9 20210318 Toelichting vgbp Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Won i n ge n Lan ge D re v en 1 en 3, Lie sh out
Status: Vastgesteld Datum: 18 maart 2021 Projectnummer: 57 - 006
2
Van Kempen RO ir Joop van Kempen Peelkant 33 5845 EG Sint Anthonis T 06 183 363 42 E joop@vankempenro.nl I www.vankempenro.nl
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
3
INHOUD 1
2
3
4
Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doel ....................................................................................... 5
1.2
Plangebied ................................................................................................... 6
1.3
Geldend bestemmingsplan .......................................................................... 6
1.4
Leeswijzer .................................................................................................... 7
Huidige situatie ................................................................................................ 8 2.1
Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur ................................................. 8
2.2
Functies ...................................................................................................... 10
Planbeschrijving ............................................................................................. 11 3.1
Ontwikkeling .............................................................................................. 11
3.2
Ruimtelijke structuur ................................................................................. 11
3.3
Functies ...................................................................................................... 12
3.4
Landschappelijke inpassing ........................................................................ 13
3.5
Bestemmingsregeling................................................................................. 14
Beleidskader .................................................................................................. 15 4.1
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ............................................. 15
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .................................... 15
4.2
Provinciaal beleid ....................................................................................... 16
4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant .......................................................... 16
4.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ................................. 16
4.3
5
Rijksbeleid .................................................................................................. 15
Gemeentelijk beleid ................................................................................... 18
4.3.1
Structuurvisie Laarbeek 2010-2020: Groei in balans .......................... 18
4.3.2
Landschapsinvesteringsregeling gemeente Laarbeek ........................ 18
4.3.3
Conclusie............................................................................................. 19
Uitvoeringsaspecten ...................................................................................... 20 5.1
Ondergrond................................................................................................ 20
5.1.1
Bodem ................................................................................................ 20
5.1.2
Water .................................................................................................. 22
5.1.3
Archeologie ......................................................................................... 24
5.2
Netwerklaag ............................................................................................... 25
5.2.1
Infrastructuur ..................................................................................... 25
5.2.2
Natuurnetwerk ................................................................................... 25
5.2.3
Energienetwerk .................................................................................. 29
5.2.4
Waterwegen ....................................................................................... 29 Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
4
5.3
Bovenste laag ............................................................................................. 30
5.3.1
Cultuurhistorische en landschappelijke waarden ............................... 30
5.3.2
Milieuaspecten: geluid........................................................................ 30
5.3.3
Milieuaspecten: luchtkwaliteit............................................................ 32
5.3.4
Milieuaspecten: geur .......................................................................... 33
5.3.5
Milieuaspecten: bedrijven en milieuzonering .................................... 34
5.3.6
Externe veiligheid ............................................................................... 34
5.3.7
Mer(beoordelings)plicht ..................................................................... 36
5.4
6
7
Economische uitvoerbaarheid ................................................................... 37
5.4.1
Kostenverhaal ..................................................................................... 37
5.4.2
Planschade .......................................................................................... 37
Juridische verantwoording ............................................................................. 38 6.1
Juridische planopzet .................................................................................. 38
6.2
Toelichting op de verbeelding .................................................................... 38
6.3
Toelichting op de regels ............................................................................. 38
Procedure ...................................................................................................... 39 7.1
Vooroverleg ............................................................................................... 39
7.2
De te volgen procedure ............................................................................. 39
7.3
Ter inzage legging ...................................................................................... 40
Bijlagen
1
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
2
Quickscan flora en fauna
3
Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai
4
Aanvullend onderzoek huismus
5
Ontwerpbeschikking Wet geluidhinder
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
5
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding Aan de Lange Dreven 3 is in het buitengebied bij de kern Lieshout een burgerwoning gelegen. De woning is samen met de woning Lange Dreven 1 solitair gelegen in de verder onbebouwde strook tussen de weg N615 (Hoofakker) en het Wilhelminakanaal. De beide woningen zijn op zodanig korte afstand van elkaar gelegen, dat van afzonderlijke, duidelijk afgebakende woonpercelen nauwelijks sprake is. De woning Lange Dreven 3 is daarnaast sterk verouderd en voldoet niet meer aan de eisen voor hedendaags wooncomfort. De eigenaren van de woning zijn voornemens de woning te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Door de woning te vervangen en te situeren op grotere afstand van de woning Lange Dreven 1, verbetert het woongenot bij beide woning aanzienlijk. Er ontstaan twee afzonderlijke woonpercelen, met elk een eigen duidelijk begrensd woonperceel en daarmee een veel grotere privacy. Bij de herbouw willen de eigenaren ook de landschappelijke situatie rondom de woningen verbeteren. Onderdeel van het planvoornemen is ook een herinrichting van de percelen, die moet leiden tot een verbeterde landschappelijke inpassing. In de geldende bestemmingsregeling is de situering van de woningen vastgelegd door de bepaling dat woningen enkel ter plaatse van het aangeduide bouwvlak zijn toegestaan. Voor de woning Lange Dreven 1 is dit bouwvlak vooral aan de noordzijde, naast de woning gelegen.
Voor de woning Lange Dreven 3 is het bouwvlak gelegen direct rondom de woning Lange Dreven 3, op zeer korte afstand van de woning Lange Dreven 1. Doel Door uitbreiding en verschuiving van de beide bouwvlakken ontstaan twee meer gangbare bouwpercelen, met mogelijkheden om rond de woningen een beter woon- en leefklimaat te realiseren en aan beide woningen meer privacy te bieden. Luchtfoto omgeving Lange Dreven 1 en 3 Lieshout (bron: Bing/Digital Globe)
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
6
Daarbij blijft bij beide bouwpercelen een deel van het oude bouwperceel binnen het nieuwe bouwperceel vallen. Daarmee is er voor beide bouwpercelen sprake van een verschuiving (met uitbreiding) van de bouwpercelen en geen nieuwvestiging. Binnen de nieuwe bouwpercelen blijft de bestaande woning Lange Dreven 1 gehandhaafd en wordt de woning Lange Dreven 3 nieuw gebouwd op de gewenste locatie. Om de beide bouwpercelen aan te kunnen passen, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In de toelichting bij die bestemmingsplanherziening dient de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van het planvoornemen te worden onderbouwd. 1.2
Plangebied
Het plangebied betreft de locatie Lange Dreven 1 en 3, gelegen in het buitengebied ten zuiden van de kern Lieshout, gemeente Laarbeek. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Lange Dreven en het Wilhelminakanaal en aan de zuidzijde door de N615 (Hoofakker). Aan de oostzijde vormen de Loop en de daaraan parallel gelegen rij eiken en bestaand populierenbos de begrenzing van het plangebied. Aan de westzijde is dit de zijtak van de Lange Dreven naar de woning Lange Dreven 1. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Lieshout, sectie L, nummers 439, 616 en 1040. 1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied zijn thans meerdere bestemmingsplannen van kracht. Dit betreft: ✓ bestemmingsplan “Buitengebied”, vastgesteld op 6 juli 2010 ✓ bestemmingsplan “Buitengebied, 1e herziening”, vastgesteld op 4 december 2013
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (bron: Ruimtelijke plannen.nl)
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
7
Op basis van de geldende plannen zijn aan de gronden binnen het plangebied de volgende bestemmingen en regelingen toegekend: ✓ de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Wonen’ ✓ de dubbelbestemmingen ‘Leiding’ (gedeeltelijk) ‘Waarde – Archeologie 2’ (gedeeltelijk) ✓ de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie 50db’, ‘reconstructiewetzone – ‘extensiveringsgebied’, ‘veiligheidszone – leiding brandstof’ (gedeeltelijk) en ‘veiligheidszone – leiding gas’ (gedeeltelijk) Op basis van de bestemming ‘Wonen’ is enkel binnen de bestaande bestemmingsvlakken, tevens bouwvlakken, de (her)bouw van een woning toegestaan. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ is de bouw van een woning niet toegestaan.
1.4
Leeswijzer
De voorliggende toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 is omschreven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en met welk doel. In hoofdstuk 2 is een gebiedsbeschrijving en in hoofdstuk 3 een beschrijving van het planvoornemen opgenomen. Op de inpassing van het planvoornemen binnen de beleidskaders van rijk, provincie en gemeente wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan. In hoofdstuk 5 zijn de effecten van het planvoornemen op de ondergrond, de netwerklaag en de bovenste laag weergegeven. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze met zaken als bodemkwaliteit, water en archeologie, als infrastructuur, natuurnetwerk en energienetwerk en als cultuurhistorie, geluid, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid wordt omgegaan. Tot slot wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid, waarbij zaken als kostenverhaal en planschade aan de orde worden gesteld. Hoofdstuk 6 bevat een toelichting op de juridische opzet van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 7 tot slot beschrijft de procedure, die het bestemmingsplan moet doorlopen.
Bestaande woning Lange Dreven 3 Lieshout
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
8
2
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur
De woningen Lange Dreven 1 en 3 zijn in het midden van de 19e eeuw gebouwd in het buitengebied ten zuiden van Lieshout. In dit deel van het buitengebied zijn eeuwen eerder al de gehuchten Hof (’t Hof) en Deenschenhoek (Deense Hoek) ontstaan. De beide woningen behoorden tot het gehucht Hof, maar liggen nu solitair in het buitengebied. Met de aanleg van het Wilhelminakanaal in de jaren ‘20 van de vorige eeuw, ontstond een barrière tussen Lieshout en het zuidelijke buitengebied met genoemde gehuchten. Bruggen over het kanaal zijn aanwezig ter hoogte van Deenschenhoek (verbinding tussen Lieshout en Nuenen) en meer oostelijke (verbinding tussen Lieshout en Aarle-Rixtel). Centraal tussen deze bruggen worden aan de restanten van een oude landweg de woningen Lange Dreven 1 en 3 gerealiseerd. Voorheen vormde deze landweg een verbinding tussen Lieshout en Stiphout (Stiphoutseweg). Met de aanleg van het kanaal werd deze verbinding doorsneden. In de situatie ter plaatse verandert weinig, totdat in de jaren ‘80/’90 van de vorige eeuw de N615 wordt aangelegd. Met de aanleg van de N615 worden de verbindingen in zuidelijke richting doorsneden. De geïsoleerde ligging van beide woningen is daarmee een feit. De woningen zijn nog slechts bereikbaar via de op de dijk van het Wilhelminakanaal gelegen zandweg Lange Dreven.
De woningen Lange Dreven 1 en 3 betreffen eenvoudige burgerwoningen in 1 bouwlaag en afgedekt met een zadeldak. De beide woningen zijn van begin af aan op zeer korte afstand van elkaar gelegen. De bijbehorende onderliggende percelen worden afgebakend door de percelen met het Wilhelminakanaal en de N615 en met de restanten van de oorspronkelijk in noord-zuid richting doorlopende landwegen. Aan de oostzijde is langs deze landweg nog een waterloop aanwezig, die in vroeger tijden verder in zuidelijke richting doorliep.
Woning Lange Dreven 1 aan restant zandweg in zuidelijke richting (Stiphoutseweg)
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
9
Uitsnede topografische kaart uit 1925 (Topotijdreis, 2018)
Uitsnede topografische kaart uit 1963 (Topotijdreis, 2018)
Uitsnede topografische kaart uit 2018 (Topotijdreis, 2018)
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
10
2.2
Functies
De woning Lange Dreven 1 is in gebruik voor woondoeleinden. De woning Lange Dreven 3 wordt momenteel niet bewoond. De staat van onderhoud van deze woning staat dat niet langer toe. De rond de woningen gelegen gronden zijn deels in gebruik als tuin en erf en deels als huisweide. De verder rondom gelegen gronden zijn agrarisch in gebruik. Een uitzondering hierop vormt een bebost perceel direct ten oosten van het plangebied, langs de hier nog aanwezige waterloop. Het agrarisch buitengebied wordt aan de zuidzijde doorsneden door de N615, de verbindingsweg tussen Beek en Donk en Nuenen. De zandweg Lange Dreven is vanaf deze weg bereikbaar via de weg Deense Hoek. Via de Deense Hoek is ook de kern Lieshout, gebruikmakend van de brug over het Wilhelminakanaal, direct bereikbaar. Parallel aan de zandweg is op de dijk langs het Wilhelminakanaal een verhard fietspad aangelegd. Aan de overzijde van het Wilhelminakanaal heeft de kern Lieshout zich inmiddels uitgebreid tot aan het kanaal. Een belangrijk deel van deze uitbreiding betreft het bedrijfsterrein van Bavaria. De bevoorrading van Bavaria vindt deels via het Wilhelminakanaal plaats. Ongeveer ter hoogte van het plangebied is daartoe een losplaats voor schepen in het kanaal aanwezig.
Wilhelminakanaal met fietspad en zandweg en op de achtergrond Bavaria
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
11
3
PLANBESCHRIJVING
3.1
Ontwikkeling
De voorgestane ontwikkeling betreft enerzijds de verschuiving en uitbreiding van de bouwpercelen van de woningen Lange Dreven 1 en 3. Anderzijds is dit de sloop van de bestaande woning Lange Dreven 3 en de bouw van een nieuwe, vervangende woning met vrijstaand bijgebouw. De nieuwe woning met bijgebouw wordt groter qua inhoud en oppervlakte en wordt op grotere afstand van de woning Lange Dreven 1 gesitueerd. Daarmee ontstaan ter plaatse twee vrijstaande woningen met een eigen royaal bouwperceel. De privacy bij beide woningen neemt daardoor aanzienlijk toe.
3.2
Ruimtelijke structuur
De nieuwe woning Lange Dreven 3 betreft een vrijstaande, grondgebonden woning in één bouwlaag afgedekt met een kap. De oppervlakte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 200 m². Bij de woning wordt een bijgebouw in de vorm van een garage gebouwd, met een oppervlakte van circa 80 m². Woning en bijgebouw zijn gesitueerd rond een klein ‘voorplein’. Dit voorplein is bereikbaar via een eigen inrit, die halverwege de bestaande inrit naar de woning Lange Dreven 1 aansluit. Situering nieuwe woning en bijgebouw ten oosten van bestaande woning
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
12
Het voorplein gaat over in een terras tussen woning en bijgebouw. Achter dit terras en achter de woning is een huiswei voorzien met hoogstam fruitbomen en een grote amfibieënpoel. Als scheiding tussen de beide nieuwe woonpercelen wordt een beukenhaag aangeplant. Deze wordt doorgezet rond de tuin bij de woning Lange Dreven 1. De afscherming van de huiswei bij Lange Dreven 3 bestaat naast de haag uit de waterlopen aan de zuid- en oostzijde en de houtwal aan de zijde van het Wilhelminakanaal. De inhoud van de nieuwe woning Lange Dreven 3 bedraagt maximaal 750 m3. Een inhoud van maximaal 750 m3 is in het buitengebied van de gemeente Laarbeek toelaatbaar, mits er tegelijkertijd een afdoende kwaliteitsverbetering van het landschap wordt doorgevoerd. Met de sloop van de verouderde woning, de verbeterde situering van de nieuwe woning en de beoogde landschappelijke inpassing wordt de noodzakelijke kwaliteitsverbetering vormgegeven. De goothoogte van de woning blijft binnen de maximaal toegestane goothoogte van 5,5 m, zo ook de bouwhoogte binnen de maximaal toegestane 10 m. Het bijgebouw zal voldoen aan de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 5,5 m en vallen binnen de maximale oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m². De situering van het bijgebouw wijkt af van hetgeen in de bestemmingsregels wordt beoogd.
Het bijgebouw zal niet op ten minste 2,5 m achter de voorgevelrooilijn van de woning worden gesitueerd, maar juist voor de woning. Door deze situering kan het beoogde voorplein gestalte worden gegeven. De solitaire ligging van de woning laat een afwijkende situering van het bijgebouw toe. Op de locatie Lange Dreven 1 blijft de bestaande bebouwings- en verhardingssituatie bestaan. Hier wijzigen enkel de vorm en omvang het onderliggende perceel. 3.3
Functies
Door het planvoornemen treedt een beperkte verandering van de functie van het plangebied op. Er blijft daarbij sprake van een woonfunctie omgeven door agrarische gronden. Echter de vorm en omvang van de woonpercelen verandert en daarmee de vorm en omvang van de omliggende agrarische gronden. Zicht op houtwal aan oostzijde plangebied
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
13
In het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt op eigen terrein voorzien, zoals dat ook nu al het geval is. Op eigen terrein is meer dan voldoende ruimte beschikbaar om de op basis van de “Parkeerbeleidsnota 2014” benodigde 3 parkeerplaatsen (norm 2,8 per woning) voor een vrijstaande woning in het buitengebied te realiseren.
3.4 Landschappelijke inpassing In het kader van het planvoornemen worden de beide woningen Lange Dreven 1 en 3 opnieuw landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing van de woning Lange Dreven 1 bestaat in hoofdzaak uit het aanplanten van een beukenhaag om de perceelsgedeelten, die bij deze woning behoren. Aan de voorzijde van de woning zijn lage beukenhagen voorzien. Aan de zijkanten en achterzijde is een beukenhaag met een hoogte van 2 m voorzien. Deze beukenhaag vormt ook de afscheiding met de inrit naar en het perceel van de woning Lange Dreven 3. Aan de zijde van de N615 worden in de huiswei ten zuiden van de woning enkele hoogstam fruitbomen aangeplant. Rond de woning Lange Dreven 3 zijn behalve de eerder genoemde hagen, geen verdere hagen voorzien. Rondom de woning worden in de bijbehorende huiswei eveneens hoogstam fruitbomen en esdoorns aangeplant. Aan de oostzijde van de woning wordt bovendien in de huiswei een amfibieënpoel aangelegd. Deze wordt aan de zijde van het Wilhelminakanaal en de N615 omgeven door gedeelten bosplantsoen. De beplanting van deze bosplantsoenen wordt zodanig gesitueerd, dat de invalshoek van de zon wordt vrijgehouden van beplanting.
Landschappelijke inpassing woningen Lange Dreven 1 en 3
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
14
3.5
Bestemmingsregeling
In de huidige situatie is sprake van twee bestemmingsvlakken ‘Wonen’. Het bestaande bestemmingsvlak voor de woning Lange Dreven 1 heeft een oppervlakte van circa 612 m². Voor de woning Lange Dreven 3 bedraagt deze oppervlakte circa 559 m². Door de verschuiving van de woning Lange Dreven 3 en de voorgenomen situering van de nieuwe woning met bijgebouw en erfverharding veranderen de oppervlakten van de beide bestemmingsvlakken. De nieuwe bestemmingsvlakken vallen wel deels samen met de bestaande bestemmingsvlakken. Voor beide bestemmingsvlakken geldt daarbij dat er een overlap is met het corresponderende bestaande bestemmingsvlak, waardoor er wel sprake is van het verschuiven en uitbreiden van de bestemmingsvlakken, maar niet van het realiseren van een nieuw bestemmingsvlak (geen nieuwvestiging woonfunctie). In de nieuwe situatie krijgt het bestemmingsvlak ‘Wonen’ van de woning Lange Dreven 1 een oppervlakte van circa 983 m². Voor de woning Lange Dreven 3 gaat deze oppervlakte circa 1.120 m² bedragen. Binnen deze bestemmingsvlakken zijn de eigenlijke woningen (hoofdgebouwen), de bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) en erfverhardingen (terras, inrit) gelegen. De onverharde afritten vanaf de Lange Dreven naar beide woningen vallen hier niet binnen.
De bestaande en aan te leggen onderdelen van de landschappelijke inpassing krijgen een groenbestemming, om te bewerkstelligen dat deze ook in de toekomst in stand blijven. Onder deze groenbestemming worden ook de rondom de tuinen/erven bij de woningen gelegen hoogstamboomgaarden en huisweiden gebracht. Bedrijfsmatig agrarisch gebruik vindt hier niet langer plaats. Toekomstige bestemmingsvlakken ‘Wonen’ Lange Dreven 1 en 3
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
15
4
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk een nieuwe integrale kijk op het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid tot 2040. In de SVIR staan drie hoofddoelen centraal om Nederland voor de middellange termijn tot 2028 concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Om de concurrentiekracht van Nederland te vergroten is het van belang de ruimtelijk-economische structuur in Nederland te versterken. Een goed vestigingsklimaat staat centraal en vereist een hoogwaardig werk- en woonmilieu en een goede bereikbaarheid (1). Het versterken van de concurrentiekracht en het verbeteren van de bereikbaarheid zal gepaard gaan met het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving (2). Het behouden en waar nodig versterken van unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden is hierbij van groot belang (3). Dit alles dient tot stand te komen door middel van zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Indien er binnen een regio ontwikkelingen plaats zullen gaan vinden, dient conform de SVIR de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking', die tevens is opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gevolgd te worden.
Het planvoornemen voorziet in een kleinschalige ontwikkeling, waarbij in het buitengebied bij Lieshout een bestaande woning wordt vervangen door een nieuwe woning. Per saldo neemt het aantal woningen daarbij niet toe. De SVIR voorziet verder niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn. Dit houdt in dat voor het planvoornemen geen beperkingen vanuit de SVIR gelden. De ontwikkeling, die met het planvoornemen samenhangt, is dermate beperkt, dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. De ontwikkeling voorziet niet in een extra woning, enkel worden de mogelijkheden tot situering van die woning verruimd. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de SVIR en wordt met het Barro juridisch verankerd. In totaal gaat het om dertien nationale belangen, waarvan er geen enkele direct betrekking heeft op het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied is het Wilhelminakanaal aangeduid als een Rijksvaarweg van CEMT-klasse II. Rond deze rijksvaarweg geldt een vrijwaringszone met beperkingen van 10 m aan weerszijden, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg.
Het plangebied is echter niet gelegen binnen deze vrijwaringszone. Met de beperkingen behoeft geen rekening te worden gehouden.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
16
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. In deze omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving vastgelegd en daarmee de basisopgave en de hoofdopgaven voor de toekomst geformuleerd. Waarbij de basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Waarbij de hoofdopgaven betrekking hebben op het werken aan de Brabantse energietransitie, het werken aan klimaat proof worden, het werken aan de slimme netwerkstad en het werken aan een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie sluit met de hoofdopgaven aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De provincie streeft ernaar, dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt. De kernwaarden voor het handelen van de provincie vallen onder de noemer ‘verbinden in vertrouwen’. De kernwaarden gaan voor meerwaarde-creatie, technische en sociale innovatie, kwaliteit boven kwantiteit, steeds beter en proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. Concrete aanwijzingen voor de locatie Lange Dreven 3 in Lieshout bevat de Brabantse Omgevingsvisie niet. Deze zijn en worden vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.
4.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Met visies, agenda’s en plannen geeft de provincie haar ruimtelijk beleid voor Noord-Brabant vorm. Daarvoor gelden soms ook regels. Die staan in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gemeente moet rekening houden met deze instructieregels bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Binnen het plangebied zijn navolgende instructieregels relevant voor het planvoornemen. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. In hoofdstuk 5 zijn de aspecten die de aanwezigheid van een veilige, gezonde leefomgeving bepalen, nader beschreven. Uit dit hoofdstuk blijkt dat sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Het planvoornemen betreft de verplaatsing over een kleine afstand van een bestaande woning, zodat deze op een meer aanvaardbare afstand van een andere bestaande woning komt te liggen en daarmee weer in gebruik genomen kan worden.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
17
Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd (ondergrond, netwerklaag, bovenste laag). In hoofdstuk 5 zijn de effecten op de diverse lagen beschreven. Uit dit hoofdstuk blijkt dat geen onaanvaardbaar negatieve effecten optreden. Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Binnen het planvoornemen betreft de meerwaardecreatie de fysieke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Een verouderde, niet meer bruikbare woning wordt gesloopt en er vindt landschappelijke inpassing plaats. Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan onder meer de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen.
De gemeente Laarbeek heeft in dit kader afspraken gemaakt die zijn opgenomen in de Landschapsinvesteringsregeling. In navolgende paragraaf Gemeentelijk beleid wordt nader ingegaan op de noodzakelijke kwaliteitsverbetering. Boringsvrije zone 1. Een bestemmingsplan van toepassing op een Boringsvrije Zone strekt mede tot het behoud van de weerstandbiedende bodemlagen. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels die het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen. Met het planvoornemen zijn geen werkzaamheden gemoeid die weerstandbiedende bodemlagen raken of tot schade aan de bodem en/of het grondwater kunnen leiden. Op basis van de regels uit de verordening is ter plaatse het verrichten van werkzaamheden in de bodem tot een diepte van 80 meter onder het maaiveld toegestaan. Voor de bouw van een woning zijn geen werkzaamheden die reiken tot een dergelijke diepte noodzakelijk.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
18
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Structuurvisie Laarbeek 2010-2020: Groei in balans In de Structuurvisie zijn voor de locatie Lange Dreven 1 en 3 of de directe omgeving daarvan geen specifieke aanduidingen opgenomen. Ook in de meer algemene Visie op hoofdlijnen worden geen zaken aan de orde gesteld die op het planvoornemen betrekking hebben. 4.3.2 Landschapsinvesteringsregeling gemeente Laarbeek In de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant (de voorloper van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant) zijn regels vastgelegd die de belangen van de provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten beschermen. Met deze regels moet bij de opstelling van bestemmingsplannen rekening worden gehouden. In artikel 3.2. van de Verordening ruimte 2014 wordt verplicht gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, gepaard moeten gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving (kwaliteitsverbetering van het landschap). De kwaliteitsverbetering is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend.
De gemeente Laarbeek heeft ervoor gekozen om vooraf vast te leggen hoe in het algemeen met de LIR wordt omgegaan, deze algemene omgang af te stemmen met de provincie en vervolgens bestemmingsplannen in overeenstemming met deze algemene werkwijze op testellen. Dit laatste heeft als voordeel dat vooraf in het overgrote deel van de gevallen voor de initiatiefnemers duidelijk is welke bijdrage vanuit de ontwikkeling moet worden gedaan en dat hierover overeenstemming bestaat met de provincie. In deze regeling is een drietal categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen beschreven. De hier aan de orde zijnde uitbreiding/verschuiving van de bestemmingsvlakken valt grotendeels binnen categorie 1. Dit betreft de uitbreidingen van bestemmingsvlakken ‘Wonen’ tot 1.000 m². Het toekomstige bestemmingsvlak voor de woning Lange Dreven 1 gaat circa 983 m² bedragen en blijft daarmee beneden de 1.000 m². Voor ontwikkelingen die in categorie 1 vallen hoeven geen verdere investeringen te worden gedaan. Het toekomstige bestemmingsvlak voor de woning Lange Dreven 3 gaat 1.120 m² bedragen. De eerste 1.000 m² hiervan vallen binnen categorie 1. De resterende 120 m² vallen onder categorie 3. Dit betreft vergroting van de woonbestemming boven 1.000 m² ten laste van agrarisch onbebouwd gebied. Hier geldt een basisinspanning voor kwaliteitsverbetering van 20% van de optredende waardevermeerdering.
De basisinspanning voor deze gevallen is vastgesteld op € 11,-/m². Voor de woning Lange Dreven 3 bedraagt de bijdrage dan 120 x € 11,- = € 1.320,-. Daarnaast vindt waardevermeerdering plaats doordat de woning een grotere inhoudsmaat krijgt. De maximum inhoud wordt vergroot van 600 m3 naar 750 m3. De vergroting van de woning valt binnen categorie 3. Ook hier geldt een basisinspanning voor kwaliteitsverbetering van 20% van de optredende waardevermeerdering. De basisinspanning voor deze gevallen is vastgesteld op € 20,-/m3. Voor de woning Lange Dreven 3 bedraagt de bijdrage dan 150 x € 20,- = € 3.000,-.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
19
Tegenover genoemde waardevermeerdering staat een afwaardering van de waarde van de gronden, waarop de landschappelijke inpassing is voorzien en de omliggende boomgaard/huisweide. Deze gronden worden niet langer agrarisch bestemd, maar krijgen een groenbestemming. De optredende waardevermindering ten opzichte van agrarische gronden bedraagt € 4,-- per m². Uitgaande van het binnen de groenbestemming brengen van circa 2.540 m², bedraagt de waardevermindering dan € 9.800,-. Met dat bedrag wordt meer dan voorzien in het totaalbedrag van € 4.320,- voor waardevermeerdering. Daar komt nog bij dat ook nog sprake is van te maken kosten voor landschappelijke inpassing van de nieuw vormgegeven woonpercelen. 4.3.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen de Structuurvisie Laarbeek 2010-2020: Groei in balans en voldoet aan de Landschapsinvesteringsregeling.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
20
5
UITVOERINGSASPECTEN
5.1
Ondergrond
5.1.1 Bodem Besluit ruimtelijke ordening Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de onderbouwing van een nieuwe ontwikkeling een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) vast te kunnen stellen, is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Aan de hand van de resultaten hiervan kan bepaald worden of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor het planvoornemen. De resultaten van dit “Verkennend bodemonderzoek Lange Dreven 3 te Lieshout” (Tritium Advies, 2020) zijn hierna weergegeven. Hypothese Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Er zijn geen aanwijzingen dat op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving activiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Tijdens het plaatsen van boringen van het verkennend bodemonderzoek is een opstal met asbestverdachte dakbedekking aangetroffen.
De grond ter plaatse van deze opstal is aanvullend onderzocht op asbest. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende. Verkennend bodemonderzoek Zintuiglijk zijn ter plaatse van twee boringen in de bovengrond vanaf het maaiveld tot 0,5 m-mv bijmengingen aangetroffen met baksteen en glas. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aantroffen op het maaiveld en/of in de opgeboorde grond. De aangetroffen bijmengingen met baksteen betreffen geen asbestverdacht (ongedefinieerd) puin. In puin bestaande uit baksteen zit, op basis van bijlage A in de NEN 5725, in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Tijdens het plaatsen van boringen van het verkennend bodemonderzoek is een opstal met asbestverdachte dakbedekking aangetroffen. De grond ter plaatse van deze opstal is aanvullend onderzocht op asbest.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
21
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de baksteenhoudende bovengrond lichte verontreinigingen aanwezig zijn met PCB, koper en lood. De zintuiglijk schone bovengrond blijkt licht verontreinigd te zijn met PAK, PCB, cadmium en lood. De zintuiglijk schone ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond met koper en xylenen. Nader onderzoek hiernaar wordt niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater zijn in tegenspraak met de hypothese dat de onderzoekslocatie niet-verdacht is. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Verkennend asbestonderzoek Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de uitkomende grond (fractie > 20 mm) rondom de opstal met asbestverdachte dakbedekking geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de grond (fractie < 20 mm) is wel asbest aangetoond. Het aangetoonde asbest betreft niethechtgebonden en hechtgebonden chrysotiel en crocidoliet. Het maximale gewogen asbestgehalte bedraagt 81 mg/kg d.s. Omdat er sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatief gehalte. Omdat het aangetoonde gehalte groter is dan de helft van interventiewaarde, kan niet worden uitgesloten dat de grond verontreinigd is met asbest.
Nader onderzoek wordt noodzakelijk geacht voor het vaststellen van het daadwerkelijke asbestgehalte in de grond. Resumé Voor het bepalen van de formele asbestconcentratie en het in beeld brengen van de omvang van de asbestconcentratie in de grond ter plaatse van de opstal met asbestverdachte dakbedekking is een nader asbestonderzoek noodzakelijk. Indien tijdens het nader asbestonderzoek een asbestverontreiniging wordt aangetoond, dan levert dit beperkingen op ten aanzien van eventuele toekomstige graafwerkzaamheden of het gebruik van de locatie. De overige onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning en de voorgenomen herontwikkeling. Het gevraagde nader asbestonderzoek zal voorafgaand aan het uitvoeren van het planvoornemen, in casu als eerste de sloop van bestaande woning Lange Dreven 3, uitgevoerd worden. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is als bijlage bij de toelichting beschikbaar.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
22
5.1.2 Water Watertoets Water vormt een steeds belangrijker aspect bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om in de toelichting bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de watertoets genoemd. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Het planvoornemen betreft het verplaatsen en vergroten van een bestaande woning. De fysiek-ruimtelijke situatie verandert hierdoor beperkt. In de toekomstige situatie neemt het aantal vierkante meters verhard oppervlak toe met circa 300 m². Omdat het plangebied ook is gelegen ineen grondwaterbeschermingsgebied van een drinkwaterwinningslocatie (waterbelang waterschap Aa en Maas) moet het planvoornemen in het kader van de watertoets voor overleg voorgelegd worden aan het waterschap.
Er kan niet volstaan worden met het doorlopen van de digitale watertoets. Waterparagraaf Huidige situatie Het onderzoeksgebied betreft het nu nog onbebouwde deel van het plangebied, waarop de realisering van de nieuwe woning Lange Dreven 3 met bijgebouw en erfverharding (oprit, terras) is voorzien. Daarbuiten wordt de bestaande woning Lange Dreven 3 gesloopt. Grootte onderzoeksgebied: ca. 1.120 m² Onverhard oppervlak: ca. 1.120 m² Verhard oppervlak: ca. 0 m² Het oppervlak van de bestaande woning Lange Dreven 3 bedraagt ca. 100 m². Hemelwater Het hemelwater infiltreert in het onderzoeksgebied ter plekke. Het hemelwater dat valt op de bestaande woning Lange Dreven 3, wordt niet opgevangen maar infiltreert eveneens ter plekke. Afvalwater Van afvalwater is in het onderzoeksgebied in de huidige situatie geen sprake. Het afvalwater van de bestaande woning Lange Dreven 3 wordt via het aanwezige riool afgevoerd.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
23
Oppervlaktewater Binnen het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater in beheer bij het waterschap aanwezig. Nabij het plangebied ligt wel een A-watergang met beschermingszone. Waterbergingsopgave/Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is binnen het onderzoeksgebied sprake van de aanwezigheid van een woning, met bijgebouw en erfverharding. Het verhard oppervlak zal hierdoor toenemen. Grootte onderzoeksgebied: ca. 1.120 m² Onverhard oppervlak: ca. 800 m² Verhard oppervlak: ca. 400 m² De toename van het verhard oppervlak bedraagt daarmee ca. 400 m². Tegenover deze toename staat een afname van het verhard oppervlak door de sloop van de bestaande woning Lange Dreven 3. Het verhard oppervlak neemt hierdoor met ca. 100 m² af. Per saldo is daarmee sprake van een toename aan verhard oppervlak ten gevolge van het planvoornemen van ca. 300 m². Hemelwater Het hemelwater afkomstig van bebouwing en erfverharding zal worden opgevangen, geborgen en geïnfiltreerd. Daartoe wordt in het weiland ten oosten van de nieuwe woning Lange Dreven 3 een grote poel aangelegd. Deze zal tevens als amfibieënpoel gaan fungeren. Bij de bouw van de nieuwe woning zal het gehele verharde oppervlak (bebouwing en erfverharding) afgekoppeld worden. Daarbij gaat het derhalve om een oppervlak van ca. 400 m².
Om het van dit verharde oppervlak afstromende hemelwater te kunnen bergen en infiltreren is een retentievoorziening noodzakelijk met een capaciteit van ca. 24 m3. De omvang, diepte en het talud van de poel zullen hierop worden afgestemd. Vanuit de poel is voor extreme situaties een overloop mogelijk naar de oostelijk van de poel gelegen waterloop. Afvalwater Het afvalwater van de nieuwe woning Lange Dreven 3 zal net als bij de bestaande woning worden afgevoerd via het aanwezige riool. Per saldo neemt het aantal woningen niet toe, aangenomen mag worden dat ook de afvoer daardoor vergelijkbaar zal zijn. Oppervlaktewater Van oppervlaktewateren in beheer bij het waterschap in het onderzoeksgebied is geen sprake. De beschermingszone van de nabij het plangebied gelegen A-watergang dient vrij te blijven van obstakels. De aanleg van de voorziene bosplantsoenen en amfibiepoel vindt geheel buiten deze beschermingszone plaats. Bouwmaterialen Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt bij de bouw afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals zink en koper) in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen zoals goten en leidingen.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
24
5.1.3 Archeologie Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Zo ook navolgende bepaling omtrent de archeologische monumentenzorg. De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeente Laarbeek heeft haar cultuurhistorisch erfgoed onder meer vastgelegd op een Archeologische beleidskaart. Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bekende of verwachte archeologische monumenten door terreinen met bekende of verwachte monumenten geen bestemming te geven die het bodemarchief kan schaden. Aan deze terreinen wordt de (dubbel)bestemming waarde archeologie gegeven.
Bij het verlenen van vergunningen wordt rekening gehouden met bekende of verwachte monumenten door indien nodig eerst een onderzoek naar de waarde van de terreinen te laten instellen en zo nodig aan de vergunning voorwaarden te verbinden. Archeologische waarden De locatie valt op de archeologische beleidskaart binnen categorie 4: gebied met hoge archeologische verwachting. In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld. Bij de voorgestane verplaatsing van de woning Lange Dreven 3 is geen sprake van bodemingrepen en/of te bebouwen oppervlakten met een oppervlakte groter dan 500 m². Het toekomstig bebouwd oppervlak bedraagt circa 280 m² (woning met bijgebouw). Binnen deze 280 m² zal de bodem dieper dan 0,3 m onder maaiveld verstoord worden. Het oppervlak van de toekomstige erfverharding bedraagt circa 120 m².
Bij het aanleggen van de erfverharding mag ervanuit worden gegaan dat de bodem niet dieper dan 0,3 m wordt verstoord. In het kader van het planvoornemen is verder van belang de sloop van de bestaande woning, waarbij ook de bodem dieper dan 0,3 m wordt verstoord. Het oppervlak van deze bestaande woning is circa 100 m². Het totale oppervlak van het planvoornemen waar de verstoring dieper gaat dan 0,3 m onder het maaiveld bedraagt daarmee 380 m², waarmee de waarde van 500 m² niet wordt overschreden. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
25
5.2
Netwerklaag
5.2.1 Infrastructuur Ontsluiting De ontsluiting van de percelen Lange Dreven 1 en 3 vindt in de huidige situatie plaats vanaf de onverharde Lange Dreven. Via een lange inrit zijn de beide woningen bereikbaar. In de toekomstige situatie is geen wijziging in deze ontsluiting voorzien. De lange inrit blijft op de huidige plek liggen, maar zal daarbij verlengd worden naar de nieuwe locatie van de woning Lange Dreven 3. Per saldo treedt daardoor geen verandering op in de ontsluitingssituatie op de Lange Dreven. Er blijft sprake van één aansluitpunt voor de beide woningen Lange Dreven 1 en 3. Mocht in de toekomst toch aanpassing van de ontsluiting gewenst zijn, dan geldt daarbij voor aanpassingen op gronden van Rijkswaterstaat een vergunnings- c.q. meldingsplicht bij Rijkswaterstaat. De splitsing heeft verder geen verkeersaantrekkende werking. Het aantal woningen blijft gelijk. Parkeren De parkeerbehoefte neemt door het planvoornemen niet toe. Er blijft sprake van 2 vrijstaande woningen in het buitengebied. Conform de gemeentelijke parkeernormen zijn per woning 2,8 parkeerplaatsen (vrijstaande woning in buitengebied in niet-stedelijk gebied) noodzakelijk. Het plangebied is dusdanig ruim van opzet dat de noodzakelijke parkeergelegenheid ook bij de verplaatste woning eenvoudig kan worden gerealiseerd op eigen terrein. Het betreft dan de aanleg van parkeervoorzieningen voor 3 auto’s.
5.2.2 Natuurnetwerk Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Daarmee is de integratie van de Natuurbeschermingswet (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet een feit. In de Wnb is zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming geregeld. Bij gebiedsbescherming gaat het om aangewezen natuurgebieden en bij soortenbescherming gaat het om de bescherming van vogels en andere diersoorten en planten. In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Er mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wnb geen ontheffing zal worden verleend. In het kader van de gebiedsbescherming moet getoetst worden in hoeverre het planvoornemen significante effecten heeft op natuurgebieden in de omgeving. In ieder geval moet daarbij gekeken worden naar de effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
26
Quickscan flora en fauna Teneinde de effecten van het planvoornemen op de soorten- en gebiedsbescherming in beeld te brengen is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hierna worden de resultaten en conclusies van deze “Quickscan flora en fauna Lange Dreven 3 Lieshout” (Tritium Advies, 2019) weergegeven. Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provincie Noord-Brabant hanteert geen externe werking als het gaat om NNB. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is dermate groot dat er geen direct negatief effect te verwachten is. Soorten Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels De te slopen bebouwing bevat enkele openingen die geschikt zijn als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor huismussen. Om deze reden dient aanvullend onderzoek te worden gedaan naar deze vogelsoort.
Dit houdt in dat er twee veldbezoeken moeten worden uitgevoerd in de periode van 1 april tot en met 15 mei of vier bezoeken in de periode van 10 maart tot en met 20 juni om aan te tonen dan wel uit te sluiten of en waar de huismussen vaste verblijfplaatsen hebben binnen het plangebied. Locaties van nesten en essentiële onderdelen van het leefgebied dienen hierbij te worden geïnventariseerd. Dit onderzoek dient overdag op een geschikt moment te worden uitgevoerd in de periode van twee uur na zonsopkomst tot twee uur voor zonsondergang. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling.
Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
27
Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van weilanden en akkers en tuinen van woningen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen.
Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen. Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
28
Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: ✓ de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; ✓ nader onderzoek naar huismussen is noodzakelijk; ✓ om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; ✓ voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. De quickscan flora en fauna is als bijlage bij het bestemmingsplan beschikbaar. Aanvullend onderzoek huismus Conform de eindconclusie van de uitgevoerde quickscan flora en fauna is ook een aanvullend onderzoek naar huismussen uitgevoerd. De conclusie van dit “Aanvullend onderzoek huismus Lange Dreven 3, Lieshout” (Tritium Advies, 2020) luidt als volgt: ✓ binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van huismussen aangetroffen. Deze soort vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen; ✓ het onderzoeksgebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soort c.q. soortgroep.
Het betreft geen essentieel foerageergebied, de omliggende weilanden en akkers kunnen eveneens worden gebruikt als foerageergebied; ✓ gezien het voorstaande zullen de voorgenomen plannen geen nadelige effecten hebben op de huismus. Anders dan de algemene zorgplicht bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verplichtingen ten aanzien van deze soort. Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: ✓ binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van huismussen aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort; ✓ de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; ✓ een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; ✓ de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen nageleefd te worden. Het aanvullend onderzoek huismus is als bijlage bij het bestemmingsplan beschikbaar.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
29
5.2.3 Energienetwerk Energievoorziening Nieuw te bouwen bouwwerken, zoals een nieuwe woning, worden in beginsel niet meer voorzien van gasaansluitingen. Bij de bestaande woning Lange Dreven 3 was al geen sprake van de aanwezigheid van een gasaansluiting. De nieuwe woning zal dan ook ‘gasloos’ gebouwd worden. Duurzaam ontwikkelen Duurzame ontwikkeling is te zien als een ontwikkelingsproces, waarbij gestreefd wordt naar het tot stand brengen van een duurzame samenleving. Dit gebeurt door in alle stadia van een planproces kansen en mogelijkheden te benutten voor het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een zo laag mogelijke milieubelasting, en deze in de tijd weten te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Ook de gemeente Laarbeek heeft in haar beleidsdoelstellingen duurzaamheid opgenomen en wenst deze structureel in ontwikkelingsplannen op te nemen. Met het planvoornemen wordt aangesloten bij voorgaande uitgangspunt. Er is slechts beperkt sprake van nieuw ruimtebeslag. Het planvoornemen resulteert per saldo in 2 beter ten opzichte van elkaar gesitueerde en daardoor beter bruikbare woningen. Het aantal woningen neemt niet toe. Bij de bouw van de te verplaatsen woning zal zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van duurzame materialen en technieken.
Daarnaast zal ook bij de herinrichting van het perceel zoveel mogelijk gebruikt worden gemaakt van duurzame materialen en technieken. 5.2.4 Waterwegen Het plangebied ligt op circa 40 m van het Wilhelminakanaal. Rond dit kanaal zijn geen zoneringen aanwezig, die reiken tot over het plangebied. Het planvoornemen is niet van invloed op het functioneren van het Wilhelminakanaal.
Bestemmingsplan Woningen Lange Dreven 1 en 3, Lieshout
30
5.3
Bovenste laag
5.3.1 Cultuurhistorische en landschappelijke waarden Kader Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Erfgoedkaart Om een zorgvuldig erfgoedbeleid te kunnen voeren, dient Laarbeek te weten welke kennis er voorhanden is over haar grondgebied, waar daarin de lacunes zijn, wat de waarde van de bekende archeologische en historische terreinen en relicten zijn en waar een kans is dat nog onbekende historische waarden aanwezig zijn. De gemeente Laarbeek heeft daartoe een erfgoedkaart voor het gemeentelijk grondgebied laten maken, ‘Erfgoed in beeld’. Onderdeel daarvan is de waardenkaart. Het Wilhelminakanaal is daarop aangeduid als een ensemble met waarde vanuit een oogpunt van historische stedenbouw. De Lange Dreven is op de waardenkaart aangeduid als historisch geografische lijn met een redelijk hoge waarde. Op de eveneens bijbehorende beleidskaart is het tracé van het Wilhelminakanaal aangemerkt als ‘object of gebied van zeer hoge cultuurhistorische waarde’. De Lange Dreven is aangemerkt als een ‘object met een zeer hoge cultuurhistorische waarde’. Het planvoornemen laat de beide tracés ongemoeid. De cultuurhistorische waarden zijn niet in het geding.