Beantwoording verhelderende technische vragen Ouderen Appèl - HvL begroting GGD 2024.docx
Tekst van het document
Beantwoording verhelderende/technische vragen Vragen gesteld: Via email/commissie/raad
d.d.: 25 april 2023
Vragensteller: F. van Zeeland
Partij: Ouderen Appèl - HvL
Portefeuillehouder: M. Slaets Onderwerp: Begroting GGD 2024
Vraag: De heer Van Zeeland vraagt zich af of het op peil brengen van het weerstandsniveau vanuit de lopende exploitatie wel reëel is. Antwoord: Deze vraag is door de GGD als volgt beantwoord: Per ultimo 2022 lag het weerstandsvermogen voor Publieke Gezondheid (PG) met €1,7mln en voor Ambulancezorg (AZ) met €1,35mln uitstekend binnen de kaderstellende bandbreedte voor het weerstandsvermogen, behorende bij het 2022 omzetniveau (bandbreedte weerstandsvermogen PG: €1,5 mln - €2,0 mln; bandbreedte AZ: €1,2 mln - €1,5 mln). Het is door de verwachte toename in omzet in 2024, waarin de sterke indexatie voor zowel 2023 als 2024 een belangrijke rol speelt naast de autonome groei in taken, dat de bijbehorende kaderstellende bandbreedte opschuift naar een volgende staffel met een beoogd minimumniveau van €2,0 mln voor PG en €1,5 mln voor AZ. Hiermee komt in de komende jaren de op te bouwen verhoging van de reserve voor PG neer op c. €300k. Dit is gerelateerd aan het jaarlijkse omzetniveau (begroting 2024 c. €47 mln) beperkt van omvang. Gezien deze relatief beperkte materialiteit en in ogenschouw nemend dat de gerealiseerde structurele exploitatieruimte op totaal GGD niveau gemiddeld genomen over de laatste 8 jaren op 0,4% uitkwam, verwachten wij deze verhoging van de reserves in de komende jaren te kunnen realiseren uit (beperkte) exploitatieresultaten.
Voor Ambulancezorg geldt een vergelijkbare situatie. Om aan het opgeschoven minimumniveau van de kaderstellende bandbreedte voor het weerstandsvermogen van €1,5 mln te voldoen dienen we in de komende jaren c. €150k aan de vrije reserves toe te voegen. Ook dit is beperkt in materialiteit (gerelateerd aan een omzetniveau van c. €32 mln) en ook hiervan verwachten we dit uit toekomstige exploitatieresultaten op te kunnen bouwen.
Kortom, de beperkte materialiteit, de vrij ruime periode waarin we dit kunnen opbouwen en de gerealiseerde structurele exploitatieruimte in de afgelopen jaren heeft ons doen besluiten dit niet separaat in de begroting 2024 op te nemen. Maar, slag om de arm houdend, uiteraard liggen er ook voor de GGD onzekerheden op de loer, die zowel positief maar ook negatief kunnen uitpakken. Een grote onzekerheid is b.v. de aanzienlijke inflatie, die we hebben verwerkt in de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 o.b.v. de wetenschap die we nu hebben. Voor de GGD BZO is het wel heel belangrijk dat deze gecompenseerd wordt middels de in de begroting opgenomen indexaties, om daarmee de eventuele negatieve impact van dit aspect op de opbouw van onze reserves zo goed mogelijk weg te nemen.
Datum beantwoording: