8 20250612 Bijlage 2cc Bijlagenboek Toelichting BP Helmondseweg - Duivenakker (geredigeerd)_v1
Tekst van het document
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en Duivenakker 1 en 6 te Aarle-Rixtel Kadastrale gegevens: gemeente Aarle-Rixtel, sectie C, nummer 3575, 3612, 3613, 3614, 4036, 4074 en 4552
Projectnummer: Datum:
20231678 20 juli 2023
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en Duivenakker 1 en 6 te Aarle-Rixtel Kadastrale gegevens: gemeente Aarle-Rixtel, sectie C, nummer 3575, 3612, 3613, 3614, 4036, 4074 en 4552
Opdrachtgever AROM - Juridisch Adviesbureau Laan door de Veste 1 5708 ZZ Helmond Auteur
Adviesbureau MILON bv
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
info@milon.nl / www.milon.nl 073 – 5477253 Status
definitief Datum
20 juli 2023
Projectnummer 20231678
Versie 1
Projectleider en kwaliteitscontrole
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel............................................................................................................. 3 1.2 Opbouw van het rapport ................................................................................................ 3 1.3 Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid .................................................................... 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................................................................. 4 2.1 Algemeen .............................................................................................................................. 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ................................................................................... 4 2.3 Terreininspectie ................................................................................................................... 5 2.4 Gebruik en potentiële bronnen .................................................................................... 5 2.5 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................... 6 2.6 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie ................................
7 3 Conclusies en hypothese .............................................................................................................. 8 Bijlagen Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Situatietekening Bijlage 3: Foto’s
1
Inleiding
MILON bv te Veghel (hierna te noemen MILON) heeft in opdracht van AROM - Juridisch Adviesbureau een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en Duivenakker 1 en 6 te Aarle-Rixtel. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Norm NEN 5725. 1.1
Aanleiding en doel
1.2
Opbouw van het rapport
Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); conclusies en hypothese (hoofdstuk 3).
De bijbehorende topografische overzichtskaart, tekening en foto’s zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen. 1.3
Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid
Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON is geen eigenaar van de onderzoekslocatie, heeft geen persoonlijk of zakelijk recht op de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven onafhankelijkheid geborgd. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een vooronderzoek slechts bestaat uit een dossieronderzoek en een terreinverkenning, er worden geen boringen worden verricht en geen analyses uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20231678
Pagina 3 van 8
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2.1
Algemeen
Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie opdrachtgever en eigenaar; Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; Historisch topografisch kaartmateriaal, topotijdreis; Actuele luchtfoto’s (Google Earth); Grondwaterkaart van Nederland/Atlas leefomgeving; Kadaster; DINOloket. Onderdeel van het vooronderzoek is een terreininspectie. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk. De inspectie is uitgevoerd op 14 juli 2023 door de heer W. (Wesley) Deenen, ervaren en erkende veldmedewerker en medewerker van MILON 2.2
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 5 meter beneden maaiveld. Gezien het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht.
Het onderzoeksgebied is gelegen op bedrijventerrein Duivenakker en de locaties zijn in gebruik als wonen met tuin. Er zijn geen bedrijfsmatige activiteiten met uitzondering van Helmondseweg 22 waar een showroom aanwezig is op het noordelijke gedeelte van het perceel en hier vindt verkoop van houtkachels, gashaarden en stijlschouwen plaats. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en Duivenakker 1 en 6 te Aarle-Rixtel
Kadastrale gegevens locatie
gemeente Aarle-Rixtel, sectie C, perceelnummer 3575, 3612, 3613, 3614, 4036, 4074 en 4552
Bebouwing
woningen en bedrijfswoningen met bedrijfspand
Oppervlakte locatie (in m )
circa 7.046
Verhardingen
tegels, klinkers
2
Projectnummer: 20231678
Pagina 4 van 8
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (geel omrand). 2.3
Terreininspectie
2.4
Gebruik en potentiële bronnen
Bron: Qgis
Op 14 juli 2023 is een inspectie van het terrein uitgevoerd door de heer W. (Wesley) Deenen, ervaren veldwerker en medewerker van MILON. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de tekening in bijlage 2 en de foto’s in bijlage 3. Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. De locaties zijn in gebruik als wonen met tuin en ter plaatse van Helmondseweg 22 vindt verkoop van houtkachels, gashaarden en stijlschouwen plaats. Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie al voor 1900 en tot omstreeks 1994 agrarisch in gebruik. Vanaf 1995 tot heden wordt gebied ontwikkeld tot industriegebied Duivenakker. Op de onderzoekslocatie worden kleine bedrijven met bijhorende bedrijfswoningen gerealiseerd. Voor zover bekend hebben er geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Figuur 2: uitsnedes uit historische kaarten.
1900 Projectnummer: 20231678
Bron: Topotijdreis.nl
1975
2021 Pagina 5 van 8
Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn geen potentieel bodembelastende activiteiten uitgevoerd. De bebouwing dateert vanaf 1995. Gezien dit bouwjaar (vanaf 1993 geldt een verbod op de verkoop en op de beroepsmatige toepassing van asbest) wordt niet verwacht dat asbesthoudende materialen in het pand aanwezig zijn (geweest). Binnen de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen sloopactiviteiten en/of geen calamiteiten plaatsgevonden, waarbij asbest op of in de bodem is geraakt. Het wordt daarom niet waarschijnlijk geacht dat asbesthoudende materialen in de bodem terecht zijn gekomen. Er zijn op locatie geen directe bronnen bekend voor PFAS-verontreiniging. Algemeen is bekend dat door depositie PFAS in de bodem voorkomt in Nederland. Indien aan- of afvoer van grond plaatsvindt dan kan het afhankelijk van de bestemming van de grond noodzakelijk zijn onderzoek naar PFAS in de bodem te verrichten 2.5
Uitgevoerde bodemonderzoeken
Binnen de onderzoekslocatie (ter plaatse van Helmondseweg 24b) is tot op heden één bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving (ten noorden van Helmondseweg 20) is eveneens één bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van uitgevoerd onderzoek ter plaatse van en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie worden in de grond en het grondwater licht verhoogde waarden voor parameters uit het standaardpakket verwacht. De onderzoeken betreffen: Op onderzoekslocatie: 1. Helmondseweg ong. Aarle-Rixtel, Projectnummer B1927, Bodem-Inzicht, 7 september 2017. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met voorgenomen nieuwbouw. In de zintuiglijk schone bovengrond van de vaste bodem (BG1 en BG2) zijn gehaltes aan PCB gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondmengmonster BG2 zijn daarnaast gehaltes aan koper, zink en cadmium gemeten boven de achtergrondwaarden. In de visueel schone ondergrond is een gehalte aan PCB gemeten boven de achtergrondwaarde. De gehaltes aan zware metalen en PCB zijn marginaal verhoogd en vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In het grondwater plaatse van peilbuis 01 zijn gehaltes aan nikkel, zink, cadmium en barium gedetecteerd boven de streefwaarden. De verhogingen aan metalen worden toegeschreven aan regionaal verhoogde achtergrondwaardes. De overschrijdingen vormen geen aanleiding voor nader onderzoek. In de directe omgeving: 2.
Historisch Onderzoek naar bodemverontreiniging Helmondseweg 18 te Aarle-Rixtel, Projectnummer 468465, SRE Milieudienst, maart 2009. De activiteiten waarvoor deze locatie in het kader van de werkvoorraad onderzocht wordt zijn: Chemische ververij; - Textielververij. In februari en maart 1920 zijn aan respectievelijk G. Spiele en H. van de Ven Hinderwetvergunningen afgegeven voor het oprichten van een ververij. De locatie was toen bekend als Kanaaldijk B85. In 1921 is aan G. Spiele een Hinderwetvergunning verleend voor het uitbreiden van een ververij door plaatsen van een elektromotor. Uit het archief van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de inrichting is opgeheven in 1924. Tegenwoordig is op de locatie een woonhuis gevestigd. Op basis van historisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat op de locatie sprake is van een potentiële ernstige bodemverontreiniging. Het betreft een potentiële spoedlocatie. Aanbevolen wordt om op deze locatie een oriënterend onderzoek uit te voeren. Projectnummer: 20231678
Pagina 6 van 8
2.6
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 20 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, klei). Hieronder is tot circa 40 m-mv de formatie van Beegden (zand, matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, fijn tot grof, lokaal zandig; stenen; keien; blokken; klei, lokaal siltig tot zandig) aanwezig. Hieronder is de formatie van Sterksel (Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig) aanwezig. Het onderzoeksgebied ligt niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. De grondwaterstromingsrichting van het freatisch grondwater is regionaal noordwestelijk gericht. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit naar verwachting voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse Industrie.
Uit de bodemkwaliteitskaart PFAS blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen is in zone 7 Zuidoost-Brabant. Op basis van de PFAS-gehalten voldoet de ontgravingsklasse naar verwachting aan Landbouw / Natuur.
Projectnummer: 20231678
Pagina 7 van 8
3
Conclusies en hypothese
MILON heeft een milieuhygiënisch vooronderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd ter plaatse van Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en Duivenakker 1 en 6 te Aarle-Rixtel. Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie al voor 1900 en tot omstreeks 1994 agrarisch in gebruik. Vanaf 1995 tot heden wordt gebied ontwikkeld tot industriegebied Duivenakker. Op de onderzoekslocatie worden kleine bedrijven met bijhorende bedrijfswoningen gerealiseerd. De locaties zijn in gebruik als wonen met tuin en ter plaatse van Helmondseweg 22 vindt verkoop van houtkachels, gashaarden en stijlschouwen plaats. Voor zover bekend hebben er geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Op basis van uitgevoerd onderzoek ter plaatse van en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie worden in de grond en het grondwater licht verhoogde waarden voor parameters uit het standaardpakket verwacht. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat voldoende inzicht is verkregen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de locatie worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Op basis hiervan wordt geen belemmering verwacht voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.
Indien een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op de locatie dan kan deze worden uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5740 en de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie. Hierbij dient de bodem onderzocht te worden op het standaardpakket grond en grondwater. Indien afvoer van grond of waterbodem plaatsvindt dan kan het afhankelijk van de bestemming van het materiaal noodzakelijk zijn onderzoek naar PFAS in de bodem te verrichten.
Projectnummer: 20231678
Pagina 8 van 8
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
Projectnummer: 20231678 Datum: 19 juli 2023
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2: Situatietekening
Projectnummer: 20231678 Datum: 19 juli 2023
4
2
3607
3615 8-C-3615
8-C-3607
10
1a
3604 3571
3567
8-C-3604
8-C-3571
3605
8-C-3567
8-C-3605
6.2
18
3606 8-C-3606
6.1
6.5
6.9
3608
1.12
8-C-3608
3614 8-C-3614
3613
6.6
6. 3
6.1 0
1.1
8-C-3613
1.8
1.7
6.4
1.13
1.9
8
1 1.2
1.11
1.1 0
22a
5.7
6a
20a
6.8
1.14
4073 8-C-4073
6.7
ven akk e
r
4.7
5.4
5
8-C-3612
5.5
5.2
4.8
2.5
6.1
1
5.
3
4.4
2.6
2.3
1.6
2.2
1.3
2. 4
6
3
8-C-4074
4.
4074
2.1
1.5
2.7
22
1
1.4
5.
2.8
5
5.8
8-C-3573
3612
2.1
Dui
1c 3573
5. 6 5 4.
1.15
De
8-C-3572
8-C-4035
6 4.
3572
20
4035
4.2
2.9 4. 9
4036 8-C-4036
1 2
5.
1
3.
4.
6
9
4 3.
4.10
3.
10
5.
2.13
3 3.
24
6 3.
4.
3.7
10
11
8
2.
11
4
3549 8-C-3549
5
2.
3.
2.12
4.1
2
4552 8-C-4552
3.9
b 24
2
3. 10
8 4.
1
3.
4553 8-C-4553
3
He lm
on ds e
we g
4
LEGENDA Betreft
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Locatie
Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en De Duivenakker 1 en 6 Aarle-Rixtel
onderzoekslocatie 3450
perceelsgrens
8-C-3450
N
bestaande bebouwing
0
1
fotolocatie
1
deellocatie 5
10
15
20
Plaats
Figuur
Ligging onderzoekslocatie
Bestand
P:\PROJECTEN\AARLE RIXTEL\HELMONDSEWEG-DUIVENAKKER\TEKENINGEN\20231678 HELMONDSEWEG-DE DUIVENAKKER AARLE-RIXTEL.DWG
25 meter Bijlage Project
3449 8-C-3449
schaal 1:500
Getekend
2 20231678 SdV
Formaat Schaal
A3 1:500
zuiver in advies & onderzoek
Rembrandtlaan 4, 5462 CH Veghel T 073-5477253 - E info@milon.nl AAN DEZE TEKENING KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND
Bijlage 3: Foto’s
Projectnummer: 20231678 Datum: 19 juli 2023
Deellocatie 01 De Duivenakker 1
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
pagina 1 van 15
Foto 6
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
pagina 2 van 15
Foto 12
Foto 13
Foto 14
Foto 15
pagina 3 van 15
Deellocatie 02 De Duivenakker 6
Foto 16
Foto 17
Foto 18
Foto 19
Foto 20
pagina 4 van 15
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
Foto 25
Foto 26
pagina 5 van 15
Foto 27
Foto 28
Foto 29
Foto 30
pagina 6 van 15
Deellocatie 03 Helmondseweg 24B
Foto 31
Foto 32
Foto 33
Foto 34
Foto 35
pagina 7 van 15
Foto 36
Foto 37
Foto 38
Foto 39
Foto 40
pagina 8 van 15
Deellocatie 04 Helmondseweg 24
Foto 41
Foto 42
Foto 43
Foto 44
Foto 45
pagina 9 van 15
Foto 46
Foto 47
Foto 48
Foto 49
Foto 50
Foto 51
pagina 10 van 15
Foto 52
Foto 53
Foto 54
pagina 11 van 15
Deellocatie 05 Helmondseweg 22
Foto 55
Foto 56
Foto 57
Foto 58
Foto 59
pagina 12 van 15
Foto 60
Foto 61
Foto 62
Foto 63
Foto 64
pagina 13 van 15
Deellocatie 06 Helmondseweg 20
Foto 65
Foto 66
Foto 67
Foto 68
Foto 69
pagina 14 van 15
Foto 70
Foto 71
Foto 72
Foto 73
Foto 74
Foto 75
pagina 15 van 15
QUICKSCAN MILIEUASPECTEN HELMONDSEWEG AARLE-RIXTEL
1
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel 20231269.v06 10 maart 2025 AROM
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
2
INHOUDSOPGAVE 1. 2.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 5 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................................................. 6
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
Milieuzonering.............................................................................................................................. 6 Onderzoeksvragen ...................................................................................................................... 6 Uitwaartse of inwaartse milieuzonering ....................................................................................... 6 Omgevingstypen .......................................................................................................................... 6 Richtafstanden ............................................................................................................................. 7 Beoordeling.................................................................................................................................. 7
3.
GEUR ............................................................................................................................................ 10
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Soorten geur .............................................................................................................................. 10 Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................. 10 Geurnormen en afstanden ......................................................................................................... 10 Beoordeling................................................................................................................................ 10
4.
LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................... 13
4.1. 4.2. 4.3.
Grenswaarden Wet milieubeheer .............................................................................................. 13 Besluit niet in betekenende mate bijdragen .............................................................................. 13 Beoordeling................................................................................................................................ 13
5.
GELUID ......................................................................................................................................... 15
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
Soorten geluid............................................................................................................................ 15 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................... 15 Industrielawaai ........................................................................................................................... 15 Railverkeerslawaai..................................................................................................................... 15 Vliegverkeerslawaai ................................................................................................................... 15
6.
EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................ 16
6.1. 6.2. 6.3.
Wettelijk kader ........................................................................................................................... 16 Kernbegrippen ........................................................................................................................... 16 Beoordeling................................................................................................................................ 17
7.
STIKSTOF ..................................................................................................................................... 19
7.1. 7.2. 7.3.
Wet natuurbescherming ............................................................................................................ 19 AERIUS Calculator .................................................................................................................... 19 Beoordeling................................................................................................................................ 19
8.
VOLKSGEZONDHEID .................................................................................................................. 20
8.1.
Veehouderijen............................................................................................................................ 20
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
3
8.2. 8.3.
Spuitzones ................................................................................................................................. 22 Hoogspanningsleidingen ........................................................................................................... 23
9.
BODEM ......................................................................................................................................... 24
9.1. 9.2.
Wettelijk kader ........................................................................................................................... 24 Beoordeling................................................................................................................................ 24
10.
WATER ...................................................................................................................................... 25
10.1. 10.2.
Wettelijk kader ....................................................................................................................... 25 Beoordeling............................................................................................................................ 25
12.
CONCLUSIE.............................................................................................................................. 26
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
4
1.
INLEIDING
De initiatiefnemer wil ter plaatse van de adressen Helmondseweg 20, 22 en 24 het bestemmingsplan ‘Kom Aarle-Rixtel’ wijzigen. Deze locaties hebben een bedrijfsbestemming. In de beoogde situatie is sprake van een woonbestemming. Het plangebied is in onderstaande afbeelding weergegeven.
Afbeelding 1. Plangebied
Deze rapportage bevat een beoordeling van alle relevante milieuaspecten ten aanzien van dit plan, in de vorm van een quickscan.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
5
2.
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
2.1. Milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd.
2.2. Onderzoeksvragen Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: - is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? - worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.
2.3. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.
2.4. Omgevingstypen In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
6
2.5. Richtafstanden Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; b. de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1. Tabel 1. Richtafstanden Milieucategorie
afstand tot rustige woonwijk / buitengebied
afstand tot gemengd gebied
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
2.6. Beoordeling Omgevingstype De omgeving van het plangebied bestaat uit woon- en bedrijfsfuncties. Daarom moet worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Uitwaartse milieuzonering De beoogde woonbestemmingen vormen geen milieubelastende functie. Een analyse van uitwaartse milieuzonering is niet nodig.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
7
Inwaartse milieuzonering Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald, zie tabel 2. De richtafstanden zijn gebaseerd op een gemengd gebied. Tabel 2. Richtafstanden milieubelastende functies Inrichting, bestemming
SBI, omschrijving
Richtafstand (m) Gemengd gebied Geur
Stof
Geluid
Gevaar
SBI 132: Weven van textiel – aantal weefgetouwen < 50
0
0
50
0
SBI 133: Textielveredelingsbedrijven
30
0
30
0
De Duivenakker 7a, garage
SBI 451, 452, 454: Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
0
0
10
0
De Duivenakker 5a, garage
SBI 451, 452, 454: Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
0
0
10
0
De Duivenakker 1a, kantoor
SBI 63 69 t/m 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82: Overige zakelijke dienstverlening: Kantoren
0
0
0
0
De Duivenakker 6A, opslag
SBI 521: Opslag
0
0
0
0
De Duivenakker 4, fysiotherapie
SBI 9609: Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
0
0
0
0
Bosscheweg 79, textielfabriek
De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op afbeelding 2 (feitelijk).
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
8
Afbeelding 2. Richtafstanden feitelijk
Ten aanzien van de aspecten geur, stof geluid en gevaar is geen sprake van een knelpunt. Maatgevend is de textielfabriek ligt op ongeveer 80 meter van het plangebied. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor geur, stof geluid en gevaar.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
9
3.
GEUR
De bedrijfswoningen zijn bestaande geurgevoelige objecten. Met de beoogde bestemmingswijzing verandert het beschermingsniveau niet. De woningen zijn geurgevoelige objecten en blijven geurgevoelige objecten. Er is geen verandering in geurnorm of andere wijze van bescherming. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de mogelijkheden van omliggende bedrijven worden niet geschaad. Ondanks het bovenstaande is met oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat een beoordeling van het aspect geur gemaakt.
3.1. Soorten geur Er wordt onderscheid gemaakt in agrarische geur en industriële (overige) geur. In hoofdstuk 2 is toegelicht dat het plangebied niet binnen een richtafstand voor het aspect geur ligt. De richtafstanden voor het aspect geur van agrarische bedrijven volstaan niet in alle gevallen. Daarom wordt hieronder het aspect agrarische geur nader toegelicht.
3.2. Wet geurhinder en veehouderij In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten.
3.3. Geurnormen en afstanden De standaardnormen uit de Wgv zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3. Geurnormen en afstanden volgens de Wet geurhinder en veehouderij Norm Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Geurnorm* 3 ouE/m3 14 ouE/m3 Afstand 100 meter 50 meter * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Laarbeek ligt in een concentratiegebied.
De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen en afstanden aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor in de 'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Laarbeek’ een aangepaste geurnorm van 1,5 ouE/m3 is opgenomen.
3.4. Beoordeling De veehouderijen in de omgeving en de totale geuremissies per veehouderij zijn weergegeven op afbeelding 4.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
10
Afbeelding 4. Veehouderijen en geuremissies
Afstanden De dichtstbijzijnde veehouderij is Oliemolen 1 en ligt op ongeveer 745 meter van het plangebied. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden veehouderijen niet in de belangen geschaad. Voorgrondbelasting De dichtstbijzijnde veehouderij met een relevante geuremissie aan Oliemolen 1 ligt op een afstand van ongeveer 745 meter van het plangebied. Gezien de geuremissie in relatie tot de afstand tot het plangebied kan op voorhand worden gesteld dat de voorgrondbelasting niet relevant zal zijn. Dit is ook af te lezen uit de kaart met de geurcontouren ten aanzien van achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting), zie afbeelding 5. Aangezien bestaande geurgevoelige objecten zijn gelegen tussen de veehouderijen en het plangebied worden de veehouderijen niet in hun belangen geschaad. Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting is aangegeven op afbeelding 5 (kaart ODZOB, maart 2022).
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
11
Afbeelding 5. Achtergrondbelasting (bron ODZOB)
Het woon- en leefklimaat is ‘zeer goed’. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
12
4.
LUCHTKWALITEIT
4.1. Grenswaarden Wet milieubeheer In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de grenswaarden uit bijlage 2 de Wm. Voor de toegestane concentraties NO2 en PM10 gelden de volgende grenswaarden: - voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie.
4.2. Besluit niet in betekenende mate bijdragen Op basis van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) kan worden beoordeeld of een project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze projecten hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Projecten met een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde worden als NIBM beschouwd. Voor de stoffen NO2 en PM10 is dit het geval bij een toename van maximaal 1,2 µg/m3. Met berekeningen moet worden aangetoond dat deze maximale toename niet wordt bereikt. Daarnaast zijn in de Regeling NIBM projecten (met een maximale omvang) opgenomen die zonder meer als NIBM kunnen worden beschouwd. Projecten die de vastgestelde maximale omvang niet overschrijden dragen per definitie niet in betekenende mate bij. Dit hoeft niet te worden aangetoond met berekeningen en er hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.
4.3. Beoordeling Uit de uitsnede van de Atlas Leefomgeving op afbeelding 6 blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is, er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
13
Afbeelding 6. Uitsnede van de Atlas Leefomgeving
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
14
5.
GELUID
5.1. Soorten geluid In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn grenswaarden opgenomen voor wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai. Verder moet vliegverkeerslawaai worden beoordeeld.
5.2. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Helmondseweg en binnen de invloedssfeer van wegen in de 30 km/uur-zone. Echter, in het kadaster staan de panden al weergegeven met de functie ‘wonen’. De bestaande woningen zijn reeds geluidgevoelig. Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op een bestaande woning niet getoetst te worden aan de grenswaarden.
5.3. Industrielawaai In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat de beoogde niet binnen de richtafstand voor het aspect geluid vanwege bedrijven liggen. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
5.4. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorlijn. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
5.5. Vliegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een Ke-contour van een vliegveld. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect vliegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
15
6.
EXTERNE VEILIGHEID
6.1. Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Externe veiligheid kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Voor inrichtingen vormt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het wettelijk kader. Voor transportroutes (weg, spoor en water) geldt het Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen vormt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader.
6.2. Kernbegrippen In de genoemde beleidskaders staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats nabij een risicobron verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Het plaatsgebonden risico wordt door middel van risicocontouren op een kaart weergegeven. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is de kans dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een risicobron in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt gevormd door de 1%-letaliteitsgrens van de risicobron; de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden1. Bij een ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een risicobron is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in het Bevi, het Bevb en het Bevt.
Bij een verantwoording van het groepsrisico wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. De verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer.
1
Voor de doorwerking in de ruimtelijke ordening rondom een inrichting wordt uit praktische overwegingen soms een kleinere afstand aangehouden, bijvoorbeeld de afstand tot de plaatsgebonden risicocontour van 10 -8 per jaar.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
16
6.3. Beoordeling Op basis van gegevens van de Signaleringskaart EV zijn de risicobronnen geïnventariseerd. De risicobronnen en invloedsgebieden zijn weergegeven op afbeelding 7.
Afbeelding 7. Risicobronnen en invloedsgebieden, de lichtblauwe cirkel is het plangebied
Inrichtingen In de omgeving van het plangebied liggen geen inrichtingen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Wegen In de omgeving van het plangebied liggen geen wegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Spoorwegen In de omgeving van het plangebied liggen geen spoorwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
17
Waterwegen In de omgeving van het plangebied liggen geen waterwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen geen buisleidingen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
18
7.
STIKSTOF
7.1. Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden.
Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.
7.2. AERIUS Calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is het rekenprogramma AERIUS Calculator voorgeschreven.
7.3. Beoordeling Aangezien er geen plan is om iets te amoveren, renoveren of te bouwen is een stikstofberekening niet relevant voor dit project. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ is gelegen op een afstand van ongeveer twaalf kilometer van het plangebied. Op deze afstand liggen ook stikstofgevoelige habitattypen. Op voorhand verwachten wij daarom geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
19
8.
VOLKSGEZONDHEID
8.1. Veehouderijen Er bestaat geen landelijk geldend toetsingskader voor het beoordelen van het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen. In de meeste gevallen wordt gebruikgemaakt van de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht d.d. 30 april 2018. Die handreiking bevat een stappenplan waarmee beoordeeld kan worden of volksgezondheid in relatie tot veehouderijen een dusdanig knelpunt vormt, waardoor advies bij de GGD moet worden opgevraagd. Stap 1. Endotoxine Op basis van het endotoxine toetsingskader 1.0 kunnen voor de diercategorieën vleeskuikens, leghennen en varkens de aan te houden afstanden worden bepaald op basis van de totale jaarlijkse fijnstofemissie. Door deze afstanden aan te houden wordt een te hoge blootstelling aan endotoxine voorkomen. De afstanden worden als volgt berekend:
In de omgeving van het plangebied liggen pluimveehouderijen, deze hebben we getoetst aan bovenstaande formule, zowel Oliemolen 1 als 2. Met de uitstoot in fijnstof (3440 kilogram per jaar) is de minimale afstand 356 meter. De daadwerkelijke afstand is 750 meter, waardoor er geen belemmering wordt gevormd. Stap 2. Emissies Onderzocht moet worden of de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. Het plan leidt niet tot een relevante toename van geur-, ammoniak- en fijnstofemissies. Plangebieden met woningbouw tot 1.500 woningen per ontsluitingsweg zijn conform de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) niet van invloed op de luchtkwaliteit (fijn stof in dit geval). Daarnaast blijkt uit de kaarten bij de NSL-monitoringstool dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is. Bovenal is het huidige plan alleen de wijziging van het bestemmingsplan. Stap 2 vormt geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
20
Stap 3a. Geur, milieukundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende milieukundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom en 50 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat aan de milieukundige advieswaarden voor de afstanden en de voor- en achtergrondbelasting voldaan. Stap 3a vormt geen knelpunt. Stap 3b. Geur, gezondheidskundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende gezondheidskundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat aan de gezondheidskundige advieswaarden voor de voor- en achtergrondbelasting voldaan (vooral af te lezen uit de afbeelding van de achtergrondbelasting). Stap 4. Meerdere diersoorten Onderzocht moet worden of er veehouderijen van invloed zijn waar meerdere diersoorten worden gehouden, namelijk a. varkens en pluimvee; of b. rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c. kleine herkauwers onderling Ook moet onderzocht worden of er varkenshouderijen en pluimveehouderijen op een afstand van maximaal 100 meter van elkaar liggen en van invloed zijn op het plangebied.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
21
In de directe omgeving van het plangebied liggen geen veehouderijen met verschillende diersoorten op korte onderlinge afstand van elkaar en op korte afstand van het plangebied. Stap 4 vormt geen knelpunt. Stap 5. Afstanden Onderzocht moet worden of: a. geitenhouderijen binnen 2 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; b. pluimveebedrijven binnen 1 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; c. overige veehouderijen binnen 250 m van geurgevoelige objecten in een bebouwde kom zijn gelegen. Er liggen twee relevante bedrijven binnen de bovengenoemde afstanden, de pluimveehouderij aan de Oliemolen 1 (23.600 kippen) en de pluimveehouderij aan de Oliemolen 2 (156.400 kippen). Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) bleek dat in de jaren 2009-2013 er sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Ook in het aanvullende, recente onderzoek in de regio Utrecht/Gelderland/Overijssel werd een dergelijk verband niet meer gevonden. Dit in tegenstelling tot het verband tussen het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden nabij een geitenhouderij (2 km).
In de handreiking veehouderij en volksgezondheid, opgesteld door het Ondersteuningsteam, wordt aangegeven dat het wonen nabij een pluimveehouderij (binnen een straal van 1 km) leidt tot het advies om een advies bij de GGD op te vragen. In het ondersteuningsteam zijn de laatste onderzoeksresultaten recent besproken en is besloten dat er geen advies meer wordt gegeven om een GGD advies op te vragen op grond van het criterium “wonen binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij”. Stap 6. Mestbe- of verwerking Onderzocht moet worden of in de directe omgeving sprake is van mestbe- of verwerking als zelfstandige activiteit of als nevenactiviteit. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven waarbij sprake is van mestbe- of verwerking. Stap 6 vormt geen knelpunt. Stap 7. Ongerustheid omwonenden In stap 7 van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 wordt ingegaan op ongerustheid bij omwonenden. Gezien de afstand tot veehouderijen wordt geen ongerustheid verwacht. Stap 7 vormt geen knelpunt.
8.2. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waar mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
22
8.3. Hoogspanningsleidingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Het aspect hoogspanningsleidingen vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
23
9.
BODEM
9.1. Wettelijk kader Uit artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) volgt dat bij een bestemmingsplan moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Daarnaast mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Voor het bodemonderzoek bij een bestemmingsplan zijn de volgende stappen van belang: 1. Inventariseren bodemkwaliteit en verkennend bodemonderzoek 2. Aanvullend bodemonderzoek (alleen als dit nodig is) 3. Bepalen maatregelen en toets uitvoerbaarheid 4. Verwerken in bestemmingsplan In eerste instantie worden de beschikbare gegevens beoordeeld, zoals bodemkwaliteitskaarten en eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Als onvoldoende informatie beschikbaar is, of als sprake is van een ‘verdachte locatie’ is veldonderzoek (met boringen en analyses) nodig. Als uit de analyses blijkt dat er vervuiling aanwezig is, zal deze vaak verwijderd moeten worden (sanering) of moeten er eisen gesteld worden aan het gebruik van de grond. Deze maatregelen moeten goedgekeurd worden door de gemeente.
9.2. Beoordeling MILON heeft een milieuhygiënisch vooronderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd ter plaatse van Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en Duivenakker 1 en 6 te Aarle-Rixtel. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat voldoende inzicht is verkregen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de locatie worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Op basis hiervan wordt geen belemmering verwacht voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
24
10.
WATER
10.1. Wettelijk kader De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij planvorming en besluiten. De verplichting tot het opnemen van een waterparagraaf in ruimtelijke plannen is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (BRO). In de watertoets wordt beschreven welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. Op veel plekken in Nederland wordt door Waterschappen en beleidsmakers de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd bij de beoordeling van maatregelen ter voorkoming van wateroverlast, opgenomen in planontwikkelingen: 1. Hergebruiken 2. Vasthouden / in laten trekken in de grond 3. Water bergen 4. Afvoeren naar sloten of rivieren 5. Afvoeren naar een riool Op plekken waar eerder sprake is van een wateroverschot worden andere uitgangspunten gehanteerd. De rekenregels opgenomen voor het berekenen van de bergingsopgave bij een wijziging van het verhard oppervlak zijn opgenomen in de Keur of in de Algemene regels van het waterschap/hoogheemraadschap.
10.2. Beoordeling Met de bestemmingswijziging voor de beoogde woonfunctie is geen sprake van een toename van verhard oppervlak. Er is geen watertoets noodzakelijk.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
25
12.
CONCLUSIE
In dit rapport is de quickscan naar de relevante milieuaspecten voor het plan aan Helmondseweg te Aarle-Rixtel beschreven. Uit de quickscan volgt dat er geen belemmeringen zijn.
Quickscan milieuaspecten Helmondseweg Aarle-Rixtel Datum: 10 maart 2025 ; Referentie: 20231269.v06
26
www.arom.nl
Helmondseweg – De Duivenakker, Aarle-Rixel Stikstofberekening gebruiksfase
Opdrachtgever:
Datum vrijgave
Rapportnummer:
Opstellers:
22LAARB-STIKSTOFHELM
13 december 2023
Stikstofberekening Helmondseweg – De Duivenakker, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
Blad 2 van 7 13 december 2023
INHOUD 1
INLEIDING
................................................................................................................................... 3
2
GEBRUIKSFASE
................................................................................................................................... 4
3
CONCLUSIE
................................................................................................................................... 6
4
BIJLAGE GEBRUIKSFASE ........................................................................................................................... 7
2
Stikstofberekening Helmondseweg – De Duivenakker, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
1
INLEIDING
1.1.
Het initiatief
Blad 3 van 7 13 december 2023
Initiatiefnemer wenst de bestemming van de bestaande woningen aan de Helmondseweg 20, 22, 24 en 24b en De Duivenakker 1 en 6 in Aarle-Rixtel te wijzigen van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’. Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend Gemeente Aarle-Rixtel, sectie C, perceelnummers 3572, 3612, 3613, 3614, 4036, 4074 en 4552. De percelen beslaan een oppervlakte van ca. 7.046 m2. 1.2.
Aanleiding en opbouw onderzoeksrapport
Bij het ondernemen van een activiteit die mogelijk stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000gebied, bestaat de verplichting om te onderzoeken of de activiteit vergunningplichtig is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 in werking getreden. Deze wet bestaat onder andere uit de volgende onderdelen: -
Een resultaatverplichting voor het verminderen van de stikstofdepositie; Het nemen van bronmaatregelen om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken; Een gedeeltelijke vrijstelling voor bouwactiviteiten voor een vergunningplicht voor de Wet natuurbescherming.
In het kader van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering wordt in deze stikstofberekening de stikstofdepositie voor de gebruiksfase berekend door middel van de AERIUS Calculator. De AERIUS Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de emissie van stikstof uit een bron, de verspreiding door de lucht en de depositie op Natura 2000-gebieden. In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksresultaten van de gebruiksfase besproken. In hoofdstuk 3 wordt afgesloten met een conclusie.
3
Stikstofberekening Helmondseweg – De Duivenakker, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
2
Blad 4 van 7 13 december 2023
GEBRUIKSFASE
In dit hoofdstuk is de stikstofemissie berekend voor wat betreft de gebruiksfase. Verkeer In de gebruiksfase is de enige bron waaruit emissie plaatsvindt het verkeer van en naar de woningen. Er dient te worden vastgesteld om hoeveel verkeersbewegingen het gaat en om wat voor soort verkeer het gaat. Er is conform de cijfers van het CBS sprake van een ‘Weinig stedelijk’ gebied (500 – 1.000 adressen per km²). Het gebied wordt getypeerd als ‘Rest bebouwde kom'. Conform de CROWpublicatie 318 gelden de normen in onderstaande tabel voor woningen in sterk stedelijk gebied.
4 Afbeelding: Uitsnede normen ‘Koop, huis, vrijstaand’ CROW-publicatie 318 De verkeersgeneratie wordt berekend voor zes reeds bestaande vrijstaande koophuizen. Door het gebruik van deze woningen worden er maximaal (6 x 8,6 =) 51,6 verkeersbewegingen gegenereerd. De woningen zullen vanaf de Helmondseweg benaderd worden, waarna het verkeer (via De Duivenakker) het plangebied in zal rijden. De rijroute is in beide richtingen in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het resultaat is dat er geen berekenbare stikstofdepositie plaatsvindt. In navolgende afbeelding is het resultaat van de AERIUS Calculator opgenomen. Hierbij is de planlocatie gelegen in de blauwe cirkel en is de rijroute aangegeven met een zwarte lijn.
Stikstofberekening Helmondseweg – De Duivenakker, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
Blad 5 van 7 13 december 2023
Afbeelding: Resultaat AERIUS-berekening gebruiksfase met rijroute licht verkeer, 13 december 2023 Toetsing op natuurgebied Het dichtstbijzijnde natuurgebied is ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Dit gebied is gelegen op een afstand van ca. 9,4 km van het plangebied. Op grond van de AERIUS Calculator concluderen wij dat een initiatief van deze schaal geen meetbare depositie van stikstof tot gevolg heeft op een dergelijk grote afstand.
5
Stikstofberekening Helmondseweg – De Duivenakker, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
3
Blad 6 van 7 13 december 2023
CONCLUSIE
Geconcludeerd wordt dat er geen berekenbare stikstofdepositie plaatsvindt als gevolg van de gebruiksfase van het plan. Het plan is dan ook uitvoerbaar ten aanzien van de effecten van stikstof op Natura 2000-gebieden.
6
Stikstofberekening Helmondseweg – De Duivenakker, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
4
Blad 7 van 7 13 december 2023
BIJLAGE GEBRUIKSFASE
7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
AROM BV Helmondseweg 6, - Aarle-Rixtel Helmondseweg - De Duivenakker Gebruiksfase Helmondseweg - De Duivenakker RcYBCpUd3FA7 13 december 2023, 11:01 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar Gebruiksfase Helmondseweg - De Duivenakker - Beoogd 2024
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hexagon
Gebied
Hoogste bijdrage Gebruiksfase Helmondseweg - De Duivenakker - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -