9 20210224 Toelichting ontwerp-bestemmingsplan Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel incl. bijlagen (2).pdf
Tekst van het document
4. Aanbevelingen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna na de sloop van de varkensstallen en renovatie/ vervanging van het dak van de garage / berging. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor spreeuwen, mezen en andere soorten is van alles te verkrijgen. Deze nestkasten kunnen perfect onder een overstek van een schuur/ woning geplaatst worden, waardoor huismussen en spreeuwen ook hier de ruimte krijgen om te kunnen nestelen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de gevel of er kunnen ruimten open gelaten worden tussen het dakbeschot en de golfplaten. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivara.nl welke onderdak kunnen bieden aan de diverse soorten vleermuizen. Voor de vleermuizen kunnen ook ruimtes open gelaten worden in de overstek, zodat ze zich achter de overstek en in de spouw kunnen schuilhouden.
Ook kan gedacht worden aan de kleine marterachtigen, door takkenhopen en –rillen aan te leggen, verstop- en overwinteringsplekken te creëren (voor meer informatie zie: http://www.zoogdierenwerkgroep.be/zorgen/habitatverbetering/tuinen-enerven/schuilplekken) of steenhopen gemaakt van stenen van diverse afmetingen in combinatie met oude bloempotten, stenen buizen en dergelijke aan te leggen.
Pagina
11
Alles wat hierboven benoemd wordt is geen verplichting of iets wat opgelegd wordt, maar dit zou voor de kleine marterachtigen, vogels en vleermuizen in het gebied een welkome verandering zijn en voor ons als mens een kleine moeite.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek/ vleermuisonderzoek uit te voeren. Er kan buiten het broedseizoen (globaal voor 15 maart en na 15 juli) dus zonder voorziene problemen begonnen worden met de sloop- en renovatiewerkzaamheden. Wel dient men ook buiten het broedseizoen te controleren of er geen vogels nog op de nest of met jongen zitten. Ook is het belangrijk om het hoofdstuk ‘aanbevelingen’ mee te nemen in het nieuwe plan. Hierin worden een aantal opties opgesomd welke voor fauna een welkome afwisseling zouden zijn in het nieuwe plan, waardoor nieuwe soorten zich alsnog kunnen vestigen. Worden de werkzaamheden binnen het broedseizoen (globaal tussen 15 maart / 15 juli) uitgevoerd, dan dient er, zeker in de aanwezige beplantingen nabij de varkensstallen en garage/ berging door een ecoloog opnieuw bekeken worden of soorten zich niet als nog gevestigd hebben. Tijdens de werkzaamheden blijft de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Ook wanneer er tijdens het verwijderen van de dakpannen, nesten gevonden worden, dient alsnog een ecoloog ingeschakeld te worden. Hij of zij kan dan de vervolgstappen bepalen.
Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.
Pagina
12
Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Bijlage 5
Landschappelijk inpassingsplan
Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel
Landschappelijk inpassingsplan Hoog Strijp 6. Aarle-Rixtel Opdrachtgever: Familie Beniers Hoog Strijp 6 5735 PE Aarle-Rixtel Opgesteld door: Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk 0492-347761 Datum rapportage: 23-06-2020
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN Bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan is het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Laarbeek als uitgangspunt genomen bij de inrichting van het erf op locatie Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel. Het Landschapsontwikkelingsplan is door de gemeenteraad van Laarbeek in november 2003 vastgesteld. In het plan worden de kenmerken van het Laarbeekse landschap benoemd en wordt de gewenste ontwikkelingsrichting omschreven. Het gaat dan met name om de ontwikkelingen in het buitengebied. In het landschapsontwikkelingsplan wordt onder meer een visie verwoord op het gebied van natuur, cultuurhistorie en landschap. In het plan is ook aandacht besteed aan herstel, behoud en ontwikkeling op deze vlakken met hieraan gekoppeld uitvoeringsinstrumenten en een budget. Vormgeving van het landschap, het benutten en uitbreiden van bestaande kwaliteiten en waar nodig het toevoegen van nieuwe elementen worden als belangrijke thema’s benoemd. Als kernkwaliteiten voor het buitengebied van Laarbeek worden de verscheidenheid aan landschapstypen, de diversiteit in groenelementen, zowel waardevol voor natuur als voor de recreant, en de op sommige plekken duidelijk waar te nemen cultuurhistorische waarden genoemd. Toets landschapsontwikkelingsplan Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied ‘Hoge Akkers’ (zie volgende figuur).
Plangebied
Figuur 1: Uitsnede kaart deelgebieden Landschapsontwikkelingsplan
Het buitengebied rondom Aarle-Rixtel heeft hoge cultuurhistorische waarden. In het gebied zijn de relaties tussen de verschillende landschapselementen zoals bolle akkers en de lintbebouwing aan de randen duidelijk herkenbaar. Gewenste ontwikkelingen in dit gebied zijn het versterken van de relaties tussen kern en cultuurhistorische waarden in het buitengebied en de zichtbaarheid hiervan. In het gebied zijn veel verschillende relaties aanwezig tussen de kern AarleRixtel en het omliggende buitengebied. Verschillende bebouwingslinten lopen vanuit de kern door tot in het buitengebied. Op andere plaatsen is sprake van een visuele relatie. Deze relaties dienen behouden te blijven.
ONDERBOUWING INPASSINGSPLAN In de beoogde situatie wordt het grootste gedeelte van de voormalige varkensstallen gesloopt. De bestaande loods van circa 340 m² blijft gehandhaafd, evenals de voormalige bedrijfswoning en het bijbehorende gebouw (garage). Daarnaast wordt aan de westzijde van de locatie een Ruimte-voor-ruimtewoning opgericht. De locatie wordt in de bestaande situatie aan de noord-, oost- en zuidzijde vrijwel geheel omgeven door een haag van berken met een maximale hoogte van circa 3 meter (zie figuur 2). Een groot deel van de berken verkeert in slechte staat (is rot) en dient te worden vervangen. In de beoogde situatie wordt er dan ook voor gekozen alle berken te verwijderen en hiervoor in de plaats een beukenhaag te planten, aan zowel, de noord-, oost- als zuidzijde van het plangebied. Aan de noordzijde wordt deze haag op 5 meter afstand van de daar gelegen watergang (buiten de onderhoudsstrook) gerealiseerd. Deze beukenhaag zorgt voor de inpassing en camouflage van de bebouwing en de te handhaven loods.
Aan de zuidzijde van de loods wordt een vijftal meidoorns aangeplant ter inpassing van de bestaande loods. Ten oosten van de loods en ten zuiden van de Ruimte-voor-ruimtewoning worden ten slotte twee boomgroepen van vier amberbomen geplant. De nieuw aan te brengen beplanting draagt bij aan het behoud en herstel van het (oorspronkelijke) kleinschalige karakter van het landschap ten noordwesten van Aarle-Rixtel. Bij het aanbrengen van de beplanting wordt de beschermingsstrook aan de zuidzijde van de waterleiding ontzien van beplanting.
Aan de west- en noordzijde van de nieuwe Ruimte-voor-ruimtekavel wordt een nieuwe bomenrij van leilinden (19 stuks) geplant. Hierbij wordt de onderhoudsstrook van de oostelijk gelegen watergang in acht genomen. Deze bomenrij draagt bij aan de inpassing van de nieuwe Ruimte-voorruimtewoning en het bijgebouw. Ten westen van de oprit wordt een beukenhaag geplant (45 meter). Tussen de RvR-kavel en de woonbestemming Hoog Strijp 6 wordt een ligusterhaag (circa 50 m1) aangeplant met een maximale eindhoogte van 1,5 – 2 meter. Daarnaast wordt een meidoornhaag noordelijk van de erfverharding en woning Hoog Strijp 6 aangebracht (115 m1). Deze haag omlijst de noordelijk van de woning gelegen tuin (inclusief gastank). In deze haag wordt op een plantafstand van 10 meter een bomenrij bestaande uit meidoorn(bomen) geplant (11 stuks).
Figuur 2: Foto berkenhaag noordzijde
SOORTENLIJST NIEUWE BEPLANTING en ONDERHOUDSPLAN Aantal
Nederlandse naam
Latijnse naam
Maat
Bijzonderheden
Nieuwe beukenhaag (350 m1) 3.500 st.
Beuk
Fagus sylvatica
60-80
Beplantingswijze: • Dubbele rij • 5 planten per meter • 3-jarig plantmateriaal • Eindhoogte: 3 m Onderhoud en beheer: • Snoeimateriaal mag blijven liggen voor zover dat het element of de ondergroei niet schaadt; • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart.
Nieuwe bomenrijen 19 st. 16 st.
Leilinde Meidoorn
Tilia cordata Crataegus laevigate
12-14 12-14
Beplantingswijze: • Plantafstand: leilinde: 3-5 m; meidoorn: 10 meter • Enkele rij Onderhoud en beheer: • Periodiek snoeien (jonge bomen gemiddeld eenmaal per 5 jaar en oudere bomen gemiddeld eenmaal per 10 jaar); • Na het snoeien beslaat de blijvende kroon altijd minimaal tweederde deel van de totale lengte van de boom; • Snoeiwerkzaamheden in de periode tussen 15 juli en 15 maart. Nieuwe ligusterhaag (50 m1)
250 st.
Liguster
Ligustrum vulgare
60-80
Beplantingswijze: • Enkele rij • 5 planten per meter • 3-jarig plantmateriaal • Eindhoogte: 1,5 – 2 m Onderhoud en beheer: • Snoeimateriaal mag blijven liggen voor zover dat het element of de ondergroei niet schaadt; • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart.
Nieuwe meidoornhaag (115 m1) 575 st.
Meidoorn (tweestijlig)
Crataegus laevigate
60-80
Beplantingswijze: • 1 rij • 5 planten per meter • 3-jarig plantmateriaal Onderhoud en beheer: • Snoeimateriaal mag blijven liggen voor zover dat het element of de ondergroei niet schaadt; • Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee. Indien het element is uitgerasterd moet het raster op een zodanige afstand staan dat vraat aan stammen wordt voorkomen; • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart.
Nieuwe boomgroepen 8 st.
Amberboom
Liquidambar styraciflua
12-14
Beplantingswijze: • 4 bomen per groep • Plantafstand: 5 meter Onderhoud en beheer: • Periodiek snoeien (jonge bomen gemiddeld eenmaal per 5 jaar en oudere bomen gemiddeld eenmaal per 10 jaar); • Na het snoeien beslaat de blijvende kroon altijd minimaal tweederde deel van de totale lengte van de boom; • Snoeiwerkzaamheden in de periode tussen 15 juli en 15 maart.
LEGENDA Bestaand bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' (9.015 m²)
nieuwe beukenhaag (breedte: 1 m; lengte: 200 m; hoogte: 3 m)
nieuwe bomenrij (19 stuks; leilinde; plantafstand: 3-5 m)
Beoogd bestemmingsvlak 'Wonen' Ruimte-voor-ruimtewoning (1.310 m²) Beoogd bestemmingsvlak 'Wonen' (2.550 m²)
nieuwe bomenrij (11 stuks; meidoorn)
nieuwe meidoornhaag (lengte: 115 m1)
bijgebouw bij woning (100 m²)
nieuwe ligusterhaag (50 m1)
woning 6
Ruimte-voor-
Ho
og
St
rijp
Ruimtekavel
bestaande loods Wate rle
iding
nieuwe beukenhaag (breedte: 1 m; lengte: 45 m; hoogte: 1-2 m)
(incl.
besc
herm ings zo
ne)
nieuwe boomgroep (4 stuks; amberboom)
nieuwe bomenrij (5 stuks; meidoorn)
nieuwe beukenhaag (breedte: 1 m; lengte: 105 m; hoogte: 3 m)
nieuwe boomgroep (4 stuks; amberboom)
Agron advies
proj. leider: KW Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel.: 0492 347 761
Landschappelijk inpassingsplan Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel
getekend
KW
schaal:
1:500
datum:
23-03-2020
gewijzigd: 22-06-2020 formaat:
A3
werk nr.:
STR01.RO01
Bijlage 6
Rapportage verkennend bodemonderzoek
Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel
Rapport verkennend bodemonderzoek Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet
Projectnaam Projectnummer Opdrachtgever Postadres
Contactpersoon Status Versie Aantal pagina’s Datum Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole
Paraaf
Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel B2480 Strijp Holding BV Hoog Strijp 6 5735 PE Aarle-Rixtel Dhr P. Beniers Definitief 1 9 (exclusief bijlagen) 9 juni 2020 dhr. M. Gloudemans
Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl
Inhoud 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 3
2
3
4
5
1.1
Algemeen ................................................................................................................................................................ 3
1.2
Aanleiding en doel van het onderzoek.................................................................................................................... 3
1.3
Partijdigheid ............................................................................................................................................................ 3
1.4
Opbouw van het rapport ........................................................................................................................................ 3
VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ............................................................................................................................... 4
2.2
Voormalig en huidig gebruik ................................................................................................................................... 4
2.3
Toekomstig gebruik................................................................................................................................................. 4
2.4
Beschikbare onderzoeksgegevens .......................................................................................................................... 5
2.5
Bodem- en geohydrologische gegevens ................................................................................................................. 5
2.6
Hypothese en onderzoeksstrategie ........................................................................................................................ 5
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................ 6 3.1
Veldwerkzaamheden .............................................................................................................................................. 6
3.2
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .......................................................................................................... 6
3.3
Meetgegevens grondwater ..................................................................................................................................... 6
3.4
Chemische analyse en monsterselectie .................................................................................................................. 7
3.5
Geselecteerde grondmonsters en chemische analyses .......................................................................................... 7
3.6
Overzicht grondwatermonsters en chemische analyses ......................................................................................... 7
RESULTATEN ............................................................................................................................................................. 8 4.1
Toetsingskader ........................................................................................................................................................ 8
4.2
Toetsing analyseresultaten grond en grondwater .................................................................................................. 8
4.3
Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters en interpretatie ...................................................................... 8
CONCLUSIES EN ADVIES ............................................................................................................................................ 9
BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening met boorpunten Bijlage 3: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 4: Getoetste tabellen grond en grondwater Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: veldwerkrapportage
rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
2
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Strijp Holding BV te Aarle-Rixtel heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel (gemeente Laarbeek). Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in NEN 5725 en NEN 5740. De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. De NEN 5740+A1 (versie april 2016) beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 2000. 1.2
Aanleiding en doel van het onderzoek
Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen oprichting van een ruimte-voor-ruimte woning op de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn aannames gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van potentiële verontreinigingsbronnen en is een onderzoekshypothese opgesteld. 1.3
Partijdigheid
Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Uitgevoerde werkzaamheden (hoofdstuk 3) De resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 4) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5)
rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
3
2
VOORONDERZOEK
Onderdeel van een verkennend bodemonderzoek op basis van de NEN 5740 vormt een vooronderzoek, uit te voeren conform NEN 5725 [Nederlandse norm, oktober 2017]. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. opdrachtgever B. Het milieu-archief van de gemeente Laarbeek C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten (topotijdreis) E. Grondwaterkaarten F. www.bodemloket.nl G. Locatiebezoek H. Eigenaar/gebruiker onderzoekslocatie 2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
adres onderzoekslocatie kadastrale registratie oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie en gebruik beschrijving bebouwing beschrijving maaiveld omgeving
2.2
bron A C A C A, G G G C, G
Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel Aarle-Rixtel C 4571 gedeeltelijk 1.620 m² buiten de bebouwde kom en ten westen van de kern Aarle-Rixtel landbouwgrond er is geen bebouwing op de locatie aanwezig het maaiveld is voorzien van gras (landbouwgewas) noord: landbouwgrond oost: agrarisch erf met varkensstallen Hoog Strijp 6 zuid: landbouwgrond west: landbouwgrond
Voormalig en huidig gebruik bron
voormalig gebruik locatie algemeen (sloot-)dempingen ophogingen voormalige bebouwing voormalige bodembedreigende activiteiten, opslag van (brand-)stoffen 2.3
bijlage 1 1 2 1 2 2 2 2
de locatie is in gebruik geweest als landbouwgrond
A, D
aanpassing strategie -
nee nee nee nee
D D D A, B
-
bron A
aanpassing strategie -
A
-
Toekomstig gebruik
bestemming bodembedreigende activiteiten, opslag van bodembedreigende (brand-)stoffen
beoogd wordt een ruimte voor ruimte woning op te richten op de onderzoekslocatie nee
rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
4
2.4
Beschikbare onderzoeksgegevens bron
onderzoek op locatie onderzoek in directe omgeving
2.5
er zijn geen onderzoeken bekend van de locatie op het adres Strijp 6 staan een bovengrondse dieseltank (in de machineloods) en een voormalige in 2016 gesaneerde hbo tank (tegen de westgevel van de meest westelijke stal) vermeld in het BOOT register, gelegen binnen de bebouwing van het agrarisch erf en op ca 32 en ca 45 meter afstand van de onderzoekslocatie
B B
aanpassing strategie -
Bodem- en geohydrologische gegevens
deklaag eerste watervoerend pakket scheidende laag
Bodemopbouw fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag. kleihoudende afzettingen
Nuenengroep
0-10 m-mv
Formatie van Sterksel/Veghel Kedichem/Tegelen
10-80 m-mv 80-180 mmv
hydrologie diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2.6
1,0-1,5 m-mv noordelijk
Hypothese en onderzoeksstrategie
(deel)-locatie onderzoekslocatie
oppervlakte 1.620 m²
hypothese onverdacht
boringen
analyses
8 tot 0,5 m-mv 3 standaardpakket grond 2 tot 2,0 m-mv/grondwater 1 peilbuis 1 standaardpakket grondwater Op basis van het vooronderzoek is de locatie onverdacht voor aanwezigheid van asbest in de bodem. Een asbestonderzoek conform NEN5707 maakt derhalve geen deel uit van de onderzoeksstrategie. De bodem wordt visueel beoordeeld op aanwezigheid bijmenging van puin, baksteen en asbestverdachte fragmenten. Zo nodig wordt de strategie bijgesteld op basis van veldbevindingen.
rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
5
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1
Veldwerkzaamheden
verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 26 mei 2020 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 afwijkingen bijzonderheden conform protocol 2002 datum veldmedewerker(s) afwijkingen bijzonderheden
ja 2 juni 2020 M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 -
conform protocol 2018 n.v.t. datum veldmedewerker(s) afwijkingen bijzonderheden • In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen 3.2
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
boring
diepte boring traject soort waargenomen bijzonderheden (m -mv) (m -mv) 01 1,70 0,00 - 0,70 Zand sporen baksteen 02 0,50 0,00 - 0,50 Zand resten baksteen 03 0,50 0,00 - 0,50 Zand spikkels baksteen De aangetroffen baksteen wordt als bodemvreemd beschouwd. Inspectie van het maaiveld en het beoordelen van opgeboorde grond met zeer lichte bijmenging van baksteen vormden geen aanleiding voor het verrichten van asbestanalyses. 3.3
Meetgegevens grondwater
filterdiepte grondwaterstand zuurgraad (pH) EC in µS/cm troebelheid in NTU (m-mv) (m-mv) peilbuis 10 2,00 - 3,00 0,97 6,1 669 5,12 De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater.
rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
6
3.4
Chemische analyse en monsterselectie
De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Al-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI). 3.5
Geselecteerde grondmonsters en chemische analyses
Analysemonster BG1
Traject (m mv)
Deelmonsters
Analysepakket1
reden/motivatie
0,00 0,50
NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000)
bovengrond, zeer licht baksteenhoudend
BG2
0,00 0,50
NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000)
bovengrond, visueel schoon
OG1
0,50 1,70
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 01 (0,70 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 05 (0,50 - 1,00) 05 (1,20 - 1,70) 10 (0,50 - 1,00) 10 (1,10 - 1,60)
NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000)
ondergrond, visueel schoon
1)Het NEN 5740 standaardpakket bodem bestaat uit de volgende parameters: droogrest, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK, minerale olie.
De analyseresultaten hebben geen aanleiding gegeven individuele monsters separaat te analyseren. 3.6
Overzicht grondwatermonsters en chemische analyses
Peilbuis peilbuis 10 grondwater
Filterdiepte in m-mv 2,00 - 3,00
Analysepakket standaardpakket grondwater1
Bijzonderheden -
1)Het standaardpakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.
Alle geanalyseerde grondwatermonsters zijn voorbehandeld conform AS 3000 zoals per 1 januari 2008 is voorgeschreven.
rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
7
4
RESULTATEN
4.1
Toetsingskader
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en grondwater aan de achtergrondwaardes grond en streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater. De achtergrondwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In onderhavig rapport worden de volgende termen gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: -
niet verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; licht verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de achtergrondwaarde maar lager dan of gelijk aan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde, index ((GSSD - AW) / (I - AW)) groter dan 0,0 maar kleiner dan 0,5; matig verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde, index ((GSSD - AW) / (I - AW)) groter dan 0,5 maar kleiner dan 1,0; sterk verontreinigd: de concentratie aan verontreinigingen is hoger dan de interventiewaarde, index ((GSSD - AW) / (I - AW)) groter dan 1,0.
-
-
Uit de NEN 5740 kan het volgende worden afgeleid. Uitvoering van vervolgonderzoek is in de meeste gevallen alleen noodzakelijk wanneer de concentratie van een stof de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde overschrijdt (index > 0,5). Deze waarde wordt ook in de Leidraad Bodembescherming gehanteerd als de concentratiegrens waarboven een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Bij overschrijding van de interventie-waarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. 4.2
Toetsing analyseresultaten grond en grondwater
De analyseresultaten van de grond zijn getoetst aan de achtergrond- (A) en interventiewaarden (I) uit de circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering [Staatscourant 2000-39]. In de toetsingstabel zijn zowel de achtergrondwaarden (A) als de interventiewaarden (I) voor microverontreinigingen opgenomen. De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van het (gemeten) lutum- en organisch stofgehalte van de bodem. De analyseresultaten van het grondwater zijn getoetst aan de streef- (S) en interventiewaarden (I). De gemeten waarden van de onderzochte (meng-)monsters met overschrijdingstabellen zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen. 4.3
Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters en interpretatie
(deel)locatie
monster BG1
0,00 - 0,50
bovengrond, visueel schoon
BG2
ondergrond, visueel schoon grondwater
bovengrond, zeer licht baksteenhoudend
1Index
traject
overschrijding achtergrond- of streefwaarde Koper (0,23) Zink (0,02)
overschrijding interventiewaarde -
0,00 - 0,50
-
-
OG1
0,50 - 1,70
-
-
10-1-1
2,00 - 3,00
Barium (0,03)
-
(GSSD - AW) / (I - AW)
Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm NEN 5740) welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening te worden gehouden met een zeker restrisico. Een bodemonderzoek is een momentopname waarbij steekproefsgewijs boringen worden verricht en peilbuizen worden geplaatst op een veelal willekeurige, maar meest voor de hand liggende locatie. Derhalve kan nooit uitgesloten worden dat op de onderzoekslocatie verontreinigingen aanwezig zijn die bij dit onderzoek niet zijn aangetoond. Bodeminzicht kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
8
5
CONCLUSIES EN ADVIES
Resultaten In het mengmonster van de baksteenhoudende bovengrond (BG1) zijn gehaltes aan koper en zink gemeten boven de achtergrondwaarden. De gehaltes zijn gerelateerd aan de bijmenging van baksteen en vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In het mengmonster van de visueel schone bovengrond (BG2) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de visueel schone ondergrond (OG1) zijn eveneens geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 10 is een gehalte aan barium gedetecteerd boven de streefwaarde. De verhoging aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde en behoeft geen nader onderzoek. Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen niet geheel overeen met de hypothese. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De bodem wordt, ondanks de lichte bijmenging van baksteen, niet als asbestverdacht beschouwd. Een asbestonderzoek conform NEN5707 heeft niet plaatsgevonden. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt, ons inziens, geen belemmering voor de beoogde oprichting van een ruimte-voor-ruimte woning. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar.
Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.
rapport B2480 Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel
9
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoekslocatie
onderzoekslocatie
Kadastrale kaart
Uw referentie: B2480
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Aarle-Rixtel C 4347
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 5 mei 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 2 Situatietekening met boorpunten
05 04
11
06 03
stallen achter 6
10
02
07
09
08 01
Situatietekening met boorlocaties Project:
Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel Projectnummer:
B2480 0m
Legenda: begrenzing onderzoekslocatie boringen tot 0,5 m-mv boringen 0,5 tot 2,0 m-mv boringen met peilbuis Asbestproefgat 25 m
hoog Strijp
Datum:
09-06-2020 klinkers
grind
tegels
beton
onverhard
asfalt
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
26-5-2020
Datum:
26-5-2020
GWS: Boormeester:
150 Michel Gloudemans
Boormeester:
Michel Gloudemans
weiland
0
weiland
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
2
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
100
3
150 Zand, zeer fijn, sterk siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
26-5-2020
Datum:
26-5-2020
Boormeester:
Michel Gloudemans
Boormeester:
Michel Gloudemans
weiland
0
weiland
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, spikkels baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
1
50
Projectnaam: Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel Projectcode: B2480 'getekend volgens NEN 5104'
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
26-5-2020
Datum:
26-5-2020
GWS: Boormeester:
160 Michel Gloudemans
Boormeester:
Michel Gloudemans
weiland
0
weiland
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
1
50
50 Zand, zeer fijn, matig siltig, matig roesthoudend, neutraal beigeoranje, Edelmanboor 2
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor 3
150
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
26-5-2020
Datum:
26-5-2020
Boormeester:
Michel Gloudemans
Boormeester:
Michel Gloudemans
weiland
0
weiland
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
1
50
Projectnaam: Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel Projectcode: B2480 'getekend volgens NEN 5104'