Beantwoording aanvullende technische vraag ABL begroting 2026 - aanvullend
Tekst van het document
Beantwoording verhelderende/technische vragen Vragen gesteld: email Vragensteller: Fractie ABL
d.d.: 02 november 2025 Partij: ABL
Portefeuillehouder: College Onderwerp: Begroting 2026 Vraag: Vraag 1: Pagina 11 en 19 De gevolgen van het nieuwe WRP2025 zijn niet direct te linken aan de recente RIB hierover. Kan helderheid gegeven worden waarom hier een positief saldo ontstaat terwijl de rioolheffing moet stijgen om kostendekkend te zijn? Waar komt dit positief saldo uit voort?
Antwoord: Omdat de kosten voor het uitvoeren van onze zorgtaken variëren door de jaren heen (denk bijvoorbeeld aan wanneer het einde van de levensduur nadert van leidingen die aangelegd zijn in verschillende jaren) maken wij een projectie over de komende 80 jaar in het WRP. Zie ook hoofdstuk 6 en 7 van het WRP voor een inhoudelijk overzicht van de kosten en bijlage 3 WRP voor de tabellen met kostendekkingsberekening. De te maken kosten worden verspreid over meerdere jaren om de directe financiële druk op inwoners te verminderen. Een voorziening mag nooit in het rood staan, maar moet te allen tijde dekkend zijn voor verplichtingen en risico’s. Omdat de toekomst niet te voorspellen is, is het van belang om een positief saldo te houden met enige buffer om voorziene en onvoorziene uitgaven te kunnen opvangen. Denk bijvoorbeeld aan groot onderhoud, beschadigingen aan rioolleidingen door boomwortels of zeer fluctuerende grondwaterstanden als gevolg van klimaatveranderingen. Door de flexibiliteit van een programma onder de Omgevingswet is het ook mogelijk om, op kortere termijnen dan voorheen, het financiële plaatje bij te sturen om de aan de inwoners door te belasten kosten te kunnen verhogen of verlagen. Hierdoor kan de gemeente de voorziening op een financieel gezond niveau blijven houden.
Vervolgvraag: Om invulling te geven aan het nieuwe WRP is een stijging van de heffing voorzien van € 7,- per jaar per huishouden tot en met 2030. Met ruim 10.000 woonunits betekent dit ca 70k per jaar extra heffingen. Hoe is te verklaren dat we enerzijds de heffingen verhogen en anderzijds jaarlijks 200k aan extra opbrengsten uit het WRP naar de begroting terugvloeien? Zou dit juist niet ingezet moeten worden om de heffingsstijging te voorkomen?
Antwoord op vervolgvraag: In uw vraag gaat u ervan uit dat er jaarlijks € 200k aan extra opbrengsten uit het WRP naar de begroting terugvloeien. Het voordeel wat terugvloeit naar de algemene dienst, en dus ten gunste komt van het begrotingssaldo, ontstaat omdat er met name bij de doorbelasting van salarissen en bij de toerekening van btw en overhead meer kosten zijn toegerekend aan taakveld Riolering dan vorig jaar. Deze toerekening vloeit voort uit de actualisatie van het nieuwe WRP. Het pakt voordelig uit voor de algemene dienst, maar nadelig voor het taakveld Riolering. De (doorbelaste) kosten stijgen namelijk binnen dit taakveld. In de begroting 2026 gebeurt bij taakveld Afval juist het tegenovergestelde. Daar worden, na actualisatie van de doorbelaste salariskosten, juist minder kosten toegerekend. Dit heeft een negatief effect op het begrotingssaldo, maar een positief effect voor het taakveld Afval.
Datum beantwoording: 4-11-2025