CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

8 20230928 Raadsvoorstel Vaststelling bekostigingssystematiek Bereikbaarheid Brainport

Commissie Sociale & Algemene Zaken 28 september 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Bekostigingssystematiek Bereikbaarheid Brainport3.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

Raadsvergadering d.d. 12 oktober 2023

Aan de raad, Onderwerp Bekostigingssystematiek bereikbaarheid Brainport Portefeuillehouder J.H.C.M. Briels Beslispunten 1. De voorgestelde ‘regionale bekostigingssystematiek’ vast te stellen, met de veronderstelling dat de gehele regio hieraan zijn bijdrage gaat leveren. Mocht dit niet het geval zijn ontstaat er een nieuwe situatie die opnieuw moet worden gewogen. 2. € 1.15 mln beschikbaar te stellen als aandeel van de gemeente Laarbeek in de benodigde regionale cofinanciering door de 21 gemeenten van de MRE in het voorgestelde maatregelpakket, en de dekking hiervan te verwerken in de Begroting 2024 - 2027. 3. De nadere uitwerking van de voorgestelde systematiek in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst tussen de MRE-gemeenten af te wachten. 4. De nadere uitwerking van een MRE-breed mobiliteitspakket af te wachten. Dit vormt de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren voor de gehele MRE. Bovendien vormen de (boven)regionale maatregelen uit dit pakket de basis om – op basis van de regionale bekostigingssystematiek –met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) tot afspraken te komen over bekostiging. Samenvatting De overheden binnen de Metropoolregio Eindhoven hebben afspraken gemaakt over de financiering van een eerste maatregelenpakket op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid.

Het is de bedoeling dat ook toekomstige projecten conform deze verdeelsleutel worden bekostigd. Aanleiding Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio Eindhoven (MRE) veel harder groeit dan verwacht. Om de groei aan inwoners, woningen en banen in Brainport Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimte-efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Dit vraagt om een forse investering. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moeten samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare, krachtige samenwerkingspartner met een eenduidige strategie en een regionale bekostigingssystematiek. Om invulling te geven aan de regionale bijdrage t.b.v. de schaalsprong van de Brainport is op de schaal van de MRE een regionale bekostigingssystematiek voor de bereikbaarheid uitgewerkt.

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

Om de schaalsprong te accommoderen hebben Rijk en regio een eerste maatregelenpakket gedefinieerd. Voor de bekostiging van dit maatregelenpakket zijn in het BO MIRT op 9 november 2022 concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio. Voor wat betreft de regionale bijdrage is afgesproken dat de provincie Noord-Brabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE gemeenten elk 1/3 deel van de regionale bijdrage dekken. In het verlengde hiervan zijn – in lijn met de regionale bekostigingssystematiek – voor dit eerste maatregelenpakket een kostenverdeelsteutel en een cashflowplanning uitgewerkt voor de MRE-gemeenten. Ook bij toekomstige mobiliteitsontwikkelingen binnen de MRE is het uitgangspunt dat de MRE één ecosysteem is, waarbij deze mobiliteitspakketten de gehele regio vertegenwoordigen en gezamenlijke financiering plaatsvindt op basis van de vastgestelde bekostigingssystematiek en wederkerigheid.

Beoogd effect en/of resultaat Invulling geven aan een regionale bekostigingssystematiek op de schaal van de MRE t.b.v. bekostiging van bereikbaarheidsmaatregelen in relatie tot de schaalsprong van de Brainport, en komen tot concrete bekostigingsafspraken over het eerste maatregelpakket.

Argumenten 1.1 Faciliteren van de schaalsprong en bijkomende vraagstukken De Metropoolregio Eindhoven heeft zich de voorbije jaren ontwikkeld tot één van de krachtigste motoren van de Nederlandse economie. De kennisintensieve maakindustrie én het feit dat het in de Brainport regio goed wonen, werken en leven is, zorgt voor een forse groei. Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio veel harder groeit dan verwacht. Er is versneld actie nodig om te voorkomen dat de groei stagneert en de regio vastloopt. Met de mainportstatus is Brainport Eindhoven in 2016 erkend als één van de drie economische kerngebieden van Nederland. Wil de Metropoolregio Eindhoven zijn aantrekkingskracht behouden en versterken, is substantiële verbetering nodig van de agglomeratiekracht, de connectiviteit en het vestigingsklimaat. De groei genereert kansen, maar betekent ook toename van mobiliteit en toenemende druk op de woningmarkt, op de leefbaarheid en op de leefkwaliteit. In de komende jaren staat de regio voor een enorme opgave: het faciliteren van een schaalsprong en bijkomende vraagstukken. Dit vraagt op korte termijn om investeringen in extra woningen, in extra werklocaties en in een duurzaam mobiliteitssysteem. Zeker is dat tot 2040 op zijn minst 72.000 arbeidsplaatsen en 62.000 woningen nodig zijn.

Bij motie dd 10 november 2022 heeft onze raad aandacht gevraagd voor de impact van individuele bedrijven en deze Schaalsprong, en het College gevraagd zich in de regio in te zetten voor een realistische verdeling van zowel de lusten als de lasten. Met de Ontwikkelstrategie ZuidOost Brabant (zie RIB 19398-2023 dd 14-07-’23) wordt de verstedelijkingsopgave in banen geleid. De Bereikbaarheidmaatregelen die we binnen MRE maken zijn de volgende stap om de impact van deze verstedelijking te reguleren, en de leefbaarheid ook in perifere, landelijke gemeenten te waarborgen. Het bedrijfsleven draagt hier, op basis van deze verdeelsleutel aan bij: de Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) nemen 1/3 deel van de regiobijdrage voor hun rekening.

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

1.2 Naar een toekomstbestendig en duurzaam mobiliteitssysteem Om de groei aan inwoners, woningen en banen in de Metropoolregio Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimte-efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Een mobiliteitssysteem dat meer inzet op OV- en deelconcepten, fietsen, lopen en smart mobility. Daarmee reduceren we de emissie van CO2, stikstof, fijnstof en geluid en creëren we een aantrekkelijke leefomgeving. Inzet is om verstedelijking en duurzame vormen van mobiliteit in samenhang te ontwikkelen. De verstedelijking in de regio zal zoveel als mogelijk plaatsvinden langs bestaande en nieuw te realiseren OV-assen. Inzet is om het dragende OV-netwerk uit te breiden en autogebruik te ontmoedigen. De hoofdstructuur in de Brainport voorzien we op logische plekken in het netwerk van goed bereikbare multimodale hubs. Op deze hubs faciliteren we keuzevrijheid en de uitwisseling tussen verschillende vormen van vervoer. Hubs vormen belangrijke schakels in het multimodale netwerk; goed bereikbaar voor auto’s vanaf het hoofdwegennet, ontsloten voor OV en de fiets en voorzien van een aanbod aan deelmobiliteit. De hubs zijn daarmee niet alleen overstappunten; ze bieden ook nieuwe plekken in de stad waar mensen samen komen en voorzieningen zich vestigen.

Voor De Peel, de A2-Zuid en de Kempen zijn de combinatie van mobiliteitshubs en goede (H)OV- en fietsverbindingen cruciaal voor de aanhaking en ontsluiting van deze deelregio’s. De ambitie is om zo’n 2/3 van deze woningen vóór 2030 te realiseren. Dit vraagt om een investering in het mobiliteitssysteem: het faciliteren van de mobiliteitstransitie, de Multimodale Knoop Eindhoven, maatregelen op de Randweg N2/A2, zes regionale mobiliteitshubs en HOV4. Met deze investering wordt de basis gelegd voor de verdere groei en ontwikkeling van de Metropoolregio Eindhoven. De ambitie is om het overige deel van de verstedelijkingsopgave en de bijbehorende aanpassingen aan het mobiliteitssysteem vóór 2040 te realiseren. 1.3 Stevige regionale samenwerking randvoorwaardelijk voor bijdrage partners De MRE functioneert als ‘daily urban system’; één regio waarin dagelijks de belangrijkste woon- en werkverplaatsingen plaatsvinden. De gehele regio heeft baat bij verbeteringen in het (boven)regionale mobiliteitssyteem. Daarmee is mobiliteit een regionale opgave die vraagt om een regionale aanpak. De schaalsprong van de regio en de gewenste mobiliteitstransitie vragen om een forse investering. Op basis van de uitkomsten van het MIRT-onderzoek van november 2020 zijn er tijdens het BO-MIRT in 2022 afspraken gemaakt tussen het Rijk, de provincie en de regio over een maatregelenpakket.

In opvolging van dit eerste pakket wordt momenteel een aanvullend maatregelenpakket uitgewerkt voor de gehele MRE in het kader van de schaalsprong van de Brainport. Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Dit vormt de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moet samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. De regio heeft deze partners niet alleen nodig om het in november 2022 overeengekomen pakket aan mobiliteitsmaatregelen te kunnen financieren, maar ook voor de financiering van toekomstige maatregelen. Ervaring leert dat een krachtige regionale samenwerking, de kans op een bijdrage van partners vergroot. Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare samenwerkingspartner met een eenduidig geluid, een gezamenlijke strategie en een regionale bekostigingssystematiek. Zo wordt het geheel veel meer dan de som der delen.

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

1.4 Bekostigingsafspraken op basis van een verdeelsteutel per type project Om te komen tot bekostigingsafspraken is een regionale bekostigingssystematiek uitgewerkt. Voor wat betreft het regionale aandeel worden afspraken gemaakt tussen de provincie NoordBrabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MREgemeenten. Voor de maatregelen wordt steeds een verdeelsleutel bepaald tussen de betrokken partijen. Om te komen tot een verdeelsleutel tussen de betrokken partijen worden verschillende type projecten onderscheiden (zie tabel 1). Elk type project kent een eigen grondslag voor de (regionale) bijdrage. Daarbij is overigens alleen bij projecten met een Rijksbelang sprake van een Rijksbijdrage. Daar waar het om een bijdrage van gemeenten en/of de provincie gaat, zullen respectievelijk de gemeenteraden en provinciale staten moeten instemmen met de financiële afspraken.

Tabel 1. Grondslag bijdrage naar type project. 1.5 MRE-brede middelen via Bereikbaarheidsfonds Brainport Bij toekomstige mobiliteitsontwikkelingen binnen de MRE is het uitgangspunt dat voor (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen gezamenlijke financiering plaats vindt op basis van de regionale bekostigingsmethodiek. Naast de eigen bijdrage van de uitvoerende partij (doorgaans de gemeente op wiens grondgebied het project wordt gerealiseerd), een projectspecifieke bijdrage van de provincie of een projectspecifieke Rijksbijdrage, kan er ook sprake zijn van een regiobrede bijdrage. De regiobrede bijdragen van MRE-gemeenten lopen via een Publiek Bereikbaarheidsfonds. De bijdragen van Brainportpartners lopen via een Privaat Bereikbaarheidsfonds Brainport. Vanuit deze fondsen vindt respectievelijk de regiobrede publieke en private cofinanciering van projecten plaats. De projectspecifieke, route-gebonden of locatie-gebonden bijdrage van gemeenten en de provincie gaan rechtstreeks naar het betreffende project. Deze lopen dus niet via het Bereikbaarheidsfonds. Ook de Rijksbijdrage gaat rechtstreeks naar de projecten. 1.6 Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport ondergebracht bij de MRE Voor wat betreft het Publieke Bereikbaarheidsfonds geldt dat de bestuurlijke coördinatie via de MRE loopt.

De geografische schaal van de MRE komt overeen met het gebied waar de bereikbaarheidsmaatregelen landen. De MRE is bovendien een bestaande gemeenschappelijke regeling van de 21 gemeenten die betrokken zijn bij regiobrede projecten en financiering. Het beheer van een Regionaal Bereikbaarheidsfonds is een taak die past binnen de bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Regeling MRE (GR MRE). De MRE is een bestaand openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid. Het onderbrengen van het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport bij MRE past daarin. Dit kan door middel van een in te richten bestuurscommissie zoals voorzien in artikel 22 van de GR MRE, respectievelijk artikel 25 van de wet Gemeenschappelijke Regelingen. In deze bestuurscommissie kunnen één of meerdere bestuurders vanuit de MRE-gemeenten zorgdragen voor de bestuurlijke coördinatie (en verantwoording).

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

2.1 Een toekomstbestendige werking vraagt om een robuust afspraken- en spelregelkader. Voor wat betreft de regionale bekostigingssystematiek worden de afspraken uitgewerkt en vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsfonds Brainport (hierna SOK). Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de MRE-gemeenten. In deze SOK worden afspraken vastgelegd over de bekostigingssystematiek, de werkwijze van een publiek bereikbaarheidsfonds, over de organisatie (inclusief capaciteit, rol- en taakverdeling) en over de governance (inclusief overlegstructuur en escalatie). Ook worden in de SOK afspraken vastgelegd over de financiering van projecten en het fonds, over indexatie, over BTW, over de verdeling van de gelden over projecten, over handelswijze bij uitnutting van beschikbare middelen en/of wat te doen met eventuele overschotten, over (eventueel) toe en uittreden van partijen, over geschillen en over duur/opheffing van het fonds. Daarnaast zullen de voorwaarden voor de afzonderlijke projecten die aanspraak kunnen maken op de fondsen, worden vastgelegd in separate Subsidiebeschikkingen. In de Subsidiebeschikking zullen spelregels worden vastgelegd over de wijze van toekenning van middelen, over indexatie en over BTW. Ook worden in de Subsidiebeschikking afspraken vastgelegd over verantwoording richting de fondsen en over de handelswijze bij afwijkingen t.o.v.

de oorspronkelijke raming en/of de planning. 3.1 Invulling geven aan bekostigingsafspraak Rijk – regio In het verlengde van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport zijn maatregelen gedefinieerd die de komende periode uitgevoerd moeten worden om de schaalsprong te accommoderen. Dit maatregelpakket (zie tabel 2) resulteert in een investering van € 1.570 mln (incl. BTW, prijspeil 2022). Voor de bekostiging van dit maatregelenpakket zijn in het BO MIRT op 9 november 2022 concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio. Afgesproken is dat het Rijk €996,25 mln (63,5%) en de regio €573,75 mln (36,5%) van de kosten dekt.

Tabel 2. Kostenverdeling Rijk-regio per opgave Voor wat betreft de regionale bijdrage is afgesproken dat de provincie Noord-Brabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE gemeenten elk 1/3 deel van de regionale bijdrage dekken. Dit betekent dat de bijdrage van de MRE-gemeenten aan het maatregelenpakket €191 mln incl. BTW bedraagt ofwel €157,8 mln excl. BTW.

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

3.2 Invulling geven aan regionale bekostigingsafspraak met MRE-gemeenten Op basis van de regionale bekostigingssystematiek is de regionale verdeelsleutel bepaald voor de opgaven uit het maatregelenpakket (tabel 2) waarover tussen Rijk en regio afspraken zijn gemaakt. De ‘spoorse opgave’ en de ‘A58 Eindhoven – Tilburg’ zijn Rijksprojecten. Deze projecten worden in zijn geheel door het Rijk bekostigd. Over het hoofden onderliggend wegennet dienen nog nadere afspraken te worden gemaakt tussen het Rijk en de regio. Van de overige projecten zijn de kosten verdeeld op basis van de regionale bekostigingssystematiek. In tabel 3 is e.e.a. vertaald in een regionale verdeelsleutel voor de MRE-gemeenten. In de eerste kolom is de totale bijdrage per gemeente weergegeven. Vervolgens is deze uitgesplitst naar de verschillende opgaven.

Tabel 3. Regionale kostenverdeling per opgave. Omdat in het huidige eerste maatregelenpakket nog geen fietsroutes op het grondgebied van Laarbeek voorzien zijn wordt op dit punt nog geen bijdrage aan ons gevraagd. Voor de gemeente Laarbeek resulteert dit in een totale bijdrage van € 1.15 mln excl. BTW. De bijdrage van de MRE-gemeenten is over een periode van 10 jaar – tussen 2024 en 2034 – uitgesmeerd. De bijdrage per jaar voor een opgave is afhankelijk van de (financiële) planning van de opgave. In bijlage 1 (tabel 4) is een eerste grofmazige investeringsplanning per jaar gemaakt, en doorvertaald naar de gevraagde bijdrage voor de afzonderlijke gemeenten. 4.1 Toewerken naar een aanvullend MRE-breed maatregelenpakket De MRE geeft opvolging aan de afspraken uit het BO MIRT 2022 en stelt in het najaar een gezamenlijk mobiliteitspakket vast waarvan het regionale deel door het poho mobiliteit wordt herkend en wordt vastgesteld. Dit vormt de basis om voor wat betreft de (boven)regionale maatregelen met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) te komen tot afspraken over bekostiging. Voor dit gezamenlijke mobiliteitspakket wordt de vastgestelde bekostigingsmethodiek gebruikt en spant de gehele MRE regio zich in.

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

Kanttekeningen o.a. financiële, juridische, communicatieve en veiligheidsaspecten 1.1 De regionale bekostigingssystematiek is een gezamenlijke MRE-verantwoordelijkheid en vraagt instemming van alle MRE-gemeenten De regio is met het Rijk en de provincie Noord-Brabant een pakket van maatregelen overeengekomen om de bereikbaarheid te verbeteren. De bijdrage van het Rijk en de provincie is onder voorbehoud van de bijdrage van de regio. Het is aan de regio om de afgesproken bijdrage op te brengen. Dit raadsvoorstel dient door alle 21 gemeenteraden van de MRE te worden goedgekeurd. Indien individuele gemeenten besluiten niet deel te nemen doet dit afbreuk aan de regionale samenwerking die nodig is om de majeure mobiliteitsopgave in de mainport Brainport aan te pakken. Een goede bereikbaarheid en leefbaarheid houdt niet op bij een gemeentegrens. Om deze reden wordt elke gemeente van de Metropoolregio gevraagd een bijdrage te leveren aan de regionale bereikbaarheidsopgave. In de komende jaren worden er meerdere regionale opgaven verder opgepakt, waarin de concrete investeringen in de gehele MRE-regio landen. 1.2 Gemeenten kunnen niet worden gedwongen om mee te betalen Uw raad heeft het budgetrecht en dient daarom bedragen te reserveren en vervolgens kredieten/middelen ter beschikking te stellen. Zolang dit niet is gebeurd, zijn er geen bindende financiële afspraken gemaakt.

Een gemeente kan dus niet zonder meer door collega-gemeenten, de regio, de provincie of het Rijk worden gedwongen tot het betalen van een bijdrage. Er is geen instrument ontwikkeld en/of vastgesteld om een niet-participerende gemeente vooraf of achteraf te dwingen om mee te betalen aan de maatregelen. In lijn met het bovenstaande kan het niet zo zijn dat het niet bijdragen van een gemeente automatisch leidt tot het extra belasten van de andere gemeenten. In een dergelijke situatie zullen de overige regiogemeenten bezien hoe zij omgaan met de ontstane situatie en hier nadere afspraken over maken. Tegelijkertijd wil het college benadrukken dat zij het hoogst wenselijk acht om als kleine gemeente ons steentje bij te dragen conform het voorliggend voorstel. Dit niet alleen vanwege de positie van Laarbeek binnen de regio, maar vooral ook vanwege de gezamenlijke verantwoordelijkheid die de regiogemeenten hebben om de regionale bereikbaarheidsopgave binnen onze Brainport samen aan te pakken. 2.1 Het afsprakenkader dient in samenspraak met partners te worden uitgewerkt In de op stellen Samenwerkingsovereenkomst wordt nader uitgewerkt hoe om te gaan met afwijkingen ten opzichte van de raming op basis waarvan middelen van partijen zijn geraamd en/of toegekend.

Hierbij dient te worden aangetekend dat dit in samenhang moet worden bezien met de voorwaarden van de andere partners (Rijk, provincie Noord-Brabant, private partijen). Deze voorwaarden worden de komende periode in samenspraak met die partners nader uitgewerkt. Dit alles landt in een op te stellen Samenwerkingsovereenkomst die ter besluitvorming wordt voorgelegd. 2.2 Bestaande reserveringen zijn niet toereikend In het financieel meerjarenperspectief van de gemeente Laarbeek wordt reeds gewerkt aan een Reserve Bereikbaarheidsagenda. Het college is voornemens de huidige bijdrage van 500 k/jaar door te trekken ook na de huidige periode.

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

Voorliggend bereikbaarheidspakket valt qua scope (bijv. Stationsomgeving Eindhoven) buiten de doelstelling van onze eigen reservering Bereikbaarheidsagenda. Omdat de Laarbeekse ambities ten aanzien van de bestaande bereikbaarheidsagenda ongewijzigd zijn, is voor deze additionele (regionale) beleidsvoornemens zoals verwerkt in voorliggend maatregelenpakket een nieuwe reservering noodzakelijk. 3.1 De gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op een raming De definitieve bijdrage wordt bepaald op basis van een uitgewerkt projectplan (uitwerking op VO-niveau met een bijbehorende raming). In de op stellen SOK wordt nader uitgewerkt hoe om te gaan met wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijk geraamde bijdrage. 4.1 Bekostiging toekomstige maatregelen afhankelijk van partners Afspraken voor wat betreft de bijdrage van MRE-gemeenten kunnen conform de regionale bekostigingssystematiek worden gemaakt. Het is echter niet op voorhand vast te leggen dat andere partijen (Provincie, Rijk en Brainportpartners) bij toekomstige maatregelen dezelfde verdeling zullen hanteren. Dit is overigens nadrukkelijk wel de regionale inzet.

4.2 Niet duidelijk of voor een toekomstig pakket afdoende gereserveerd is Voor een volgend bereikbaarheidspakket is onze inzet meer in lijn met de bestaande beleidsvoornemens uit onze eigen bereikbaarheidsagenda (dwz met nadrukkelijker oog voor de behoeften in onze perifere subregio). Ten behoeve van deze bereikbaarheidsagenda wordt binnen gemeente Laarbeek reeds een reserve opgebouwd (zie kanttekening 2.2). Mochten in een volgend bereikbaarheidspakket opnieuw beleidsvoornemens worden opgenomen die buiten onze bestaande scope vallen, dan zal het college deze uiteraard aan de gemeenteraad voorleggen. Financiën Met dit raadsbesluit wordt commitment afgegeven voor de volledige bijdrage van de gemeente Laarbeek (1,15 mln) aan dit eerste maatregelenpakket, dat een looptijd van 10 jaar heeft. De verwachte besteding van de middelen ligt, zoals beschreven in tabel 4 van de Notitie Regionale Bekostigingssystematiek, in de periode 2029 t/m 2033, dus voorbij de horizon van ons financieel meerjarenperspectief. Om de totale bijdrage over de komende 10 jaar inzichtelijk te maken was in de Kadernota de totaalbijdrage over de gehele looptijd opgenomen (abusievelijk opgeteld tot 1,115 mln terwijl 1,15 mln bedoeld was, te weten 1.150 K).

Bij de beantwoording van de technische vragen heeft het college het voornemen uitgesproken om deze totaalbijdrage in de begroting 2024-2027 uit te smeren over 10 jaar. Bij nader inzien is het college echter van mening dat het verstandiger is om de nu nog aanwezige financiële ruimte binnen de Laarbeekse begroting te benutten voor deze reservering, omdat het financieel perspectief (voor alle gemeenten, niet alleen voor Laarbeek) op de lange termijn nog onzeker is. Er is immers nog altijd geen helderheid over de Rijksbijdragen vanaf 2026 (het ‘ravijnjaar’). Door de reservering te doen nu het kan, worden toekomstige financiële risico’s ten aanzien van deze belangrijke ontwikkeling gemitigeerd.

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

Communicatie Voor de realisatie van de afzonderlijke maatregelen zijn specifieke projectorganisaties verantwoordelijk. Deze projectorganisaties zullen de coördinatie voeren over de communicatie rondom de besluitvorming en uitvoering van betreffende projecten. Dit in nauwe afstemming met de direct betrokken gemeenten. Vervolgstappen Als basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren, worden momenteel aanvullende bereikbaarheidsmaatregelen uitgewerkt voor de gehele MRE. De MRE geeft hiermee opvolging aan de afspraken uit het BO MIRT 2022 en stelt in het najaar een gezamenlijk mobiliteitspakket vast, waarvan het regionale deel door het Poho mobiliteit wordt herkend en wordt vastgesteld als toekomstige bereikbaarheidsmaatregelen. Dit vormt de basis om voor wat de (boven)regionale maatregelen betreft met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) te komen tot afspraken over bekostiging. Voor dit gezamenlijke mobiliteitspakket spannen we ons als gehele MRE-regio in en wordt de vastgestelde bekostigingssystematiek gebruikt. Inzet is om over de (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen uit deze MRE-brede programmering – analoog aan het eerste maatregelpakket – te komen tot afspraken over cofinanciering door de provincie NoordBrabant en het Rijk.

Per maatregel zullen – op basis van de regionale bekostigingssystematiek – bekostigingsafspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen. De MRE stelt – als uitwerking van de bekostigingssystematiek – een samenwerkingsovereenkomst (SOK) op, die in het najaar aan alle gemeenten ter vaststelling zal worden aangeboden. In deze SOK worden afspraken vastgelegd over de werkwijze van de bekostigingssystematiek en het bijbehorende publieke bereikbaarheidsfonds. De uitwerking van regionale bekostigingssystematiek en de daarvoor op te stellen samenwerkingsovereenkomst vindt plaats in de tweede helft van 2023. Dit is een verantwoordelijkheid van de MRE. De uitvoering van de maatregelen is voorzien in de periode 2024-2032. Voor de verschillende maatregelen is een indicatieve planning opgesteld op basis van de huidige inzichten. De exacte planning is nader uit te werken en projectafhankelijk. Dit is een verantwoordelijkheid van de afzonderlijke projectorganisaties. Bijlagen (meegezonden stuk(ken), ter inzage gelegde stukken) •

Bijlage 1. Notitie ‘Voorstel regionale bekostigingssystematiek’

•

Bijlage 2. Notitie ‘Gestelde vragen in het kader van de regionale bekostigingssystematiek’

•

Concept-Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris

burgemeester

J.W.M. van de Ven

F.L.J. van der Meijden

Zaaknummer:

22571-2023

Documentnummer:

22571-2023:144107

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=edfceee3-8689-4129-bae2-2f1ce11c7a2a