsvoering: Manager HR Intergemeentelijk Team Gemert-Bakel & Laarbeek* HR-adviseur Intergemeentelijk Team Gemert-Bakel & Laarbeek* Functionaris gegevensbescherming (met Gemert-Bakel, GR Peelgemeenten, Someren, Deurne) Medewerker digitale informatievoorziening* Afd. Samenleving: Manager afdeling Samenleving* Beleidsadviseur opvang nieuwkomers* Beleidsadviseur Sociaal & Veiligheid* Beleidsadviseur Sociaal Domein Afd. Leefomgeving: Manager afdeling Leefomgeving* Adviseur Duurzaamheid Beleidsmedewerker planeconomie en grondzaken Met een * is aangegeven welke vacatures op dit moment in procedure zijn.

Vragen na verstrekking begroting 2025 Vraag 1 Pagina 10. Informatiebeveiligingsbeleid. Zie ook pagina 72 Onder informatiebeveiligingsbeleid staat dat voldaan moet worden aan de NIS2-richtlijnen. Volgens internet is dit: Network and information Security. Deze directive is in 2022 vastgesteld door de Europese Unie. Het behelst versterking van de digitale en economische weerbaarheid van Europese lidstaten en is/wordt omgezet naar Nederlandse cyberbeveiliging. Voldaan moet worden aan een zorgplicht (zelf risicobeoordeling uitvoeren), meldplicht (binnen 24 uur melden bij toezichthouder) en toezicht. Heeft Nederland besloten of lokale overheden ook vallen onder deze richtlijnen? Zo ja in welke wet is dit geregeld? Verder aandachtspunt hierbij is hoe burgers en bedrijven hierbij worden betrokken? Wordt hier ook samengewerkt met de regiogemeenten? Welk instituut/overheidsorgaan ziet hierop toe? Antwoord: De NIS2 wordt omdat het een Europese Directive is ook door Nederland als de NIS2 geïmplementeerd. Hiervoor wordt Q3 2025 aangehouden. Wij als lokale overheid zijn als essentieel aangeduid en zullen zodoende ook onder deze wetgeving vallen. Deze wetgeving is voornamelijk gericht op de interne processen en hoe de interne organisatie de continuïteit van de kritische processen kan waarborgen.

De dienstverlening naar de inwoner wordt hierin meegenomen om te bepalen wat kritische processen zijn echter worden burgers of lokale bedrijven hiervoor niet actief benaderd omdat deze processen voornamelijk voor de interne organisatie gelden. We zoeken een actieve samenwerking met de Informatie Beveiliging Dienst en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten die op landelijk niveau standaard documenten en werkwijze op aan het stellen zijn zodat de kleinere gemeenten daar gebruik van kunnen maken. Deze landelijke samenwerking wordt nauwlettend gevolgd en waar mogelijk ook input voor geleverd. Voor datalekken blijft de Autoriteit Persoonsgegevens de autoriteit om bij te melden. Voor beveiligingsincidenten m.b.t. kritische processen zal de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur voor ons de toezichthouder worden echter zijn de "spelregels" nog niet definitief gemaakt.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

2

Vraag 2 Pagina 11 Invoering PodiumD Gaat dit nieuwe systeem voor meer- of minder werkzaamheden zorgen? Is er meer geautomatiseerd, waardoor er tijd “over” blijft? Antwoord: Podium D is een open source, modulair en wendbaar alternatief voor ons huidige systeem. Het sluit beter aan op de behoeften van moderne gemeentelijke dienstverlening. De invoering van een systeem zorgt altijd voor incidenteel extra werk. Medewerkers moeten leren om er mee om te gaan. De (her)inrichting van processen vergt tijd. We gaan zo veel mogelijk gebruik maken van standaardprocessen. Daarnaast kunnen we ook oplossingen die andere leden van Dimpact hebben ontwikkeld eenvoudiger overnemen. Dit betekent dat we sneller slagen kunnen maken en het beheer eenvoudiger moet worden. De inzet van Podium D zorgt ervoor dat we makkelijker en eenvoudiger digitaal met burgers en bedrijven kunnen communiceren. Dit is ook het doel van de Wet Modernisering Elektronisch Verkeer die naar verwachting op 1 januari 2026 in gaat. Vraag 3 Pagina 11. Privacy Wat zijn de consequenties dat niet alle benodigde werkzaamheden zijn uitgevoerd en/of afgerond? Hoeveel fte dient er incidenteel bij te komen om e.e.a. in te voeren? En indien ingevoerd is dan de aanwezige structurele capaciteit voldoende? Kan hier niet op regionaal niveau (bv Peelgemeenten) samengewerkt worden? Antwoord: De consequenties kunnen groot zijn.

Bij onvoldoende capaciteit voor privacy-gerelateerde werkzaamheden kan een gebrek aan bewustzijn onder collega’s zorgen voor datalekken, waarvan de schade zowel financieel (tijd, middelen) als qua imago groot kunnen zijn. Ook kan de Autoriteit Persoonsgegevens boetes, dwangsommen en een verwerkingsverbod uitdelen indien privacyregels worden geschonden. Incidenteel is voor de korte termijn. We hebben momenteel een externe Privacy-officer intergemeentelijk ingezet voor 24 uur om achterstanden in te halen en sneller te kunnen klimmen qua volwassenheidsniveau. Momenteel is dit niveau 1 voor zowel gemeente Laarbeek als Gemert-Bakel. Vooralsnog is de huidige 0,5 fte Privacy-officer niet voldoende. Op dit moment is niet te zeggen of de aanwezige structurele capaciteit voldoende is om aan de wettelijke verplichtingen vanuit de AVG/UAVG en de Wpg te kunnen voldoen. Met de Peelgemeenten wordt momenteel regelmatig samengewerkt in de vorm van kennisoverdracht en het gezamenlijk oppakken van vergelijkbare werkzaamheden. Iedere gemeente heeft echter een specifiek besluitvormingsproces en andere organisatiedoelen. Dat vraagt om maatwerk en een vast aanspreekpunt binnen de organisatie. Het cluster informatiebeveiliging en privacy met daarin o.a. de Privacy-officer werkt intergemeentelijk voor beide gemeenten Gemert-Bakel en Laarbeek. Vraag 4 Pagina 11.

Verlaging stelpost nominale prijsstijgingen. Met hoeveel is de indexering verlaagd? Antwoord: De indexering is niet verlaagd, alleen de hoogte van de geraamde stelpost. In de meicirculaire 2024 gemeentefonds is bij het verwerken van de financiële gevolgen rekening gehouden met o.a. de gevolgen van loon- en prijsstijgingen voor 2025. Daarvoor is bij de Kadernota 2025 een stelpost opgenomen. In de begroting 2025 zijn de werkelijke gevolgen van de loon- en prijsstijgingen verwerkt. Nu is gebleken dat na deze verwerking de stelpost prijsstijgingen een saldo laat zien dat vrij kan vallen ten gunste van het begrotingssaldo. Vraag 5 Pagina 12. In de tabel structureel evenwicht staat een telfout. Bij 2025 staat 1.428 moet dit niet 1.427 zijn?

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

3

Antwoord: Deze gegevens worden gegenereerd uit ons financieel systeem en meteen afgerond. Als je afgeronde getallen optelt die op de achtergrond nog wel tot achter de komma werken dan krijg je een verschil in het totaal. Dit is dus een afrondingsverschil en geen telfout, vandaar ook dat het verschil klein is. Vraag 6 Pagina 21. In de speerpunten ontbreekt het opstellen van beleid voor mantel wonen. Aangezien de gemeenteraad een motie hierover heeft aangenomen dient dit punt aan deze speerpunten toegevoegd te worden? Antwoord: De speerpunten zijn overgenomen uit het bestuursakkoord. Afdoening van moties vindt plaats via de motielijst die u kunt vinden in iBabs. Indien er aanleiding voor is kan vanuit de afdoening van de motielijst een prestatieafspraak worden opgenomen in de begroting. Dat is op dit moment (nog) niet aan de orde. Vraag 7 Pagina 45. OZB Wat is de extra opbrengst van de OZB van de stijging van de OZB van 1,6% naar 4,45%? Antwoord: De stijging van 1,6% naar 4,45% van de ozb-opbrengst betekent een extra geraamde opbrengst van totaal € 177.000. Vraag 8 Pagina 45. Rioolheffing De 2 bullets over indexering dient nadere toelichting? “Uitgangspunt is de indexering van 2,2% conform de financiële uitgangspunten van de kadernota 2025.

De tariefstijging in 2024 bedraagt daardoor 5,81% ten opzichte van het tarief rioolheffing 2024.” Antwoord: Het tarief rioolheffing stijgt elk jaar in de basis met 3,61% conform het geldend GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan). Vervolgens stijgt het tarief jaarlijks extra met de geraamde prijsindexering welke voor 2025 is bepaald op 2,2%. Hierdoor stijgt het tarief rioolheffing 2025 ten opzichte van 2024 uiteindelijk met totaal 5,81%. Vraag 9 Pagina 61. Wegenbeleid Het budget incidenteel wordt, conform kadernota, met structureel € 70.000,00 verlaagd. Er wordt aangegeven dat dit consequenties heeft voor de snelheid waarmee klachten worden afgehandeld. Kan duidelijk gemaakt worden welke consequenties hier worden bedoeld? Antwoord: Na de verlaging van het budget ‘incidenteel onderhoud wegen’ is het niet langer mogelijk jaarrond 2 (externe) onderhoudsploegen in te zetten voor het oplossen van klachten en het uitvoeren van kleinschalig onderhoud. Daarom zal de ernst van binnenkomende meldingen voortaan kritischer worden beoordeeld. Ernstige klachten worden altijd direct opgelost, maar voor andere meldingen kan dat langer duren. In een aantal gevallen zal het ook betekenen dat er geen actie wordt ondernomen. Vraag 10 Pagina 61.

Bermen en sloten Bij slotenbeheer geldt de voorwaarde dat de andere aangelande (eigenaar met grond lang de sloot) het slootmaaisel ontvangt en zorgt voor verwerking. Het risico bestaat dat invasieve waterplanten zich voortplanten op de grond van de aangelande. Is dit een reëel risico? Zo ja is het dan niet beter dat de gemeente zelf het slootmaaisel afvoert en de kosten in rekening brengt van de aangelande?

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

4

Antwoord: Aangezien voortplanten van invasieve soorten inderdaad een risico is, heeft de aannemer opdracht bekende invasieve soorten afzonderlijk te maaien en het daarbij vrijkomend maaisel direct af te voeren naar een erkende verwerker. Het overige maaisel wordt aan de zijde van de aangelande gedeponeerd, volgens de werkwijze die we vanaf 2010 hanteren. In 2025 zal worden onderzocht of er hiervoor een werkbaar alternatief is. Vraag 11 Pagina 63. Baggerbeheerplan Wat wordt bedoeld met een baggerbeheerplan? Voor welke gebieden geldt dit in Laarbeek? Vallen hier de visvijvers ook onder? Hoe staat het met het onderhoud van deze vijvers nu deze vijvers een heel nat seizoen hebben moeten verwerken? Antwoord: Het baggerbeheerplan is een onderhoudsplan voor sloten, vijvers en wadi’s, hoofdzakelijk binnen de bebouwde kommen. Door middel van baggeren houden we de capaciteit en de waterkwaliteit op peil en/of verbeteren we die. In 2025 starten we met een inhaalslag, omdat het baggeren in Laarbeek tot nu toe niet systematisch werd uitgevoerd. Alle visvijvers zijn onderdeel van het baggerbeheerplan. De planning is dat in 2025 de groene long in Beek en Donk wordt aangepakt en daarmee ook de visvijver aan de IJsbaanlaan. Vraag 12 Pagina 64.

Bomen Kan concreet worden gemaakt wanneer de actie aanwijzen toekomstbomen wordt uitgevoerd? Antwoord: Dat kan op dit moment nog niet concreet gemaakt worden. In 2025 wordt een planning gemaakt voor het aanwijzen van de toekomstbomen.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

5

Vragen Fractie ABL Vraag 1 Pagina 11: Graag ontvangen we een toelichting op de stelpost nominale prijsstijgingen. Het is niet duidelijk of deze bijstelling nu vervalt aan de hand van de circulaire of dat er andere inzichten zijn. Antwoord: De indexering is niet verlaagd, alleen de hoogte van de geraamde stelpost. In de meicirculaire 2024 gemeentefonds is bij het verwerken van de financiële gevolgen rekening gehouden met o.a. de gevolgen van loon- en prijsstijgingen voor 2025. Daarvoor is bij de Kadernota 2025 een stelpost opgenomen. In de begroting 2025 zijn de werkelijke gevolgen van de loon- en prijsstijgingen verwerkt. Nu is gebleken dat na deze verwerking de stelpost prijsstijgingen een saldo laat zien dat vrij kan vallen ten gunste van het begrotingssaldo. Vraag 2 Pagina 12: Onderaan de pagina staat de reservepositie toegelicht. Je zou met de jaarvooruitzichten verwachten dat de reserves af zouden nemen als gevolg van de negatieve structurele en incidentele uitgaven. Op pagina 54 staat dit wel toegelicht, maar het is niet duidelijk waarom het niet verwerkt kan worden. Antwoord: Het klopt dat we vanaf 2025 een meerjarig negatief saldo presenteren (structureel saldo in 2025 een voordeel). Dit is de meerjarige stand met alle gegevens zoals ze nu bekend zijn. Pas bij de jaarrekening(en) zullen pas de echte saldo’s bekend zijn.

Sowieso kunnen structurele tekorten niet ten laste gebracht worden van de algemene reserve en zullen er andere oplossingen gezocht moeten worden. Met de kadernota 2026 zullen we met dekkingsvoorstellen naar de raad komen hoe dat dit opgelost kan worden. De raad zou ervoor kunnen kiezen om de incidentele tekorten op voorhand te dekken uit de algemene reserve door hierover een besluit te nemen. Dat raden wij af omdat het op dit moment nog niet nodig is. Vraag 3 Pagina 13: Normaliter zou op afval de baten en lasten in balans moeten zijn. Nu is dit niet het geval en dat zal mogelijk komen door kosten die elders nog staan in de begroting maar hier wel aan toegekend moeten worden. Is het mogelijk om dit in het vervolg bij elkaar te zetten zodat we de kostendekkendheid kunnen beoordelen? Antwoord: De verklaring van het verschil van € 485.000 op pagina 14 met betrekking tot het taakveld afval is te vinden in de paragraaf Lokale heffingen op pagina 46. Het gaat om overhead, BTW en kwijtschelding. De informatie op pagina 14 betreft informatie over programma 1. De paragraaf Lokale heffingen is mede bedoeld om de soms versnipperde informatie over één onderwerp samen te brengen en daarmee inzicht te geven in de kostendekkendheid. Vraag 4 Pagina 15: Onderaan de bladzijde staat een tabel met beleidsindicatoren. Het is echter onduidelijk wat nu gemeten wordt.

De ene regel bevat klantcontactmomenten en de andere producten. Kan hier meer toelichting worden gegeven? Antwoord: De beleidsindicator klantcontactmomenten geeft het aantal contactmomenten met inwoners van het team Burgerzaken weer zoals geregistreerd in het betreffende jaar. De indicator “producten” toont de hoeveelheid producten met betrokkenheid van het team Burgerzaken.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

6

Hierbij kan gedacht worden aan uitgifte van paspoorten, rijbewijzen, aangiften verhuizing, uittreksel burgerlijke stand, etc. Vraag 4 van ABL én vraag 3 van De Werkgroep geven aanleiding om de toegevoegde waarde van de drie beleidsindicatoren op pagina 15 te bezien. Het betreft indicatoren die niet verplicht zijn vanuit BBV. Omdat het “eigen” indicatoren betreft is vergelijking met andere gemeenten niet mogelijk. Het voorstel vanuit De Werkgroep om niet meer te rapporteren over deze beleidsindicatoren zullen we in de volgende P&C producten toepassen. Vraag 5 Pagina 25: Is de verhoging van de tarieven van de leges met 5% al iets wat eerder is vastgesteld of dient dit nog te gebeuren in december? Antwoord: In de begroting 2025 is een verhoging van 5% van de beïnvloedbare tarieven voorgesteld. Dit sluit aan bij de ambitie uit het bestuursakkoord (2022-2026) en de motie van 4 juli 2024 om te groeien naar meer kostendekkende tarieven. De uiteindelijke vaststelling van de tarieven vindt plaats in de raad van 19 december 2024. Vraag 6 Pagina 38: In de onderste regel van de tabel met beleidsindicatoren staat ‘hernieuwbare elektriciteit’ benoemd. Hoe wordt dit percentage bepaald? Antwoord: De data voor deze verplichte beleidsindicator is afkomstig van www.waarstaatjegemeente.nl. Op de website is voor deze beleidsindicator helaas geen onderliggende data of berekening te vinden.

Vraag 7 Pagina 47: Is van de tabel betreffende de berekening kostendekkendheid leges een uitsplitsing beschikbaar per legessoort? Antwoord: Op dit moment is geen specificatie per soort/ product beschikbaar. Dit hangt onder andere samen met de inwerkingtreding van Omgevingswet per 1 januari 2024. De beschikbare data is gebaseerd op een relatief korte periode (negen maanden) en daarmee te summier om een volledige en betrouwbare analyse uit te kunnen voeren op zowel de kosten- als de batenkant. Er is daarom meer tijd en data nodig om goed inzicht te krijgen in de opbouw van de kostprijs in relatie tot de tarieven. Dit pakken we samen met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant op. Vraag 8 Pagina 48: Hoe vaak vindt kwijtschelding van gemeentelijke belastingen plaats per jaar? Antwoord: 238 keer.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

7

Vragen Fractie De Werkgroep Vraag 1 In de inleiding wordt aangegeven dat de provincie repressief toezicht op de Laarbeekse begroting uitoefent. Ook al is dit een ook door de provincie gehanteerde vakterm, deze sluit o.i. niet aan bij het uitgangspunt om in de communicatie met inwoners taalniveau B1 te gebruiken. In het dagelijkse taalgebruik (en ook in de woordenboeken) wordt onder ‘repressief’ namelijk ‘onderdrukkend’ verstaan. Is het niet beter van ‘toezicht achteraf’ te spreken? Antwoord: We gebruiken in de tekst inderdaad de vakterm “Repressief toezicht”, maar leggen vervolgens uit wat we verstaan er onder verstaan: “Repressief toezicht is het normale toezicht en houdt in dat de begroting direct kan worden uitgevoerd zonder dat hier vooraf goedkeuring van de provincie voor nodig is”. Het komt neer op “toezicht achteraf”. We geven echter de voorkeur aan de uitleg zoals nu is opgenomen in de begroting. Vraag 2 De ontwikkeling van de afschrijvingsreserves (blz. 12) laat na 2025 een flinke afname zien, terwijl die tot 2025 redelijk constant was. Wordt deze alleen veroorzaakt door het gaan hanteren van een langere afschrijvingstermijn, of zijn er meer oorzaken? Antwoord: Dit heeft een tweeledige oorzaak: 1.

Voor gebouwen hanteren we vanaf 2024 een langere afschrijvingstermijn waardoor de afschrijvingslasten dalen en daardoor waar van toepassing ook de onttrekking uit de afschrijvingsreserve; 2. Met ingang van 2024 wordt pas afgeschreven ná ingebruikname van een investering. Dit wijkt af van voorgaande jaren, waarin werd afgeschreven op basis van de boekwaarde per 1-1. Vraag 3 Bij programma 1 (Burger en bestuur) zijn beleidsindicatoren genoemd, die volgens BBV niet verplicht zijn, niet met vergelijkbare gemeenten vergeleken kunnen worden en –met cijfers uit 2022- ook niet actueel zijn. Waarom zijn deze toch opgenomen? Is het niet beter deze te laten vervallen? Antwoord: Vraag 4 van ABL én vraag 3 van De Werkgroep geven aanleiding om de toegevoegde waarde van de drie beleidsindicatoren op pagina 15 te bezien. Het betreft indicatoren die niet verplicht zijn vanuit BBV. Omdat het “eigen” indicatoren betreft is vergelijking met andere gemeenten niet mogelijk. Het voorstel vanuit De Werkgroep om niet meer te rapporteren over deze beleidsindicatoren zullen we in de volgende P&C producten toepassen. Vraag 4 In het financiële overzicht van programma 2 op blz. 17 valt op dat bij de begroting 2024 geen onttrekking aan reserves is ingevuld. Deze stond wel in de destijds vastgestelde begroting 2024.

Antwoord: Bij invoering van de MIP-activamodule en het corrigeren van de kapitaallasten is per abuis de kostenverdeelstaat niet meegenomen in de mutaties. De rente- en afschrijvingslasten inclusief de onttrekking aan de afschrijvingsreserve zijn als gevolg daarvan op de kostenplaatsen blijven ‘hangen’, in plaats van verdeeld te zijn naar diverse producten. Het gaat hier om de kapitaallasten voor tractiemiddelen, de gemeentewerf en MFC de Dreef. In de begroting staan al deze kapitaallasten en onttrekking aan de afschrijvingsreserve nu geraamd in de programma’s 5 en 6, in plaats van verdeeld te zijn over de programma’s 1, 2, 3, 5 en 6. Het staat dus nu wel in de begroting maar niet de juiste plek en heeft geen effect op het begrotingssaldo. Met de jaarrekening 2024 zullen deze kosten en opbrengsten wel op de juiste plek staan.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

8

Vraag 5 Bij de verplichte beleidsindicatoren van programma 2 (Veiligheid) staat vermeld dat het aantal HALT-verwijzingen in 2023 10 per 1.000 jongeren was. Dit is een toename met ruim 35% t.o.v. 2022, toen het aantal verwijzingen 7 per 1.000 jongeren was. Waardoor is deze toename veroorzaakt? Antwoord: Het betreft een stijging van 3 meldingen op 1.000 jongeren. HALT gaf aan dat ze iets meer meldingen hebben ontvangen die betrekking hebben op verkeer, vernieling en vuurwerk. We hebben goed contact met HALT. De jongeren die het traject zijn aangegaan hebben hun HALT traject succesvol doorlopen. Vraag 6 Als speerpunt 3.23 van programma 3 (Woon- en leefklimaat) is opgenomen “Bij de planontwikkeling voor de N279 wijzen wij een omleiding rond Dierdonk, hetgeen nieuw asfalt betekent, af”. Heeft het College de Laarbeekse opvatting over de extra lange omleiding van de N279 al aan de Provincie kenbaar gemaakt? Antwoord: Bij het proces van de N279 wordt de brede belangenbenadering gehanteerd. Dat houdt in dat alle partijen constructief en met een open dialoog samenwerken om tot een gedragen oplossing te komen, zonder op voorhand scenario's uit te sluiten. Wel zijn bij de start van het project onze zorgen en wensen kenbaar gemaakt. De N279 kent een breed participatieproces waarbij zowel overheden, inwoners en ondernemers worden betrokken. Vraag 7 Op blz.

22, onder 3.02 staat “Verder wordt in 2025 de planologische procedure gestart om de geplande nieuwbouw mogelijk te maken.” Welke nieuwbouw wordt hiermee bedoeld? Antwoord: Dan gaat het om de noordflank van de Heuvel, eventueel ook de nieuwe supermarkt aan het Floreffeplein en op de ‘achterblijflocatie’ aan de Dorpsstraat. Vraag 8 Bij de financiële uitwerking van programma 3 staan op blz. 24 zowel aan de baten- als aan de lastenkant de items ‘economische promotie’ en ‘media’. Het lijkt alsof die aan de batenkant wordt samengevoegd en aan de lastenkant niet. Is deze inschatting juist? Waarom wordt dit gedaan? Antwoord: Volgens de geldende BBV-regels (regels die bepalen hoe we o.a. onze PenC-producten op moeten stellen) is het niet mogelijk dat we lasten en baten worden samengevoegd en dat is natuurlijk ook niet het geval.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

9

Voor wat betreft het taakveld “Economische promotie” het volgende. Voor 2025 worden er geen inkomsten begroot en werkelijk ontvangen. Pas vanaf 2025 worden er inkomsten structureel geraamd. Deze inkomsten zijn de opbrengst van de nog in te voeren toeristen- en verblijfsbelasting. Voor wat betreft het taakveld “Media” het volgende. In 2023 en 2024 zijn incidentele SPUKgelden (specifieke uitkeringen) ontvangen, waar tegenover ook incidentele lasten staan op hetzelfde taakveld. In 2025 en verder zijn geen inkomsten meer geraamd. Dit zal pas het geval zijn als we daarover een SPUK-beschikking van ontvangen. Vraag 9 In hetzelfde overzicht valt een aantal aanzienlijke lastenverlagingen in de begroting 2025 t.o.v. die van 2024 op (bijv. bij cultureel erfgoed en milieubeheer). Zijn dit bezuinigingen of –zo nietwat zijn dan de oorzaken daarvan? Antwoord: De in dit programma geconstateerde lastenverlagingen 2025 ten opzichte van 2024 hebben in de meeste gevallen een directe relatie met eveneens een batenverlaging. Deze worden met name veroorzaakt door SiSa-regelingen. Namelijk in 2024 geraamde ontvangen rijksgelden moeten verantwoord worden met eenzelfde hoeveelheid geraamde uitgaven. Dit leidt dus uiteindelijk per saldo tot een budgetneutraal effect.

In dit programma zijn wel via de Kadernota 2025 onder de categorie ‘scherper begroten’ ten opzichte van 2024 lagere lasten geraamd van totaal € 253.000. Ook is een verschil ontstaan bij taakveld ''cultureel erfgoed’ hetgeen wordt veroorzaakt door een in 2024 eenmalig geraamde uitgaven van € 736.000 als gevolg van de Erfgoeddeal (Landgoed Eykenlust). Deze eenmalige middelen zijn met de decembercirculaire 2023 gemeentefonds toegekend, ontvangen in 2023 en vervolgens via resultaatbestemming bij de jaarrekening 2023 geraamd in 2024. Vraag 10 Wordt onder ‘Fysieke bedrijfsinfrastructuur’ (blz. 29) iets anders verstaan dan de ontwikkeling van bedrijventerreinen? Waarom nemen de lasten en de baten daarvan zo sterk af? Antwoord: Onder fysieke infrastructuur worden de kosten en baten geraamd van grondexploitatie bedrijventerreinen en de exploitatie weilanden. De lasten en baten nemen in 2027 sterk af, omdat de grondexploitatie Bemmer IV naar verwachting in 2026 wordt afgesloten. Vraag 11 Vanaf 2024 zijn er geen baten meer bij economische ontwikkeling (blz. 29). Waarom is dat? Antwoord: Er zijn in principe geen baten bij deze post. In 2023 zijn een aantal kosten voor economische samenwerking in De Peel via de gemeente Laarbeek gelopen. Laarbeek verzorgde de betaling van de facturen en heeft een rekening gestuurd naar de andere gemeenten.

De bijdragen van de andere gemeenten zijn als baten opgevoerd in 2023. Dit was dus eenmalig.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

10

Vragen Fractie CDA Vraag 1 Het college geeft aan dat er in 2025 geen nieuw beleid is. In hoeverre komt dit overeen met de ambities in het coalitieakkoord? Antwoord: Er zijn geen nieuwe voornemens in de begroting gezet. Maar de voornemens voor 2025 en verder die al in de begroting 2024 stonden, staan er ook nu weer in. Het heeft dan ook geen gevolgen voor de ambities in het coalitieakkoord. Vraag 2 Er vindt een verhoging plaats van 5% op legestarieven. Betreft dat de indexatie of anderszins? En waarom? Antwoord: In de begroting 2025 is een verhoging van 5% van de beïnvloedbare tarieven voorgesteld. Dit sluit aan bij de ambitie uit het bestuursakkoord (2022-2026) en de motie van 4 juli 2024 om te groeien naar meer kostendekkende tarieven. De uiteindelijke vaststelling van de tarieven vindt plaats in de raad van 19 december 2024. Vraag 3 Blz. 22. Wat betreft plan Lieshout geeft u aan dit getoetst gaat worden aan haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak. Ook is de politieke beoordeling voor partijen een vrije kwestie in debat. Kunt u toelichten wat u met bovenstaande precies bedoeld? Zit er een kans in dat de gebiedsontwikkeling aan de Heuvel in Lieshout niet doorgaat? Antwoord: Het eerste gedeelte van de vraag gaat over het bestuursakkoord 2022 en 2026.

Deze passage in het bestuursakkoord is om expliciet aan te geven dat er door de coalitiepartijen in het bestuursakkoord geen besluiten over Lieshout zijn genomen. Alle coalitie partijen hebben in het politieke debat de vrijheid om hun standpunt ten aanzien van Lieshout te bepalen. Project Centrumontwikkeling Lieshout is een integraal plan dat uit stedenbouwkundig-, financieel en maatschappelijk oogpunt verantwoord moet zijn. Daarbij zijn er meerdere eigenaren in het gebied dus het is een complexe puzzel. De gemeenteraad heeft in december 2022 en juni 2023 kaders bepaald voor het onderzoeken van de haalbaarheid van de herontwikkeling. Het is de planning dat de gemeenteraad in de eerste helft van 2025 een definitief besluit neemt waarna de planologische procedures kunnen worden gestart. De uitkomsten van die procedures bepalen uiteindelijk of het project definitief doorgang vindt. Vraag 4 Met de brede plattelandsbestemming tracht u juridische ruimte te bieden voor omzetting naar andere functies in het buitengebied. In hoeverre wordt er rekening gehouden met de (agrarische) bedrijvigheid in het Laarbeekse buitengebied? M.a.w. dat zij niet beperkt kunnen gaan worden in hun bedrijfsvoering door omzetting naar andere functies.

Wordt daar rekening mee gehouden? En zo ja hoe? Antwoord: Bestaande rechten en ontwikkelingsmogelijkheden (binnen de bestaande beleids- en planologische regels) van omliggende bestaande bedrijven in het buitengebied worden gerespecteerd. Dus wanneer een bedrijf gebruik wil gaan maken van de mogelijkheden die de brede plattelandsbestemming zijn die rechten een gegeven. Dit is niet anders dan in de bestaande planologische constellatie. Dit zal als zodanig in de regeling worden opgenomen. Vraag 5 Onderhoudsplannen. Daarbij stelt het College groenbeleving, biodiversiteit en klimaatadaptatie als leidende principes. Hoe kijkt het College naar overlastsituaties als gevolg van minder onderhoud?

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

11

Antwoord: Bij het herzien van het groenbeheerplan waren groenbeleving, biodiversiteit en klimaatadaptatie de leidende principes, maar de onderhoudsniveaus zijn gelijk gebleven. De laatste tijd slaagt het werkvoorzieningsschap Senzer er echter niet in de groenvoorzieningen te onderhouden op deze vastgestelde onderhoudsniveaus. We zijn hierover nadrukkelijk in gesprek met Senzer. Tot de uitvoering van het groenbeheerplan behoort ook het bio-divers maken van de bestaande groenvoorzieningen. Wellicht worden onderdelen hiervan, zoals het plaatselijk verminderen van de maaifrequentie van gazons, ervaren als een lager onderhoudsniveau. Vraag 6 Blz. 21. Bij terugdringen wateroverlast wordt ingespeeld op kansen waaronder grondverwerving. Kunt u dat toelichten? Antwoord: Uitgangspunt is dat regenwater zo veel als mogelijk binnen de kernen wordt opgeslagen. Op hoofdlijnen is bekend in welke zoekgebieden deze bergingsvoorzieningen aangelegd kunnen worden. Maar het aanleggen van een bergingslocatie is alleen mogelijk wanneer binnen een zoekgebied ook werkelijk gronden aangekocht kunnen worden. Vraag 7 Op bladzijde 32 benoemt u de brede specifieke uitkering (SPUK) daartoe enkele vragen: - Volgens onze informatie is er vanuit de brede SPUK een bedrag van €408.254,- beschikbaar voor 2025? Kan worden aangegeven waar deze middelen voor worden ingezet/geoormerkt? (Incl. bedragen).

- Zijn er nog SPUK-middelen beschikbaar uit 2024? - Worden er in jan/febr. 2025 nieuwe SPUK-stimulering Sport aangevraagd voor 2025? - Zo ja, waarvoor?

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

12

Antwoord: Brede Specifieke Uitkering (Brede SPUK):

In bovenstaand schema staan de bedragen uit de brede SPUK per onderdeel waarvoor ze geoormerkt zijn. De bedragen voor 2024, 2025 en 2026 worden verhoogd met de loon- en prijsindex van 4,487% over het loongevoelig deel en 2,915% over het prijsgevoelig deel. De SPUK-middelen uit 2024 mogen niet meegenomen worden naar 2025. SPUK Stimulering Sport: Jaarlijks kan een aanvraag worden ingediend. Voor 2025 is de aanvraagperiode in januari en februari 2025. De huidige regeling van SPUK Stimulering Sport loopt tot en met 2025. Het ministerie van VWS onderzoekt samen met belanghebbenden hoe gemeenten vanaf 2026 gecompenseerd kunnen worden voor het btw-verlies op sportuitgaven. Zodra er meer informatie beschikbaar is, zullen DUS-I en de VSG deze delen. Het voorschot wordt bepaald op basis van een verdeelsleutel waarmee het volledige beschikbare budget over de gemeenten wordt verdeeld. De verdeelsleutel wordt berekend op basis van het gemiddelde van de gerealiseerde bestedingen van de laatste drie SPUK-verantwoordingen (2020 tot en met 2022), afgezet tegen het beschikbare uitkeringsplafond (2024 €189 mln.).

De volgende kosten komen in aanmerking voor de specifieke uitkering (ter compensatie voor het btw-verlies op betreffende sportuitgaven): - De nieuwbouw, de verbouw, het onderhoud, het beheer of de exploitatie van onroerende zaken, zoals de aanleg van sportvelden, de vervanging van lampen of het vernieuwen van een dak. - De aankoop en het beheer van roerende zaken, zoals de aanschaf van sportmaterialen en grasmaaiers. - De dienstverlening door derden, zoals de inzet van een combinatiefunctionaris of de inhuur van schoonmakers voor de accommodatie.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

13

Het uitkeringspercentage bedraagt vanaf 2024 18% (was 17,5%). Bij de jaarrekening wordt de eindverantwoording opgesteld en bepaald wat het definitieve bedrag is op basis van de werkelijke uitgaven van het afgelopen jaar.

Vraag 8 Op bladzijde 32: We blijven inzetten op activerend huisbezoek. Blijft de werkwijze hetzelfde of vind hierin verandering plaats n.a.v. de opmerkingen van de Adviesraad Sociaal Domein? Antwoord: Ja, we blijven inzetten op activerend huisbezoek. Dat doen we samen met de LEVgroep. En vanzelfsprekend nemen we de opmerkingen van de adviesraad mee in de beraadslaging als hier aanleiding voor is. Vraag 9 Op bladzijde 40 staat de volgende zin opgenomen: “Daarnaast zullen er fundamentele beleidskeuzes gemaakt moeten worden”, welke fundamentele beleidskeuzes worden hiermee bedoeld? Graag meer duidelijkheid hierover. Antwoord: Dat is op dit moment nog niet bekend. Het hangt af van ons onderzoek aan welke knoppen er gedraaid kan worden om de bezuinigingsopgave zo beperkt mogelijk te houden. Vraag 10 Bladzijde 44: Waarom is toeristen/verblijfsbelasting niet opgenomen in het schema bij de geraamde belastinginkomsten (en overige heffingen)? De financiële impact waren immers al opgenomen in de Kadernota 2025 en zijn ook meegenomen in deze begroting (lezen wij op blz. 47). Antwoord: Deze is niet opgenomen in deze tabel omdat deze belastingsoort nog niet is vastgesteld door de raad. Vraag 11 Bladzijde 54: belangrijkste risico’s Graag zouden wij ook de overige 27 risico’s inzichtelijk verkrijgen.

Antwoord: Onderstaand is een lijst met de geïdentificeerde/ opgehaalde risico's: • • • • • • • • • • • • • • • • •

Hogere kosten door extreme inflatie Personeelskosten/ verlofsparen Hogere inhuurkosten Hogere uitgaven door actualisatie bestekramingen grondexploitaties Uitkering gemeentefonds Informatiebeveiliging/ cyberrisico Zorgkosten Sociaal Domein - Wmo, Jeugdhulp en BMS Uitvoerings- en financieringskosten GR Senzer (bijstandsuitkeringen, leerwerktrajecten, schuldhulpverlening aan ondernemers) Aanspreken van gemeente op garantstelling of borgstellingen Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - ODZOB Onderhoud kapitaalgoederen Ontslag/vertrek bestuurders (wachtgeldregeling) Fiscaal risico Juridische procedures Lagere bouwleges dan begroot Gemeentelijke leningen Extra uitvoeringskosten Verbonden Partij - GR Peelgemeenten

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

14

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

ICT-storingen Duurzaamheid/ energietransitie Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - GR Samenwerking Gemert Bakel Gevolgen invoering omgevingswet en Wet kwaliteitsboerging bouwen Illegale dumpingen (drugs-gerelateerd) afval Natuurgeweld Onrechtmatigheden in de aanbesteding en contractering Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - Veiligheidsregio Contractmanagement Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - Bizob Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - Blink Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - Dimpact Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - GGD Extra uitvoerings- of programma kosten verbonden partij MRE Schadeclaims als gevolg van ongeluk of schade in de openbare ruimte Datalek in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming Extra uitvoerings- of programma kosten Verbonden Partij - BSOB Mogelijk niet realiseren maatregelen Regionaal bedrijventerrein Onvoorziene Beheerkosten gemeentelijke voorzieningen

Graag meer duidelijkheid en enkele voorbeelden benoemen over het risico: de mogelijk niet realiseren maatregelen. Antwoord: Zoals in de kadernota aangegeven zijn er reeds een aantal maatregelen opgenomen voor de begroting 2025 om te komen tot een sluitende begroting. Denk hierbij aan onder andere aan het scherper begroten, het aanpassen van de afschrijvingstermijnen en het niet verder indexeren, maar ook dat meer kostendekkende leges worden onderzocht. Er bestaat een risico dat er te scherp is begroot of dat de kostendekkende leges minder opleveren. Of dat er toch meer uitgaven moeten worden verricht doordat er toch hogere indexatie is en er niet op deze uitgaven of ergens anders bespaard kan worden. Hier is een risico voor opgenomen. Hogere inhuurkosten, voor welke opgaven ontbreekt expertise binnen de ambtelijke organisatie? Antwoord: Er zijn geen specifieke expertise voor dit risico benoemd. Het risico is aangemaakt omdat we ervaren dat de prijzen van de inhuur stijgen mede omdat ook de inhuur markt steeds meer verzadigd raakt. Ook zien we dat er meer incidentele projecten (ook gedurende het jaar) opkomen waarop wordt ingehuurd of projecten die vanwege diverse situaties langer duren en hierdoor de incidentele inhuur langer duurt. Tevens zien we dat het langer duurt om geschikte vaste medewerkers te werven waardoor de inhuur langer wordt ingezet en hierdoor duurder is.

Tot slot zien we dat het inhuur budget jaarlijks beperkt is waardoor er ook geen ruimte is bij onvoorziene situaties, langere of duurdere inhuur etc. waardoor een overschrijding kan ontstaan. Dit gezamenlijk vormt het risico voor hogere inhuurkosten.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

15

Vragen m.b.t. Subsidiestaat 2025 Vraag 1 1. In de subsidiestaat is een bedrag van € 2,- per kind per dag opgenomen voor de kindervakantiewerkorganisaties. Hoe was dit eerder georganiseerd aangezien deze niet staan opgenomen in de subsidiestaat 2024. Antwoord: Eerdere jaren werd de subsidie aan de kindervakantieweken via de LEVgroep geregeld. Om de bijdrage voor alle kindervakantieweken gelijk te trekken en dit transparant te maken zijn dit jaar gesprekken gevoerd met de kindervakantieweken en zijn zij voor € 2,- per kind per dag opgenomen in de subsidiestaat 2025. Vraag 2 De toegerekende subsidiebedragen in Clusters 1A en 1B afwijken menig maal af van de afgesproken indexering van 2.2%, graag een toelichting hoe dit kan? als voorbeeld: Howeko naar € 29.000,- ipv €38.108,- (+2.2%), Stichting AED alert hoger bedrag dan 2,2% indexering. Antwoord: De bedragen in cluster 1A en 1B zijn naast de index vaak ook afhankelijk van de ledenaantallen of inwonersaantallen. Stichting AED alert heeft een hoger bedrag gekregen dan enkel de indexering. Hierover zijn wij met Stichting AED alert in gesprek geweest. Enkele AED's waren aan vervanging toe, waardoor de kosten dit jaar hoger waren. Vanwege het belang van een dekkend AED netwerk hebben wij besloten hiervoor een uitzondering te maken. Met Stichting Howeko zijn we ook in gesprek geweest over het subsidiebedrag.

Zij gaven aan dat ze niet het volledige subsidiebedrag nodig hadden waardoor het subsidiebedrag voor 2025 lager is. Vraag 3 1. Onder de in Cluster 2A en 2B opgenomen subsidies wordt het bedrag gebaseerd op begroting. prijsindexering is 2.2% volgens begroting waardoor ontstaan de verschillen in bedragen bij deze organisaties? 2. Graag ontvangen wij een overzicht van alle professionele welzijnsorganisaties welke actief zijn in Laarbeek en de daaraan verbonden subsidies 2024 en 2025 met een argumentatie en toelichting waarop de nieuwe bedragen zijn gebaseerd als deze anders zijn dan de prijsindexering van 2.2% Antwoord: 1. Voor vrijwilligersorganisaties is de prijsindex van 2,2% gehanteerd. Voor professionele organisaties is de prijs/ loonindex gehanteerd. Deze bestaat uit 20% prijsindex van 2,2% en 80% loonindex van 4.4%. Het indexeringspercentage voor professionele organisaties komt daarmee uit op 3,96%. Cluster 1A en 1B zijn vrijwilligersorganisaties. Cluster 2A en 2B zijn professionele organisaties. 2 De subsidies in cluster 2A en 2B zijn geïndexeerd met 3,96% (20% prijsindex van 2,2% en 80% loonindex van 4.4%). Het gevraagde overzicht wordt gegeven in de bijlage die hoort bij deze set van vragen en antwoorden. In de toelichtingen kolom staat aangegeven waarom we in sommige gevallen afwijken van dit percentage.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

16

Aanvullende technische vragen CDA Vraag 1 Waarom slaagt het werkvoorzieningsschap Senzer er niet in de groenvoorzieningen te onderhouden op het vastgestelde onderhoudsniveau? Graag een nadere toelichting wat de oorzaken zijn. Antwoord: Senzer slaagt er de laatste tijd steeds minder in om voldoende medewerkers in te zetten voor het onderhoud van groenvoorzieningen. Oorzaken daarvan zijn onder andere de relatief snelle doorstroom van Senzer medewerkers naar reguliere banen én het feit dat diverse Senzer medewerkers de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Dit probleem speelt in de hele regio. Op dit moment zijn we met Senzer in gesprek over de rol die Senzer in de nabije toekomst kan spelen in het onderhoud van de groenvoorzieningen in de gemeente Laarbeek. Vraag 2 Dat SPUK middelen uit 2024 niet meegenomen mogen worden naar 2025 was bij ons bekend. De vraag was of er nog SPUK-middelen beschikbaar zijn uit 2024? graag alsnog een antwoord op deze vraag. Antwoord: Uit 2024 zijn er nog SPUK-middelen beschikbaar. Het gaat voornamelijk om incidentele middelen. In de brede SPUK zitten veel onderdelen met een tijdelijke financiering tot en met 2025. Vanwege de financiële onzekerheid na deze periode hebben wij ervoor gekozen om deze middelen niet in te zetten voor nieuw te ontwikkelen initiatieven, maar deze middelen te gebruiken voor bestaande initiatieven.

Wij verwachten hiermee geen middelen terug te hoeven betalen. Vraag 3 U blijft inzetten op activerend huisbezoek samen met de LEV. Deze vraag is bij ons ontstaan n.a.v. het verzoek tot onderzoek naar het functioneren van het Sociaal Team Laarbeek. (redenen zijn het college bekend) zie ook 20241015 2.1 Werkwijze Sociaal Team Laarbeek. Wat zijn de acties welke u gaat uitzetten n.a.v. dit verzoek in relatie tot het activerend huisbezoek?

Antwoord: Het verzoek van de adviesraad heeft geen directe relatie met het activerend huisbezoek, wat wordt uitgevoerd door de LEVgroep. Periodiek evalueren we met de LEVgroep de opzet van activerend huisbezoek. Wanneer daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld op basis van signalen, bekijken we gezamenlijk met de LEVgroep of de werkwijze daarop aangepast moet worden.

Vraag 4 De subsidies in cluster 2A en 2B zijn geïndexeerd met 3,96% (20% prijsindex van 2,2% en 80% loonindex van 4.4%). a. waarop is de verhouding 20%-80% op gebaseerd, hoe is deze verdeling tot stand gekomen? b. waarom wordt gekozen voor de loonindex van 4.4%?

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

17

Antwoord: 4a We hebben hiervoor een aannemelijke verhouding gekozen, die we in het subsidiebeleid vastgelegd hebben. Deze verhouding zal voor iedere professionele organisatie anders zijn, waardoor we nooit tot een perfect percentage kunnen komen. We hebben ervoor gekozen om hierin transparant te zijn en voor alle professionele organisaties hetzelfde percentage te handhaven.

4b Dit is een financieel uitgangspunt uit de kadernota 2025 en begroting 2025. Dit percentage is gebaseerd op de index ‘loonvoet sector overheid’ voor 2025 uit de Voorjaarsnota 2024 van de Rijksoverheid.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

18

Vragen Fractie PvdA Vraag 1 Tekstuele opmerkingen: - pagina 34 bij 5.01 staat twee keer dezelfde alinea achter elkaar. - bij het overzicht verbonden partijen vanaf pagina 76 tot en met pagina 93 zouden de tabellen allemaal bedragen moeten bevatten x1000. Klopt dat wel? Ook het gebruik van het euro-teken wordt niet consequent toegepast Antwoord: De tekst op pagina 34 bij 5.01 staat er inderdaad dubbel. Op de websiteversie hebben we dit inmiddels aangepast. Op de websiteversie hebben we de euro-tekens weggehaald. Bij een aantal verbonden partijen zijn het resultaat inderdaad gepresenteerd zonder te delen door € 1.000. Dit hebben we ook aangepast op de websiteversie. Vraag 2 In 2025 ontvangt Bibliotheek de lage beemden 100.000 euro van het Rijk. We willen een zo gedetailleerd mogelijk overzicht waar dit geld aan uitgegeven wordt, gesplitst per vestiging van Laarbeek. Ook in 2026 ontvangt de bibliotheek nogmaals 100.000 euro. Is er al bekend wat de bibliotheek met dat geldbedrag gaat doen? Antwoord: Tijdens de septembercirculaire is bekend geworden dat de bibliotheek in 2025 en 2026 100.000 euro ontvangt. Samen met de bibliotheek zijn wij in gesprek over besteding van deze middelen. Wij nemen dit mee in het proces naar een toekomstbestendige bibliotheek waar we de pilot voor gebruiken. Dit is een zorgvuldig proces.

De extra middelen zullen met name ingezet worden voor activiteitenbudget om het lezen te stimuleren. Aan het presidium wordt voorgesteld om in april 2025 een raadsbijeenkomst te houden over de toekomstbestendige bibliotheek. Dan gaan wij hier samen met de bibliotheek dieper op in.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

19

Vragen Fractie Ouderenappèl/Hart voor Laarbeek Vraag 1 Kan jij me morgen een overzicht sturen van onze “verplichte” bijdrages aan het mobiliteitsfonds En wat we als Laarbeek aan bijdrages moeten doen voor de schaalsprong. We moeten de rijksbijdrage aan het MRE toch ook verdubbelen of niet? Antwoord: In de beantwoording gaan we er vanuit dat met de schaalsprong de schaalsprong van de mobiliteit bedoelt wordt. Met de kadernota 2024 (€ 1.115.000) en begroting 2024 (€ 35.000) hebben we in totaal € 1.150.000 gestort in de nieuwe reserve MRE bereikbaarheidsagenda. In het onderstaand schema zijn de verwachte bijdragen die we per jaar moeten bijdragen te vinden en deze worden dan onttrokken uit de reserve MRE bereikbaarheidsagenda de komende 10 jaar. Het raadsvoorstel hierover is op 23 oktober 2023 in de gemeenteraad behandeld en besloten.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

20

Vragen Auditcommissie Vraag 1 Wat is het verschil tussen de reserve Bereikbaarheidsagenda en de reserve MRE Bereikbaarheidsmaatregelenpakket? Antwoord: De reserve bereikbaarheidsagenda gaat over onze eigen mobiliteitsprojecten. Soms gemeentegrensoverschrijdend met buurgemeenten, maar dan betalen we enkel ons eigen aandeel. De reserve MRE bereikbaarheidsmaatregelenpakket gaat over de mobiliteitsprojecten in de Metropoolregio Eindhoven (MRE). Deze regionale bijdrage betalen we met 22 gemeenten 1/3 mee volgens een afgesproken verdeelsleutel en in een afgesproken verdeling van 10 jaar. Met de begroting 2024 is besloten om het volledige bedrag (1,150 miljoen) al in deze reserve te storten. De overige 2/3 wordt betaald door de provincie Noord-Brabant en de Brainportpartners (bedrijven, campussen en kennisinstellingen). Dit raadsvoorstel is op 12 oktober 2023 behandeld in de raad. Vraag 2 Waarom lees je in de subsidiestaat niets terug over het subsidieplafond? Antwoord: Het subsidieplafond is gelijk aan het budget wat hiervoor beschikbaar is gesteld. Dit zullen we volgend jaar duidelijk aangeven in de subsidiestaat. Vraag 3 Kan met ingang van de volgende begroting de jaarlijkse subsidiestaat in de begroting zelf worden opgenomen in een extra paragraaf of bijlage? Antwoord: Ja.

Beantwoording technische vragen Begroting 2025

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=13d2ceab-d58b-4f6a-a8e9-44fe9d420dde