CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

8 20250508 Bijlage E Beleidsregels inschrijvings-en toewijzingsregels

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H Voorstel tot vaststelling van het woonwagenbeleid2.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wachtlijst: inschrijvings- en toewijzingsregels Nationale Ombudsman: “Ongelijke gevallen dienen ongelijk te worden behandeld.” 1 De Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB): De AWGB ziet op de gelijke behandeling van personen ongeacht hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Artikel 2 lid 1 AWGB stelt echter: ‘Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.’ BZK: Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid ‘Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat woonwagenbewoners niet nadeliger mogen worden behandeld vanwege het feit dat zij woonwagenbewoner zijn. Het (materiële) gelijkheidsbeginsel houdt in dat ongelijke gevallen ongelijk behandeld moeten worden naarmate van hun verschil. Bij woonwagenbewoning gaat het om ongelijke gevallen, omdat deze woonvorm voor woonwagenbewoners een wezenlijk onderdeel is van hun cultuur en identiteit. Daarom kan hun woonbehoefte niet gelijk gesteld worden aan bewoners van reguliere woningen. De bijzondere beschermingspositie van woonwagenbewoners vloeit dus ook voort uit het gelijkheidsbeginsel.’

a. Inschrijvingscriteria

1. Afstammingsbeginsel Bij inschrijving wordt getoetst of de inschrijvende persoon een ‘woonwagenbewoner’ is. Dit gebeurt door het vaststellen of het adres van de inschrijver zelf, diens ouders en grootouders gelegen is/was op een woonwagenlocatie. Zo ja, dan kan de standplaatszoekende worden aangemerkt als een standplaatszoekende conform het afstammingsbeginsel. Een woonwagenbewoner is immers iemand die van generatie op generatie op een woonwagenstandplaats woont en de woonwagencultuur intensief heeft beleefd. Een kind wiens ouders niet, maar de grootouders wel op een woonwagenlocatie wonen dan wel hebben gewoond2, wordt vaak ook gezien als woonwagenbewoner. Niet ‘woonwagenbewoner’ zijnde personen kunnen zich wel inschrijven, maar komen bij toewijzing pas als laatsten aan de beurt. (toewijzingscriteria en voorrangsregeling). 2. Kosten van inschrijving en verlenging Aan de inschrijving zijn kosten verbonden. Ook de jaarlijkse verlenging van de inschrijving is niet kosteloos. Hiermee wordt voorkomen dat mensen zich inschrijven zonder daadwerkelijke dringende behoefte. De hoogte van inschrijving en verlenging van de inschrijving wordt jaarlijks bepaald.

b. Rangordebepaling toewijzing standplaats op een BESTAANDE woonwagenlocatie Standplaatsenzoekenden worden benaderd door de gemeente. Bij de toewijzing van een standplaats op een bestaande woonwagenlocatie dient men ingeschreven te zijn als standplaatszoekende en geldt de navolgende volgorde: 1. Kinderen of kleinkinderen, ingeschreven als standplaatszoekende, die nog onafgebroken op de betreffende woonwagenlocatie bij hun (groot)ouders inwonen. Deze kinderen of kleinkinderen moeten volgens de Basisregistratie personen (BRP) nog op de betreffende woonwagenlocatie inwonend zijn bij hun eerste- of tweedegraads familie; Let op: Een terugkerend kind van elders (bijvoorbeeld na een scheiding) dient minimaal drie jaar al weer inwonend te zijn bij de ouders. 1 Rapport Nationale Ombudsman: ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ d.d. 17-04-2017 2 Let wel: zij dienen ook aantoonbaar in de 2e helft van de 20e eeuw op een woonwagenlocatie te hebben gewoond.

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

Pagina 1 van 8

2. De standplaatszoekende (met 1ste of 2e graads familie op de woonwagenlocatie en die bij een derde op dezelfde woonwagenlocatie verblijft, woont en ingeschreven staat, omdat hij/zij noodgedwongen niet meer bij de ouders of grootouders inwoont; én kinderen van de woonwagenlocatie die wegens het gebrek aan vrije standplaatsen noodgedwongen in een reguliere woning zijn gaan wonen; én kinderen van de woonwagenlocatie die wegens hun studie tijdelijk elders wonen. 3. Indien de eerste twee voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, geldt dat alsdan de ingeschrevene met een eerstegraads familieverband met een van de overige bewoners in aanmerking komt, vervolgens degene met een tweedegraads familieverband en daarna andere familieleden, tot maximaal de derde graad in familie; 4. Indien de onder lid 1 tot en met 3 voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, komt de eerstvolgende op de wachtlijst ingeschrevene persoon in aanmerking die: a. van oorsprong woonwagenbewoner is (en derhalve aan het afstammingsbeginsel voldoet), én; b. aantoonbaar eerder in de gemeente Laarbeek op een woonwagenlocatie heeft gewoond. 5. Indien de onder lid 1 tot en met 4 voornoemde voorwaarden geen kandidaat opleveren, komt de eerstvolgende op de wachtlijst ingeschrevene persoon in aanmerking die: a. van oorsprong woonwagenbewoner is (en derhalve aan het afstammingsbeginsel voldoet). 6.

Overige standplaatszoekenden conform het afstammingsbeginsel; 7. Overige standplaatszoekenden, welke niet voldoen aan afstammingsbeginsel; 8. Voor lid 1 tot en met 7 geldt dat bij gelijke kandidaten, dat de degene met de hoogste leeftijd voorrang heeft. Let op:

Zodra er een standplaats vrij komt onder de reeds bewoonde standplaatsen op een nieuwe locatie, dan worden de toewijzingsregels van een bestaande woonwagenlocatie toegepast.

c. Rangordebepaling toewijzing standplaats op een NIEUWE woonwagenlocatie Standplaatsenzoekenden worden benaderd door de gemeente. Bij de toewijzing van een standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie geldt de wachtlijst op basis van inschrijving en puntentoekenning. Degene met het hoogste aantal punten gaat voor. Vervolgens wordt gekeken naar de leeftijd.

d. Eenmalige puntentoekenning bij inschrijving De woonsituatie van de ingeschrevene 3 jaar voorafgaand aan inschrijving, geldt hierbij als ijkpunt. Tabel voorrangscategorieën en eenmalige toekenning startpunten bij inschrijving

Punten

Een inwonend kind: a

• •

dat geboren en getogen is op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek en sindsdien onafgebroken inwoont bij diens ouders of grootouders op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek

100

C. 1

Een inwonend kind: b

C

•

dat minimaal de laatste 10 jaar voor inschrijving onafgebroken bij diens ouders of grootouders op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek inwoont

Een kind van woonwagenbewoners: •

waarvan de ouders op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek wonen

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

90

90

Pagina 2 van 8

•

en dit kind wegens studie dan wel wegens dringende noodzakelijkheid (zijnde het ontbreken van een beschikbare standplaats), tijdelijk doch niet langere dan 5 jaar elders woonachtig is.

Een kind woonwagenbewoners uit de gemeente Laarbeek: • D

• •

waarvan het kind in een reguliere woning in de (omgeving van de) gemeente Laarbeek woont maar geboren en getogen is op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek en die binnen 5 tot 10 jaar geleden op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek heeft gewoond.

80

Een kind van woonwagenbewoners uit de gemeente Laarbeek: E

• • •

waarvan het kind in een reguliere woning in de (omgeving van de) gemeente Laarbeek maar geboren en getogen is op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek en die 10 tot 20 jaar geleden op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek heeft gewoond

70

Een kind van woonwagenbewoners uit de gemeente Laarbeek: • F

• •

waarvan het kind in een reguliere woning woont in de (omgeving van de) gemeente Laarbeek maar geboren en getogen is op een woonwagenlocatie in gemeente Laarbeek en die binnen 20 tot 30 jaar geleden op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek heeft gewoond

60

Een kind van woonwagenbewoners afkomstig uit de gemeente Laarbeek: G

• •

waarvan het kind in een reguliere woning woont in de (omgeving van de) gemeente Laarbeek niet geboren en getogen is op een woonwagenlocatie in gemeente Laarbeek

50

Een kind van spijtoptanten: H

• • •

die op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek hebben gewoond waarbij het kind zelf nooit op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek heeft gewoond maar wel aantoonbaar sterke familiebanden heeft met bewoners van een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek

50

Een standplaatszoekende: • i

•

die als hoofdbewoner, hoofdhuurder, medehuurder of medebewoner al minimaal 10 jaar op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek woont maar een zelfstandige standplaats zoekt (zijnde een inwonende broer/zus betreft of een scheidende partner is die een eigen standplaats zoekt)

40

C. 2

Een spijtoptant: j

k

• •

die op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek woonde maar tot 20 jaar geleden verhuisd is naar een woning in de gemeente Laarbeek

Een spijtoptant: •

die op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek woonde

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

40

30 Pagina 3 van 8

•

maar meer dan 20 jaar geleden verhuisd is naar een woning in de gemeente Laarbeek

Een spijtoptant: L

• •

20

die op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek woonde maar buiten de gemeente Laarbeek woont

Een standplaatszoekende: • • m • •

die volgens het afstammingsbeginsel een woonwagenbewoner is in de omgeving van de gemeente Laarbeek woont in de gemeente Laarbeek een standplaats zoekt en géén eerste- of tweedegraads familie op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek heeft

5

C. 3

Een standplaatszoekende: n

• • • •

die volgens het afstammingsbeginsel een woonwagenbewoner is niet in de omgeving van de gemeente Laarbeek woont in de gemeente Laarbeek een standplaats zoekt en géén eerste- of tweedegraads familie op een woonwagenlocatie in de gemeente Laarbeek heeft

1

1) Een spijtoptant heeft in het verleden zelfstandig een standplaats in de gemeente Laarbeek gehuurd, de huur opgezegd, naar een andere locatie (woonwagen of woning) is verhuisd, daar spijt van heeft en wil terugkeren naar een woonwagen in de gemeente Laarbeek.

Let op:  De punten zijn niet overdraagbaar.  Uitzondering: indien de inschrijver overlijdt, dan kunnen de opgebouwde punten worden overgeheveld op een eventueel aanwezige geregistreerde partner van deze inschrijver. Deze geregistreerde partner dient overigens wel te voldoen aan het afstammingsbeginsel. Het aantal behaalde punten wordt als volgt samengesteld: ‘Eenmalige punten’ + ‘aantal punten op basis van inschrijfduur’ = totaal aantal behaalde punten Voorbeeld A: Persoon X woont nog bij haar ouders in. Eenmalige punten = 100. Zij staat drie jaar ingeschreven op de wachtlijst = 36 punten. Totaal aantal behaalde punten = 100 + 36 = 136 punten. Voorbeeld B: Persoon Y is noodgedwongen verhuist van de woonwagenlocatie naar een reguliere woning, omdat er geen standplaats op de locatie beschikbaar kwam. Eenmalige punten = 80. Hij staat vijf jaar ingeschreven op de wachtlijst = 60 punten. Totaal aantal behaalde punten = 80 + 60 = 140 punten. Voorbeeld C: Persoon Z is vrijwillig verhuisd naar een reguliere woning. Nu heeft hij echter spijt en wil dolgraag terug naar een woonwagenlocatie. Eenmalige punten = 30. Hij staat elf jaar ingeschreven op de wachtlijst = 132 punten. Totaal aantal behaalde punten = 30 + 132 = 162 punten.

Er mogen voorrangsregels gesteld worden ten aanzien van woonwagenbewoners die afkomstig zijn van de woonwagenlocatie of de gemeente waar de standplaats beschikbaar komt, zolang hierdoor geen verdringing van overige woningzoekenden ontstaat.

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

Pagina 4 van 8

LET OP – Juridisch advies BZK Elke woonwagenstandplaatszoekende moet zich in kunnen schrijven. Vervolgens kan voorrang worden verleend aan die standplaatszoekende die via het afstammingsbeginsel aan kan tonen dat hij of zij van origine woonwagenbewoner is. Iemand zonder het ‘woonwagen-afstammingsbeginsel’ krijgt bij inschrijving 1 punt en bouwt per jaar 1 punt op. Dus ook mensen zonder aantoonbare connectie met het woonwagenleven kunnen reageren op vrijkomende standplaatsen. Daarbij geldt dat aan deze doelgroep pas een standplaats wordt toegewezen als mensen die tot de woonwagendoelgroep behoren geen interesse hebben. In de praktijk is het de vraag in hoeverre deze situatie zich veel zal voordoen. De vraag naar standplaats onder woonwagenbewoners is doorgaans groot, terwijl reguliere woningzoekenden voornamelijk op zoek zijn naar een stenen woning. Toch bestaat de kans dat incidenteel een niet-woonwagenbewoner een standplaats krijgt aangeboden. In dat geval is het goed om als corporatie eerst een intakegesprek met een potentiële huurder te hebben; past hij of zij op deze woonplek? Daarnaast kan nagedacht worden om in zo’n situatie een tijdelijk huurcontract (van bijvoorbeeld 1 of 2 jaar af te geven) aan een niet-woonwagenbewoner. Na deze periode kan bezien worden of er inmiddels wel behoefte is aan een standplaats onder de doelgroep woonwagenbewoners.

Op die manier kan voorkomen worden dat een standplaats voor langere tijd leeg blijft, terwijl er wel (onder meerdere doelgroepen) behoefte naar woonruimte is.

e. Schema toewijzing LET OP: Als een reeds bewoonde standplaats op de nieuwe locatie vrijkomt, dan gelden de toewijzingsregels voor een ‘bestaande’ woonwagenlocatie.

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

Pagina 5 van 8

f. Uitzondering bij overlijden beide ouders / huurder Indien de huurder en zijn geregistreerde partner (huwelijk, samenlevingscontract via de notaris) of medehuurder beiden zijn overleden en er is nog sprake van inwonend kind(eren) boven de 18 jaar, dan zal het huurcontract worden overgeschreven op het oudste nog inwonende kind. De huur zal echter opnieuw worden berekend conform de puntentelling en de daaraan gekoppelde huur conform de berekening van de Huurcommissie.

g. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin toepassing van deze toewijzingsregels naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, af te wijken van deze regels. De casus wordt aangedragen door de Bewonerscommissie. Het college kan in overleg met de corporaties besluiten om af te wijken van deze toewijzingsregels, mits:  Er een schriftelijk verzoek voorhanden is waarin beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule;  De afwijking van de toewijzingsregels schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd is;  De afwijking vooraf ter raadgevend advisering is voorgelegd aan de Bewonerscommissie;  De afwijking naar algemene maatstaven van redelijkheid en billijkheid is beoordeeld, er een gedegen belangenafweging heeft plaatsgevonden en het in de gegeven omstandigheden acceptabel is om de hardheidsclausule toe te passen.

h. Systeem van 'passend toewijzen'

Corporaties kiezen ervoor om het systeem van 'passend toewijzen', conform het beleid voor sociale huurwoningen, standaard toe te passen bij toewijzing van standplaatsen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de sociaaleconomische achterstand die woonwagenbewoners van oudsher hebben

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

Pagina 6 van 8

(gehad), in het verleden een uitgangspunt was voor specifiek beleid voor woonwagenbewoners. Het onderzoek van de Nationale ombudsman geeft aanleiding te geloven dat die achterstand niet meer voor alle woonwagenbewoners geldt. Het automatisme om een beleid voor sociale huurwoningen onverkort over te hevelen naar standplaatsenbeleid, is in zoverre niet meer te rechtvaardigen. Het leidt ertoe dat woonwagenbewoners met hogere inkomens principieel worden uitgesloten van de mogelijkheid om volgens hun cultuur te leven. Corporaties hebben na voorgestelde toewijzing de mogelijkheid om een huurcontract met gegadigde af te wijzen indien dit op grond van de eigen beleidsregels noodzakelijk wordt geacht, zoals bijvoorbeeld in onderhavige situaties: -

Verhuurdersverklaring Geen huurachterstanden Niet op de kansen- en sanctielijst

i. Raadgevend advies De verhuurder stelt bij het vrijkomen van een standplaats de Bewonerscommissie in de gelegenheid om binnen veertien dagen een schriftelijk raadgevend advies te verstrekken. De verhuurder is niet gehouden om het advies te volgen.

j. Wonen en zorg: ’gereserveerde mantelzorg’ Onder mantelzorg wordt verstaan de hulp die niet beroepsmatig wordt verstrekt aan bejaarden, zieken en andere hulpbehoevenden, zoals inwonende ouders, lichamelijk of verstandelijk gehandicapte kinderen. Bij woonwagens mag er geen bouwwerk opgericht worden als mantelzorgvoorziening. Deze bepaling staat in het Besluit omgevingsrecht (Bor artikel 2, lid 3, sub 3g van bijlage II). Wel mag er een mantelzorgvoorziening plaatsvinden vanuit een vergund gebouw op hetzelfde perceel (artikel 2, lid 22 van het Bor). Een nieuwe, bebouwde mantelzorgvoorziening op hetzelfde perceel mag wel vergunningsvrij voor bouwen worden geplaatst, onder voorwaarde dat dit gebouw in overeenstemming is met het bestemmingsplan (artikel 3, lid 1 Bor). Hierbij geldt ook het adagium van de Nationale Ombudsman: “Ongelijke gevallen dienen ongelijk te worden behandeld”. Aangezien bij woonwagens geen bouwwerk mag opgericht worden als mantelzorgvoorziening en een woonwagen een opgebouwd kapitaal vertegenwoordigt dat bij verwijdering weinig meer waard is, wordt gekozen voor ‘gereserveerde mantelzorg’. Dit houdt in dat de huurder van een standplaats waarop een eigen woonwagen is geplaatst, een (klein)kind of ouder kan aanwijzen die als mantelzorger fungeert. Hier zijn de navolgende randvoorwaarden aan verbonden: 1.

De standplaatszoekende moet opgenomen zijn in de lijst geregistreerde standplaatszoekenden (wachtlijst); 2. De standplaatszoekende moet met het formulier 'Gereserveerde mantelzorg' zijn aangemeld en geregistreerd door de verhuurder voor de betreffende standplaats; 3. Het inkomen van de standplaatszoekende dient in redelijke verhouding te staan tot de woonlast van de standplaats en de woonwagen tezamen; 4. Indien op de standplaats reeds een mantelzorgovereenkomst aanwezig is, kan geen aanspraak meer worden gemaakt op gereserveerde mantelzorg. Indien de huurder van de standplaats waaraan de gereserveerde mantelzorg is toegekend komt te overlijden of om moverende redenen vertrekt, zal de standplaats eenmalig met voorrang worden toegewezen aan de bij de verhuurder geregistreerde mantelzorger, ongeacht zijn of haar rangorde op de Lijst geregistreerde standplaatszoekenden.

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

Pagina 7 van 8

Toelichting: a. Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. b. Gereserveerde mantelzorg Mantelzorg anders bedoeld dan hetgeen hier boven staat beschreven, geboden door het (klein)kind van de direct of in de toekomst hulpbehoevende (groot)ouder, ten behoeve van zelfredzaamheid, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten overstijgt.

k. Evaluatie van inschrijvings- en toewijzingsregels De inschrijvings- en toewijzingsregels zijn onderdeel van de Toewijzingsverordening Woonwagenstandplaatsen Laarbeek. Deze Toewijzingsverordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad voor een periode van vijf jaar. Corporaties, Bewonerscommissie en gemeente evalueren gezamenlijk eenmaal per jaar de inschrijvings- en toewijzingsregels. Op basis van deze jaarlijkse evaluaties wordt de Verordening na 5 jaar waar nodig aangepast en opnieuw ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

20250214 Inschrijvings- en toewijzingsregels - versie februari 2025

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=fd12d781-0d50-432d-8c07-81a7b64dea6d