8b 20211117 Raadsvoorstel Delegatie wijzigen omgevingsplan.docx
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d. 9 december 2021
Aan de raad, Onderwerp Delegatie wijzigen omgevingsplan Portefeuillehouder J.H.C.M. Briels Beslispunten 1. aan het college van burgemeester en wethouders de vaststelling van de volgende delen van het omgevingsplan Laarbeek te delegeren: a. de delen waarop in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in verbintenis met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid is gegeven om dat deel te wijzigen, zoals is bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, en b. de delen waarop in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in verbintenis met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid is gegeven om dat deel uit te werken, zoals is bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening, en c.
het conform artikel 4.17 Omgevingswet in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met verleende omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, en
d. het doorvoeren van technische wijzigingen in het omgevingsplan of wijzigingen die zijn ingegeven door hogere wet- en regelgeving, en e. het beleidsneutraal overhevelen van gemeentelijke verordeningen in het omgevingsplan. 2. dat dit besluit in werking treedt op de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt en aangehaald wordt als ‘besluit van de gemeenteraad van 9 december 2021 betreffende delegatie wijzigen omgevingsplan’.
3. dat de werking van dit besluit door het college van burgemeester en wethouders na 1 jaar na inwerkingtreding van dit besluit wordt geëvalueerd en dat die evaluatie uiterlijk 20 maanden na die inwerkingtreding aan onze raad wordt voorgelegd. Samenvatting Naar verwachting treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de nieuwe taakverdeling tussen raad en college zijn vastgesteld. De delegatie van de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten betreft het overhevelen van de huidige taakverdeling tussen raad en college naar de nieuwe wetssystematiek. De overige voorgestelde delegatiebesluiten betreffen beleidsneutrale, technische en beleidsarme wijzigingen van het omgevingsplan. Dit past bij de beoogde cultuurverandering die onderdeel uitmaakt van de Omgevingswet: de raad is aan zet wanneer het moet en het college wanneer het kan.
Aanleiding Naar verwachting treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de nieuwe taakverdeling tussen raad en college zijn vastgesteld. Krachtens artikel 2.8 en 22.1 van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid en bevoegdheid vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. Hiermee wordt de voorbereidingsprocedure omtrent het omgevingsplan zoveel mogelijk vereenvoudigd en versneld. Beoogd effect en/of resultaat Met het voorstel wordt beoogd de huidige werkwijze en bevoegdheid met betrekking tot wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten voort te kunnen zetten na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tevens wordt beoogd aan te sluiten bij de beoogde cultuurverandering van de Omgevingswet: de raad is aan zet wanneer het moet en het college wanneer het kan.
Argumenten 1. Waarborgen van flexibiliteit van het omgevingsplan Het omgevingsplan moet een flexibel plan zijn. Een van de manieren om de flexibiliteit te waarborgen, is de mogelijkheid om de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren. Door het delegeren van het wijzigen van limitatief in dit voorstel opgenomen onderdelen van het omgevingsplan kunnen die onderdelen snel worden gewijzigd naar aanleiding van actuele inzichten of omstandigheden. 2. Het speelt in op de beoogde rol van de raad onder de Omgevingswet Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat gemeenteraden zich meer gaan focussen op visievorming en kaderstelling enerzijds, en controle en verantwoording anderzijds. Gemeenteraden gaan kijken naar waar men zich echt over moet buigen. Het generiek delegeren van het wijzigen van die delen van het omgevingsplan waar de raad zich niet over hoeft te buigen - beleidsneutrale, technische en beleidsarme wijzigingen - zorgt dat hier ruimte voor is. 3. Wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten beleidsneutraal op laten gaan in omgevingsplan van rechtswege (beslispunt 1.a en 1.b) Totdat het permanente omgevingsplan volledig is vastgesteld (uiterlijk 31 december 2029) wordt gewerkt met het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege.
Door wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten te delegeren, gaan de bestemmingsplannen beleidsneutraal op in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege. Als deze bevoegdheden niet gedelegeerd zouden worden, zou een collegebevoegdheid onder huidig recht na inwerkingtreding van de Omgevingswet een raadsbevoegdheid worden. 4. Afwijkingsvergunningen leiden tot wijziging van het omgevingsplan (beslispunt 1.c) Op grond van artikel 4.17 Omgevingswet moet het omgevingsplan uiterlijk 5 jaar na het onherroepelijk worden van een vergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit in overeenstemming gebracht worden met die vergunning. Aangezien de beleidsmatige keuze dan al gemaakt is, stellen we voor deze technische verwerking in het omgevingsplan te delegeren aan het college. 5. Acceptabele werkdruk voor de gemeenteraad (beslispunt 1.d en 1.e) Wanneer de raad de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen niet delegeert aan het college ten aanzien van beleidsneutrale, technische en beleidsarme wijzigingen, dient de gemeenteraad over al die gevallen te adviseren wanneer ze de revue passeren. Hiermee bestaat de mogelijkheid van een significant hogere werkdruk voor de raad. Het is hierdoor mogelijk dat andere taken van de gemeenteraad in het geding komen. Kanttekeningen o.a. financiële, juridische, communicatieve en veiligheidsaspecten 1.
Besluit wordt genomen met de kennis van nu We weten nog niet precies hoe de praktijk er straks uit gaat zien. We weten nog niet welke ruimtelijke ontwikkelingen er precies aan ons voorgelegd gaan worden en waar de raad zelf over wil beslissen. Wanneer blijkt dat de raad vaker waarde hecht aan het mogelijk maken van een initiatief via een wijziging van het bestemmingsplan of omgevingsplan dan verwacht,
kan dit besluit aangepast worden. Belangrijk vertrekpunt in deze experimentele beleidswijziging is bovendien dat het college zich zeer bewust is van de gezamenlijke zoektocht naar een nieuwe taakverdeling tussen raad en college. Dat het college nu meer beslissingsruimte krijgt, wil niet zeggen dat het college ook altijd van die beslissingsruimte gebruik zal maken. 2. Geen kwalitatief oordeel over de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten Het gaat om een generiek delegatiebesluit, waarmee geen uitspraak wordt gedaan over de nut en noodzaak van specifieke bevoegdheden en/of plichten. Het generiek delegeren van alle wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten heeft geen nadelen, er wordt daarmee voorzien in alle mogelijke ontwikkelingen. Uiterlijk 31 december 2029 worden de bestemmingsplannen waar de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten op gebaseerd zijn vervangen door het permanente omgevingsplan. In het kader daarvan wordt het nut en de noodzaak van deze bepalingen opnieuw beoordeeld en worden ze waar nodig vervangen door vergelijkbare bevoegdheden en verplichtingen onder de Omgevingswet. 3. Rolverandering raad Met dit besluit zal de gemeenteraad voortaan alleen nog direct betrokken zijn bij de besluitvorming over ruimtelijke initiatieven met grote impact op de omgeving.
Dit past bij de beoogde cultuurverandering die onderdeel uitmaakt van de Omgevingswet: de raad is aan zet wanneer het moet en het college wanneer het kan. College en raad zullen samen op zoek moeten naar een nieuwe taakverdeling en de enige manier om de nieuwe balans te vinden is door een experiment aan te gaan en dat bijtijds te evalueren zodat bijgestuurd kan worden. Financiën N.v.t. Communicatie Met betrekking tot de opstelling van dit voorstel is geen sprake geweest van inwonersparticipatie. Wel is de raad middels de raadssessies op 27 mei 2021 en 16 september 2021 ingelicht over de mogelijkheden met betrekking tot het delegatiebesluit. Veiligheidsaspecten N.v.t. Vervolgstappen De werking van dit besluit wordt door het college na 1 jaar na inwerkingtreding van dit besluit (oftewel: 1 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet) geëvalueerd. Deze evaluatie zal uiterlijk 20 maanden na die inwerkingtreding met de raad worden besproken. Indien nodig zal in het kader van die evaluatie een aangepast nieuw delegatiebesluit worden voorgelegd. Bijlagen (meegezonden stuk(ken), ter inzage gelegde stukken) N.v.t.
Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris van Laarbeek
de burgemeester van Laarbeek
J.W.M. van de Ven
F.L.J. van der Meijden