Beantwoording technische vragen ABL Kadernota Senzer 2024.docx
Tekst van het document
Beantwoording verhelderende/technische vragen Vragen gesteld: In commissie AZ/SD
d.d.: 25 april 2023
Vragensteller: B. van Sinten
Partij: ABL
Portefeuillehouder: J. Briels
Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van de zienswijze op de conceptbegroting 2024 Senzer Vraag: Vraag 1 In de meerjarenraming van de kadernota Senzer van 2023 was de geplande bijdrage van de gemeente Laarbeek € 6.883.977,-. In de huidige raming is dit bedrag € 8.160.924,-. Kan dit verschil onderbouwd worden waar deze forse vermeerdering van de bijdrage uiteindelijk uit is opgebouwd? Gezien de omvang van het bedrag moet dit meer zijn dan enkel de loonstijgingen en de herverdeling van de bijstandsverordening. Vraag 2 In het paragraaf over het weerstandsvermogen worden de cijfers genoemd van de huidige weerstandscapaciteit en hoe gekomen kan worden aan het percentage. Er wordt echter niet gemeld wat het streefcijfer is van het weerstandsvermogen. Is dit cijfer beschikbaar en hoe verhoud zicht dat tot het huidige weerstandsvermogen? Antwoord: Antwoord vraag 1: Een vergelijking van begrote uitgaven voor 2024 (meerjarenraming) in de begroting 2023 en de begrote uitgaven in de concept begroting 2024 voor het jaar 2024 is moeilijk om te maken. Dit komt omdat de begroting 2023 inclusief meerjarenraming reeds in 2022 is gemaakt. In de tussentijd is de begroting op meerdere momenten aangepast om aan te sluiten bij de verwachtingen op dat moment. Aanpassingen hebben plaats gevonden in de tussenrapportages en nu de begroting 2024.
Om een goede vergelijking te maken is het beste om de nieuwe begroting te vergelijken met de laatste cijfers die beschikbaar zijn (bijvoorbeeld 1e tussenrapportage 2023 met de begroting 2024) of de begroting te vergelijken met de meest recente jaarrekening (in dit geval jaarrekening 2022 met begroting 2024). De stijging in de concept begroting 2024 ten opzichte van de 1e tussenrapportage 2023 wordt veroorzaakt door: - In de begeleidende memo ‘Senzer Kaderbrief 2024, Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027’ staat beschreven dat de uitvoeringslasten zijn toegenomen als gevolg van loon/prijs ontwikkeling (€ 3,7 miljoen) en intensievere begeleiding van doelgroep-medewerkers in de leerinfrastructuur (€ 0,4 miljoen). - De nieuwe Bijdrageverordening heeft voor Laarbeek een behoorlijk financieel nadelig herverdeeleffect tot gevolg hetgeen al bekend was bij het voorstel tot vaststelling van de desbetreffende verordening en verwoord in de RIB hierover dd 8-3-2023.
Antwoord vraag 2: Het weerstandsvermogen is het vermogen van een partij om ook in ongunstige tijden de incidentele financiële risico’s op te kunnen vangen om zo haar taken ongewijzigd te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen wordt bepaald op basis van het benodigde weerstandsvermogen in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Het benodigd weerstandsvermogen is een kwantificering van de risico’s die een partij loopt. Dit is een inschatting op basis van een risico-inventarisatie. Belangrijk voor een gemeenschappelijke regeling hierbij is ook wie is de risicodrager. De beschikbare weerstandscapaciteit is het deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om financiële risico’s op te kunnen vangen. Het benodigde weerstandsvermogen afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen = weerstandsvermogen. Hieronder is dit visueel gemaakt voor ons als gemeente. Deze afbeelding is ook van toepassing voor een GR echter hebben zij andere risico’s dan een gemeente en ook andere vormen van beschikbaar vrij vermogen.
De voorkeur heeft een ratio van hoger dan 1. Dit betekent immers dat er net zoveel vrije middelen zijn om de risico’s op te vangen. Let hierbij wel op dat de risico’s zich mogelijk niet voor doen en ook niet allemaal tegelijk. Dus de kans op een volledige uitputting van de weerstandscapaciteit is gering. Hoe lager de beschikbare vrije middelen hoe hoger de kans is dat als een bepaald risico zich voordoet de GR niet voldoende middelen heeft om dit risico op te vangen. Bij een gemeenschappelijke regeling is het wel van belang om te beseffen dat de deelnemende gemeenten de eindverantwoordelijke blijven. Dus bij tekorten die niet door het weerstandsvermogen gedekt kunnen worden zullen de
deelnemende gemeenten moeten bijspringen. Een lager weerstandsvermogen is dus niet direct een probleem maar het verdiend wel de aandacht en dient op termijn wel weer naar een acceptabel ratio gebracht te worden. Wat acceptabel is, verschilt per Partij. Zo hebben wij als gemeente Laarbeek graag een ratio van 2 omdat dit een uitstekende weerstandscapaciteit betekent. Maar er zijn ook gemeenschappelijke regelingen die tussen 0,8 en 1 acceptabel vinden. Bij Senzer is er geen acceptabel niveau vastgesteld. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ (Begroting 2024, blz.29 e.v.) van Senzer staat dit beschreven: - Benodigd weerstandsvermogen: € 10.500.000 (dat is dus de kwantificering van hun risico’s) - Aanwezige weerstandscapaciteit: € 6.197.000 (beschikbaar vrij vermogen om risico’s te dekken) - Tekort benodigd weerstandsvermogen: € 4.303.000 Dit is dus een ratio van 0,59 en verdient dus aandacht. Omdat wij als een van de deelnemende gemeenten eindverantwoordelijk blijven is ons aandeel in het lagere weerstandsvermogen als risico opgenomen in onze eigen weerstandsparagraaf van de jaarrekening. Datum beantwoording: 3 mei 2023