Beantwoording technische vragen Kadernota 2022.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragenronde Kadernota 2022 Laarbeek De raad is in de gelegenheid gesteld tot het stellen van technische vragen m.b.t. de Kadernota 2022. De behandeling van deze Kadernota staat geagendeerd ter besluitvorming voor de raadsvergadering van 8 juli a.s.
Nieuwe informatie In de aan u gepresenteerde kadernota is op bladzijde 7 onderstaande informatie opgenomen. Afspraken Rijk-VNG omtrent jeugdzorg Op donderdag 3 juni 2021 heeft overleg plaatsgevonden tussen de VNG en het huidig kabinet over de uitspraak van de arbitrage-commissie inzake extra compensaties jeugdzorg. Uitkomst is dat het huidig kabinet in de komende Miljoenennota 2022 € 1,3 miljard extra beschikbaar gaat stellen boven op de € 300 miljoen die eerder al beschikbaar is gesteld. Over 2023 en verder is nog geen uitspraak gedaan, dat is aan het nieuwe kabinet. Hoe de verdeling van het éénmalig bedrag in 2022 van € 1,3 miljard over alle gemeenten gaat plaatsvinden is nog onbekend. Als de verdeling plaatsvindt door een toevoeging van deze middelen aan het gemeentefonds, met een aangepaste uitkeringsfactor, kan indicatief als vuistregel gehanteerd worden: delen door 1.000. Dan zou dit een bedrag betekenen voor Laarbeek van circa € 1,3 miljoen. Wanneer de verdeling plaatsvindt op basis van het aantal inwoners of werkelijke kosten of anderszins, dan is een inschatting op voorhand moeilijker te maken.
Wat betreft de in de Kadernota genoemde eenmalige middelen over 2022 is op 29 juni jongstleden door het ministerie van BZK bekend gemaakt dat de verdeling van éénmalig € 1,314 miljard (landelijk) zal gaan plaatsvinden via de algemene uitkering (dus géén aparte uitkering). Dit zal voor Laarbeek leiden tot een berekend indicatief éénmalig bedrag van € 1.358.165. De financiële verwerking hiervan zal plaatsvinden via de septembercirculaire 2021 gemeentefonds en dus incidenteel financieel vertaald worden in de begroting 2022. Wat dit uiteindelijk structureel zal gaan betekenen voor de jaren ná 2022 is nu nog steeds niet duidelijk. Voorafgaand aan de septembercirculaire 2021 zal de provinciaal toezichthouder naar verwachting het financieel toezichtkader aanpassen, rekening houdend met deze nieuwe ontwikkelingen. In lijn met en in afwachting van dit provinciaal kader zal bij de samenstelling van de begroting 2022 worden bezien hoe hier mee om te gaan.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
1
Vragen Fractie ABL Vraag 1 In de diverse tabellen worden “+” en “-“ door elkaar gebruikt bij bijvoorbeeld de lasten. Kan aangegeven worden waarom voor deze systematiek is gekozen? Zie bijvoorbeeld blz 20 en 21, maar ook in bijvoorbeeld de tabel op blz 6 wordt verwarring gecreëerd. Er zijn meer voorbeelden. Wij hebben behoefte aan een eenduidige systematiek. Antwoord:
Bij de presenteren van de Kadernota is de systematiek dat een getoond positief bedrag (+) een voordeel betekent en een negatief bedrag (‐) een nadeel. Dus wanneer bij de lasten resp. baten een negatief geraamd bedrag wordt getoond, be‐ tekent dit een nadeel oftewel hogere geraamde lasten resp. lagere geraamde baten. Het omgekeerde geldt dat wanneer bij de lasten resp. baten een positief bedrag wordt getoond dat dit een voordeel betekent oftewel lagere geraamde lasten resp. hogere ge‐ raamde baten. Vraag 2 Voor 2022 wordt een eenmalige verhoging geraamd van de opbrengst bouwleges van € 100.000. Graag zien wij hiervan de financiële onderbouwing waaruit blijkt dat deze raming realistisch is. (pag 8). Antwoord:
Betreft hier een globale raming op basis van de legesopbrengsten in 2020. In 2020 wa‐ ren de legesopbrengsten ongeveer € 160.000 hoger dan geraamd. In 2021 lijkt een extra opbrengst van € 100.000 derhalve haalbaar gezien de toenemende bedrijvigheid in de bouw bij bedrijven en particulieren. Problemen met betrekking tot schaarste van grond‐ stoffen leveringsproblemen van materialen raken de vergunningverlening niet direct. De problemen ontstaan pas bij realisatie van de vergunning. Vraag 3 De open dag van het gemeentehuis ivm het 25-jarig bestaan wordt gedekt uit de algemene reserve. Waarom komt dit niet uit de lopende begroting? (pag 11) Antwoord:
De open dag voor het 25‐jarig bestaan vraagt extra middelen, die niet in de lopende be‐ groting zijn opgenomen. Het representatiebudget is bestemd voor de jaarlijkse activitei‐ ten (vrijwilligerscompliment, dodenherdenking, bevrijding, nieuwjaarsreceptie, etc.), waar geen budgetruimte is voor extra activiteiten. Er wordt voorgesteld om deze kosten uit de algemene reserve te dekken, aangezien deze kosten een incidenteel karakter heb‐ ben. Vraag 4 Voor de aanpak kruising Deense Hoek N615 wordt gerekend met een investering voor Laarbeek van €400.000. Kunt u aangeven hoe deze is opgebouwd? In hoeverre past de bijdrage van de gemeente Laarbeek voor de N615 in de wegvakkentheorie? Uitgangspunt hierbij is namelijk dat bij een tekortkoming of foutieve ontwerpuitgangspunten binnen 5 jaar na aanleg de veroorzaker nog steeds opdraait voor de kosten. (pag 17)
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
2
Antwoord:
Op basis van ervaringsgegevens is een inschatting gemaakt van de investering. Aan de hand van een nadere uitwerking zal t.z.t een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Vraag 5 Voor de herinrichting van het Kerkplein Aarle-Rixtel wordt gerekend met een investering van € 500.000. Kunt u aangeven hoe deze is opgebouwd (pag 17) Antwoord:
Op basis van ervaringsgegevens is een globale inschatting gemaakt. Aan de hand van een nadere uitwerking zal t.z.t een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Vraag 6 Er wordt gesproken over innovatieve geluidsmaatregelen N279. Kunt u aangeven welke dit zijn en waar we deze willen toepassen? En hoe de investering van € 400.000 is opgebouwd? (pag 18) Antwoord:
Op basis van ervaringsgegevens is een globale inschatting gemaakt. Aan de hand van nader onderzoek en verdere uitwerking wordt de positionering en de aard van de inno‐ vatieve maatregelen onderzocht. Een definitief voorstel zal t.z.t. aan de raad worden voorgelegd. Vraag 7 Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie op pagina 19 bevat 25k aan cofinanciering. Waar komt deze cofinanciering vandaan? (pag 19) Antwoord:
De cofinanciering kan uit verschillende bronnen komen. Meest voor de hand liggende zijn waterschap, provincie en het Rijk. Op basis van de inhoud van de diverse projecten, kan dit per project verschillend zijn. Vraag 8 De uitwerking van een wijkuitvoeringsplan (Aarle-Rixtel of Mariahout) nav de Transitie Visie Warmte wordt verwoord als structureel. Kunt u aangeven waarom dit structureel is en hoe dat dan in de uitvoering gezien moet worden? (pag 20) Antwoord:
De uitwerking van wijkuitvoeringsplannen vergt een intensief proces met inwoners. In dit proces moeten de inwoners ook de kans krijgen om zich professioneel vertegenwoor‐ digd te voelen, om onderzoek uit te laten voeren. Dit is een proces wat naar verwachting meerdere jaren per plan in beslag zal nemen. Er moeten 5 plannen worden gemaakt binnen onze gemeente. Daarom zal dit een structurele kostenpost zijn totdat alle wijk‐ uitvoeringsplannen gereed zijn.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
3
Vraag 9 De uitwerking van RES in lokale energieprojecten wordt verwoord als structureel. Kunt u aangeven waarom dit structureel is en hoe dat dan in de uitvoering gezien moet worden? (pag 20) Antwoord:
De RES heeft een doelstelling voor 2050 met tussendoelen in 2030. Gedurende deze hele periode worden gemeenten geacht om continu stappen te zetten richting energiebespa‐ ring en duurzame energie‐opwek. Dit gebeurt zowel door kortlopende activiteiten als door langdurige trajecten. Het budget is bedoeld voor procesondersteuning zoals haal‐ baarheidsstudies en technische onderzoeken, maar ook voor communicatie en kleine ac‐ tiviteiten. Deze uitgaven zijn daarom jaarlijks terugkerend. Vraag 10 Er wordt een extra opbrengst van leges geraamd voor 2022 ivm toegenomen bouwactiviteiten. Staan hier ook geen kosten van de omgevingsdienst tegenover? (pag 21) Antwoord:
Tegenover extra opbrengsten van leges voor bouwactiviteiten staan extra inspanningen van de Omgevingsdienst als gevolg van vergunningverlening en toezicht op naleving van de bouwvergunning(en). Vraag 11 In het kader van de wet kwaliteitsborging is een extra opbrengst geraamd van 100k. (pagina 21). De uitleg bij dit punt is voor ons onduidelijk:
Is dit werkelijk een te verwachten opbrengst die we lezen in de toelichting? En als de lasten positief uitvallen, waarom worden ze als lasten geboekt en niet als Baten?
Hoe is dit onderbouwd?
Is er een verschuiving naar de ODZOB qua gelden? Zijn dit dan de bedragen die onder lasten zijn aangegeven?(pag 21)
Waarom wordt er voor milieuvergunningen geen leges in rekening gebracht? Antwoord:
De uitgaven voor de vergunningverlening bouwen zullen als gevolg van de inwerking‐ treding van de Wet kwaliteitsborging afnemen. (Vandaar het gepresenteerde voordeel. Dit betreft geen hogere opbrengst.) Werkzaamheden die de Omgevingsdienst nu nog uitvoert voor de gemeente worden verschoven naar de private sector. De lasten voor de gemeente nemen daardoor af. De baten hebben betrekking op de legesopbrengsten. De gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor de leges wordt onderzocht door een regio‐ nale projectgroep. Op het moment dat een en ander is uitgekristalliseerd kan een verta‐ ling naar de legesverordening plaats vinden, waarbij ook een voorstel zal worden ge‐ daan voor het in rekening brengen van leges voor milieuvergunningen. Vraag 12 Kunt u aangeven wat de totale structurele lasten zijn voor de Peelmarketing en hoe deze is opgebouwd? (pag 25)
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
4
Antwoord:
De structurele lasten voor Peelmarketing bedragen voor Laarbeek € 24.000 per jaar vanaf 2024. De kosten per gemeente zijn op basis van inwonersaantal verdeeld. De structurele kosten bestaan grotendeels uit loon‐, bedrijfs‐ en overheadkosten voor de twee regiomarketeers. Dit is ca. 75% van de jaarbegroting. Er is jaarlijks € 50.000 be‐ groot als out of pocketgeld (ca. 25% van de jaarbegroting). Dit is nodig om campagnes, media‐uitingen etc. te kunnen financieren. De helft van het out of pocket budget moet opgehaald worden bij de ondernemers. In de programmabegroting 2021 zijn al incidentele middelen vrijgemaakt voor 2022 en 2023, daarom staan hier lagere bedragen. Vraag 13 In de kadernota van 2021 werd een forse verhoging qua kosten in het leerlingenvervoer voorzien. Wat is er nu veranderd dat er een besparing wordt verwacht? Antwoord:
De nieuwe aanbesteding is uitgezet in samenwerking met gemeenten Asten, Deurne, Someren, Gemert‐Bakel en Laarbeek. Voor Gemert‐Bakel en Laarbeek is deze aanbesteding gunstiger uitgevallen dan ver‐ wacht. De nieuwe aanbieder levert het leerlingenvervoer tegen een lager tarief per be‐ laden kilometer dan de huidige vervoerder. De verwachting, vertaald in de begroting, was gebaseerd op de kosten van de laatste, éénjarige verlenging van de overeenkomst met de huidige vervoerder. Vraag 14 In het ED is uitvoerig bericht (oa 22 juni) over extra zorgkosten jeugd doordat loonkosten omhoog moeten. In hoeverre heeft dit nog invloed op de kadernota? (pag 30) Antwoord:
Dit betreft de programmakosten van de GR Peelgemeenten. Onze kadernota is geba‐ seerd op de prognose van de GR Peelgemeenten. Deze huidige berichtgeving heeft vooralsnog geen effect op de kadernota. Vraag 15 Verlaging dividenduitkering BNG lijkt verstandig (pagina 33) maar is dit nog steeds actueel? Met de huidige inzichten gaat dividenduitkering toch weer hervat worden blijkt uit recente stukken. (pag 33) Antwoord:
In eerste instantie was er onzekerheid of nog wel tot dividenduitkering vanuit de BNG zou worden overgegaan. Hiervan is inmiddels duidelijk dat deze uitkering wel gaat plaatsvinden maar wel op een fors lager niveau dan structureel in de huidige begroting is opgenomen. In deze Kadernota wordt nu geanticipeerd op een blijvende dividenduit‐ kering voor de komende jaren maar wel op een structureel lager niveau. Vraag 16 De bedragen mbt de meicirculaire op blz. 36 zijn anders dan op blz. 31. Wat is het verschil? (pag 34)
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
5
Antwoord:
De verwerking van de meicirculaire 2021 gemeentefonds heeft geleid tot diverse aan‐ passingen van geraamde bedragen over een 4‐tal programma’s heen, tw programma 1, 4, 5 en 6. Per saldo wordt met deze diverse aanpassingen een budgettair effect verwerkt conform de hierover verstrekte Raadsinformatiebrief. Vraag 17 Er wordt veel geïnvesteerd in uitbreiding gegevens beheer. Sommige structureel, sommige eenmalig. Is hier niet een combinatie mogelijk om dit met een tijdelijke inzet eenmalig te investeren? (pag 36) Antwoord:
Er is al onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele taken. Incidentele ele‐ menten zijn, op het onderdeel landmeten in relatie tot conjunctuur na, buiten de forma‐ tie gehouden. Als incidentele werkzaamheden aan de orde zijn, bijvoorbeeld bestands‐ vergelijkingen en opschoningen, zullen deze in principe projectmatig en binnen de be‐ staande middelen worden uitgevoerd. Op de structurele taken wordt op dit moment op tijdelijke basis extra capaciteit ingezet. Vraag 18 Er is afgelopen periode enorm veel verbouwd in onze gemeente. In 2021 is hiervoor een autonome toename van de OZB opbrengsten ingerekend van € 18.000,-, voor 2022 is eenzelfde ingerekend (pagina 39 punt 12). Hoeveel is deze toename van de OZB werkelijk geweest? Dit met het oog of dit jaar eenmalig een hogere opbrengst meegerekend mogen worden. (pag 39) Antwoord:
Op basis van een opgave van BSOB van 30 juni 2021 verwachten we in 2021 ±€ 85.000 meer opbrengsten uit onroerende zaakbelastingen 2021 dan waar rekening mee is ge‐ houden bij het opstellen van de begroting 2021 (incl. de raming van de autonome stij‐ ging van € 18.000). Deze bijstelling zal bij de eerstvolgende tussenrapportage worden bijgesteld. Dit verschil wordt veroorzaakt door uiteindelijk hogere heffingsgrondslagen (WOZ‐waarden) dan waarbij bij de bepaling van de definitieve ozb‐heffingstarieven 2021 is uitgegaan. Niet direct is aanwijsbaar of dit geheel wordt veroorzaakt door een hoger aantal ver‐ en nieuwbouw danwel een hogere waardestijging van de bestaande WOZ‐objecten. Vraag 19 Komende jaren worden veel wooneenheden toegevoegd. In hoeverre vormt een eventuele latere oplevering een risico op minder geplande opbrengsten van de OZB? Gezien de aantallen wooneenheden is dit een substantieel bedrag geworden. (pag 39) Antwoord:
In de ramingen van de autonome stijging ozb‐opbrengst wordt uitgegaan van een jaar‐ lijkse stijging van € 18.000; € 11.000 voor woningen (o.b.v. ongeveer € 8,9 miljoen WOZ‐ waarde) en € 7.000 voor niet‐woningen (o.b.v. ongeveer € 1,6 miljoen WOZ‐waarde). Dit moet worden gezien als een jaarlijkse autonome stijging uitgaande van een aannemelijk gemiddelde over de jaren heen. Daarbij zal dus het ene jaar de daadwerkelijke meerop‐
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
6
brengst ozb meer zijn dan deze autonome raming en het andere jaar weer iets minder. Deze jaarlijkse stijging moet dan ook worden gezien als een aanvaardbaar gemiddelde stijging over een langere periode. Vraag 20 Een aantal punten komen dubbel terug in de kadernota:
Brug stapweg: programma 3 en 6
Bibliotheek: programma 3 en 4
VRI Aarle rixtel: programma 3 en 6
Worden de met deze punten genoemde bedragen niet dubbel geteld? Antwoord:
De verwerking van de financiële mutaties is niet dubbel opgenomen. In de bijbehorende toelichting staat reeds vermeld dat de mutaties welke hiermee verband houden, ver‐ spreid staan over meerdere programma’s. Wat hier daadwerkelijk gebeurt, is per aangehaald onderdeel het volgende: Brug Stapweg: In programma 3 staan de kapitaallasten van de investering (‐€ 7.000) en in programma 6 staat de dekking van deze lasten uit het beschikbare budget vervan‐ gingsinvesteringen (+€ 7.000). Bibliotheek: In programma 3 staat de gecorrigeerde ingeboekte besparing op de biblio‐ theek (‐€ 40.000) en in programma 4 staat de dekking hiervan door verlaging van een 2‐ tal beschikbare budgetten (+€ 40.000). VRI Aarle‐Rixtel: In programma 3 staan de kapitaallasten van de investering (‐€ 15.000) en in programma 6 staat de dekking van deze lasten uit het beschikbare budget vervan‐ gingsinvesteringen (+€ 15.000).
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
7
Vragen Fractie CDA Vraag 1 Blz. 17 Herinrichting Kerkplein Aarle-Rixtel de voorlopige investering van €500.000,- voor het kerkplein in Aarle-Rixtel is deze inclusief het herinrichten aangelegen Dorpsstraat (tussen Kouwenberg en Schoolstraat)? Antwoord:
Op basis van ervaringsgegevens is een globale inschatting gemaakt. Aan de hand van een nadere uitwerking zal t.z.t een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Het voor‐ stel heeft ook betrekking op de herinrichting van het aangelegen deel van de Dorps‐ straat tussen Kouwenberg en Schoolstraat. Vraag 2 Blz. 18 Innovatieve geluidsmaatregelen N279 in hoeverre zijn deze kosten realistisch aangezien er nog een uitspraak moet komen van de RvS m.b.t. de N279? Antwoord:
Op basis van ervaringsgegevens is een globale inschatting gemaakt. Aan de hand van een nadere uitwerking zal t.z.t. een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Vraag 3 Blz. 29 Bijgestelde prognose kosten leerlingenvervoer er wordt een structurele besparing verwacht van €50.000,- ten opzichte van het huidige budget. waardoor wordt deze besparing gerealiseerd, wat is het verschil met de vorige aanbesteding? Antwoord:
De nieuwe aanbesteding is uitgezet in samenwerking met gemeenten Asten, Deurne, Someren, Gemert‐Bakel en Laarbeek. Voor Gemert‐Bakel en Laarbeek is deze aanbesteding gunstiger uitgevallen dan ver‐ wacht. De nieuwe aanbieder levert het leerlingenvervoer tegen een lager tarief per be‐ laden kilometer dan de huidige vervoerder. De verwachting, vertaald in de begroting, was gebaseerd op de kosten van de laatste, éénjarige verlenging van de overeenkomst met de huidige vervoerder Vraag 4 Blz. 18 Innovatieve geluidsmaatregelen N279 in hoeverre zijn deze kosten realistisch aangezien er nog een uitspraak moet komen van de RvS m.b.t. de N279? Antwoord:
Op basis van ervaringsgegevens is een globale inschatting gemaakt. Aan de hand van een nadere uitwerking zal t.z.t. een voorstel aan de raad worden voorgelegd.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
8
Vragen Fractie De Werkgroep Vraag 1 Blz. 7 (Afspraken Rijk-VNG omtrent Jeugdzorg): Kan de extra compensatie jeugdzorg ook gezien worden als een tegemoetkoming in de tekorten die sinds 2015 op dat terrein door de te lage rijksbijdrage zijn veroorzaakt? Hoe hoog zijn die tekorten in totaal? Aangegeven wordt dat de daadwerkelijke structurele doorwerking nog op zich laat wachten, maar dat er reële verwachtingen naar de toekomst zijn. Waarop zijn die verwachtingen gebaseerd en bestaat niet het gevaar dat er op andere onderdelen van de uitkering uit het Gemeentefonds wordt bezuinigd (dus de bekende sigaar uit eigen doos)? Antwoord:
Op basis van landelijk onderzoek is nu vast komen te staan dat de gedecentraliseerde taak (Jeugdzorg) en de bijbehorende financiële middelen vanuit het rijk niet met elkaar in balans zijn. Dit wordt nu eindelijk door het rijk erkend, vooral ook door de arbitrage‐ zaak die door de VNG is aangespannen. Op 2 juni jl. heeft namelijk de VNG met het ka‐ binet afspraken gemaakt over de compensatie van het rijk voor gemeenten in 2022 (eenmalige middelen) en over een gezamenlijke hervormingsagenda jeugd, die vóór 1 januari 2022 moet worden opgeleverd om als basis te dienen voor de jaren 2022–2028. De eenmalige middelen vormen een compensatie voor de geconstateerde disbalans en dus geen compensatie – ook niet deels ‐ voor tekorten uit het verleden. Het nieuwe ka‐ binet zal gezamenlijk met het vaststellen van de hervormingsagenda een besluit nemen over de structurele financiering van gemeenten vanaf 2023. De structurele financiering is voor de VNG randvoorwaardelijk voor de uitvoering van de hervormingsagenda. Het wordt dus als reëel beschouwd dat deze eenmalige middelen een bepaalde structurele doorwerking zullen gaan krijgen gelet op de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Echter het nieuwe regeerakkoord zal definitief uitsluitsel moeten gaan geven over het structurele financiële perspectief.
Hoe hoog de financiële tekorten voor Laarbeek zijn, is niet te duiden mede als gevolg van de ontschotting en brede inzet van de gedecentraliseerde middelen. Op welke wijze Laarbeek raamt voor het gehele sociale domein ligt in lijn met het beleid van provinciaal toezicht, namelijk zo reëel mogelijke ramingen opvoeren. Vraag 2 Blz. 11 (verkiezingen gemeenteraad). Waarom zijn de kosten van het organiseren van die verkiezingen (zoals vergoedingen stembureauleden) hierin niet meegenomen? Waar staan die dan en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Antwoord:
Ten behoeve van de organisatie van de gemeenteraadsverkiezing is een separate post opgenomen binnen de begroting ter hoogte van € 36.284,‐. Uit deze post worden de kosten gedekt zoals de presentiegelden stembureauleden en tellers, de aanschaf van di‐ verse materialen, de productie en de bezorgkosten van de stempassen, stembiljetten en de kandidatenlijsten, de huur van de stembureaulocaties, de catering en de kosten van de digitale verkiezingsprogramma’s.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
9
Vraag 3 Blz. 12 (Afspraken): Wat wordt bedoeld met “De invulling van de eigen procesregie op multiprobleem casuïstieken blijkt succesvol.”? Antwoord:
Laarbeek werkt volgens het AVE‐model (Aanpak ter Voorkoming Escalatie), waarin re‐ gievoering vanuit de gemeente een centrale rol speelt. Dit vindt operationeel zijn verta‐ ling in de functies van de casusregisseur en de procesregisseur. Door de inzet van de procesregisseur zijn zorg‐ en veiligheidsinterventies op elkaar afgestemd en wordt er in domeinoverstijgende zaken beter samengewerkt. Dit zorgt ervoor dat de inzet efficiën‐ ter én effectiever is. Vraag 4 Blz. 12 (Crisisbeheersing en Brandweer): Momenteel loopt een discussie m.b.t. de beloning van de brandweervrijwilligers vanwege Europese regelgeving. Zitten daaraan ook financiële risico’s en/of consequenties voor de gemeente? Zo ja, tot welke orde van grootte? Antwoord:
Wanneer dit gaat spelen is nog niet bekend, maar het zal landelijk worden opgepakt en worden gefinancierd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Vraag 5 Blz. 13 (Financiën): Zit in het bedrag van M€1,7 ook de personele lasten van betrokken medewerkers? Zo neen, waar staan die dan? Zo ja, waarom is dan geen rekening gehouden met de indexatie van de personele lasten? Antwoord:
Per programma worden de personele lasten opgenomen welke direct toe te rekenen zijn. Dat is dus ook hier het geval bij de totale lasten van programma 3 ‘Veiligheid’. De noodzakelijke jaarlijkse indexatie van de personele lasten wordt gecompenseerd via de jaarlijkse meicirculaire. Bij de verwerking van deze meicirculaire wordt rekening gehou‐ den met deze benodigde financiële ruimte door deze als totale ruimte te reserveren bin‐ nen programma 6. Bij het opstellen van de begroting 2022 wordt deze ruimte uiteinde‐ lijk uitgewerkt naar de diverse relevante programma’s toe. Vraag 6 Blz. 17 (Aanpak kruising Deense Hoek – N615): Zijn daarover al afspraken met de provincie gemaakt c.q. toezeggingen door de provincie gedaan? Antwoord:
Er zijn nog geen toezeggingen gedaan. Er zal t.z.t een voorstel aan de raad worden voorgelegd.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
10
Vraag 7 Blz. 18 (Inwerkingtreding Omgevingswet): Kan uit de omschrijving geconcludeerd worden dat er bij voorbaat onvoldoende budget wordt gegeven voor de uitvoering van de aan de gemeente over te dragen bodemtaken? Is de gemeente dan toch verplicht die taken uit te voeren? Antwoord:
Er is een onderscheid tussen (provinciale) bodemtaken die gedecentraliseerd worden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de bodemtaken waarvoor de ge‐ meente nu al bevoegd gezag is. ‐1‐ Decentralisatie provinciale bodemtaken: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de provinciale bodemtaken ge‐ decentraliseerd naar gemeenten. Het rijk stelt hiervoor middelen beschikbaar. Deze middelen worden voor de gemeente Laarbeek geraamd op € 50.000. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer en welke middelen exact naar de gemeenten komen vanuit het Rijk en de provincie. ‐2‐ Huidige gemeentelijke bodemtaken Er zijn bodemtaken waarvoor de gemeente nu al (voor de inwerkingtreding van de Om‐ gevingswet) bevoegd gezag is. Gebleken is dat deze huidige gemeentelijke bodemtaken op dit moment onvoldoende belegd zijn. Om deze huidige bodemtaken uit te laten voe‐ ren is een jaarbudget nodig van € 20.000. Voor zowel de provinciale bodemtaken die gedecentraliseerd worden als de huidige ge‐ meentelijke bodemtaken gaat het om wettelijke bodemtaken. Gemeenten zijn verplicht deze uit te voeren. Vraag 8 Blz. 18 (Speelruimteplan): betreffen de genoemde bedragen de kapitaallasten van de noodzakelijke vervangingsinvesteringen of zijn dit de voorbereidings-/plankosten? Antwoord:
De genoemde bedragen zijn bestemd voor de kapitaallasten voor vervangingsinveste‐ ringen en nieuwe investeringen, herinrichtingskosten en dotaties aan de nieuwe te vor‐ men onderhoudsvoorziening. De plankosten (maken van het speelruimteplan) zijn ver‐ werkt in een al eerder verstrekt krediet hiervoor en maken geen onderdeel uit van deze nieuwe kosten. Voorbereidingskosten zitten in de prijs van de leveranciers en/of worden binnen de bestaande ambtelijke formatie uitgevoerd. Vraag 9 Blz. 19 (Uitvoering stimuleringsregeling inwonersinitiatieven vergroening): Het budget van K€ 5 zal maar net voldoende zijn voor 10 à 20 initiatieven. Is dit een ‘open-eind-budget’?
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
11
Antwoord:
Nee, dit is geen ‘open eind budget’. Er is € 5.000 beschikbaar en op = op. De verwachting is overigens op basis van ervaringen van de afgelopen jaren dat dit budget voldoende zal zijn. Mocht de vraag het budget in de toekomst toch overstijgen, dan zal bestuurlijk een afweging gemaakt moeten worden of er meer budget beschikbaar komt of niet. Vraag 10 Blz. 20 (Uitwerking wijkuitvoeringsplan n.a.v. TVW): Is de aanpak van 2.000 woningen en gebouwen een opgelegd of een zelf gekozen aantal? Hoe realistisch is dat aantal? Er wordt een Rijksbijdrage in de uitvoeringskosten verwacht. Wat zijn de consequenties als die er niet of niet in voldoende mate komt? Antwoord:
De aanpak van 2.000 woning is een doorvertaling van de Rijksopgave. In 2030 tracht het Rijk 1,5 miljoen woningen aardgasvrij te hebben. Dit is 20% van het totale aantal wo‐ ningen en gebouwen in Nederland. 20% van het totale aantal in Laarbeek is ongeveer 2.000 woningen en gebouwen. Wetende dat dit wellicht niet haalbaar is, moet in de wijkuitvoeringsplannen sowieso volop worden ingezet op energiebesparing en het ‘aardgasvrij ready’ maken van woningen. Als de Rijksbijdrage uitblijft kunnen we als gemeente minder snel stappen maken, tenzij de Raad ervoor kiest om zelf geld beschik‐ baar te stellen voor uitvoering van de plannen. Vraag 11 Blz. 30 (subsidievouchers kunst en cultuur): Is er een evaluatie van het vouchersysteem geweest? Kunnen die vouchers alleen in Laarbeek verzilverd worden of ook bij docenten buiten Laarbeek? Antwoord:
Er is een jaar na de invoering van het vouchersysteem een evaluatie geweest. Die heeft geleid tot een kleine aanpassing om beter aan te sluiten bij de schooljaren in plaats van de kalenderjaren. De opleiders waren zeer tevreden over de systematiek. De vouchers worden verzilverd door de ouders van Laarbeekse kinderen. De opleiding mag buiten Laarbeek gevolgd worden als het maar bij een gediplomeerde docent is. In de praktijk gaat dat om ongeveer 50 van de meer dan 400 aanvragen. Vraag 12 Blz. 33 (Begroting 2022 BSOB): aangegeven wordt dat er vanwege de onzekerheden vanaf 2023 een PM-post wordt opgenomen; er staan echter alleen maar 0-en. Zit daar een reden achter? Is dat op meerdere plaatsen gedaan? Antwoord:
Er wordt inderdaad vanaf 2023 rekening gehouden met PM oftewel met vooralsnog géén extra middelen. Omdat de presentatie met Lias niet ‘PM’ kan worden aangegeven, vertaalt zich dit in ‘0 ‘. Voor zover mogelijkerwijs bij andere onderdelen aan de orde zal zich dit op eenzelfde wijze presenteren.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
12
Vraag 13 Blz. 35 (Opschoning archiefblok 1997-2009): Wat zijn de consequenties als deze activiteit niet wordt gedaan, dan wel wordt uitgesteld? Antwoord:
In 2029 zal dit archiefblok sowieso moeten worden overgedragen, waarbij opscho‐ ningswerkzaamheden noodzakelijk zijn. In de auditrapportage 2021 van RHCe is boven‐ dien aandacht gevraagd om achterstanden weg te werken. Het gaat dan om het tijdig vernietigen van informatie omdat dit een verplichting uit de Archiefwet is. Vernietiging is zeker van belang als de dossiers informatie over persoonsgegevens bevatten. Met het oog op de AVG lopen we dan een extra risico. Daarnaast is het tijdens dagelijkse werk‐ zaamheden efficiënter om met geschoonde dossiers te werken. Vraag 14 Blz. 38 (prognose aantal inwoners): is de prognose van jaarlijkse toename met 20 inw. realistisch gelet op de beduidend grotere toename van het aantal woningen? Antwoord:
In de ramingen van de stijging van het aantal inwoners wordt uitgegaan van jaarlijkse toename van 20 inwoners. Deze jaarlijkse moet worden gezien als een aannemelijk gemiddelde over de jaren heen. Daarbij zal dus het ene jaar de daadwerkelijke ontwikkeling van het aantal inwoners meer zijn dan deze raming en het andere jaar weer iets minder. Ook hier moet deze jaarlijkse ontwikkeling worden gezien als een aanvaardbare gemiddelde ontwikkeling over een langere periode. Daarbij is het tevens mogelijk dat de toename van het aantal woningen gecombineerd kan gaan met een kleinere gemiddelde woningbezetting.
Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
13