CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek deel 2 Ruimtelijke onderbouwing tankstation Bosscheweg BD

Raadsvergadering 12 juni 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H Voorstel tot vaststelling van Verklaring van geen bedenkingen Tankstation Bosscheweg18.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

,

,

Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw " Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient " uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergenafvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 In Nederland liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering we moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water ontwikkelt de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027. ,

,

Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De Rijksoverheid werkt aan schoon veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie waterveiligheid zoetwater & waterverdeling waterkwaliteit & natuur scheepvaart en de functies van de rijkswateren. ,

,

,

,

,

,

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

6

M230241. 001. R1/ASA

3. 3

Regionaal beleid

Waterbeheerplan 2022-2027 Op 19 november 2021 heeft het Waterschap Aa en Maas het waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. In dit waterbeheerplan staan de doelstellingen die het waterschap nastreeft en wat het waterschap in de periode 2022-2027 gaat doen om deze doelen te halen. De missie van het Waterbeheerplan 2022-2027 is: “het ontwikkelen beheren en in stand houden van gezonde robuuste en veerkrachtige watersystemen die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens dier en plant in het gebied waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten. ” ,

,

,

,

,

Binnen het Waterbeheerplan is onderhavige locatie niet opgenomen. Vanuit het beheerplan zijn geen belemmeringen te verwachten. Keur Aa en Maas Op 26 februari 2015 heeft het waterschap de nieuwe Keur vastgesteld die op 1 maart 2015 inwerking is getreden. Deze keur is in samenwerking tussen de waterschappen Aa en Maas Brabantse Delta en De Dommel tot stand gekomen waardoor nu sprake is van een uniforme Keur. ,

,

,

Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwaliteit en -kwantiteit) binnen het plangebied. Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de Keur van toepassing. In de Keur staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.

Uitsnede leggerkaart met ligging beoogd tankstation

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

7

M230241. 001. R1/ASA

Op basis van de leggerkaart is de langslopende waterlichaam opgenomen als een A-watergang met de daarbij behorende beschermingszone. Op basis van de Keur is binnen de beschermingszone het verboden zonder vergunning gebruik te maken van een oppervlaktewaterlichaam of bijbehorende beschermingszones of ondersteunende kunstwerken door daarin daarop daarboven daarover of daaronder handelingen te verrichten werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan liggen of drijven. ,

,

,

,

,

Een gedeelte van de beoogde verharding ligt binnen de beschermingszone van deze watergang waarbij sprake is van het verrichten van handelingen binnen de beschermingszone. Derhalve dient voor voorliggend voornemen tevens een watervergunning te worden aangevraagd. ,

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse waterschappen Aa en Maas De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater Brabantse waterschappen’. ,

,

,

Bij een toename en afkoppelen

van het

verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2. 000 m² toename van een verhard oppervlak tussen de 2. 000 m² en 10. 000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10. 000 m². Bij een toename van verhardingen dient het plan te voorzien in compenserende maatregelen. Het plan moet voorzien in een minimale compensatie conform de rekenregel: ,

Benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak (in m²) * Gevoeligheidsfactor * 006 ,

(in m) Wanneer sprake is van een verhardingstoename toestemming van het waterschap noodzakelijk.

van meer

dan 10. 000 m² is schriftelijke ,

Beleidsregels; Art. 13. 4. 2. Bepalen omvang compensatie De compensatieplicht is 600 m³ per ha toename verhard oppervlak tenzij uit het waterhuishoudkundig onderzoek blijkt dat minder compensatie nodig is. Dit komt overeen met 60 mm neerslag per vierkante meter. De benodigde capaciteit ligt tussen de kruinhoogte van de noodoverloopconstructie en de bodem van de voorziening. Indien de bodem van de voorziening lager ligt dan de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) dan geldt de GHG als ondergrens. ,

,

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

8

M230241. 001. R1/ASA

Voor het projectgebied

geldt een gevoeligheidsfactor van 1 (bron: Waterschap Aa en Maas)

Beleidsregels; Art. 13. 4. 3. Voorzieningen De afvoer uit een voorziening mag maximaal 2 l/s/ha zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van een kleinere opvangcapaciteit omdat infiltratie in de voorziening plaatsvindt moet de voorziening binnen vijf dagen waarbinnen maximaal 2 mm hemelwater per etmaal is gevallen leeggelopen zijn. Voor de totale uiteenzetting van de bergingsnorm en de bijhorende richtlijnen wordt verwezen naar de Keur Algemene regels en beleidsregels 2015 en de notitie ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater Brabantse Waterschappen’ van 9 december 2014. ,

,

,

,

3. 4

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Buitengebied De Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek is vastgesteld op 15 december 2022 onder de titel 'zonder ruimte geen beweging'. In de Omgevingsvisie is het beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn integraal omschreven voor het buitengebied van de gemeente Laarbeek. Er wordt daarbij ingezet op een gebiedsgerichte benadering om te komen tot het toekomstbeeld van een 'landelijke zelfbewuste gemeente met een aantrekkelijk en multifunctioneel buitengebied en goed woon- en leefklimaat'. Aan de hand van acht samenhangende gebieden met elk hun eigen ruimtelijk beleid is de gebiedsgerichte benadering vastgelegd. ,

Voorliggende locatie ligt binnen het ‘lintenlandschap’ waarbij onder andere wordt ingezet op beekdalversterking en reservering voor waterberging. Verder zijn geen concrete maatregelen opgenomen voor de planlocatie. ,

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Bij nieuwbouw bestaat voldoende flexibiliteit om ruimte voor wateropvang te creëren. Om de afvoer naar de riolering en/of het watersysteem te reduceren dient een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m² verhard oppervlak te worden aangebracht op eigen terrein. Deze eis geldt voor elk aan te ,

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

9

M230241. 001. R1/ASA

leggen afvoerend verhard oppervlak ongeacht de lozingssituatie; verhard oppervlak dat voorheen aanwezig was wordt niet in mindering gebracht op deze waterbergingsnorm. Bij toepassing van alternatieve voorzieningen (zoals groene daken) wordt de waterbergingsnorm gereduceerd op basis van de op dat moment geldende inzichten.

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

10

M230241. 001. R1/ASA

4

Afhandeling hemelwater In dit hoofdstuk zal in z’n algemeenheid worden aangegeven op welke wijze wordt beoogd met het hemelwater binnen het projectgebied om te zullen gaan na realisatie van de beoogde ontwikkeling.

4. 1

Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling is onder te verdelen in een aantal aspecten. Vanuit de shop is sprake van afvalwater van onder andere de sanitaire voorzieningen. Daarnaast is sprake van afvalwater van de vloeistofdichte vloer en de wasstraat. Dit afvalwater wordt via een slibvangput en olie- en bezineafscheider (OBAS) met controleput afgevoerd. Omdat ter plaatse van de Bosscheweg ter hoogte van het projectgebied geen riolering aanwezig is wordt er voor gekozen om het afvalwater te recyclen om daarna het schone afvalwater te bergen en te infiltreren in de aan te leggen wadi’s ter plekke (zie paragraaf 4. 3. 5). Voorkomen dient te worden dat het gerecyclede afvalwater in de sloten buiten het projectgebied terecht komt.

4. 2

Hemelwater onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal zonodig na beperkte oppervlakkige afstroming rechtstreeks infiltreren in de bodem.

,

,

4. 3

Hemelwater verhardingen Onderhavig projectgebied heeft een oppervlakte van circa 25. 400 m² waarvan een gedeelte (27%) zal worden bebouwd en verhard ten behoeve van het tankstation. De westelijke en zuidelijke punten van het perceel blijven onbebouwd en onverhard. In de huidige situatie is sprake van agrarische gebruik. De sloot ten westen is opgenomen als A-watergang op de leggerkaart van het waterschap Aa en Maas terwijl rond de rest van het perceel tevens een greppel/sloot aanwezig is. Deze sloten wateren af op het noordelijk gelegen Boerdonksche Aa. Verder is het perceel grotendeels vlak. ,

,

4. 3. 1 Oppervlakteverhardingen Ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van het tankstation zijn een aantal tekeningen opgesteld. Aan de hand van deze tekeningen kan het beoogde oppervlakte aan erfverharding en dakverharding worden bepaald. Het verharde oppervlak binnen de projectlocatie zijn onder te verdelen in een aantal componenten. Daarnaast wordt een oppervlak met erfverharding aangelegd als manoeuvreerruimte parkeerplaatsen en de in-/uitrit. Hierbij is ook een vloeistofdichte vloer rond de brandstofpompen opgenomen. Omdat voor deze vloer een eigen opvangsysteem is voorzien met een olie- en benzineafscheider (OBAS) is deze oppervlakte niet relevant voor de afvoer van hemelwater. Tevens is een groot deel van deze vloeistofdichte vloer afgedekt met een luifel. Voor de ,

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

11

M230241. 001. R1/ASA

oppervlakte aan dakverharding wordt verwezen naar de volgende paragraaf. Op grond van de ontwerptekeningen van de planvoornemen zijn de te verharden oppervlakten als

volgt: erfverharding

:

5. 989 m²

In totaal zal een maximaal verhard oppervlakte van 5. 989 m² mogelijk zijn op onderhavige locatie.

4. 3. 2 Dakverhardingen Ten behoeve van het tankstation zullen een aantal gebouwen/bouwwerken worden opgericht namelijk de shop de luifel boven de pompen de carwash inclusief de wasboxen en een transformator. Op grond van de ontwerptekeningen van de planvoornemen is de oppervlakte van de dakverhardingen als volgt te verdelen: ,

,

,

Shop/winkel luifel gebouw carwash transformator

:

TOTAAL

:

: : :

283 m² 363 m² 308 m² 8 m² 962 m 2

Het hemelwater van de dakverhardingen dat – bij gebruikmaking van niet-uitlogende bouwmaterialen – enkel schoon hemelwater betreft kan zonder tussenkomst van een bodempassage worden geïnfiltreerd in de bodem. Wel dient het hemelwater te worden gebufferd en vertraagd te worden afgevoerd. ,

,

Indien gewenst kunnen bedrijven het gebufferde hemelwater hergebruiken. 4. 3. 3 Hoeveelheden te verwerken hemelwater In totaal zal een maximaal verhard oppervlakte van 6. 951 m² (dak + erf) op onderhavige locatie worden gerealiseerd. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10. 000 m² kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m²) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (006 m). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m³). De rekenregel luidt dus als volgt: ,

Benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak (in m²) * Gevoeligheidsfactor * 006 (in m) ,

Vorenstaande impliceert vanwege voorliggend planvoornemen de volgende te verwerken

hemelwaterhoeveelheden: 6. 951 * 1 * 006 = 417 m³ ,

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

12

M230241. 001. R1/ASA

4. 3. 4 Ledigingstijd Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is als: 1. de doorlatendheid groter is dan circa 03 meter per dag;1 2. het grondwater dieper dan 05 à 07 meter beneden maaiveld aanwezig is; 3. het te infiltreren hemelwater niet is verontreinigd. ,

,

,

Door Aelmans ECO BV is een onderzoek naar de waterdoorlatendheid van de ondergrond uitgevoerd als input voor de te realiseren infiltratievoorzieningen. De volledige rapportage is bijgevoegd in bijlage 2. Op grond van dat onderzoek waarbij twee infiltratieproeven zijn uitgevoerd zijn de ,

,

volgende conclusies getrokken: • de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond varieert tussen de 042 en 047 meter per dag; • de gemiddelde hoogte grondwaterstand (GHG) bevindt zich op een diepte tussen 040 en 060 meter beneden maaiveld (zie onderstaande afbeelding); • de doorlatendheid van de diepere ondergrond (vanaf 43 m – mv) is met 25 – 50 meter per dag echter goed; • door het aanbrengen van een zand- en slibvangsysteem kan het hemelwater worden gezuiverd alvorens te infiltreren. ,

,

,

,

,

,

,

Afbeelding GHG met ligging (bron: Kaartbank Provincie NoordBrabant

4. 3. 5 Mogelijkheden voor infiltratie De doorlaatfactor van de ondiepe ondergrond ter plekke van onderhavige plangebied is geclassificeerd als ‘matig’. De doorlaatfactor van de diepere ondergrond is echter goed. De

1 Infiltratie van

hemelwater is bij lagere waterdoorlatendheid ook mogelijk , mits hiervoor voldoende ruimte wordt gereserveerd om de geringe doorlatendheid te compenseren.

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

13

M230241. 001. R1/ASA

mogelijkheden voor infiltratie zijn in z’n algemeenheid als volgt: 1. Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow). 2. Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers putten en of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is ter hoogte van de beide testen voldoende. 3. Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. Dit behoort zeker tot de mogelijkheden de doorlatendheid van de diepe ondergrond zal met toename van de diepte ook toenemen. Vanwege mogelijk kleivoorkomen in de ondergrond zal dat dan wel beneden NAP +9 meter (= 43 m-mv) moeten plaatsvinden. ,

,

,

,

,

Voor onderhavige locatie is gekozen voor een wadi/opvangvoorziening van voldoende capaciteit waarin het hemelwater tijdelijk wordt opgevangen in combinatie met infiltratiepalen waardoor het hemelwater kan infiltreren in de diepere ondergrond. De mogelijke globale ligging van de opvangvoorziening/wadi is geschetst in de onderstaande afbeelding. Voor dit project is gekozen het hemelwater in twee voorzieningen/wadi’s op te vangen alwaar het kan infiltreren in de bodem. De wadi’s zijn een belangrijk aspect in het landschappelijk inpassingsplan en vormen een onderdeel van de landschappelijke inrichting van de locatie. De ligging en (principe)doorsnedes van de wadi’s wordt gevisualiseerd in onderstaande afbeeldingen.

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

14

M230241. 001. R1/ASA

Ligging wadi’s A en B binnen het projectgebied Principeprofiel wadi’s

Ter plekke worden twee wadi’s aangelegd waarbij wadi A een capaciteit heeft van 347 m³ en wadi B 248 m³ (totaal: 595 m³). Daarmee wordt voorzien in een hemelwatervoorziening met voldoende capaciteit (meer dan de benodigde 417 m³) waardoor extreme pieken in neerslag beter kunnen worden verwerkt. ,

,

Per voorziening/wadi is de leeglooptijd bepaald.

Leeglooptijd voorziening A Berging totaal: 347 m³ Deze koffers kunnen worden gekoppeld aan vier grindpalen. Bij het aanleggen van de hemelwatervoorziening dient een bladvanger en een calamiteitenoverloop te worden geïnstalleerd. Uitgangspunten voor de aan te leggen grindpaal voor het infiltreren van hemelwater zijn als volgt: • De goede doorlatende laag bevindt zich beneden de toplaag op 43 meter beneden maaiveld. Infiltratie vindt plaats in de deze goed doorlatende laag. De grindpaal heeft een lengte van 10 meter waardoor 57 meter van de palen zich in de goed doorlatende laag bevindt; • Het aantal toe te passen grindpalen is 4 stuks; • De grindpalen hebben een doorsnede van 1 meter; • De grindpalen bestaan uit een geperforeerde buis met een porositeit van 1; • De waterdoorlatendheid (K) van de diepere laag bedraagt minimaal 25 m/d; • De oppervlakte (A) van de grindpaal waardoor de infiltratie plaatsvindt is (1 x π x 57=) 17907 m²; • Het verval bedraagt 1 (i). ,

,

,

,

,

,

De infiltratiecapaciteit (per dag) kan worden berekend aan de hand van de volgende formule: Q = 4 *K * A * i Q = 4 * 25 * 17907 * 1 = 17907 m³/dag. ,

,

,

347 / 17907 = 193 dag = 4651 ,

,

,

uur

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

15

M230241. 001. R1/ASA

Leeglooptijd voorziening B Berging totaal: 248 m³ Deze koffers kunnen worden gekoppeld aan drie grindpalen. Bij het aanleggen van de hemelwatervoorziening dient een bladvanger en een calamiteitenoverloop te worden geïnstalleerd. Uitgangspunten voor de aan te leggen grindpaal voor het infiltreren van hemelwater zijn als volgt: • De goede doorlatende laag bevindt zich beneden de toplaag op 43 meter beneden maaiveld. Infiltratie vindt plaats in de deze goed doorlatende laag. De grindpaal heeft een lengte van 10 meter waardoor 57 meter van de palen zich in de goed doorlatende laag bevindt; • Het aantal toe te passen grindpalen is 4 stuks; • De grindpalen hebben een doorsnede van 1 meter; • De grindpalen bestaan uit een geperforeerde buis met een porositeit van 1; • De waterdoorlatendheid (K) van de diepere laag bedraagt minimaal 25 m/d; • De oppervlakte (A) van de grindpaal waardoor de infiltratie plaatsvindt is (1 x π x 57=) 17907 m²; • Het verval bedraagt 1 (i). ,

,

,

,

,

,

De infiltratiecapaciteit (per dag) kan worden berekend aan de hand van de volgende formule: Q = 4 *K * A * i Q = 3 * 25 * 17907 * 1 = 13430 m³/dag. ,

,

,

248 / 13430 = 184 dag = 4432 ,

,

,

uur

In de voorzieningen wordt alleen schoon hemelwater opgevangen waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. ,

4. 3. 6 Afstand tot bebouwing Ter bescherming van (funderingen) van bebouwing dienen mogelijke hemelwatervoorzieningen te worden gerealiseerd op een afstand van minimaal 2 meter (bij funderingen op staal). Indien sprake is van kelders/souterrains dient een afstand van minimaal 2 meter tussen maaiveld en onderkant keldervloer te worden gehanteerd. Genoemde afstanden kunnen worden verkleind indien beschermende maatregelen worden getroffen.

Voorliggende wadi met infiltratievoorziening is gelegen op ruimere afstand dan 2 meter ten opzichte van (te realiseren) bebouwing. Derhalve hoeven geen aanvullende beschermende maatregelen te worden getroffen.

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

16

M230241. 001. R1/ASA

5

Conclusie

en

aanbevelingen

Het doel van voorliggend document is het geven van een toelichting op de van toepassing zijnde wateraspecten in relatie tot de beoogde nieuwbouw van een tankstation ter plekke op te locatie Bosscheweg ong. te Beek en Donk. Het hoofddoel van voorliggend document is om te onderzoeken op basis van het vigerende waterbeleid of de wateraspecten een belemmerende factor vormen voor de planontwikkeling an sich. ,

,

,

Uit voorliggende waterparagraaf blijkt duidelijk dat diverse regelgeving voor wat betreft de waterhuishouding van toepassing is binnen onderhavig plangebied. Uit de diverse beleidstukken (nationaal provinciaal gemeentelijk en van het waterschap) blijkt dat het voornemen plaatsvindt in een gebied met een of meerdere waterschapsbelangen. Enkele werkzaamheden zoals het verrichten van handelingen als aanbrengen van oppervlakteverharding zijn vergunningsplichting door de nabijheid van een A-watergang zoals vastgesteld in de Keur. ,

,

,

,

,

De totaal te verwerken hoeveelheid hemelwater vanwege de beoogde ontwikkeling bedraagt circa 417 m.3 Het hemelwater wordt opgevangen in twee wadi’s met een gezamenlijke capaciteit van 595 m³ alwaar het middels grindpalen kan infiltreren in de diepere bodem (43 m-mv). Op basis van de waterdoorlatendheid ter plekke (minimaal 25 m/d) is de verwachte leeglooptijd 4432 – 4651 ,

,

,

,

uur.

Gelet op voorliggende waterparagraaf behoeft als gevolg van het realiseren van onderhavig bouwplan geen problemen te worden verwacht met betrekking tot het aspect waterhuishouding.

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

17

M230241. 001. R1/ASA

6

Bijlagen 1) 2)

Resultaten digitale watertoets; Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Bosscheweg ong. te Beek en Donk Aelmans ECO BV. rapportnummer: E204088. 007/RKR

,

,

Waterparagraaf Tankstation Bosscheweg Beek en Donk Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

18

Transect-rapport 5063

Beek

en

Donk, N279-Bosscheweg

Gemeente Laarbeek (NB)

Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P)

tra nsect

(geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ||

»

ARCHEOLOGISCH

ONDERZOEK ADVIES

T:

030-7620705

#:

020-7620706

e:

(geanonimiseerd) Me

ensen:

Colofon Titel

Beek Een

Archeologisch

middel

Rapportnummer

Donk, N279-Bosscheweg. Gemeente

en

Proefsleuven

van

Transect-rapport

5063

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Versie

Versie

Datum

19-12-2023

Projectnummer

23090093

Onderzoeksmelding

5478852100

Opdrachtgever

Laarbeek

Inventariserend Veldonderzoek

(NB).

door

(IVO-P})

1.1

Vissers

Energy Group

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Uitvoerder

Transect

b.v.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Bevoegde

overheid

Gemeente

Laarbeek

bevoegde

overheid

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |

Toetsing rapport bevoegde

overheid

| Nog niet goedgekeurd

Adviseur

Beheer

namens

en

plaats

documentatie

Omslagafbeelding

Transect

b.v, Nieuwegein

Foto

de

van

aanleg van

Datum

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

19-12-2075

nn

Archeoloog (actorregistratienummer 92432055) Senior KNA

ISSN:

archeologisch

vlak

(geanonimiseerd)

Autorisatie Naam

een

2211-7067

© Transect b.v, Nieuwegein Niets op

uit deze

welke

uitgave

wijze

dan

mag

Transect aanvaardt geen adviezen of het

gebruik

vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers.

worden

ook zonder

aansprakelijkheid voor eventuele van

de resultaten

van

schade voortvloeiend

dit onderzoek.

uit de

van

druk, fotokopie of

toepassing van

de

transect bp

ARCHEOLOGISCH

T:

030-7620705

#:

020-7620706

e:

(geanonimiseerd) Me

(geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 1 |

ONDERZOEK ADVIES

ensen

Samenvatting In

opdracht van

Vissers

Energy Group

heeft Transect b.v. in november

proefsleuvenonderzoek uitgevoerd

in een

plangebied

(gemeente Laarbeek).

voor

dit onderzoek is het

bouwen

aanleiding

De

bedrijfsbebouwing, erfverharding en

met

onderzoek

is archeologisch

noodzakelijk

de

aan

voornemen

om

archeologisch te Beek en

van

Donk

tankstation te

een

Gezien de voorgenomen

de aanvraag

van

een

N279-Bosscheweg

wadi.

een

in het kader

2023

bodemingrepen,

omgevingsvergunning.

een

Vooronderzoek heeft

In 2021

bestaande

Econsultancy daarom

uit

een

archeologisch

en

een

bureauonderzoek

een

plangebied sprake

Bekende randen

vindplaatsen is

relatief nat

een

basis

de beekdalen

van

met

en

vaak door

sprake

van

een

middelhoge verwachting

en

met

het

Neolithicum,

sporen

van

landgebruik.

er

off-site fenomenen

Op

basis

en

waarderend

van

onderzoek

en

deze gegevens

en

een

de rand

aan

werden

fase

een

Op

dat

basis

hoge het

van

kampementen

uit het

op het aantreffen

middelhoge verwachting

er

beekdal.

laten zien dat de

van

(d.m.v.

is vastgesteld

van

bezocht

op het aantreffen

plangebied,

verkennende

het Neolithicum

rendierjagers

Laat-Paleolithicum tot

in het

het vooronderzoek

van

dekzandlandschap

uit het Laat-Paleolithicum tot

weerszijden

aan

landschap

is van

uitgevoerd

inventariserend veldonderzoek,

boringen) (BO-IVO: (geanonimiseerd) HN < NN (geanonimiseerd) 2021). op in het

vooronderzoek

van

heeft de

bevoegde overheid besloten dat in het plangebied een karterend archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uitgevoerd moest worden. Met dit

kan worden

aangetoond

deze resten al dan niet

of er in het

plangebied sprake

behoudenswaardig zijn, en

onder welke

is van

of

archeologische resten,

randvoorwaarden

behoud

mogelijk

is.

Resultaten

Tijdens

het

proefsleuvenonderzoek zijn acht proefsleuven aangelegd

770 m?. Het

archeologische

niveau

Paleolithicum —Neolithicum

werden

de Nieuwe

Tijdens niet

Tijd

werden

De top

van

egalisatiewerkzaamheden. uit de

20e

eeuw

en

een

het

en

niet-verspoeld

(niet-verspoelde)

In dit dekzand

tweetal

en

met

en

dekzand dekzand

zijn uitsluitend

(gefragmenteerde) betreft

sporen

een

totale

verwacht.

landgebruik

van

oppervlakte

van

Uit het

Laat-

Uit het

Neolithicum

verwacht.

aangetroffen

uit de

20e-eeuwse

Late

ploegkrassen van

activiteit

en/of

Nieuwe

sloot/greppel.

besluit

vindplaats,

Het

en

menselijke

Middeleeuwen

Op basis van de waardestelling is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van behoudenswaardige vindplaatsen. Er is een spoor aangetroffen, waardoor er sprake is van dat het

—

aangetroffen. Beekdalafzettingen zijn is verstoord door

resten

vondsten

een

beekdalafzettingen.

seizoensgebonden kampementen

tijd. Het enige archeologische grondspoor Advies

in de dekzand- of

daarnaast off-site fenomenen

het onderzoek is verspoeld

aangetroffen.

werd verwacht

deze

maar

plangebied

bevoegd

vindplaats

voor

onverhoopt minister

Onderwijs,

van

Archeologische

Laarbeek,

archeologische Cultuur

vondsten

ONDERZOEK

neemt

»

ADVIES

en

inhoudelijke

wordt

vrijgegeven.

op basis

van

dit advies

kwaliteit. Daarom

een

adviseren

wij

selectiebesluit. Indien

aangetroffen, geldt wettelijke meldingsplicht bij de conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11. en Wetenschap, zaken worden

dienen daarnaast

transect ARCHEOLDGISCH

laag in fysieke

toekomstige ontwikkeling

gezag, gemeente toch

scoort

een

gemeld

een

te worden

bij het bevoegd

gezag.

Inhoud 1.

Aanleiding

2.

Vooronderzoek

3.

Aard, doel en onderzoeksvragen.

4.

Onderzoeksmethodiek

5.

Resultaten veldonderzoek

6.

Conclusies, waardestelling en selectieadvies

7.

Geraadpleegde bronnen

Bijlage 1.

Archeologische periode-indeling voor Nederland

Bijlage 2.

Luchtfoto

Bijlage 3.

Allesporenkaart

. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

23

Bijlage 4.

Vlaktekeningen

.. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

24

Bijlage 5.

Sporen- en lagenlijst

Bijlage 6.

Vondstenlijst.

Bijlage 7.

Beantwoording onderzoeksvragen

. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

.. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

.. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

5 7 9

11 14

.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

17

. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

20

.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

21

.. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

22

.. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

35

. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

36

.. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

37

6

Aanleiding

1.

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Laarbeek

Plaats

Beek

Toponiem

N279-Bosscheweg

Kaartblad Perceelnummer(s)

S1F

Donk

en

t/m

BEEO1-F-2497

(onderzoeksgebied: delen

2500

t/m

2497

van

2499) Centrumcoördinaat

171.104

Oppervlakte plangebied

ca.

Huidig grondgebruik

opdracht van

Grasland

Vissers

Energy Group

proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (gemeente Laarbeek). bouwen

met

een

2,5 ha

| ca. 7.700 m?

Oppervlakte onderzoeksgebied

In

/ 395.790

De

winkel,

heeft Transect b.v. in november

in een

plangebied

voor

dit onderzoek is het

aanleiding

wasstraat,

een

de

aan

N279

2023 de

en

archeologisch

een

Bosscheweg

voornemen

om

een

te Beek en

slipput, wasboxen, toiletvoorzieningen, stallingen voor

een

boedelbakverhuur,

parkeerplaatsen, ondergrondse opslagtanks, een bovengrondse opslagtank,

waterstofinstallatie

en

worden

De

het

aangelegd.

brandstofleidingen.

Bovendien

verstoringsdieptes

zullen variëren

zal ten noorden

onderzoeksgebied (bijlage 1; | (geanonimiseerd) 2023, 34).

bomen

geplant.

Volgens 2022)

het

Naast de

verstoringen

wordt het

plangebied

0,8

van

tot

het tankstation

-Mv

m

plangebied opgehoogd.

een

een

wadi

zullen

plaatsvinden

worden

daarnaast

en

deels

in

gemeente Laarbeek” (29-09-

Monumenten

en

van

5

Elders in het

plangebied

paraplubestemmingsplan “Archeologie

heeft het

Donk

tankstation te

dubbelbestemming archeologie. Op de archeologische beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Dit houdt in geen

van

de gemeente

dat

Laarbeek

archeologisch onderzoek verplicht

500 m?. De

verstoringsdieptes

onderzoek

in het kader van

is bij

zullen deze

de

bodemingrepen dieper

dan 50

vrijstellingsgrens overschrijden,

-Mv

cm

en/of groter

waardoor

omgevingsvergunningaanvraag noodzakelijk

dan

archeologisch

is.

In februari 2021 heeft

(geanonimiseerd) &

|

Econsultancy een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied (geanonimiseerd) MN 2021). De omgevingsdienst heeft op basis van het vooronderzoek een

selectieadvies

2023). opgesteld (13-09-2023: (geanonimiseerd) |

van

een

middelhoge verwachting

middelhoge verwachting op met

het

op het aantreffen

Neolithicum

het aantreffen

(geanonimiseerd) 2023, 3-4). |

aanwezig zijn. De omgevingsdienst voeren

in het

plangebied,

in de

heeft

vorm

van

blijkt dat er in het plangebied sprake

off-site

sporen. Bovendien

vuursteenstrooiingen uit

van

Deze

resten

geadviseerd een

Hieruit

van

kunnen

een

geldt

er

het Laat-Paleolithicum tot

aantal

meter

en

aangetoond

of

waarderend

en

onder het maaiveld

archeologisch vervolgonderzoek

om

karterend

is

een

uit te

archeologisch

proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Met dit proefsleuvenonderzoek

archeologische resten, behoud

mogelijk

Programma

van

of deze resten

is. Het Eisen

proefsleuvenonderzoek

vervolgstappen.

transect ARCHEOLDGISCH

ONDERZOEK

»

ADVIES

en

wordt

is

uitgevoerd

de eisen

Archeologie, versie

beschreven

er

in het

behoudenswaardig zijn, en

(PvE: (geanonimiseerd) 2023), |

Kwaliteitsnorm Nederlandse

proefsleuvenonderzoek

kan worden

4.1

een

van

de

(KNA 4.1).

advies

plangebied sprake

onder welke

randvoorwaarden

conform

het daartoe

bevoegde

overheid

In dit rapport

geformuleerd

over

is van

zijn

opgestelde en

de

de resultaten

de al dan niet te

van

het

nemen

Figuur 1. Topografische kaart met de locatie van het plangebied.

6

2.

Vooronderzoek: Eerder

uitgevoerd

Bureau-

onderzoek

booronderzoek

en

Uitvoerder

Econsultancy

Uitvoeringsperiode

2021

Uitvoeringsmethode

Bureauonderzoek

Rapportage

inventariserend veldonderzoek,

en

verkennende

fase d.m.v.

(geanonimiseerd) TP.

&

(geanonimiseerd) 2021.

bureauonderzoek

Bosscheweg

boringen

Beek

te

Archeologisch

verkennend booronderzoek N279-

en

Donk.

en

Econsultancy Rapport

8943.006, Swalmen.

Onderzoeksmeldingsnummer

4714616100

Vondsten/monsters/documentatie

& 4714624100

Digitaal: E-depot,

Archis3

Vondstdocumentatie:

2.1.

Landschappelijke achtergronden

Het

plangebied ligt in het Brabants zandgebied. Volgens

ligt het plangebied dekzand

is in het

ter

hoogte van

dekzand

laat-pleniglaciaal

het

en

(Formatie

is

sprake van Jong dekzand.

vlaktes, depressies, koppen het

landschap opgevuld.

delen

Als

gevolg

het dekzand

van

Het noorden

het

van

het in het

Dit zand werd

volgens

de kaart in een

beekdal

van

afzettingen

de

het

Jong

dekzand

bestaan

Aa.

uit

veenvorming plaatsgevonden.

Nederland

van

Wierden).

van

de laatste

van

voorjaar vervolgens

wordt

heeft met

afsmelten in de

Het

ijstijd,

van

enkeerdgrond.

De

Langs

zijn uit

veen

kaart op van

het

het

de

van

hogere

het

van

dekzandrug

die

onderzoeksgebied ligt behoren

en/of Weichselien

de beek heeft

In het

delen

werden

een

het

door

lagere

delen

beekafzettingen

Dit beekdal is ontstaan in het Saalien

Dit kan onder andere

de

sneeuw,

lagergelegen

Het zuiden

grind, zand, klei en leem.

gekenmerkt

name

geomorfologische

de

lagergelegen beekoverstromingsvlakte.

Boerdonksche

kunnen

hoge

een

zwarte

11.755)

—

Dit dekzand

onderzoeksgebied ligt volgens

al dan niet is afgedekt door

Boxtel; Laagpakket

van

van

ruggen.

verspoeld. landschap afgezet (verspoeld dekzand). van

overzichtskaart

droge omstandigheden verstuiving plaats.

en

Het reliëf

langgerekte

en

geologische

laat-glaciaal (26.000

Weichselien, afgezet. Hierbij vand onder koude

plangebied

de

geen vondsten

tot het

en

de

(plaatselijk)

Bglling-interstadiaal

(Bgllingveen). Het

onderzoeksgebied ligt volgens

enkeerdgronden (Aap-horizont), zijn ontstaan Onder het

Atlanticum)

ontstaan.

daarnaast

15 tot 40

Hoogtebestand

1

Teksten

in

zand bestaan.

siltig fijn

komt vaak dekzand

heeft in het dekzand

podzolbodems

horizont

grotendeels in een

zone

met

hoge

Dit zijn oude

zwarte

bouwlanddekken

die

de Late Middeleeuwen door akkerophogingen bovenop pleistocene zandgronden.

bouwlanddekken

podzolbodems zijn geen

uit zwak

vanaf

dergelijke

bodemkaart

de bodemkaart

die

cm

beekeerdgronden, dik is. De

Nederland

Deze

rond

13,5

ARCHEOLDGISCH

ONDERZOEK

»

ADVIES

het

van

eveneens

gronden

dit hoofdstuk zijn grotendeels geschreven

(geanonimiseerd) VE 2022 en net Pvc (geanonimiseerd) ON 2023).

transect

die

maaiveldhoogte

(AHN3)

het Holoceen

(vooral vanaf

bodemvorming plaatsgevonden, waarbij zogenaamde

In het uiterste zuiden

voorkomen.

Gedurende

voor.

m

hebben

onderzoeksgebied liggen volgens

bestaan A-

en

uit zwak

siltig fijn zand,

in het

onderzoeksgebied ligt op (www.ahn.nl).

van

waarin

C-bodemhorizonten, waarbij de A-

+NAP

op basis

en

de

de informatie geleverd

in

basis

van

het Actueel

het vooronderzoek

(geanonimiseerd) & |

2.2.

Archeologische

waarden

Voor wat betreft de bureau-

archeologie

booronderzoeken

en

landgebruik

in de

omgeving

beschikbaar.

het

van

plangebied zijn met name archeologische archeologische begeleiding heeft sporen van

Een enkele

Tijd opgeleverd (geanonimiseerd) EN < NN (geanonimiseerd) 2021. 8-10). Bij andere in de omgeving van het plangebied zijn ook sporen van off-site fenomenen aangetroffen

uit de

onderzoeken

Nieuwe

(geanonimiseerd) 2006). Bekende vindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum laten | zien dat de De

hoge

randen

weerszijden

aan

vuursteenvindplaatsen

interstadialen

zijn gevormd zelf (geanonimiseerd) BN 2023, 4). 2.3. Historische

en

wel

achtergronden

en

De middeleeuwse

bewoning

hogere

de

delen

van

de beekdalen

van

bevinden zich

in

begraven

de randen

aan

huidig gebruik en Donk (e.o.) Vanaf

dekzandruggen.

bevond

1300-1500

de

tijdens

werden

Bglling

en

zich

in de

verplaatste

Vroege

deze

Allergd het beekdal

van

Middeleeuwen

bewoning

<

bezocht.

zich

op de

naar

(geanonimiseerd) 2021. 11). Op MN gehele plangebied continue in gebruik is geweest als bouw- en/of < (geanonimiseerd) grasland (geanonimiseerd) MN MN 2021. 12-13). Aan de Bemmerstraat, meer dan 250 meter ten oosten lagergelegen 19°

en

20°

van

het

landschap (geanonimiseerd) WN

rendierjagers

het beekdal of in afzettingen

van

Beek

van

vaak door

bodems die

delen in het

plangebied,

2.5. Verkennend

is de

dichtstbijzijnde

booronderzoek

met

opgebracht

of geroerd

het

zich

onderzoeksgebied

siltig zand

(30

voor

cm

In het centrale

en

-Mv:

ca.

13

noordelijke

deel

vooronderzoek duidt erop dat het

onderzoeksgebied

en

110

cm

dat

vermoedelijk

doeleinden. In dit

(Ap-horizont) gevormd. C-horizont

een

Dit betreft de top het

van

van

onderzoeksgebied Onder

(c. 12,5

-Mv

bestaat.

dit

tot

van

laag

is onder de

pakket is een C-horizont

12,3

in een relatief nat

aangetroffen

een

In

+NAP).

m

in

Het

dekzandlandschap ligt.

Gespecificeerde archeologische verwachting

In het

plangebied geldt

het Laat-Paleolithicum

(ca.

+NAP).

13

+NAP)

m

Uit het

verwacht.

niet

uit

verwacht de top

(middel}hoge verwachting

een

en

Laat-Paleolithicum

van

perioden

de

sporen

zullen

van

met

ONDERZOEK

»

plangebied

bovendien

zich met

name

zoals

t/m

sporen

van

de

Nieuwe

van

archeologische

van

het

plangebied

cm

-Mv

(c. 12,5 tot 12,3 m

resten

op 30-40

uit

cm

grondsporen

uit deze

perioden

-

seizoensgebonden kampementen haardplaatsen

door

Tijd

een

strooiing

worden

worden van

aangetroffen.

bewerkt vuursteen

daarnaast off-site fenomenen

greppels. Naar verwachting zullen de meeste sporen zich in beekdalafzettingen aftekenen. Het aantreffen van een

het dekzand

ADVIES

op 90-110

kenmerken

of de

transect ARCHEOLDGISCH

het

het Neolithicum worden

kunnen

landgebruik

C-horizont

nederzettingsterreinen

t/m

van

Uit het Neolithicum

van

op het aantreffen

Dit niveau wordt in het zuiden

in het noorden

grondsporen. en

Tijd.

Nieuwe

—

Uit het Mesolithicum

Resten uit deze en

90

dekzandafzettingen

dikke bouwvoor

opgebracht/geroerd pakket aangetroffen. tussen

Mv

cm

+NAP).

m

dekzandafzettingen aangetroffen

2.6.

historische kaarten.

pakket

landbouwkundige

30 tot 40

een

uit

is direct onder deze bouwvoor

à 40

dikker

een

een

egalisatiewerkzaamheden

matig fijn beekdalafzettingen. bouwvoor

te zien op

ondergrond

van

opgebrachte/geroerde pakket heeft van

bebouwing

is vastgesteld dat de

Direct onder het maaiveld is sprake

zwak

historische

booronderzoek

In het verkennend

het zuiden

kaarten uit de

is te zien dat het

eeuw

samenhangt

historische

is onwaarschijnlijk.

3.

Aard, doel

Het doel

van

opsporen

en

voor van

de

dit onderzoek is het toetsen het waarderen

mogelijk,

zover

eventueel

van

zodanig

Middeleeuwen

die anders niet

goed

dient de vraag te worden

datering,

als

archeologische verwachting

Tijd, zoals gedempte

vindplaats zijn aan

beantwoord of in het

door het

Het onderzoek

resten.

gaafheid, conservering

omvang,

Daarnaast worden

resten.

Nieuwe

—

de

van

aanwezige archeologische

inzicht geven in de aard,

uit de Late

gedocumenteerd,

aanvullen

en

mogelijk aanwezige archeologische

elementen

Als

onderzoeksvragen

en

moet,

begrenzing

en

cultuurlandschappelijke sloten

te merken

en

perceelgreppels

te waarderen.

en

plangebied archeologische vindplaatsen

aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Het plangebied ligt aan de flanken van een beekdal, waar Laat-Paleolithische vindplaatsen aanwezig kunnen zijn. Zo wordt er (Laat-Glaciaal) Bgllingveen verwacht. Volgens de Regionale Onderzoeksagenda

is het

wenselijk

dat hier aandacht

wordt

aan

landschappelijk perspectief (geanonimiseerd) 2023, 13). |

Deze punten

de

van

volgende onderzoeksvragen

worden 1.

uit het

Programma

geschonken worden

vanuit

een

onderzocht

aan

de hand

die

in

(PvE: (geanonimiseerd) 2023), |

Eisen

van

bijlage 7

beantwoord:

Zijn erin

het

plangebied archeologische

resten

aanwezig

in de

vorm

grondsporen, en/of

van

vondsten? Hoe ziet de Wat

bodemopbouw

is de aard,

grondsporen 4.

en

Welke

Welke

En in hoeverre is er

categorieën

plangebied

vondstmateriaal mate

en

en

Hoe verhouden

8.

_Watis de relatie met

9.

Wat en

van

is de

gehad

van

zijn aanwezig

voorkomen

op de

fysieke

aanwezige archeologische resten,

van

(dis-)continuiïteit in welke

mate

(ook

in relatie tot

over

het

en

processen

vanuit de toestand

kwaliteit

elkaar)? het

van

de

van

de

vondstcontexten?

deze vraag

gebruik van

archeologische resten,

vindplaats;

Iser

13.

onderzoeksgebied kan dit veen verwacht worden? Hoe is de stratigrafie in antropogene zin? Is er sprake

Bgllingveen aanwezig

Wat

zijn

in het

In welke

archeologische

resten?

is hier de

wat

de

(gaafheid

KNA-waarderingssystematiek).

bodemcondities

en

toekomstig gebruik

verklaring voor (verstoord,

onderzoeksgebied?

de kenmerken

ruimtelijke spreiding

verticale vlak?

resten

in situ?

12.

een

resten?

aangetroffen archeologische

Bij afwezigheid van verwacht, e.d}?

cultuurlagen?

en

in hoeverre

(een) behoudenswaardige archeologische vindplaats(en)?

van

van

van

11.

is de

gebruik

zijn te onderscheiden en

bewoningsgeschiedenis

Is sprake

Zijn mogelijkheden voor behoud

Wat

in gebruik/bewoning?

het vondstmateriaal

omliggende historische/archeologische inhoudelijke

en

(Maak voor het beantwoorden

15.

de

van

intact?

de onderzoeksresultaten zich tot de resultaten uit het vooronderzoek?

conserveringsgraad)? er

sprake

depositionele en post-depositionele

hebben deze invloed

14.

in hoeverre is deze

in het verleden?

7.

10.

eruit

_ Wat is de datering van de archeologische resten op basis van (chrono-)stratigrafie en

Wat zegt de aard

6.

plangebied

diepteligging, samenhang en spreiding structuren (horizontaal en verticaal)?

typochronologie? 5.

in het

van

de

Zo

ja, in welke (andere)

van

ander

landschap

delen

van

loopvlakken, ophogingslagen

stratigrafische

eenheden

wat

en

is de

het

of

datering?

van

de

archeologische resten, zowel in het horizontale als

geologische

en

bodemkundige

eenheden

dan wel

lagen

dan

bevinden

zich de

precieze situatie met betrekking tot de gaafheid en conservering van de archeologische vondsten/sporen? In welke mate hebben agrarisch gebruik, waterbeheersingsmaatregelen of Wat

is de

andere antropogene

ingrepen geleid

transect ARCHEOLDGISCH

ONDERZOEK

»

ADVIES

tot

aantasting

of verstoring

van

de

vindplaats?

16. 17.

18. 19.

20.

Kan er aan de hand van ecologische resten uit dieper gelegen sporen informatie verkregen worden over het (cultuur)landschap? Is er een cultuur- of veenlaag aanwezig? En zo ja, kan aan de hand van archeologisch vondstmateriaal uit het veen of de cultuurlaag een uitspraak worden gedaan over de ouderdom en/of de vorming van de laag? In hoeverre zijn de aangetroffen bodemlagen geschikt voor een palynologische reconstructie van de vegetatie- en gebruiksgeschiedenis van het terrein? Wat is de betekenis van het veen voor de conservering van organische archeologische resten (bijvoorbeeld voorwerpen van been, bot en gewei, houtconstructies) en archeobotanische en archeozoölogische resten? In welke secties van de beekdalen kunnen we nog deposities en gerelateerde verschijnselen (constructies voor beekdalovergangen) verwachten?

10

Onderzoeksmethodiek

4.

Het veldwerk

is

uitgevoerd

op 28

29 november

en

2023

(geanonimiseerd) MN (sr KNA Archeoloog MA) en

door

(geanonimiseerd) (veldmedewerker en archeoloog MA; beide werkzaam bij Transect b.v). Tijdens het | veldonderzoek bestond Het onderzoek

betreft

het

plangebied

proefsleuvenonderzoek.

een

Kwaliteitsnorm Nederlandse Veldonderzoek

Archeologie (KNA,

(landbodems)

proefsleuven,

waarvan

uit akkerland.

zeven

aangelegde werkputten zijn

Proefsleuven

—

25

van

bij

conform

4.1) onder

(IVO-P).

4 meter

het

Deze onderzoeksmethode valt in de

versie

Conform

(700 m?), en

puttenplan

Protocol 4003, Inventariserend

het één

uit het

PvE werd van

18

Programma

uitgegaan

bij

4 meter

van

Eisen

acht

van

(70 m?). De

aangelegd (PvE:

(geanonimiseerd) 2023. 36). TN proefsleuven zijn aangelegd en laagsgewijs verdiept tot op vlak 1 op circa 12,9 tot 12,3 m +NAP (circa 40-100 cm -Mv). Dit vlak is aangelegd in de top van de C-horizont van het (Jong of Oud) dekzand De

(S3000; 53001; S3002

of 53100).

In

werkputten 6, 7 en 8 is daarnaast

met

tot

+NAP

m

glad snijvlak.

een

boven

11

het

Het betreft

tweede

een

m

De bodem

archeologisch

is verdiept in

relevante niveau

die

vlak

aangelegd

op

11,3 (2,3 -Mv). kijkgaten, zijn aangelegd (S5000). Op basis van instortingsgevaar zijn deze in het kader van de veiligheid niet dieper aangelegd (figuur 4). De vlakken zijn aangelegd met behulp van een graafmachine, voorzien van een gesloten bak circa

lagen

maximaal

10 tot 20

lagen

maximaal

van

is verdiept in

in verspoeld dekzand

van

Vanaf circa

cm.

2 tot 5

als

zodanig tijdig worden gesignaleerd en zo intact mogelijk worden gedocumenteerd. Ook die manier vondsten (in situ} systematisch in kaart worden gebracht. Tijdens de vlakaanleg gemaakt

van

metaaldetector

een

schep opgeschaafd

Het vlak is met de

leggen.

Na het

eventuele metaalvondsten

om

nemen

snZN06662100111;

de vlakfoto’s

van

de spoorcontouren

om

kalibratienummer

zijn sporen KALO14021).

met

bodemopbouw

minimaal

2

uiteindes

breed.

m

plangebied

is gedocumenteerd

de

van

1,5

m

breed

in de meest

van

de putcontouren,

twee

6

zijn vastgelegd

in de

kijkgaten

De

wand

vlakhoogten, maaiveldhoogten,

van

bodemlagen

en

per

in het zuiden

de

van

profielkolommen zijn gefotografeerd

(spoor-)vullingen,

sporen kunnen

worden

geen

kansrijke/relevante

sporen of

het

van

de de

profielkolommen

De sloot/greppel (S1} is niet gecoupeerd, aangezien bij plastic opleverde. Tijdens het veldonderzoek zijn geen grondmonsters er

aan

ieder

van

werkput gezet. Op

locaties

deze

omdat

op de

werkput,

profielkolommen

van

getekend.

inclusie

sporen.

profielkolommen

t/m 8).

representatieve De

op

is gebruik

4).

en

(werkputten

(recente) sporengedocumenteerd.

van

op schaal 1:20 een

de hand

kunnen

scherp mogelijk (op foto) vast te dGPS digitaal ingemeten (serienummer

zijn diepe profielen aangelegd

werkputten zijn

vlaktekeningen zijn contouren

Bovendien

ieder minimaal

van

aan

3

cm

kunnen

zo

De resultaten hiervan

allesporenkaart (ASkK)en vlaktekeningen (zie bijlagen De

een

op te kunnen

10

Sporen

cm.

het

en

en

analoog

opschaven

genomen

uit

lagen zijn

aangetroffen. Vondsten

die

aan

verzameld. Om

gemaakt Figuren

van

2

metaalvondsten

een

gekoppeld, zijn per spoor(vulling) geregistreerd en doeltreffend te kunnen opsporen is tijdens het veldonderzoek gebruik

metaaldetector.

t/m 4 geven een impressie

van

de werkzaamheden

in

een

van

de

aangelegde werkputten.

11

transect ARCHEOLDGISCH

ONDERZOEK

»

ADVIES

Figuur 2. Overzichtsfoto van werkput 1 met ploegkrassen en S1.

12

(geanonimiserd)

Figuur 4. Aanleg

van

een

kijkgat in werkput

7.

13

transect ARCHEOLDGISCH

ONDERZOEK

» ADVIES

5.

Resultaten veldonderzoek

5. 1. Lithologie In het plangebied is sprake van een relatief nat dekzandlandschap, dat bestaat uit jong dekzand, oud dekzand en verspoeld (oud) dekzand. Direct onder het maaiveld is sprake van een moderne bouwvoor (S1000: Ap-horizont). In de basis van deze bouwvoor is sprake van een ploeglaag (S1100). Deze ploeglaag heeft ploegkrassen veroorzaakt in de top van het dekzand (figuur 2). In het westen van het onderzoeksgebied, werkputten 3, 5 en 6, is tussen de bouwvoor en de ploeglaag een sterk gelaagd pakket met sterk geroerde bodemhorizonten aangetroffen (S1001). Deze is waarschijnlijk ontstaan door egalisatiewerkzaamheden. Onder de ploeglaag is sprake van (niet-verspoeld dekzand). In dit dekzand is geen bodem aangetroffen, waardoor uitsluitend een C(g)-horizont is aangetroffen. Deze C-horizont verschilt in de hoeveelheid roestvlekken en in textuur (Zs2-Zs4). Het jong dekzand bestaat uit matig siltig zand (Zs2) en het oud dekzand bestaat uit sterk tot uiterst siltig zand (Zs3-Zs4). Het jong dekzand is lichtgeel (S3000) of grijs (S3002), het sterk siltige oude dekzand is lichtgrijs (S3001) of witoranje (S3100) en het onderste deel van het oude dekzand is donkergrijs (S4000). Deze kleurverschillen hangen nauw samen met de hoeveelheid roestvlekken in het dekzand.

Het oude dekzand concentreert zich in het westen en zuiden van het plangebied (werkputten 3, 5, 6 en 8), terwijl het jonge dekzand in de rest van het plangebied aanwezig is. Het verspoelde dekzand is onder het intacte dekzand aanwezig en kan zowel matig als sterk siltig zijn (Zs2 of Zs3). Het verspoelde dekzand bestaat uit twee lithostratigrafische eenheden: een jonger pakket met humusrijke spoellaagjes (S3004) en een ouder pakket met leemlaagjes en -brokken (S5000). Op de overgang van deze lagen is sprake van zandige deformatiestructuren (scheefstelling) die door kryoturbatie zijn veroorzaakt (figuur 6). Tot op vlak twee zijn geen beekdalafzettingen aangetroffen. Het verspoelde dekzand duidt erop dat de flank van de dekzandrug in eerste instantie is verspoeld, waarna nieuw dekzand is afgezet.

Figuur 5. Profiel 8. 2 met Oud Dekzand.

14

00

5a78bs2

we

16

Figuur 6. Profiel 8.2

met

(geanonimiseerd) en verspoeld (Oud) Dekzand. |

15

transect ARCHEOLDGISCH

ONDERZOEK

» ADVIES

5. 2. Diepteligging De maaiveldhoogtes variëren van 13,4 tot 13,2 m +NAP. De bouwvoor (S1000) is daaronder meestal circa 30 à 40 cm dik en de ploeglaag (S1100) niet meer dan 15 cm dik. De top van het niet-verspoelde dekzand ligt in werkputten 1, 2, 4, 7 en 8 volgens de profielkolommen rond 12,9 m +NAP. In de profielen van werkputten 3, 5 en 6 ligt de top van het dekzand rond 12,6 of 12,7 m +NAP. Dit zijn tevens de werkputten waar een sterk gelaagd pakket met geroerde bodemhorizonten is aangetroffen (S1001). Het dekzand zou in het westen van het plangebied iets lager kunnen hebben gelegen, waarna het gelaagde pakket (S1001) ontstaan is door egalisatiewerkzaamheden. De top van het verspoelde dekzand met spoellaagjes (S3004) ligt tussen 12,4 en 12,7 m+ NAP en ligt in zuidelijke richting (werkput 8) iets dieper. De top van het verspoelde dekzand met leemlaagjes (S5000) ligt in alle kijkgaten rond 11,9 m +NAP en reikt tot een diepte van minstens 11 m +NAP. 5. 3. Sporen Gedurende het onderzoek is één spoor (S1) aangetroffen in de top van het dekzand (figuur 2). Het betreft een sloot met een breedte van 3,5 meter en een humusrijke donkergrijsbruine vulling die bestaat uit matig siltig zand (Zs2). De sloot heeft vermoedelijk een west-oost oriëntatie en heeft een inclusie van plastic opgeleverd, waardoor het vermoedelijk gedempt is in de 20 e eeuw.

De sloot dateert daarom vermoedelijk uit de Late Nieuwe Tijd of is nog recenter in datering. 5. 4. Vondsten Bij de aanleg van de profielen zijn twee vondsten verzameld uit de bouwvoor (S1000; zie bijlage 6; figuur 7). Het betreft een fragment oxiderend aardewerk dat gecategoriseerd kan worden als roodbakkend aardewerk. Het fragment heeft een scherpe knik van de schouder naar de hals/rand, heeft vrij grove magering en heeft geen glazuur. Het fragment dateert mogelijk uit de Late Middeleeuwen (B), maar zou eveneens uit de Nieuwe Tijd kunnen dateren. Het andere fragment vertoont in- en uitwendig tinglazuur en betreft een fragment faience uit de Vroege tot MiddenNieuwe Tijd. Aangezien beide fragmenten afkomstig zijn uit de bouwvoor (S1000) en de ploegkrassen onder deze laag (S1100) ontstaan zijn in de 20 e eeuw, zijn deze fragmenten aardewerk afkomstig uit een secundaire (geroerde) context.

Figuur 7. Fragment faience (links) en roodbakkend aardewerk (rechts).

5. 5. Vindplaats De vindplaats bestaat uit een brede sloot die op basis van de omvang, donkere vulling en een inclusie van plastic uit de 20 e eeuw dateert. Het vondstmateriaal heeft een oudere datering dan de sloot, maar is afkomstig uit een secundaire (geroerde) context (S1000), die de sloot doorsnijdt.

16

6.

Conclusies, waardestelling en selectieadvies

6. 1. Conclusie Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn acht proefsleuven aangelegd met een totale oppervlakte van 770 m.2 Voorafgaand aan het onderzoek was er sprake van een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de perioden Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen. Het archeologische niveau werd verwacht in de top van de dekzand- of beekdalafzettingen. Uit het LaatPaleolithicum – Neolithicum werden seizoensgebonden kampementen verwacht. Uit het Neolithicum –Nieuwe Tijd werden daarnaast off-site fenomenen en sporen van landgebruik verwacht. Tijdens het onderzoek is verspoeld en niet-verspoeld dekzand aangetroffen. Beekdalafzettingen zijn niet aangetroffen. De top van het (niet-verspoelde) dekzand is verstoord door ploegkrassen en egalisatiewerkzaamheden. In dit dekzand zijn uitsluitend resten aangetroffen van menselijke activiteit uit de 20e eeuw en een tweetal (gefragmenteerde) vondsten uit de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd. Het enige archeologische grondspoor betreft een 20e-eeuwse sloot/greppel. 6. 2. Waardestelling Archeologische vindplaatsen worden gewaardeerd conform de BRL4000 / KNA-protocol 4003, specificatie VS06 Waarderen en bijlage IV van de KNA 4. 1. Vindplaatsen worden gewaardeerd op drie waarden (beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit) en daarbinnen op waarderingscriteria (figuur 8).

Op ieder van de in totaal acht waarderingscriteria kan minimaal 1 en maximaal 3 worden gescoord. De waardestelling vindt op het niveau van de betreffende archeoregio plaats. Bij de waardering wordt eerst nagegaan of vindplaatsen vanwege hun belevingswaarde, op basis van hun schoonheid of herinneringswaarde, als behoudenswaardig aangemerkt kunnen worden (figuur 8). De vindplaatsen worden vervolgens op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Een vindplaats is in principe behoudenswaardig, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld scoren (vijf of zes punten). Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder), wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of een vindplaats toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria ‘hoog’ wordt gescoord, wordt de vindplaats ook in principe behoudenswaardig geacht. Dit ‘vangnet’ heeft tot doel er voor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, uit de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden vervolgens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. • Eerst vindt een afweging plaats op de eerste drie inhoudelijke kwaliteitscriteria; zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde.

Bij een bovengemiddelde score van zeven punten of meer wordt het monument als behoudenswaardig aangemerkt. • Na deze weging wordt bij vindplaatsen met een lagere inhoudelijke waardering (minder dan zeven punten) nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is. Zo ja, dan wordt een voorstel gedaan voor een als behoudenswaardig aan te merken steekproef per categorie. • De overige vindplaatsen zijn niet behoudenswaardig.

17

1.

Beleving 2

| bovengemiddelde

Fysieke

kwaliteit

Eed

lage

bovengemiddelde

3.

score

Behoudens-

score

Inhoudelijke kwaliteit

Inhoudelijke 4 hoge

Voorstel

waardig

tot

selectie

geeen

kwaliteit?

nee

ja

4

Representativiteit nee

Niet behoudens-

waardig

Figuur 8. De waarderingssystematiek

6.3.

vastgelegd

doel

in het

en

het waarderen

aantonen

of

er

in het

BRL4000/KNA

4.1.

plangebied opgestelde Programma

mogelijk,

en

eventueel

van

onderzoeksvragen gesteld hoge verwachting De

inhoudelijke

kennisgeving.

eveneens

door het

De

uit

een

eeuw

zijn sloten

en

moet,

begrenzing

voor van

van

het

Laat-Paleolithicum tot

lokalisering van

Nader onderzoek

eeuw

en

sloot, die op basis

van

een

de oudere

(verploegde) context.

datering

De sloot zal

biedt

en

bestaan uit één spoor

bijna

niks

van

de

waarschijnlijk in het kader

van

alomtegenwoordig.

conservering, aangezien de natuurlijke bodemopbouw en het archeologisch niveau sterk zijn aangetast door verploeging en egalisatie, en het weinige vondstmateriaal gefragmenteerd en afgerond is. Daarnaast scoort het minimaal in zeldzaamheid, De site scoort

aangezien

laag in gaafheid

uit de 20°

resten

dateert. Ondanks

20°-eeuwse

onderzoeksgebied lopen.

Daarnaast

Het onderzoek

aangetroffen vindplaats

informatie is beperkt tot de

plastic waarschijnlijk

vondsten, komen deze

mogelijk.

Regionale Onderzoeksagenda.

geheel uitgebleven. uit de 20°

moest

of deze

zijn specifieke landschappelijke

archeologische

vondsten.

de

Bovendien

is het

door het

Het onderzoek

resten.

datering, omvang, gaafheid, conservering resten.

van

twee

lijn

behoud

op het aantreffen is vrijwel

in

archeologische verwachting

de

Tijd

rechte

2023) (geanonimiseerd) |

Eisen

van

aanwezige archeologische

van

de Nieuwe

een

de

in het kader

met

van

van

onder welke randvoorwaarden

inzicht geven in de aard,

mogelijk aanwezige archeologische

de inclusie

aanvullen

plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn,

behoudenswaardig zijn en zover

het

voor

dit onderzoek het toetsen

van

opsporen

De

de

Waardestelling vindplaats

Zoals

de

op basis van

is in het bodemarchief.

lage spoorconcentratie er

(sloot) met bijbehorende datering (Late

het type spoor

alomtegenwoordig vindplaats

eveneens

is daarom

geen

en

een

sprake

Daarnaast biedt het

gebrek

en

en

archeologische

lage ensemblewaarde. van

een

er

om

diezelfde

Tijd

reden

weinig

sporen uit de directe

Het scoort aldus minimaal

-

Recent) informatiewaarde.

omgeving

De

geven de

in inhoudelijke

kwaliteit

en

behoudenswaardige vindplaats.

onderzoeksgebied

Onderzoeksagenda, aangezien profielen

aan

Het

heeft

Nieuwe

geen

eveneens

niets in het kader

archeologisch

relevante

Regionale bodemlagen zijn aangetroffen van

de

in de

kijkgaten (zoals Bgllingveen).

18

transect ARCHEOLDGISCH

ONDERZOEK

»

ADVIES

Tabel 1. Waardestelling. Waarden

Criteria

Beleving

Schoonheid Herinneringswaarde Gaafheid Conservering

Fysieke kwaliteit

Inhoudelijke kwaliteit

Scores

Zeldzaamheid Informatiewaarde Ensemblewaarde Representativiteit

Wordt niet gescoord Wordt niet gescoord 1 1 1 1 1 n. v. t.

6. 3. Selectieadvies en -besluit Het doel van het proefsleuvenonderzoek was om aan te tonen of er in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, bepalen of deze vindplaatsen behoudenswaardig zijn en bepalen onder welke randvoorwaarden behoud van deze vindplaatsen mogelijk is. Op basis van de waardestelling is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van behoudenswaardige vindplaatsen. Er zijn enkele sporen aangetroffen, maar deze hebben een hebben een lage inhoudelijke kwaliteitswaarde. Daarom adviseren wij dat het plangebied voor toekomstige ontwikkeling wordt vrijgegeven. Het bevoegd

gezag, gemeente

Laarbeek, neemt op basis van dit advies een selectiebesluit.

Indien onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5. 10 en 5. 11. Het dient daarnaast gemeld te worden bij het bevoegd gezag.

19

Geraadpleegde bronnen

7.

Archeologische

kaarten

Archeologisch

e

Amersfoort,

databestanden

en

Informatie

Systeem

(Archis3), Rijksdienst

II

voor

Cultureel

erfgoed (RCE),

2016.

.

www.ahn.nl

.

www.pdok.nl

.

www.ruimtelijkeplannen.nl

Literatuur

R., 2023. Advies Archeologische Monumentenzorg 2023-nr. 192. Omgevingsdienst (geanonimiseerd) |

.

Zuidoost-Brabant,

(geanonimiseerd) Nr.

<

booronderzoek

Eindhoven.

(geanonimiseerd) 2021. N279-Bosscheweg

R.V., 2023. Programma (geanonimiseerd) |

.

Laarbeek

fase. .

Archeotogisch bureauonderzoek te Beek van

en

Donk.

Eisen, Beek

(NB). Inventariserend Veldonderzoek

Transect-PvE

20231102

A.M.J.H., (geanonimiseerd) |

2006. De

verkennend

Econsultancy Rapport 8943.006, en

d.m.v.

Swalmen.

Donk, N279-Bosscheweg, Gemeente

Proefsleuven,

karterende

en

waarderende

(RVB2.1), Nieuwegein.

archeologie van een nat cultuurlandschap; onderzoek in het tracé de PW205, provincie Noord-Brabant (Helmond, Aarle-Rixtel, Beek en Donk), Amsterdam Archeologisch

Figuren

en

Centrum

van

rapport 40, Amsterdam.

tabellen

Figuur 1. Topografische kaart met de locatie van het plangebied. Figuur 2. Overzichtsfoto van werkput 1 met ploegkrassen en S1. Figuur 3. Overzichtsfoto van werkput 5. …

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=a77dba03-58ba-442b-bdd5-b0758a865608