BIJLAGE 16. 2024-04-11 Proefsleuvenonderzoek def. Kapelstraat 5-7 Beek en Donk
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 6953
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Colofon Titel: Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek. Versie: 11-04-2024 Auteur: C.J.M Janssen & E. Rondags Projectcode: BEKAP3 Bestandsnaam: RAAPrap_6953_BEKAP3_20240411 Autorisatie: E. Rondags
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2024 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzo ek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Samenvatting Inleiding In opdracht van ‘De Herberg CV’ heeft RAAP op 14-12-2023 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ter plaatse van plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk (gemeente Laarbeek). Het proefsleuvenonderzoek was genoodzaakt ter bemachtiging van een omgevingsvergunnin g voor de toekomstige nieuwbouw (appartementen). Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de archeologie.
Resultaten Op basis van het voorgaand onderzoek bleek dat in een deel van het plangebied nog archeologische resten verwacht konden worden (= onderzoeksgebied). Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn verspreid over het onderzoeksgebied (612 m²) drie proefsleuven aangelegd met een totale oppervlakte van 124 m 2 . Dit komt neer op een dekkingspercentage van circa 19,6%. Op basis hiervan bleek dat er geen archeologische sporen en vondsten aanwezig zijn in het plangebied, enkel recente verstoringen die zich goed aftekenen in de natuurlijke laag (BC-horizont).
Advies Omdat er geen archeologische sporen en vondsten zijn aangetroffen bij het proefsleuvenonderzoek , alsook de bodem verstoord blijkt te zijn, wordt dan ook geadviseerd om het gehele plangebied vrij te geven voor toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Laarbeek, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[3]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 6 1.3 Voorgaand onderzoek .......................................................................................................................... 7 1.4 Doelstellingen en onderzoeksvragen ..................................................................................................... 7
2 Methoden ......................................................................................................................................... 8 2.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 8 2.2 Werkputten .......................................................................................................................................... 8 2.3 Documentatie en registratie ..................................................................................................................
9 2.4 Behandeling van sporen ......................................................................................................................10 2.5 Behandeling van vondsten ...................................................................................................................10 2.6 Behandeling van profielen ...................................................................................................................10 2.7 Bemonstering .....................................................................................................................................10 2.8 Uitwerking ..........................................................................................................................................10 2.9 Afwijking en aanpassing van de onderzoeksstrategie ............................................................................10
3 Resultaten ...................................................................................................................................... 11 3.1 Landschap en stratigrafie ....................................................................................................................11 3.2 Sporen en structuren ...........................................................................................................................18 3.3 Vondsten ............................................................................................................................................20 3.4 Monsters ............................................................................................................................................20 3.5 Interpretatie van de vindplaats .............................................................................................................20 3.6 Waardestelling ....................................................................................................................................20 3.7 Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................................................................20
4 Conclusie ....................................................................................................................................... 22 5 Selectieadvies ................................................................................................................................ 23 Literatuur .......................................................................................................................................... 24 Websites/Digitale bronnen ................................................................................................................. 24 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 25
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[4]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
1 Inleiding 1.1 Kader In opdracht van ‘De Herberg CV’ heeft RAAP op 14-12-2023 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente Laarbeek (figuur 1). Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met de voorgenomen werkzaamheden die een bedreiging kunnen vormen voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische resten.
Figuur 1. De ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
In de toekomst zal er nieuwbouw (appartementen) in het gebied gerealiseerd worden. Hierbij zal men tot in de voor archeologie relevante lagen gaan roeren en eventueel aanwezige archeologische resten
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[5]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
bedreigen, vandaar dat een archeologisch onderzoek nodig is. Het onderzoek is vereist vanwege de omgevingsvergunning. Het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek is het vervolg op een waarderend booronderzoek. Op grond van de resultaten daarvan werd geconcludeerd dat de kans aannemelijk is dat in een deel van het plangebied nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn (Verhoeven, 2021; zie ook § 1.3). Omdat het niet mogelijk is om deze resten duurzaam in de ondergrond te behouden, is het besluit genomen om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren in het plangebied. Het veldwerk is uitgevoerd op 14 december 2023. De uitwerking vond plaats in de daaropvolgende periode. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de erfgoedwet. Onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal (in het geval van vondsten) zullen worden overgedragen aan het depot van de provincie: ‘Provinciaal Depot Bodemvondsten’ (PDB). Voorafgaand aan het onderzoek is, conform de KNA een Programma van Eisen (PvE) opgesteld (Gaarthuis & De Baere, 2023). Dit PvE diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteits norm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteits borging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als norm.
RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
1.2 Administratieve gegevens Plangebied
Kapelstraat 5 te Beek en Donk
Opdrachtgever
De Herberg CV
Contactpersoon opdrachtgever
M. (Marc) Haenraets (AROM Juridisch adviesbureau)
Bevoegde overheid
Gemeente Laarbeek
Contactpersoon bevoegde overheid
S. (Saskia) Hornikx
Plaats
Beek en Donk
Gemeente
Laarbeek
Provincie
Noord-Brabant
Coördinaten (X/Y)
171768/394612
Toponiem
Kapelstraat
Oppervlakte plangebied en onderzoeksgebied
Het plangebied is 2266 m² groot. Op basis van het vooronderzoek bleek in twee gebiedjes nog vervolgonderzoek nodig. Het onderzoeksgebied is dus kleiner (612 m²).
Periode veldwerk
14-12-2023
Projectleider
C.J.M Janssen
Projectmedewerkers
E. Rondags
Archis-onderzoeksmeldingsnummer
5480236100
Bewaarplaats documentatie en eventuele vondsten
RAAP Zuid en op termijn Archis en het e-depot
Tabel 1. Administratieve gegevens.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[6]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
1.3 Voorgaand onderzoek Soort onderzoek
Uitvoerder
Uitvoeringsperiode
Rapportage
Bureau- en inventariserend veldonderzoek(verkennende fase)
RAAP
Februari 2021
Verhoeven, 2021
Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken.
Het plangebied is aan de hand van een bureau- en verkennend booronderzoek onderzocht (Verhoeven, 2021). Op basis hiervan is duidelijk geworden dat voor een deel van het plangebied nog een hoge archeologische verwachting is voor de aanwezigheid van archeologische resten. Het gaat hierbij om nederzettingsresten van landbouwers (periode neolithicum t/m nieuwe tijd) en de resten van een mogelijke gracht aangezien in de directe omgeving reeds resten hiervan werden aangetroffen (niet gerapporteerde opgraving die in 1994 direct ten zuiden van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden). Een daadwerkelijke vindplaats is echter nog niet aangetoond , vandaar dat het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek nodig werd geacht. Het plangebied is 2266 m² groot. Op basis van het vooronderzoek bleek in twee deelgebieden nog vervolgonderzoek nodig. Het onderzoeksgebied voor het proefsleuvenonderzoek is dus kleiner (612 m²).
1.4 Doelstellingen en onderzoeksvragen Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich binnen de begrenzing van het onderzoeksgebied (figuur 1) behoudenswaardige archeologische resten bevinden. Het doel is inzicht te verkrijgen in de precieze aard, omvang, diepteligging en datering van de archeologisch e resten, en te bepalen of het gaat om een behoudenswaardige vindplaats. In het Programma van Eisen (PvE, Gaarthuis & De Baere, 2023) zijn hiervoor onderzoeksvragen geformuleerd (zie § 3.7). Bovendien dient duidelijk gemaakt te worden wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[7]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
2 Methoden 2.1 Algemeen Zoals uit het vooronderzoek is gebleken, is er een kans dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn (zie § 1.3). Gezien de verwachting op o.a. nederzettingsresten van landbouwers, is het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek de meest geschikte methode om dergelijke vindplaatsen op te sporen en te waarderen.
2.2 Werkputten Een overzicht van de ligging van de werkputten is afgebeeld in figuur 2. In (tabel 3) zijn de afmetingen van de verschillende werkputten samengevat. Werkput
Afmetingen (l x b in m)
Aantal vlakken
Oppervlakte vlak (m²)
1
Ca. 10 x 4
1
40 (+ 4)
2
Ca. 10 x 4
1
40
3
Ca. 10 x 4
1
40
Totaal
124
Tabel 3. Overzicht van werkputten en vlakken.
De proefsleuven zijn grotendeels conform het vooropgestelde PvE aangelegd (Gaarthuis & De Baere, 2023). Alleen werd aan de zuidkant van WP 1 de sleuf één graafbak breed verlengd (4 m 2 ). Aan de rand van de put lag namelijk een omvangrijk gevlekt spoor (S4000), er moest gecontroleerd worden of het niet om een gedempte sloot of greppel ging. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd 124 m 2 archeologisch vlak aangelegd. Het dekkingspercentage binnen het onderzoeksgebied (612 m²) bedraagt circa 19,6%. De werkputten zijn volgens een doorlopende reeks genummerd en worden aangeduid met de afkorting WP (bijv. WP 3).
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[8]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 2. Overzicht van de proefsleuven en de locatie van de gedocumenteerde profielen .
2.3 Documentatie en registratie In alle werkputten is één vlak aangelegd in de top van het ongeroerde dekzand op ca. 1,2 m - mv (doorgaans BC-horizont). De sporen zijn digitaal ingemeten met een RTK-GPS met een conform KNAeis OS02 maximale afwijking van 3 cm in zowel het horizontale als verticale vlak. Ook de hoogte van de aangelegde vlakken ten opzichte van NAP is bepaald met een GPS. De ruwe GPS-bestanden zijn dagelijks uitgelezen, gecontroleerd en gecorrigeerd. De sporen zijn in een doorlopende reeks over de hele opgraving genummerd en worden aangeduid met een S (bijv. S12). Spoor- en vondstgegevens zijn in het veld ingevoerd in de Odile database. In het algemeen geldt dat sporen en vondsten zijn gedocumenteerd conform specificaties OS04 en OS05 van de BRL SIKB 4000.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[9]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
2.4 Behandeling van sporen Om sporen te traceren en sporenclusters zo goed mogelijk te kunnen begrenzen, is het vlak waar nodig tijdens de aanleg handmatig opgeschaafd. Omdat de aangetroffen sporen twijfelachtig waren en m et het oog op het waarderen zijn alle sporen gecoupeerd. Aangezien hieruit bleek dat de sporen niet archeologisch van aard waren, is alleen een foto gemaakt van de coupe (geen coupetekening van 1:20). De sporen zijn in een doorlopende reeks genummerd en worden in dit rapport aangeduid met een één- tot viercijferig nummer, voorafgegaan door een S (bijv. S2).
2.5 Behandeling van vondsten Er werden geen archeologische vondsten aangetroffen. Indien deze wel aanwezig waren zouden ze bij de vlakaanleg en bij het couperen van sporen per spoorvulling verzameld worden. Indien vondsten niet aan antropogene sporen kunnen worden gekoppeld, worden ze per laag in vakken van 5 bij 4 m verzameld. Er werden wel recente insluitsels (o.a. 20e eeuwse baksteen, plastic) aangetroffen binnen verstoringen, maar deze werden niet ingezameld. Voor het opsporen van metaalvondsten is gebruik gemaakt van een metaaldetector (bij vlakaanleg en inspectie van de wanden).
2.6 Behandeling van profielen In elke proefsleuf is minstens één circa 1 m brede profielkolom opgeschaafd, gefotografeerd, getekend en beschreven vanaf het maaiveld. De locatie ervan is ingemeten met de RTK-GPS (met X-, Y- en Zcoördinaten) (figuur 2).
2.7 Bemonstering Tijdens het onderzoek zijn geen sporen aangetroffen die zich leenden voor monstername. Bijgevolg zijn er dus geen grondmonsters verzameld.
2.8 Uitwerking Documentatie van het onderzoek is na afloop van het onderzoek gecontroleerd. Na afloop van het veldwerk is een laatste controle uitgevoerd en zijn de analoge profiel - en coupetekeningen gedigitaliseerd en de vondsten gewassen en gesplitst per materiaalcategorie. Gezien de geringe resultaten van onderhavig onderzoek was het niet noodzakelijk om een evaluatierapport op te stellen. Dit is ook overlegd met het bevoegd gezag (mevr. S. Hornikx) tijdens het veldoverleg (d.d. 14 -12-2023). Na afloop van de basisuitwerking van de veldgegevens is aansluitend gestart met het opstellen van de rapportage. Gedetailleerde informatie is te raadplegen in het e-depot.
2.9 Afwijking en aanpassing van de onderzoeksstrategie Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de onderzoeksstrategie zoals die in het PvE is omschreven.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[10]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
3 Resultaten 3.1 Landschap en stratigrafie
3.1.1 Inleiding Een vindplaats kan niet los worden gezien van het landschap waarin hij is gelegen. Voor een correcte interpretatie is het dan ook van belang om de landschappelijke context inzichtelijk te maken. In het onderstaande wordt kort ingegaan op de geologische, geomorfologische en bodemkundige aspecten van het plangebied en directe omgeving. Voor meer info zie het vooronderzoek (Verhoeven, 2021).
3.1.2 Geologie en geomorfologie Op de geomorfologische kaart (Koomen & Maas, 2004) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen het bebouwde gebied (figuur 3). Op basis van archeologisch onderzoek in de omgeving, wordt verwacht dat het onderzoeksgebied in of nabij een beek dal was gelegen. Meer in het algemeen wijst de gevarieerde landschappelijke context in de omgeving van het plangebied, met een afwisseling van dekzandruggen, dekzandwelvingen, dalvormige laagtes en zones met verspoeld dekzand, alsmede de naam Beek en Donk (= zandkop) op een dynamisch overgangsgebied tussen hoog/droog en laag/nat. Dit komt ook terug op de reliëfkaart, alhoewel de bebouwing voor vervorming zorgt.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[11]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 3. Plangebied op de geomorfologische kaart van Nederland. Bron: Koomen & Maas, 2004
Op de bodemkaart van Nederland is het plangebied aangegeven als niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom (figuur 4). Gebaseerd op extrapolatie van nabijgelegen gekarteerde bodemtypes worden beekeerd- en/of hoge zwarte enkeerdgronden verwacht. Beekeerdgronden zijn typisch voor natte contexten, en bestaan uit een afwisseling van organische (veen, plantenresten) en anorganische (zand, leem, klei) lagen, met daaronder een grijze C-horizont.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[12]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 4. Plangebied op de bodemkaart van Nederland (Archis).
Hoge zwarte enkeerdgronden zijn het resultaat van langdurige plaggenbemesting (vaak vanaf de late middeleeuwen) waarbij uiteindelijk een dikke humusrijke bovenlaag is ontstaan. Deze is minimaal 50 cm dik en wordt ook wel een esdek genoemd. De oorspronkelijke bodem bestaat dan waarschijnlijk uit podzolgronden, die in intacte toestand getypeerd worden door een dunne humeuze A-horizont, een lichtgrijze E-horizont (uitlogingslaag van humus en/of ijzer), een roodbruine B -horizont (aanrijkingslaag van humus en/of ijzer) die geleidelijk overgaat (BC-horizont) naar een lichtgeelgrijze C-horizont. Bij een lagere ligging kan ook sprake zijn van lage enkeerdgronden. In tegenstelling tot de hoge enkeerdgronden bevinden deze zich doorgaans in de lagere en nattere gebiedsdelen. De humeuze bovenlaag is hier vaak het gevolg van het (kortstondig) ophogen met als doelstelling grondverbetering (droger maken).
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[13]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
3.1.3 Resultaten proefsleuvenonderzoek De bodemopbouw is tijdens het proefsleuvenonderzoek bestudeerd aan de hand van 4 kolomprofielen. Profiel 142 (figuur 2) is representatief voor de bodem in het onderzoeksgebied (figuur 5), indien intact. De bodem bestaat doorgaans uit een donkergrijsbruine en lichtgeel/grijs gevlekte verrommelde ophogingslaag. Op ca. 70 cm – Mv bevindt zich een 40 cm dik restant van een donkerbruingrijze Ahorizont. Hieronder bevindt zich een (natte) BC-horizont bestaande uit licht geelbruin zand met een matige hoeveelheid silt (matig fijn). Bovengenoemde bodemopbouw varieert in het onderzoeksgebied: de aanwezigheid, dikte en diepte van de A-horizont en bodemverstoring zijn niet uniform. Wel is er een globale overeenkomst: verstoord/opgebracht → A-horizont → BC- / C-horizont. De bodem kan – gezien de dikte van het opgebrachte pakket en de resterende A -horizont – geclasseerd worden als een enkeerdgrond. Dergelijke bodems worden getypeerd door een esdek van minimaal 50 cm dik, ontstaan na eeuwenlange plaggenbemesting. Mogelijk dat dit hier oorspronkelijk het geval was, maar door de verrommelde bovenlaag kan dit echter niet bevestigd worden of het om een lage of hoge enkeerdgrond gaat. Dit is ook verder niet relevant. Onder het restant van de A-horizont, of soms zelfs rechtstreeks onder de verrommelde laag, bevindt zich het natuurlijke dekzand.
Hierin was van oorsprong een podzol in ontwikkeld, die nog intact is vanaf de BC-horizont. De top van de oorspronkelijke podzol (E- en B-horizont) is afgetopt. Ook ter plaatse van het vlak zijn nog geregeld recente verstoringen aanwezig. Deze worden in verband gebracht met de voormalige 20 e eeuwse en recent gesloopte bebouwing in het gebied (www.topotijdreis.nl). In alle proefsleuven waren recente verstoringen aanwezig, vooral in WP 1 en 2 , en in mindere mate ook in WP3 (figuur 6; figuur 7 & figuur 8). Deze zijn erg gevlekt en bevatten recente insluitsels (o.a. 20 e eeuwse baksteen, plastic, etc.).
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[14]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 5. Kolomprofiel 142 uit WP 1. Foto genomen vanuit het westen.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[15]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 6. Impressie WP 1. Foto genomen vanuit het noorden, met op de voorgrond de uitbreiding en een recente verstoring.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[16]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 7. Impressie WP 2, met veel verstoringen en op de achtergrond een deel van een muur (niet meer in situ) . Foto genomen vanuit het noorden.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[17]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Figuur 8. Impressie WP 3. Foto genomen vanuit het oosten.
3.2 Sporen en structuren Gedurende het proefsleuvenonderzoek zijn geen archeologische sporen gevonden. De drie geregistreerde sporen (S1, S2 en S3) waren van in het begin al twijfelachtig waardoor ze gecoupeerd werden. Na het couperen bleek dat S1 een recente verstoring was . S2 en S3 bleken natuurlijk te zijn: humeuze vlekken als gevolg van de natte bodem (soort van bodemvorming). De overige sporen in het onderzoeksgebied waren recente verstoringen (S9999). De enige uitzondering hierop was S9998, deze codering is gebruikt voor gebieden binnen de proef sleuven die niet verder verdiept konden worden ten gevolge van de aanwezigheid van een PVC-buis en een groot stuk moderne muur (figuur 7 & figuur 8). Dit muurfragment was nog een restant van een gesloopt gebouw en bevond zich in de verrommelde bovenlaag (niet in situ). Het was overigens ook opgebouwd uit bakstenen die op industriële wijze zijn gemaakt (20 e eeuws). Ter volledigheid dient nog gemeld te worden dat de natuurlijke BC -horizont (dekzand) gedocumenteerd is onder het algemene spoornummer S4000.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[18]
Figuur 9. Alle sporenkaart.
3.3 Vondsten Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd.
3.4 Monsters Tijdens het onderzoek zijn geen grondmonsters verzameld.
3.5 Interpretatie van de vindplaats Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden geen archeologische sporen en vondsten aangetroffen, dus er is ook geen sprake van een archeologische vindplaats. De bodem is plaatselijk ook erg verstoord (WP1 en WP2 meer als WP3).
3.6 Waardestelling Omdat het onderzoek geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied, kan worden geconcludeerd dat het terrein niet van archeologische waarde is. Daarom is er geen waardestelling uitgevoerd. Er zijn geen behoudenswaardige archeologische resten in het gebied aanwezig.
3.7 Beantwoording van de onderzoeksvragen Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het PvE hieronder beantwoord worden. Vanwege de summiere resultaten, kunnen sommige onderzoeksvragen (vragen 7 t/m 10) slechts beknopt of niet beantwoord worden. Bodemopbouw en genese 1. Hoe ziet de bodemopbouw eruit in het onderzoeksgebied? De bodem bestaat uit een verrommelde ophogingslaag met daaronder soms nog een restant van de A horizont (enkeerdgrond). Daaronder bevindt zich het natuurlijke zand waarin va n oorsprong een podzol ontwikkeld was. Deze is nog intact vanaf de BC-horizont en is dus afgetopt. Ter plaatse van dit archeologisch relevante vlak zijn ook verstoringen aanwezig. Vooral ter plaatse van WP1 en 2, en in mindere mate ook ter plaatse van WP 3. 2. Is in (alle delen van) het gebied sprake van een intact bodemprofiel? In welke delen van het plangebied is sprake van een recentelijk verstoord bodemprofiel? Ter plaatse van alle proefsleuven zijn in meer of mindere mate recente verstoringen vastgest eld. Deze zijn erg gevlekt en bevatten fragmenten van modern baksteen en plastic. 3. Is de bodemkundige situatie overeenkomstig de verwachting op basis van het vooronderzoek? Volgens het vooronderzoek werd verwacht dat er beekeerd- of een hoge zwarte enkeerdgrond aanwezig zou zijn.
Deze grond zou door de drukke bouwgeschiedenis in het plangebied flink verstoord zijn. Het proefsleuvenonderzoek bevestigt dat binnen het gebied (tussen de verstoringen in) een restant aanwezig is van een enkeerdgrond en een pod zolgrond. Jonge beekafzettingen werden niet aangetroffen.
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
4. Is een plaggendek aanwezig? Zo ja, wat is er te zeggen over een datering, eventuele fasering, sporen van historische bodembewerking en de bodem waarop het dek is ontstaan? Er is een restant van een enkeerdgrond in het gebied aanwezig, maar over het ontstaan hiervan, kan weinig zinnigs gezegd worden aangezien het bovenste deel niet meer intact is (cf. verrommeld ophoogpakket). In het geval van een hoge enkeerdgrond kan dit een restant zijn van een plaggendek, maar het is niet uitgesloten dat het hier gaat om een lage enkeerdgrond waarbij de bovengrond relatief snel is opgebracht in het kader van grondverbetering (droger maken). 5. Wat is de dikte van het plaggendek en hoe verhoudt zich dat ten opzichte van het paleoreliëf? Deze vraag kan niet beantwoord worden (zie ook vorige vraag). 6. Welke post-depositionele processen hebben plaatsgevonden? In hoeverre is sprake van erosie en aantasting of verstoring van archeologische resten door dit soort pro cessen? De post-depositionele processen die hebben plaatsgevonden bestaa n uit recente bebouwing en de sloop ervan. Er zijn echter tijdens onderhavig onderzoek geen aanwijzingen aangetroffen dat er nog archeologische resten in het gebied aanwezig of te verwachten zijn. Sporen, structuren en vondsten 7. Zijn in het onderzoeksgebied archeologische vondsten, sporen en/of structuren aanwezig? Nee: niet aanwezig. 8.
Is er sprake van concentraties aardewerk en/of (vuur)stenen artefacten? Nee: niet aanwezig. 9. Kunnen (clusters van) sporen worden toegewezen aan één of meerdere struct(u)ur(en)? Nee: niet van toepassing. 10. Kunnen de archeologische resten die tijdens het onderzoek zijn aangetroffen worden verbonden met de archeologische resten van de niet gerapporteerde opgraving die in 1994 direct ten zuiden van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden? Nee: niet van toepassing. 11. Indien er geen archeologische resten worden aangetroffen, wat is de reden voor de afwezigheid van archeologische resten? Er zijn tijdens onderhavig onderzoek geen aanwijzingen tussen de aanwezige verstoringen aangetroffen dat er nog archeologische resten in het gebied aanwezig of te verwachten zijn. Mogelijk was het gebied te nat voor bewoning en waren er in de directe omgeving bet ere locaties aanwezig.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[21]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
4 Conclusie Het onderzoek heeft geen archeologische sporen of vondsten opgeleverd. Bovendien is de bodem ook verstoord. Omdat het onderzoek geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het onderzoeksgebied, kan worden geconcludeerd dat het terrein niet van archeologische waarde is.
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[22]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
5 Selectieadvies Gezien de afwezigheid van archeologische resten en de mate van verstoring wordt geadviseerd het gehele plangebied vrij te geven voor toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Laarbeek, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit .
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[23]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Literatuur Gaarthuis, K.J.M. & W. De Baere, 2023. Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek. PROGRAMMA VAN EISEN. RAAP-PVE 2907. Weesp. Verhoeven, M.P.F., 2021. Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek. RAAP-rapport 5021. Weesp. Koomen, A.J.M. en G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergrond-document bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen.
Websites/Digitale bronnen Historische kaarten: www.topotijdreis.nl
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[24]
Plangebied Kapelstraat 5 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek . Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. De ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
5
Figuur 2. Overzicht van de proefsleuven en de locatie van de gedocumenteerde profielen.
9
Figuur 3. Plangebied op de geomorfologische kaart van Nederland. Bron: Koomen & Maas, 2004
12
Figuur 4. Plangebied op de bodemkaart van Nederland (Archis).
13
Figuur 5. Kolomprofiel 142 uit WP 1. Foto genomen vanuit het westen.
15
Figuur 6. Impressie WP 1. Foto genomen vanuit het noorden, met op de voorgrond de uitbrei ding en een recente verstoring.
16
Figuur 7. Impressie WP 2, met veel verstoringen en op de achtergrond een deel van een muur (niet meer in situ). Foto genomen vanuit het noorden.
17
Figuur 8. Impressie WP 3. Foto genomen vanuit het oosten.
18
Figuur 9. Alle sporenkaart.
19
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
6
Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken.
7
Tabel 3. Overzicht van werkputten en vlakken.
8
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal
Appendices: Appendix 1. Kolomprofielen
RAAP-rapport 6953 / versie 11-04-2024
[25]
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A D: Ottoonse tijd
Vroeg
Middeleeuwen
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000