8 20230926 Uitspraak voorzieningenrechter RvS 21-12-2022
Tekst van het document
a
a
a
è
a
è
a
Raad variState
AÍiicl in s bestur.r rsreclrtspr:aak
Ge m e e nte. ip,"g4"[,l ëelt
rngekomen 22DEC 2022
Raad van de gemeente Laarbeek
Postbus 1 90 5740 AD BEEK EN DONK
Datum
Ons nummer
21 december 2022
202205437 t2tR2
Uw kenmerk
Inlichtingen
Onderwerp
N. Hadji 070-4264875
Laarbeek Bp. Lekerstraat ong., Beek en Donk
Procedure
Voorlopige voorziening
Geachte heer/mevrouw,
ln bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
1,)4 77r x )((.lA())
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden a
e a
a
e a
r * I
Raad variState 202205437 t2tR2. Datum uitspraak: 21 december 2022
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak varr de voorzieningenreehter vari de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op eèn verzoek om het treffen van eén voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
O.J.M.F. van Loon en anderen, allen wonend te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, verzoekers, en
de raad van de gerneente Laarbeek, verweerder.
202205437 t2tR2
2
21 december 2022
Procesverloo
Bij besluit van 21 juli 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Lekerstraat ong., Beek en Donk" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben Van Loon en anderen beroep ingesteld.
Van Loon en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De raad heeft een verweerschrift ingediend
A.G.P. van de Wijdeven en H.M.H.W. van de Wijdeven (hierna tezamen en in enkelvoud: Van de Wijdeven) hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Van Loon en anderen hebben een nader stuk ingediend De voorzieningenrechter heeft het verzoek op de zitting van 6 december 2022 behandeld, waar Van Loon en anderen, bijgestaan door mr, F.K. van den Akker, advocaat te Eindhoven, en de raad, vertegenwoordigd door M.H,P. van den Elsen en S. Hendriksen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Van de Wijdeven, bijgestaan door mr. N. Crooijmans, advocaat te Deurne, als partij gehoord.
Overweqinqen Irtleidirtg
1. Van de Wijdeven woont op Pater van der Burgtweg 1 in Beek en Donk en heeft daar een bedrijf. Vanwege de verbreding van de provinciale weg N279 worden de woning en het bedrijf van Van de Wijdeven verplaatst naar het perceel op de Lekerstraat 16 in Beek en Donk. Daarvoor is het bestemminsplan vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een woning met een loods voor stalling en opslag mogelijk op het perceel Lekerstraat 16. Van Loon en anderen wonen op de percelen naast en tegenover het plangebied en zijn het niet eens met het plan. Volgens hen is het plan onder meer in strijd met de lnterim omgevingsverordening NoordBrabant (hierna: IOV). 2.
De relevante bepalingen en planregels zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak. Spoedeisend belang
3.
Van Loon en anderen hebben spoedeisend belang bij hun verzoek, Op 22 juli 2Q22, de dag nadat het plan is vastgesteld, is namelijk een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning, een bijgebouw en een bedrijfsloods aangevraagd.
202205437 t2tR2
3
21 december 2022
Beoordeling verzoek
4.
De voorlopige voorzieningenprocedure leent zich niet voor een integrale beoordeling van alle gronden die Van Loon en anderen tegen het plan naar voren hebben gebracht. De voorzieningenrechter zal zich beperken tot het aanhalen van drie gronden en de beoordeling of het plan in zoverre naar verwachting in de bodemprocedure in stand zal blijven.
5. Van Loon en anderen betogen allereerst dat het plan ten onrechte de bouw van een bedrijfsloods voor stalling en opslag in een woonbestemming mogelijk maakt. Volgens hen past een loods van 1.000 m2 niet bij de woonbestemming. Zij betogen verder dat het plan niet leidt tot een kwaliteitsverbetering van het landschap, terwijl dat vereist is. De sloop op de locaties die volgens de raad leiden tot een kwaliteitsverbetering, is niet geregeld in dit plan (artikel 3.9, eerste en tweede lid van de IOV). Van Loon en anderen betogen ook dat de raad niet goed heeft gemotiveerd dat het plan past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied (artikel 3.77 en3.79, eerste lid, aanhef en onder c, van de tOV). 5.1. De voorzieningenrechter twijfelt of het plan in de bodemprocedure in stand zal blijven. Duidelijk is dat de loods die het plan mogelijk maakt bedrijfsmatig gebruikt zal gaan worden voor opslag en stalling. De raad heeft dit gebruik toegestaan in artikel 4.1 , onder c van de planregels. De vraag ligt nu voor of het toestaan van een bedrijf van deze aard en omvang passend is in een woonbestemming. De voorzieningenrechter twijfelt daaraan. Om te zorgen voor de benodigde Íysieke verbetering van de landschappelijke kwalitelt zal op gronden in de buurt van het plangebied bebouwing worden gesloopt.
Ter zitting heeft de raad toegelicht dat die sloop is vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten. Alleen is niet gebleken hoe die sloop is geborgd op de wijze als is geregeld in artikel 3.9, tweede lid van de lOV. De voorzieningenrechter twijfelt daarom of dit plan in overeenstemming is met dit artikellid. Ook is het de voorzieningenrechter niet duidelijk of dit plan past in de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in artikel 3.79, eerste lid, aanhef en onder c, van de lOV. De plantoelichting en het Landschappelijk inpassingsplan verwijzen daartoe naar het Landschapsontwikkelingsplan Laarbeek uit 2003, waarin de ontwikkelingsrichting voor het gebied waarop het bestemmingsplan ziet, is opgenomen. Hierin is onder meer aangegeven dat een verdere verdichting door middel van woningbouw aldaar niet gewenst is. Uit de plantoelichting en het Landschappelijke inpassingsplan blijkt niet hoe het toestaan van een nieuwe woning in het plangebied desondanks past binnen het landschapsontwikkelingsplan. Ter zitting heeft de raad ook erkend dat dit niet goed is gemotiveerd. Conclusie
6.
Er bestaat daarom aanleiding om het plan te schorsen. Het verzoek
wordt toegewezen. 7
De raad moet de proceskosten vergoeden.
202205437 t21R2
21 december 2022
4
Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe;
IV
schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Laarbeek van 21 juli 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Lekerstraat ong., Beek en Donk"; veroordeelt de raad van de gemeente Laarbeek tot vergoeding van bij O.J.M.F. van Loon en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.568,78, waarvan € 1.518 toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; gelast dat de raad van de gemeente Laarbeek aan O.J.M.F. van Loon en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffief.
w.g. Hoekstra voorzieningenrechter
w.g. Ahmady-Pikart griff ier
Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2022
638-980 Verzonden: 21 december 2022
202205437 t2tR2
5
21 december 2022
Bijlage:
Artikel 3.9 van de IOV luidt: "1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. [...] "
Artikel 3.77 luidt: "1. Voor de toepassing van de maatwerkbepalingen in deze afdeling geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwíkkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in paragraaf 3.1.2, en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, bedoeld in afdeling 3.2 Basis op orde, mobiliteit, agi'arische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;
c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en
d. op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. 2. Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is." Artikel 3.79, eerste lid, aanhef en onder c luidt: "Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voorruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77."
8.
Artikel 4.1 , van de regels van het plan "Lekerstraat ong., Beek en Donk" luidt: "De als 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: t...I c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen opslag/stalling', een opslag/stalling;
[...]"