CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

8 20240926 Bijlage 2 - bijlagenboek ruimtelijke onderbouwing Bosscheweg

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot vaststelling van de verklaring van geen bedenkingen voor Bosscheweg 26-32 Aarle-Rixtel22.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

0.15

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK 10 VROM factor 0.7 Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

13434811

MM3 3 (40-60) 5 (0-50) 6 (4-50) 7 (20-50)

23-01-2023

Overschrijding Achtergrondwaarde

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

RG

< streefwaarde/aw2000 of RG

>AW

Streefwaarde/aw2000

T

Tussenwaarde (T)

I

> Interventiewaarde (I)

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

> AW

> Achtergrondwaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Uw Project

- (21146.001)

Certificaat

2023011667

Toetsing

BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb

Versie

2.0.24

Toetsingsdatum

31 January 2023 10:23

Analyse

Eenheid

MM4 1 (100-150) 3 (60-110) 5 (100-150) 6 (50-100)8 (50-100) G.W.

G.S.S.D

Index

RG

>AW

T

I

920

Oordeel

Bodemtype correctie Fractie < 2 µm

2.6

Organische stof volgens gloeiverlies methode

1.8

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

32

115

@

20

190

555

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.239

-

0.2

0.6

6.8

13

Kobalt (Co)

mg/kg DS

<3.0

6.93

-

3

15

102

190 190

Koper (Cu)

mg/kg DS

10

20.3

-

5

40

115

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.0498

-

0.05

0.15

18.1

36

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.05

-

1.5

1.5

95.8

190

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

<4.0

7.78

-

4

35

67.5

100

Lood (Pb)

mg/kg DS

20

31.1

-

10

50

290

530

Zink (Zn)

mg/kg DS

33

76

-

20

140

430

720

mg/kg DS

<35

122

-

35

190

2600

5000

mg/kg DS

0.0049

0.0245

-

0.007

0.02

0.51

1

mg/kg DS

0.35

0.35

-

0.35

1.5

20.8

40

Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK 10 VROM factor 0.7 Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

13434812

MM4 1 (100-150) 3 (60-110) 5 (100- 23-01-2023 150) 6 (50-100)8 (50-100)

Datum Monstername

Eindoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

RG

< streefwaarde/aw2000 of RG

>AW

Streefwaarde/aw2000

T

Tussenwaarde (T)

I

> Interventiewaarde (I)

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Uw Project

- (21146.001)

Certificaat Toetsing

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep)

Versie

2.0.24

Toetsingsdatum

07 February 2023 10:23

Is Diep grondwater

Nee

Analyse

Eenheid

5-1-1 5 (250-350) G.W.

G.S.S.D

RG Index

S

T

I

625

Oordeel

Metalen Barium (Ba)

µg/l

38

38

-

20

50

338

Cadmium (Cd)

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

0.4

3.2

6

Kobalt (Co)

µg/l

<2.0

1.4

-

2

20

60

100

Koper (Cu)

µg/l

2.6

2.6

-

2

15

45

75

Kwik (Hg)

µg/l

<0.050

0.035

-

0.05

0.05

0.175

0.3

Molybdeen (Mo)

µg/l

<2.0

1.4

-

2

5

152

300

Nikkel (Ni)

µg/l

7.6

7.6

-

3

15

45

75

Lood (Pb)

µg/l

<2.0

1.4

-

2

15

45

75

Zink (Zn)

µg/l

49

49

-

10

65

432

800

Benzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

0.2

15.1

30

Tolueen

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

7

503

1000

Ethylbenzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

4

77

150

Xylenen (som) factor 0,7

µg/l

0.21

0.21

-

0.2

0.2

35.1

70

Naftaleen

µg/l

<0.020

0.014

-

0.02

0.01

35

70

Styreen

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

6

153

300

Dichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

0.01

500

1000

Trichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

6

203

400

Tetrachloormethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

5

10

Trichlooretheen

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

24

262

500

Tetrachlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

20

40

1,1-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

7

454

900

1,2-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

0.2

7

204

400

1,1,1-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

150

300

1,1,2-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

0.1

0.01

65

130

Tribroommethaan

µg/l

<0.20

0.14

Vinylchloride

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

0.2

0.01

2.5

5

1,1-Dichlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

0.1

0.01

5

10

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

µg/l

0.14

0.14

0.01

-

0.2

0.01

10

20

µg/l

<50

35

-

50

50

325

600

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen

0.01

630

@

Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008)

µg/l

0.77

@

*S_diChlProp

07|01

0.42

-

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

13442788

5-1-1 5 (250-350)

30-01-2023

Voldoet aan Streefwaarde

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

RG

< streefwaarde/aw2000 of RG

S

> streefwaarde/aw2000

T

> Tussenwaarde (T)

I

> Interventiewaarde (I)

-

<= Streefwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)

voorkomen in:

Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

Stof/niveau AW

I

S

I

20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800

I.

Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)

4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140

22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

II.

Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat

3 5,5 6,0

20 50 20

100 (mg/l) 5 10 -

1500 1500 1500

III.

Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)

0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5

1,1 110 32 17 86 14 13 -

0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -

30 150 1000 70 300 2000 200 -

IV.

Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)

1,5

40

0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -

70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05

Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)

0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15

0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40

monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen

0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085

15 19 11 2,2 6,7 2,0

7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009

180 50 10 2,5 1 0,5

monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol

0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030

54 22 22 21 12

0,3 0,2 0,03 0,01 0,04

100 30 10 10 3

PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)

0,020 0,070 0,20

1 23 50 0,00018

0,01 -

0,01 6 30 -

V.

pentachlooraniline

kool-

0,000055 0,15

-

-

-

-

* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering

voorkomen in:

Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

Stof/niveau AW VI.

VII.

Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som)

Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon

I

S

I

0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40

4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -

0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -

0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3 -

0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090

2,5 4 0,71 0,45 0,017 -

0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -

0,7 50 150 50 100 -

2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0

100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -

0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -

15000 5 600 30 300 5000 630 -

Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen

Lb = Lst *

a + b * % lut.+ c * % org.st. a + b * 25 + c * 10

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering

STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink

a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50

b

c

0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3

0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5

Organische verbindingen

Lb = Lst *

% org.st. 10

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Nader onderzoek

De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk

T = 0,5 * (AW + I)

T is de tussenwaarde; AW is de achtergrondwaarde en I is de interventiewaarde.

RAPPORTAGE archeologisch bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek Bosscheweg te Aarle-Rixtel, in de gemeente Laarbeek

Rapport archeologisch bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek Bosscheweg, te Aarle-Rixtel in de gemeente Laarbeek Opdrachtgever

PartnersRO Ceresstraat 13 4811 CA Breda

Rapportnummer

21146.005

Versienummer1

1

Datum

21-06-2023

Opsteller2

De heer drs. A.H. Schutte

Kwaliteitscontrole

Mevrouw P. Beurskens, MA

1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld

door de bevoegde overheid. 2 AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

Econsultancy Archeologisch Rapport

KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.

Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ..................................................................................................... 16 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................................. 1 Methoden ...................................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ....................................................................... 2 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................................. 4 Archeologische waarden ................................................................................................................ 7 Beschrijving van het historische gebruik ...................................................................................... 10 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................... 13 Conclusie bureauonderzoek ......................................................................................................... 15

Doelstelling en onderzoeksvragen ............................................................................................... 16 Methoden .................................................................................................................................... 16 Resultaten .................................................................................................................................... 17 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................................. 18

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 18

LITERATUUR BRONNEN KAARTEN BIJLAGEN

TABELLEN Tabel 2.1 Tabel 2.2 Tabel 2.3

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

KAARTEN Kaart 1. Kaart 2. Kaart 3. Kaart 4. Kaart 5. Kaart 6. Kaart 7. Kaart 8. Kaart 9. Kaart 10. Kaart 11. Kaart 12. Kaart 13. Kaart 14. Kaart 15.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000) Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto uit 2022 Het plangebied op de Interactieve erfgoedkaart van Laarbeek uit 2021 Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3) Het plangebied op de bodemkaart Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811-1832. Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1900. Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1929. Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1943. Het plangebied op de Topografische kaart uit 1953. Het plangebied op de Topografische kaart uit 1963. Boorpuntenkaart

BIJLAGEN Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8.

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorstaten

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode

21146.005

Opdrachtgever

PartnersRO

Toponiem

Bosscheweg

Plaats

Aarle-Rixtel

Gemeente

Laarbeek

Provincie

Noord-Brabant

Kadastrale gegevens

Gemeente Laarbeek, sectie C, nummers 2978, 3683 (ged.) en 4089 (ged.).

Omvang plangebied

circa 1.400 m2

Kaartblad

51 F (1:25.000)

Centrumcoördinaten (X/Y)

172.519/ 390.932

Archeoregio NOaA

4: Brabants zandgebied

Bevoegde overheid

Gemeente Laarbeek Koppelstraat 37 5741 GA Beek en Donk 0492-469700

Postbus 190 5740 AD Beek en Donk gemeente@laarbeek.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Contactpersoon: mevr. R. Berkvens T: 088-3690638 E: r.berkvens@odzob.nl

Uitvoeringsperiode

Mei - juni 2023

Uitvoerders

Econsultancy, de heer drs. A.H. Schutte ( Senior KNA Prospector) en de heer R.M.P. Bouten, MSc (veldtechnicus)

Onderzoeksmelding ARCHIS3

5436675100

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy en op termijn het provinciaal depot

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van PartnersRO in Mei - juni 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Bosscheweg te Aarle-Rixtel in de gemeente Laarbeek. In het plangebied zullen appartementen worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst het vigerend bestemmingsplan worden herzien. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden.

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied ligt op enige afstand van de gradiëntzone, de overgang naar het beekdal. Dit vinden we ten zuiden van het plangebied en hier zijn ook vondsten uit het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum aangetroffen. De verwachting voor archeologische waarden van jagers en verzamelaars uit het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum in het plangebied is daarom laag. De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen is hoog. De hogere, drogere gronden waren interessant voor landbouwsamenlevingen.

Daarnaast zijn in de directe omgeving vondsten van agrarische samenlevingen gedaan uit het Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen. De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd is hoog. Dit is gebaseerd op de ligging direct ten zuiden van de historische kern van Aarle-Rixtel. Specifiek door de ligging van het plangebied aan twee doorgaande wegen en aan een knooppunt, zoals te zien op kaarten uit de 19e eeuw. Het plangebied kent weliswaar geen bebouwing uit de 19e eeuw en eerste helft 20e eeuw, maar (oudere) bewoning(sporen) behorende tot woonerven kunnen verwacht worden.

21146.005 versie 1

Resultaten inventariserend veldonderzoek In het plangebied ligt direct onder de A-horizont de C-horizont, de dikte van de A-horizont bedraagt bij boring 1 190 centimeter, bij boring 2 en 3 105 centimeter, bij boring 4 165 centimeter en bij boring 5 155 centimeter. Dat is binnen zo’n klein gebied een flink verschil in hoogte. Boring 2 is waarschijnlijk gezet ter hoogte van een oude sloot die waarschijnlijk voor de bouw van de huizen in de jaren ’50 van de 20e eeuw is gedempt. Hier ligt onder de bouwvoor/enkeerdgrond een 10 centimeter dikke opgebrachte laag zand met daaronder de sloot. Hieruit is op te maken dat het terrein waarschijnlijk met zo’n meter is opgehoogd, onduidelijk is of hiervoor egalisatie werkzaamheden/vergravingen hebben plaats gevonden. De top van de C-horizont is door de sloot verstoord en verder is bij twee andere boringen aangetoond dat de top van de C-horizont minimaal zo’n 10 centimeter is verstoord, bij de andere twee is een verstoorde laag niet aangetroffen. Conclusie De aangetroffen bodemopbouw is van dien aard dat onduidelijk is of en zo ja hoeveel van de top van de Chorizont verstoord is. De dikte van de bouwvoor/enkeerdgrond fluctueert door het plangebied met grote verschillen tussen de noordoostzijde en de zuidwestzijde wat ongebruikelijk is voor een dekzandvlakte.

Bij twee boringen (3 en 4) is in het veld vastgesteld dat de top van de C-horizont zeker verstoord is, bij boring 2 is de Chorizont verstoord door de mogelijke sloot die door het hele plangebied loopt. Uitgaande van bovenstaande gegevens kan niet uitgesloten worden dat in het plangebied nog een behoudenswaardige vindplaats ligt. Advies De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, blijft door het booronderzoek gehandhaafd, laag voor het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum en hoog voor de perioden Neolithicum – Nieuwe tijd. In het plangebied adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt (op palen) en er, afgezien van de palen, niet dieper ontgraven wordt dan 70 cm onder het huidige maaiveld (hierdoor blijft er een buffer van minimaal 30 centimeter tussen de bodemingreep en de het mogelijke archeologische sporenvlak). Als het niet mogelijk is om archeologie vriendelijk te bouwen is vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek.

Als het proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is dan kan dit het beste worden uitgevoerd na de bovengrondse sloop van de bestaande bebouwing. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Laarbeek), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Laarbeek wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen, moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Laarbeek op de hoogte te stellen.

21146.005 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van PartnersRO een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Bosscheweg in Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek. De initiatiefnemer is voornemens appartementen op de locatie te bouwen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst het vigerend bestemmingsplan worden herzien. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in Mei - juni 2023 door de heer drs. A.H. Schutte Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door mevrouw P. Beurskens, MA (Senior KNA Prospector).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.

2.2 Methoden Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06.3 3 SIKB.

21146.005 versie 1

1 / 19

Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • • • •

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • • • • •

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; een recente topografische kaart; recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische beleidskaart van de gemeente Laarbeek; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

2.3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Het plangebied ligt aan de Bosscheweg, in de bebouwde kom van Aarle-Rixtel, in de gemeente Laarbeek (zie kaart 1) en heeft een oppervlak van circa 1.400 m2. Het maaiveld ligt volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3) rond1 6,7 m NAP en de centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 172.519 en Y: 390.932. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Laarbeek, sectie C en beslaat (delen van) percelen 2978, 3683 en 4089 (zie kaart 2).

21146.005 versie 1

2 / 19

Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel bebouwd met woningen met bijbehorende siertuinen (zie kaart 3). De eigenaar(s)/gebruikers zijn bij Econsultancy onbekend. De omliggende percelen zijn in gebruik als openbare weg, bebouwd en in gebruik als siertuin. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan kom Aarle-Rixtel (vastgesteld 29 januari 2015). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied gedeeltelijk een dubbelbestemming waarde archeologie 4 en gedeeltelijk een dubbelbestemming waarde archeologie 5.

In plangebieden met verschillende waarden geldt de hoogste waarde voor het gehele plangebied. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan: 500 m2 en dieper dan 30 cm, of bij eerddekken van 50 cm, beneden maaiveld.4 Volgens de Interactieve erfgoedkaart van Laarbeek uit 2021 ligt het plangebied deels in een in een gebied met categorie 4, hoge verwachting, en deels in een gebied met categorie 5, middelhoge archeologische verwachting (zie kaart 4).5 Milieuhygiënische situatie Voorafgaand aan het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy.6 Uit het bodemonderzoek is gebleken dat de grond (0,0 - 1,0 m -mv) plaatselijk zwak tot matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak glas-houdend, zwak tot sterk kolengruishoudend en zwak kooldeeltjes houdend is. De sterk kolengruishoudende (boven)grond is sterk verontreinigd met lood en matig verontreinigd met lood. De matig baksteen- en betonhoudende en zwak glashoudende bovengrond is matig verontreinigd met zink. De zintuiglijk in zwakke mate verontreinigde bovengrond is verder licht verontreinigd met cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, zink, PCB en/of PAK. De zintuiglijk schone ondergrond is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters.

De verontreinigingen houden waarschijnlijk verband met bodemvreemde bijmengingen, die in de (boven)grond zijn aangetroffen. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Er is geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren om de exacte omvang van de vervuiling vast te stellen.

4 Portaal voor Ruimtelijke Plannen. 5 Interactieve erfgoedkaart van diverse gemeenten in Zuidoost-Brabant. 6 Janssen, 2023.

21146.005 versie 1

3 / 19

2.4 Toekomstige situatie Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de bouw van tien appartementen in twee bouwlagen gepland met bijbehorende boven- en ondergrondse infra. Hierbij zal binnen het plangebied verschillende bodemingrepen plaats vinden tot verschillende dieptes. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend (zie bijlage 7), evenals wie de toekomstige gebruikers worden. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 2.1

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie7

Formatie van Boxtel 4, Laagpakket van Wierden; dekzand en overige periglaciale afzettingen

Geomorfologie8

Niet gekarteerd i.v.m. ligging plangebied in de bebouwde kom van Aarle-Rixtel, uit extrapolatie kan worden afgeleid dat het plangebied op een dekzandvlakte (code M51) ligt.

Bodem9

Niet gekarteerd i.v.m. ligging plangebied in de bebouwde kom van Aarle-Rixtel, uit extrapolatie kan worden afgeleid dat in het plangebied Hoge bruine enkeerdgronden; lemig fijn zand (code bEZ23) liggen.

Grondwatertrap

Niet gekarteerd i.v.m. ligging plangebied in de bebouwde kom van Aarle-Rixtel.

Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen een gebied waar afzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden aan het maaiveld worden aangetroffen. De afzettingen van de Formatie van Boxtel zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd. Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet. Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen

7 De Mulder et al., 2003. 8 NGR/Wageningen Environmental Research (2019). 9 NGR/Wageningen Environmental Research (2018).

21146.005 versie 1

4 / 19

dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden. Dekzandafzettingen die zijn afgezet tijdens het Laat-Glaciaal zorgden voor nivellering van het landschap door laagtes in het landschap op te vullen. Het dekzand, dat in het plangebied aan het oppervlak wordt aangetroffen, wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. Ongeveer 550 meter ten zuiden van het plangebied komt de afzetting van Boxtel, Laagpakket van Singraven voor. Deze afzetting loopt rond het dekzandgebied waar het plangebied op ligt. Het Laagpakket van Singraven bestaat uit afzettingen van beken, uit het begin van het Holoceen. Deze afzettingen komen meestal alleen voor in een zone langs een beek, deze beekdalen zijn al ontstaan in het Saalien of Weichselien. In het Holoceen nam de afvoer van water sterk af. De afzettingen bestaan meestal uit een enkele decimeters tot enkele meten dikke laag klei, leem (een mengsel van silt en klei met weinig zand) of kleiig zand. Lokaal kan een dikte van 10 meter worden bereikt. Ook vond veenvorming plaats, in een meestal voedselrijk milieu (laagveen). Op veel plaatsen werd ijzeroer gevormd.

lJzeroer is een dichte, harde roodbruine bodemlaag, die rijk is aan ijzeroxide. Het ijzer werd door het grondwater aangevoerd uit de nabijgelegen hogere zandgronden, waar de bodem werd uitgeloogd. Door latere ontginning is het ijzeroer grotendeels verdwenen. Volgens de paleogeografische kaarten is het plangebied nooit door veen overdekt geraakt en is de veengroei beperkt gebleven tot die delen van het landschap waar het Laagpakket van Singraven aanwezig is.10 DINO Het Dinoloket11 is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd.12 Hieruit blijkt dat de ondergrond ongeveer 135 meter ten noordoosten van het plangebied tot 3,8 meter onder maaiveld bestaat uit zand, fijn tot matig fijn. Ongeveer 180 meter ten westen van het plangebied bestaat de bodem uit 1,9 meter dikke zandlaag, op een 20 centimeter dik laagje leem en daaronder tot 3,9 meter onder maaiveld bestaat matig fijn zand.

De zandafzettingen zijn toe te schrijven aan het Laagpakket van Wierden, de leemlaag zou op het Laagpakket van Singraven kunnen wijzen. Geomorfologie13 Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Aarle-Rixtel bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie kaart 5). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt op een dekzandvlakte (code M51). Dekzand, afgezet tijdens stormen onder zeer koude omstandigheden, heeft op sommige plaatsen een zeer vlakke ligging, vormsubgroep M51. Mogelijk zijn een geringe invloed van water, vochtige omstandigheden bij de afzetting of een latere invloed van de mens (egalisatie)

10 Vos e.a., 2018. 11 Dinoloket. 12 DINO boornummers B51F0820 & B51F0819. 13 NGR/Wageningen Environmental Research (2019).

21146.005 versie 1

5 / 19

hiervoor verantwoordelijk geweest. Ongeveer 125 meter ten zuiden van het plangebied komen beekdal afzettingen voor. Efgoedkaart A2- en Kempengemeenten14 Volgens de Erfgoedkaart ligt het plangebied aan de noord- en westrand op een lage zandgronden en de zuidoostzijde is Rijt. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland15 vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied, net als de gehele bebouwde kom van Aarle-Rixtel, op een vlakte met kleine reliëfverschillen. Doordat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt is moeilijk vast te stellen in hoeverre dit reliëf wordt bepaald door menselijk ingrijpen (zie kaart 6). Ten noorden, zuiden en westen van de bebouwde kom van Aarle-Rixtel liggen lagere gronden. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Aarle-Rixtel bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie kaart 8). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat in het plangebied hoge bruine enkeerdgronden; lemig fijn zand (code bEZ23) liggen.

Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9 e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen.

De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.16 Boringen In het plangebied zijn in het kader van een milieuhygiënisch bodemonderzoeken boringen gezet. Uit deze boringen blijkt dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig tot sterk siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De

14 Interactieve erfgoedkaart van diverse gemeenten in Zuidoost-Brabant. 15 PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS. 16 Doesburg et al., 2007.

21146.005 versie 1

6 / 19

bovengrond is bovendien tot maximaal 1,5 m -mv zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot matig gleyhoudend en zwak leemhoudend. De humeuze bovengrond kan wijzen op de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. Het grondwaterpeil is een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten; hoe beter de ontwatering, hoe slechter de conservering. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Aarkle-Rixtel bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 14,2 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordelijke richting. 17 De conservering van metalen en organische resten zal in het plangebied, vanwege de grondwaterstand, niet optimaal zijn.

Omdat het plangebied op zand ligt en de toekomstige bebouwing maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed.

2.6 Archeologische waarden 2.6.1

AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen

Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.18 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 8 zijn de archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 500 m rondom het plangebied. AMK-terreinen De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status.

17 Janssen, 2023. 18 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

21146.005 versie 1

7 / 19

Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied liggen zes AMK-terreinen, waarvan één borg/stins/versterkt huis twee keer is vermeld onder verschillende nummers (zie bijlage 2 en Kaart 8). De AMK-terreinen rondom het plangebied geven aan dat rondom het plangebied terreinen liggen met vindplaatsen die terug gaan tot het Laat-Paleolithicum.19 De meeste monumenten liggen ten zuiden van het plangebied, in of aan de rand van het beekdal. Ten noorden ligt één monument en dit betreft de oude dorpskern van Aarle waarvan de bewoning minimaal terug kan gaan tot in de Late-Middeleeuwen. Onderzoeksmeldingen Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 17 archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 3 en Kaart 8). Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden, bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend), veldkarteringen, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en opgravingen. Al deze onderzoeken zijn in het plangebied uitgevoerd. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd.

De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien (voor zover vermeld in Archis) dat er na bureauonderzoek en/of booronderzoeken vier proefsleuvenonderzoeken zijn uitgevoerd, twee keer zonder een voorafgaand bureauonderzoek en/of booronderzoek. In één geval heeft een proefsleuvenonderzoek20 geleid tot een opgraving21. Helaas zijn de resulaten van de opgraving niet vermeld in Archis. Op één locatie is zonder enig vooronderzoek gelijk een opgraving uitgevoerd waarvan de resulaten ook niet vermeld staan in Archis.22 Op een andere locatie is is zonder enig vooronderzoek gelijk een archeologische begeleiding uitgevoerd, waarbij geen archeologische resten zijn blootgelegd. 23 Op twee locaties in het plangebied is na het booronderzoek de locatie vrijgegeven vanwege een verstoorde bodemopbouw. Op één locatie alleen vrijgave voor de voorgenomen kleine ingreppen bij vlakdekkende ingrepen is wel vervolgonderzoek geadviseerd. Bij het proefsleuvenonderzoek 455 meter ten noorden van het plangebied (OM-nummer: 2300831100), waar een opgraving uit is voorgekomen zijn in twee sleuven delen van hoofd- en bijgebouwen uit de Vroege- en/of Volle-Middeleeuwen aangesneden. In een derde sleuf zijn eveneens sporen aangetroffen. In dit geval gaat het om uitbraaksleuven die de plaats aangeven waar tot enkele jaren geleden een boerderij heeft gestaan.

Er zijn geen sporen aangetroffen van de klokgieterij die hier vanaf het einde van de 18e eeuw heeft gestaan. Dit neemt echter niet weg dat ze buiten de sleuven niet meer aanwezig zijn. Het aantreffen van enkele karrensporen tussen de uitbraaksleuven van de afgebroken boerderij geeft aan dat deze verstoring diep is, maar wel beperkt in horizontale zin. Het is goed mogelijk dat sporen bewaard zijn gebleven tussen de uitbraaksleuven. 24 Alhoewel slechts één proefsleuvenonderzoek tot een opgraving heeft geleid zijn er bij de andere proefsleuvenonderzoeken wel behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. Bij een onderzoek 215 19 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 20

OM-nummer: 2300831100.

21 OM-nummer: 2317794100. 22 OM-nummer: 2885020100 23 Nuenen, 2011. 24 Kerckhaert & Elstrodt, 2010.

21146.005 versie 1

8 / 19

meter ten noorden van het plangebied (OM-nummer: 2263450100) zijn naast esgreppels twee archeologische interessante grondsporen aangetroffen, een oost-west gerichte greppel onder het esdek en een bakstenen waterput. De waterput is gedurende het onderzoek volledig onderzocht. De esgreppels en de perceelgreppel zijn als niet behoudenswaardig geclassificeerd.25 Bij een onderzoek 270 meter ten zuiden van het plangebied (OM-nummer: 4684890100) zijn vier vindplaatsen aangetroffen. Paalkuilen en kuilen behorende bij een nederzetting op de oostelijke flank van een kopje, greppels behorende bij de ontwatering van de gracht van het slotje (kaart 1832), greppels behorende bij de ontwatering van het broekgebied (kaart 1900) en drainagesleuven, zandwinningskuilen en greppels voor kabels en leidingen uit de 20e eeuw. De waardering van de vindplaatsen heeft ervoor gezorgd dat de nederzeting behoudenswaardig werd beschouwd waarbij geadviseerd is deze in situ te behouden. Voor de rest van het plangebied is vrijgave geadviseerd.26 Bij een onderzoek 395 meter ten noordoosten van het plangebied (OM-nummer: 4619530100) zijn karresporen aangetroffen, haaks op de oriëntatie van de Dorpsstraat. Helaas leverde deze karrensporen geen vondsten op waardoor een nadere datering uit blijft. De sporen werden niet behoudenswaardig bevonden.

27 Bij twee proefsleuvenonderzoek zijn geen resulaten vermeld in Archis (OM-nummers: 2250814100 & 244497210028), alleen dat er bij één geen vervolgonderzoek wordt geadviseerd. Vondstmeldingen In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 21 vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en Kaart 8). De vondsten laten zien dat in de omgeving van het plangebied menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden die terug gaan tot in het Laat-Paleolithicum, met een nadruk op de Middeleeuwen. In de directe omgeving betreffen het vooral vondsten van agrarische samenlevingen, Neolithicum tot en met Nieuwe tijd. Ten zuiden van het plangebied, aan het beekdal worden ook vondsten aangetroffen van jagers en verzamelaars, Paleolithicum en Mesolithicum.

2.6.2

Andere bronnen

Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant29 heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch en archeologisch landschap.

25

Wal, 2010.

26 Tunker & Hos, 2020. 27 Feest, 2019. 28 Veen & Feest, 2014. 29 Brabant.nl.

21146.005 versie 1

9 / 19

Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn alle in Archis aanwezige wetenschappelijke publicaties geraadpleegd van gravende onderzoeken die binnen het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn in §2.6.1 onderzoeksmeldingen behandeld. Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek geen archiefonderzoek plaats gevonden (m.u.v. het bouwarchief zie § 2.7) en er is geen contact gezocht met het depot van de provincie NoordBrabant aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben.

2.7 Beschrijving van het historische gebruik In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegenen kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Aarle-Rixtel30 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. Historisch gezien bestaat het dorp uit twee vroegere kernen: Aarle en zuidoostelijk daarvan Rixtel. Aarle is de plaats waar de kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand staat. Beide plaatsen hadden een parochiekerk maar deze kerken werden genaast door de protestanten in 1648. Na 1672 werd er een schuurkerk gebouwd tussen beide parochies in, waardoor de parochies aaneengroeiden.

De protestanten waren met zo weinigen dat ze niet in staat waren de twee voormalige parochiekerken te onderhouden. Ze raakten in verval en de parochiekerk van Rixtel werd in 1818 gesloopt. De Aarlese kerk, de voormalige Mariakerk, werd door de protestanten nog geruime tijd gebruikt. In 1798 kregen de katholieken de gelegenheid om de Mariakerk terug te nemen, maar ze wilden liever in de schuurkerk blijven en vervolgens een nieuwe kerk bouwen. Ook de protestanten gaven de voorkeur aan een nieuwe kerk, daar herstel van de Mariakerk niet haalbaar bleek. Het aantal leden van de Hervormde Gemeente was echter gegroeid, mede door toedoen van de Maatschappij van Welstand die boerderijen had opgekocht waar protestantse boeren in kwamen te wonen. Onder leiding van Arnoldus van Veggel werd een waterstaatskerk gebouwd die in 1847 gereed kwam. Het was een achtkantig zaalkerkje. Bouwkundig gezien was het slecht geconstrueerd en reeds in 1872 stortte de voorgevel in, waarna de kerk in 1873 geheel werd gesloopt en een nieuwe kerk werd gebouwd die in 1874 gereed kwam en tegenwoordig als het Kouwenbergs kerkje bekendstaat. Architect was Martin Dreesen. Ook de katholieken kregen hun waterstaatskerk. Deze kwam in 1846 gereed en fungeert nog steeds als parochiekerk voor Aarle en Rixtel. Ook deze kerk wordt toegeschreven aan Arnoldus van Veggel.

Overigens vormden, na ongeveer 1810, de kernen Aarle en Rixtel een enkele gemeente Aarle-Rixtel. Deze is op 1 januari 1997 opgegaan in de gemeente Laarbeek. In de 20e eeuw zijn beide kernen volledig aaneengegroeid. Hierdoor is Aarle-Rixtel een betrekkelijk groot en lang dorp geworden, waarvan in 1823 een klein deel is afgesneden door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. Er kwamen twee belangrijke kloosters in 30 Geschiedenis van Aarle-Rixtel

21146.005 versie 1

10 / 19

Aarle-Rixtel: Het klooster van de Zusters van Liefde in 1856 (Mariëngaarde) en het klooster van de Missiezusters van het Kostbaar Bloed in 1903. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 2.2

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Kadastrale minuut31

1811-1832

Gemeente Aarle-Rixtel, Sectie C, blad 02.

1:2.500

Weiland en bouwland, doorsneden door een perceelsscheiding (sloot?).

Huidige Bosscheweg omringd door agrarische percelen. Ook de huidige Broekelingstraat aanwezig met ten westen agrarische percelen, een stuk ten westen staat een kerk (buiten kaartblad).

Bonneblad32

1850-1864

51 Eindhoven

1:50.000

Geen veranderingen.

Geen grootschalige veranderingen.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1900

650 Beek en Donk

1:50.000

Akkerland en grasland, doorsneden door een perceelsscheiding (sloot?), met langs de Broekelingstraat een groenstrook (waarschijnlijk een haag).

Kerk is nu onderdeel van en klooster, ten noorden staat bebouwing.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1929

650 Beek en Donk

1:50.000

Geen veranderingen.

Bebouwing ten noordoosten en oosten plangebied.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1943

650 Beek en Donk

1:50.000

Geen veranderingen.

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1953

51F

1:25.000

In het westelijk deel bebouwing met tuin, oostelijk deel grasland.

Bebouwing ten noorden toegenomen.

Topografische kaart

1963

51F

1:25.000

Bebouwing in het plangebied toegenomen, onbebouwd deel waarschijnlijk tuin.

Bebouwing omgeving toegenomen.

Topografische kaart

1973

51F

1:25.000

Geen veranderingen.

Bebouwing omgeving toegenomen.

Topografische kaart

1984

51F

1:25.000

Geen veranderingen.

Bebouwing omgeving toegenomen.

31 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 32 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

21146.005 versie 1

11 / 19

Topografische kaart

1999

51F

1:25.000

Geen veranderingen.

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

2011

51 F

1:25.000

Geen veranderingen.

Geen grootschalige veranderingen.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is het plangebied vanaf de eerste helft van de 19e eeuw tot in de eerste helft van de 20e eeuw in agrarisch gebruik, doorsneden door een perceelsscheiding (sloot?), gelegen aan twee doorgaande wegen (zie tabel 2.2 en kaarten 9 tot en met 12). Tussen 1943 en 1953 verschijnt in de westelijk deel van het plangebied bebouwing en tussen 1953 en 1963 is deze bebouwing uitgebreid en is de huidige situatie ontstaan (zie kaarten 13 en 14). De omgeving van het plangebied toont de geleidelijk uitbreiding van de bebouwde kom van Aarle-Rixtel. Efgoedkaart A2- en Kempengemeenten33 Volgens de historisch landschapskaart ligt het plangebied in een heerlijkheid, een gehucht (1930 en 1950) en de noordrand in een woonwijk. De wegen ten noorden en westen van het plangebied lokale wegen. De westrand van het plangebied is een oude open akker. Volgens de Cultuurhistorische waardenkaart 2012 ligt het plangebied in een gebied met een redelijk hoge waarde wat betreft historische stedenbouw en in een cultuurhistorische ensemble. Volgens de Cultuurhistorische beleidskaart 2012 zijn de wegen ten noorden en westen van het plangebied categorie 2 lijnen en ligt het plangebied in een object of een gebied met een zeer hoge cultuurhistorische waarde.

Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Laarbeek is op 04-01-2023 bij het gemeentelijk archief een aanvraag gedaan tot inzage van o.a. bouwdossiers voor de bebouwing binnen het plangebied. De heer C. Verbakel heeft echter alleen bodeminformatie gevonden. “Er zijn geen milieuvergunningen etc. bekend van de betreffende locatie.”34 Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebouwing blijkt dat deze gerealiseerd is in 1952-1953.35 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 36 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. In Aarle-Rixtel zijn wel een handvol explosieven geruimd, aanwezigheid hiervan in het plangebied kan niet volledig worden uitgesloten maar wordt klein geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=9b2ae0c9-f610-476c-bfa0-d31e3f157c0b