Bijlage Erratum kadernota 2025 - hoofdstuk 3. Financiële positie 2025-2028
Tekst van het document
3. Financiële positie 2025-2028 In dit hoofdstuk presenteren wij het financieel beeld voor de jaren 2025-2028 met een toelichting op financiële ontwikkelingen. Om het verloop en de ontwikkelingen te kunnen volgen is dit hoofdstuk als volgt opgebouwd: 3.1 Inleiding 3.2 Ontwikkeling exploitatiesaldo 3.3 Structureel evenwicht 3.4 Ombuigingen 3.5 Actueel financieel meerjarenperspectief De ontwikkelingen per programma presenteren wij in hoofdstuk 4. Programma's.
3.1 Inleiding We hebben een begroting met een omvang van € 67,9 miljoen (bron: jaarschijf 2025 in de Begroting 2024). Onze reserves zijn toegenomen door de overschotten in de jaarrekeningen van de afgelopen jaren tot ruim € 53,5 miljoen, waarvan de algemene reserve bijna € 14,7 miljoen bedraagt (bron: Jaarrekening 2023). Op het oog is onze reservepositie goed. Onze begroting is robuust genoeg om op een verantwoorde manier onzekerheden op te vangen. Voor de komende jaren blijft het financieel perspectief echter onzeker. De discussie over de rijksbijdragen vanaf 2026 loopt nog. Maar voor 2025 staat er (al) een behoorlijke druk op de jaarlijkse bijdrage van het Rijk waarvan we voor een belangrijk deel afhankelijk zijn. In de meicirculaire 2024 is de negatieve impact voor 2025 € 163.000. Omdat we scherper zijn gaan begroten en het beleid daar waar het kan versobert komen we in 2025 tot een positief structureel begrotingssaldo. Echter hebben in 2025 nog steeds een negatief begrotingssaldo door de incidentele uitgaven. De provincie toets op een structureel sluitende begroting en mogen de incidentele lasten gedekt worden door de Algemene Reserve. Voor de jaren erna is er, ondanks de positieve bijstelling vanuit de meicirculaire 2024, nog steeds een structureel negatief begrotingsresultaat. Ons uitgangspunt is en blijft een structureel sluitende begroting.
Om dit te kunnen bereiken voeren wij een verantwoord financieel beleid dat voor 2025 vraagt om het maken van bijstellingen. Er is geen ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Sterker nog, gelet op de al bekende (autonome) ontwikkelingen moeten we ombuigen om te kunnen voldoen aan de uitdaging van een structureel sluitende begroting voor 2025.
3.2 Ontwikkeling exploitatiesaldo In deze paragraaf presenteren wij het begrotingsverloop van het exploitatiesaldo in het meerjarenperspectief, inclusief de voorgestelde mutaties uit de Kadernota 2025.
8
Begroting
Meerjarenperspectief
2025
2026
2027
2028
-1.477
-3.225
-3.547
-3.598
264
246
228
210
Saldo na raadsvergadering mei 2024
-1.213
-2.979
-3.319
-3.388
Bestaand beleid
-1.174
-1.070
-939
-939
Gemeenschappelijke Regelingen
-897
-885
-893
-965
Gemeentefonds
-163
1.307
1.379
1.393
-3.447
-3.627
-3.772
-3.899
bedragen x 1.000
Primitieve begroting 2024-2027 Mutaties tot en met mei
Kadernota 2025 excl. dekkingsplan
De toelichtingen op de voorgestelde begrotingswijzigingen presenteren wij in hoofdstuk 4 bij de betreffende programma's. Het totaaloverzicht van de voorgestelde begrotingswijzigingen is opgenomen in bijlage 1.
3.3 Structureel evenwicht Het volgende overzicht geeft inzicht in de opbouw van het geraamde exploitatieresultaat over de periode 2025-2028. Voor de beoordeling van een reëel en structureel sluitende begroting kijkt de provincie naar het structurele saldo in het eerstvolgende begrotingsjaar. Daar is het provinciaal toezicht op gebaseerd. Actueel structureel meerjarenperspectief
Begroting
bedragen x 1.000
Meerjarenperspectief
2025
2026
2027
2028
Actueel meerjarenperspectief 2025
-3.447
-3.627
-3.772
-3.899
Incidentele effecten
1.897
93
0
0
Actueel structureel saldo meerjarenperspectief 2025
-1.550
-3.534
-3.772
-3.899
Zoals in de inleiding aangegeven is het voor de financiële sturing belangrijk om onderscheid te maken tussen het incidenteel en structureel begrotingssaldo. 1. STRUCTUREEL: De begroting moet minimaal in het eerste begrotingsjaar structureel sluitend zijn en 2. INCIDENTEEL: Het weerstandsvermogen moet voldoende zijn om de incidentele lasten te kunnen dekken waarbij de weerstandsratio minimaal 2 is. Zoals uit de tabel blijkt voldoen wij niet aan de eerste voorwaarde en zullen wij dus ombuigingsmaatregelen moeten nemen.
3.4 Ombuigingen Het structureel begrotingssaldo laat voor 2025 een tekort zien. In de eerste helft van dit jaar hebben we daarom een ombuigingstraject binnen de organisatie doorlopen. We hebben onderzocht op welke onderdelen we scherper kunnen begroten en wat dit voor consequenties heeft voor de uitgaven. Ook hebben we onze inkomsten beoordeeld en gekeken naar mogelijke verhogingen. Voor het ombuigingstraject hebben wij alle budgetten op hoofdlijnen doorlopen. In 2024 voeren wij daarnaast het project Financiële basis op orde uit. In dit project lichten we alle
9
budgetten kritisch door en brengen deze op de noodzakelijke hoogte. De aanvullende effecten van dit project presenteren wij in de Begroting 2025. Voor deze ombuigingsoperatie hebben wij de volgende zaken onderzocht. De uitkomsten ervan zijn opgenomen in hoofdstuk 4 bij de betreffende programma's. Categorie 'scherper begroten' Het gaat hierbij om het kritisch doorlichten van de budgetten, zonder dat de wijzigingen effect hebben op het bestaande beleid. 1. Inzetten prijsindexatie/inflatiecorrectie; Het is een keuze om de berekende inflatiecorrectie niet door te voeren en vrij te laten vallen ter dekking van het verwachte begrotingsresultaat. 2. Uitstellen, heroverwegen of vrijvallen investeringen; Door uitstel van investeringen verlagen we de kapitaallasten in de eerste jaren. Dit heeft geen structureel positief effect, tenzij bepaalde investeringen geschrapt worden. Maar het schept wel financiële ruimte in de komende jaren. Heroverwegen heeft uiteraard wel structurele effecten. Bijvoorbeeld als lopende kredieten na 3 jaar nog niet gebruikt zijn. Dit geldt ook voor het standaard laten vrijvallen van een krediet voor als het na 5 jaar nog niet gebruikt is. 3. Verlagen kapitaallasten; a.
door het verhogen van afschrijvingstermijnen; Door de hoogte van de afschrijvingstermijnen van nieuwe investeringen kritisch te beoordelen en op een realistische manier te verhogen zijn de kapitaallasten lager. b. door inzet (algemene) reserves; Door de algemene reserve deels in te zetten voor de vorming van reserves ter dekking van kapitaallasten ontstaat budgettaire ruimte in de exploitatie. 4. Risicovol begroten; Dit gaat nog een stapje verder dan het in de begroting 2024 opgenomen aandachtspunt van 'scherper begroten'. Op deze manier kies je er bewust voor dat sommige budgetten overschreden kunnen worden in de wetenschap dat er op andere onderdelen onderschrijdingen zijn. 5. heroverweging reserves; Door reserves vrij te laten vallen ontstaat incidenteel extra ruimte binnen de exploitatie. De geraamde saldi eind 2023 zijn: - Algemene reserve: € 14,7 miljoen (excl. resultaat 2023, toevoeging na raadsbesluit) - Bestemmingsreserves € 23 miljoen 6. Verhogen inkomsten; a. Door het verhogen van dekkingspercentage van heffingen; Het dekkingspercentage van onze leges is bij de Jaarstukken 2023 45%. De vraag hierbij is of alle kosten juist worden toegerekend. Daarnaast is er een optie om het dekkingspercentage verhogen. b. Verhogen OZB; Het verhogen van het OZB-percentage, aanvullend op de inflatiecorrectie, levert ongeveer € 62.000 per procent op.
Categorie 'versobering beleid of uitvoering': 7. Het gaat hierbij om het temporiseren of anders uitvoeren van beleidsdoelstellingen: 8. Verlagen of stopzetten van subsidieverstrekkingen en andere bijdragen; 9. Lagere kwaliteitsniveaus voor het onderhoud in de openbare ruimte, die zorgen voor een verlaging van de uitvoeringskosten; 10. Taakstelling voor verbonden partijen;
10
Wij moeten als gemeente de broekriem aantrekken. Het is verdedigbaar dat onze partners dit naar evenredigheid ook doen. Deze actie geven we ook aan bij onze verbonden partijen. In deze kadernota schetsen we de mogelijke keuzes die gemaakt moeten worden als oplossingsrichtingen om de begroting in 2025 structureel sluitend te krijgen. Op basis hiervan doen wij uw raad een voorstel om de uitgangspunten en de voorgestelde ombuigingen in het dekkingsplan voor de begroting 2025-2028 vast te stellen. Fundamentele beleidskeuzes leggen wij u voor bij de Begroting 2025 of Kadernota 2026.
3.5 Actueel financieel meerjarenperspectief In deze paragraaf presenteren wij het actuele financieel meerjarenperspectief voor de jaren 2025 tot en met 2028. Begroting
Meerjarenperspectief
2025
2026
2027
2028
-3.447
-3.627
-3.772
-3.899
1.220
1.146
1.146
1.146
378
388
397
407
Totaal dekkingsplan
1.599
1.534
1.544
1.553
Kadernota 2025 incl. dekkingsplan
-1.848
-2.093
-2.228
-2.346
1.897
93
0
0
49
-2.000
-2.228
-2.346
bedragen x 1.000
Actuele stand Kadernota 2025 excl. dekkingsplan Dekkingsplan Dekkingsplan - scherper begroten Dekkingsplan - versobering beleid of uitvoering
Incidentele effecten Meerjarenperspectief - structureel
Na de verwerking van de ombuigingen in het dekkingsplan resteert een verwacht structureel begrotingssaldo van € 49.000 positief. Hierdoor voldoen we aan ons streven om de structurele lasten te dekken door structurele baten. Op basis van nieuwe provinciale richtlijnen is het toegestaan maximaal 10% van de 'vrije' algemene reserve in te zetten ter dekking van structurele tekorten. De 'vrije' algemene reserve is de algemene reserve minus het berekende bedrag aan risico's. Doordat de begrotingssaldi in de jaren 2026 en verder nog niet structureel sluitend zijn hebben we in deze jaren deze 'vrije' algemene reserve ingezet. Ondanks deze inzet zijn deze jaren nog steeds niet structureel sluitend. Fundamentele beleidskeuzes voor deze jaren vinden plaats in de uitwerking richting de begroting of in de Kadernota 2026. Inzicht in de gevolgen van de inzet algemene reserve In de volgende tabel geven wij u inzicht in de mutaties van de algemene reserve om vervolgens te kunnen bepalen wat we maximaal uit de algemene reserve kunnen inzetten. Om een zo volledig mogelijk beeld te geven hebben we de voorgestelde storting van het rekeningresultaat 2023 en de extra rijksuitkering in boekjaar 2024 vanuit de meicirculaire 2024 al verwerkt in deze tabel.
Uiteraard zal uw raad hierover nog een besluit nemen en kunnen deze bedragen nog veranderen en zal dit leiden tot minder of meer inzet algemene reserve.
11
Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Stand per 01-01
14.712
13.235 11.373 10.448
9.708
Stortingen: Resultaatbestemming 2023
2.700
0
0
0
0
35
35
35
35
35
-500
0
0
0
0
-4.425
0
0
0
0
Reeds besloten storting in AR Onttrekkingen: Reeds besloten onttrekking in AR Begrotingssaldo 2024 Meicirculaire 2024 (boekjaar 2024)
713
Kadernota 2025 (incidenteel)
0
-1.897
-93
0
0
Kadernota 2025 inzet AR (structureel)
0
0
-867
-775
-701
Stand per 31-12
13.235
11.373 10.448
9.708
9.042
Risico's uit jaarrekening 2023 (excl grex)
-2.700
-2.700
-2.700
-2.700
-2.700
Vrij beschikbare algemene reserve
10.535
8.673
7.748
7.008
6.342
1.054
867
775
701
Max. inzet alg.res. (10% van stand 1-1)
In de volgende tabel geven wij u inzicht in de gevolgen van het inzetten van de 'vrije' algemene reserve ter dekking van het structurele begrotingssaldo. 2025
2026
2027
2028
Saldo Kadernota 2025 (structureel)
49
-2.000
-2.228
-2.346
Inzet 'vrije' algemene reserve
0
867
775
701
Bedragen x € 1.000
2024
Resterende structurele tekort
49 -1.133
Nog inzetbaar algemene reserve
1.054
0
-1.453 -1.645 0
0
Zoals uit de tabel blijkt biedt de provinciale richtlijn voor 2025 nog enige ruimte. Voor de jaren daarna wordt de beschikbare ruimte in de algemene reserve binnen de kaders van de provinciale voorschriften volledig ingezet en moeten er alsnog aanvullende maatregelen genomen worden voor een structureel sluitende begroting.
12