CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Begroting 2026 raad

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van de Begroting 2026 Gemeente Laarbeek5.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen begroting 2026 Laarbeek De raad is in de gelegenheid gesteld om technische vragen te stellen over de begroting 2026. De behandeling van en besluitvorming over de begroting vindt plaats in de raadsvergadering van 6 november 2025.

Vragen Fractie PNL Vraag 1 Pagina 12. Juridische advisering Voorgesteld wordt het budget juridische advisering met € 45.000,- naar boven bij te stellen. Echter landelijk wordt – door bijna alle politieke partijen – gesproken over minder regelgeving. De hoop en verwachting is dat hierdoor minder juridische advisering nodig is. De structurele verhoging van € 45.000,- is derhalve wellicht niet nodig. Vraag: Is het college met ons van mening dat wat we hier beschrijven inderdaad het geval kan zijn en dat het daarom wellicht beter is te wachten met eventuele structurele verhoging van dit budget? Antwoord: De vermindering van wet- en regelgeving zorgt niet voor minder rechtszaken en kortere trajecten. In de praktijk is al enkele jaren duidelijk dat de samenleving verjuridiseert. Er zijn meer rechtszaken, klachten, bezwaren, Woo-verzoeken etc. Daarnaast duren (juridische) trajecten langer en zijn deze daardoor duurder. Hierdoor is een structurele verhoging noodzakelijk. We zijn altijd kritisch op onze budgetten dus mocht in de toekomst blijken dat de juridische advisering in de praktijk lager uitvalt dan kan worden voorgesteld om het budget naar beneden bij te stellen. Vraag 2 Pagina 14. Plan van aanpak weerbaarheidsopgave Incidenteel wordt een projectleider ingehuurd. Tegelijk wordt gesteld dat dit een structureel karakter moet krijgen.

Vraag: Waaruit blijkt dat deze aanpak te verwachten/nodig is? Antwoord: Hybride dreigingen (hackers, besmetting drinkwater), hoog water door klimaatverandering en het wegvallen van vitale voorzieningen (zoals stroom) worden in toenemende mate reëlere scenario's. De vele uitdagingen vragen om een weerbare samenleving, waarin inwoners zelf- en samen redzaam zijn, de basisbehoeften van inwoners vervuld blijven, en de continuïteit van de maatschappij wordt gewaarborgd. Om de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van inwoners te versterken start de landelijke overheid onder coördinatie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid in november met een intensieve publiekscampagne die de maatschappelijke weerbaarheid moet vergroten. De gemeente sluit aan op deze intensivering, waarbij zij de focus legt op het borgen van de continuïteit van haar dienstverlening en publiekscommunicatie (incl. overleg met inwoners over de op te richten noodsteunpunten). De gemeente sluit daarbij zo goed als mogelijk aan bij crisisbeheersingsstructuren van de veiligheidsregio en bestaande sociale voorzieningen. Vraag 3 Pagina 37. Zorgkosten Sociaal Domein Voor de jaren 2028 en 2029 worden de kosten voor eerstelijnsvoorzieningen jeugd met ruim € 500.000 verminderd.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

1

Vraag: Is dit een geraamde bezuiniging op het terrein van jeugdzorg? Antwoord: Ja, het betreft een stelpost van een te realiseren kostenbesparing op de lasten van individuele voorzieningen jeugd. De omvang van deze stelpost hangt samen met de kortingen op de algemene uitkering van het gemeentefonds voor de gemeente Laarbeek in de meicirculaire 2025 gemeentefonds. De stelpost van de kostenbesparing hangt enerzijds samen met sturen op trajectduur jeugdzorg (€ 65.000) en anderzijds hangt deze samen met het indexeren van de besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd (€ 485.000). Het rijk heeft de besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd eerder op basis van prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt en veronderstelt een hogere besparingsopgave vanwege stijging van prijs en volume sinds 2019. Vraag 4 Pagina 47: Rioolheffing Vraag: Graag inzicht in de overheadkosten van € 831.000,Antwoord: De totale overheadkosten bestaan uit o.a. huisvestingslasten van het gemeentehuis, de gemeentewerf maar ook de niet direct aan de diverse taakvelden toe te rekenen loonkosten. Wanneer de totale overheadkosten worden afgezet tegen de reeds direct toegerekende loonkosten geeft dit een overheadpercentage van 153,19%. Aan het taakveld Rioolheffing wordt € 542.496 toegeschreven aan directe loonkosten. Dit betekent vervolgens een toe te rekenen bedrag aan overhead van € 831.105 (€ 542.496 x 1,5319).

Vraag 5 Pagina 67: Ontwikkelingen In 2026 wordt overleg gevoerd met Senzer over de toekomst. Vraag: Heeft Senzer een uitzonderingspositie op het terrein van groenonderhoud? Antwoord: Tijdens de presentatie aan de gemeenteraad over het groenbeheer d.d. 21 oktober hebben we aangegeven met Senzer in gesprek te zijn om te bekijken wat hun rol nog kan zijn in het nieuwe contract voor het groenonderhoud v/a 2027. We willen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een rol blijven geven in het groenonderhoud en we kijken ook hoe we Senzer kunnen ondersteunen met het plaatsen van mensen.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

2

Vraag 6 Pagina 68: Riolering Vraag: Welke opgaaf heeft de gemeente nog in het kader van het scheiden van riolering met hemelwaterafvoer? Antwoord: Hemelwater en afvalwater (riolering) moet gescheiden worden i.v.m. de capaciteit van de transportleidingen en de zuivering. Door de toename van afvalwater door het bouwen van nieuwe woningen moeten wij aan de slag met het scheiden van (schoon) hemelwater van het afvalwater. Op die manier kunnen we blijven voldoen aan onze wettelijke taak om stedelijk afvalwater te verzamelen en transporteren richting de zuivering. Daarnaast is het scheiden van hemelwater en afvalwater van belang voor één van onze klimaatopgaven; namelijk het tegengaan van droogteproblemen. Door hemelwater niet af te voeren, maar juist te geven aan de bodem, vult het grondwater aan. Dit voorkomt o.a. dat bomen en struiken sneuvelen in droge periodes en hopelijk kan het de onttrekkingsverboden verminderen in de toekomst (denk aan afgelopen voorjaar dat zo droog was dat boeren onttrekkingsverbod kregen). Uiteraard is het rechtstreeks geven van hemelwater aan de grond niet altijd mogelijk bij lagergelegen gebieden. Hier is maatwerk nodig. Wat doen we concreet? 1. Bij woningbouw gaan wij vroegtijdig in gesprek met het Waterschap over de capaciteit van de transportleidingen en de zuivering. 2. Bij nieuwbouw wordt hemelwater en afvalwater meteen gescheiden. 3.

Voor bestaande bebouwing is het een stuk lastiger. Momenteel loopt een project om ons watersysteem (grond- en oppervlaktewater) in kaart te brengen om doelmatig te kunnen afkoppelen en water te bergen waar mogelijk. Hierbij is ook Waterschap Aa en Maas betrokken en er lopen gesprekken met buurgemeenten. Vraag 7 Pagina 101: Uitgangspunten Onder punt 7 en 8 zijn prognoses opgenomen van het aantal woonruimten en het aantal inwoners. Vraag: Waarom zijn de aantallen voor 2026 fors lager dan de aantallen in de jaren 2027 en volgend? Antwoord: De realisatie volgt een aantal jaren na planvorming. In het verleden waren er minder plannen (o.a. door recessie en beperkingen door de provincie). Daardoor zijn de aantallen in 2026 lager dan in de toekomstige jaren. De prognoses zijn gebaseerd op de meest recente geactualiseerde woningbouwprognose. Het gaat over het verwachte opleverjaar van de woningen, wanneer mensen er dus ook werkelijk in gaan wonen. Gezien de schaalsprong en de woningbouwprojecten waar we mee bezig zijn is de verwachting dat de komende jaren het aantal nieuwbouwwoningen hoger ligt dan de afgelopen jaren.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

3

Vragen Fractie ABL Vraag 1 Pagina 11 en 19 De gevolgen van het nieuwe WRP2025 zijn niet direct te linken aan de recente RIB hierover. Kan helderheid gegeven worden waarom hier een positief saldo ontstaat terwijl de rioolheffing moet stijgen om kostendekkend te zijn? Waar komt dit positief saldo uit voort? Antwoord: Omdat de kosten voor het uitvoeren van onze zorgtaken variëren door de jaren heen (denk bijvoorbeeld aan wanneer het einde van de levensduur nadert van leidingen die aangelegd zijn in verschillende jaren) maken wij een projectie over de komende 80 jaar in het WRP. Zie ook hoofdstuk 6 en 7 van het WRP voor een inhoudelijk overzicht van de kosten en bijlage 3 WRP voor de tabellen met kostendekkingsberekening. De te maken kosten worden verspreid over meerdere jaren om de directe financiële druk op inwoners te verminderen. Een voorziening mag nooit in het rood staan, maar moet te allen tijde dekkend zijn voor verplichtingen en risico’s. Omdat de toekomst niet te voorspellen is, is het van belang om een positief saldo te houden met enige buffer om voorziene en onvoorziene uitgaven te kunnen opvangen. Denk bijvoorbeeld aan groot onderhoud, beschadigingen aan rioolleidingen door boomwortels of zeer fluctuerende grondwaterstanden als gevolg van klimaatveranderingen.

Door de flexibiliteit van een programma onder de Omgevingswet is het ook mogelijk om, op kortere termijnen dan voorheen, het financiële plaatje bij te sturen om de aan de inwoners door te belasten kosten te kunnen verhogen of verlagen. Hierdoor kan de gemeente de voorziening op een financieel gezond niveau blijven houden. Vraag 2 Pagina 11 en 28 De systematiek van de te verwerken plankosten grondexploitatie is gewijzigd naar geraamde plankosten. Kunnen wij deze raming die ten grondslag ligt aan deze plankosten ontvangen? Antwoord: De systematiek van de plankosten is administratief verwerkt. In het verleden werden vaste kosten (formatie en overhead) toegerekend aan de grondexploitaties. Dit is echter niet gebaseerd op de werkelijke verwachte plankosten. Deze plankosten worden geraamd bij de grondexploitaties. Nu worden de plankosten begroot zoals opgenomen in de grondexploitaties. Het verschil in beide systematieken heeft effect op de begroting. De eerste jaren is het positief omdat de begrote plankosten in de exploitatie hoger zijn dan waren begroot via de oude systematiek. Daarmee krijg je een voordeel in de exploitatie van de gemeente (algemene dienst) en een nadeel in de grondexploitatie. In de laatste jaren is er een tekort op de dekking van de plankosten. Dit komt doordat er lagere plankosten zijn doordat het aantal grondexploitaties afneemt.

Hierbij dient wel vermeld te worden dat alle nieuwe grondexploitaties die nog worden toegevoegd een positief effect hebben.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

4

Vraag 3 Pagina 13 (in werkelijkheid is het pp 33) De ophoging van de kostenontwikkeling centrumplan Lieshout is een direct gevolg van de besluitvorming van 2 oktober volgens de tekst. Had dit dan geen onderdeel moeten uitmaken van het raadsbesluit? Antwoord: In het definitief kaderstellende raadsbesluit project Centrumontwikkeling Lieshout d.d. 2 oktober 2025 is uw raad reeds geïnformeerd over een lichte stijging van de kosten voor herinrichting van het centrum. In de bijbehorende financiële paragraaf onder investeringskredieten is melding gemaakt van de licht gestegen kosten. De daarbij horende extra kapitaalslasten van 4.400 euro staan vervolgens in het dekkingsoverzicht opgenomen onder de noemer “opgenomen in de begroting 2026". Vraag 4 Pagina 14 en 44 Er is een investering gepland voor audiovisuele middelen in het gemeentehuis. Het is niet inzichtelijk wat de totale geplande investering is en of de 38k een jaarlijkse afschrijving betreft of dat dit het daadwerkelijke investeringsbedrag betreft. Kan dit verhelderd worden en ook of hier in de opvolgende jaren nog kosten uit voortkomen voor afschrijving of investering? Antwoord: Op pagina 46 staat dat het krediet voor de vervanging van audiovisuele middelen € 125.000 bedraagt. Dit moet € 150.000 zijn. Er is sprake van een typefout.

De jaarlijkse kapitaallasten van € 38.000 vanaf 2027 zijn gebaseerd op het bedrag van € 150.000. De foute weergave in het overzicht (€ 125.000 in plaats van € 150.000) heeft dan ook geen gevolgen voor de cijfers in de begroting. Vraag 5 Pagina 14 en 22 Is de weerbaarheidsopgave een gevolg van een landelijke opgave of verplichting? Antwoord: Ja, om de maatschappelijke weerbaarheid te versterken en inwoners te activeren en te informeren, rolt de rijksoverheid dit najaar een publieksproject uit onder de noemer ‘Denk vooruit’. Daarin staat de boodschap van 72 uur zelf- en samenredzaamheid centraal. De gemeente sluit aan op dit project, waarbij zij de focus in eerste instantie legt op het borgen van de continuïteit van haar dienstverlening en publiekscommunicatie (incl. overleg met inwoners over de op te richten noodsteunpunten).

Vraag 6 Pagina 14 en 43 Wat zijn de verschillen in de huidige regeling woon-werkverkeer binnen Laarbeek ten opzichte van de nieuwe peelregeling? Antwoord: In de huidige regeling is het mogelijk om alle woon-werkverkeer kilometers fiscaal uit te ruilen van het IKB. In de nieuwe regeling wordt een vergoeding van € 0,23 euro per kilometer tot maximaal 50 kilometer enkele reis vergoed. Vanaf 50 kilometer enkele reis is er de mogelijkheid om woonwerkverkeer fiscaal uit te ruilen van het IKB.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

5

Vragen Fractie De Werkgroep Vraag 1 Pagina 27 Waarom ligt de focus van het fietsparkeren niet ook bij de veelgebruikte bushaltes (zoals de Leliestraat)? Is er ook voorzien in uitbreiding van fietsparkeerplaatsen bij de ingang van het Gulden Land? Antwoord: Op 12 juni jl. heeft u het Mobiliteitsplan Laarbeek vastgesteld. Hierin is ook opgenomen de verbetering van de bushaltes. De projecten die daarin voor 2026 zijn opgenomen zijn verwerkt in deze begroting. Dat betreft in het geval van fietsparkeren dus de centrumgebieden en bij scholen en sportverenigingen. Binnen het project Gulden Land is niet voorzien in (de uitbreiding van) fietsparkeerplaatsen. Vraag 2 Pagina 27 Baten en lasten Milieubeheer zijn in 2025 significant hoger dan in andere jaren. Wat is daar de reden van? Antwoord: Er worden grote bedragen van het Rijk ontvangen voor verduurzaming (denk aan Nationaal Isolatieprogramma, Energiearmoede). Dit leidt in het boekjaar waarin deze bedragen ontvangen worden tot grote afwijkingen in de baten t.o.v. de oorspronkelijke begroting. Omdat deze bedragen ook daadwerkelijk aan het bijbehorende doel moeten worden uitgegeven, komen ze er aan de lastenkant in de begroting ook bij. De daadwerkelijke besteding ligt echter in de jaren na 2025 omdat deze regelingen (met bijbehorende uitgaven) meerjarig zijn.

Het grote verschil in baten en lasten kun je dus tegen elkaar wegstrepen en dan valt het bestedingspatroon veel minder uit de toon t.o.v. andere jaren. Vraag 3 Pagina 30 Bij de beleidsindicatoren scoort de volgende indicator opvallend laag: “het aantal nieuwgebouwde woningen per 1000 inwoners.” Dat bedraagt 3,1 i.p.v. de landelijke 8,6 Een verdere analyse leert dat we in 2025 op het landelijke gemiddelde scoorden (7,8 i.p.v. 7,5). Maar de twee jaar daarvoor ook eronder zaten. 4,8 i.p.v. 8,9 (2024) en 5,6 i.p.v. 8,6 (2023). Klopt onze interpretatie dat wij de afgelopen jaren én komend jaar in verhouding minder bouwden dan de gemiddelde gemeente (onder de 25.000 inwoners)? Hoe is dat te verklaren? En is er een prognose voor de komende jaren? Antwoord: Het aantal gebouwde woningen fluctueert per jaar, o.a. door de grootte van projecten. De beleidsindicator geeft inderdaad aan dat we in 2024 minder woningen hebben opgeleverd dan vergelijkbare gemeenten. De komende jaren gaat het aantal nieuwgebouwde woningen omhoog. Hierover heeft u recent een raadsinformatiebrief ontvangen en komt binnenkort de publieke woningbouwmonitor beschikbaar.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

6

Vraag 4 Pagina 31 Op het overzicht staat in 2029 2x Fietsroute Beek en Donk Helmond voor hetzelfde bedrag. Dit lijkt een fout. Antwoord: Dit is inderdaad fout, het had slechts 1x in het overzicht moeten staan. De fout zit in de geprinte versie van de begroting. Het is inmiddels gecorrigeerd in de digitale versie. De dubbele weergave heeft geen financiële gevolgen. Vraag 5 Pagina 39 Op deze pagina zien wij de “lopende re-integratievoorzieningen” Dit bedraagt 77,5 i.p.v. 156,6 (landelijk) In een analyse van de afgelopen jaren denken wij te zien dat Laarbeek structureel minder dan de helft van het gemiddelde van andere gemeenten scoort. Hoe is dat te verklaren? En is dat slecht of juist goed nieuws? Hoe moeten we dit duiden? Antwoord: Deze data komen van waarstaatjegemeente.nl. Hiervoor wordt de data uit de Suite gebruikt. Senzer registreert de voorzieningen in een ander systeem waardoor deze cijfers een vertekend beeld geven van de werkelijkheid. Onze cijfers lopen in de pas met de prestatie indicatoren en het landelijke beeld. Vraag 6 Pagina 40, Hernieuwbare elektriciteit; Laarbeek scoort 30% t.o.v. 45,7% in vergelijkbare gemeentes. Lopen we hier fors achter met zonnepanelen en dergelijke of is hier een andere verklaring voor? Antwoord: Dit betreft een verouderd cijfer uit 2022.

Uit de klimaatmonitor (DASHBOARD - Hernieuwbare energie - Laarbeek) blijkt dat Laarbeek in 2023 op 44,4% hernieuwbare elektriciteit zat ten opzichte van 40% als nationaal gemiddelde (het dashboard voorziet niet in het vergelijken met andere gemeenten in dezelfde grootte). Vraag 7 Pagina 45, Hoe komt het dat bij de beleidsindicatoren voor wat betreft financiën en bedrijfsvoering de info van vergelijkbare gemeenten niet beschikbaar is? Dit is immers verplicht volgens BBV? En hetzelfde geldt voor Laarbeek bij de apparaatskosten. Antwoord: De meeste verplichte beleidsindicatoren zijn gebaseerd op data van www.waarstaatjegemeente.nl. Voor bezetting, formatie, apparaatskosten, externe inhuur en overhead geldt dat niet. Daarvoor ontbreekt een landelijke bron en daardoor is vergelijking met andere gemeenten niet mogelijk. Dit is ook geen vereiste vanuit het BBV of de ‘Regeling beleidsindicatoren gemeenten’. De berekening van deze indicatoren gebeurt op basis van de administratie van Laarbeek. Apparaatskosten worden daarin niet apart vastgelegd, terwijl dat bijvoorbeeld voor overhead wel het geval is (via taakveld Overhead). Voor de begroting 2027 onderzoeken we of een berekeningswijze mogelijk is die verzameltijd en informatiewaarde in balans houdt.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

7

Vraag 8 Pagina 65 Waarom wordt vanaf pagina 65 het lopende jaar niet in de financiële staten opgenomen? Antwoord: Het gaat om de (meerjaren)prognose van de onderhoudskosten in 2026 t/m 2029. De realisatie 2024 is opgenomen als referentie. De realisatie over het lopende jaar is nu nog niet bekend. Dit verschijnt in de jaarrekening 2025.

Vraag 9 Pagina 102, punt 13, hoe zitten we qua benchmark in het percentage overhead voor de begroting (153, 19%), vergeleken met landelijke gemiddelde van vergelijkbare gemeenten? Antwoord: De manier waarop gemeenten hun overheadkosten verantwoorden is zo verschillend dat een onderlinge vergelijking tussen gemeenten moeilijk te maken is. In de notitie Overhead van de commissie BBV staat hierover: “De omvang en de samenstelling van de overhead wordt dus mede beïnvloed door de karakteristieken van een organisatie en de keuzes die worden gemaakt. Alle overwegingen, de samenstelling van takenpakketten en de keuzes ten aanzien van de sturing zijn inhoudelijke keuzes die niet blijken uit het overzicht van de overhead. Vergelijking van de omvang van de overhead tussen gemeenten op basis van het overzicht overhead is dan ook lastig. De commissie BBV is van mening dat in dit geval deze lokale autonomie belangrijker is dan uniformering.”

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

8

Vragen Fractie CDA Vraag 1

Blz. 6 Onder “kansen” geeft u aan dat middels insteek op RO en jongerenwerk de focus wordt gelegd op bestaanszekerheid voor ALLE inwoners. Kunt u dat duiden? Bijvoorbeeld wat zegt dit over het ouderenbeleid of andere groepen in onze Laarbeekse samenleving? Met andere woorden; waar blijkt dit uit? Antwoord: Hoewel de begroting specifieke accenten legt op woningbouw en jongerenwerk, raken deze investeringen aan de bredere bestaanszekerheid van álle inwoners. Voldoende, betaalbare en passende woningen zijn van belang voor ouderen die langer zelfstandig willen wonen, voor jonge gezinnen die willen doorgroeien, en voor starters die in Laarbeek willen blijven wonen. Jongerenwerk versterkt de sociale samenhang en ontwikkelingskansen van de volgende generatie. Zo werken we niet aan losse thema’s, maar aan een samenhangende visie op brede welvaart: een Laarbeek waarin elke inwoner — jong en oud — zich zeker, verbonden en thuis kan voelen. Vraag 2

Blz. 17 Ambities; daarbij zet u in, onder C. dat er een actievere informatieverstrekking over besluitvorming en beleidsstukken. Hoe rijmt u dit met de grote hoeveelheid aan stukken die achter het slotje worden gepubliceerd? Antwoord: Actieve openbaarmaking gaat over het uit eigen beweging publiceren van de informatiecategorieën zoals bedoeld in de Wet open overheid. Hierbij moet u denken aan bijvoorbeeld beleidsstukken, adviesrapporten, beschikkingen, convenanten, Woo verzoeken zelf en klachten. In 2026 wordt dit verder uitgerold. Stukken die ‘achter het slotje’ gaan betreffen vaak andersoortige informatie, bijvoorbeeld overeenkomsten met financiële of concurrentiegevoelige informatie of informatie over inkoop- en aanbestedingsprocedures. Ook geldt daarbij als uitgangspunt dat we de geheimhouding nooit langer laten duren dan strikt noodzakelijk. Vraag 3

Blz. 18 Worden bij de opstelling van de participatieverordening actief de burgers, verenigingen, organisaties etc. betrokken? Antwoord: Ja, burgers, verenigingen en organisaties worden betrokken.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

9

Vraag 4

Blz. 19 Waarom zijn de kapitaallasten van de milieustraat een jaar doorgeschoven? Antwoord: Door een extra aanpassingsronde van het voorlopige ontwerp is de verwachte oplevering van de milieustraat gewijzigd van eind 2025 naar 2026. In lijn met ‘Nota investeringen afschrijving en waardering’ begint de afschrijving in het jaar na ingebruikname. Vraag 5

Blz. 31investeringen: In de tabel kapitaallasten is tweemaal de post Fietsroute Beek en Donk-Helmond (brug Oranjelaan) opgenomen, is dit een foutje? Antwoord: De opmerking is terecht. Deze investering is in de tabel per ongeluk tweemaal vermeld. In onze administratie is deze niet dubbel opgenomen. Deze tabel is in de digitale versie (die ook ter besluitvorming voorligt) aangepast. Vraag 6

Blz. 38 Integrale aanpak jongeren: -

Wat is de verklaring voor de toename van overlast jongeren en daaraan gerelateerde veiligheidsrisico’s?

Antwoord: Er is geen eenduidige oorzaak aan te wijzen voor de toename van jongerenoverlast en de daarmee samenhangende veiligheidsrisico’s in Laarbeek. Het gaat om een samenspel van factoren. Maatschappelijke ontwikkelingen spelen een rol, zoals toegenomen sociale druk, online groepsvorming en een afname van sociale controle in buurten. Ook zien we dat de meldingsbereidheid van inwoners stijgt, waardoor overlast sneller zichtbaar wordt in de cijfers.

Vraag 7

Blz. 38 Integrale aanpak jongeren: -

De bijdrage voor GR peelgemeenten stijgt met ruim 18.000 euro. Wat ligt hieraan ten grondslag?

Antwoord: Het betreft de financiële vertaling van de 1e begrotingswijziging 2026 van de GR Peelgemeenten. Hierin worden opgevoerde meerkosten deels gedekt door de lager geraamde loonkosten naar aanleiding van de werkelijke cao-ontwikkeling. Per saldo zijn de structurele lasten van deze begrotingswijziging hoger hetgeen hier meerjarig financieel door Laarbeek wordt vertaald.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

10

Vraag 8

Blz. 70 Wegenbeleid: Het budget voor incidenteel onderhoud wegen is structureel met € 50.000,- verlaagd. M.i.v. 2026 wordt dit gecompenseerd door inzet van 0,5 fte buitendienstmedewerker, Graag ontvangen wij een berekening in €’s voor de inzet van 0,5 fte buitendienstmedewerker in relatie tot de besparing van € 50.000,- en welke taken worden door betre ende buitendienstmedewerker niet meer gedaan? Antwoord: Zoals vermeld op bladzijde 25 van de kadernota 2026, stellen wij voor het aantal afvalbakken in de openbare ruimte te halveren. Hierdoor is het mogelijk om de capaciteit van onze buitendienst (ca. ½ fte) in te zetten voor kleinschalig onderhoud wegen. In de begroting 2026 wordt voor ½ fte buitendienstmedewerker gerekend met een loonsom van € 33.603. Vraag 9

Blz. 101 Uitgangspunten: -

Punt 3. Waarom staat het loonindexeringcijfer voor de ambtelijke salarissen hierbij niet vermeld? Is dit percentage gelijk aan het percentage genoemd onder punt 4: loonindex +2%?

Antwoord: Voor de indexering van de ambtelijke salarissen geldt de nieuwe Cao Gemeenten. Deze Cao loopt van 1 april 2025 t/m 31 maart 2027 waarin in de loop van deze periode op diverse momenten een verhoging wordt doorgevoerd; de eerste 1-4-2025 en de laatste 1-1-2027. De toegepaste loonindexering voor de ambtelijke salarissen loopt niet gelijk met de genoemde loonindex van 2,0%; deze genoemde loonindex van 2,0% vormt, in combinatie met een prijsindex van 2,1%, een onderdeel bij de indexering van de professionele organisaties welke opgenomen staan in de Subsidiestaat 2026. Vraag 10

Blz. 101 Uitgangspunten: -

Punt 9. Een aantal gehanteerde rentepercentages zijn gestegen, wat is hier de verklaring voor? Ook is een “nieuw” rentepercentage t.a.v. financieringsmiddelen bij financieringstekort opgenomen. Graag een toelichting ter verheldering.

Antwoord: In de begroting 2026 wordt ten opzichte van de begroting 2025 rekening gehouden met hogere rentepercentages. Dit wordt veroorzaakt door geactualiseerd mee te bewegen met de marktontwikkeling. Daarnaast wordt differentiatie toegepast in de soort van rente; voor een tekort aan financieringsmiddelen geldt namelijk een ander rentepercentage dan voor een overschot aan financieringsmiddelen.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

11

Vraag 11

Blz. 101 Uitgangspunten: -

Het opslagpercentage overhead voor de begroting 2026 bedraagt 153,19%. In de begroting van 2025 was dit nog 150,42%. Wat is de verklaring voor deze stijging?

Antwoord: De stijging van het opslagpercentage overhead wordt met name veroorzaakt door de toegepaste ontwikkeling van loon- en prijsindexering op de ramingen. Vraag 12

Blz. 101 Uitgangspunten: -

Als uitgangspunt missen wij de manier van afschrijven van de huidige activa? Is dit gelijk aan het uitgangspunt begroting 2025? Zo Ja, kunnen wij hieruit concluderen dat er géén wijzigingen zijn in termijnen voor 2026? Zo nee, wat zijn de uitgangspunten voor 2026.

Antwoord: De afschrijvingsmethodiek is aangepast ten opzichte van de vorige uitgangspunten zoals vastgesteld in 2019. De nieuwe nota, investeren, waarderen en afschrijven 2025 wordt voorafgaand aan de begroting door uw raad vastgesteld. Vraag 13

Blz. 104: programma 6 Financiën en bedrijfsvoering. -

In de begroting 2025 zijn voor 2026 incidentele middelen opgenomen van € 35.000,- om te voldoen aan de NIS 2 richtlijnen (zie blz. 99 begroting 2025). Deze middelen zijn in de begroting 2026 niet meer opgenomen. Wat is de verklaring hiervoor?

Antwoord: De provincie heeft bij de beoordeling van de begroting 2025 geoordeeld dat deze middelen als structureel moeten worden geoormerkt. De uitvoering van de NIS 2 richtlijnen is een wettelijke verplichting die ieder jaar moet worden uitgevoerd. In de kadernota 2026 is op pagina 33 de correctie van het budget opgenomen.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

12

Beantwoording vragen over de subsidiestaat Vraag 14

Cluster 1A: * KansPlus en Stichting Ontspanning Zorgenkinderen in 2025 een vast bedrag per lid in 2026 een bedrag gebaseerd op begroting? Vanwaar deze wijziging en is dit in samenspraak veranderd? Antwoord: De grondslag is in 2026 in de subsidiestaat aangepast naar bedrag gebaseerd op begroting. De grondslag zoals in 2025 in de subsidiestaat vermeld is onjuist. Ook in 2025 ontving deze stichting een bedrag op basis van de begroting.

Vraag 15

Cluster 1A: * het totale subsidiebedrag van Cluster 1A is, na de toepassing van de indexeringen, lager dan 2025. Wat is hier de oorzaak van? (note: stichting dialectenfestival bestaat niet meer en is daardoor van de lijst verdwenen, daarentegen zijn Oranjefestijn Beek en Donk en Hapkido toegevoegd aan dit Cluster) Antwoord: Het subsidiebedrag in cluster 1A is in 2026 lager dan in 2025. Dit komt enerzijds door verschillen in leden- en inwoneraantallen. Anderzijds hebben een aantal verenigingen geen aanvraag ingediend en is een vereniging verplaatst van categorie 1A naar 1B. Vraag 16

Cluster 1B: * Koninklijk Erkende Hengelsportvereniging ’t Geduld: het subsidiebedrag 2026 is in relatie tot 2025 explosief gestegen. Graag duidelijkheid wat hieraan ten grondslag ligt. Antwoord: Ten opzichte van 2025 is het aantal leden van de Koninklijk Erkende Hengelsportvereniging ‘t Geduld gestegen. Vraag 17

Cluster 1B: * Stichting super Sociaal is voor 2026 opgenomen in Cluster 1B, voorheen waren zij ingedeeld in Cluster 2B. Vanwaar deze wijziging? Antwoord: Stichting Super Sociaal is een professionele organisatie en hoort daarom in Cluster 2B. Stichting Super Sociaal heeft de afgelopen jaren per vergissing in Cluster 1B gestaan. Vraag 18

Cluster 2A: * Subsidies voor professionele organisaties uit cluster 2A zijn gebaseerd op begroting. Is door het College de explosieve stijging van cijfers m.b.t. geconstateerde overlast jongeren aan deze organisaties gemeld alvorens hun begroting bekend te stellen? Antwoord: Wij baseren onze subsidies op de kaders zoals vastgelegd in het beleidskader subsidies en de kadernota 2026 van gemeente Laarbeek. Dit houdt voor de professionele organisaties in dat we de subsidies in 2026 indexeren met 2,02%.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

13

Vraag 19

Cluster 2B: * In 2025 was het totaal subsidiebedrag aan Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) € 294.814 Voor 2026 is nu een bedrag van € 348.788 opgenomen in de subsidiestaat. Deze bedragen zijn gebaseerd op het verwachte aantal peuters. Graag een verklaring voor dit gestegen aantal peuters? Antwoord: Er is een stijging van het aantal doelgroeppeuters waardoor de totale subsidie stijgt, echter, deze aantallen zijn lager dan 10 waardoor we geen exacte aantallen benoemen. Het gaat bij deze aantallen om een inschatting van de VVE aanbieders. Na afloop van het jaar krijgen we de definitieve aantallen. Op basis van de definitieve aantallen stellen we de subsidie definitief vast. De vastgestelde subsidie kan hoger of lager zijn dan de verleende subsidie. Vraag 20

Cluster 2B: * We investeren nu in meer jongerenwerk omdat er meer overlast wordt geconstateerd en dit is te zien aan het aantal meldingen. In de subsidiestaat zien we vooralsnog géén benoem waardige stijging in toegekende subsidies voor 2026 voor de professionele organisaties welke hierbij betrokken zijn. We constateren zelfs een verlaging aan subsidie voor Schoolmaatschappelijk werk Commanderij College. Zijn deze organisaties op de hoogte gebracht van de gestegen cijfers t.a.v. overlast jongeren? Oftewel zijn de bedragen gebaseerd op een realistische begroting? Antwoord: Ja, de betrokken professionele organisaties zijn hiervan op de hoogte. Het subsidiebedrag 2026 voor het Commanderij College is lager dan in 2026, dit komt doordat de leerlingenaantallen in 2026 lager zijn. Het bedrag per leerling is geïndexeerd met 2,02%.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

14

Vragen Fractie PvdA Vraag 1 Pagina 11 staat een voorstel om het budget van de afdeling Representatie structureel te verhogen. Vraag: Welke evenementen worden hier bedoeld om naar een hoger niveau te tillen? Antwoord: Met name de Nieuwjaarsontmoeting, het koningsdagontbijt, het vrijheidsfestival en de bruidsparendag. Vraag 2 Op pagina 15 wordt er geld uitgetrokken voor versterking van uitvoeringskracht afdeling leefomgeving. Op pagina 28 en 29 wordt dit uitgelegd. De flexibele schil wordt verhoogd maar ook de uitvoeringskracht. Vraag: Hoe staan deze bedragen in verhouding met elkaar? Antwoord: De omzetting van inhuur naar vaste formatie vindt geleidelijk plaats: in de eerste 2 jaar met ca. 2,5 fte (corresponderende met € 252.500), en vanaf 2028 met ca. 4,5 fte (in totaal € 502.500). Deze omzetting zorgt voor meer vaste formatie, in plaats van duurdere inhuur, maar zorgt niet voor extra uitvoeringskracht. Om te komen tot een versnelling in de woningbouwopgave wordt er voor de eerste 2 jaar een bedrag ad € 250.000 (uit incidentele middelen) uitgetrokken. Hieruit voortvloeiende aanpassingen in het planproces en overige maatregelen om te komen tot versnelling zullen worden ingebed in de werkprocessen.

Vraag 3 Op pagina 39 staan de zorgkosten Sociaal Domein – actualisatie n.a.v. rapportage zorgkosten Q2-2025 Vraag: Waarom is er voor de actualisatie geen dekking aanwezig, behalve voor inburgering? Is er meer informatie over de zorgkosten? Antwoord: De opgenomen bijstelling van de zorgkosten met betrekking tot het Inburgering betreft onderdeel van te verantwoorden kosten van de SiSa-regeling ‘Wet Inburgering 2021’. Hiervoor is afzonderlijk budget beschikbaar om deze bijstelling aan meerkosten te kunnen dekken.

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

15

Vragen Auditcommissie Uit de auditcommissie van 27 oktober jl. resteerde één vraag over de begroting. Vraag 1 Moet bij de verbonden partij ‘GR Peelgemeenten’ (zie blz.82) het gepresenteerde bedrag aan eigen vermogen ultimo 2025 niet gedeeld worden door 1.000, oftewel € 677.000 moet zijn € 677? Antwoord: Het gepresenteerde bedrag aan eigen vermogen ultimo 2025 moet inderdaad gedeeld worden door 1.000. Daarbij is tevens ook geconstateerd dat alle hier genoemde bedragen onjuist zijn. De onderstaande opsomming is correct (bedragen x € 1.000): Eigen vermogen 1-1-2025 1.196 Eigen vermogen 31-12-2025 508 Vreemd vermogen 1-1-2025 21.378 Vreemd vermogen 31-12-2025 20.892 Resultaat 2024 499 Bijdrage Laarbeek 2026 3.598

Beantwoording technische vragen Begroting 2026

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=57cd048e-bfeb-4268-865d-fa82ebbcb467