8 20231115 Bijlage 2 Notitie Leges voor milieubelastende activiteiten 2024
Tekst van het document
Legesheffing voor milieubelastende activiteiten Actualisatie kostenonderbouwing voor gemeenten in Zuidoost-Brabant Augustus 2023
Leges
Legesheffing voor milieubelastende activiteiten Actualisatie kostenonderbouwing voor gemeenten in Zuidoost-Brabant
In opdracht van
Programma Omgevingswet
Opgesteld door
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven
Auteurs
Marc van den Heuvel, Mat Verkoelen
Projectnummer Datum
11 september 2024
Status
Versie 2023 (update van versie 1 september 2021)
-2-
Leges
Inhoudsopgave 1
Inleiding ................................................................................................................................................................................ 1 1.1
Actualisatie Notitie Leges ........................................................................................................... 1
1.2
Leges onder de omgevingswet voor milieubelastende activiteiten ............................................... 1 1.2.1 Opbouw notitie ................................................................................................................. 2
2
Achtergronden Omgevingswet en milieuleges ...................................................................................................... 3
3
Uitgangspunten vaststellen kostenonderbouwing .............................................................................................. 5
4
5
3.1
Opzet vaststellen kengetallen en kostenonderbouwing ............................................................... 5
3.2
Afbakening ................................................................................................................................ 6
Resultaten kostenonderbouwing ................................................................................................................................ 7 4.1
Verhaalbare kosten .................................................................................................................... 7
4.2
Beoordeling onderzoeksrapporten ............................................................................................. 9
Discussie ............................................................................................................................................................................ 10 5.1
Kengetallen ............................................................................................................................. 10
5.2
Milieubelastende activiteiten in de legesverordening ................................................................ 10
6
Risico’s legesheffing ..................................................................................................................................................... 12
7
Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................................... 12 7.1
Conclusies ............................................................................................................................... 12
7.2
Aanbevelingen ......................................................................................................................... 13
7.3
Gebruik van de inzichten ......................................................................................................... 13
Bijlage 1: Kostenonderbouwing in de model legesverordening VNG ................................................................. 14
-3-
Leges
1
Inleiding
1.1
Actualisatie Notitie Leges
September 2021 heeft de ODZOB een notitie uitgebracht ten behoeve van het heffen van leges onder de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2024. Er zijn nieuwe aanvullende inzichten reden om de Legesnotitie te actualiseren. Hierbij ligt deze geactualiseerde notitie aan u voor. De belangrijkste wijzigingen en aanvullingen in deze notitie ten opzichte van de eerste editie (2021) zijn: •
Actualisatie van de kengetallen voor de geïndexeerde nieuwe uurtarieven 2024 (hoofdstuk 4).
•
Actualisatie van de verhaalbare kosten op basis van de nieuwe uurtarieven (hoofdstuk 4).
•
Toevoeging van kengetallen voor beoordeling van onderzoeksrapporten (advies producten, hoofdstuk 4).
•
Opnemen van de kengetallen in de meest recente Modelverordening leges van VNG d.d. 4 juli 2023 (bijlage 1).
1.2
Leges onder de omgevingswet voor milieubelastende activiteiten
De Omgevingswet treedt in werking per 1 januari 2024. Een belangrijke wijziging is het centraal stellen van milieubelastende activiteiten op locaties, daar waar onder de huidige wetgeving nog wordt uitgegaan van het begrip inrichting(en). Onder de Omgevingswet zijn niet langer de inrichtingen maar bepaalde milieubelastende activiteiten vergunningplichtig. Nieuw is dat gemeenten leges mogen gaan heffen voor besluiten op deze milieubelastende activiteiten. In de regio Zuidoost Brabant werken de bevoegde gezagen samen aan een zorgvuldig traject voor invoering van de Omgevingswet. Vanuit deze samenwerking is gevraagd of ODZOB een inhoudelijke bijdrage kan leveren ter ondersteuning van de heffing van leges onder de Omgevingswet. De focus ligt daarbij op de volgende elementen: 1.
Voorbereiden van legesheffing op milieubelastende activiteiten
2.
Beoordelen van de grondslag voor legesheffing (belastbare feiten) op basis van een analyse van het werkmodel legesverordening van VNG
3.
Beschikbaar stellen van kengetallen voor de relevante vergunning producten milieuactiviteiten
4.
Vertaling kengetallen naar een kostenonderbouwing vergunning producten milieuactiviteiten voor de regiogemeenten
5.
Vertaalslag van kengetallen van milieuvergunningen voor inrichtingen naar kengetallen voor milieubelastende activiteiten naar de meest actuele versie van de Modelverordening leges van VNG
De regionale werkgroep is gevraagd de kostenonderbouwing voor leges te actualiseren met betrekking tot de milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet. De werkgroep: •
Nikky Ansems Kempengemeenten
•
Marc Weekers Gemeente Deurne
•
Joost van de Schoot Gemeente Best
•
Hans Verhoeven Gemeente Eindhoven 1
Leges
•
Marc van den Heuvel Trekker regionaal project financiële effecten, gemeente Gemert-Bakel
•
Kees van Daal ODZOB
•
Wouter Schenk ODZOB
•
Mat Verkoelen ODZOB
De resultaten van het uitgevoerde onderzoek door de werkgroep in de regio Zuidoost-Brabant zijn gebundeld en geactualiseerd voor 2024. De uitkomsten zijn bruikbaar voor gemeenten in hun afweging om leges te gaan heffen voor vergunningaanvragen milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet en bevatten een kostenonderbouwing van de dienstverlening van de ODZOB voor bepalen van de verhaalbare kosten en uiteindelijke de tarieven in de gemeentelijke legesverordening. 1.2.1
Opbouw notitie
In deze notitie zijn achtereenvolgens opgenomen de achtergronden van de legesheffing, uitgangspunten voor vaststellen van kengetallen. De doorvertaling naar kostenonderbouwing van gemeenten. Analyse van de resultaten en daaraan verbonden conclusies en adviezen. De advisering is voor 2024 vertaald naar de meest actuele Modelverordening leges van VNG (juli 2024).
2
Leges
2
Achtergronden Omgevingswet en milieuleges
Een wijziging als gevolg van de Omgevingswet is het centraal stellen van milieubelastende activiteiten, daar waar onder de huidige wetgeving wordt uitgegaan van het begrip inrichting(en). Nu kunnen milieuvergunningen worden toegekend aan inrichtingen, onder de Omgevingswet zijn bepaalde milieubelastende activiteiten vergunningplichtig. Nieuw is dat gemeenten leges mogen gaan heffen voor besluiten op milieubelastende activiteiten. In het verleden tot 1998 bestond al de mogelijkheid om leges te heffen voor milieuvergunningen. Na 1998 was legesheffing voor milieuvergunningen niet meer toegestaan en is door de rijksoverheid een jaarlijkse bijdrage toegevoegd aan de algemene uitkering van het provincieen gemeentefonds om te compenseren voor het inkomstenverlies. Met de komst van de Omgevingswet krijgen gemeenten verruimde mogelijkheden om leges te heffen. Per saldo betekent het een netto positief effect op de inkomsten. De rijksbijdrage in het Gemeentefonds wordt niet gecorrigeerd vanwege het genereren van legesinkomsten op het gebied van milieu. Vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet en de herintroductie van de mogelijkheid om leges te gaan heffen voor milieuactiviteiten, hebben VNG en IPO samen een modellegesverordening gemaakt waarvan het werkmodel in maart 2021 is gepubliceerd.
Dit werkmodel bevat de artikelen (met te maken keuzes) voor legesheffing op milieubelastende activiteiten en is gehanteerd in ons regionale onderzoek. Het kan zijn dat het werkmodel nog wordt opgevolgd door een recentere modellegesverordening. VNG heeft hierna in 2022 en 2023 een actualisatie doorgevoerd, zie ook bijlage 1 waar gebruikt is gemaakt van de meest recente Modellegesverordening.
Meldingsplicht en vergunningplicht De wetgever kent nu bedrijven die niet onder milieuregels vallen, bedrijven die meldingsplichtig zijn en onder het Activiteitenbesluit vallen en bedrijven (inrichtingen) die vergunningplichtige activiteiten uitvoeren, waarvoor een vergunning verplicht is. Straks geldt onder de Omgevingswet een nieuwe indeling naar milieubelastende activiteiten en komt het begrip inrichting niet meer terug. Activiteiten die meldingsplichtig zijn, blijven ook onder de Omgevingswet vrij van leges. Enkel voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten kunnen leges worden geheven. Het bevoegd gezag gemeenten en provincie(s) maken de politieke en beleidsmatige keuzes of sprake zal zijn van leges en over de hoogte van de leges. Provincie Noord-Brabant gaat naar verwachting leges heffen voor milieubelastende activiteiten, een GS besluit is in voorbereiding per medio september.
Indien gemeenten over willen gaan tot het heffen van leges is van belang om inzicht te verkrijgen in de omvang van de verhaalbare kosten. Dit is een onderlegger voor het bepalen van de legestarieven die bij de vergunningaanvrager in rekening worden gebracht.
Kostenvergoeding voor besluit over instemming bij een meervoudige aanvraag Voor de voorgenomen toevoeging van artikel 13.2a aan de Omgevingswet is in het voorjaar van 2022 een gezamenlijke handreiking verschenen van het Rijk, de VNG, de Unie van Waterschappen en het IPO. De handreiking is bedoeld om het proces te duiden van kostenvergoeding voor besluit over instemming bij een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning.
3
Leges
Hoofdlijn: Als een bestuursorgaan met betrekking tot een aanvraag in de gelegenheid gesteld is advies uit te brengen en door het bevoegd gezag ook om instemming wordt gevraagd voordat op de aanvraag wordt beslist, kunnen kosten van advies in rekening worden gebracht. De intentie is dat bestuursorganen dit gaan doen, mits wordt voldaan aan de voorwaarden: 1.
Er is een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning.
2.
Het instemmende bestuursorgaan zou indien het een enkelvoudige aanvraag zou betreffen, het bevoegd gezag zijn.
3.
Het instemmende bestuursorgaan zou bij die enkelvoudige aanvraag leges heffen.
De belangrijkste overweging(en) voor regio ZOB ten aanzien van de procedure voor instemming, gerelateerd aan de verhaalbare kosten van de ODZOB zijn: •
Koepels hebben afgesproken dat bestuursorganen voor hun betrokkenheid (informeel advies) bij het omgevingsoverleg geen kosten in rekening brengen bij het bevoegd gezag. (Het bevoegd gezag kan wel leges in rekening brengen.)
•
Vooraf kan via begrotingsconstructie inzicht worden gegeven in de hoogte van de leges. Dit wordt voor deze instemmingsprocedure ontraden en sluit ook niet aan bij de kostenonderbouwing(en) zoals in deze notitie is/zijn opgenomen.
•
Aan de regiogemeenten wordt voorgesteld om als alternatief voor de begrotingsconstructie dezelfde tarieven te hanteren voor instemmingen als ware het bestuursorgaan zelf het bevoegd gezag. Daarmee wordt vervolgens voor de tarieven verwezen naar de kostenonderbouwing van producten in hoofdstuk 4 en naar de ingevulde modelverordening (bijlage 1) bij deze notitie. De definitieve afweging voor de hoogte van tarieven bij instemming is aan de regiogemeenten bij het opstellen van hun legesverordening.
De volledige handreiking is beschikbaar via VNG. Voor verdere overwegingen ten aanzien van het proces van instemmingen en opnemen van regels in de legesverordening kan het bevoegd gezag gebruik maken van de handreiking.
4
Leges
3
Uitgangspunten vaststellen kostenonderbouwing
Deze paragraaf bevat de uitgangspunten waarop de kostenonderbouwing voor de milieubelastende activiteiten is gebaseerd. De wijze van genereren van gegevens en omvang en afbakening.
3.1
Opzet vaststellen kengetallen en kostenonderbouwing
De stappen om te komen tot een kostenonderbouwing staan in de afbeelding. Op basis van aantal x kengetal (tijdsbesteding) en tarief (€ per uur) is de kostprijs te bepalen van de dienstverlening van ODZOB. Aangevuld met de verhaalbare kosten van de gemeente voor het behandelen en besluiten op vergunningaanvragen ontstaat de totale kostprijs.
Het bepalen van de onderdelen van de kostenonderbouwing is als volgt: • •
•
De kostenonderbouwing is gevoed met de gegevens uit het financiële rapportagesysteem Axapta van de ODZOB. Het overzicht biedt inzicht in de verhaalbare kosten voor verschillende producten. Het is een kostenonderbouwing vanuit de afgelopen drie jaren. De beschikbare cijfers zijn verkregen na bewerking en interpretatie en geven nu een bruikbare grondslag voor de kengetallen. Cijfers zijn echter al die jaren niet geregistreerd ten behoeve vanuit de vraagstelling Omgevingswet en leges. In de onderzoek jaren zijn er diverse wijzigingen geweest in de productbenamingen. Een nadere detaillering naar industriële- en agrarische vergunning producten was niet mogelijk omdat vanuit beide sectoren deels op dezelfde productcodes is geregistreerd in het financiële systeem. Daarom zijn producten gebundeld. Voor de eenduidigheid zijn producten geclusterd naar: o Vooroverleg o Maatwerkvoorschriften o Intrekken/actualisatie van de vergunning o Verlenen vergunning1 o Verlenen vergunning complex2
Onder vergunningen wordt verstaan alle reguliere procedures, milieuneutrale wijzigingen en OBMprocedures (deze laatste categorie vervalt onder de Omgevingswet) 2 Onder vergunningverlening complex wordt verstaan de aanvragen waarop de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is. 1
5
Leges
3.2
Afbakening
In deze alinea geven we nadere toelichting op de scope van het onderzoek: •
Het onderzoek heeft zich gericht op de milieubelastende activiteiten waarvoor gemeenten het bevoegd gezag zijn. Informatie met betrekking tot het heffen van leges voor besluiten waarvoor de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag is, is geen onderdeel van dit project. De OMWB voert hiervoor in samenwerking met de andere 2 omgevingsdiensten een project uit om de legesheffing door de provincie voor te bereiden.
•
Het al dan niet heffen van leges en de hoogte van de legestarieven is een beleidsmatige keuze van het bevoegd gezag. De ODZOB heeft als uitvoeringsorganisatie enkel een taak om de bevoegde gezagen voor zover als mogelijk te faciliteren in de kostenonderbouwing en omvang van kostenverhaal. ODZOB geeft daar uitvoering aan door middel van het voorzien van de beschikbare financiële informatie met betrekking tot de vergunning-producten waarvoor heffen van leges mogelijk wordt onder de Omgevingswet.
•
In dit onderzoek gericht op legesheffing voor milieubelastende activiteiten gaan we niet in op de algemene uitgangspunten rondom legesheffing, zoals de mate van kostendekking of de methodes en richtlijnen om tot legestarieven te komen. Dit dient een gemeente op het niveau van de gehele legesverordening te beoordelen.
•
De werkgroep heeft de voordelen en nadelen geïnventariseerd voor legesheffing op milieubelastende activiteiten. Elke gemeente kan deze in overweging nemen bij de afweging en het bestuurlijke besluit om al dan niet over te gaan tot legesheffing.
Argumenten Legesheffing
• • • • •
Heffen van leges voor een dienst als dat is toegestaan (doen we voor alle diensten Netto inkomsten voor gemeenten Relatief laag bedrag, zeker ten opzichte van bouwleges Beperkt aantal milieubelastende bedrijven, grootste deel valt onder meldingsplicht (financiële) drempel leidt tot weloverwogen keuzes initiatiefnemer(s)
•
Lastenverzwaring bedrijfsleven
• •
Mogelijk risico op niet doen van aanvraag Relatief lage aantallen
•
Risico op bezwaarprocedures met betrekking tot de heffing
6
Leges
4
Resultaten kostenonderbouwing
Met de vastgestelde uitgangspunten uit paragraaf 3 zijn de gegevens uit het financiële systeem vertaald naar de 5 producten. De gemiddelde uren en daarmee gemiddelde kosten op basis van het uurtarief ODZOB voor de onderscheidende producten staan in onderstaande tabel.
4.1
Verhaalbare kosten
Tabel 1. Vergunning-producten en gemiddelde kostprijs voorstel 2024
Product naam Vooroverleg activiteit milieu Stellen maatwerkvoorschriften Intrekking/actualisatie vergunning (ambtshalve/op verzoek) Omgevingsvergunning milieu verlenen complex Omgevingsvergunning milieu verlenen
Uurtarief 2024 131 117 117 131 117
Uren 12 12 21 33 25
Prijs per product 1.642 1.512 2.609 4.376 3.015
Voorstel 2024 € 1.650 € 1.500 € 2.600 € 4.400 € 3.000
Uurtarieven onder voorbehoud akkoord begroting ODZOB 2024
Toelichting tabel •
Bij deelnemende gemeenten staat het gemiddelde kengetal (uren per product) minimale waarde de laagste en hoogste tijdsbesteding uit de dataset.
•
Het overzicht biedt inzicht in de verhaalbare kosten voor verschillende producten. Het is een kostenonderbouwing vanuit de afgelopen drie jaren.
•
De dataset die is gebruikt is gelijk gehouden aan het initiële onderzoeksrapport uit 2021 en er is daarbij gebruik gemaakt van de financiële gegevens van de ODZOB over de jaren 2018-2020.
•
Producten zijn samengevoegd daar waar producten inhoudelijk gelijk zijn.
•
In de berekening zijn de voorkomende kosten voor de vergunningverlening meegenomen zoals casemanagement, inhoudelijke toetsing aanvraag, samenstellen vergunning, administratieve verwerking. De inhoudelijke toetsing betreft advisering voor de diverse milieucompartimenten (geluid, lucht, etc.).
•
Grote extremen naar boven en beneden zijn niet opgenomen in de berekeningen
•
In het overzicht en voor de kostenonderbouwing hanteren we het uurtarief 2024 en de gemiddelde tijdsbesteding van de ODOZB voor alle gemeenten. Dit leidt tot een gemiddelde kostprijs per product voor alle gemeenten.
•
Het overzicht leidt tot een verhaalbedrag per gemeente op basis van de gemiddelde kosten per product en het gemiddelde aantal producten van de afgelopen drie jaren. Dit geeft een indicatie van de verhaalbare kosten per gemeente o.b.v. historische gegevens (lees: gegevens o.b.v. de Wabo). Zie tabel 2.
Verhaalbare kosten per gemeente De laatste stap is de vertaling naar mogelijke legesopbrengsten per gemeente op basis van de kostprijzen van de ODZOB. In de bijgevoegde tabel zijn de mogelijke leges opbrengsten per gemeente per jaar opgenomen.
7
Leges
Onderstaande tabel bevat gemiddelde (regionale) kengetallen met een maatwerk doorvertaling naar elke afzonderlijke gemeente in Zuidoost-Brabant. Voor elke gemeente is een berekening gemaakt hoeveel producten in de 5 aangegeven categorieën gemiddeld per jaar zijn geproduceerd. Deze cijfers geven een indicatie van de verhaalbare kosten per gemeente. De actuele ramingen over het verwachte aantal te doorlopen procedures ligt echter bij iedere gemeente zelf en kan niet door de ODZOB worden bepaald.
Tabel 2. Verhaalbare kosten in 2024 per gemeente (gemiddeld uurtarief ODZOB 2024, exclusief eventuele verhaalbare kosten die door de gemeente wordt gemaakt).
8
Leges
4.2
Beoordeling onderzoeksrapporten
Om nader invulling te geven aan de kostenonderbouwing voor het beoordelen en/of toetsen van onderzoeksrapporten (Paragraaf 2.11, o.a. artikel 2.47 van de Modelverordening leges VNG) is door ODZOB opnieuw gekeken naar de financiële dataset 2018-2020. Deze gaven, behalve voor archeologie, niet de gewenste eenduidige kengetallen. Aansluitend is met inhoudelijk deskundigen van de ODZOB naar data gekeken. Dat kengetallen niet altijd herleidbaar zijn heeft onder andere te maken met het veelvuldig samenvoegen van toetsing van meerdere onderzoeksrapporten in één opdracht. Op basis van de nadere afstemming en analyse achten we het verantwoord om voor het toetsen van onderzoeksrapporten met de navolgende kengetallen te starten voor legesheffing in 2024 (zie de navolgende tabel). Daarbij wordt vermeld dat de verhaalbare kosten voor toetsing van onderzoeksrapporten ten behoeve van een omgevingsvergunning reeds zijn opgenomen in de verhaalbare kosten van de omgevingsvergunning.
Tabel 3. Beoordelen onderzoeksrapporten 2024
Rapporten Milieukundig bodemrapport Archeologisch bodemrapport Geluid-/luchtrapport Akoestisch rapport Ecologisch onderzoeksrapport Beoordeling milieueffectrapportage Beoordeling overige rapporten
Uren Voorstel gemiddeld Bedrag* 2024** 6 786 € 800 6 786 € 800 6 786 € 800 6 786 € 800 6 786 € 800 25 2925 € 2.950 6 786 € 800
*: Voorstel onder voorbehoud akkoord begroting **: Afgeronde bedragen
9
Leges
5
Discussie
5.1
Kengetallen
Het aantal vergunningen geeft een goed inzicht over de laatste jaren, maar het is de vraag of het een goede verwachting geeft van het aantal aanvragen voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. De beschikbare kengetallen zijn allen gebaseerd op de Wabo. Met de werkgroep is gekeken naar de relevantie van de productaantallen en kengetallen. Een conclusie is dat de gegevens van de afgelopen jaren de meest betrouwbare wijze is voor kostenonderbouwing van de legestarieven. Met de komst van de Omgevingswet treden wel verschuivingen op: •
Mogelijk wordt het aantal vergunningen op jaarbasis nog iets kleiner omdat meer milieubelastende activiteiten die nu nog vergunningplichtig zijn straks meldingsplichtig zijn. Dit hoeft geen invloed te hebben op het legestarief, maar heeft wel invloed op de hoogte van de legesinkomsten (minder inkomsten door minder aanvragen).
•
Met nieuwe wetgeving en jurisprudentie geven de huidige kengetallen een indicatie van de toerekenbare kosten. Het opbouwen van nieuwe kengetallen onder de omgevingswet is nodig. Dat betekent dat we de komende jaren de volumes (aantal aanvragen) en kengetallen (gemiddelde tijdsbesteding) kunnen monitoren en de kostenonderbouwing voor gemeenten periodiek kunnen actualiseren.
5.2
Milieubelastende activiteiten in de legesverordening
De ‘Modelverordening leges per 1 januari 2024’ van de VNG bevat de modelbepalingen die gemeenten kunnen gebruiken om hun lokale legesverordening op te stellen. Onder hoofdstuk 2 van dat model staan de modelbepalingen voor dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet. Hier zijn de milieubelastende activiteiten opgenomen. In de modelbepalingen zijn enkele mogelijke varianten opgenomen voor legesheffing voor milieubelastende activiteiten. Op hoofdlijnen komen we tot de volgende analyse: •
De lokale gemeentelijke legesverordening kan aansluiten op de modelbepalingen uit de modelverordening van VNG voor het onderdeel ‘milieubelastende activiteiten’. Naast het bepalen van de tarieven dient ook een keuze te worden gemaakt in de varianten die in de modelbepalingen zijn benoemd.
•
In de varianten komt als optie terug om leges te heffen op basis van een begrotingsconstructie. Dit betekent dat voor een aanvraag een specifieke calculatie wordt gemaakt om tot het legesbedrag te komen. Het advies is om niet voor de variant van een begrotingsconstructie te kiezen, maar om een bedrag voor een belastbaar feit te bepalen. De argumenten daarvoor zijn: o
Het berekenen van een legesbedrag per aanvraag is tijdrovend.
o
De aanvrager heeft voorafgaand aan de indiening geen duidelijkheid over het legesbedrag, bij een vast bedrag is die duidelijkheid er wel
o
Een begrotingsconstructie wordt nauwelijks gehanteerd door gemeenten, vaak alleen bij nauwelijks voorkomende of hele uitzonderlijke vergunningaanvragen.
•
De modelverordening bevat de mogelijkheid van een gestaffelde onderverdeling in leges naar aantal MBA’s voor een omgevingsvergunning. Vanuit de huidige Wabo-registratie is er geen informatie op dit niveau beschikbaar. Vanuit het lopende project “Van inrichting naar MBA’s” is onderzocht welke informatie een nadere onderverdeling naar aantal MBA’s zou rechtvaardigen. 10
Leges
Uit het onderzoek naar Metaalbedrijven blijkt dat een gemiddeld metaalbedrijf 1of 2 milieubelastende kernactiviteiten heeft. Aangevuld met ondersteunende MBA’s zit de range tussen 5-8 MBA’s totaal, waarvan het merendeel meldingsplichtig is. Gezien de beperkte beschikbare gegevens en de range van MBA’s die dicht bij elkaar zit lijkt een staffeling in leges met de huidige beschikbare gegevens geen meerwaarde te hebben. Dit wordt verder ondersteund door vergunning deskundigen die bij de huidige indeling van MBA’s constateren dat de complexiteit –lees toerekenbare kosten voor de vergunningverlening- van de vergunningverlening niet wordt bepaald door het aantal MBA’s op een locatie. Complexiteit wordt in belangrijke mate bepaald door de omgeving. Dezelfde MBA’s op een gevoelige locatie vergen extra onderzoek naar omgevingswaarden (geluid, lucht, etc.). Op basis van de huidig beschikbare inzichten wordt geadviseerd wordt om verdere data op te gaan bouwen met de komst van de Omgevingswet. Nut en noodzaak van een nadere onderverdeling en staffeling in leges kan dan op termijn nader worden bepaald. •
In het financiële systeem (Axapta) van de omgevingsdienst wordt niet voorzien in een detaillering naar MBA’s.
11
Leges
6
Risico’s legesheffing
In deze paragraaf worden de belangrijkste risico’s benoemd die invloed kunnen hebben op de kostprijsbepaling en daarmee vervolgens ook de kostendekking van de leges. 1.
Deze notitie is mede tot stand gekomen op basis van het huidige actuele beschikbare werkmodel VNG, zoals dit in het juli 2024 is uitgebracht.
2.
Alleen beperkte globale historische gegevens gebaseerd op de Wabo zijn beschikbaar.
3.
Wellicht zijn in de aanvang van de vergunningverlening onder de Omgevingswet extra uren nodig voor bijvoorbeeld:
4.
a.
jurisprudentie en nieuwe werkwijzen
b.
bepalen samenhang van MBA’s bij de (complexe) vergunning
In het product vooroverleg zijn effecten van uitvoering van een omgevingstafel niet meegenomen. Ook deze kunnen van invloed zijn op de kostprijs van product.
5.
De PowerBrowser is het nieuwe centrale VTH- en zaaksysteem en backbone van de ODZOB. Daarnaast werkt de ODZOB aan de introductie van een nieuw financieel systeem. MBA’s zullen daarin niet worden opgenomen. Deze gegevens horen thuis in een VTH-systeem, maar niet in een financieel systeem. Dat laat onverlet dat de combinatie van deze gegevens (MBA’s en uren) wel relevant is; voor het benodigd inzicht in de kostenopbouw. Naar verwachting kunnen op termijn gegevens met behulp van data-analyse (datawarehouses) worden gegenereerd en gecombineerd.
7
Conclusies en aanbevelingen
7.1
Conclusies
Kostenverhaal Met de kostenonderbouwingen zijn gemeenten gefaciliteerd en in staat een beeld te vormen van de verhaalbare kosten voor milieubelastende activiteiten. Op basis van een analyse over de afgelopen jaren is inzicht verkregen in het aantal producten per gemeente die voor legesheffing in aanmerking komen, het gemiddelde kengetal en het uurtarief. Daarmee is een kostprijs bepaalt per product voor vijf vergunning producten. Tevens is per gemeenten een berekening gemaakt van de totale kostprijs die voor legesheffing in aanmerking gaat komen. Het is op dit moment niet mogelijk om de financiële inzichten al te vertalen naar een kostprijs voor milieubelastende activiteiten. Dit is een nieuwe indeling die nog verwerkt moet worden. Dit inzicht kan de komende jaren worden opgebouwd. Zo kan periodiek jaarlijks een actueel advies worden uitgebracht aan gemeenten met de kostenonderbouwing. Leges in de regio; lokale situatie van belang Op basis van de uitgangspunten is de gemiddelde kostprijs per product gelijk voor alle gemeenten. Het legestarief kan verschillen tussen gemeenten als: •
Een gemeente zelf ook verhaalbare kosten maakt en die doorbelast in het legestarief
•
Een gemeente een afwijkende kostendekkendheid of kruissubsidiering tussen belastbare feiten hanteert
12
Leges
7.2
Aanbevelingen
Na inwerking treden van de omgevingswet kan een daadwerkelijke start worden gemaakt met de opbouw van kengetallen van ‘omgevingswet’-vergunning producten. Aanbevolen wordt om met die kengetallen de huidige kengetallen te actualiseren. De nieuwe kengetallen onder de Omgevingswet kunnen aanleiding zijn om ook de kostenonderbouwing te gaan actualiseren. Ook vanuit andere mogelijke risico’s zoals benoemd in paragraaf 6, wordt geadviseerd om periodiek de kostenonderbouwing te actualiseren. Omdat voor vergunningen onder de Omgevingswet exact in beeld wordt gebracht welke milieubelastende activiteiten worden vergund, is ook een verdere differentiatie in kostenonderbouwing mogelijk.
7.3
Gebruik van de inzichten
Gemeenten kunnen de inzichten uit deze notitie als volgt gebruiken: •
Fase 1: Besluitvorming over legesheffing milieubelastende activiteiten
•
Fase 2: Opstellen legesverordening
•
Fase 3: Inregelen legesheffing
Fase 1: Besluitvorming over legesheffing milieubelastende activiteiten Bij afweging en besluitvorming over het heffen van leges kan de gemeente gebruik maken van: •
De voordelen en nadelen zoals die in deze notitie zijn benoemd.
•
De aantallen vergunningplichtige producten, gemiddelde kostprijs per product en totale verhaalbare kosten die per gemeente zijn berekend op basis van gegevens over drie administratieve boekjaren.
Het advies aan de regio is om tot een gezamenlijk standpunt over legesheffing te komen voor milieubelastende activiteiten. Daartoe wordt dit onderzoek ter informatie aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de ODZOB. De notitie zal niet ter besluitvorming worden ingebracht aangezien legesheffing toebehoord aan het bevoegd gezag en niet aan ODZOB als uitvoeringsdienst. De werkgroep wijst er wel op dat indien alle gemeenten het zelfde standpunt innemen, er daarmee een gelijk speelveld in de regio ontstaat en uitvoering door de ODZOB overzichtelijk blijft.
Fase 2: Opstellen legesverordening Bij het opstellen van de legesverordening kan de gemeente gebruik maken van de inzichten en kostenonderbouwing in deze notitie. Ter indicatie en verduidelijking zijn de voorgestelde tarieven opgenomen in de Modellegesverordening van VNG 2024, zie hiervoor Bijlage 1. Met het overnemen van deze bedragen worden voor de milieubelastende activiteiten gelijke tarieven gehanteerd voor de gehele regio Zuidoost-Brabant.
Fase 3: Inregelen legesheffing Als een gemeente overgaat tot legesheffing dan dient een legesbesluit te worden genomen bij een aanvraag voor een vergunning milieubelastende activiteiten. De ODZOB kan hierin desgevraagd ondersteuning bieden. 13
Leges
Bijlage 1: Kostenonderbouwing in de model legesverordening VNG Hierna zijn de kostenonderbouwingen van de ODZOB, dus exclusief onderbouwing eigen kosten van het bevoegd gezag, opgenomen in de Modelverordening van VNG. Voor de eenvoud is niet de gehele Modelverordening hier opgenomen, enkel het relevante deel met betrekking tot de milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet (zie hierna hoofdstuk 2 van de modelverordening).
Artikel nummer
= Advies ODZOB
Tekstuele toelichting/overweging door ODZOB
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -
binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;
-
binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
4. In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving: - onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;
14
Leges
- onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk; - onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting. [5. In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan de normbouwkosten voor de bouwactiviteit, als daarin is voorzien in de bij deze tarieventabel behorende [citeertitel gemeentelijke of regionale normbouwkostenregeling] en de bij de aanvraag opgegeven bouwkosten meer dan [10]% afwijken van deze normbouwkosten.] Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1.
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
Paragraaf 2.2 Voorfase Vooroverleg Artikel 2.4 Omgevingsoverleg Vooroverleg kiezen voor variant 1 of variant 3 Variant 1
15
Leges
1. Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: € 1650. 2. De op grond van het eerste lid verschuldigde leges worden verhoogd met:
[…]%
van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor die activiteit of activiteiten zouden worden vastgesteld. Variant 2 Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor een eerste overleg:
€
b. voor elk volgend overleg:
€
per in te schakelen adviseur verhoogd met:
€ […].
Variant 3 1. Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief per uur: € 131,-. 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: van de bouwkosten, met een minimum van: b. over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000 tot € 50.000:
[…]% € […]; […]%
van de bouwkosten; c. over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000:
[…]%
van de bouwkosten; d. over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000:
[…]%
van de bouwkosten; e. over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: van de bouwkosten, met een maximum van:
[…]% € […].
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) 16
Leges
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ […],
1. als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.50, eerste lid, aanhef en onder b, nodig is, verhoogd met: € […]; 2. als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met:
€ […];
3. als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- en dorpsgezicht, verhoogd met:
€ […];
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ […];
c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ […].
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ […];
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ […];
c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ […].
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel [14] van de [citeertitel gemeentelijke erfgoedverordening] in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 17
Leges
1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ […];
2 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € […]; b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ […];
2 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € […]; c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ […];
2 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € […]. 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: € […]. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de [citeertitel gemeentelijke Erfgoedverordening] is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € […]; b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € […]. Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 18
Leges
1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel [20] van de [citeertitel gemeentelijke erfgoedverordening] in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
€ […];
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ […];
c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ […].
2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € […].
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in [artikel […] van het omgevingsplan of] paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 4400. Variant voor tariefstelling (in plaats van één tarief een tariefdifferentiatie naar in het tijdelijke deel van het omgevingsplan genoemde omgevingsvergunningplichtige activiteiten) a. voor de activiteit verwerken polyesterhars:
€ […];
b. voor de activiteit installeren gesloten bodemenergiesysteem:
€ […];
c. voor de activiteit kweken maden van vliegende insecten:
€ […]; 19
Leges
d. voor de activiteit opslaan propaan of propeen:
€ […];
e. voor de activiteit tanken met LPG:
€ […];
f. voor de activiteit antihagelkanonnen:
€ […];
g. voor de activiteit biologische agens:
€ […];
h. voor de activiteit genetisch gemodificeerde organismen:
€ […];
i. voor de activiteit opslaan dierlijke meststoffen:
€ […];
j. voor de activiteit lozen in de bodem (vangnetvergunning):
€ […];
k. voor de activiteit lozen in schoonwaterriool (vangnetvergunning):
€ […];
l. voor een andere activiteit dan genoemd in de onderdelen a tot en met k:
€ […].
Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten (geen onderscheid naar aantal MBA’s):
€ 4400;
a. voor één milieubelastende activiteit:
€
b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten (geen onderscheid naar aantal MBA’s): € 4400 a. voor één milieubelastende activiteit:
€
b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk € 4400 20
Leges
3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten (geen onderscheid naar aantal MBA’s): a. voor één milieubelastende activiteit:
€
b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten (geen onderscheid naar aantal MBA’s):
€ 4400
a. voor één milieubelastende activiteit:
€
b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]: € Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten (geen onderscheid naar aantal MBA’s): € 4400.
Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten (geen onderscheid naar aantal MBA’s): € 4400 a. voor één milieubelastende activiteit:
€
21
Leges
b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]:
€
c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]:
€
Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten (geen onderscheid naar aantal MBA’s): €4400. Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 1. Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 3000.
22
Leges
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € […]. 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ […].
3. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met [normwaarde archeologische verwachtingswaarde OF archeologische verwachtingen], als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € […]. 4. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ […].
5. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde. als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ […].
6. De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met:
€ […].
Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de 23
Leges
Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b. indrijven van voorwerpen, c. ophogen van de grond, of d. verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan:
€ […];
b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ […].
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: