Beantwoording aanvullende technische vragen ABL mbt vaststelling mobiliteitsplan
Tekst van het document
Beantwoording verhelderende/technische vragen Vragen gesteld: Email
d.d.: 22 april 2025
Vragensteller: Bas van Sinten
Partij: ABL
Portefeuillehouder: RAG Berkmortel Onderwerp: Agendapunt X Voorstel tot vaststelling van het mobiliteitsplan
Vraag: Vraag 1: In de beantwoording van de vragen van ABL vóór de commissievergadering is aangegeven dat de tekst bij ‘Herinrichting Peeleindsweg/N272’ met bijbehorend budget niet de lading dekt maar juist bedoeld is voor de Beekse Brug. Wordt deze tekst nog gewijzigd in het definitieve raadsvoorstel? We zouden graag een toelichting ontvangen wat met dit bedrag wordt gedaan in het kader van de Beekse Brug. Betreft het hier onderzoekskosten of uitvoeringskosten? Betreft dit de totaal te verwachten bijdrage van Laarbeek aan de oplossing Beekse Brug?
Vraag 2: In de commissievergadering is aangegeven dat niet alle kosten uit de tabel in het raadsbesluit ‘maatregelen gedekt uit de algemene reserve’ behoren tot onderzoekskosten, bijvoorbeeld bij maatregel 18 en 19. Kan aangegeven worden welk gedeelte en bedragen van de maatregelen opgesomd in de tabel onderzoekskosten betreffen en wat realisatiekosten zijn?
Vraag 3: De onderzoeken 18, 19 en 21b hebben een heel sterke afhankelijkheid van elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden vanwege de relatie met de N615. Waarom is gekozen deze onderzoeken los van elkaar uit te voeren met verschillende tijdspaden?
Vraag 4: Het onderzoek 18 richt zich op het oost-west verkeer staat in de beschrijving op pagina 35 van het mobiliteitsplan. Eveneens staat in de beschrijving dat het verkeer door Aarle-Rixtel voor 45% uit doorgaand verkeer bestaat. Is dit verkeer allemaal oost-west verkeer? Of is dit ook verkeer wat bijvoorbeeld naar Helmond rijdt door Aarle-Rixtel, bijvoorbeeld over de Boschdijk?
Vraag 5: Met welke insteek/motivatie wordt de inprikker N279 Bakelsweg opnieuw bekeken in onderzoek 18? Uit het onderzoek in het verleden bleek de inprikker vooral geschikt voor verkeer van en naar Helmond en niet zozeer de oost-westverbinding waar onderzoek 18 op is gericht. In welk kader moet herziening van deze oplossingsrichting worden geplaatst? Als onderdeel van een nieuwe oost-west corridor of als een op zichzelf staand onderdeel als oplossing voor de verkeersoverlast?
Vraag 6: In onderzoek 18 wordt een rondweg Beek en Donk gesuggereerd als onderzoeksoptie. Kan verduidelijk worden, bij voorkeur middels een plaatje, wat de visie achter deze rondweg is? Is deze ook daadwerkelijk rond of enkel een omleiding? Bij de Kapelstraat wordt immers aangegeven dat er geen goede alternatieve route is. Met een rondweg zou zoiets in een ander daglicht moeten komen staan.
Vraag 7: Het onderzoek 18, aanpak N615 en Dorpsstraat Aarle-Rixtel, is heel ruimomvattend en komt daardoor over als een hoog abstractieniveau. Kan deze studie teruggebracht worden naar een overzichtkaart waarin de reikwijdte van deze studie zich toe beperkt zodat inzicht gegeven wordt in het doel van de studie en welke verkeersstromen we willen afvangen met deze studie?
Antwoorden: Vraag 1: In de beantwoording van de vragen van ABL vóór de commissievergadering is aangegeven dat de tekst bij ‘Herinrichting Peeleindsweg/N272’ met bijbehorend budget niet de lading dekt maar juist bedoeld is voor de Beekse Brug. Wordt deze tekst nog gewijzigd in het definitieve raadsvoorstel? We zouden graag een toelichting ontvangen wat met dit bedrag wordt gedaan in het kader van de Beekse Brug. Betreft het hier onderzoekskosten of uitvoeringskosten? Betreft dit de totaal te verwachten bijdrage van Laarbeek aan de oplossing Beekse Brug? Antwoord vraag 1: De feitelijke tekst in het raadsvoorstel wordt niet meer gewijzigd. Als het Mobiliteitsplan wordt vastgesteld wordt dit onderdeel financieel verwerkt zoals aangegeven in de beantwoording op de eerder gestelde vragen. Het gereserveerde bedrag is bedoeld voor uitvoering van de maatregel(en) die worden gekozen. Zodra duidelijk is wat de beste oplossing is, is pas bekend wat de daadwerkelijke bijdrage van Laarbeek gaat worden. Het is van belang om al een bedrag gereserveerd te hebben voor mogelijke oplossingen. De uiteindelijke bijdrage kan hoger of lager uitvallen. Als er meer budget nodig is komen we terug naar de raad.
Vraag 2: In de commissievergadering is aangegeven dat niet alle kosten uit de tabel in het raadsbesluit ‘maatregelen gedekt uit de algemene reserve’ behoren tot onderzoekskosten, bijvoorbeeld bij maatregel 18 en 19. Kan aangegeven worden welk gedeelte en bedragen van de maatregelen opgesomd in de tabel onderzoekskosten betreffen en wat realisatiekosten zijn? Antwoord vraag 2: In de tabel zijn kosten opgenomen voor diverse projecten waarbij sprake is van onderzoekskosten en realisatiekosten. Per project zal hiervoor een uitsplitsing worden gegeven op de volgende pagina.
Tabel uit het raadsvoorstel:
Uitsplitsing van de bedragen in voorbereidingskosten en uitvoeringskosten: Nr. 1a 1b 7a 7b 8b 9 10a 14a 14b
Maatregel Aanvullend onderzoek loopnetwerk Aanpak loopnetwerk opstellen Fietsparkeren centrumgebieden Fietsparkeren scholen en sportverenigingen Onderzoek optimalisatie fietsnetwerk Gedragsaanpak Onderzoek Fietsagenda HOV verbinding Weert-Veghel HOV verbinding Gemert-Eindhoven
Voorbereidingskosten € 26.000,€ 26.000,€ 22.000,€ 7.500,€ 16.000,€ 12.000,€ 37.000,€ 75.000,€ 13.000,-
15 16a 18 19 23 28
Onderzoek mogelijkheden buurtbus Bravoflex en Taxbus Studie N 615 en Dorpsstraat Aarle-Rixtel N615 studie Het Laar - Vrijenborgsedreef Opstellen strategie elektrisch rijden Verkennen deelauto’s
€ 1.000,€ 1.000,€ 65.000,€ 22.000,€ 40.000,€ 12.000,-
Uitvoeringskosten PM PM PM € 10.000,PM PM PM
€ 800.000,€ 1.150.000,PM
Voor een aantal posten is nog geen uitvoeringsbudget opgenomen. Dat is afhankelijk van wat uit de diverse onderzoeken komt. Een eventuele budgetvraag daarvoor zal op een later moment aan u worden voorgelegd, bijvoorbeeld via de P&C-cyclus. Voor onderdelen waarbij we grotere kostenposten verwachten zijn al raambedragen opgenomen om ook de uitvoering te kunnen realiseren. Het exacte bedrag dat nodig is voor de uitvoering is afhankelijk van de oplossingsrichtingen die uit de onderzoeken komen.
Vraag 3: De onderzoeken 18, 19 en 21b hebben een heel sterke afhankelijkheid van elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden vanwege de relatie met de N615. Waarom is gekozen deze onderzoeken los van elkaar uit te voeren met verschillende tijdspaden? Antwoord vraag 3: Er is inderdaad een samenhang tussen deze onderdelen. Onderdeel 19 heeft echter ook een sterke relatie met de Beekse Akkers en de aanvullende studie voor een gedeelte van de snelfietsroute F615. Daarom moeten daar dit jaar al stappen worden gezet. We verwachten u op korte termijn hierover nader te kunnen informeren.
Vraag 4: Het onderzoek 18 richt zich op het oost-west verkeer staat in de beschrijving op pagina 35 van het mobiliteitsplan. Eveneens staat in de beschrijving dat het verkeer door Aarle-Rixtel voor 45% uit doorgaand verkeer bestaat. Is dit verkeer allemaal oost-west verkeer? Of is dit ook verkeer wat bijvoorbeeld naar Helmond rijdt door Aarle-Rixtel, bijvoorbeeld over de Boschdijk? Antwoord vraag 4: Het percentage van 45% doorgaand verkeer is voor het verkeer door de Dorpsstraat, dus op de oost-west verbinding. Doorgaand verkeer dat op andere manieren door Aarle-Rixtel rijdt (bijvoorbeeld via de Bosscheweg) is hierin niet meegenomen.
Vraag 5: Met welke insteek/motivatie wordt de inprikker N279 Bakelsweg opnieuw bekeken in onderzoek 18? Uit het onderzoek in het verleden bleek de inprikker vooral geschikt voor verkeer van en naar Helmond en niet zozeer de oost-westverbinding waar onderzoek 18 op is gericht. In welk kader moet herziening van deze oplossingsrichting worden geplaatst? Als onderdeel van een nieuwe oost-west corridor of als een op zichzelf staand onderdeel als oplossing voor de verkeersoverlast? Antwoord vraag 5: De inprikker N279 Bakelseweg hangt samen met de pré-verkenning voor de Beekse Brug. De inprikker draagt bij aan een forse vermindering van het verkeer bij de Beekse Brug omdat deze een alternatief vormt voor de verbindingen: • Helmond – Kanaaldijk – Oranjelaan – N615 – Gemert • Helmond – Kanaaldijk – Oranjelaan – Bosscheweg – Veghel De samenhang met de Beekse Brug betekent dus dat dit samenhangt met een belangrijk knelpunt op de oost-westverbinding.
Vraag 6: In onderzoek 18 wordt een rondweg Beek en Donk gesuggereerd als onderzoeksoptie. Kan verduidelijk worden, bij voorkeur middels een plaatje, wat de visie achter deze rondweg is? Is deze ook daadwerkelijk rond of enkel een omleiding? Bij de Kapelstraat wordt immers aangegeven dat er geen goede alternatieve route is. Met een rondweg zou zoiets in een ander daglicht moeten komen staan.
Antwoord vraag 6: Bij Onderdeel 18 worden een aantal mogelijkheden onderzocht die een alternatief zouden kunnen zijn voor de N615 en/of de Dorpsstraat. De in het Mobiliteitsplan genoemde rondweg Beek en Donk moet in dat licht worden bezien, dus een rondweg aan de zuidzijde van het dorp. Het gaat niet om een rondweg helemaal rond of aan de noordzijde van het dorp. Dus daarmee is dit geen alternatieve route voor de Kapelstraat. Een rondweg aan de noordzijde is eerder wel bekeken en toen niet kansrijk geacht.
Vraag 7: Het onderzoek 18, aanpak N615 en Dorpsstraat Aarle-Rixtel, is heel ruimomvattend en komt daardoor over als een hoog abstractieniveau. Kan deze studie teruggebracht worden naar een overzichtkaart waarin de reikwijdte van deze studie zich toe beperkt zodat inzicht gegeven wordt in het doel van de studie en welke verkeersstromen we willen afvangen met deze studie? Antwoord vraag 7: Onderdeel 18 is inderdaad een zeer brede studie naar alternatieven om de problematiek op de N615, Beekse Brug en Dorpsstraat Aarle-Rixtel aan te pakken. Door in eerste instantie breed te kijken naar alternatieven worden de mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart gebracht, zowel landschappelijk als financieel. Daarna kan worden getrechterd richting de uiteindelijke oplossing.
Datum beantwoording: 28 april 2025