BIJLAGE 5. 2021-06-10 RAAPrap_5021_BEKAP_v3
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 5021
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk Gemeente Laarbeek Een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Colofon Titel: Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Versie: 10-06-2021 Auteur: Dr. M.P.F. Verhoeven Projectcode: BEKAP Bestandsnaam: RAAPrap_5021_BEKAP_20210610 Autorisatie: Drs. E. Rondags
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Samenvatting Inleiding In opdracht van BurgtBouw BV heeft RAAP in februari 2021 een archeologisch bureau - en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk in de gemeente Laarbeek. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan: achter de bebouwing langs de Kapelstraat worden appartementen gebouwd. Bureauonderzoek Het plangebied is op de geomorfologische- en bodemkundige kaart al niet gekarteerd weergegeven vanwege de ligging binnen het bebouwde gebied. Op basis van archeologisch onderzoek in de omgeving, wordt verwacht dat het in of nabij een beekdal was gelegen. Meer in het algemeen wijst de gevarieerde landschappelijke context in de omgeving van het plangebied, met een afwisseling van dekzandruggen, dekzandwelvingen, dalvormige laagtes en zones met verspoeld dekzand, alsmede de naam Beek en Donk (= zandkop) op een dynamisch overgangsgebied tussen hoog/droog en laag/nat. In het plangebied zijn er geen archeologische vindplaatsen bekend. Tegen de zuidgrens van het plangebied is tijdens een opgraving een waterloop/gracht aangetroffen, met in de vulling veel aardewerk uit de periode 1750-1800. In de ruimere omgeving zijn er twee bronzen bijlen uit de Bronstijd en een vuurstenen bijl uit het Neolithicum gevonden.
Dergelijke geïsoleerde bijlen zijn typ isch voor natte contexten, en worden in de regel als zogenaamde rituele deposities beschouwd. Ca. 260 m ten noordwesten zijn er resten van een kasteel uit de Late Middeleeuwen aangetroffen. Er geldt een onbekende verwachting voor vindplaatsen van jager -verzamelaars en een hoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Gezien de aanwezigheid van een waterloop/gracht met aardewerk uit de periode 1750-1800, is er specifiek een hoge verwachting voor bewoning en/of afval uit de Nieuwe tijd. Tevens moet er rekening worden gehouden met resten die typisch zijn voor natte contexten, zoals afvaldumps en rituele deposities. Booronderzoek Er zijn verspreid over het plangebied 11 boringen gezet. In het afgegraven/bebouwde/verharde deel van het plangebied (ter hoogte van boringen 1, 2, 3, 5, 6 en 11) is de bodem tot maximaal 140 cm recent verstoord, getuige recent puin. In het zuidelijke, niet afgegraven, deel, dat ca. 40 cm hoger ligt, is de bovengrond ook recent verstoord, maar vanaf ca. 80 -100 cm onder het huidige maaiveld zijn er aanwijzingen voor oudere “verstoringen”, in de vorm van donkere humeuze pakketten met oud aandoend puin en ijzerslakken (in boring 10), die heel goed kunnen wijzen op de aanwezigheid van archeologische lagen, sporen en vondsten.
Dit doet direct denken aan de Nieuwe tijd vindplaats die in 1994 werd opgegraven door Antoinette Huijbers. Deze grenst direct aan het zuidelijke deel van het plangebied. Het is heel goed mogelijk dat de humeuze oude lagen in boringen 7 tm. 10 samenhangen met d e destijds gedocumenteerde waterloop/gracht.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[3]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
In boring 4 in het midden-westen is er vanaf 50 cm diepte mogelijk een restant van een esdek bewaard, daaronder zouden zich nog archeologische resten kunnen bevinden. Advies In geval van bodemingrepen dieper dan 40 cm in het midden-westen (rondom boring 4) en dieper dan 70 cm in het zuiden (boringen 7 t/m 10) wordt er een vervolgonderzoek aangeraden in de vorm van proefsleuven. Zie figuur 16 voor de zones van onderzoek. Een dergelijk onderzoek dient te zijn gebaseerd op een dor de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Laarbeek, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[4]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 8
2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 10 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 10 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 10 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 14 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 20 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 27 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 28 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 28
3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 30 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 30 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 30 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 31
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 33 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 33 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 34 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 35
Literatuur .......................................................................................................................................... 36 Overzicht van figuren, tabellen & bijlagen .......................................................................................... 37
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[5]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van BurgtBouw BV heeft RAAP in de periode februari-juni 2021 een archeologisch bureauen verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk in de gemeente Laarbeek (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan: achter de bebouwing langs de Kapelstraat worden appartementen gebouwd. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het plangebied ligt op de Erfgoedkaart van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB in categorie 4: Gebied met een hoge archeologische verwachting. In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen va n archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot.
Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld of 0,5 m onder maaiveld bij esdek en agrarisch bestemde gronden. De ruimtelijke ontwikkeling is met 2266 m² groter dan 500 m². Dit betekent dat er archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat het bestemmingsplan wordt opgesteld, dient een archeologisch bureauonderzoek gecombineerd met een archeologisch booronderzoek worden verricht. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsg roep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Program ma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[6]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[7]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
BurgtBouw BV
Bevoegde overheid
Gemeente Laarbeek
Plaats
Beek en Donk
Gemeente
Laarbeek
Provincie
Noord-Brabant
Centrumcoördinaten (X/Y)
171768/394612
Toponiem
’t Huukske
Kadastrale gegevens
Percelen 1254, 1315, 1316, 1317, 1463, 1465, 1466, 1467, 1468, 1469
Oppervlakte plangebied
2266 m²
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
Februari-juni 2021
Uitvoerder
RAAP Zuid
Projectleider
Dr. M.P.F. Verhoeven
RAAP-projectcode
BEKAP
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
4956312100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?
Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied?
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[8]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?
Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?
Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?
Algemeen
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[9]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.
2.2 Aardkundige situatie Het plangebied bevindt zich in de Centrale Slenk. Dit is een dalingsgebied, ontstaan door tektoni ek, waarin oude afzettingen diep zijn weggezakt en bedekt met jongere afzettingen. Tijdens het vroeg – en midden pleistoceen zijn grove zand en grindpakketten afgezet door de rivieren de Rijn en de Maas (Formatie van Sterksel). Deze rivieren werden gedwong en zich naar het noorden te verplaatsen door dezelfde tektonische veranderingen waardoor de Centrale Slenk is ontstaan. Op deze rivierafzettingen is tijdens de laatste twee ijstijden (Saalien en Weichselien) het zogenaamde dekzand afgezet. In de koudste perioden van de ijstijden heerste een poolwoestijnklimaat in Nederland. Het was droger dan tegenwoordig en in het schaars begroeide landschap kreeg de wind gemakkelijk vat op de ondergrond. Hierdoor werden grote hoeveelheden zand verplaatst die de oudere afz ettingen als een deken afdekken en het oorspronkelijke reliëf maskeren: de zogenaamde dekzanden. Vooral de jongere dekzanden werden hierbij in zandruggen langs de rivier- en beekdalen afgezet. Aan het eind van deze periode werd het klimaat milder. De vegetatie groeide, waardoor de zandverstuivingen niet langer plaatsvonden en de dekzandruggen een vaste plek kregen. Hierdoor heeft bodemvorming plaats kunnen vinden.
Het plangebied is op de geomorfologische kaart al niet gekarteerd weergegeven vanwege de liggi ng binnen het bebouwde gebied (figuur 3). Op basis van archeologisch onderzoek in de omgeving (zie § 2.3), wordt verwacht dat het in of nabij een beekdal was gelegen. Meer in het algemeen wijst de gevarieerde landschappelijke context in de omgeving van het plangebied, met een afwisseling van dekzandruggen, dekzandwelvingen, dalvormige laagtes en zones met verspoeld dekzand, alsmede de naam Beek en Donk (= zandkop) op een dynamisch overgangsgebied tussen hoog/droog en laag/nat. Dit komt ook terug op de reliëfkaart, alhoewel de bebouwing voor vervorming zorgt: zie figuur 2. Ook op de bodemkaart is het plangebied aangegeven als niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom (figuur 4). Op basis genoemd onderzoek kunnen beekeerd- en/of hoge zwarte enkeerdgronden worden verwacht. Beekeerdgronden zijn typisch voor natte contexten, en bestaan uit een afwisseling van organische (veen, plantenresten) en anorganische (zand, leem, klei) lagen, met
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[10]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
daaronder een grijze C-horizont. Enkeerdgronden zijn ontstaan als gevolg van plaggen bemesting sinds de Middeleeuwen, en bestaan uit een minstens 50 cm dik opgebracht humeus pakket.
Geologische situatie (Weerts e.a., 2006)
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden: fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek
Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)
Niet gekarteerd, maar wsch. beekdal
Ouderdom geomorfologische structuur
Pleistoceen-Holoceen
Bodemkundige situatie
Niet gekarteerd, maar wsch. beekdalbodem, of hoge zwarte enkeerdgrond
Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen
Direct onder oppervlak, of humeuze bovengrond
Tabel 2. Landschap.
Figuur 2. Reliëf. Bron: www.AHN.nl.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[11]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 3. Geomorfologie. Bron: Koomen & Maas, 2004.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[12]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 4. Bodem. Bron: Archis.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[13]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan
Volgens ruimtelijke plannen.nl ligt het plangebied niet in een zone met een dubbelbestemming archeologie, maar wel in een gebied met “Waarde Cultuurhistorie: Daarvoor geldt: Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd indien rekening wordt gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, mits bebouwing is toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen andere bestemmingen.
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (Berkvens, e.a., 2011)
Klein deel in historische kern met hoge verwachting (categorie 3); daarbuiten algemene hoge verwachting (categorie 4)
Gemeentelijke archeologische beleidskaart (Berkvens, e.a., 2011)
Categorie 3: ondergrenzen van 250 m2 en 30 cm Categorie 4: ondergrenzen van 500 m2 en 30 cm
Zie figuur 5 Tabel 3. Archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
Vindplaatsen en onderzoeken In of direct rondom het plangebied zijn er geen archeologische vindplaatsen bekend. In de omgeving ervan (straal ca. 500 m) zijn er slechts enkele vindplaatsen (en onderzoeken): zie tabel 4 (en waar relevant/bekend uitleg daarna) en figuur 6. Vindplaats
Ligging
Datering
Complex
Opmerking
Literatuur
2788283100
185 m NW
Late Bronstijd
onbekend
bronzen kokerbijl
_
2788307100
60 m W
Neolithicum
onbekend
vuurstenen bijl
_
3040207100
165 m NW
Late Bronstijd
onbekend
bronzen kokerbijl
_
3149786100
260 m NW
Late Middeleeuwen-
moated
kasteel
Stienen, 1991
Nieuwe tijd
site
Onderzoek 2024402100
213 m NW
onbekend
onbekend
niets bekend
_
2146543100
380 m Z
nvt
nvt
bureauonderzoek
_
2197299100
300 m Z
nvt
nvt
booronderzoek
Thijs & Wullink, 2008
2336707100
380 m Z
nvt
nvt
proefsleuven
Schutte, 2011
4863608100
180 m ZO
nvt
nvt
booronderzoek
_
Tabel 4. Archeologische context.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[14]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Vindplaats 3149786100 Opgraving. Resten van Fundamenten bakstenen woontoren (donjon uit 1350-1650) met bijbehorende omgrachting, restanten 18de eeuwse boerderij, restanten 19de/20e eeuwse boerderij, keramiek, drinkglas, metaal, leer, glas in lood, leisteen, dakpan, baksteentegel, bot (rund, paard, kip ). Onderzoeken 2197299100 De onderzoekslocatie ligt op de flank van het beekdal van de Aa. Op deze flank zi jn door een hoge grondwaterstand geen podzolbodems tot ontwikkeling gekomen, maar beekeerdgronden en vlakvaaggronden, die door plaggenbemesting zijn geëvolueerd in hoge enkeerdgronden. Voor beekeerdgronden en vlakvaaggronden in de omgeving van de onderzoek slocatie geldt een lage archeologische trefkans. In het verkennend booronderzoek zijn in een boring indicaties aangetroffen voor de aanwezigheid van een dekzandlaagte waar periodiek water in bleef staan. Dit soort natte laagtes zijn onaantrekkelijk voor bewoning. Op de noordzijde van de onderzoekslocatie is het bodemprofiel vergraven, waarschijnlijk bij de aanleg of verwijdering van de weg die in het verleden op de onderzoekslocatie aanwezig was. Op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie ligt het eerdd ek direct op de C-horizont. De vondstenlaag is op dit deel opgenomen in de C-horizont. Het noordelijk deel heeft een lage trefkans door respectievelijk de lage ligging en vergraving door de aanleg van bebouwing.
Voor het zuidelijk deel blijft de hoge trefk ans echter bestaan door de aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden. De trefkans kan worden bijgesteld naar de periode Neolithicum–Nieuwe Tijd. 2336707100 Proefsleuvenonderzoek De bodemopbouw in het plangebied bestond uit een verhardingslaag van grind m et daaronder een laag bouwzand. Daaronder zat een opgebracht pakket humeuze grond met daarin bouwpuin en plastic. Onder dit pakket zat gereduceerd lemig zand tot zandige leem (de C -horizont). Doordat de C-horizont zeer vochtig was had de C-horizont een blauwe kleur in de plaats van geel wat je zou verwachtten op de Brabantse dekzandgronden. In beide sleuven is één spoor vastgesteld, het betreft hier een sloot die dwars door het plangebied loopt en dien ten gevolge in beide sleuven is aangesneden. In beide sleuven is het spoor gecoupeerd. De vulling van het spoor bestond uit humeuze grond met daarin bouwpuin, dezelfde grond waarmee het gehele plangebied is opgehoogd, waardoor gesteld kan worden dat de sloot recent is gedicht. Er is in het spoor en in de proef sleuven aardewerk aangetroffen waardoor er niets valt te zeggen over de begindatering van het spoor. In het onderzochte deel van het plangebied zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. De aangetroffen bodemopbouw geeft aan dat het ge bied in een recent verleden is vergraven.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[15]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
4863608100 Booronderzoek In het zuidoostelijke deel van het plangebied was een enkeerdgrond aanwezig, met een gevlekt (verrommeld) humeus dek van 0,9 1,2 m dik. Hieronder bevindt zich de lichtgele C -horizont. In het humeuze dek worden zelf geen intacte archeologische resten meer verwacht, maar wel nog in de top van de C-horizont. In het noordwestelijke deel van het plangebied (voormalige garage) is deze bodemopbouw niet meer aanwezig. Hier zijn tot op een diepte van circa 2 m opgebrachte en verstoorde lagen aanwezig. Hieronder zit de natte lichtgrijze C-horizont. Aangenomen kan worden dat de bodem hier zodanig diep verstoord is dat behoudenswaardige resten niet meer verwacht worden. Waarschijnlijk is de verstoring tot stand gekomen als gevolg van voormalige bebouwing sinds circa 1900 en het huidig gebruik van het plangebied.
Samenvatting In of direct rondom het plangebied zijn er geen archeologische vindplaatsen bekend. De meest nabije vondsten betreffen twee bronzen bijlen uit de Bronstijd en een vuurstenen bijl uit het Neolithicum. Dergelijke geïsoleerde bijlen zijn typisch voor natte contexten, en worden in de regel als zogenaamde rituele deposities beschouwd. Het plangebied en omgeving zijn geomorfologisch en bode mkundig niet gedateerd, maar deze vondsten kunnen erop wijzen dat het zich oorspronkelijk in of langs en beekdal bevond. De ligging tussen de Goorloop in het Westen en de Aa in het Oosten wijst in dit verband op de nabijheid van natte landschappen. Ook de resten van het kasteel, ca. 260 m ten noordwesten, kunnen hierop wijzen, aangezien grachten makkelijk van water voorzien moesten worden. Het archeologisch bodemonderzoek in de omgeving heeft aanwijzingen voor natte bodems opgeleverd, soms afgedekt met een enkeerdgrond. Vanzelfsprekend zijn er in de bebouwde kern ook verstoorde bodems aangetroffen. Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 25-02-2021 is een verzoek gedaan aan de Heemkundekring De Lange Vonder voor aanvullende gegevens.
Hieruit is de volgende informatie van Antoinette Huijbers uit voortgekomen: Ik heb gekeken op de luchtfoto van het plangebied aan de Kapelstraat van Beek en Donk en zag dat de zuidgrens van het plangebied pal naast de noordgrens van de opgraving van 1994 ligt, di e destijds onder mijn leiding is uitgevoerd met vrijwilligers. Tegen de noordgrens van de opgraving aan lag in het opgravingsareaal een waterloop/gracht, met in de vulling veel aardewerk uit de periode 1750 -1800, wat door mij is gedetermineerd in 1995 en waarover destijds een tentoonstelling is gehouden in het gemeentehuis van de opgeheven gemeente Beek en Donk. Het betrof scherven van meer dan 50 complete en vrijwel complete items. Het materiaal ligt nu in het depot van de gemeente Eindhoven. Tot het aardewerk behoort Nederrijns roodbakkend aardewerk, waaronder twee gedateerde schotels uit de jaren '80 van de achttiende eeuw (zie bijlage). Verder veel kommen van roodbakkend aardewerk, een klein kruikje van Westerwald-achtig steengoed met appliques, veel Faience, zowel monochroom als polychroom versierd en vroeg-industrieel aardewerk uit Engeland uit de periode 1750-1800. De opgraving is nog niet uitgewerkt en er bestaat evenmin een verslag van, zoals bij veel premalta opgravingen gedaan in Laarbeek. Zie figuur 7 voor de opgravingsplattegrond. De exacte topografische ligging is niet bekend.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[16]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 5. Uitsnede archeologische beleidskaart. Paars = hoge verwachting, historische kern, categorie 3; bruin = hoge verwachting, categorie 4. Bron: Berkvens, e.a., 2011.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[17]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 6. Archeologie. Bron: Archis.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[18]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 7. Plattegrond van opgraving nabij Kapelstraat. Bron: A. Huijbers.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[19]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
2.4 Historische situatie Historische kaarten Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 (Beek en Donk, sectie B, blad 01) ligt het plangebied op een min of meer rechthoekig onbebouwd landbouwperceel langs de Kapelstraat , vlakbij de ZuidWillemsvaart: zie figuur 8. In 1900 verschijnt de eerste bebouwing, en in 1984 de huidige bebouwing en bioscoop: zie figuren 9 t/m 13. Deze drukke bouwgeschiedenis doet vermoeden dat de bodem in het plangebied flink zal zijn verstoord. Op de luchtfoto (figuur 14) is er centraal in het plangebied een groot gebouw te zien. Dat is een inmiddels gesloopte bioscoop. ’t Huukske Het pand langs de Kapelstraat (nr. 5) staat bekend als ’t Huukske, een bekend dorpscafé. In 1915 was het een winkel. In het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) heeft het nummer 727. Op de website van RTV Kontakt (datum 22/06/2020) komt het volgende bericht: De slopershamer doet momenteel zijn werk bij voormalige café ’t Huukske in Beek en Donk. De zaal en keuken zijn verdwenen maar het cafégedeelte blijft overeind. Hier worden drie woningen gerealiseerd. In december 2018 sloten Coby en Jos van de Kamp de deuren van het café na dertig ja ar horeca. Anderhalf jaar later wijst er zowel binnen als buiten weinig meer op de historie van de kroeg.
BurgtBouw uit Deurne gaat de ruimte achter het pand ontwikkelen (https://rtvkontakt.nl/) Zuid-Willemsvaart De Zuid-Willemsvaart is vernoemd naar koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een van de voortrekkers van het project. Een uitbreiding van de belangrijkste vervoerswegen, indertijd de waterwegen, moest de ontsluiting van het Zuiden en de handel in het Noorden bevorderen. De "Willemsvaart" ging bijvoorbeeld een korter en vooral betrouwbaarder alternatief voor de Maas vormen, tot dan de belangrijkste verbinding tussen de industrie rondom Luik en de grote handelsplaatsen. De ontsluiting van de tussenliggende gebieden speelde nauwel ijks een rol; bijna overal ging het kanaal aan de toenmalige bebouwing voorbij. Voor de eerste helft van het traject werden onderdelen van het Grand Canal du Nord hergebruikt. Het ging hierbij om het voedingskanaal Smeermaas–Lozen, mits het vergroot en tot Maastricht doorgetrokken werd, en een gedeelte van het hoofdkanaal, dat daarentegen nauwelijks aanpassingen behoefde. De ingenieurs konden het hoofdkanaal in westelijke of oostelijke richting volgen, tot aan het nieuwe kanaaldeel dat resp. in Neerpelt (dal van de Dommel) of Nederweert (dal van de Aa) moest vertrekken. Al sinds 1573 waren diverse kanalisaties van deze rivieren voorgesteld.
De tweede, nochtans langere, optie werd om drie redenen gekozen: de stad Weert had nog geen aansluiting op het waterwegennet, de onteigeningen langs de Dommel waren duurder dan die langs de Aa, de Peel zou gemakkelijker turf kunnen afvoeren. Eind 1822 vatten de eerste werkzaamheden aan. Het kanaal werd intensief gebruikt voor handelsgoederen, maar ook door passagiersboten die pas na 1870 zouden verdwijnen als gevolg van de concurrentie door de spoorwegen en de streektrams.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[20]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 8. Historische context 1811-1832 (minuutplan, Beek en Donk, sectie B, blad 01). Het plangebied is globaal met een rode cirkel aangegeven. Bron: Archis.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[21]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 9. Historische context 1850. Bron: www.topotijdreis.nl.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[22]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 10. Historische context 1900. Bron: www.topotijdreis.nl.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[23]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 11. Historische context 1922. Bron: www.topotijdreis.nl.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[24]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 12. Historische context 1984. Bron: www.topotijdreis.nl.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[25]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 13. Historische context 2019. Bron: www.topotijdreis.nl.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[26]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik
Bebouwing en bestrating langs de Kapelstraat, daarachter grotendeels vergraven tuin Zie figuur 15 voor de locatie van de gesloopte bebouwing (bioscoop) Het zuidelijk deel van het plangebied ligt ca. 40 cm hoger, en is niet afgegraven (i.t.t. het voormalige areaal van de bioscoop).
Hoogteligging maaiveld
Ca. 14.5 m + NAP
Grondwatertrap of -stand
Nat zand vanaf 150 cm onder huidig oppervlak
Milieutechnische condities
Onbekend
Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)
Woonhuis langs straatkant; daarachter bevond zich een bioscoop die is gesloopt (zie figuur 14), waardoor de grond daaronder is geroerd, ook daaromheen (de tuin) geroerde grond en vergraven oppervlak.
Locatie en diepte van kabels/leidingen
Rondom bebouwing, vanaf ca. 50 cm diep
Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 14. Luchtfoto. Bron: Google Earth.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[27]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
2.6 Toekomstige situatie Aard
Bouw van appartementen op de plaats van de voormalige bioscoop, alsook in de tuin daarachter
Omvang en diepte
Ca. 1000 m2, geen kelders, wel heipalen tot diep in de grond
Invloed op maaiveld en grondwater
Aantasting van beide
Toekomstig gebruik
Bewoning
Toekomstige gebruiker
Bewoners
Tabel 5. De toekomstige situatie.
2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor ee n groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Vanwege de bebouwing, is het niet te bepalen of er sprake is van een gradiëntsituatie in het plangebied.
Dit kan op basis van de waarschijnlijk gevarieerde geomorfologische situatie in de prehistorie, met mogelijk dekzandkoppen en beekdalen, niet uitgesloten worden. Daarom geldt er een onbekende verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Vanwege de aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden (die in de meeste gevallen een aanwijzing zijn voor vindplaatsen van landbouwers) in de omgeving van het plangebied geldt er een hoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Gezien de aanwezigheid van een waterloop/gracht
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[28]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
met aardewerk uit de periode 1750-1800, is er specifiek een hoge verwachting voor bewoning en/of afval uit de Nieuwe tijd. Indien er sprake is van een natte context in het plangebied (beekdal) kunnen ook specifieke resten zoals afvaldumps, rituele deposities en resten van visserij worden verwacht. (Diepte)ligging Vindplaatsen kunnen zich direct onder de bou wvoor, of het plaggendek bevinden, dat wil zeggen vanaf 30-50 cm onder het oppervlak. Fysieke kwaliteit Indien er sprake is van een natte context, kunnen onverbrande organische resten nog goed zijn betwaard.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[29]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nod ig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Er zijn verspreid in het gebied 11 boringen gezet: zie figuur 15. De spreiding hangt gedeeltelijk samen met de aanwezigheid van verharding: zo kom boring 11 niet in het midden van de parkeerplaats worden gezet, maar wel aan de rand ervan. Er is geboord tot maximaal 160 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van GPS. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het o pgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten 3.2.1
Veldwaarnemingen
Langs de Kapelstraat bestaat het plangebied uit gebouwen en bestrating. Daarachter is er een grotendeels vergraven tuin; dit is het gebied waar vroeger een bioscoop stond. De bouw en sloop ervan heeft de bodem zichtbaar geroerd: zie figuur 16.
3.2.2
Bodem
De bodem bestaat uit zwak tot matig siltig matig fijn dekzand. In boringen 1, 2, 3 en 5 is een vanaf het maaiveld verstoord bodemprofiel aangetroffen. Dit bestaat uit een donkerbruingrijs tot zwartgrijs humeus pakket met resten donkerrood recent bouwpuin, witte mortelresten, soms glas en een stuk witte geglazuurde badkamertegel in boring 3. De diepte van de verstoringen varieert van 1 ,10 m in boring 1 tot 1,5 m in boringen 3 en 5. In boring 11 in het zuidwesten (onder een verharde parkeerplaats) ligt er een pakket ophogingszand van 40 cm dik; daaronder ligt direct de C -horizont tot 40 cm diep; hier lijkt de oorspronkelijke bodem dus helemaal te zijn afgegraven. In boring 4 in het midden-westen is er vanaf 50 cm onder het maaiveld mogelijk sprake van een verstoord esdek (typisch donkergrijs zand). Onder de verstoorde laag bevindt zich een bruingele en natte C-horizont, met sporadisch wat roestvlekken. De overige boringen (nrs. 7 t/m 11) bevinden zich op het ca. 40 cm hoger gelegen, niet afgegraven, zuidelijk deel van het plangebied. In boringen 7, 8 en 9 is er een dunne (ca. 20 cm) bouwvoor ook sprake van een recent verstoorde bodem, in de vorm van een maximaal 85 cm dikke grijs -bruin-geel
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[30]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
gevlekte vrij humeuze laag met resten recent bouwpuin, steenkool (voor al in boring 8) en plastic (in boring 9). Daaronder (vanaf 60-85 cm) bevindt zich ook een geroerde grijsbruine/bruingrijze laag, maar deze is veel minder gevlekt en wat humeuzer/moeriger. Erin bevinden zich kleine puinspikkels, die niet recent aandoen, maar geen recente insluitsels zoals steenkool of plastic. Met andere woorden: hier lijkt er sprake te zijn van een oudere verstoring, of wellicht vulling van een sloot of gracht. In boring 10 is een 80 cm dik ophoogpakket bestaande uit matig grof geelgrijs za nd aangetroffen, met daaronder een donkerbruin grijs vrij humeus en vochtige laag met kleine ijzerslakken onderin. De C-horizont (de oorspronkelijke bodem zonder verstoring of bodemvorming) bestaat uit vochtig tot nat bruingeel zand,
3.3 Archeologische relevantie In het afgegraven/bebouwde/verharde deel van het plangebied (ter hoogte van boringen 1, 2, 3, 5, 6 en 11) is de bodem tot maximaal 140 cm recent verstoord, getuige recent puin. In het zuidelijke, niet afgegraven, deel, dat ca. 40 cm hoger ligt, is de bovengrond ook recent verstoord, maar vanaf ca. 80 100 cm onder het huidige maaiveld zijn er aanwijzingen voor oudere “verstoringen”, in de vorm van donkere humeuze pakketten met oud aandoend puin en ijzerslakken (in boring 10), die heel goed kunnen wijzen op de aanwezigheid van archeologische lagen, sporen en vondsten. Dit doet direct denken aan de Nieuwe tijd vindplaats die in 1994 werd opgegraven door Antoinette Huijbers (zie p. 16). Deze grenst direct aan het zuidelijke deel van het plangebied. Het is heel goed mogelijk dat de humeuze oude lagen in boringen 7 tm. 10 samenhangen met de destijds gedocumenteerde waterloop/gracht. In boring 4 in het midden-westen is er vanaf 50 cm diepte mogelijk een restant van een esdek bewaard, daaronder zouden zich nog archeologische resten kunnen bevinden.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[31]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 15. Boringen.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[32]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie De onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord: Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Het plangebied is op de geomorfologische- en bodemkundige kaart al niet gekarteerd weergegeven vanwege de ligging binnen het bebouwde gebied. Op basis van archeologisch onderzoek in de omgeving, wordt verwacht dat het in of nabij een beekdal was gelegen. Meer in het al gemeen wijst de gevarieerde landschappelijke context in de omgeving van het plangebied, met een afwisseling van dekzandruggen, dekzandwelvingen, dalvormige laagtes en zones met verspoeld dekzand, alsmede de naam Beek en Donk (= zandkop) op een dynamisch overgangsgebied tussen hoog/droog en laag/nat. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend? In het plangebied zijn er geen archeologische vindplaatsen bekend. Tegen de zuidgrens van het plangebied is tijdens een opgraving een waterloop/gracht aangetroffen, met in de vulling veel aardewerk uit de periode 1750-1800. In de ruimere omgeving zijn er twee bronzen bijlen uit de Bronstijd en een vuurstenen bijl uit het Neolithicum gevonden. Dergelijke geïsoleerde bijlen zijn typisch voor natte contexten, en worden in de regel als zogenaamde rituele deposities beschouwd. Ca.
260 m ten noordwesten zijn er resten van een kasteel uit de Late Middeleeuwen aangetroffen . Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid? Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 (Beek en Donk, sectie B, blad 01) ligt het plangebied op een min of meer rechthoekig onbebouwd landbouwperceel langs de Kapelstraat. In 1900 verschijnt de eerste bebouwing, en in 1984 de huidige bebouwing. Vanwege de vele bebouwing wordt er een verstoorde bodem verwacht. Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologi sche waarden in het gebied? Er geldt een onbekende verwachting voor vindplaatsen van jager -verzamelaars en een hoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Er geldt met name een hoge verwachting voor sporen en vondsten uit de periode 1750-1800, op basis van een opgraving direct ten zuiden van het plangebied. Tevens moet er rekening worden gehouden met resten die typisch zijn voor natte contexten, zoals afvaldumps en rituele deposities.
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het pl angebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd? Ja, zoals verwacht is de bodem verstoord, met zowel recente verstoringen als gevolg van de bouw en sloop van met name de bioscoop, als oude “verstoringen”, die wijzen op occupati e en gebruik uit de periode 1750-1800.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[33]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Jager-verzamelaar vindplaatsen worden vanwege de verstoorde bovengrond niet meer verwacht, maa r er worden (in het niet afgegraven zuidelijke deel) wel sporen van landbouwers verwacht, met name uit de periode 1750-1800 (op basis van de opgraving). Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen? Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? In boring 4 in het midden-westen is er vanaf 50 cm diepte mogelijk een restant van een esdek bewaar d, daaronder zouden zich nog archeologische resten kunnen bevinden. In boringen 7 t/m 10 bevindt zich een archeologisch relevante laag tussen de 80 en 100 cm onder het huidige maaiveld. Derhalve worden (rekening houdend met een “beschermingsbuffer” van 10 cm) bodemingrepen dieper dan 40 cm in het midden-westen (rondom boring 4) afgeraden en dieper dan 70 cm in het zuiden (boringen 7 t/m 10) afgeraden. Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
4.2 Advies In geval van bodemingrepen dieper dan 40 cm in het midden-westen (rondom boring 4) en dieper dan 70 cm in het zuiden (boringen 7 t/m 10) wordt er een vervolgonderzoek aangeraden in de vorm van proefsleuven. Zie figuur 16 voor de zones van onderzoek. Een dergelijk onderzoek dient te zijn gebaseerd op een dor de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[34]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Figuur 16. Advies.
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Laarbeek, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[35]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Literatuur Berkvens, R., e.a., 2011. Kempisch erfgoed in beeld Een regionale erfgoedkaart voor de Kempen - en A2 gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden, Waalre, Valkenswaard, Cranendonck en Heeze-Leende. SRE Milieudienst, Eindhoven. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Schutte, A.H., 2011. Proefsleuvenonderzoek Otterweg (ong.) te Beek en Donk, gemeente L aarbeek. Econsultancy-rapport 11030284.Econsultancy, Swalmen. Stienen, J., 1991. Opgraving Hooghuis op de Donk. D’n Tesnuzzik 11-1: 29-36. Thijs, W. & A.J. Wullink, 2008. Een archeologisch BO en IVO door middel van boringen op ontwikkelingslocatie Rembrandplein fase II te Beek en Donk, gemeente Laarbeek (N.-Br.). ARC-rapport 2008-71. ARC, Groningen. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[36]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Overzicht van figuren, tabellen & bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
7
Figuur 2. Reliëf. Bron: www.AHN.nl.
11
Figuur 3. Geomorfologie. Bron: Koomen & Maas, 2004.
12
Figuur 4. Bodem. Bron: Archis.
13
Figuur 5. Uitsnede archeologische beleidskaart. Paars = hoge verwachting, historische kern, categorie 3; bruin = hoge verwachting, categorie 4. Bron: Berkvens, e.a., 2011.
17
Figuur 6. Archeologie. Bron: Archis.
18
Figuur 7. Plattegrond van opgraving nabij Kapelstraat. Bron: A. Huijbers.
19
Figuur 8. Historische context 1811-1832 (minuutplan, Beek en Donk, sectie B, blad 01). Het plangebied is globaal met een rode cirkel aangegeven. Bron: Archis.
21
Figuur 9. Historische context 1850. Bron: www.topotijdreis.nl.
22
Figuur 10. Historische context 1900. Bron: www.topotijdreis.nl.
23
Figuur 11. Historische context 1922. Bron: www.topotijdreis.nl.
24
Figuur 12. Historische context 1984. Bron: www.topotijdreis.nl.
25
Figuur 13. Historische context 2019. Bron: www.topotijdreis.nl.
26
Figuur 14. Luchtfoto. Bron: Google Earth.
27
Figuur 15. Boringen.
32
Figuur 16. Advies.
35
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
8
Tabel 2. Landschap.
11
Tabel 3. Archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
14
Tabel 4. Archeologische context.
14
Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
27
Tabel 5. De toekomstige situatie.
28
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[37]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A D: Ottoonse tijd
Vroeg
Middeleeuwen
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[38]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen
Geologische kaart van NL Geomorfologische kaart van NL
x x
DINO
x
Gegevens milieukundig bodemonderzoek
x
Actueel Hoogtebestand Nederland
x
Lucht- en satellietfoto’s
x
Topografische kaart van Nederland
x
Oud(st)e kadasterkaarten
x x
Beeldmateriaal bouwhistorie
x
Archeologische en cultuurhistorische rapportages
x
Archieven (RAAP)
x
Eigenaar en gebruiker
x
AMK
x
ARCHIS
x
CMA
x
CAA
x
CHW
x
Literatuur (arch./aardwet.)
x
Gebiedsgerichte specialisten
x
Amateurarcheologen
x
Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
Opmerking
x
Gedetailleerde bodemkaarten
Historische kaarten van Nederland
Bevat geen (nieuwe) relevante informatie
x
Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied
Bodemkaart van NL
Geraadpleegd, niet afgebeeld
Bron
Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven
LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)
x x
[39]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek ; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport 5021 / versie 10-06-2021
[40]
Boringen
Boring: BEKAP_1 Kop algemeen: Projectcode: BEKAP, Boornummer: 1, Beschrijver(s): MARC VER, Datum: 26-02-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171778, Y-coördinaat in meters: 394609, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 14.2, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Laarbeek, Opdrachtgever: BurgtBouw BV, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 14.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: veel fragmenten 70 / 13.50 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: moerig, glas, mortel, baksteenpuin 110 / 13.10 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter:
Edelman-7 cm, Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Laag opmerking: Opmerking: nat Einde boring 120 / 13.00
Boring: BEKAP_2 Kop algemeen: Projectcode: BEKAP, Boornummer: 2, Beschrijver(s): MARC VER, Datum: 26-02-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 130 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171764, Y-coördinaat in meters: 394592, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 14.79, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Laarbeek, Opdrachtgever: BurgtBouw BV, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 14.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: veel fragmenten Laag opmerking: Opmerking: mortel 90 / 13.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: zwart-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 120 / 13.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter:
Edelman-7 cm, Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 130 / 13.49
Boring: BEKAP_3 Kop algemeen: Projectcode: BEKAP, Boornummer: 3, Beschrijver(s): MARC VER, Datum: 26-02-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171750, Y-coördinaat in meters: 394598, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 14.58, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Laarbeek, Opdrachtgever: BurgtBouw BV, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 14.58 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: fragment geglazuurde badkamertegel 90 / 13.68 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 140, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: zwart-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: slap, nat 140 / 13.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 140, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm,
Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 150 / 13.08
1 bron: Bekap.geojson - 10-06-2021 11:42:39
Boringen
Boring: BEKAP_4 Kop algemeen: Projectcode: BEKAP, Boornummer: 4, Beschrijver(s): MARC VER, Datum: 26-02-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171751, Y-coördinaat in meters: 394616, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 14.38, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Laarbeek, Opdrachtgever: BurgtBouw BV, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 14.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 50 / 13.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: mogelijk restant verstoord esdek 110 / 13.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm:
120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 120 / 13.18
Boring: BEKAP_5 Kop algemeen: Projectcode: BEKAP, Boornummer: 5, Beschrijver(s): MARC VER, Datum: 26-02-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 160 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 170783, Y-coördinaat in meters: 394633, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 14.43, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Laarbeek, Opdrachtgever: BurgtBouw BV, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 14.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 10 / 14.33 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: vieze schijn 150 / 12.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Ondergrens laag in cm: 160, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-geel Lithologie: Grondsoort: