9 20221103 Gewijzigde artikelen in het Reglement van orde voor de Auditcommissie Laarbeek.docx
Tekst van het document
Gewijzigde artikelen in het Reglement van orde voor de Auditcommissie Laarbeek (wijzigingen in Rood) Artikel 3 Taken De auditcommissie heeft de volgende taken: 1.
adviseren van de raad over de eventuele aanpassing van de verordeningen bedoeld in de
artikelen 212, 213 en 213a van de Gemeentewet. 2.
het voeren van overleg met het college of met de portefeuillehouder financiën op het gebied
van planning en control en advisering over planning van de Planning en control cyclus. 3.
adviseren bij de aanbesteding, verlenging, evaluatie en eventuele beëindiging van de
samenwerking met de accountant. 4.
adviseren bij de inhoud van de controle door de externe accountant (opdrachtbrief en
eventueel aanvullend onderzoek). 5.
adviseren en beoordelen van het controleprotocol en normenkader alsmede het adviseren
aan de raad over onderwerpen, die naast de reguliere controle zullen worden getoetst in het kader van de accountantscontrole. 6.
het periodiek voeren van overleg met de accountant over de uitvoering van de opdracht in
algemene zin en de uitgebrachte controlerapporten (controleverklaring, management letter en het verslag van bevindingen) specifiek. 7.
het voorbereiden van de behandeling van de jaarrekening en jaarverslag in en door de raad.
De commissie beoordeelt deze documenten op kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid. De commissie neemt kennis van de controleverklaring en het verslag van bevindingen en betrekt de inhoud daarvan bij haar oordeel. 8.
Advisering aan de raad over de overige P&C producten (kadernota, tussenrapportages,
budgetoverheveling). Alsmede advisering aan de raad en het college en ambtelijk apparaat over verbeteringen van het proces en de kwaliteit van deze producten. 9.
adviseren over de inrichting van de interne controles en administratieve organisatie van de
gemeente. 10. bevorderen van afstemming met overige onderzoeken zoals 213a onderzoeken en rekenkamercommissie voor 31 december voorafgaand aan het onderzoeksjaar. 11. adviseren over onderzoeksonderwerpen. Artikel 4 Samenstelling en benoeming 1. De commissie bestaat uit 6 leden, waarvan één lid per fractie, die door de raad, op voordracht van de fractie, worden aangewezen. (Was: De commissie bestaat uit tenminste 2 en maximaal 4 leden, waarvan maximaal één lid per fractie, die door de raad worden aangewezen.) 2. De raad benoemt op voordracht van een fractie, één plaatsvervangend lid per fractie, die het lid bij verhindering vervangt. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het vierde lid genoemde vereisten. 3. Een fractie kan een commissielid-niet-raadslid voordragen als lid, dan wel plaatsvervangend lid. (Was: De leden van de commissie zijn lid van de raad.) 4. De artikelen 10, 11, 12, 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn.
5. De commissieleden-niet-raadsleden zijn lid van de politieke partij namens welke zij commissielid worden. 6. De commissieleden-niet-raadsleden leggen, voor zover zij nog geen lid van een raadscommissie zijn, in handen van de raadsvoorzitter de eed dan wel de verklaring en belofte af. 7. De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter, zijnde een raadslid. 8. De commissie kan interne en externe adviseurs verzoeken de vergadering bij te wonen en advies uit te brengen aan de commissie. 9. De griffier (of zijn plaatsvervanger) is secretaris van de commissie en coördineert haar ondersteuning.