Beantwoording technische vragen Kadernota 2025 28-06-2024
Tekst van het document
Beantwoording technische vragenronde Kadernota 2025 Laarbeek De raad is in de gelegenheid gesteld tot het stellen van technische vragen met betrekking tot de Kadernota 2025. De behandeling van deze Kadernota staat geagendeerd ter besluitvorming voor de raadsvergadering van 4 juli a.s.
Vragen Fractie PNL Vraag 1 Pagina 31 en 31: Er wordt gesteld dat de Ondernemersfonds een groter deel uit de ozbopbrengsten zou moeten krijgen. Wij zien dit wel in programma 4, maar niet in programma 3 terug. Waar kunnen we deze bijstelling terugzien in programma 3? Uit welke berekening blijkt dat het Ondernemersfonds een groter deel zou moeten ontvangen? Wanneer het Ondernemersfonds een groter deel krijgt, betekent dit toch automatisch dat de gemeente een kleiner deel krijgt, of zien we dat verkeerd? Indien deze veronderstelling juist is, dan is het voor de gemeente niet budgetneutraal, wat wel wordt gesteld. Graag iets meer uitleg hoe we dit moeten lezen. Antwoord: In de toelichting staat per abuis dat u het kunt terugzien in programma 3 en 4. Dit moet echter programma 4 en 6 zijn (pagina's 22 en 31/32). Het Ondernemersfonds Laarbeek wordt gefinancierd via de OZB niet-wonen. Er is een opslag op de OZB-heffing van € 30,- per € 100.000,- WOZ-waarde (verdeeld over een eigenaarsdeel en een gebruikersdeel). Dit bedrag is al sinds de start van het Ondernemersfonds Laarbeek hetzelfde. Door wijzigingen van de WOZwaarden en/of areaalwijzigingen (bouw of sloop van bedrijfspanden) verandert elk jaar het totale bedrag dat we innen voor het Ondernemersfonds Laarbeek.
Vanwege de bouw van bedrijfspanden op Bemmer IV en gestegen WOZ-waarden (na een eerdere daling in de coronaperiode) stijgt de totale bijdrage voor het Ondernemersfonds Laarbeek. Voor de gemeente is de wijziging budgetneutraal: De baten uit OZB nemen toe maar ook de lasten vanwege het “doorstorten” richting Ondernemersfonds. Vraag 2 Pagina 7 – 10: Wordt bij de afschrijvingstermijnen van activa de componenten benadering toegepast? Zo ja, hoe ziet die er uit? Antwoord: In de door uw raad vastgestelde nota “investeringen afschrijving en waardering” is het volgende besloten bij hoofdstuk 3 uitgangspunten (blz. 4): 1. De opdeling in componenten dient bij de kredietaanvraag te worden aangegeven. 2. De componentenmethode wordt alleen toegepast bij investeringen als er wezenlijke verschillen zijn in afschrijvingstermijnen én het een substantieel deel van de investeringen betreft. Dit is het beleid wat de raad heeft vastgesteld en kan alleen van afgeweken worden als uw raad daartoe besluit. Dus het wordt toegepast als bovenstaande uitgangspunten van toepassing is.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
1
Vraag 3 Pagina 17: Naast de Japanse Duizendknoop zijn er ook andere (Aziatische) invasieve duizendknopen zoals Afghaanse duizendknoop, sacharine duizendknoop ed. Komen deze in Laarbeek ook voor? Wordt bij de bestrijding samengewerkt met andere overheden (gemeenten, provincie, waterschap en Rijk)? Zo ja, hoe? Zo nee, is samenwerking dan niet dringend gewenst? Kan wat betreft invasieve soorten duidelijkheid gegeven worden over feiten en fictie? Antwoord: Er is geen afzonderlijke inventarisatie van de overige duizendknopen, maar indien deze worden aangetroffen volgt dezelfde aanpak als bij de Japanse Duizendknoop. Een betere omschrijving onder punt 2 was dan ook geweest ‘het bestrijden van Aziatische Duizendknopen’. Met betrekking tot de bestrijding van de Aziatische Duizendknopen wordt momenteel in beeld gebracht op welke locaties de overlast het grootst is; voor aanwonenden en op openbaar terrein. In eerste instantie wordt ingezet op bestrijding op deze overlastlocaties. Daarmee ontstaat dan ook inzicht in de werkelijke kosten van bestrijding van Aziatische Duizendknopen. Met waterschap Aa en Maas zullen we op korte termijn in overleg treden over enkele locaties waar een gezamenlijke aanpak gewenst is. Voor de percelen die eigendom zijn van de provincie Noord-Brabant of van Rijkswaterstaat melden we de locaties waar Aziatische Duizendknopen zijn aangetroffen.
We zien ook dat de onderhoudsaannemer van Rijkswaterstaat deze locaties overslaat bij de reguliere maaiwerkzaamheden. Maar voor het overige lijkt Rijkswaterstaat (nog) niet over te gaan tot actieve bestrijding. Voor alle genoemde instanties geldt dat zij een eigen beleid hebben met betrekking tot het al dan niet bestrijden van deze invasieve exoten. De gemeente Laarbeek niet meer kan doen dan het melden van aangetroffen locaties. Duidelijkheid over feiten en fictie met betrekking tot invasieve exoten kunnen wij niet geven. Landelijk doen diverse kennisplatforms onderzoek naar de meest effectieve wijze van bestrijding van de verschillende exoten, maar voor geen enkele exoot is er een aanpak die gegarandeerd leidt tot resultaat. Duidelijk is wel is dat dit in alle gevallen een zaak van continue inzet en lange adem zal zijn. Vraag 4 Pagina 24: Wat is de oorzaak van forse groei van de bijstand (Senzer), oplopend tot structureel € 145.150,00 in 2028? Antwoord: Er is geen sprake van een forse groei van het aantal bijstandsgerechtigden. Er is ook geen causaal verband tussen het aantal bijstandsgerechtigden en het oplopend bedrag aan gemeentelijke bijdrage. De berekening van de gemeentelijke bijdrage vindt plaats op basis van de in 2023 vastgestelde Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer.
Senzer ondervindt de gevolgen van de hogere loon- en prijsontwikkelingen met name door de CAOaanpassingen van de doelgroep en de begeleidingsorganisatie van Senzer. In 2024 vangt Senzer de hogere indexeringen die dit tot gevolg had zelf op. Vanaf 2025 worden deze doorberekend in de gemeentelijke bijdrage. Vraag 5 Pagina 28: Geldt het vragen van leges bij kinderopvang ook voor buitenschoolse opvang? Antwoord: Ja, dat geldt ook voor buitenschoolse opvang. De term kinderopvang hanteren we als overkoepelende term voor: - dagopvang: via een kindercentrum/kinderdagverblijf of gastouder - buitenschoolse opvang: via een kindercentrum/kinderdagverblijf of gastouder
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
2
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
3
Vragen Fractie ABL Vraag 1 Pagina 10 – Punt 6a Is er een overzicht beschikbaar van de opbrengsten van leges vs. de kosten per legesonderdeel of soort? Als dit niet beschikbaar is hoeft dit niet speciaal gemaakt te worden. Antwoord: Op dit moment is er geen overzicht beschikbaar op het detailniveau van de verschillende legesonderdelen. Het verkrijgen van meer inzicht vormt een onderdeel van een traject dat onderhanden is, onder andere naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet. Vraag 2 Pagina 18 – Bomenbeheer – Zorgplicht Kan worden toegelicht waarop deze wettelijke zorgplicht is gebaseerd en waarin Laarbeek dan nu nog niet voldoet? Antwoord: De zorgplicht voor bomen houdt in dat een eigenaar verplicht is zijn bomen regelmatig en systematisch te onderhouden en periodiek te (laten) inspecteren op mogelijke gebreken en zo nodig actie te ondernemen. Deze zorgplicht heeft tot doel om risico’s zoveel mogelijk te minimaliseren en de kans op (letsel)schade te voorkomen. De zorgplicht komt voort uit de rechtspraak aangaande artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek over onrechtmatige daad. Op grond van dit artikel is een boomeigenaar aansprakelijk voor schade veroorzaakt door de boom als de te besteden zorg voor de boom onvoldoende is geweest. Laarbeek voldoet op dit moment aan de wettelijke zorgplicht. Het bomenareaal groeit echter in aantal, formaat en leeftijd.
Daardoor is er sprake van een structurele toename van de kosten van inspectie en van het uitvoeren van de daaruit voortvloeiende maatregelen. Vraag 3 Pagina 18 – Ruimtelijke ordening – Programmamanager Peelgemeenten Waarom is de invulling van een programmamanager duurder geworden dan voorzien? Antwoord: Om de uitvoeringskracht bij de Peelgemeenten te versterken en ter ondersteuning van de Programmamanager Peelsamenwerking hebben de colleges van de 6 peelgemeente in maart 2024 ingestemd met de aanstelling van een programmaondersteuner en secretariële ondersteuning. Daarnaast is een jaarlijks werkbudget van € 30.000 voor 2024 en € 15.000 voor 2025 en 2026 beschikbaar gesteld. De kosten die hiermee gemoeid zijn, zijn gelijkelijk verdeeld over de 6 peelgemeenten. De hiervoor benodigde middelen, te weten € 36.000 voor 2025 en € 46.000 voor 2026 zijn daarom opgenomen in de Kadernota 2025. Vraag 4 Pagina 21: Temporiseren omvormingen vanuit het groenbeheerplan 2023 Het vertragen van het tempo van 15 naar 20 jaar levert een voordeel op. Hoe zien de lasten eruit als we dit niet aanpassen en 15 jaar blijft staan? Zijn er dan ook verschillen in lasten of blijft het dan gelijk? Antwoord: Alleen als je de temporisering aanpast van 15 naar 20 jaar ontstaat er een positief verschil.
De investering per jaar wordt namelijk verlaagd, zodat de kapitaallasten (rente en afschrijving) verlaagd worden. Daarnaast als de investering lager is per jaar dan wordt ook het onderhoud verlaagd, omdat je dan ook minder planten te onderhouden hebt. De totale investering over 15 jaar was € 4.500.000. Dit totale bedrag verandert niet maar wordt nu verdeeld over 20 jaar zodat de investering per jaar omlaag gaat en daarmee de kapitaallasten met de in de kadernota genoemde bedragen.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
4
Onderstaande tabel geeft aan wat de jaarlijkse kosten waren en wat het na instemming met de kadernota gaat worden: Bedrag in € x 1.000
2025
2026
2027
2028
Was
96
134
171
209
Wordt
81
110
138
166
Verschil voordelig
15
24
33
43
Vraag 5 Pagina 23: Economische aangelegenheden – stelpost economie Waar is dit budget voor bedoeld? Voor welke uitgaven wordt het gebruikt? Antwoord: De grootste kostenposten binnen dit budget zijn Innovatiehuis De Peel, ontwikkeling van het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost, uitvoering van de Economische Agenda De Peel en de bedrijventerreinenprogrammering. Verder worden er diverse kleinere en incidentele kosten op dit budget geboekt. Het gaat daarbij de afgelopen jaren o.a. om bijdragen aan projecten van externen (zoals nieuwe kerstverlichting, de Roefeldag, het Dutch Techonology Festival en de Open Bedrijvendag), de Laarbeek App, berichtgeving in de Laarbeek Onderneemt en werkbezoeken van het college. Vraag 6 Pagina 25: Wet sociale werkvoorziening – participatiedeel Senzer Kan de beschrijving beter worden toegelicht? Het is niet helemaal duidelijk wat nu precies geconstateerd is en rechtgezet moet worden. Antwoord: Conform afspraak dient de bijdrage aan Senzer voor het Participatiedeel ‘Wsw (Wet sociale werkvoorziening) + Beschut werk’ qua hoogte synchroon te lopen met de door Laarbeek te ontvangen Integratie-uitkering Participatie (Wsw + Beschut werk). Bij de cijfermatige verwerking van de overgang naar de m.i.v. 2024 nieuwe financieringssystematiek van de GR Senzer is hiertussen een verschil ontstaan. Deze bedragen worden nu aan elkaar gelijkgetrokken.
Vraag 7 Pagina 31: Budget ontwikkeling organisatie Wat wordt er concreet gedaan voor dit eenmalige budget? Antwoord: Dit budget is bedoeld voor de doorontwikkeling van de ambtelijke organisatie. In 2023 zijn er stappen gezet in de organisatie-ontwikkeling. Hierbij is de structuur gewijzigd en zijn er onder andere nieuwe coördinatoren aangesteld, waarvan het merendeel intern is doorgestroomd. Dit vraagt om ontwikkeling in de functie, begeleiding en coaching. Tevens vraagt dit aanpassing van werkwijzen, gaan we meer projectmatig werken en moet de integraliteit van werken verder worden versterkt. Er is vorig jaar wel een incidenteel budget opgenomen maar niet meerjarig. Voor nu is er een bedrag voor 2025 aangevraagd om deze ontwikkeling te kunnen doorzetten. Vraag 8 Pagina 31: Financieel systeem – aanbesteding Waardoor en waarom ontstaan deze lasten en waarom is dat klaarblijkelijk een gevolg van deze aanbesteding? Antwoord: In de meerjarenbegroting is structureel budget opgenomen op basis van het huidige contract, software die op eigen servers is geïnstalleerd en functioneel beheer van het huidige systeem. Bij de aanbesteding is een toekomstbestendige SaaS-/cloudoplossing uitgevraagd wat met ingang
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
5
van 2025 meer structurele kosten met zich meebrengt vanwege hogere licentiekosten (+19k), beschikbaar houden van historie (+2k) en consultancy (+5k). De implementatie van het nieuwe systeem start in 2025. Dit brengt incidentele kosten met zich mee vanwege implementatiekosten van de leverancier en (tijdelijk) extra personele capaciteit. Daarnaast is tijdelijk sprake van dubbele licentiekosten gedurende de implementatiefase en omdat de jaarrekening 2025 afgerond moet worden in het huidige systeem (totaal +127k in 2025 en +30k in 2026).
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
6
Vraag 9 Pagina 31 - Gemeentehuis-inrichting/werkplekken Graag een nadere duiding i.r.t. de kosten. Met name de laatste twee zinnen bij het onderwerp vragen om verduidelijking. Antwoord: De (gedeeltelijke) dekking is voorzien in het structureel verlagen van het budget algemene kosten bedrijfsvoering. Dit budget wordt gebruikt voor o.a. het inwinnen van fiscaal advies en uitwerking van BTW-vraagstukken. In het kader van ‘scherper begroten’ is niet meer het gehele budget benodigd. Vraag 10 Pagina 32: Gemeentefonds – BCF-verrekening Waarom is gekozen voor 200k als de veilige hoogte voor de op te nemen als structurele baten? Antwoord: Ondanks dat voor Laarbeek is toegestaan om met ingang van de begroting 2025 een maximum van € 589.000 structureel in te rekenen als jaarlijkse afrekening BCF (BTW-Compensatiefonds) is hier niet voor gekozen. Het advies van de provincie en het Ministerie van BZK is om enigszins voorzichtig te zijn met het opnemen van deze structurele baten. Daarom is uiteindelijk gekozen om niet het volledige toegestane bedrag structureel in te zetten.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
7
Vragen Fractie De Werkgroep Vraag 1 Blz. 7, punt 8: Hoe is de stijging van personeelslasten door periodieke verhogingen berekend? Het geraamde bedrag ad € 15.000 p/jr. lijkt ons erg laag, gelet op de personele omvang van 143,7 fte. Antwoord: Dit financieel uitgangspunt is conform voorgaande jaren mede ingegeven door het feit dat veel personeel ingeschaald is op het maximum van de salarisschaal. Neemt niet weg dat inmiddels de formatieve omvang van het personeelsbestand is toegenomen. Hierdoor zal mogelijk wel een grotere aanspraak hierop worden gemaakt. Deze ervaring kan aanleiding zijn om uiteindelijk een hoger jaarlijks budget hiervoor op te gaan nemen. Vraag 2 Blz., 7, punt 11: Waarom wordt de autonome stijging van de ozb-opbrengst van niet-woningen buiten beschouwing gelaten? Antwoord: Uit de laatste WOZ prognose van BSOB blijkt dat het aandeel areaaluitbreiding binnen nietwoningen relatief beperkt is ten opzichte van de areaaluitbreiding woningen. Daarom is ervoor gekozen om niet te rekenen met een autonome stijging voor niet-woningen. Vraag 3 Blz. 9, bovenaan: in het overzicht wordt gestart met de ‘primitieve begroting 2024-2027’, maar daarin staan de begrotingen 2025 t/m 2028. Wat is correct? Antwoord: Zoals ook in voorgaande jaren zijn het vertrekpunt van de kadernota de bedragen uit de primitieve begroting 2024-2027. Het gaat hier om de jaarschijven 2025-2027.
Vanwege de kadernota 2025-2028 is jaarschijf 2028 hieraan toegevoegd. Vraag 4 Blz.9, berekening structureel overzicht: voor de begroting 2025 wordt een bedrag van M€ 2,280 aan incidentele effecten ingeboekt. Op blz. 11, bij ‘overzicht dekkingsplan’ staat voor hetzelfde een bedrag van M€ 2,265. Wat is het juiste en hoe is dat opgebouwd? Antwoord: Op blz. 9 staan de incidentele effecten zonder het dekkingsplan en op blz. 11 staan de incidentele effecten inclusief het dekkingsplan. Het verschil van € 15k is de incidentele mutatie onderwijshuisvesting (IHP) waar we incidenteel de begeleiding afromen. Zie programma 5 (blz. 27 bovenaan). Echter heeft u een erratum ontvangen over de incidentele effecten. Zowel op blz. 9 alsook in blz. 11 is het bedrag 368K minder. Het totale incidentele op blz. 9 is € 1.912k en op blz. 11 € 1.897k. Het verschil blijft van € 15k blijft hetzelfde. Zie verklaring hierboven. Vraag 5 Blz. 12, ontwikkeling AR: Volgens dat overzicht wordt het negatieve begrotingssaldo over 2024 ad € 4.425k ten laste van de AR gebracht. Is dit correct gelet op de regel dat maar max. 10% van de AR daarvoor mag worden ingezet? Antwoord: Een negatief rekeningsaldo gaat per definitie ten laste van de Algemene reserve. In het overzicht is er dan ook vanuit gegaan dat het laatste vastgestelde begrotingssaldo van € 4.425k ook het rekeningsaldo gaat worden.
Of dit ook echt het rekeningsaldo zal zijn, is pas bekend bij het vaststellen van de jaarrekening 2024. Dit is dus de best mogelijke aanname.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
8
De tabel is ook slechts bedoeld om uw raad een meerjarig overzicht te bieden over het verloop van de algemene reserve als alles wordt zoals we nu begroot hebben. Bij ieder P&C-product en raadsvoorstel kan dit weer veranderen. Begrotingstechnisch mogen we in eerste instantie alleen incidentele uitgaven laten dekken door een reserve. Vanaf dit jaar is het ook toegestaan om begrotingstechnisch 10% van de algemene reserve in te zetten als structurele inkomst. Vraag 6 Blz. 15, bovenaan: Hoe moeten we de opmerking over de budgetverschuivingen m.b.t. het maaien van bermen en sloten zien in het licht van de opmerking op blz. 17 onderaan over de extra lasten ad € 64k a.g.v. de nieuwe aanbesteding? Antwoord: Deze 2 opmerkingen staan los van elkaar. De tekst op bladzijde 15 betreft een budget neutrale verschuiving. Door de bijdrage uit de rioleringsvoorziening te verhogen met € 11.000 en gelijktijdig het budget ‘maaien van bermen en sloten’ met hetzelfde bedrag te verlagen, wijzigt er per saldo niets aan het beschikbare budget. Deze verschuiving betekent alleen dat een groter deel van de kosten wordt gedekt uit de rioleringsvoorziening. Met de op blz. 17 vermelde structurele verhoging van € 64.000 wordt het budget in overeenstemming gebracht met de aanneemsom na de onlangs afgeronde aanbesteding. Vraag 7 Blz.
16, onderaan: Hoe kan het dat het budget energiekosten brandweerkazerne niet wordt gebruikt? Is de betreffende kazerne buiten gebruik? Antwoord: Er is jarenlang een budget begroot. Echter in de huurovereenkomst is opgenomen dat de huurder zelf contracten voor energielevering aangaat, de kosten hiervan zijn dus voor de Veiligheidsregio. Vraag 8 Blz. 18, verkeersmaatregelen Bakelseweg: Hoe moet de opmerking “Deze werkzaamheden zijn ook afgestemd met Gemert-Bakel” gelezen worden? Gaat die 60 km. ook op het Gemertse deel van die weg gelden? Moet over die verkeersmaatregel nog een apart raadsbesluit genomen worden of gebeurt dit nu impliciet? Antwoord: De Bakelseweg was opgenomen in het Onderhouds- en Vervangingsprogramma Wegen 2024. Vanwege de wensen van omwonenden én omdat de gemeente Gemert-Bakel op hun gedeelte van de weg van Aarle-Rixtel naar Bakel aan de slag gaat, is besloten om het onderhoud een jaar uit te stellen. Dit geeft de mogelijkheid om te onderzoeken of afwaardering naar 60 km/u mogelijk is en om afstemming te hebben met Gemert-Bakel over een uniforme inrichting op het gehele traject. Vanwege de financiële ombuigingen hebben we ervoor gekozen om de verwachte meerkosten van afwaardering naar 60 km/u alvast op te nemen in de kadernota, zodat we een totaalbeeld hebben. De keuze m.b.t. 80 km/u of 60 km/u moet nog worden gemaakt.
Dit wordt meegenomen in het Onderhouds- en Vervangingsprogramma Wegen 2025. Vraag 9 Blz. 20, onderhoud hondenuitlaatplaatsen: Is onderzocht wat de effecten daarvan zijn m.b.t. overlast hondenpoep?
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
9
Antwoord: De effecten van het niet langer faciliteren van hondenuitlaatplaatsen werden niet onderzocht. Deze zullen in praktijk moeten blijken. We nemen echter aan dat iedere hondenbezitter de eigen verantwoordelijkheid neemt en zal voldoen aan de opruimplicht. Vraag 10 Blz. 25, bijstand zelfstandigen: is er een indicatie te geven waardoor extra lastenverhoging nodig is, als er eenzelfde beroep op wordt gedaan als in 2023? Antwoord: De dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Senzer inzake schuldhulpverlening aan ondernemers loopt tot 1 januari 2025. Tot 2025 zijn hiervoor coronamiddelen ingezet. Voor 2025 worden voor het laatste jaar van de DVO middelen aangevraagd. Vraag 11 Blz. 26, maatwerkvoorzieningen in nature: Wat wordt daaronder verstaan? Wat wordt in dat kader gedaan? Antwoord: Dit budget betreft het budget uitzonderlijk maatwerk. Wanneer de toegangsmedewerker van het Sociaal Team Laarbeek beoordeeld heeft dat er een individuele voorziening nodig is, zal hij/zij altijd eerst kijken of er bij de gecontracteerde aanbieders een passend aanbod is. In de meeste gevallen volstaan namelijk reguliere regels, routines en oplossingen. Er zijn echter situaties waarin het volgen van alle wetten, regels en protocollen tot onbedoelde en ongewenste effecten leidt: geen passende oplossing, onnodig hoge kosten.
Dan is een uitzonderlijke vorm van maatwerk nodig, zodat er betere, goedkopere of effectievere oplossingen gerealiseerd kunnen worden. Of überhaupt een oplossing. Vraag 12 Blz. 28: Accommodatiebeleid maatschappelijk vastgoed: Welke zijn de ‘wenselijke’ accommodaties, die niet in gemeentelijk bezit zijn? Antwoord: Wenselijke accommodaties zijn gebouwen die voor de uitvoering van activiteiten/verenigingen noodzakelijk zijn. Het eigendom van de accommodatie is van de vereniging/instelling. Deze vereniging/instelling/activiteit dient opgenomen te zijn in het subsidieprogramma Welzijn. Enkele voorbeelden zijn onder andere: • Rollerhal De Oude Molen Beek en Donk • Tennisvereniging De Raam Lieshout • KPJ gebouw Beek en Donk Vraag 13 Blz. 28: WMO - incidentele subsidies: Wat verstaan we daaronder? Antwoord: Een eenmalige subsidie voor het uitvoeren van bijzondere projecten of activiteiten. Inwoners van Laarbeek (alleen of in groepsverband), vrijwilligers- en professionele organisaties kunnen een incidentele subsidie aanvragen. De activiteiten moet gericht zijn op inwoners van Laarbeek en moet passen binnen de doelen uit het beleidsplan Sociaal Domein Vraag 14 Blz. 33: Schoonmaakkosten gemeentehuis: Waar zit de besparing in? Lagere vergoedingen voor medewerkers? Antwoord: De besparing is mogelijk door in het werkprogramma van het gemeentehuis aanpassingen te maken.
Ook door het op een natuurlijke manier laten uitvloeien van (niet tot de doelgroep behorende) overgenomen vaste medewerkers.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
10
Hierdoor zal naar verwachting bespaard gaan worden in de kosten omdat de werkzaamheden alleen nog door de benoemde doelgroep uitgevoerd zullen worden en er volledig kan worden overgaan naar dagschoonmaak (niet meer in de avonduren). Vraag 15 Blz. 28, minimabeleid: Welke regelingen zijn (vooralsnog) niet geharmoniseerd en is het besparingsbedrag van K€ 118 geheel daaraan toe te schrijven? Antwoord: De inkomensnorm voor de bijzondere bijstand, de SMI (Sociaal Medische Indicatie) kinderopvang en de vrijstelling van de eigen bijdrage Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) zijn nog niet geharmoniseerd. Het klopt dat, nu gezien bovenstaande regelingen vooralsnog niet geharmoniseerd worden, dit een besparing oplevert van € 118.000,-.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
11
Vragen Fractie OuderenAppèl / Hart voor Laarbeek Vraag 1 Blz.4, 4e tekstblok staat een limitatieve opsomming van ontwikkelingen waar Laarbeek mee verder gaat in 2025 : Mobiliteitsvisie, Milieustraat, Ontmoetingscentrum Beek en Donk. Maar NIET de problematiek Zwembad, de Brug (verbinding met) Eijkenlust, de eerdergenoemde gebouwen anders dan Gemeentehuis welke verduurzaamd zouden worden. Moeten we hieruit verstaan dat niet beschreven activiteiten in 2025 niet meer worden besproken? Antwoord: De tekst is geen limitatieve opsomming. Dit is ter voorbeeld om aan te geven dat trajecten waar reeds mee gestart is deze regulier afgemaakt worden. Wegens de financiële vooruitzichten wordt er geen nieuw beleid opgepakt. Hierdoor zouden eventuele ambtelijke uren of financiële bijdrage voor het zwembad niet opgenomen in worden in de kadernota omdat hier geen financiële middelen voor zijn. Voor een mogelijke brug met een verbinding met Eijkenlust is met uw raad afgesproken dat deze onderdeel vormt van de integrale afweging over de Beekse brug. Met betrekking tot de overige gebouwen die verduurzaamd worden, hier zit een meerjarig plan achter. De gebouwen worden over een langere periode verduurzaamd. Dit valt hierdoor onder plannen die reeds gestart zijn en afgemaakt worden. Vraag 2 Blz.
10, onder 6 verhogen inkomsten: hier lezen we a: het verhogen van dekkingspercentage van heffingen; vervolgens lezen we e.e.a. over dekkingspercentage leges. Het verhogen van dekkingspercentage bij heffingen, is naar onze mening niet toegestaan immers wettelijk mogen de heffingen volgens wettelijk voorschrift nooit meer zijn (en dat hanteert Laarbeek) dan 100 % van de kosten. Graag verduidelijken wat u bedoelt. Antwoord: In algemene zin geldt voor heffingen dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er is sprake van een dekkingspercentage van 100 % als de geraamde baten en lasten gelijk zijn. Daarvan was sprake in de begroting 2024 voor wat betreft de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de leges geldt dat de geraamde baten lager zijn dan de geraamde lasten. Dat kan ruimte bieden om de inkomsten te verhogen. Een voorbeeld daarvan staat op pagina 28: “Kinderopvang - starten met heffen leges”. Vraag 3 Blz. 15, hier lezen we om de budgetten voor het vegen en het maaien van bermen en sloten structureel te verlagen met € 19.560 en € 11.000 en gelijktijdig deze bijdrage toevoegen aan de rioleringsvoorziening. Echter: op blz. 17 lezen we dat het onderhoud van de bermen en sloten met de aanbesteding hoger is uitgevallen waardoor een extra budget van € 64.000 (structureel) nodig is. Dit vinden wij niet te rijmen met elkaar.
Graag nadere uitleg hoe dit nou zit. Antwoord: De tekst op bladzijde 15 betreft een budget neutrale verschuiving, waarbij een extra bijdrage wordt onttrokken aan de rioleringsvoorziening. Door de bijdrage uit deze voorziening te verhogen met € 11.000 en gelijktijdig het budget ‘maaien van bermen en sloten’ met hetzelfde bedrag te verlagen, wijzigt er per saldo niets aan het beschikbare budget. Deze verschuiving betekent alleen dat een groter deel van de kosten wordt gedekt uit de rioleringsvoorziening. Dit is gunstiger omdat deze dan gedekt worden uit de rioleringsvoorziening (gesloten circuit, en voldoende middelen daar beschikbaar). Daarnaast mogen deze kosten hier ook aan toegerekend worden, Deze wijziging is gemaakt in het kader van scherper begroten. Hierdoor zijn we uitvoerig gaan onderzoeken welke mogelijkheden er nog meer zijn om kosten aan de rioleringsvoorziening toe te schrijven. Dit was in het verleden nog niet gebeurd. Met de op blz. 17 vermelde structurele verhoging van € 64.000 wordt het budget in overeenstemming gebracht met de aanneemsom na de onlangs afgeronde aanbesteding.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
12
Vraag 4 Blz. 20: we stoppen met het faciliteren van hondenuitlaatplaatsen. Hondenbezitters hebben een opruimplicht. Stoppen met het faciliteren, wat verstaat u hieronder, immers in Mariahout zijn als proef op voorstel van de jeugdgemeenteraad veel afvalbakken weggehaald, zo ook bij de speeltuin op het oranjeplein. Dit betekent dat nu op vele plekken hondenpoepzakken in het openbaar groen worden gedeponeerd. Maar stoppen met faciliteren van hondenuitlaatplaatsen “kan” ook betekenen dat deze niet meer worden geschoond. Graag uitleg hoe dit te lezen. En vervolgens vraagt dit extra handhaving en dus extra kosten. Hoe moeten we dit lezen? Antwoord: In de eerste (werk)week van januari 2025 worden aanduidingen ‘hondenuitlaatstook’ en ‘losloopterrein’ verwijderd. Daarmee verliezen deze gebieden hun formele status en is de voor de eigenaren van de honden opruimplicht van toepassing. Vanaf dat moment verwijdert de gemeente op de voormalige uitlaatstroken niet langer de hondenpoep en worden deze stroken meegenomen in het regulier onderhoud. In de loop van januari 2025 wordt ook de afrastering rondom het enige losloopterrein, nabij de Buizerdstraat in Aarle-Rixtel, verwijderd. Een werkelijke inventarisatie van de te plaatsen afvalbakken wordt gemaakt na het raadsbesluit om de uitlaatstroken en het losloopterrein te ontmantelen.
De eerste gedachte daarbij is om (na)bij iedere voormalige uitlaatstrook of losloopplek een afvalbak te plaatsen. Daarbij wordt dan wel bezien of een logische clustering mogelijk is. Bij deze keuze worden ook de resultaten betrokken van een pilot die op dit moment wordt uitgevoerd in Mariahout. Vraag 5 Blz. 26: gemeenschapshuizen – subsidie SDL Voorgesteld wordt de jaarlijkse subsidie voor SDL met € 35.000 structureel te verlagen. Deze subsidie is structureel te hoog geraamd. Kortgeleden hebben we in een schrijven vanuit het college vernomen dat in verband met de financieel lastige positie voor het beheer van de gemeenschapshuizen een bijdragevoorstel aan de raad zou worden voorgelegd van boven de € 100.000. Graag uitleg hoe dit nu moet worden gezien. Antwoord: Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie wordt de toegekende subsidie van 2023 geïndexeerd met het percentage uit de begroting. In de budgettering stond een hoger bedrag. In aanvang werd het begrote bedrag toegekend als voorlopige voorziening. Dit bedrag was aanzienlijk hoger en hebben we op verzoek van SDL gecorrigeerd naar de voorlopige subsidie van 2023 plus de index. De definitieve toekenning van 2023 moet nog worden vastgesteld maar zal aan de hand van de voorlopige cijfers gelijk zijn aan de voorlopige subsidie. Conclusie is dat we te fors begroten. De frictiekosten van € 125.000,= staan hier volledig buiten.
Het betreft hier een incidentele kostenpost die gemaakt moest worden op personele aangelegenheden (vaststellingsovereenkomsten). Deze kosten komen structureel niet terug. De investering ter ondersteuning van de koerswijziging is een incidentele investering. Deze investering kunnen we ten laste brengen van het budget voor de herontwikkeling. Dit is ook een logische stap omdat de investeringen volledig meegenomen worden en inzetbaar zijn ook na voltooiing van de herontwikkeling. Vraag 6 Blz. 27. Sociaal domein – budgetten scherper begroten. Vervolgens een flinke staat welke onderdelen dit betreft, zonder die hier nu op te nemen. Graag een specificatie met bedragen per opgenomen post. Antwoord: Jeugdgezondheidszorg: € 12.000 Jeugdwerk – subsidie jeugdverenigingen: € 10.253 Kunst – buiten kunstwerken: € 15.240 Kunstzinnige vorming: € 10.000
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
13
Ouderensport – sport en bewegen: € 2.200 Schuldhulpverlening – kredietbank: € 8.000 Schuldhulpverlening – voorziening kleine schulden: € 5.000 Wmo – sociale kaart: € 12.447 Deze aframingen hebben geen effect op de uitvoering. We romen alleen de onderuitputting af.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
14
Vragen Fractie CDA Vraag 1 Blz. 6: tabel 2.1: weerstandsvermogen blijft minimaal 2. Graag ontvangen wij een overzicht de weerstandratio sinds 2020. Antwoord: Jaarrekening 2020
3,75
Begroting 2021
4,6
Jaarrekening 2021
4,1
Begroting 2022
4,0
Jaarrekening 2022
3,9
Begroting 2023
4,1
Jaarrekening 2023
4,9
Begroting 2024
5,1
Vraag 2 Blz. 7, punt 10: rente nieuwe investeringen 1% Waarom wordt gekozen voor de rente van 1%? Waarom rekenen we niet met de rente welke geldt van aangaan van de investering? Geeft de keuze van 1% mogelijk een risico voor toekomstige leningen voor de gemeente als deze rente omhoog gaat? (met toelichting) Antwoord: De gemeente hanteert bij het aantrekken van financieringsmiddelen geen projectfinanciering; dat wil zeggen dat de behoefte aan financieringsmiddelen gemeente-breed wordt bezien. Daarbij wordt zo nodig voorzien door het aantrekken van korte en/of vaste financieringsmiddelen. Het uiteindelijke saldo van alle rentelasten en -baten van de gemeente wordt conform de regelgeving verdeeld over c.q. toegerekend aan zowel alle activa/bezittingen van de gemeente als ook aan de boekwaarden van Grondexploitaties. Vooralsnog wordt daarbij een gehanteerd rentepercentage van 1% voor nieuwe investeringen toereikend geacht. Bij een gewijzigde financieringsbehoefte in combinatie met de renteontwikkelingen is het mogelijk noodzakelijk om richting de komende jaren een ander rentepercentage te gaan hanteren. Vraag 3 Punt 11.
Waarom wordt de autonome stijging van de ozb-opbrengst van niet woningen buiten beschouwing gehouden? Antwoord: Uit de laatste WOZ prognose van BSOB blijkt dat het aandeel areaaluitbreiding binnen nietwoningen relatief beperkt is ten opzichte van de areaaluitbreiding woningen. Daarom is ervoor gekozen om niet te rekenen met een autonome stijging voor niet-woningen. Vraag 4 Punt 12. Is bij de doorrekening van het Gemeentefonds ook al rekening gehouden met de te verwachten schaalsprong in de MRE regio door de ontwikkelingen van Brainport? Antwoord: Bij de berekening van de hoogte van het gemeentefonds op basis van de meicirculaire 2024 is qua ontwikkeling van het aantal inwoners en woonruimten rekening gehouden met de in de Kadernota 2025 opgenomen financiële uitgangspunten. Verder is voor de overige maatstaven geen mogelijk effect meegenomen welke zou kunnen ontstaan door de te verwachte schaalsprong in de MRE-regio.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
15
Vraag 5 Blz. 10: m.b.t. categorie “scherper begroten”: • Maatregel 1: Graag ontvangen wij een in cijfers uitgewerkt voorbeeld om deze maatregel snappend te krijgen • Maatregel 2: Bij deze maatregel gaan wij er van uit dat bij uitgestelde investeringen na 3 jaar geen heroverweging plaats zal vinden. Is dit een correcte aanname? (graag toelichten) • Maatregel 3: Op welke gronden is besloten dat de afschrijvingstermijnen verhoogd kunnen worden. En welke risico's zitten verbonden aan deze keuze? En welk kader is verbonden aan de overweging de algemene reserve deels in te zetten ter dekking van de kapitaallasten? Leidt deze maatregel tot een afname van onze weerstandsratio? (met toelichting) • Maatregel 4: de mogelijk benoemde overschrijdingen moeten dan wel binnen hetzelfde programma plaatsvinden en houdt dit dan ook in dat de Raad niet meer kan sturen op overschrijdingen omdat pas bij het opmaken van de jaarrekening de zekerheid wordt geboden dat er een overschrijding(en) is? (graag met toelichting) • Maatregel 5: Gaat deze maatregel leiden tot een verlaging van de weerstandsratio? (graag met toelichting) • Maatregel 6: Wat betekent punt 6a 'het verhogen van de kostendekkendheid voor de burger? En wat betekent punt 6b 'het verhogen van het OZB-percentage, aanvullend op de inflatiecorrectie' voor de lastendruk van de burger. M.b.t.
categorie “versobering beleid of uitvoering”: • Maatregel 7: op welke wijze worden we meegenomen in de versobering van het beleid of uitvoering. Zeker waar het gaat om het temporiseren of anders uitvoeren van de beleidsdoelstellingen • Maatregel 8: bent u voornemens een (over)wegingskader op te stellen die voorgelegd wordt aan de raad, dit zodat er een doordacht plan ligt op grond waarvan de keuzes worden gemaakt. Welke overweging ligt er tot grondslag aan het verlagen of stoppen. Misschien goed om een subsidiekader te ontwikkelen en deze ter besluitvorming voor te leggen aan de raad. • Maatregel 9: Is het niet zo dat de Provincie toeziet op het minimaal handhaven van het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte? Hoe wordt dit kwaliteitsniveau door de Provincie getoetst? Op welke wijze wordt de raad meegenomen in wat dat betekent voor het kwaliteitsbeeld van onze openbare ruimte. • Maatregel 10: kan deze maatregel eenzijdig door Laarbeek worden ingevoerd? Verbonden partijen zijn toch democratische organen? (graag met toelichting) Antwoord: Maatregel 1 In de meicirculaire 2024 wordt een bedrag structureel beschikbaar gesteld vanaf 2025 van € 440.000 voor prijsindexatie/inflatiecorrectie. Dit bedrag hebben we structureel als stelpost opgenomen in de kadernota 2025.
Met de begroting zullen we alle posten indexeren die nodig zijn en gebruiken deze stelpost dan als dekking (boeken we leeg). Echter kun je ook het besluit nemen om de budgetten niet te indexeren/corrigeren. Dit kan echter alleen niet voor de Gemeenschappelijke regelingen en daar waar een contract onder ligt. Het betekent als de prijzen wel duurder worden (wat zeer waarschijnlijk is ), dat je minder kunt uitvoeren binnen de budgetten of leidt tot overschrijdingen. Het zou dan een structureel resultaat kunnen opleveren van € 440.000 -/- de verhogingen gemeenschappelijke regelingen /- de contractuele prijsindexafspraken. Maatregel 2 De raad stelt de opdracht en het daarbij behorende krediet vast en in de rapportages en jaarrekening geven we de stand van zaken aan en wordt de verantwoording afgelegd. Het is enkel de bevoegdheid van de raad om een krediet (opdracht) te heroverwegen. Maatregel 3 Op raad stelt de nota “investeringen afschrijving en waardering” vast. Een onderdeel van deze nota is een bijlage met afschrijvingstermijnen. De raad stelt deze nota vast en gaat dus over het wel of niet verlengen van de afschrijvingstermijnen. Ten tijde van het opmaken van de kadernota hebben we een versneld onderzoek gedaan bij andere gemeenten en doorgesproken
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
16
met de betreffende beleidsmedewerkers. Op blz. 32 kunt u zien wat dit tot nu aan euro’s zou kunnen opleveren. Richting de begroting zoeken we dit nog verder uit en zullen u voor de begrotingsbehandeling een voorstel doen toekomen. Het risico is vrij beperkt omdat de hernieuwde afschrijvingstermijnen weloverwogen en dus realistisch zijn. Maatregel 4 Het klopt dat de raad op programmaniveau de begroting vaststelt en dat het college deze niet mag overschrijden. Risicovol begroten heeft meer te maken met de manier zoals we budgetteren in de begroting en kadernota, dat heeft niets te maken met de sturing van de raad. De sturing van de raad ligt meer bij de financiële bijstelling (voorheen tussentijdse rapportage) en de jaarrekening, vooral de budgetten waar structurele verschillen ontstaan. Maatregel 5 Als de risico’s gelijk blijven en de beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve en reserve grondexploitatie en onvoorzien en onbenutte belastingcapaciteit) wordt lager dan zal de ratio inderdaad minder worden. Dit geldt dus alleen voor de algemene reserve en reserve grondexploitatie. Als je dus bestemmingsreserve vrij laat vallen of inzet dan doet dit niks met de weerstandsratio. Maatregel 6a Voor de leges geldt dat de baten lager zijn dan de lasten. Dat is weergegeven in de jaarrekening 2023 met een dekkingspercentage van 45 %.
Dat kan ruimte bieden om de inkomsten te verhogen. Bijvoorbeeld door het verhogen van de legestarieven of door het heffen van nieuwe leges. Een voorbeeld daarvan staat op pagina 28: “Kinderopvang - starten met heffen leges”. Maatregel 6b Als je de OZB-aanslag verhoogd en de overige aanslagen (riool en afval) blijven gelijk dan betekent dat een lastenverhoging van de burger. Een lastenverhoging wordt dus door meerder aanslagen bepaald. Maatregel 7 Als er sprake is van versobering van beleid dan kunt u dat per programma onder het kopje “dekkingsplan – versobering beleid of uitvoering. Hier wordt per maatregel besproken wat er gebeurt en wat de financiële (structurele of incidentele) effecten zijn. Maatregel 8 De punten die genoemd zijn geeft enkel aan dat we dit in ons onderzoek mee hebben genomen, maar nu niet meegenomen hebben in deze kadernota. Het is enkel een aandachtsgebied geweest zoals alle punten om te komen tot een structureel sluitende begroting. Uiteraard zullen wij eerst een besluit bij uw raad ophalen als we een ander subsidiebeleid zouden willen toepassen, maar dat is in deze kadernota niet van toepassing. Maatregel 9 De raad bepaald welk kwaliteitsniveau we aanhouden. Ook dit is meegenomen in ons onderzoek om te komen tot een structureel sluitende begroting.
In deze kadernota zijn geen maatregelen getroffen die het vastgestelde kwaliteitsniveau door de raad aantasten. Zie voor de mutaties programma 3. De provincie toetst of onze budgetten en onderhoudsvoorzieningen voldoende zijn in de door uw raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Het is dus vooral een administratieve toets. Het is ons niet bekend dat de provincie ook daadwerkelijk buiten gaat kijken hoe het in de praktijk staat met ons openbaar gebied en voldoet aan het kwaliteitsniveau.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
17
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
18
Maatregel 10 Het klopt dat de gemeente Laarbeek niet een taakstelling kan opleggen aan verbonden partijen. De gemeente Laarbeek kan dit wel kenbaar maken in een zienswijze via uw raad en als meerdere deelnemers dit doen dan zal het algemeen bestuur van de verbonden partij hierover een besluit moeten nemen en een reactie moeten geven op deze zienswijze(s). In bijna iedere verbonden partij is onze gemeente vertegenwoordigt in het dagelijkse bestuur of in het algemene bestuur om invloed uit te kunnen oefenen. In bijna iedere zienswijze hebben we hierover ook een passage opgenomen Vraag 6 Blz. 15: klopt onze aanname dat de dekking uit de voorziening riolering onherroepelijk leidt tot een hogere rioolheffing omdat deze voorziening meerjarig kostendekkend moet zijn en straks in de nieuwe doorrekening van het Wrp het gevolg is dat de inwonerbijdrage omhoog moet? En denkt u bij het meerekenen van de kwijtscheldingskosten in de afvalstoffenheffing, op deze pagina, aan het verhogen van het vastrecht of verhoging van de ledigingstarieven? Antwoord: Het is op dit moment te vroeg om aan te geven wat de effecten zijn op de tarieven van rioolheffing. De tarieven worden beïnvloed door diverse factoren, waaronder de stand van de voorziening. Op pagina 15 van de Kadernota 2025 is toegelicht dat de verwachting is dat het voorstel uit de Kadernota 2025 niet leidt tot een hogere inwonersbijdrage.
Maar bij de doorrekening van het nog vast te stellen nieuwe water en rioleringsprogramma (Wrp), kan sprake zijn van een hoger of lager tarief. Voor afvalstoffenheffing geldt ook dat het op dit moment te vroeg is om aan te geven wat de effecten zijn op de tarieven. Rondom het opstellen van de begroting 2025 worden de diverse baten en lasten in beeld gebracht, waaronder de lasten rondom kwijtschelding. Vervolgens wordt een voorstel gedaan ten aanzien van de tarieven 2025 en uiteindelijk worden de tarieven in december door de raad vastgesteld. Vraag 7 Blz. 18: Bomenbeheer-zorgplicht wat is de reden dat er niet voldaan wordt aan de wettelijke zorgplicht? Antwoord: Er wordt op dit moment wél voldaan aan de wettelijke zorgplicht. Het bomenareaal groeit echter in aantal, formaat en leeftijd. Daardoor is er sprake van een structurele toename van de kosten van inspectie en van het uitvoeren van de daaruit voortvloeiende maatregelen.
Vraag 8a Blz.19: Verkeersmaatregelen – bijdrage kosten VRI op kruising N272-Peeleindseweg Zijn er nog andere mobiliteitsopgaven/projecten waarvoor al eerder een krediet is beschikbaar gesteld en door nieuwe berekeningen van de Provincie (dit jaar) nog geïndexeerd moeten worden omdat wij deze bedragen niet indexeren? Waarom is de keuze gemaakt deze bedragen niet te indexeren? Antwoord: Alle kredieten zullen opnieuw beoordeeld worden in het proces van de Financiële rapportage 2024 en eventuele bijstellingen zullen structureel worden verwerkt, mede in de begroting 2025. Vraag 8b Gladheidsbestrijding en calamiteiten – verlagen budget Voorgesteld wordt om bij gladheidsbestrijding fors af te ramen en achteraf kosten van strenge winters te melden. Is ook overwogen om de gladheidsbestrijding niet met eigen personeel uit te voeren? (graag met motivering)
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
19
Antwoord: Het uitvoeren van de gladheidsbestrijding met eigen personeel heeft niet ter discussie gestaan. Enerzijds omdat we als gemeente Laarbeek volledig zijn uitgerust met alles daarvoor noodzakelijk is: zoutstrooiers, een zoutopslag en een opslagtank voor pekelwater. Bovendien zijn de medewerkers van de buitendienst trots op het feit dat zij de gladheidsbestrijding zelf uitvoeren. Daarmee levert dit werkgeluk op. Omdat we als gemeente slechts over 1 grote vrachtwagen beschikken, huren we overigens al vele jaren 1 vrachtwagen + chauffeur in, die ons ondersteunt bij de gladheidsbestrijding. Vraag 9 Blz. 20: Openbaar groen-onderhoud hondenuitlaatplaatsen per wanneer worden alle hondenuitlaatplaatsen/stroken in Laarbeek ontmanteld en vinden er geen activiteiten meer plaats m.b.t. het opruimen van hondenpoep. Is er al een inventarisatie gemaakt waar de extra benodigde afvalbakken worden bijgeplaatst? Antwoord: In de eerste (werk)week van januari 2025 worden aanduidingen ‘hondenuitlaatstook’ en ‘losloopterrein’ verwijderd. Daarmee verliezen deze gebieden hun formele status en is de voor de eigenaren van de honden opruimplicht van toepassing. Vanaf dat moment verwijdert de gemeente op de voormalige uitlaatstroken niet langer de hondenpoep en worden deze stroken meegenomen in het regulier onderhoud.
In de loop van januari 2025 wordt ook de afrastering rondom het enige losloopterrein, nabij de Buizerdstraat in Aarle-Rixtel, verwijderd. Een werkelijke inventarisatie van de te plaatsen afvalbakken wordt gemaakt na het raadsbesluit om de uitlaatstroken en het losloopterrein te ontmantelen. De eerste gedachte daarbij is om (na)bij iedere voormalige uitlaatstrook of losloopplek een afvalbak te plaatsen. Daarbij wordt dan wel bezien of een logische clustering mogelijk is. Bij deze keuze worden ook de resultaten betrokken van een pilot die op dit moment wordt uitgevoerd in Mariahout. Vraag 10 Blz. 21: Woon- en leefklimaat – diverse kleinere ombuigingen Wat zijn de huidige budgetten en voornemende verlagingen per budget van de beschreven ombuigingen? Waarom heeft dit verder geen gevolgen voor de uitvoering, graag een nadere toelichting. Wegen – onderhoud verhardingen Bij het vaststellen van het wegenbeleid 2024 is door de Raad een extra budget vrijgemaakt voor klein onderhoud wat het mogelijk maakt om in een vroeg stadium plaatselijke reparaties uit te voeren.
Worden alle openstaande klachten en daaraan verbonden reparaties in 2024 volbracht alvorens het budget te verlagen en daarmee de kans te vergroten dat reparaties minder snel worden uitgevoerd en klachten minder snel afgehandeld? Woonwagencentra – vervallen krediet Graag verkrijgen wij de begroting inzichtelijk van de gestelde opgaven en stelposten voor € 200.000,- en een overzicht wat nu daadwerkelijk voor € 80.000,- is uitgevoerd. Antwoord: Wegen – onderhoud verhardingen: De verlaging van het budget ‘incidenteel onderhoud wegen’ zal doorgevoerd worden met ingang van (de begroting) 2025. In 2024 het extra budget nog beschikbaar en dit zal volledig worden ingezet voor het uitvoeren van plaatselijke reparaties.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
20
Woonwagencentrum Aarle-Rixtel: In 2018 is door bouwkundig bureau JaGecom een globale kostenraming opgesteld voor het groot onderhoud aan de sanitaire units, de totale raming destijds kwam uit op € 224.000,-. Vervolgens is na een besparingsronde een krediet door de raad in 2020 beschikbaar gesteld voor een bedrag van € 200.000,-. De aanpak van het groot onderhoud leende zich meer voor een gefaseerde uitvoering. De huurders van de woonwagenstandplaatsen gebruiken hun sanitaire units vaak voor andere zaken dan douchen en kleding wassen. Ook hadden bewoners de ruimte al zelf aangepast of verbeterd of een andere bestemming gegeven. Het was lastig om een eenduidige werkomschrijving op te stellen voor alle units. Er werd daarom voorgesteld om de werkzaamheden op te spitsen in het exterieur (buitenschil), het interieur en de buitenruimte. De volgende fases zijn vervolgens aanbesteed in samenwerking met de firma Nijbod, deze specialist in huisvestingszaken van woonwagencentrum in de regio behartigt onze belangen op het centrum in Aarle-Rixtel. Fase 1: Onderhoud exterieur Onderhoud te plegen aan de schil (exterieur) van de units. Het betreft hier het vervangen van de dakbedekking, houtrotreparatie en schilderwerk binnen en buiten van alle ramen, deuren, kozijnwerk. Fase 2: Onderhoud interieur Vervanging/reparatie van de aansluitfaciliteiten in de bergingen per unit.
Reparatie/vervanging van sanitair, tegelwerk, stucwerk in douchruimtes waar nodig. Fase 3: Onderhoud verharding standplaatsen en toegangsweg Reparatie en verbetering verharding standplaatsen en de toegangsweg vanaf de Havenweg. In onderstaande staat worden de gestelde opgaven per fase vergeleken met de werkelijke uitgaven van de afgelopen jaren: Fase 1: Onderhoud exterieur Kostenraming 2018: Werkelijke uitgaven jaren 2021-2022-2024:
€ 100.000,€ 40.000,-
Fase 2: Onderhoud interieur Kostenraming 2018: Werkelijke uitgaven jaren 2021-2022-2024:
€ 80.000,€ 25.000,-
Fase 3: Onderhoud verharding standplaatsen en toegangsweg Werkelijke uitgaven jaren 2021-2022-2024: € 15.000,Concluderend kan worden gesteld dat de raming ver uit de pas loopt met de werkelijke uitgaven, de raming was destijds niet realistisch uitgewerkt, de meeste units zijn nagenoeg geïntegreerd met de woonwagens, de bewoners hebben veel zelf geïnvesteerd waardoor vooral de kosten van het interieur laag zijn. De firma Nijbod heeft dit jaar op ons verzoek nog een grote inspectieronde gelopen om er zeker van te zijn dat de standplaatsen en units (interieur en exterieur) in een goede onderhoudsstaat verkeren, hier zijn nog wat zaken uitgekomen die op dit moment aangepakt worden, deze werkzaamheden zullen begin juli 2024 worden opgeleverd. Hierna kan het krediet worden afgesloten, ca.€ 80.000,- is het positieve saldo en kan afgeraamd worden.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
21
Vraag 11 Blz. 22: Ozb-opbrengst – Ondernemersfonds hier staat vermeld dat het ondernemersfonds minder geld ontvangt als gevolg van een aanpassing van de raming. Is dit met het ondernemersfonds vooraf besproken? Antwoord: Bij het antwoord op vraag 1 van PNL staat de systematiek rondom het Ondernemersfonds Laarbeek beschreven. Het bedrag wordt jaarlijks opnieuw berekend op basis van de werkelijke opbrengsten, conform het besluit van uw raad. Dit wordt niet vooraf met het Ondernemersfonds Laarbeek besproken. Komend jaar stijgt het bedrag dat het Ondernemersfonds Laarbeek ontvangt. In 2022 is er wel een redelijke daling geweest van het bedrag. Dat is toen (na vaststelling) wel met hen besproken. Vraag 12 Blz. 23: Economische aangelegenheden – stelpost economie jaarlijks worden een aantal incidentele uitgaven uit dit budget betaald. Welke zaken zijn hier de laatste 2 jaar van betaald? Graag ontvangen wij een overzicht. Antwoord: De grootste kostenposten binnen dit budget zijn Innovatiehuis De Peel, ontwikkeling van het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost, uitvoering van de Economische Agenda De Peel en de bedrijventerreinenprogrammering. Verder worden er diverse kleinere en incidentele kosten op dit budget geboekt. Het gaat daarbij de afgelopen jaren o.a.
om bijdragen aan projecten van externen (zoals nieuwe kerstverlichting, de Roefeldag, het Dutch Techonology Festival en de Open Bedrijvendag), de Laarbeek App, berichtgeving in de Laarbeek Onderneemt en werkbezoeken van het college. Vraag 13a Blz. 26: Brede SPUK GALA middelen – stelpost Op de onderdelen gezondheid en sociale basis zetten we al in vanuit andere budgetten. Welke budgetten betreft dit en welke verantwoordingen zijn in 2023 hiertoe al toegepast? Antwoord: De verantwoording zit hem onder andere in het huiskamerbudget en bepaalde subsidies in het voorliggend veld zoals subsidie voor het taalhuis. In 2023 hebben we deze budgetten ook ingezet voor de verantwoording van de brede SPUK. Vraag 13b Gemeenschapshuizen – subsidie SDL U schrijft dat de jaarlijkse structurele subsidie aan SDL te hoog is geraamd. Is deze conclusie in samenspraak met SDL tot stand gekomen en hoe is dit te rijmen met de eenmalige te verstrekken bijdrage van €125.000,- voor het compenseren van ontstane frictiekosten en een investering om koerswijziging naar gangmaker mogelijk te maken? Hoe groot is het risico dat door het verlagen van de subsidiebijdrage SDL opnieuw in financiële problemen komt, is hiertoe een risicoanalyse opgesteld? Antwoord: Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie wordt de toegekende subsidie van 2023 geïndexeerd met het percentage uit de begroting.
In de budgettering stond een hoger bedrag. In aanvang werd het begrote bedrag toegekend als voorlopige voorziening. Dit bedrag was aanzienlijk hoger en hebben we op verzoek van SDL gecorrigeerd naar de voorlopige subsidie van 2023 plus de index. De definitieve toekenning van 2023 moet nog worden vastgesteld maar zal aan de hand van de voorlopige cijfers gelijk zijn aan de voorlopige subsidie. Conclusie is dat we te fors begroten. De frictiekosten van € 125.000,= staan hier volledig buiten. Het betreft hier een incidentele kostenpost die gemaakt moest worden op personele aangelegenheden (vaststellingsovereenkomsten). Deze kosten komen structureel niet terug.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
22
De investering ter ondersteuning van de koerswijziging is een incidentele investering. Deze investering kunnen we ten laste brengen van het budget voor de herontwikkeling. Dit is ook een logische stap omdat de investeringen volledig meegenomen worden en inzetbaar zijn ook na voltooiing van de herontwikkeling. De aanpassing van het begrote bedrag heeft geen effect op de dagelijkse/structurele financiële huishouding van de stichting en kan daarom niet een extra risico vormen. Vraag 14 Blz. 27:Sociaal domein -budgetten scherper begroten Op enkele posten blijkt dat we de beschikbare budgetten de afgelopen jaren niet volledig gebruikt hebben en toch de noodzakelijke activiteiten hebben uitgevoerd. Wat zijn de nietnoodzakelijke activiteiten welke wij niet hebben uitgevoerd? Zijn deze niet uitgevoerd vanwege personele onderbezetting? Graag enkele voorbeelden hiertoe en waarop is de conclusie gebaseerd dat deze ombuigingen geen inhoudelijke of maatschappelijke consequenties heeft? Hoe is dit getoetst? WMO – centrale toegang Integrale toegang maakt onderdeel uit van de Koersagenda “Samenwerken door samen werken” en daartoe het doel de toegang meer uniform binnen de Peelgemeente te regelen. In de conceptbegroting GR Peelgemeenten 2025 is ook al kostenverlaging meegenomen op de koersagenda van € 50.000,-.
Graag een toelichting op de relatie tot de voorgenomen ombuiging van € 30.000,-? Antwoord: Sociaal domein – budgetten scherper begroten In het kader van het ombuigingsplan om te komen tot een structureel sluitende begroting voor 2025, hebben we kritisch naar het uitgavenpatroon van structurele budgetten in de afgelopen jaren gekeken. Daarbij zagen we bij een aantal budgetten dat er structureel te ruim begroot is. Door deze budgetten af te ramen, heeft het geen effect op lopende activiteiten of acties. We kunnen blijven doen wat we deden. Met de bestede budgetten hebben we die activiteiten uit kunnen voeren, die onderdeel uitmaken van het structurele werk en opgenomen zijn in de programmabegroting. We hebben subsidies kunnen verlenen voor aanvragen, die voldoen aan onze algemene subsidieverordening en kaders uit het beleidsplan sociaal domein. Er is dus geen sprake van niet-uitgevoerde niet-noodzakelijke activiteiten. Met de personele formatie zijn we in staat invulling te geven aan de wettelijke taken. Wmo – centrale toegang Op bladzijde 25 onder de kop GR Peelgemeenten – conceptbegroting 2025 ziet u inderdaad staan dat er dekkingsmiddelen vrijvallen voor de koersagenda. U had in de meerjarenbegroting 2024 en verder al rekening gehouden met deze extra kosten voor de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Peelgemeenten en daarvoor een apart budget beschikbaar gesteld.
Dit budget wordt daarvoor nu ook ingezet en wordt geïntegreerd in de nu voorliggende conceptbegroting 2025 van de GR Peelgemeenten. Hier is dus geen sprake van een kostenverlaging, maar van allocatie van een bestaand budget. Vanuit de Koersagenda werken we samen met de andere Peelgemeenten en de GR Peelgemeenten aan verdere kwaliteitsverbetering van de centrale toegang. Door de samenwerking kan dit effectiever en is een aframing van € 30.000 verantwoord. Het heeft geen inhoudelijke consequenties. Vraag 15 Blz. 28: Minimabeleid – harmonisatie minimaregelingen Een evaluatie moet in 2026 nog aantonen dat harmonisatie gebracht heeft wat vooraf de verwachting was. Zonder evaluatie is het voornemen al het volledige resterende bedrag al te besparen met als onderbouwing de flinken stappen die we hebben gezet. Graag ontvangen wij een onderbouwde toelichting van de “flinke stappen” om te kunnen beoordelen dat deze ombuiging niet te voorbarig is.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
23
Antwoord: Samen met de andere 4 Peelgemeenten is m.i.v. 2024 het minimabeleid geharmoniseerd. De belangrijkste wijziging is het verhogen van het percentage om in aanmerking te komen voor de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de Bijdrage Maatschappelijke Participatie naar 120%. Hierdoor is de doelgroep voor beide regelingen verruimd. Daarnaast is de IIT uitgebreid met zowel de Kindtoeslag en de Gezinstoeslag. Dit omdat uit de Minima Effect Rapportage (MER) naar voren kwam dat juist de doelgroep twee-oudergezinnen met (oudere) kinderen het meest kwetsbaar waren voor tekorten. Tenslotte zijn er nog enkele technische aanpassingen waardoor men eerder in aanmerking komt voor beide regelingen. Kortom: doordat wij de aanbevelingen vanuit de MER hebben opgevolgd, verwachten wij dat de doelgroepen hiermee voldoende financieel worden ondersteund. Vraag 16 Blz. 33: Gemeentehuis – gasverbruik Omdat we niet weten wat de financiële gevolgen zijn, nemen we ook geen gevolgen op in de begroting. Dit vinden wij een vreemde redenatie. Is de overweging gemaakt hier een post t.b.v. stroomopslag te onderzoeken en op te nemen? Antwoord: Het gas is op 5 juni jl.
afgesloten, bij de verduurzamingsslag gaan we samen met de installateur monitoren en onderzoeken hoe het elektraverbruik (als de nieuwe installaties in werking gaan rond week 38) zich gaat ontwikkelen, het is nu te vroeg om naar oplossingen te zoeken, sowieso gaan we veel meer stroom opwekken met de nieuwe zonnepaneleninstallatie, dit zal al direct een positieve invloed hebben op ons elektraverbruik en kosten. Vraag 17 Blz. 33: Algemeen- inhuur vervangen door vaste medewerkers inhuur te vervangen door vaste formatie vind het onderzoek plaats met als uitgangspunt dit te organiseren binnen het huidige aantal fte’s? Antwoord: Dit valt niet binnen het huidige aantal fte’s. Momenteel werken we aan een businesscase waarin we de structurele inhuurkosten willen verlagen. De uitkomsten van de businesscase nemen we mee in de begroting.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2025
24
Vragen Fractie PvdA Vraag 1 Pagina 28. Minimabeleid, harmonisatie minimaregelingen Uit het stukje tekst denken we te lezen dat de overige drie minimaregelingen voorlopig niet geharmoniseerd gaan worden? Klopt dat? En welke drie regelingen betreft dit? Wat houdt dit in voor de totale harmonisatie minimaregelingen met de Peelgemeenten? Antwoord: Het klopt dat de overige drie minimaregelingen voorlopig niet geharmoniseerd worden. Het gaat hierbij om de inkomensnorm voor de bijzondere bijstand, de SMI (Sociaal Medische Indicatie) kinderopvang en de vrijstelling van de eigen bijdrage Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Met de overige 4 Peelgemeenten is afgesproken dat we eerst de Minima Effect Rapportage afwachten waarin wat de effecten zijn van de reeds geharmoniseerde regelingen (Individuele Inkomenstoeslag en Bijdrage Maatschappelijke Participatie). Vraag 2 Pagina 28. Wmo-incidentele subsidies In de begeleidende tekst wordt gesproken over 30.000 af te ramen van een totaal van 35.000 (= 5.000). Er wordt verondersteld dat er 10.000 euro overblijft, dus wordt er 25.000 af geraamd. Welk bedrag is juist? Antwoord: Bij het opstellen van de kadernota is bij deze tekst een fout gemaakt. Er wordt een bedrag van € 25.000 afgeraamd. De toelichtende tekst moet zijn: Er is een jaarlijks budget van € 35.000 beschikbaar voor incidentele subsidies.